Grote Leugens deel 5: De nederzettingen en het Vredesproces

David_MeirLeviDavid Meir-Levi heeft een tekst geschreven die het geheugen herstelt van de feiten die de kern vormen van het conflict in het Midden-Oosten. Deze feiten zijn van cruciaal belang, niet alleen om de geschiedenis te restaureren die door de politiek werd verduisterd, maar om een volk te helpen overleven dat leeft in de schaduw van haar eigen vernietiging. Iedereen die geïnteresseerd is in rechtvaardigheid moet deze tekst hebben gelezen.

Door Brabosh werd deze omvangrijke tekst (toch voor een weblog) vertaald en in vijf delen gepubliceerd als:

Grote Leugens deel 5: De nederzettingen en het Vredesproces

BIG LIES 4. The Settlements – Part 2

door David Meir-Levi

De impact van de nederzettingen op de Arabische bevolking

De impact van de Israëlische nederzettingen (met uitzondering van de wilde nederzettingen) is bijna precies is het tegenovergestelde dan wat de Arabische propaganda beweert.

Het is belangrijk op te merken dat tussen 1967 tot 1992, de bevolking en de economie van de Westelijke Jordaanoever aanzienlijk groeide. De levensstandaard van de Palestijnen, evenals het gemiddelde inkomen per inwoner, steeg bijna exponentieel. Dit was gedeeltelijk te wijten aan het Israëlische “Marshallplan”, dat de infrastructuur uitbreidde, de wegen en de watertoevoer moderniseerde alsmede elektriciteit en riolering, en 20ste eeuwse medische zorg beschikbaar maakte. Telefoon-en radio-technologie werden opgewaardeerd tot 20ste eeuwse niveaus. Economische vooruitgang is ook deels te danken aan de integratie van de Palestijnse beroepsbevolking in de Israëlische economie door de aanstelling van honderdduizenden Palestijnen in een grote verscheidenheid van Israëlische bedrijven en agrarische ondernemingen.

'Jong geleerd is oud gedaan'

De groei van het toerisme op de hele Westelijke Jordaanoever werd een verdere impuls voor de economie in het gebied. De bevolking van de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook werd tussen 1967 tot 1994 meer dan verdrievoudigd, van een Arabische bevolking van ongeveer 950.000 in 1967 groeide zij naar meer dan 3.000.000 in 1994. Zeven universiteiten, waarvan sommigen gedeeltelijk gesponsord werden door Joodse donoren en door de Israëlische regering, ontstonden in de plaats waar voordien slechts drie opleidingsinstituten voor onderwijzers hadden bestaan.

In plaats van de Palestijnse bevolking te verjagen heeft de Israëlische soevereiniteit op de Westelijke Jordaanoever substantiële groei en verbetering gestimuleerd. Er werd op gewezen dat bij de oprichting van één van de eerste 4 type nederzettingen, de gebieden [rond die nederzettingen] die tot dan toe onbewoond waren gebleven, onweerstaanbare aantrekkingspolen werden voor Palestijnse winkels die agrarische goederen en huisnijverheid verhandelden aan de Israëli’s. Later volgden Palestijnse huizen de winkels.

Bovendien, tijdens de decennia die na 1967 kwamen, waren er helemaal geen wegblokkades, afgrendelingen of uitgaansverboden (behalve dan tijdens die zeldzame gelegenheden waarbij de Israëlische militaire of centrale inlichtingendiensten van de aanwezigheid van terroristen hadden vernomen in een specifiek dorp of stad). Arabieren afkomstig uit de Westelijke Jordaanoever en uit de Gazastrook gingen gewoon winkelen in Tel Aviv en Joden winkelden op hun beurt gewoon in Oost-Jeruzalem en Ramallah.

