Hamas in Gaza: het terrorisme aan de macht [deel1]

Op 25 januari 2006 verkreeg de Islamitische Verzetsbeweging Hamas een meerderheid in het Palestijnse parlement. De beweging pleegde tal van terreurdaden en verheerlijkt de jihad en de martelaarsdood. Hamas is een vertakking van de internationaal opererende Moslim Broederschap. Deze streeft naar dominantie van de islam in de wereld. Hamas is geen nationalistische organisatie die uit is op de vestiging van een onafhankelijke Palestijnse staat naast Israël. Het Europese concept van staten is strijdig met de fundamentalistisch-islamitische opvattingen.

In de strijd tegen Israël bedient Hamas zich van theologische anti-Joodse argumenten die aan de Koran en de Hadith zijn ontleend en van Europese antisemitische denkbeelden. Zo werden samenzweringstheorieën uit ‘De Protocollen van de Wijzen van Zion‘ in het Hamas-handvest verwerkt.

Hamas – portret en achtergronden plaatst Hamas in een historische en regionale context. Het boek geeft een diepgaand inzicht in de ideologie van en de internationale reacties op een beweging die in hoge mate de toekomst van het Midden-Oosten zal bepalen. Uit dit boek verschijnt op Brabosh.com het hoofdstuk ‘Terrorisme aan de macht’ (blz. 185 t/m blz. 210) in twee delen.

Wim Kortenhoeven specialiseerde zich in politieke vraagstukken over Jodendom en het Midden-Oosten. Al meer dan vijftien jaar schrijft hij analyses over deze onderwerpen. Hij is als researcher en redacteur werkzaam voor het Centrum Informatie en Documentatie Israël. In 2005 verscheen van zijn hand bij Aspect De kern van de zaak. Feiten en achtergronden van het Arabisch-Israëlisch Conflict.

De CIDI-informatiereeks verdiept het inzicht in het Midden-Oosten. CIDI is een onafhankelijke stichting, opgericht in 1974 door de Joodse gemeenschap in Nederland, met het doel voorlichting te geven over Israël, het Midden-Oosten en het Joodse volk. Het CIDI: Centrum Informatie en Documentatie Israel brengt hier een dossier over Hamas.

Afbeelding hierboven: Hamas militieleden brengen hun ‘bekende’ groet uit. De terroristische organisatie Hamas bestrijdt van bij haar ontstaan de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat. Voor hen bevind ‘hun’ staat zich op het huidige grondgebied van de staat Israël, waar voor Joden geen plaats is. Alle Joden moeten uit Israël worden verdreven of ‘tot de laatste Jood worden uitgeroeid’. “Er is geen oplossing voor het Palestijnse probleem dan de jihad [heilige oorlog]. Initiatieven, voorstellen en internationale conferenties zijn slechts tijdverspilling, nutteloze ondernemingen.” (art. 13 uit het Handvest van Hamas)

Het terrorisme aan de macht

door Wim Kortenoeven

De verkiezingen van 25 januari 2006

Bij de verkiezingen van 25 januari 2006 werden 74 van de 132 zetels in de Palestijnse Wetgevende Raad door Hamas in de wacht gesleept, terwijl vier andere zetels werden gewonnen door aan Hamas gelieerde `onafhankelijke’ kandidaten. De seculiere Fatahbeweging (de belangrijkste fractie binnen de Palestijnse Bevrijdingsbeweging PLO) haalde 45 zetels. De Hamas-overwinning was groot genoeg om zonder coalitiebeslommeringen aanspraak te kunnen maken op regeringsverantwoordelijkheid, maar onvoldoende om staatsrechtelijke veranderingen te kunnen doordrukken, zoals invoering van de islamitische wet (sharia). Daarvoor is een tweederde meerderheid (88 stemmen) in de Wetgevende Raad nodig.

In 2005 had Hamas al de (gefaseerde) gemeenteraadsverkiezingen in de PA-gebieden gewonnen, maar op 25 januari 2006 was het de eerste keer in de geschiedenis dat een door de Westerse democratieën als `terroristisch’ bestempelde organisatie langs democratische weg de hoogste macht in een politieke entiteit had weten te verwerven, zowel in wetgevend (parlementair) als in uitvoerend opzicht (het aanspraak kunnen maken op regeringsbevoegdheid). Daarnaast was de uitslag dusdanig dat er voor Hamas geen noodzaak bestond om een coalitieregering met Fatah te vormen.

