De Britse rol in de totstandkoming van de Joodse staat Israël

De Britse rol in de totstandkoming van de Joodse staat Israël

Wie het heden wil begrijpen moet eerst geschiedenis leren. De huidige verzuurde relatie tussen Groot-Brittannië en Israël zal niemand verwonderen na het lezen van de geschiedenis in een notedop. De relatie tussen Groot-Brittannië en Israël is er altijd een geweest van vallen en opstaan. Tot 1939 was G-B de drijvende kracht achter de oprichting van een Nationaal Tehuis voor het Joodse volk.

britsmandaatMet het Sykes-Picot Akkoord van 16 mei 1916 hadden Frankrijk en Engeland de invloedsferen in het Midden-Oosten onder elkaar verdeeld. Engeland veroverde op het einde van WOI in 1917 Jeruzalem op de Ottomanen (de Turken) en beloofde met de Balfour Verklaring van 2 november 1917 de Joden het recht op een Joodse staat waarvan het gebied zich zou uitstrekken over wat thans Israël en Jordanië heet, inclusief de Westelijke Jordaanoever, de Golanhoogte en de Gazastrook (afbeelding rechts).

Met de Vredesconferentie van San Remo in april 1920 kreeg Groot-Brittannië het recht van de Volkerenbond (opgericht door de vier overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog en de directe voorloper van de huidige Verenigde Naties) om op het door de Britten veroverde gebied het Brits Mandaat Palestina op te richten. De grenzen van het Mandaat werden aanvankelijk ‘open’ gelaten.

Winston Churchill stelde op 17 maart 1921 op de Conferentie van Caïro voor om het Brits Mandaat in twee delen te splitsen langs de Jordaan en de Golf van Akaba: “thus enabling Britain to fulfill its wartime pledges to both the Arabs and the Jews.” Op 16 september 1922 werd door de Britten het mandaatgebied effectief verkleind tot alles wat zich tussen de Jordaanrivier en de Middellandse Zee bevond en werd het oostelijke gedeelte van de Jordaan – zowat 77 procent van het oorspronkelijke Mandaat – van dan af Transjordanië genoemd dat op 1 maart 1946 formeel onafhankelijk zal worden. Volgens Sir Alec Kirkbride, de Britse vertegenwoordiger in het gebied, werd Transjordanië opgericht om: ” … intended to serve as a reserve of land for use in the resettlement of Arabs once the National Home for the Jews in Palestine, which [Britain was] pledged to support, became an accomplished fact. There was no intention at that stage of forming the territory east of the River Jordan into an independent Arab state.

Met Winston Churchill’s White Paper van 1922 leek – ondanks dat de opties op het gebied van het toekomstige Nationaal Joods Tehuis door Churchill aanzienlijk verkleind werden – alles nog relatief de goede richting uit te gaan voor de zionisten: “[..] it is necessary that the existence of a Jewish National Home in Palestine should be internationally guaranteed, and that it should be formally recognized to rest upon ancient historic connection.” maar ook: “… does not want Palestine to become “as Jewish as England is English”, rather should become “a center in which Jewish people as a whole may take, on grounds of religion and race, an interest and a pride.

Groot-Brittannië in de strijd tegen het bestaansrecht van Israël

Vanaf dan begon de Britse sympathie voor de Joden te wankelen en stilaan in het voordeel van de Arabieren te keren. Tijdens de Arabische Opstand tussen 1936 en 1939 deed de Britse Lord Peel nog een verdienstelijke poging door op 17 juli 1937 een concreet plan voor te stellen tot de verdeling van Mandaat Palestina. Echter, Grootmoeftie van Jeruzalem Hajj Amin al-Hoesseini, goede vriend van Adolf Hitler die in de jaren 1930 bewapend werd door de nazi’s en ook enkele moslim Waffen-SS Divisies zal oprichten, verwierp de 2-statenoplossing van de Peel Commissie en verhevigde de strijd. David Ben-Goerion, de eerste premier van Israël, zal later over die gemiste kans zeggen: “Als dit verdeelplan [verwijzend naar het verdeelplan van de Peel Commissie] had worden uitgevoerd, dan zou de geschiedenis van ons volk er helemaal anders hebben uitgezien en zouden er geen zes miljoen Joden in Europa worden vermoord – want de meesten van hen zouden in Israël zijn geweest”. Ook de Palestijnse Arabieren hebben hier een eerste grote kans verspeeld op een eigen soevereine staat, het zou voor hen niet de laatste keer zijn…

In 1920 verleende de Vredesconferentie in San Remo aan G-B het recht om het Mandaat voor Palestina op te richten. Een jaar later besloot G-B het gebied van het Mandaat te verkleinen tot alles wat tussen de Jordaanrivier en de Middellandse Zee lag

Na deze zoveelste diplomatieke mislukking kwamen de Britten op 9 november 1938 [goedgekeurd door het Britse parlement op 24 mei 1939] met het beruchte McDonald White Paper op de proppen, dat de Joodse immigratie naar het Britse Mandaat Palestina aan de vooravond van de Holocaust in Europa strikt aan banden legde. De Britten waren gezwicht onder de enorme druk van de Arabieren en wilden hun (economische en financiële) belangen in de rest van hun kolonies in het M-O veilig stellen. Het Britse koloniale Rijk zal de volgende jaren als een pudding in elkaar zakken en de Joden [in Israël en Europa] werden de dupe van het Britse débâcle in het M-O en een sta in de weg voor een ultieme reddingspoging van hun koloniale belangen.