Het is pas sinds 1994, toen 96% van de Palestijnen die in Israël woonden, onder de autonome en onafhankelijke controle kwamen van de Palestijnse Nationale Autoriteit, dat de economieën op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook zijn beginnen mank lopen en dat het leven van de Palestijnen verwoest werd door het despotische en terroristische beleid van de Autoriteit. Het BNI (bruto nationaal inkomen) op de Westelijke Jordaanoever bedroeg in 2003 nauwelijks een tiende van wat het was in 1992. Als directe oorzaak van de terreuroorlog [tegen Israël] door Yasser Arafat, werd Israël gedwongen om onpopulaire en extreem overdreven strenge maatregelen op te leggen om aldus de terroristische aanslagen te stoppen en de levens van haar burgers te beschermen.

Het Israëlische bypass-systeem op de wegen om terreuraanslagen te counteren: rechts de oude weg, links de alternatieve 'veilige' route

Het is ook belangrijk op te merken dat de zogenaamde ‘apartheidswegen’ niet bestonden vóór 1994 toen Arafat naar de macht klom, noch zijn zij apartheid. In de tientallen jaren die volgden nà 1967, gebruikten Israëli’s en Arabieren dezelfde wegen, waarvan velen als hoofdstraten liepen dwars doorheen de centra van steden en dorpen op de Westelijke Jordaanoever, die miljoenen toeristendollars opleverden voor de Arabische handelaren uit die tot dan sterk verpauperde kleine stadjes.

Het is pas nàdat Arafat zijn terreur oorlog begon en de Israëli’s erachter kwamen dat, doorheen Arabische steden te rijden, zij zichzelf in acuut levensgevaar brachten, dat Israël de opdracht gaf voor de aanleg van ‘alleen voor Israëli’s’ -wegen (en dus niét ‘alleen voor Joden’). In plaats van repressieve maatregelen te nemen tegen Arabische overtreders, die Israëlische automobilisten (zowel Joodse als christelijke en islamitische) vermoordden of verwondden, besloot de regering in plaats van, het zogeheten bypass-systeem te creëren, (afb. rechts) zodat de Israëli’s toch de bestemmingen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook konden bereiken zonder zich te moeten bloot stellen aan terroristische aanvallen en aanslagen.

Kortom, totdat Arafat met zijn terreuroorlog begon, was de groei van de Israëlische bevolking op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook en de uitbreiding van de Israëlische dorpen en steden in deze gebieden, economisch zeer gunstig voor de Arabische bevolking op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, die niet leidden tot een significant verlies van Arabische gebieden in particuliere handen, de mogelijkheid bood om via het gerecht in beroep te gaan in die zeldzame gevallen van oneerlijke onteigening en die tegelijk vergezeld ging van een veel, veel grotere toename van de Arabische bevolking en de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza.

De rol van de nederzettingen in het vredesproces

De rol van de nederzettingen in de context van het huidige conflict en in de omstreden kwestie van de toepassing van de “Road Map” tijdens toekomstige vredesonderhandelingen, is misschien wel de meest complexe en moeilijkste te behandelen kwestie. Omdat de Arabische propaganda zo effectief heeft gewerkt heeft dit voor gevolg dat haast axiomatisch geldt dat de nederzettingen [zouden] zijn:

a) Illegaal

b) Een symptoom van de bedoeling van Israël om Palestijnse land te veroveren en dus inherent een obstakel vormen voor de vrede

c) Een voorbode zijn van de permanente bezetting door Israël van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook waardoor een territoriaal compromis onmogelijk wordt

d) Het signaal van Israëls inherente duidelijke onwil om te onderhandelen over een rechtvaardige vrede

Vandaar dat het bijzonder nuttig kan zijn om deze Arabische opvattingen van wat naderbij te bekijken om te zien in hoeverre ze overeenstemmen met de historische werkelijkheid.

Zijn de nederzettingen illegaal? We hebben reeds gezien dat dit niet het geval is.

Zijn de nederzettingen een obstakel voor de vrede? Van 1949 tot 1967 bestonden er geen nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. Evenmin was er vrede. De Arabische strijdlust houdt geen verband met de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. De ‘nederzettingen’ waartegen de Arabieren in die tijd bezwaar tegen maakten waren de Israëlische steden Tel Aviv, Haifa, Hadera, Afula, enz.

