De communistische wortels van de Palestijnse terreur [deel 2]


Gaza, 18 augustus 2005. Eén van de zovele rivaliserende Palestijnse terreurgroepen, deze keer een communistische met Marxistisch-Leninistische allures. Het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina [arab.: al-Jabha al-Dimuqratiyah / DFLP] paradeert door de straten van Gaza City om de terugtrekking te vieren van Israël uit Gaza, een “overwinning” waar ze niks voor hebben moeten doen.

In de Verenigde Naties, op universitaire campussen, en onder een groeiend aantal van onze meest prestigieuze westerse kranten, werd de geschiedenis zo grondig herschreven dat Israël wordt gezien als de slechtste van de onderdrukkende Westerse bezetters in de Derde Wereld. Zo succesvol is hun campagne geweest dat Palestijnse spinmeisters en hun apologeten effectief verklaarden dat de Israëli’s, een volk dat leeft in de schaduw van de holocaust, echte ‘nazi’s’ zijn. Hoe kon dit gebeuren? Hoe is het onaanvaardbare antisemitisme erin geslaagd zich om te turnen in een verdedigbaar anti-Zionisme en verfoeilijke Jodenhaat om te zetten in een politiek correcte Israël-haat?

historyIn zijn boek History Upside Down, gaat historicus David Meir-Levi op zoek naar de ideologische DNA-sporen achter het Palestijnse nationalisme en haar belachelijke “alternatieve” verhalen. Hij onthult hoe het nazi-fascisme voedsel gaf aan de Jodenhaat in de Arabische wereld en de intellectuele structuur daar rond en hoe het Sovjet-communisme haar genocidale bedoelingen maskeerde met de mantel van de zogeheten ‘nationale bevrijding’.

Meir-Levi onderzoekt de mythen die de hoekstenen vormen van deze beweging – mythen die decennialang de aanhoudende terreur en volkerenmoord rationaliseren en hun ambities verheerlijken, met als resultaat dat zij de geschiedenis van het Midden-Oosten verdraaien, haar ondersteboven en binnenstebuiten hebben gekeerd, waardoor het slachtoffer tot de agressor werd gemaakt en de agressor het slachtoffer.

History Upside-Down is de eerste golf in een tegenaanval tegen deze Arabische oorlog op de geschiedenis. Zij verwerpt het idee dat de fundamentele situatie in het Midden-Oosten veranderd is, sinds de Verenigde Naties eerst de Joodse staat hebben gesticht en een Palestijnse staat die ernaast zou hebben gestaan. Spijtig genoeg bewijzen de argumenten van Meir-Levi dat de situatie in het Midden-Oosten nu is wat ze was tijdens de islamitische invasie in de zevende eeuw: de haat van de Arabieren jegens de Joden.

De volgende tekst is een hoofdstuk uit het boek van David Meir-Levi: History Upside Down: The Roots of Palestinian Fascism and the Myth of Israeli Aggression (‘Geschiedenis op zijn kop. De wortels van het Palestijnse fascisme en de Mythe van de Israëlische agressie’). Het Terrorism Awareness Project drukte eerder de geschiedenis van de invloed van extreemrechts op het Islamitische extremisme in het boek: The Nazi Roots of Palestinian Nationalism and Islamic Jihad (‘De naziwortels van het Palestijnse nationalisme en Islamitische Jihad’). Samen genomen (met zijn volledige boek) tonen deze hoofdstukken aan dat het islamofascisme een politieke strijd is – en dus niet enkel een religieuze – en de krachtige en dodelijke nakomelingen zijn van de totalitaire ideologieën uit het verleden.