Dilemma’s voor de democratieën

De verkiezingsuitslag stelde de internationale gemeenschap, in het bijzonder de democratieën, voor reusachtige ideologische, politieke, praktische en humanitaire dilemma’s. In de eerste plaats hadden zij zelf Hamas als terroristische organisatie bestempeld. In de tweede plaats was de Palestijnse Autoriteit sinds de instelling ervan, in 1994, volledig afhankelijk geworden van Amerikaanse en Europese hulpgelden en projectmatige steun.

De Italiaanse premier Silvio Berlusconi noemde de verkiezingsuitslag `een zeer, zeer, zeer slecht resultaat’ en het Oostenrijkse voorzitterschap van de EU verklaarde: “Er is in het politieke proces geen plaats voor groepen of individuen die geweld prediken. De Europese Unie verzoekt alle facties te ontwapenen, geweld af te zweren en Israëls bestaansrecht te erkennen”.

Het reusachtige dilemma voor de internationale en met name de Europese politiek werd treffend verwoord door de Spaanse Europarlementarier Ignasi Guardians: “Wij kunnen niet aandringen op democratie en vervolgens het resultaat van vrije en eerlijke verkiezingen ontkennen. […] Het is zonneklaar dat de EU nimmer de financiering zal kunnen toestaan van een regime dat de gewapende strijd tegen Israël voortzet”.

Boycot van de Hamas-regering

Onmiddellijk na haar aantreden, op 29 maart 2006, werd de Hamas-regering van Ismael Haniyeh door Israël, de VS, de EU en andere westerse actoren geboycot. De maatregel was onvermijdelijk. Hamas was op de Europese en Amerikaanse terreurlijsten geplaatst en ook op basis van VN-resoluties diende de organisatie te worden geboycot en bestreden. Officiële politieke contacten met de Palestijnen verliepen vanaf dat moment uitsluitend via de machteloze voorzitter van de Palestijnse Autoriteit, Mahmoud Abbas. De geldstroom naar onder de regering ressorterende Palestijnse instituties (waaronder budgettaire steun) werd gestaakt.

De humanitaire en financiële hulp aan de Palestijnse Arabieren werd voortgezet via in de gebieden werkzame NGO’s, het kantoor van Abbas en individuele PA-functionarissen. In juni 2006 werd de omzeiling van de Palestijnse Autoriteit geformaliseerd in het Temporary International Mechanism (TIM). In zijn antwoord van 27 juni 2006 op kamervragen van de SGP schreef minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot hierover:

Minister Ben Bot

“Doel van dit mechanisme is de Palestijnse bevolking direct, dus zonder tussenkomst van de door Hamas geleide Palestijnse regering, te ondersteunen bij het voorzien in de basisbehoeften zodat een humanitaire crisis kan worden voorkomen. Tevens werd afgesproken dat de Europese Commissie het voortouw zou nemen bij bet vormgeven van een dergelijk mechanisme. Het voornemen is het mechanisme op de kortst mogelijke termijn operationeel te laten zijn en na drie maanden te evalueren. De Europese Commissie heeft voorgesteld dat het mechanisme bestaat uit drie loketten; een loket voor de financiering van de voorraden en lopende kosten van essentiële diensten in de Palestijnse gebieden, zoals gezondheidszorg, een voor de betaling van openbare nutsvoorzieningen (gas, water, elektriciteit en brandstof) en ten slotte een loket voor de betaling van uitkeringen aan individuele armlastige Palestijnen. Betalingen uit dit mechanisme zijn gebonden aan stringente internationale controle. Nederland is van oordeel dat het mechanisme op een zodanige wijze moet worden opgezet dat het bijdraagt aan het in stand houden van de elementaire diensten in de Palestijnse gebieden alsmede financiële steun biedt aan Palestijnen die deze cruciale diensten verzorgen. De Nederlandse regering denkt daarbij in eerste instantie aan de gezondheidszorg en het onderwijs en ondersteuning van de armsten in de samenleving. De beschikbare donorgelden moeten ter beschikking komen van die Palestijnse burgers die direct bij het verlenen van diensten in de gekozen sectoren betrokken zijn. Ministerieambtenaren moeten daarom worden uitgesloten van het mechanisme. Veiligheidsfunctionarissen kunnen niet in aanmerking komen voor betalingen”.

De Europese Commissie verwoordde de EU-maatregelen als volgt: “Na de formatie van de door Hamas geleide PA-regering, in maart 2006, heeft de [Europese] Commissie de politieke contacten verbroken en zijn rechtstreekse steun aan die regering voorlopig gestaakt; teneinde financiële belangen van de EU te beschermen. In de tussentijd is de hulpverlening versterkt die gericht is op de nood en de humanitaire behoeften van de Palestijnse bevolking. De Commissie staat klaar om de betrekkingen te herstellen met een regering die de voorwaarden van het Kwartet aanvaardt (geweldloosheid, erkenning van Israëls bestaansrecht, en aanvaarding van eerdere overeenkomsten en verplichtingen, inclusief de Routekaart)”.

