In het spoor van de enorme geldstromen naar Palestina

StruisvogelDe enorme geldstromen die vloeien naar de Palestijnse gebieden uit de kassen van ‘het Kwartet’ (= de Verenigde Naties, de Europese Unie, de Verenigde Staten, en de Sovjet-Unie) en uit de landen van de Arabische Liga enz… tarten al vele jaren het gezond verstand. Anno 2009 wordt er alleen al door de Europese Unie jaarlijks 800 miljoen euro versluisd naar de Palestijnse gebieden in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Maar waar blijven al die dollars, euros en roebbels dan wel? Niet of nauwelijks waarvoor ze bedoeld werden.

Een interessante oplossing komt van Keesjemaduraatje op 11 augustus 2009:

“Elke donatie aan Palestijnse gebieden, of het nu humanitair, economisch of militair is, zou van concrete stappen naar vrede en gerechtigheid afhankelijk gemaakt moeten worden. Kleine stapjes richting vrede zetten. De volgende donatie van Minister Koenders aan Hamas zou afhankelijk gemaakt moeten worden van het stoppen met afschieten van raketten richting Israel. De donaties van Europa zouden als voorwaarde moeten hebben, dat de politieke gevangenen van Fatah vrijgelaten worden. Een economische hulp heeft alleen zin als er een grote transparantie in de economie komt (Dat is eufemisme voor minder corruptie)

Als de Europese staten en de VS deze handelswijze volgen, wordt de dodelijk link tussen geweld en gelddonaties doorbroken. De kans is groot dat ze dan helemaal geen geld meer hoeven te geven en dat ze daarmee het gevoel krijgen geen invloed meer uit te kunnen oefenen, maar de Europese leiders zullen moeten gaan inzien dat hun beleid juist terreur in stand heeft gehouden.” Bron

Toine van Teeffelen woont Bethlehem en ergert zich op zijn blog over de verkeersdrukte tijdens de Fatahconferentie op 4 augustus 2009:

We wonen langs een van de drukste straten in Betlehem. Vanwege het congres van de Palestijnse beweging Fatah, met een paar duizend deelnemers, is de stad vol. In onze oprit staat zomaar een televisiewagen geparkeerd. Buiten op straat is het vol politieagenten. Mary merkt op hoe groot en duur de auto van menig congresbezoeker is. “Degenen die uit Libanon, Syrië en Jordanië komen, mochten zelfs van Israël hun auto de grens overnemen.”

Jara is uitgenodigd bij een kennisje. Haar vader, een Fatah-leider die vroeger vaak in Israëlische gevangenissen zat, leeft in een grote villa met “drie woonkamers en zes computers,” zegt Jara (dus geen ruzie wie er op de computer mag!) Jara vergaapt zich aan de rijkdom, wil graag ook in een villa wonen. Mary is ambivalent: enerzijds gunt ze het hem wel dat hij in een villa woont na al wat hij doorstaan heeft, aan de andere kant laat ze in een bijzin het woord ‘corruptie’ vallen. Bron

Het volgende document The Palestinian Money Trail geschreven door Mitchell G. Bard op 13 oktober 2003 en door Jewish Virtual Library uitgebracht. Het circuleert al enkele jaren op vele websites en blogs op het internet. Thans voor het eerst in het Nederlands, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh. Hoewel bijna zes jaar geleden uitgebracht – Yasser Arafat was toen nog aan de macht – heeft dit verslag helemaal niks aan actualiteit ingeboet. De geldstromen zijn sindsdien jaarlijks alleen maar blijven toenemen. Merkwaardig genoeg werd tot op heden dit verslag nooit weerlegd of tegengesproken.  Wie en waarom steekt hier de kop al zovele jaren in het zand als het om de Palestijnse corruptie en frauduleuze boekhouders gaat?  Wie en waarom blijft die bodemloze financiële putten vullen van de PA en haar criminele bende boeven en oplichters? Een onthullend verslag.

The Palestinian Money Trail

door Mitchell G. Bard

Talloze rapporten hebben het lijden van het Palestijnse volk in de betwiste gebieden gedocumenteerd. Dit is een menselijke tragedie die het directe resultaat is van het falen van het Palestijnse leiderschap en de corruptie van de Palestijnse Autoriteit (PA), de koepelorganisatie waarvan Al-Fatah – de partij van Yasser Arafat en Mahmoud Abbas (Abu Mazen) – de grootste factie vormt.

