Porsche gaat eigen Nazi-verleden onderzoeken

Porsche wil onderzoek naar de dwangarbeid bij de Duitse autobouwer ten tijde van nazi-Duitsland. Dit heeft Dieter Landenberger, het hoofd van het archief van Porsche, verklaart tegen de Israëlische krant Haaretz. Porsche ontkent niet dat het gebruik heeft gemaakt van dwangarbeiders in de Tweede Wereldoorlog, maar ging er volgens een woordvoerder altijd van uit dat het om slechts 50 tewerkgestelden ging.

In het boek ‘The Nazi Criminals of Stuttgart’ van economiejournalist Ulrich Viehöver wordt echter over meer dan 300 dwangarbeiders gesproken. Acht daarvan wonnen na de oorlog een proces en kregen een schadevergoeding uitbetaald. Porsche zegt 2,5 miljoen euro in een fonds te hebben gestort om dwangarbeiders te compenseren. Porsche wil de zaak eerst door eigen deskundigen laten onderzoeken.

In een later stadium zijn ook externe onderzoekers welkom. De sportwagenfabrikant produceerde in de oorlog onder andere tanks. Na de oorlog werd de Duitse industrieel Ferdinand Porsche de zoon van de stichter van het automerk- door de Fransen 20 maanden opgesloten voor oorlogsmisdaden maar tot een formele aanklacht is het nooit gekomen. (bron)

Ferdinand Porsche bouwt de KdF-Wagen (VW-kever)

Hitler op de autotentoonstelling in Berlijn in 1938 bij de presentatie van de KdF-wagen
Ferdinand Porsche presenteert Hitler op de autotentoonstelling in Berlijn in 1938 de KdF-wagen

Over de zogenaamde ‘goede werken en daden van Adolf Hitler’ worden nogal wat mythes verteld. Zo zou hij de autobanen hebben bedacht en de eerste autostrades hebben gelegd, hij zou de werkloosheid hebben opgelost en gaf elke Duitsers een eigen auto, de KdF-wagen, de directe voorloper van de Volkswagen Kever. Het enige wat je van die fabels kan zeggen, is dat nazi-propagandaleider Jozef Goebbels zijn taak ‘goed’ heeft gedaan, als je merkt dat er nu nog altijd mensen zijn die zijn propaganda voor waar nemen.

In een poging om de grote werkloosheid van de jaren dertig op te lossen – naast de reeds vroeg opgestarte oorlogseconomie die inderdaad vele werklozen aan werk hielp [sic] – ontvouwde Hitler grootse plannen tijdens zijn eerste speech als Rijkskanselier op de Berlijnse Auto show van 1933. Hitler, die beweerde dat hij de uitvinder van de autobahn was (in Berlijn was er al in 1921 al één aangelegd), kondigde onder meer de uitbreiding van de Duitse Autobahnen aan. Onder leiding van Fritz Todt moesten die ongeveer 6.900 kilometers lang worden. Uiteindelijk zou daarvan maar de helft verwezenlijkt worden.

Om deze autobahnen goed te benutten moesten er dus meer auto’s komen. Hitler kondigde dan ook aan dat hij een auto wilde laten bouwen die voor iedereen betaalbaar was. In 1934 zocht Ferdinand Porsche contact met Hitler. Deze laatste stelde een behoorlijk eisenpakket aan de te bouwen auto: de wagen moest minder dan 1.000 RM kosten, 2 volwassenen en 3 kinderen kunnen vervoeren of 3 soldaten met machinegeweer, laag verbruik, betaalbaar, luchtgekoelde, betrouwbare motor, kruissnelheid van 100 km/u.

Ondanks deze eisen beloofde Porsche dat hij in een jaar zou slagen. Vervolgens zou de RDA (Reichsdienst Deutsche Automobilfabrikanten) de prototypes dan bouwen. In oktober 1935 had Porsche in het diepste geheim in zijn privé-garage de eerste auto gebouwd. Deze auto had geen achterruit of bumpers, en achterwaarts scharnierende deuren. Toen de RDA de auto zag, begonnen ze te vrezen voor het mogelijke succes ervan, waardoor de verkoop van hun eigen auto’s sterk zou kunnen dalen. Daarom vertraagden zij de bouw van de prototypes zodat Porsche zijn deadline nooit zou halen.

