Geschiedenisles aan de Universiteit van Gaza: Benjamin Franklin waarschuwde voor de Joden

Dat de Palestijnen het in Gaza (en op de Westelijke Jordaanoever) niet zo nauw nemen met de geschiedenis is algemeen bekend. Dat anti-zionisme en antisemitisme in het Midden-Oosten algemeen aanvaarde synoniemen zijn voor elkaar, zoals je een kat een poes heet en andersom, was ook al langer bekend. Dat zij oude gekende vervalste documenten onbeschaamd opnemen in hun anti-Israël discours weten we ook al lang, vooral sinds Hamas in haar Handvest van 1988 openlijk verwijst naar de Protocollen van de Wijzen van Zion. Nieuw voor mij, en wellicht ook voor de vele lezers van deze blog, is de Benjamin Franklin Profetie die mede in het lessenpakket geschiedenis zit vervat aan de Universiteit van Gaza. De Amerikaan Benjamin Franklin is één van de Founding Fathers van de stichting van de Verenigde Staten en wellicht het bekendst als medeopsteller van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring uit 1776.

Onvervalst antisemitisme verborgen achter het masker van anti-Zionisme / protestbetoging Barcelona 10 januari 2009

De fabel doet nog steeds de ronde in neonazi middens en de laatste decennia ook bij de Israëlbashers in het Midden-Oosten dat Franklin een toespraak zou gehouden hebben waarin hij waarschuwde voor de Joden, als luiaarden belust op wereldmacht en de absoute controle over de Verenigde Staten nastreven. Franklin zou ondermeer dit gezegd hebben over de Joden:

“For over 1700 hundred years, the Jews have been bewailing their sad fate in that they have been exiled from their homeland, as they call Palestine. But, gentlemen, did the world give it to them in fee simple, they would at once find some reason for not returning. Why? Because they are vampires, and vampires do not live on vampires. They cannot live only amongst themselves. They must subsist on Christians and other people not of their race.”

De vermeende haatspeech van Benjamin Franklin is een vervalsing die ik verder in de tekst toelicht.

Hoe Dr. Ibrahim Al-Sinwar geschiedenis ‘doceert’ in Gaza

Echter, zoals reeds gezegd, liggen ze in Gaza niet wakker van al dan niet vervalste documenten. De tekst van de vermeende toespraak circuleert doorheen het ganse Midden-Oosten, naast Hitlers Mein Kampf en de Protocollen van de Wijzen van Zion die als zoete broodjes op de marktkraampjes worden aangeprezen en verkocht, van Caïro tot in Bagdad en Teheran en… waarom dus ook niet aan de Universiteit van Gaza. Het volgende is een transcriptie van een interview met Dr. Ibrahim Al-Sinwar, een docent aan de Universiteit van Gaza in Islamitische Geschiedenis. Al-Sinwar is hier de ‘historicus’ van dienst en zijn interview werd uitgezonden op 31 juli 2009 op Al-Aqsa TV.

In die lezing heeft ‘historicus’ Al-Anwar het over de periode dat de Joden in ballingschap leefden en de Israëlieten (althans toch volgens de Bijbel in Exodus 1:8-12) door de Egyptenaren werden ingezet bij de bouw van de voorraadsteden Pithom en Raämses, korte tijd later gevolgd door het gekende Bijbelse verhaal van Mozes die het Joodse volk naar Het Beloofde Land zal leiden. De bijbel gebruiken als historisch referentiekader getuigt op zich al  niet erg van gezond verstand om daarmee een wetenschappelijk betoog te onderbouwen.  Maar los van dat is Al-Anwar echter niet op zoek naar gedegen historisch feitenmateriaal, maar misbruikt dit soort evangelische historiosofie van de Bijbel – voor de Joden de Thora, hun heiligste boek dat de vijf boeken van Mozes bevat – om de Joden te kwetsen en te slaan waar hij maar kan met als enige doel het latent aanwezige antisemitisme bij zijn studenten en kijkerspubliek te voeden en de Jodenhaat in de hoogste versnelling te duwen én te houden. Wat later citeert hij dan uit de vermeende toespraak van Benjamin Franklin en ja, dan is wat ons betreft zijn geloofwaardigheid helemaal zoek. Wie de geschiedenis bestudeert en gebruikt om eigen theorieën te bewijzen, eerder dan op zoek te gaan naar de waarheid, is niet goed bezig. Het gebrek aan kennis van de geschiedenis opvullen met een valse geschiedenis is een misdaad.

