Israëls analyse en commentaren op het Goldstone Rapport over het Gazaconflict

De vier leden van de Goldstone Fact-Finding Mission (foto: VN Raad voor de Mensenrechten)
De vier leden van de Goldstone Fact-Finding Mission (foto: VN Raad voor de Mensenrechten)

Op het Goldstone rapport over het onderzoek naar mogelijke schendingen van de mensenrechten ten tijde van het Gazaconflict (27 dec. 2008/18 jan. 2009), dat in opdracht van de Verenigde Naties werd uitgevoerd en op 15 september 2009 werd gepubliceerd, blijft het kritieken regenen. Eenzijdig, onbetrouwbaar, politiek geïnspireerd, het wekken dat het onderzoek een schijn van rechtsgeldigheid heeft, openlijke vergoelijking en legitimering van terrorisme van Palestijns-Arabische origine, demonisering en criminalisering van de Israëlische staat  enz. zijn zowat de meest gehoorde te’neuren. Ook Shimon Peres, de president van Israël, heeft al gereageerd en noemt het Goldstone rapport een aanfluiting van de geschiedenis.

Tegelijk roept Human Rights Watch op tot implementatie van de Goldstone aanbevelingen over Gaza. “Now the UN, and the Security Council in particular, need to act on these recommendations and ensure that justice is done,” zegt de voorzitster Sarah Leah Whitson van de Midden-Oosten sectie van Human Rights Watch. HRW kwam enkele dagen geleden in opspraak toen bleek dat één van haar topmedewerkers en beruchtste Israëlbasher Marc Garlasco die verscheidene negatieve rapporten over Israël uitbracht, er een nogal dubieuze hobby op nahoudt als verzamelaar van nazi-memorabilia. De bedenkelijke reputatie van de Verenigde Naties kreeg diezelfde dag van publicatie van het Goldstone rapport nogmaals een harde knauw te verwerken door de installering van de Libiër Ali Treki, diplomatiek veteraan uit de stal van kolonel Moeamar Khadafi’s terroristenstaat Libië, als de nieuwe voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN.

ahma22Intussen is de relatie tussen de Verenigde Staten en Israël ernstig verzuurd door de onredelijke eis van Barack Obama tot een bevriezing door Israël van al haar nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, werd er in Iran massaal betoogd tegen Israël terwijl president Ahmadinejad voor een zoveelste maal de holocaust ontkende en tegelijkertijd hard blijft verder werken aan de ontwikkeling van atoomwapens die misschien al binnen de zes maanden kunnen gereed komen. Israël werd enkele dagen terug door het Internationaal Atoomenergie Agentschap van de Verenigde Naties (IAEA) met een resolutie van de algemene vergadering voor het eerst in achttien jaar bekritiseerd over haar atoomprogramma. Die resolutie, die door de Arabische landen werd ingediend, werd bedoeld als ‘een rookgordijn’ om te verhullen dat Iran en Syrië zelf kernwapens willen ontwikkelen. De Iraanse afgevaardigde Ali Asghar Soltanieh wond er geen doekjes om en zei dat de resolutie moet worden gezien als een waarschuwing aan het adres van de VS en andere landen die Israël steunen: “De Amerikaanse regering is duidelijk gemaakt dat ze Israël niet tegen elke prijs moet blijven steunen.”

Israël zal het de komende maanden nog hard te verduren krijgen, zoveel is wel zeker.


Hieronder volgt de officiële reactie zoals ze op 15 september 2009 werd medegedeeld door de woordvoerder van het Israëlische Ministerie van Buitenlandse Zaken. Vertaling: Brabosh.


Israëls analyse en commentaar op het rapport van de Gaza Fact-Finding Mission

Algemeen

Hamas plaatste burgers op daken om Israëlische bombardementen te voorkomen
Hamas plaatste burgers op daken om Israëlische bombardementen te voorkomen

• Israël is geschokt en teleurgesteld door het rapport dat op 15 september 2009 werd gepubliceerd door de Gaza-Fact Finding Mission. Het rapport negeert effectief het recht van Israël op zelfverdediging, maakt ongefundeerde beweringen over haar bedoelingen en stelt de democratische waarden van Israël en de rechtsstaat in vraag.