President Bush verklaarde op een persconferentie op 29 maart: “Wij steunen het verkiezingsproces, wij steunen democratie, maar dat betekent niet dat wij verplicht zijn om regeringen te steunen die als gevolg van de democratie gekozen worden”.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot betoogde in het mondelinge vragenuur van de Tweede Kamer op 4 april 2006:

“De Europese Unie en Nederland hebben keer op keer duidelijk aangegeven dat het feit dat Hamas verkozen is op democratische wijze, niet betekent dat dit bewind ook noodzakelijkerwijs op democratische wijze zijn normale autoriteit wil uitoefenen. Wij hebben steeds gezegd dat er drie eisen zijn […]. Op de eerste plaats is dat de erkenning van Israël, op de tweede plaats het afzweren van geweld en op de derde plaats het nakomen van verplichtingen en afspraken uit het verleden. Ondanks het feit dat deze wensen keer op keer duidelijk op tafel zijn gelegd, is Hamas niet bereid om op deze drie eisen in te gaan. Dat is ook de reden waarom de Europese Unie en Nederland hebben gezegd dat zij geen betrekkingen willen aangaan met Hamas totdat dit het geval is. Dat betekent concreet dat er wel contact blijft bestaan met president Abbas, die een andere lijn volgt, en ook met de PLO. Het betekent dat deze regering niet financieel zal worden gesteund door Nederland en wat mij betreft ook niet door de Europese Unie. […] Als je vrede wilt bevorderen, zullen de twee partijen toch minstens bereid moeten zijn om met elkaar te spreken. De Hamasregering stelt uitdrukkelijk dat zij de Israëlische regering niet erkent en dat zij daar dus ook niet mee wil spreken. Daardoor wordt het buitengewoon moeilijk om het vredesproces met deze Hamasregering voortgang te doen vinden. Om die reden hebben wij de drie eisen gesteld. Het is heel belangrijk dat wij die blijven herhalen. […]

Wij zullen geen contacten onderhouden met Hamas en dus ook niet met Hamasministers van de nieuwe regering. In de verklaring van de Europese Unie, die later ook door het Kwartet is bevestigd, heeft de Europese Unie duidelijk gemaakt wat haar lijn is, en ik denk niet dat wij op die lijn vooruit lopen. Ik heb alleen datgene bevestigd wat zowel in de Raad als door her Kwartet duidelijk naar voren is gebracht, namelijk dat er geen betrekkingen zullen worden onderhouden met de Hamasregering en de ministers zolang niet duidelijk is dat aan de drie eisen voldaan is. […] Maar als de Hamasregering zich bereid zou verklaren om over bepaalde zaken in onderhandeling te treden met Israël en Israël dit zou aanvaarden, dan zou dat een duidelijk teken zijn dat er van een erkenning sprake is. Je gaat immers alleen op dit niveau onderhandelen als je elkaar in zekere zin erkent. Je kunt de facto erkennen en de jure erkennen. Het kan goed zijn dat dit de facto tot uitdrukking wordt gebracht, net als het ook de facto duidelijk gemaakt kan worden op welke wijze aan de andere twee eisen voldaan wordt. Maar nogmaals: het is heel moeilijk om hierover in abstracto een verhandeling te geven; dit zal in de praktijk moeten blijken.”

In de internationale politiek is het echter vrijwel onmogelijk om de betrekkingen met `schurkenregimes’ duurzaam en volledig te verbreken of uit de weg te gaan. Dat werd in het kamerdebat van op 18 april 2006  ongewild geïllustreerd door het CDA-kamerlid Henk Jan Ormel, een van de felste tegenstanders van het onderhouden van enigerlei contacten met Hamas.  Ormel: “De CDA-fractie vindt dat de aanslag in Tel Aviv afgrijselijk is geweest en dat de reactie van Hamas beschamend was. Wij begrijpen de antwoorden van de minister, maar vragen hem aan de heer Solana, de vertegenwoordiger van de EU, en aan de vertegenwoordigers van het Kwartet te vragen, een zeer krachtig signaal aan Hamas te geven. Wij kunnen dit niet maar zo door laten gaan”.