Dr. Ibrahim Al-Sinwar, 31 juli 2009 op Al-Aqsa-TV:

Voor de originele beelden, in het Arabisch gesproken en Engels ondertiteld klik hier

Dr. Ibrahim Al-Sinwar, docent en 'historicus' aan de Gazaanse Universiteit

“De bewering dat degenen die Pithom en Raamses gebouwd hebben, vervolgd werden is een leugen. De archeologische vondsten hebben bewezen dat ze rechten en voorrechten genoten, en dat hen op geen enkel ogenblik onrecht werd aangedaan. Daarom is al dat gepraat over vervolging onjuist. Dat zijn leugens van de Joden, die ze gebruiken als excuus om niet te moeten werken en anderen enkel tot last zijn. Het is een deel van hun psychologische make-up gedurende hun lange geschiedenis. Ze willen niet werken. Ze willen dat de mensen voor hen werken en zij [de Joden] de opbrengsten opstrijken.

In de moderne tijd heeft Benjamin Franklin, een Amerikaanse filosoof, een sterke waarschuwing gegeven aan de Amerikaanse regering in haar eerste dagen, over de aanwezigheid van Joden in de Verenigde Staten. Hij sprak tot hen: “Als de Joden in de VS blijven, zullen zij binnen 100 jaar – of ten laatse 200 jaar – de controle hebben over alle economische middelen van het land.” Dan zal de Jood in staat zijn om, gezeten in de schaduw van een fruitboom in zijn tuin, met de voeten omhoog genietend van een kopje koffie, wachtend op de Amerikanen die in de loop van de avond naar hem komen en hem de winsten van de dag afdragen die oorspronkelijk aan hen toebehoorden. Zij zullen de werknemers zijn geworden van de Joden.

Ik wil niet ingaan op alle details – waarvan sommige onjuist zijn, want dat land is niet het land van de Amerikanen, die zelf indringers en bezetters zijn – maar ik wil de waarschuwing over de mentaliteit van de Joden benadrukken gedurende hun lange geschiedenis. Dit is de mentaliteit van mensen die graag hebben dat anderen voor hen werken en hen met rijkdom overladen zonder dat het hen de minste inspanning kost. Het is daarom, toen zij werden gedwongen te werken in Pithom en Raamses, met het maken van bakstenen voor de twee steden, dat zij dit zien als vervolging. Dit is niet waar. Het was slechts constructiewerk, een actieve rol spelend in de maatschappij waarin ze leefden – en een samenleving die het recht had hen te dwingen deze werkzaamheden uit te voeren.”

De Franklin Profetie, geschiedenis van een vervalsing

Benjamin Franklin (1706-1790)

De frauduleuze aard van de Profetie – en het feit dat antisemitisme vreemd was aan het gedrag van Franklin – werd ingrijpend gedocumenteerd door vooraanstaande historici. De Amerikaanse historicus Charles A. Beard (1874-1948) schreef hierover: “Ik kan geen enkele originele bron vinden die de minste rechtvaardiging levert om aan te nemen dat de profetie niets meer is dan een onbeschaamde vervalsing. Geen woord heb ik ontdekt in de brieven en papieren van Franklin van het uiten van dergelijke gevoelens tegen de Joden zoals die worden toegeschreven aan hem door de nazi’s – zowel door Amerikaanse als Duitse nazi’s. Zijn bekende vrijzinnigheid op het gebied van religieuze zaken zou dit soort uitspraken die hem in de mond worden gelegd door deze tastbare vervalsing, compleet hebben uitgesloten van dit soort uitingen… In zijn geschriften over immigratie, heeft Franklin nooit melding gemaakt van discriminatie tegen Joden.”

Beard merkte ook op dat de formulering van de gestelde Profetie nooit uit de 18de eeuw kan stammen noch het specifieke taalgebruik is van Franklin. Het bevat bepaalde woorden die behoren tot het hedendaags taalgebruik – ten tijde van nazi-Duitsland – in plaats van Amerika in de periode van Franklin. Zo werd het woord ‘heimat’ (vaderland) nooit door de Joden gebruikt die leefden in de tijd van Franklin. Dat woord is ontstaan in het begin van het zionisme en werd gecreëerd in verband met het Britse Mandaat Palestina. Beard leverde ook een ‘positief bewijs’ met name dat Franklin veel respect en bewondering koesterde voor de Joden. Zo maakt hij bijvoorbeeld melding dat wanneer de Hebreeuwse Gemeenschap van Philadelphia gelden tracht in te zamelen voor de bouw van een synagoge in Philadelphia, Benjamin Franklin de petitie ondertekende die ‘burgers van gelijk welke religie’ opriep om bij te dragen en doneerde hij prompt 5 ponden uit eigen zak in de kassa van het bouwfonds.

