Waarom de Palestijnen elk vredesakkoord met Israël afwijzen

In dit artikel legt Benny Begin, zoon van wijlen Menachem Begin, uit waarom de PLO onmogelijk ooit een vredesakkoord kan aangaan met Israël. De toestand is dramatisch maar niet hopeloos. Of zoals Minister Begin op het einde besluit: “De realiteit mag niet kunstmatig worden verfraaid. Het is inderdaad een betreurenswaardige situatie, maar we kunnen niet dulden dat dit ons wanhopig stemt. Zoals het 100 jaar geleden steeds het geval was, wordt de toekomst van ons land niet bepaald door de slechte wil bij het leiderschap van onze buren. Die [toekomst] ligt in onze handen. We hebben dat bewezen.”

Een zoveelste historische kans voor al-Fatah om toe te treden tot het vredesproces ligt voor het grijpen. Maar dan zal er eerst wat moeten veranderen bij al-Fatah zelf. Of een grizzly beer opeens in een braaf konijn kan veranderen, is zeker mogelijk mits wat abracadabra aan te pas komt. We kunnen het eens aan Merlijn de Tovenaar vragen [sic].

Persoonlijk zie ik het nut niet in van een vredesakkoord met Palestijnen alleen – als dat al ooit zou kunnen – wanneer dat akkoord niet kadert in een globaal vredesakkoord met alle landen van de Arabische Liga inclusief Iran. Een vredesakkoord met  enkel en alleen de Palestijnen is mijns inziens ongeloofwaardig en gaat een onzekere toekomst tegemoet, net zolang andere omringende landen zoals Iran, Libanon en Syrië, nog steeds aansturen op de feitelijke vernietiging van de Israëlische staat en de verdrijving van de Joden uit het Midden-Oosten.

Echter, vier belangrijke signalen die Mahmoud Abbas (al-Fatah/Judea & Samaria) en Khaled Mesjaal (Hamas/Gaza) aan Israël en aan het Kwartet zouden kunnen geven en aldus een interessante stap kunnen zetten naar zinvolle vredesonderhandelingen, die uiteindelijk kunnen leiden naar een duurzame en stabiele vrede met het Joodse volk van Israël en die tegelijk ook de rode draad is in het onderstaande opiniestuk van Benny Begin:

  • Van zodra al-Fatah van Mahmoud Abbas het bestaansrecht van Israël als staat van het Joodse volk zal erkennen, kan het vredesproces beginnen;
  • Van zodra Abbas niet meer voor een landkaart poseert voor de internationale pers waarop de naam Israël vervangen werd door de naam “Palestina” (afbeelding rechts), kan het vredesproces beginnen;
  • Van zodra al-Fatah van Abbas bepaalde passages uit haar Handvest schrapt die expliciet oproepen tot de vernietiging van Israël, kan het vredesproces beginnen;
  • Van zodra Abbas van al-Fatah de gewapende strijd en het terrorisme afwijst als enig middel om het conflict met Israël op te lossen, kan het vredesproces beginnen.

Wat kunnen we nog meer prijsgeven?

door Benny Begin

“Tot op vandaag kan ik niet begrijpen waarom het Palestijnse leiderschap niet akkoord gingen met het verregaande voorstel zonder precedent dat ik ze aanbood”, zegde de voormalige premier Ehud Olmert in een interview met The Washington Post op 17 juli 2009. “Het zou de moeite waard zijn om de redenen te onderzoeken waarom de Palestijnen mijn aanbod afwezen en de voorkeur gaven om schoorvoetend echte beslissingen uit de weg te gaan,” voegde hij eraan toe.

De voornaamste elementen van het voorstel van Olmert, zoals ze worden begrepen door Mahmoud Abbas (Abu Mazen) zijn: aanvaarding van het beginsel van het “recht op terugkeer” van de Palestijns-Arabische vluchtelingen en hervestiging van duizenden van hen in Israël; terugtrekking van Israël uit 98 procent van het grondgebied van Judea, Samaria en Gaza, en land te ruilen voor de resterende twee procent (Washington Post, 29.5.09). Daarnaast deed Olmert het voorstel voor een “veilige passage” tussen Gaza en Judea, de aanvaarding van het oostelijk deel van Jeruzalem als de hoofdstad van de Palestijnse staat en afstand te doen van de soevereiniteit van Israël op de Tempelberg, de Olijfberg en de Stad van David, terwijl voorstellen werden gedaan voor een gezamenlijk beheer van deze gebieden door Saoedi-Arabië, Jordanië, de PLO, de Verenigde Staten en Israël (The Australian, 27.11.09).