Omwille van de omvang, wordt dit dossier door Brabosh in 2 delen gebracht, zoals gewoonlijk vrij vertaald en bewerkt: [deel 1] en [deel 2]

De communistische wortels van de Palestijnse terreur – deel 2

door David Meir-Levi

De PLO ontdekt de ‘Nationale Bevrijdingsoorlogen’

Reeds in 1964 had Arafat Khalil Ibrahim al-Wazir, beter gekend onder zijn oorlogsnaam Abu Jihad al-Wazir (= ‘Vader van de Strijd’, de latere leider van de militaire operaties van de PLO), naar Noord-Vietnam gezonden om de strategie en tactiek van de guerrilla-oorlogvoering te studeren, zoals die gevoerd werd door Ho Chi Minh. Op dat ogenblik vertaalde Fatah ook de geschriften van de Noord-Vietnamese generaal Nguyen Giap, evenals de werken van Mao en Che Guevara in het Arabisch.

Abu_Jihad_al-Wazir
Abu Jihad al Wazir

Arafat was in het bijzonder getroffen door het succes van Ho Chi Minh in het mobiliseren van linkse sympathisanten in Europa en de Verenigde Staten, waar activisten op de Amerikaanse campussen enthousiast de lijn van Noord-Vietnamese agenten volgden, erin slaagde om de Vietnamoorlog van een communistische aanval op het zuiden te veranderen in een strijd voor nationale bevrijding. Ho’s meester strateeg, generaal Vo Nguyen Giap, maakte Arafat en zijn luitenants duidelijk dat wilden zij slagen, het ook voor hen noodzakelijk was om de voorwaarden van hun strijd te herdefiniëren. Het advies van generaal Giap was tegelijk eenvoudig maar ten gronde: de PLO moest leren werken op een manier die haar werkelijke doelen verborg, via het toestaan van de strategische misleiding en aldus de schijn van gematigdheid ophouden: “Hou op met het praten over de vernietiging van Israël en verander in plaats daarvan uw terreuroorlog in een strijd voor de mensenrechten. Dan zal het Amerikaanse volk uit je hand eten.”

Op hetzelfde moment dat hij het advies kreeg van generaal Giap, werd Arafat ook begeleid door Mohammed Yazid, die minister voor informatie was geweest in twee Algerijnse regeringen in oorlogstijd (1958-1962): “Veeg het argument van tafel dat Israël een kleine staat is waarvan haar bestaan wordt bedreigd door de Arabische staten, of reduceer het Palestijnse probleem naar een vluchtelingenprobleem; presenteer in plaats daarvan de Palestijnse strijd als een bevrijdingsstrijd zoals de anderen dat doen. Veeg de indruk uit dat in de strijd tussen de Palestijnen en de zionisten, de zionist de verliezer is. Nu is het de Arabier die onderdrukt en geslachtofferd wordt in zijn bestaan, omdat hij niet alleen met de Zionisten wordt geconfronteerd, maar ook met het wereld imperialisme.”

Om er zeker van te zijn dat zij dit advies zouden opvolgen, legde de KGB Arafat en zijn adjudanten in de handen van een meester in de propaganda: Nicolai Ceausescu, voorzitter-voor-leven van Roemenië. Voor de komende jaren, werd Arafat regelmatig begeleid door Ceausescu en gaf hem lessen over hoe het advies van Giap, Yazid, en anderen die onder de Sovjet-invloed stonden, moest worden geïmplementeerd. Arafat persoonlijke ‘coach‘, Ion Mihai Pacepa, het hoofd van de Roemeense militaire inlichtingendienst, moest hard werken aan zijn soms erg onhandelbare protégé. Pacepa legde later een aantal sessies vast waarin Arafat woedend uitvoer tegen de bevelen van Ceausescu dat de PLO zich moet presenteren als een revolutionair volksleger dat streed tegen onrecht en voor de bevrijding van de onderdrukten: Arafat wilde alleen maar Israël vernietigen. Geleidelijk aan begonnen de lessen van Ceausescu’s machiavellistische staatsmanschap door te dringen. Tijdens zijn vroege jaren in Libanon, had Arafat propaganda tactieken ontwikkeld die het hem mogelijk maakten het beeld te creëren van een ontworteld volk dat onderdrukt werd door een koloniale macht. Deze gedaantewisseling zou hem in het Westen de komende decennia nog goed van pas komen…

zwarteseptember
München, 5 september 1972. Gijzelingsactie op de Olympische Spelen. De terreurgroep 'Zwarte September', mede-opgericht door Arafat in september 1971 in Damaskus, vermoordde 11 Israëlische atleten