• Tegelijkertijd negeert het rapport compleet de doelbewuste strategie van Hamas om te opereren tussen en achter de burgerbevolking en het verdraaien van dichtbevolkte gebieden in een arena van strijd. Door de ogen te sluiten voor dergelijke tactieken worden zij hiervoor daadwerkelijk beloond.

• Het rapport stuurt nauwelijks verholen aan op een politieke campagne tegen Israël en in haar aanbevelingen tracht zij de Veiligheidsraad, de Algemene Vergadering van het Internationaal Strafhof [ICC], de Raad voor de Mensenrechten [HRC] en de gehele internationale gemeenschap in een dergelijke campagne te betrekken.

Het mandaat van de missie

• Het eenzijdige mandaat van de Gaza-Fact Finding Mission en de resolutie die deze missie mogelijk maakte, gaven ernstige redenen tot bezorgdheid, zowel voor Israël als aan de vele staten op de Raad, die weigerden deze resolutie te ondersteunen – waaronder de lidstaten van de Europese Unie, Zwitserland, Canada, Korea en Japan.

• Dit verontrustte ook verscheidene hoogwaardigheidsbekleders, waaronder de voormalige Hoge Commissaris voor de Mensenrechten Mary Robinson, die uitnodigingen weigerde om deze missie te leiden en toegaf dat de onderzoekers zich “niet laten leiden door de mensenrechten, maar door de politiek.”

De uitvoering van de missie

• Deze bezorgdheden werden nog verergerd door het gedrag van de missie zelf, inbegrepen de rapporten van de Palestijnse media die gedurende het bezoek van de missie aan de Gazastrook, voortdurend vergezeld werden door ambtenaren van Hamas, alsmede de weigering om leden van de missie ervan te weerhouden duidelijk politieke standpunten in te nemen over de kwesties tijdens de duur van het onderzoek. Een lid van de missie ondertekende een brief aan de Sunday Times waarin gezegd werd dat de Israëlische acties tegen Hamas aanslagen waren die daden waren uit “agressie en niet uit zelfverdediging”, waardoor reeds op het onderzoek vooruit gelopen werd nog voor het begonnen was.

• Het zonder voorgaande houden van hoorzittingen via de media gaf ook redenen tot bezorgdheid. Het feit dat alle getuigen vooraf waren gescreened en geselecteerd, en niemand werd gevraagd naar hun banden met gelijk welke Palestijnse terroristische activiteiten, noch iemand bevraagd werd naar de locatie van wapens en terroristen in burgerlijke gebieden, ondersteunen alleen maar de bezorgdheid dat zij deel uitmaakten van een goed georchestreerde politieke campagne.

Een niet-rechtsgeldig document

• Rechter Goldstone heeft als hoofd van de missie bij herhaling beklemtoond dat de missie geen gerechtelijk onderzoek was en dus bijgevolg “niet tot gerechtelijke conclusies kan leiden.” Vanuit dit standpunt verrechtvaardigde hij de opname van partijdige missie leden, en gaf toe dat hun betrokkenheid “niet passend zou zijn voor een gerechtelijk onderzoek.” Het verslag is echter van nature zeer gerechtelijk van aard in het bereiken van definitieve rechterlijke omschrijvingen van schuld en werd voorzien van “gedetailleerde juridische bevindingen,” zelfs in afwezigheid van gevoelige informatie van inlichtingendiensten waarvan Israël zich niet in staat achtte die te leveren. Deze vaststellingen werden gedaan ondanks de eerdere ontkenning in het rapport “zodat het lijkt alsof de standaard van de bewijslast zoals ze wordt toegepast in strafzaken werd bereikt.”

Elementen die het rapport negeerde

Gijzeling van burgers door Hamas
Gijzeling van burgers door Hamas

• Het verslag negeert volledig de terroristische doelbewuste strategie van het opereren in het hart van dichtbevolkte civiele gebieden waardoor dit onvermijdelijk het toneel van de strijd werd. Zelfs wanneer Hamas-terroristen zich mengden onder de burgerbevolking, verwerpt het rapport het idee dat er een voornemen bestond om de burgerbevolking in gevaar te brengen.