Benny Begin

Wat dit betekent is dat op het einde van 2008 Mahmoud Abbas een concreet voorstel afwees voor de oprichting van een staat in geheel Samaria, Judea en Gaza, met de hoofdstad in Jeruzalem. De mislukking van de recente onderhandelingen, na het mislukken van de vorige ronde van de onderhandelingen in 2000, vraagt om een verklaring.

Als een eerste poging om de recente mislukking uit te leggen, werd gesuggereerd, voornamelijk in Israël, dat de te late aard van het aanbod en de zwakte van de regering-Olmert op het moment dat het aanbod werd gedaan, de aanleiding was dat de PLO het aanbod verwierp. De PLO-leiders hebben echter op geen enkel moment het gezag van de minister-president om met hen te onderhandelen in vraag gesteld, net zoals zij ook niet het gezag van Ehud Barak in 2000 in vraag stelden nadat hij zijn parlementaire meerderheid in de Knesset was verspeeld. De PLO-leiders opperden een meer inhoudelijke uitleg voor de meest recente mislukking.

Saeb Erekat beweerde dat de kwestie Jeruzalem onopgelost was gebleven (Al Jazeera, 27.3.09; vertalingen vanuit het Arabisch werden door het MEMRI – Middle East Media Research Institute op hun website gepubliceerd). Hij beweerde later dat het probleem de weigering van Israël was om toe te geven aan de eis van de PLO voor soevereiniteit over het gehele gebied tot aan de 1967 – grenzen nog voordat een gedetailleerde afbakening van de grens was bereikt (Al Dustour, 25.6.09) Onlangs, verklaarde Mahmoud Abbas dat het struikelblok draaide om het aantal vluchtelingen dat zou kunnen terugkeren naar Israël (Al-Hayat Al-Jadida, 10.11.09). Maar van al deze disputen, is de meest nauwkeurige en grondige uitleg voor het mislukken van de onderhandelingen te vinden in de eenvoudige woorden van Abbas: “De verschillen waren groot” (The Washington Post, 29.5.09). Uiteraard om die verschillen kleiner te maken na alle concessies die Israël had aangeboden, eiste de PLO nog meer.

Dit betekent dat de verklaring voor de afwijzing van Israël’s verregaande voorstellen heel wat dieper zit en te vinden zit in de trouw van de PLO-leiding aan de traditionele, extremistische standpunten van de beweging. Hoewel wordt betoogd dat deze posities niet meer geldig zouden zijn, werden ze in feite onlangs bevestigd door de Zesde Fatah-conferentie in Bethlehem, bijeengeroepen op 4 augustus 2009.

Resoluties van de Fatah Conferentie

De belangrijkste ideologische resolutie van de conferentie luidt: “De doelstellingen, beginselen en methoden, zoals ze neergeschreven werden in het eerste hoofdstuk van het Handvest van Al-Fatah (1964), zijn de fundamentele uitgangspunten van onze beweging en maken deel uit van de ideologische en politieke identiteit van onze mensen.” Het Handvest zoals ze werd geplaatst op de officiële Fatah-website, zegt in Hoofdstuk 1, artikel 19: “Gewapende strijd is een strategie, geen tactiek. De gewapende revolutie van het Arabische Palestijnse volk is een cruciaal element in de strijd om de bevrijding en voor de eliminatie van de zionistische aanwezigheid. Deze strijd zal niet stoppen totdat de zionistische entiteit wordt geëlimineerd en Palestina is bevrijd.” [Armed struggle is a strategy and not a tactic, and the Palestinian Arab People’s armed revolution is a decisive factor in the liberation fight and in uprooting the Zionist existence, and this struggle will not cease unless the Zionist state is demolished and Palestine is completely liberated.]