Hoewel Arafat in die periode een pionier was in het gebruik van vliegtuigkapingen en een golf van navolgers veroorzaakte die het luchtruim terroriseerden, ontdekte hij dat zelfs de zwakste en meest transparante excuses, voor de westerse media voldoende waren om hem vrij te pleiten en de oorzaak bij Israël te leggen voor haar represaille- of preventieve aanvallen, en zijn vasthoudendheid te aanvaarden dat hij een staatsman was die geen controle had over de terroristen die hij in feite zelf orkestreerde.

Maar terwijl Arafat uiteindelijk de lessen absorbeerde en toepaste die hij had gekregen van zijn Roemeense en Noord-Vietnamese gastheren en coaches, zoals Pacepa beschrijft in zijn boek Red Horizons, stelden de Russen nog steeds zijn betrouwbaarheid in vraag. Aldus werd met de hulp van Pacepa, een hoogst gespecialiseerde ‘verzekeringspolis’ gemaakt. Gebruik makend van de goede diensten van de Roemeense ambassadeur in Egypte, legden zij in het geheim Arafat ’s nachtelijke homoseksuele affaires op tape vast, meestal met zijn lijfwachten en met ongelukkige minderjarige weesjongetjes die hem door Ceausescu werden geleverd als onderdeel van de “Roemeense gastvrijheid.” Met de videobanden van een vraatzuchtige pedofiele Arafat in hun kluis, en bekend met de traditionele houding tegenover homoseksualiteit in de islam, oordeelde de KGB dat Arafat voortaan een betrouwbare troef voor het Kremlin zou blijven.

Of de homoseksualiteit van Arafat nu al dan niet de sleutel was van de controle van de Sovjets over hem, is het duidelijk dat in de vroege jaren 1970 de PLO de rangen had vervoegd van andere socialistische anti-koloniale ‘bevrijdings-’ bewegingen, zowel op cultureel als op politiek gebied en de terreuroorlog omboog naar een ‘volksoorlog’, vergelijkbaar met die van de andere marxistisch-leninistische terroristische guerrillabewegingen in China, Cuba en Vietnam. Dankzij de inbreng van Ceausescu, generaal Giap en de Algerijnen, zag Arafat geleidelijk aan de wijsheid in dat hij zijn scheldpartijen over ‘het gooien van de Joden in de zee’ beter kon laten vallen, en in plaats daarvan ontwikkelde hij het beeld van ‘illegale bezetting’ en ‘Palestijnse nationale zelfbeschikking ‘, die beiden zijn terrorisme bedekten met de mantel van een legitiem ‘volksverzet’. Natuurlijk ontbrak er nog een belangrijk ingrediënt in deze fantasierijke gedaanteverandering van de strijd: Er heeft nooit zoiets bestaan als een ‘Palestijns volk’, of een ‘Palestijnse natie’, of een soevereine staat bekend als ‘Palestina’.

De creatie van ‘Palestina’

De term Palestina (in het Arabisch) is een oude naam voor de algemene geografische regio die min of meer het huidige Israël beslaat. De naam is afgeleid van het volk van de Filistijnen, die afkomstig zijn uit het oostelijke Middellandse-Zeegebied en de regio binnenvielen in de elfde en twaalfde eeuw voor Christus. De Filistijnen waren blijkbaar afkomstig uit Griekenland, of misschien Kreta, of de Egeïsche Eilanden, of Ionia. Ze lijken te zijn gerelateerd aan de Grieken uit de Bronstijd en ze spraken een taal die verwant is met het Myceense Grieks.