F. Porsche en de tank VK 45.01
F. Porsche (met hoed) en zijn rupstank de VK 45.01

Hitler kwam hier echter achter en liet de bouw van de prototypes onder staatstoezicht vallen. De tijd hierna was zeer hectisch voor het Porsche Büro. Porsche reisde met een aantal anderen naar Amerika om te kijken hoe je het best een moderne fabriek op kon zetten. Ook deed hij hier nog ideëen op zoals het gebruik van de windtunnel. In de herfst en winter werden er drie auto’s getest. In de jaren 1935-1938 werden er onder andere bij Mercedes-Benz zo’n 100 prototypes gebouwd. Deze werden bij de overheidsinspectie, door soldaten, getest.

De naam van de auto werd voor de autotentoonstelling in Berlijn, in 1938, veranderd in “KDF-Wagen” wat “Kraft Durch Freude” betekent. In Berlijn kondigde Hitler aan dat na jaren van onderzoek de Volkswagen eindelijk klaar was. Zijn bijnaam kreeg de KDF doordat de NEW YORK Times de auto bij diens perspresentatie spottend “Kever” noemde. Sindsdien is hij nooit meer van deze naam afgekomen.

Waar blijven de auto’s?

De bouw van de fabriek begon in mei 1938 in Fallersleben zo’n 70 kilometer ten oosten van Hannover. Om de werknemers van de fabriek te huisvesten werd er een heel dorp gebouwd. Dit dorp werd “Stadt des KdF-Wagens bei Fallersleben” genoemd. De auto was leverbaar in drie verschillende versies: de normale versie, een versie met zonnedak en later kwam daar ook een cabriolet bij.

De productie van de KdF-wagen werd gefinancierd door hun toekomstige eigenaars door kleine voorafbetalingen dat werd opgezet in de vorm van een spaarsysteem. Door elke week een zegel te kopen van 5 Reichsmark kon je sparen voor een KDF. Er werden zelfs blikken fel gekleurde spaarkassen verspreid waardoor de Duitsers wekelijks hun 5 Rijksmark bij elkaar konden sparen en hun zegel konden aanschaffen. Het systeem werd een gigantisch succes: velen spaarden de benodigde 750 Mark om het bestelnummer van ‘hun’ auto in handen te krijgen. Ondanks het feit van de toenemende oorlogsdreiging waren er snel 270.000 aanmeldingen. Dit was ruim meer dan de totale Duitse autoproductie. In de eerste helft van 1939 was de jaarproductie van 1940 al uitverkocht.

Ferdinand Porsche en zijn sportwagen
Ferdinand Porsche en zijn sportwagen

Toen de oorlog uitbrak was de fabriek nog geeneens afgebouwd. De productie van Kevers werd gestaakt omdat er grote behoefte was aan militaire voertuigen. De 337.000 spaarders die Duitsland toen telde, zouden hun auto nooit krijgen.

De fabriek ging over tot het bouwen van militaire voertuigen. Om te beginnen werd er de Kubelwagen gebouwd. Dat was een vierkant ding met een verhoogd onderstel, die ook off road te gebruiken was, een vroege alle terreinen-wagen. Later kwam daar nog de Schwimmwagen bij, een amfibievoertuig. Van de Kubelwagens werden er zo’n 50.000 gebouwd en van de Schwimmwagens 15.000.

Aangezien de officieren comfortabelere auto’s wilden dan de gewone Kubelwagens, werd er op het chassis van de Kubelwagen de carrosserie van een KdF gezet. Hier werden er zo’n 630 van gebouwd. Naast deze voertuigen werden er in de fabriek ook vliegtuigen hersteld en V1-bommen gebouwd. Na de oorlog op 25 mei 1946, werd de productie van de KdF-wagen hervat, maar de naam veranderd. De Kever zou de meest verkochte auto aller tijden worden.