Yasser Arafat, in 2002 door Forbes gerangschikt als nummer 9 van de rijkste mensen op de wereld...
Yasser Arafat, in 2004 door Forbes gerangschikt op de 9de plaats op de lijst van rijkste

De voornaamste reden voor de verslechterende situatie van de Palestijnen is de strategische keuze die Yasser Arafat heeft gemaakt om te kiezen voor de weg van het geweld in plaats van onderhandelingen. Na zijn afwijzing van het aanbod Israël van een onafhankelijke Palestijnse staat, escaleerde Arafat het niveau van de terreur. Noch hij noch zijn premiers Abu Mazen of Abu Ala hebben voldaan aan het akkoord van de Road Map, waarin zij verzaakten aan hun verplichtingen om hun terroristische infrastructuur te ontmantelen en een einde aan het geweld te maken. Intussen is de Palestijnse levensstandaard dramatisch gedaald.

De problemen waarmee het Palestijnse volk worden geconfronteerd en de dramatische toestand van de Palestijnse economie, zijn niet te wijten aan het gebrek aan middelen. Maar in plaats van te zorgen voor voeding, huisvesting en tewerkstelling voor de Palestijnen, worden aanzienlijke bedragen aan financiële steun achterover gedrukt door Yasser Arafat en andere PA ambtenaren voor hun persoonlijk voordeel.

De Palestijnen die in het gebied wonen onder het bestuur van de Palestijnse Autoriteit, hebben veel meer internationale financiële steun gekregen dan de meeste andere lijdende volkeren in de wereld. Sinds de ondertekening van de Oslo-akkoorden in 1993, heeft de Amerikaanse regering meer dan 1,3 miljard dollars aan economische hulp in de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook gepompt. Sinds het einde van 2000 hebben de Arabische staten een maandelijkse financiële steun van 45 miljoen dollar (sinds april 2002 werd dit bedrag verhoogd naar 55 miljoen dollar) aan de PA overgedragen. De geldtransfers van de Europese Unie aan de PA bedroegen maandelijks ongeveer 9 miljoen dollars. Tegen het einde van 2001 hadden de Palestijnen ruim 4 miljard dollar ontvangen (het cijfer is nu – anno 2003 – dichter bij de 5,5 miljard dollar), sinds de Oslo-akkoorden van 1993. Dit is het equivalent van 1330 dollar per Palestijnse inwoner. Ter vergelijking: het Marshall-plan voor de wederopbouw van Europa na de Tweede Wereldoorlog voorzag 272 dollar per Europeaan (gerekend in tegenwoordige dollars).

In deze inkomsten van de PA zijn niet inbegrepen de 8 tot 14 miljard dollar in activa van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) waarvan algemeen wordt aangenomen dat zij die gegenereerd hebben door de drugshandel, illegale wapenhandel, het witwassen van geld, fraude, afpersing en legale investeringen.

Suhat Arafat en dochter Zahwa, kregen 300 miljoen dollar 'cadeau' van papa Yasser
Echtgenote Suhat Arafat en dochter Zahwa, kregen 5,1 miljoen dollar 'cadeau' van papa Yasser (foto van 4 februari 1999)

We horen veel over het lijden van de Palestijnse vluchtelingen, maar de meeste van deze vluchtelingen leven in kampen onder de directe controle van Yasser Arafat. Met al deze middelen en inkomsten, hoe komt het dan dat hij er niet eens in geslaagd is om één enkel huis te bouwen voor één vluchtelingenfamilie? Waar is al dat geld gebleven, en waarom heeft hij het niet gebruikt om het Palestijnse volk helpen?

Een rapport uit 2003 van het Internationaal Monetair Fonds onthulde dat Yasser Arafat ongeveer 900 miljoen dollar had overgemaakt van het Palestijnse Ministerie van Financiën naar geheime bankrekeningen waarover enkel hij de controle had. Forbes rangschikte Arafat in 2004 op de 9de plaats op de lijst van rijkste ‘koningen, koninginnen en despoten’ [Kings, Queens and Heads of State] – en schatte zijn persoonlijk fortuin op 200 miljoen dollar. Op de 10de plaats gevolgd door die andere dictator Fidel Castro met een persoonlijk vermogen van 150 miljoen dollar.