Hun afstammelingen woonden nog steeds aan de oevers van de Middellandse Zee toen de Roemeinse veroveraars duizend jaar later toekwamen. De Romeinen verbasterden de naam tot “Paelestina” en het kustgebied onder de soevereiniteit van stadstaten werd bekend als “Philistia.” Zeshonderd jaar later noemden de Arabische bezetters de regio “Falastin.”

Gedurende de latere geschiedenis, verwees de naam slechts naar een vage geografische entiteit. Er was nooit een natie ‘Palestina’ en er was nooit een volk bekend als de ‘Palestijnen’, en bestaat er geen enkele notie van een ‘historisch Palestina’. De regio heeft nooit genoten van een soevereine autonomie, maar bleef onder het gezag van opeenvolgende buitenlandse soevereine gebieden, van de Umayyaden en Abbasiden tot aan de Fatimiden, van de Ottomanen tot aan de Britten.

greater_syria_plan
De ambities van de Syrische president Assad: Groot-Syrië, met de Golanhoogte als springplank

Tijdens de periode van het Britse Mandaat (1922-1948), gaven de Arabieren van het gebied hun eigen naam aan de regio: Balad esh-Sham (het land, of de provincie van Damascus). In het begin van 1947, toen de Verenigde Naties de mogelijkheid verkenden om het Britse Mandaat Palestina op te delen in twee aparte staten, een voor de Joden en een voor de Arabieren, protesteerden verschillende Arabische politieke en academische woordvoerders luidkeels tegen een dergelijke splitsing, omdat ze betoogden dat de regio echt deel uitmaakte van het zuiden van Syrië. Omdat er nooit een volk van ‘Palestijnen’ had bestaan, zou Syrië onrecht worden aangedaan door ex nihilo (uit het niets) een staat op te richten ten koste van het soevereine Syrische grondgebied.

Gedurende de negentien jaar tussen de overwinning van Israël in 1948 en de overwinning van Israël tijdens de Zesdaagse oorlog, was alles wat overbleef van het grondgebied, dat in eerste instantie was bestemd voor de Arabieren van het Britse Mandaat Palestina onder de voorwaarden van het Verdeelplan van de Verenigde Naties [resolutie 181], de Westelijke Jordaanoever onder illegale Jordaanse soevereiniteit, en de Gazastrook onder illegale Egyptische heerschappij. Nooit is er tijdens deze negentien jaren een Arabische leider opgestaan die overal in de wereld pleitte voor het recht op nationale zelfbeschikking voor de Arabieren die in deze illegaal bezette gebieden woonden. Zelfs Yasser Arafat, vanaf zijn vroegste terroristische dagen tot 1967, gebruikte de term ‘Palestijnen’ alleen maar om te verwijzen naar de Arabieren die leefden onder of de Israëlische soevereiniteit waren ontvlucht en de aanduiding ‘Palestina’ verwees enkel naar Israël binnen de grenzen van voor 1967.

In de oorspronkelijke oprichtingsakte of Handvest van de PLO uit 1964 bepaalt Artikel 24 dat: “Deze Organisatie (de PLO) oefent geen regionale soevereiniteit uit over de Westelijke Jordaanoever in het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, noch in de Gazastrook of het Himmah gebied.” [‘This Organization (the PLO) does not exercise any regional sovereignty over the West Bank in the Hashemite Kingdom of Jordan, in the Gaza Strip or the Himmah area.’] Wat Arafat betreft, behoorde de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook niet tot ‘Palestina’, die sinds 1948 het eigendom waren van andere Arabische staten. Het enige echte ‘thuisland’ voor de PLO in 1964 werd de staat Israël.

Echter, in reactie op de Zesdaagse Oorlog, en Arafat ’s beïnvloeding door de Russen en hun bondgenoten, herzag de PLO haar Handvest op 17 juli 1968 en verwijderde de taal van artikel 24, waardoor een nieuwe ‘Palestijnse’ claim werd gecreëerd van soevereiniteit over de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook.