De praktische vertaling van deze verklaring wordt weerspiegeld in de resolutie van de conferentie over het probleem van de vluchtelingen: “Er moeten inspanningen worden gedaan om het recht op terugkeer en recht op schadeloosstelling voor de vluchtelingen uit te voeren, ze hebben tevens recht op herstel van hun eigendom. Evenzo moet het vluchtelingenprobleem [worden afgehandeld] op voor iedereen gelijk wijze, zonder onderscheid op basis van locatie van de vluchtelingen, met inbegrip van de vluchtelingen binnen de gebieden van 1948 [Israël pre-1967].” Vóór de conferentie verklaarde Saeb Erekat dat “er schadeloosstelling is voor elk onderdeel: niet enkel recht op terugkeer of schadeloosstelling, maar én de terugkeer én schadeloosstelling.” (Al Dustour, 25.6.09).

plologo
Logo van de PLO. Zoals elke andere Palestijnse terreurorganisatie claimt ook de PLO het ganse grondgebied van Israël zoals blijkt uit het kaartje

De suggestie in sommige kringen, dat de PLO het “recht op terugkeer” uiteindelijk wel zal opgeven, maar dat zij dit pas op het allerlaatste moment [van de onderhandelingen] zou aankondigen, wordt niet ondersteund door de feiten op de grond: dat ‘allerlaatste moment’ is al twee keer gepasseerd – namelijk in 2000 en in 2008.

Dit ondubbelzinnige standpunt ten aanzien van het “recht van terugkeer” is goed vastgemaakt aan een andere resolutie van de Fatah-conferentie: “Er moet een absolute oppositie bestaan, waarvan niet kan worden afgeweken, tegen de erkenning van Israël als een ‘Joodse staat’, ter bescherming van de rechten van de vluchtelingen en de rechten van onze mensen aan de andere kant van de Groene Lijn [dwz, Arabische burgers van Israël].”

Deze verklaring is een directe echo van de aankondigingen die Fatah-leiders enkele maanden terug aflegden voorafgaand aan de conferentie. Ahmed Qureia (Abu Ala) zei: “Het is niet eerlijk om te eisen dat we [Israël] erkennen als de staat van het Joodse volk, want dat betekent de eventuele evacuatie van de Arabieren uit Israël en het vooraf bepalen van het lot van de vluchtelingen in de toekomst, nog vooraleer de onderhandelingen ten einde zijn. Onze weigering is vastbesloten.” (Haaretz, 26.5.09). Abbas verklaarde dat de PLO Israël weigert te erkennen als een Joodse staat, omdat dit gevolgd zou worden door een grootschalige hervestiging van vluchtelingen in Israël. (Washington Post, 29.5.09).

Echter, de oorzaak van de tegenstand binnen al-Fatah om Israël te erkennen als Joodse staat zit veel dieper dan dat. Het komt voort uit de herbevestiging van de term “zionistische entiteit”, die volgens hen luidt dat de ideologie van de beweging nog steeds gebaseerd is op de bewering dat het Jodendom geen nationaliteit is, maar enkel een religie, die geen recht heeft op een soevereine staat. Vandaar dat de erkenning van Israël als een volksstaat van het Joodse volk in tegenspraak is met de diepgewortelde ideologie van Fatah, zoals door Saeb Erekat vóór het begin van de Zesde Fatah Conferentie werd uitgelegd: “Wie u vraagt om de Joodse staat te erkennen vraagt u om een formulier in te vullen om aansluiting te verzoeken bij de Zionistische beweging. Deze beweging verdedigt [het idee] van religie als nationaliteit.” (al Dustour, 25.6.09).

Vandaar dat we een solide ideologie zien: “De bevrijding van Palestina” zal komen in de nasleep van de terugkeer van de vluchtelingen naar Israël gevolgd door de “eliminatie van de zionistische aanwezigheid”, met als gevolg dat geen enkele beslissing die in tegenspraak kan zijn met dit plan, zoals de aanvaarding van Israël als “Joodse staat”, kan worden toegestaan. Of een dergelijk plan op realistische wijze kan worden geïmplementeerd in de nabije toekomst is niet belangrijk. Deze houding is vooral gericht op de activisten binnen de beweging om hen politiek alert te houden met een duidelijk begrip van het gemeenschappelijke doel. De ervaring leert dat de resoluties en verklaringen van de leiders van al-Fatah ernstig moeten worden genomen, en de wedijver tussen al-Fatah (Westelijke Jordaanoever) en Hamas (Gaza) om de gunst en ondersteuning van de publieke opinie, de druk op het politieke beleid van al-Fatah verhoogt waardoor de inzet toeneemt.

In augustus 2009, in een poging om haar imago te verbeteren, zou al-Fatah hebben kunnen afzien van elke discussie over haar Handvest, of zou het hebben aangepast aan de huidige politieke omstandigheden door het schrappen van een aantal de extreme delen. Echter, door hun voorkeur te geven aan een flagrante herbevestiging van het Handvest, heeft de conferentie het belang aangetoond dat de afgevaardigden toekennen aan het vasthouden aan hun oorspronkelijke doel. Abbas, die onlangs met zijn ontslag dreigde, heeft niet geprobeerd om te voorkomen dat de extremistische resoluties door de conferentie aanvaard werden door middel van een soortgelijke bedreiging en heeft er ook geen voorbehoud kenbaar over gemaakt.