In juni 1967, onmiddellijk na de Zesdaagse Oorlog, en voordat er van enige Israëlische nederzetting op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook sprake was, legde Israël haar dramatisch vredesinitiatief voor, aan zowel de Verenigde Naties als in sub rosa gesprekken met Jordanië. Dit initiatief werd door alle Arabische staten en de PLO [Palestijnse Bevrijdings Organisatie] verworpen tijdens de Conferentie van Khartoem in augustus-september 1967. Het obstakel voor vrede was het bestaan van Israël en niet de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, want die waren er toen [nog] niet.

In 1979, als onderdeel van het akkoord met Egypte, werden de Israëlische nederzettingen in de Sinaïwoestijn geëvacueerd. In het kader van een vredesverdrag kunnen nederzettingen verhandelbaar zijn, kunnen worden en werden zij ook daadwerkelijk ontmanteld.

In 1979, als onderdeel van het akkoord met Egypte, bevroor Israël de uitbreiding van nederzettingen [in de Sinaï] voor drie maanden, als aanmoediging voor Jordanië om deel te nemen aan de vredesonderhandelingen tussen Israël en Egypte. Jordanië heeft dat geweigerd. De bevriezing van de nederzettingen was geen stimulans voor een vreedzame interactie. Arafat (die het toen erg druk had met het creëren van een terroristische staat in Zuid-Libanon) werd naar Egypte uitgenodigd om zich aan te sluiten bij de vredesbesprekingen, en deze bevriezing van de nederzettingen was eveneens bedoeld om zijn deelname aan het vredesproces aan te moedigen. Arafat weigerde. Het bestaan van de nederzettingen in de Sinaï was geen belemmering voor de vredesakkoorden tussen Israël en Egypte en de bevriezing van de nederzettingen heeft noch Jordanië noch de PLO van Arafat ervan kunnen overtuigen om zich aan te sluiten bij de vredesakkoorden.

In 1994 ondertekende Jordanië een vredesverdrag met Israël, terwijl de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de in Gazastrook in omvang en in aantal bleven toenemen. Het bestaan en de uitbreiding van de nederzettingen heeft op geen enkele wijze de vredesonderhandelingen met Jordanië beïnvloed.

Maken de nederzettingen een territoriaal compromis onmogelijk? De akkoorden zoals ze werden besproken in Madrid, Wye, Oslo en Taba kwamen allemaal uit op de erkenning dat de nederzettingen (enkele, sommige, vele, waarschijnlijk niet allemaal) zullen worden ontmanteld in het kader van een vredesakkoord. Deze akkoorden werden besproken, terwijl nederzettingen werden uitgebreid. Nederzettingen hebben toen de onderhandelingen niet belemmerd.

Momenteel leven er ongeveer 250.000 Joden in een totaal van 144 gemeenschappen verspreid op de Westelijke Jordaanoever en tot augustus 2005 ook in de Gazastrook [tot zij manu militari ontruimd werden op bevel van Ariel Sharon om ruimte te maken voor nieuwe vredesonderhandelingen met de PLO]. 80% van die nederzettingen konden worden ingesloten binnen de grenzen van Israël in 1967, mits zeer kleine correcties van de grenzen van de zogeheten ‘groene lijn’ [= de grenzen die na de Wapenstilstand van 1949 ontstonden na het einde van de Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-1949].

Een deel van het aanbod van Barak aan Arafat in 2000 was de uitwisseling van land zodat de Palestijnen zouden gecompenseerd worden voor het verlies van grondgebied van een klein aantal nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever die niet zouden ontmanteld worden, door de overdracht van Israëlisch grondgebied aan de Palestijnse Nationale Autoriteit dat zich bevond binnen de pre-1967 grenzen. Dit aanbod was een aanvulling van het reeds op tafel liggende Israëlische aanbod om ongeveer 95% van alle omstreden land op de Westelijke Jordaanoever en 100% van het grondgebied in Gaza [waar tot augustus 2005 nog nederzettingen bestonden in Gush Katif] onder de controle van de Palestijnse Autoriteit zou komen in ruil voor vrede. Arafat verwierp dit aanbod, tot grote verbazing en ergernis van president Clinton.