Vanaf 1939 onderschepten de hardvochtige Britten alle Joodse immigranten, die tussen 1939 en 1945 vanuit heel Europa over land en over zee op de vlucht waren voor de Holocaust, en werden de vluchtelingenschepen in volle zee geënterd door het Britse leger, waarna die Joden door de Britten onverbiddelijk werden geïnterneerd in kampen op het eiland Cyprus en in kampen langsheen de kusten van de Middellandse Zee. De meeste van die gevangen Joden zullen door de Britten pas worden vrijgelaten nà de Onafhankelijkheid van Israël op 14 mei 1948. Zelfs na het einde van WOII zette de Britten hun anti-Joodse campagne verder met wellicht als meest gekende feit het tragische lot van het schip de SS Exodus met ongeveer 4.500 Joodse vluchtelingen aan boord, overlevenden van de Holocaust, dat op 22 juli 1947 werd geënterd door de Britse Marine nabij Haïfa en teruggedreven werd naar Europa. De Joden van Israël en in de Diaspora zullen deze Britse oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid jegens het Joodse volk nooit vergeten noch vergeven…

Echter, de Joden waren niet van plan hun droom op een eigen soevereine staat – zoals die hen beloofd was door Lord Balfour in 1917 – zomaar op te geven en bonden vanaf dan – en vooral tijdens WOII en de jaren tot aan de onafhankelijkheid in 1948 – de strijd aan tegen niet enkel de Arabieren maar ook tegen de Britten met als dramatisch hoogtepunt de aanslag op het King David Hotel door de Joodse ondergrondse op 22 juli 1946 waar het Britse leger haar hoofdkwartier had. Die aanslag werd de rechtstreekse aanleiding tot het einde van het Britse Mandaat Palestina (1920-1948).

Met het Verdeelplan van de Verenigde Naties [VN-Resolutie 181] van november 1947, dat voorzag in de oprichting van een Joodse naast een Arabische staat, werd nog gehoopt op een compromis. Echter, de Arabieren en Palestijnse Arabieren verwierpen Resolutie 181 (alweer een gemiste kans op een soevereine Palestijnse staat, en de 2de keer reeds sinds het verdeelplan van Lord Peel in 1937), zij voerden de strijd op waardoor uiteindelijk de Britten werden genoopt tot de definitieve aftocht uit het Mandaat. Wanneer Jordanië, een Arabische staat die formeel werd opgericht op 24 april 1950 en haar respectievelijke grondgebied aanvankelijk mee tot het aan de Joden toegewezen deel behoorde als hun toekomstig Nationaal Tehuis, kort na de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-1949, de onafhankelijkheid afkondigde en diezelfde dag tegelijkertijd illegaal de Westelijke Jordaanoever annexeerde, werd aldus de facto opnieuw een deel afgenomen van het in 1917 aan de Joden formeel beloofde grondgebied. Het zal niemand nog verbazen dat het andermaal enkel Groot-Brittannië (en haar toenmalige kolonie Pakistan) was dat deze illegale annexatie erkende.

Jordanië zal tot aan de Zesdaagse Oorlog van 1967 de Westelijke Jordaanoever stiefmoederlijk besturen tot het gebied – inclusief Oost-Jeruzalem – werd heroverd door Israël. In feite is het vanaf 1967 dat voor het eerst zal gesproken worden over ‘Palestijnen’, de mythe van het ‘Palestijnse Volk’ werd geboren als de zogenaamde oorspronkelijke bewoners van Israël en de fabel van het ‘recht op terugkeer’ naar Palestina gestalte kreeg. In 1988 schonk Jordanië haar illegaal verworven rechten op de Westelijke Jordaanoever weg aan Yasser Arafat van de PLO. In 1994 sloot Jordanië een Vredesakkoord met Israël, het 2de Arabisch land sinds het Vredesakkoord van 1979 met Egypte, en werd in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever de zogeheten Palestijnse Autoriteit opgericht, een vorm van Palestijns zelfbestuur en een eerste ernstige aanzet naar de stichting van een soevereine Palestijnse staat: de Islamitische Republiek Palestina, Aluha Akhbar! [sic]

Een gedachte over “De Britse rol in de totstandkoming van de Joodse staat Israël

  1. Zo is nog eens duidelijk gemaakt, welke de medestanders van de Germanen waren.

    Exact zoals Philip G Mok altijd stelde: hij noemde Gr. Britannia steevast

    “dat perfide Albion”.

    Like

Reacties zijn gesloten.