• Verbazingwekkend is dat, ondanks dat op grote schaal in de internationale pers, gevallen werden gerapporteerd over het misbruik van burgerlijke installaties door terroristische groeperingen en de verklaringen van Hamas-leiders waarin zij de eigen vrouwen en kinderen loofden die dienden als menselijk schild, wordt in het rapport herhaaldelijk verklaard dat zij geen bewijzen konden vinden van dergelijke activiteiten. Dit ondanks de bekentenis dat de ondervraagden “terughoudend bleven om te spreken over de aanwezigheid of over het gedrag van de Palestijnse gewapende groepen tijdens de vijandelijkheden.”

• Het rapport negeert ook de uitgebreide inspanningen van Israël, zelfs in het heetste van de strijd, om humanitaire normen te handhaven. Hoewel het schoorvoetend Israëls “grote inspanningen” toegeeft door onder meer het geven van waarschuwingen voordat een aanval zou plaatsvinden, vinden zij dat geen enkele van deze inspanningen effectief waren.

• Hoewel het rapport haar oordeel velt over Israël ten aanzien van vrijwel elke bewering, streeft zij ernaar om Hamas van bijna elke misdaad te ontslaan. Het woord “terrorist” is in de tekst bijna geheel afwezig. Soldaat Gilad Shalit, die nu al meer dan drie jaar incommunicado in gevangenschap wordt gehouden, heet in het rapport dat hij “werd gevangen genomen tijdens een vijandelijke inval” en de Hamas-leden die met de missie een ontmoeting hadden in Gaza, worden bedankt als “Gaza autoriteiten” voor hun uitgebreide volledige medewerking en ondersteuning van de missie.

• Zelfs de duizenden raketaanvallen tegen Israëli’s die de Gaza-operatie noodzakelijk maakte, krijgen de meest oppervlakkige behandeling, en in het verslag wordt Israël zelfs impliciet deze operatie verweten door deze uit te drukken in termen als “represailles”.

Verwerping van democratische waarden

• In een rapport dat zo zwaar steunt op Israëlische mensenrechtenorganisaties en ook op verzoekschriften gericht aan het Israëlische Hooggerechtshof over gevoelige kwesties in verband met de veiligheid, besteedt het rapport daarentegen uitgebreid aandacht aan “de onderdrukking van afwijkende meningen in Israël”. Zij baseert deze stelling voor een groot deel op de brede steun die de militaire operatie kreeg bij het Israëlische publiek, in de veronderstelling dat Israël “een politiek klimaat heeft geschapen waarin afwijkende meningen niet worden getolereerd.” Het idee dat een meerderheid van de Israëli’s in werkelijkheid royaal de actie ondersteunde om aldus jarenlange ononderbroken raket- en granaataanvallen tegen willekeurige Israëlische burgers te beëindigen, lijkt nooit in het hoofd van de missieleden te zijn opgekomen.

• Het rapport is ook bijzonder kritisch voor Israëls interne onderzoeken, hoewel deze evengoed te vergelijken zijn met onderzoeken naar beschuldigingen in militaire aangelegenheden zoals die ook in de meeste westerse landen worden gevoerd, en die [in Israël] regelmatig hebben geleid [en nog leiden] tot strafrechtelijke onderzoekingen en veroordelingen.

Aanbevelingen

Palestijnen als mensenlijk schild
Palestijnse burgers en kinderen als menselijk schild

• De aanbevelingen in het rapport zijn al even eenzijdig als haar bevindingen. Het is de bedoeling om de Raad voor de Mensenrechten, de Veiligheidsraad, de Algemene Vergadering, het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, het Internationaal Strafhof en de internationale gemeenschap, deel te maken van haar vijandige politieke campagne.

• Ondanks symbolische aanbevelingen ten aanzien van de Palestijnse zijde, is alle internationale druk uitsluitend gericht tegen Israël.

• De echte test van een dergelijk rapport kan alleen worden gehouden tijdens toekomstige conflicten wanneer zou blijken of zij effect heeft gehad op het toenemende of afnemende respect voor de rechtsstaat. Helaas een eenzijdig verslag van deze aard, dat van zichzelf beweert het internationaal recht te vertegenwoordigen, kan enkel de status van het recht verzwakken in toekomstige conflicten. Tegelijkertijd zal dit een zeer verontrustend signaal geven aan terroristische groepen – waar ze zich ook bevinden – dat hun cynische tactieken die er enkel op uit zijn om het lijden van burgers uit te buiten voor politieke doeleinden, ook daadwerkelijk loont.