Houdt de schending door Israël van de internationale akkoorden in dat door de bouw van de nederzettingen Israël onwillig is om te onderhandelen over een rechtvaardige vrede? Met betrekking tot het Verdrag van Genève en Resolutie 242 van de Verenigde Naties, hebben we gezien dat de nederzettingen geen schendingen vormen van het internationaal recht. Vandaar dat dit argument een smoes is.

De Camp David akkoorden vroegen een moratorium op de nederzettingen voor de duur van 3 maanden. Eerste-minister Menahem Begin heeft zich daar aan gehouden.

De Oslo-akkoorden spreken niet over nederzettingen. Hier werd stilzwijgend en informeel overeengekomen dat een moratorium op de nederzettingen één van 16 ‘vertrouwenwekkende maatregelen’ zou zijn die Israël en de Palestijnse Autoriteit zouden ondernemen. De bepaling over het niet wijzigen van de “status” van de gebieden verwijst naar het akkoord dat geen van beide partijen eenzijdig de gebieden zou annexeren (of ze tot een onafhankelijke staat zouden verklaren). Geconfronteerd met de flagrante, openlijke, en provocerende schendingen van elk van de Oslo-akkoorden door de Palestijnse Nationale Autoriteit en dat vrijwel onmiddellijk na de ondertekening, voelde de regering van premier Netanjahoe zich niet verplicht om de stilzwijgende informele overeenkomst te handhaven. Doordat de Palestijnse Nationale Autoriteit geen vertrouwen opbouwde door een einde te maken aan de terreuraanslagen (dat hadden ze in feite achter zich gelaten), waarom zou Israël er dan in toestemmen om haar veiligheid en positie ter discussie stellen tijdens toekomstige onderhandelingen?

Hoewel Israël in totaal 144 nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook heeft gebouwd, werden er tezelfdertijd meer dan 260 nieuwe Palestijnse nederzettingen gebouwd. Deze dienen als bewijs van de bloei van de economie op de Westelijke Jordaanoever en de groei van de Palestijnse bevolking onder Israëlische controle (1967-1994), in tegenstelling tot de Arabische beschuldigingen dat Israël genocide pleegde en de economie van de Westelijke Jordaanoever kreupel maakte. Met welke logica zou iemand suggereren dat deze Palestijnse nederzettingen niets minder dan een bedreiging zouden vormen voor de onderhandelingen of een verandering van de status van de gebieden zijn dan de Israëlische?

Kortom: Alle nederzettingen – behalve dan de wilde nederzettingen [de zgn. outposts of voorposten] zijn legaal. Hun groei en expansie hebben in aanzienlijke mate bijgedragen tot de economische verbetering op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. Alhoewel er toen geen nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook waren, werden er toch geen territoriale compromissen of vredesakkoorden bereikt. Later werden er toch territoriale compromissen en vredesakkoorden gemaakt, ondanks het bestaan van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. Israëlische nederzettingen zijn niet in strijd met internationale akkoorden. Daarom is het irrationeel om te suggereren dat het bestaan van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook een obstakel voor de vrede vormen. Het is eerder de onwil van de Palestijnse Nationale Autoriteit om de Arabische terreurgroepen onder controle te brengen, om te stoppen met het aanzetten tot haat en om eerlijk te onderhandelen, dat elk compromis onmogelijk maakt.

Wat omtrent eenzijdige terugtrekking?

Een deel van het opzet met het creëren van “uvdot bashetakh” (feiten op het terrein) was het creëren van ‘onderhandelingstroeven’ voor toekomstige onderhandelingen. Dat zijn enkel die onderwerpen waarover Israël wil onderhandelen. Het is duidelijk wat Netanjahoe en Barak in gedachten hadden toen ze de uitbreiding van de nederzettingen aanmoedigden, volgend op de schendingen door Arafat van de Oslo-akkoorden. Er is geen rationele rechtvaardiging voor een eenzijdige inperking van de bevolkingsgroei als de andere partij de staat van oorlog onderhoudt, ondanks het akkoord bepaalde het geweld te beperken.