Ontkenning van de doelstellingen van Hamas

Gezien de onwerkbare situatie was het niet verbazingwekkend dat door de Europese Unie en individuele lidstaten daarvan geprobeerd een ‘constructieve oplossing’ te vinden om de relaties met de Palestijnse Autoriteit op het oude niveau terug te brengen. Voorbeelden daarvan zijn het door Zweden verstrekken van (Schengen)visa aan Hamas-kopstukken en uitspraken die tot doel hadden de doelstellingen van Hamas weg te nuanceren of gewoon te ontkennen. Zo betoogde Javier Solana, Hoge Vertegenwoordiger van het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid van de EU, op 26 oktober 2006 in een interview met de Jerusalem Post dat Hamas niet op de vernietiging van Israël uit zou zijn. Daar werd door Hamas dankbaar op ingehaakt. Minder dan een week later schreef Hamas-functionaris Ahmed Yousef, een adviseur van premier Ismael Haniyeh, in de New York Times dat Hamas bereid zou zijn tot het met Israël sluiten van een hoedna (langdurig bestand) en tot het voeren van onderhandelingen ter oplossing van alle nog onopgeloste kwesties in het Palestijns Israëlisch conflict.

De centrale vraag is echter in hoeverre Hamas daarin geloofwaardig kan zijn. In andere woorden: of de organisatie bereid en in staat is haar zelfverklaarde raison d’ être – de vernietiging van de Joodse staat – openlijk te verloochenen. In her Westen lijkt op dat punt de wens de vader van de gedachte te zijn. Zo stond bijvoorbeeld in bet jaarverslag 2005 van de Nederlandse Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst te lezen: “Voor terroristische organisaties als Hamas en Hezbollah is het afgelopen jaar veel veranderd. Hezbollah trad in Libanon toe tot de regering en nam voor her eerst regeringsverantwoordelijkheid op zich. Door de politieke realiteit gedwongen en gedreven door pragmatisme is ook Hamas gaan deelnemen aan politieke processen. Toch willen beide organisaties hun legitimatie als jihadorganisatie behouden.  De deelname van Hezbollah en Hamas aan politieke processen heeft echter niets met pragmatisme te maken, maar met opportuniteit. Politieke dominantie is voor hen een faciliterende doelstelling, geen door de omstandigheden opgelegd alternatief. En hun politieke activiteiten beperken als zodanig niet ‘hun legitimatie als jihadorganisatie’.

De bestaansgrond van Hamas

De raison d’ être van Hamas, de vernietiging van Israel op basis van religieuze voorschriften, maakt het onmogelijk dat de beweging zich daadwerkelijk duurzaam zou kunnen matigen, laat staan dat zij in onderhandelingen tot een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict zou willen komen. Er bestaat geen gematigde vorm van massamoord en het vernietigen van een staat. En op het moment dat religieuze dogma’s in politieke termen worden vertaald worden die politieke termen eveneens dogma’s. Bijgevolg horen uitspraken als die van Ahmed Yousef thuis in de categorie misleiding. Misleiden ten behoeve van ‘de islamitische zaak’, het principe van al-taqiyeh, wordt door de sjaria overigens goedgekeurd en zelfs aangemoedigd. En in de Koran wordt Allah zelf als de beste der misleiders getypeerd.

Hamas wordt gedreven door fundamentalistische beweegredenen, die zijn gebaseerd op islamistische dogma’s, welke op hun beurt zijn vastgelegd in het handvest van de organisatie. Intrekking of zelfs maar gedeeltelijke wijziging van dat handvest zou betekenen dat de beweging een aantal religieuze opvattingen overboord zet en zichzelf de facto opheft. Compromissen zijn door de stichters van Hamas onmogelijk gemaakt. “Het verlaten van de conflictcirkel met Israël is een daad van hoogverraad; allen die zich daaraan schuldig maken zullen worden vervloekt”.

De Joodse staat wordt door Hamas-functionarissen bovendien stelselmatig gedemoniseerd, hetgeen de morele noodzaak van de confrontatie versterkt. Zo wordt Israël bijvoorbeeld afgeschilderd als een koste wat kost te bestrijden dodelijke ziekte in de islamitische wereld: “Ondanks alle druk zijn de Palestijnen vastberadener geworden in hun strijd; en Hamas zal nooit haar fundamentele strategie opgeven, en dat is het verzet. Wij zullen geen genoegen nemen met iets minder dan de zionistische terugtrekking uit alle bezette gebieden. En, zoals wijlen de imam Khomeini heeft gezegd, ‘Israël is een dodelijke tumor, die wij nimmer als staat zullen accepteren’.” [Met het woord ‘alle’ wordt gedoeld op het volledige grondgebied van de staat Israël, niet alleen op de in 1967 door Israël veroverde gebieden. In de visie van Hamas was de stichting van de Joodse staat, in 1948, onrechtmatig en behoort het volledige gebied tussen de Jordaan en de Middellandse Zee onder islamitisch bewind te komen.]

Wordt vervolgd in Hamas in Gaza: het terrorisme aan de macht [deel 2]