Jawad Ghussein, de voormalige Secretaris-generaal van het Palestijnse Nationale Fonds, vertelde in augustus 2002 aan Haaretz dat Arafat “het geld en de bijdragen voor hulp stal dat nochtans uitdrukkelijk bestemd was voor het Palestijnse volk en het op zijn eigen bankrekening plaatste”. Op 5 juni 2002 publiceerde de krant Al-Watan uit Koeweit een reeks documenten waaruit bleek dat Arafat 5,1 miljoen dollar uit het Arabische hulpfonds had genomen en overmaakte naar zijn persoonlijke bankrekening om zijn vrouw en dochter te onderhouden die in Parijs en in Zwitserland woonden.

In 1996 bleek dat 326 miljoen dollar spoorloos verdwenen was uit de kassa van de PA en besloot de Palestijnse Legislatieve Raad om een onderzoek te openen waar het geld gebleven was. In het daaropvolgende verslag werd geconcludeerd dat bijna 40 procent van 800 miljoen dollar jaarlijkse begroting van de Palestijnse Autoriteit was verloren gegaan door corruptie en wanbeleid. De administrateur van de PA schreef: “Het algemene beeld is dat van een maffia-achtige overheid en waar het belangrijkste punt in het openbaar ambt om draait is om heel snel rijk worden.”

Mohammed Dahlan
Mohammed Dahlan was betrokken in vele smeergeldaffaires in de Gazastrook

Dit vertelt slechts een klein deel van het verhaal van het criminele gedrag van Arafat en andere PA ambtenaren. Een studie uitgevoerd door dr. Rachel Ehrenfeld van het Amerikaanse Centrum voor Democratie merkte op dat leiders van de PA, in samenwerking met Hamas en andere Palestijnse terroristische organisaties, miljoenen dollars hebben verdiend met de handel in namaak kleding, cosmetica, schoolboeken, CD’s en DVD’s. De PA hield zich ook bezig met de vervalsing van Israëlische, Jordaanse en Koeweiti valuta. In april 2002 heeft het Israëlische leger grote hoeveelheden vervalste Israëlische bankbiljetten gevonden in Arafat’s domein in Ramallah.

Ehrenfeld rapporteerde dat sommige PA ambtenaren zich bezig hielden met het leegschudden van de zakken van de toch al zo verarmde bevolking. Dat kon van alles zijn, van willekeurige lasten op verkeersovertredingen, tot het eisen van aanzienlijke steekpenningen tot en met kidnapping in ruil voor geld. Zo bijvoorbeeld het geval van een zakenman uit Tulkarm, die gedwongen werd tot betaling van 100.000 dollar in ruil voor de vrijlating van een broer, die gearresteerd was door de veiligheidsdienst van de PA onder het voorwendsel van ‘samenwerking’ met Israël.

Mohammed Dahlan (afb. rechts), voormalig hoofd van de Palestijnse veiligheidsdiensten in de Gazastrook, vulde zijn salaris aan door het collecteren van ‘beschermingsgeld’ van leveranciers van olie, sigaretten en andere grondstoffen, door het opstrijken van smeergelden voor de afgifte van vergunningen en het eisen van hoge vergoedingen aan de doorlaatposten van de grenzen [met Israël en Egypte]. Dahlan’s tegenhanger op de Westelijke Jordaanoever, Jibril Rajoub, stond eveneens bekend voor afpersing door onder meer ‘beschermingsgeld’ te eisen van olie distributeurs, het opstrijken van provisies uit het casino van Jericho en het stelen van intellectuele eigendom allerhande.

Militanten van de Al-Aqsa Martelaren Brigade stonden gewoon op de loonlijst van de PA en werden betaald met geld afkomstig uit het hulpfonds van onder meer de Verenigde Naties
Militanten van de Al-Aqsa Martelaren Brigade staan gewoon op de loonlijst van de PA en worden betaald met geld afkomstig uit het hulpfonds van onder meer de Verenigde Naties

Forbes schreef dat Arafat “uitbundig feestvierde op allerhande fondsen die naar de Palestijnse Autoriteit vloeiden, inbegrip de enorme hoeveelheden dollars afkomstig uit de hulpfondsen, Israëlische belasting transfers tot en met de inkomsten uit een casino en uit een bottelarij van Coca-Cola. Een groot deel van het geld lijkt te zijn gegaan naar het uitbetalen van anderen.”