Voor de veiligheid [van Israël] is het noodzakelijk dat het Alon Plan en de militair gerechtvaardigde nederzettingen nog steeds bestaan; vooral in het licht van de sterke toename van terreur activiteiten, die openlijk gesponsord worden door Hamas en ten minste 9 andere groepen die terreur zaaien in Israël. Bovendien zijn deze behoeften ontstaan in het licht van de vele terroristische facties en de Arabische landen die weigeren om gelijk om het even welk vredesakkoord met Israël te willen overwegen, die nog steeds Jodenhaat prediken in de media en in het onderwijs en die tot op vandaag blijven doorgaan met de doelstellingen van Hamas en andere terreurgroepen te verbreiden van de totale vernietiging van Israël. De nederzettingen en de aanwezigheid van het Israëlische leger in de belangrijkste clusters met een Arabische bevolking op de Westelijke Jordaanoever, verminderen aanzienlijk het vermogen van de terreurgroepen om succesvolle aanvallen te lanceren. Eenzijdige terugtrekking betekent een stimulans voor de terreurgroepen dat enkel oorlog door terreur lonend is [zie ter illustratie de grafiek hieronder wat er gebeurde na de eenzijdige terugtrekking uit de Gazastrook, die door Hamas werd geïnterpreteerd als een militaire overwinning op Israël met de onmiddellijke escalatie van het geweld als gevolg].

Toelichting bij de grafiek: In augustus 2005 werden de Joodse nederzettingen [Gush Katif] ontmanteld in de Gazastrook. De grafiek toont een opvallende stijging van raketbeschietingen door Hamas vanuit de Gazastrook sinds de terugtrekking uit dat gebied, met 2008 als hoogste piek. Hierdoor werd Israël eind 2008 gedwongen, wilde het haar burgers nog beschermen, om haar leger in te zetten – het Gaza conflict – en een einde aan die terreur te maken. Wat slechts ten dele is gelukt. Sinds het einde van het conflict op 18 januari 2009 zijn de raketbeschietingen gewoon blijven doorgaan en werden er tot op heden – december 2009 – bijna evenveel raketten afgevuurd op Israël als in het jaar 2004.[bron]

Elke eenzijdige ontmanteling van de nederzettingen wordt meer dan waarschijnlijk door de Palestijnse Nationale Autoriteit en terroristisch leiderschap geïnterpreteerd als een overwinning voor het terrorisme. Dit is in feite precies wat er gebeurd is na het besluit van premier Ariel Sharon om eenzijdig de Joodse nederzettingen te ontmantelen in de Gazastrook en op het noordelijke deel van de Westelijke Jordaanoever. Terroristische woordvoerders verheugden zich zichtbaar in het schijnbare succes van hun terreur activiteit, waarvan zij beweren dat dit de werkelijke motivatie was voor het besluit van Sharon, terwijl de officiële Palestijnse woordvoerders suggereren dat de eenzijdige terugtrekking uit de Gazastrook gewoon een zoveelste andere Israëlische misleiding was. Volgens hun logica, in plaats van hierin een echte toegeving te zien aan de Palestijnse vraag naar nationale zelfbeschikking, is de eenzijdige terugtrekking daadwerkelijk gericht op aandacht van de wereld en de Palestijnse leiders af te leiden, zodat Sharon zijn greep kon versterken op de Westelijke Jordaanoever en door kon gaan met de uitbreiding van de Joodse nederzettingen aldaar.

Na Oslo, heeft Netanjahoe elke gedachte aan een bouwstop van de nederzettingen uit zijn hoofd gezet, omdat de Palestijnse Nationale Autoriteit duidelijk had gemaakt dat het Oslo zou blijven negeren en de voorkeur gaf aan een beleid van niet aflatende terreur. Sommigen geloven dat zijn doel gedeeltelijk lag in het scheppen van meer nederzettingen om Arafat aldus een duidelijk signaal te zenden: “Als u uw anti-Oslo gedrag blijft voortzetten, zal u met uw Palestijnse staat uitkomen op een gebied dat waarschijnlijk steeds kleiner en kleiner zal zijn.” Klinkt logisch, vooral omdat een militaire respons gerechtvaardigd kan zijn geweest, maar die wereldwijd verontwaardiging zou hebben veroorzaakt. Het werkte niet, hoewel een aantal Palestijnse intellectuelen en politieke leiders (met name vooral Elyas Freij, burgemeester van Bethlehem, geciteerd in de Washington Post in 1991) in het openbaar gepleit hebben voor onderhandelingen omdat de groei van de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever duidelijk maakte dat ‘de tijd thans in het voordeel van Israël werkt’.