J. Henry Smythe Jr, samensteller van The Amazing Benjamin Franklin, heeft de Franklin’s Profetie als ‘een vervalsing’ bestempeld, eraan toevoegend dat het “smaad is aan het Joodse ras, onrechtvaardig voor zowel de Joden als voor de naam en faam van Benjamin Franklin. Ik heb deze calamiteit onderzocht en geen historische basis gevonden.” Julian P. Boyd, bibliothecaris van de Historische Vereniging van Pennsylvania, kwam tot eenzelfde evaluatie en John Clyde Oswald van de International Society Benjamin Franklin merkte op dat “het proces van de opstelling van het Constitutioneel Verdrag van 1787 geheim was. Geen enkel officieel verslag werd erover bijgehouden, maar veel informatie werd verzameld en gereconstrueerd, waardoor een redelijk goed beeld ontstaat van de gebeurtenissen. Franklin was toen 81 jaar oud en verkeerde in slechte gezondheid. Hij nam actief deel aan de procedure maar maakte zijn bijdragen aan de beraadslagingen niet mondeling over maar via handgeschreven nota’s, die hij overhandigde aan zijn vriend James Wilson, een ander lid van de Philadelphia delegatie, die bij hem zat en hem het verdrag voorlas. Ze zijn bewaard gebleven en de collectie wordt verondersteld volledig te zijn … “

Carl Van Doren (1885-1950), die in 1939 de prestigieuze Pulitzer prijs in de wacht sleepte met zijn biografie over Benjamin Franklin (1938), maakte dit verslag:

De speech tegen de Joden die aan Benjamin Franklin werd toegeschreven – een van de Founding Fathers en medeopsteller van het grondwettelijk verdrag van 1787 – die hij zou afgelegd hebben, is een vervalsing die geproduceerd werd in de afgelopen vijf jaar [1933-38]. De vervalser, wie hij ook mag zijn, beweert dat de toespraak werd neer geschreven door Charles Pinckney van Zuid-Carolina en bewaard wordt in zijn Journaal. De vervalser wist waarschijnlijk, uit een brief gericht aan John Quincy Adams gedateerd op 30 december 1818, dat Pinckney had gezegd dat hij een dagboek bijhield van de procedure van het verdrag. Maar dit dagboek, als het al ooit heeft bestaan, werd nooit gevonden. De vervalser beweert dat Pinckney zijn dagboek ‘gepubliceerd’ heeft bestemd ‘voor particuliere distributie onder zijn vrienden’ onder de titel ‘Chit-Chat Around the Table During Intermissions.’ Geen enkele kopie van een dergelijke gedrukt dagboek is ooit aan het licht komen. Niet tevreden met deze twee beweringen, heeft de vervalser verder beweerd dat het originele manuscript van de toespraak van Franklin, blijkbaar afkomstig uit Pinckney’s dagboek, in het Franklin Instituut in Philadelphia wordt bewaard. Het Franklin Instituut echter beschikt niet over dergelijk manuscript.

De autoriteit van de vervalser voor zijn document is bijna net zo mythisch als men zich maar kan inbeelden. Hij citeert een manuscript dat niet bestaat, refereert naar een gedrukt boek of brochure dat niemand ooit heeft gezien en een dagboek dat meer dan honderd jaar spoorloos is. Er bestaat geen enkel bewijs van de geringste waarde dat Franklin ooit de vermeende toespraak heeft gebracht of ooit iets gezegd of gedacht van die aard over de Joden.

Bronnen: Israel in de media: Interview Palestijnse ‘historicus’: Joden zijn profiteurs en uit op wereldmacht van 21 november 2009; Memri-TV: Palestinian Historian Dr. Ibrahim Al-Sinwar van 6 november 2009 en de transcriptie van de toespraak op de Palestijnse TV van 31 juli 2009; Christelijk Informatie Platform (CIP): Historicus: luie Joden legden werk in Egypte uit als slavernij van 21 januari 2010; ADL:The Franklin “Prophecy” Documenting a Fraud; Benjamin Franklin Warned Against the Jews; Bible History.net: Historical Evidence for Moses en Pahraoh