Het doorsluisfonds van Arafat liet hem toe om loyaliteit af te kopen en zijn dictatoriaal regime te handhaven. Zo gaf hij bijvoorbeeld 50.000 dollar uit aan de trouwpartij van de dochter van de toenmalige minister van zijn cabinet Nabil Amr, verdubbelde het ‘zakgeld’ van de zoon van minister Nabil Saath toen die school liep in Frankrijk en betaalde 100.000 dollar uit aan een adjunct die belast was met de samenstelling van een informatieve portfolio omtrent de bouw van een huis.

Uit documenten die door Israël in beslag werden genomen, bleek dat honderden activisten in Fatah en lokale afdelingen van terroristische organisaties zoals de Tanzim en de Al Aqsa Martelaren Brigades, op de loonlijst stonden als werknemers in dienst van de Palestijnse Autoriteit, zodat zij hun lonen konden opstrijken en zich konden concentreren op aanvallen en aanslagen tegen Israël, zonder dat ze zich zorgden hoefden te maken om hun inkomen.

Javier Solana (R) ontmoet Minister van Buitenlandse Zaken van de PA Mr. Nabil Sha'ath, 22 oktober 2004: meer hulpgeld, meer corruptie
EP, 22 oktober 2004. Javier Solana (R) samen met Minister van BZ van de PA Nabil Shaath, beschuldigd van o.m. verduistering van overheidsgelden

Arafat richtte 27 monopolies op om zich ervan te verzekeren dat hij en zijn loyale partners royale winsten opstreken van gelijk welke bedrijfstak die het leven van de Palestijnen betrof, zoals cement, meel-, olie-, sigaretten-, ijzer-, en de handel in zand. Zo bijvoorbeeld Arafat’s economische adviseur Mohammed Rashid, die samen met Suhad Arafat (de echtgenote van Arafat) en communicatie-adviseur Nabil Abu-Roudayna, in gemeenschappelijk eigendom een farmaceutisch en een kleding monopolie runden. Rashid en een adviseur van Arafat, Hassan Asfour, waren dan weer mede-eigenaars van een olie-monopolie. Minister voor Eenmalige Planning en Samenwerking Nabil Shaath, (beschuldigd nav een onderzoek door de Palestijnse Wetgevende Raad voor het verduisteren van fondsen van het ministerie) bezit een computer monopolie; en Abu Ala (de nieuwe minister-president) is mede-eigenaar van monopolies op sigaretten en zuivelprodukten.

Het Palestijnse volk verdient beter. Maar hun benarde situatie zal niet verbeteren door het sturen van meer geld naar Arafat. Aan hun leiden zal pas een einde komen wanneer representatieve leiders aan de macht komen die de wil en de mogelijkheid hebben om het corrupte regime van de Palestijnse Autoriteit te hervormen, die de terroristische netwerken zal ontmantelen en zich voortaan zal toeleggen tot het voeren van echte vredesonderhandelingen.

Het Gazaconflict in een notedop
Dit filmpje zou in een loop moeten blijven ronddraaien…

Bronnen: Jewish Virtual Library: The Palestinian Money Trail door Mitchell G. Bard van 13 oktober 2003, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh op 6 en 7 aug. 2009; Where Does the Money Go? A Study of the Palestinian Authority door by Dr. Rachel Ehrenfeld van oktober 2002; Forbess.com: Auditing Arafat door Nathan Vardi van 17 maart 2003; Middle East Forum: Arafat’s Swiss Bank Account door Issam Abu Issa, herfst 2004; 60 Minutes: Arafat’s Billions / One Man’s Quest To Track Down Unaccounted-For Public Funds door Tricia McDermott van 9 november 2003; Likoed Nederland: Arafat’s corruption: the source of Palestinian suffering? door Rachel Ehrenfeld van 15 maart 2001; The Middle East Road Map / A Performance-Based Roadmap to a Permanent Two-State Solution to the Israeli-Palestinian Conflict van 30 april 2003

Een gedachte over “In het spoor van de enorme geldstromen naar Palestina

Reacties zijn gesloten.