Arafat via zijn gsm vanuit zijn belegerd HQ in Ramallah op 14 april 2002 aan de VN en de VS: 'Help ons Israël te vernietigen!'

Het werkte niet, waarschijnlijk omdat Arafat nooit van plan is geweest te onderhandelen. Hij heeft altijd getracht om zijn eeuwige droom van de definitieve oplossing in vervulling te brengen met name van de totale vernietiging van Israël. In zijn 90-minuten durende toespraak via zijn mobiele telefoon op het Libanese radiostation van de PLO van 14 april 2002 (vanuit zijn slaapkamer op zijn hoofdkwartier in Ramallah, dat Israël omsingeld hield en gedeeltelijk vernietigd had tijdens Operation Defensive Shield), schetste hij zijn strategie. Met de hulp van de andere Arabische staten, met het succes van Arabische propaganda wilde hij de legitimiteit van Israël in de ogen van de wereld zodanig verzwakken dat de VN-troepen geleidelijk aan zouden worden ingezet om de Palestijnen bij te staan en samen in een toekomstige strijd Israël zouden vernietigen en met de Verenigde Staten – als Israëls vriend in nood – moreel en politiek in de problemen zouden komen om Israël nog langer hulp te bieden aan wat dan gedefinieerd zou zijn als een schurkenstaat natie, en legers terroristen en hun bondgenoten gebruik maken van de Westelijke Jordaanoever als een lanceerplatform voor de grote finale Jihad tegen Israël. De bedoeling van Arafat zoals verwoord werd in die toespraak, werd bevestigd door de Israëlische ontdekking en vernietiging van een groot netwerk in wapenhandel dat sinds 2001 honderden tonnen van illegale wapens en munitie verhandelde, meest recentelijk de 50 ton wapens op het schip de Karine A, alsmede de opbrengsten via de smokkeltunnels van de Sinaï naar de Gazastrook. Zolang deze opbouw van terreur mag blijven voortbestaan, zal dit uiteindelijk het welzijn compromitteren van de gehele vrije wereld zoals wij die kennen.

Er is geen rationele rechtvaardiging om een eenzijdig compromis te sluiten terwijl de andere partij vasthoudt aan de staat van oorlog. Eenzijdige terugtrekking vergroot de slagvaardigheid van de terroristen en dat oorlog door terreur wordt beloond. In het licht van de niet aflatende inzet van terreurgroepen en de regelmatige publieke verklaringen van Mahmoud Abbas waarin hij zich lovend uitlaat over de terreurgroepen, hun slachtoffers martelaren noemt en zweren om nooit geweld te gebruiken tegen hen, is het irrationeel om te suggereren dat verdere Israëlische concessies bij de Palestijnen een bereidheid zal genereren om er iets tegenover te stellen. In feite is precies het tegenovergestelde gebeurd. De mislukking van Camp David II was grotendeels het gevolg van de strategie van Arafat om Barak’s voorstellen in te pakken, geen wezenlijke toegevingen te doen als tegenprestatie, om dan vervolgens nog hogere eisen te stellen aan Barak (zie Dennis Ross, The Missing Peace, 2005).