Als onderdeel in de herkadering van het conflict, samen met de adoptie van de identiteit van een ‘onderdrukt volk’ en ‘slachtoffer van het kolonialisme’, ontstond de creatie – ex nihilo (uit het niets) – van een ‘historisch Palestina’ en een oud ‘Palestijns volk’ dat in haar ‘thuisland’ had geleefd sinds ‘onheuglijke tijden’, dat haar ‘erfgoed’ zou kunnen traceren helemaal terug tot in de tijd van de Kanaänieten maar door de zionisten uit haar ‘vaderland’ werd verdreven, en dat thans over het onvervreemdbare recht beschikte dat hen verleend werd door het internationaal recht en de universele rechtvaardigheid, om terreur te gebruiken en aldus hun nationale identiteit en politieke zelfbeschikking terug te nemen.

zuheir
PLO topman Zahir Muhsein in 1977: 'Het Palestijnse volk bestaat niet'

Dat dit een politiek imaginaire constructie was, misschien onbedoeld, werd aan het Westen geopenbaard door Zahir Muhsein, een lid van het uitvoerend Comité van de PLO, tijdens een interview in 1977 met het Amsterdamse dagblad Trouw: “Het Palestijnse volk bestaat niet. De oprichting van een Palestijnse staat is slechts een middel om onze strijd voort te zetten tegen de staat Israël voor onze Arabische eenheid. In werkelijkheid is er vandaag geen verschil tussen Jordaniërs, Palestijnen, Syriërs en Libanezen. Alleen om politieke en tactische redenen spreken we heden over het bestaan van een Palestijns volk omdat de nationale Arabische belangen vereisen dat we het bestaan poneren van een afzonderlijk ‘Palestijns volk’ om zich te verzetten tegen het zionisme.”

Arafat zelf beweerde bij vele gelegenheden precies hetzelfde principe. In zijn geautoriseerde biografie zegt hij letterlijk, “Het Palestijnse volk heeft geen nationale identiteit. Ik, Yasser Arafat, een man gekozen door het lot, zal ze die identiteit schenken door het conflict met Israël.” [The Palestinian people have no national identity. I, Yasir Arafat, man of destiny, will give them that identity through conflict with Israel.]

Maar zelfs deze bekentenissen – met name dat het concept van een ‘Palestijns volk’ en een ‘Palestijns vaderland’ werden uitgevonden voor politieke doeleinden om terrorisme en genocide te rechtvaardigen, konden het enthousiasme niet temperen van de westerse leiders. Op slechts enkele jaren tijds werd het Midden-Oosten conflict met Israël radicaal herschreven. Niet langer stond het kleine Israël als de kwetsbare David tegenover de reus Goliath van de Arabische wereld. Zoals de door de communisten opgeleide leiders van de PLO konden met eigen ogen vaststellen dat de ‘bevrijdingsstrijd’ in Vietnam, Cuba en in andere gebieden furore had gemaakt in het westen, en bevorderde Arafat alzo hetzelfde script voor de Palestijnen. Nu werd Israël de pestende Goliath, een koloniale macht in het Midden-Oosten die de verarmde, ongewapende, hulpeloze, ongelukkige en hopeloze Palestijnen onderdrukte.

Ondanks de wisselende beelden, bleef echter één ding constant. Vanaf zijn vroegste dagen was het Arafat duidelijk dat het doel van de PLO niet was “om onze wil op te leggen [aan Israël], maar om het te vernietigen en haar plaats in te nemen… niet om de vijand te onderwerpen, maar om hem te vernietigen.” Het Palestijnse nationalisme dat hij en zijn communistische adviseurs geschapen hebben, zou de enige nationale beweging worden voor politieke zelfbeschikking in de hele wereld en doorheen de ganse geschiedenis van de wereld, de vernietiging van een soevereine staat en de genocide op een volk als enige bestaansreden hebben.

Terug naar deel 1 van De communistische wortels van de Palestijnse terreur

Bron: FrontPageMagazine.com: The Communist Roots of Palestinian Terror door David Meir-Levi van 14 december 2007; deel 2 vertaald en vrij bewerkt door Brabosh op 14 november 2009