Arafat en Barak dribbelen aan de deur van Clinton in Camp David over wie het eerst zal binnengaan
Arafat en Barak dribbelen aan de deur van Clinton in Camp David over wie het eerst zal binnengaan, het lot van miljoenen mensen lag even in de handen van dit 'kwajongens'-trio...

We kunnen er bijgevolg van uitgaan dat het geactualiseerde platform van Fatah inderdaad de onmogelijke voorwaarden herbevestigt van al-Fatah voor een overeenkomst met Israël. Fatah gaat niet echt akkoord met een “twee-staten-oplossing” en ziet ook niet het beeld voor zich van een onafhankelijke staat binnen de grenzen van 1967 als haar uiteindelijke doel.

Dit verklaart ook de reeks van gebeurtenissen sinds 1993: de Fatah-leiding heeft voortdurend de Oslo-akkoorden hevig geschonden, heeft gefaald om in 2000 tot een overeenkomst met Israël te komen, ondanks de verregaande concessies die door premier Barak werden aangeboden [zie De blunder van Arafat], en wees ook in september 2008 de voorstellen af van premier Olmert.

Dit verklaart ook het feit dat, toen in 2008 de Israëlische delegatie de PLO-delegatie vroeg of in een definitieve overeenkomst met Israël, een artikel zou worden opgenomen waarbij het einde van het conflict werd vastgelegd en een einde zou worden gemaakt aan verdere eisen in de toekomst, het antwoord negatief was.

Door steeds af te zien van het bereiken van een akkoord met Israël heeft dit schijnbaar ook de zaak van de PLO gediend, zoals door Saeb Erekat werd verwoord:

“[Sommigen vragen ons] tot waar de onderhandelingen met de Israëlische zijde ons tot op heden hebben gebracht. In het begin zeiden [de Israëli’s] dat we [enkel het recht] zouden hebben om onze eigen scholen en hospitalen te beheren. Daarna stelden ze ons voor om ons 66 procent [van de bezette gebieden] terug te geven. [Tijdens de onderhandelingen] in Camp David boden ze ons 90 procent aan, en [recent] boden ze ons 100 procent aan. Dus waarom zouden we ons haasten, na al de onrechtvaardigheid waaronder we hebben geleden? Die overeenkomst zou trouwens niet stabiel zijn, tenzij ze gebaseerd is op internationale wetten en rechtvaardigheid.” (Al-Dustour, 25.6.09).

Diegenen die aandringen bij Israël om een akkoord te bereiken met de PLO van ‘nu’, moeten maar eens uitleggen welke voorstellen ze willen doen wanneer de onderhandelingen worden hervat en – zoals de PLO eist – precies worden aangevat vanaf het punt waar [Ehud Olmert] in september 2008 was toegekomen. Er is geen enkele aanwijzing dat de PLO verder is geëvolueerd dan een jaar geleden en het is dus duidelijk dat in deze situatie de PLO opnieuw extra eisen zal stellen. Degenen die ons aanporren, moeten eens voorstellen doen welke toegevingen nog van Israël worden verwacht? Ik heb nog geen antwoord gehoord op deze vraag, behalve wat gegrom dat “we het maar moeten proberen.” Zolang Fatah niet fundamenteel haar platform verandert, zal geen enkele zionistische factie in Israël worden gevonden die in staat is om tot een definitieve status-overeenkomst te komen.

De realiteit mag niet kunstmatig worden verfraaid. Het is inderdaad een betreurenswaardige situatie, maar we kunnen niet dulden dat dit ons wanhopig stemt. Zoals het 100 jaar geleden steeds het geval was, wordt de toekomst van ons land niet bepaald door de slechte wil bij het leiderschap van onze buren. Die [toekomst] ligt in onze handen. We hebben dat bewezen.

Bron: Haaretz : What else can we concede? door Ze’ev ‘Benny’ Begin van 13 december 2009; Ze`ev Binyamin Begin (Likoedpartij) is is de zoon van oud-premier Menachem Begin en thans Minister zonder portefeuille in de regering van premier Benjamin Netanjahoe (Likoed)