In augustus 2005 heeft Israël zich eenzijdig teruggetrokken uit de Gaza-strook en alle Israëlische nederzettingen in het gebied verwijderd samen met alle 8.500 Joodse kolonisten. Bovendien heeft Israël een aantal nederzettingen in het noorden op de Westelijke Jordaanoever ontmanteld. Israël had een historische concessie zonder voorgaande gedaan in een poging om een snelle opstart van het vredesproces te forceren door de Palestijnen te tonen dat zij in alle ernst bereid waren om te onderhandelen over land voor vrede. Toch was er geen geen enkele beweging te bespeuren bij geen enkele Palestijnse leider om iets terug te doen. In plaats daarvan verklaarden de terroristische leiders op de Arabische tv, radio en kranten met zijn allen, dat de terugtrekking een grote overwinning was voor het Arabische terrorisme, en dat de terreur aanslagen zodanig moeten escaleren dat Israël zou kunnen worden vernietigd en heel Palestina wordt ‘bevrijd’. Met andere woorden: het probleem was niet de nederzettingen want die werden ontmanteld. Het probleem is het bestaan van de Joden in het land tussen de Jordaan en de zee en de niet aflatende inzet van de Arabische terroristische leiders om de vernietiging van Israël te bewerken en genocide te plegen op haar bevolking.

Conclusie

De meest bekende recente aflevering [tot 2005, premier Olmert zal een gelijkaardig aanbod doen in 2008] van de afwijzing van de oprichting van een levensvatbare aaneengesloten Palestijnse staat en de resolutie van het vluchtelingen probleem was in het jaar 2000, toen Arafat, de voorzitter van de Palestijnse Autoriteit, het meest genereuze aanbod aanbod ooit van president Clinton had afgewezen en de aanzet gaf tot een wrede intifada tegen Israël. Op dat ogenblik had de Israëlische premier Barak, hopende om een einde te maken aan het aanslepende conflict met de Arabieren, het aanbod aanvaard, ondanks het feit dat hij Israël zou gedwongen hebben om verregaande uiterst pijnlijke concessies te doen.

De meeste Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook zijn legaal en zijn niet in strijd met internationale wetten of relevante VN-resoluties. De meesten hebben niets te maken met diefstal van Palestijns land. De nederzettingsbeweging heeft enorme voordelen opgeleverd voor de Arabieren in die gebieden en een verdrievoudiging gevoed van de Arabische bevolking en een torenhoge economie op de Westelijke Jordaanoever veroorzaakt – tot in 1994, wanneer Arafat de controle van het gebied voor zich kreeg. Nederzettingen vormen geen struikelblokken voor vrede of belemmeringen voor vredesonderhandelingen. Ze kunnen worden, en zijn dat ook geweest, ontmanteld worden in het kader van onderhandelingen met een eerlijke partner die echt vrede wenst. Concessies over nederzettingen mogen alleen worden gedaan in het kader van onderhandelingen, die kunnen beginnen pas nadat het Palestijnse leiderschap het geweld stopt en de terreur oorlog eindigt, een einde maakte aan het prediken van haat, het aanzetten tot haat en het aanleren van haat die de Palestijnse samenleving heeft doordrongen sinds 1994.

Nu dat Israël – pijnlijk en unilateraal – afstand heeft gedaan van alle nederzettingen in de Gazastrook en in het noordelijke deel van de Westelijke Jordaanoever, zal het nog gemakkelijker zijn voor de Palestijnen om aan te tonen of zij van plan zijn om verder te gaan in de richting van vrede. Hun optreden is tot nu toe niet erg veelbelovend.

Er is geen probleem met betrekking tot de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever dat niet eervol zou kunnen opgelost worden tot wederzijdse tevredenheid aan de onderhandelingstafel tussen eerlijke vredespartners die onderhandelen te goeder trouw. De kwestie van de overige nederzettingen is een zaak voor de definitieve status van de uitkomst op het einde van de onderhandelingen.

Het simpele feit is dat van geen enkele soevereine ooit kan verwacht worden het anders te doen.

David Meir-Levi, oktober 2005

Bron: Free Republic.com: BIG LIES: Demolishing The Myths of the Propaganda War Against Israel door David Meir-Levi met een voorwoord van David Horowitz; een publicatie van het Center for the Study of Popular Culture; Los Angeles, Californië (VS) 7 oktober 2005; website: Students For Academic Freedom; dit 5de en laatste deel werd vrij bewerkt en vertaald door Brabosh op 13 december 2009

 

Een gedachte over “Grote Leugens deel 5: De nederzettingen en het Vredesproces

Reacties zijn gesloten.