Oorlog en vrede – en misleiding – in de Islam: Taqiyya [deel 2]

Oorlog en vrede – en misleiding – in de Islam: Taqiyya [deel 1] en [deel 2]

Oorlog is eeuwigdurend

Het feit dat de islam misleiding en bedrog legitimeert tijdens een oorlog mag niet verbazen. Het gezegde gaat immers: ‘alles is geoorloofd in liefde en oorlog’. Bovendien, niet-moslim denkers en filosofen, zoals Sun Tzu, Machiavelli en Hobbes, rechtvaardigden allen misleiding in oorlogstijd. Het cruciale verschil echter is dat volgens alle vier de erkende scholen van soennitische rechtsgeleerdheid, de oorlog tegen de ongelovige verder gaat tot de eeuwigheid: totdat “alle chaos eindigt en alle religie tot Allah behoort” (Koran 8:39).

Over jihad verklaar de definitieve Encyclopedie van de islam simpelweg:

De plicht van jihad bestaat zolang de universele dominantie van de islam niet is bereikt. Vrede met niet-moslimlanden is daarom slechts een tijdelijke verhouding, enkel tijdelijke omstandigheden kunnen dit verantwoorden. Voorts kunnen geen echte vredesverdragen met deze landen worden gesloten. Enkel bestanden met een duur die in principe de 10 jaar niet kan overschrijden, zijn toegestaan. Maar zelfs zulke bestanden zijn riskant, in die zin dat ze nog voor het einde van hun duur kunnen worden opgezegd als zou blijken dat het voor de islam beter is om het conflict te hervatten.

Nog in verband met de doctrine van de opheffing: de overgrote meerderheid van de ulema is het erover eens dat Koran 9:5, genoegzaam bekend als ayat al-saif (’vers van het zwaard’), zowat 124 van de ietwat vredelievendere Mekka-verzen heeft opgeheven.

De verplichte jihad is het best te verklaren via de tweeledige kijk op de wereld die de Dar al-Islam (het ‘Huis van Onderwerping’, i.e. de islamitische wereld), tegen Dar al-Harb afzet (het ‘Huis van Oorlog’, i.e. de niet-islamitische wereld), totdat de eerste de laatste omvat.

Internationaal gerenommeerd moslimhistoricus en filosoof Ibn Khaldun (d. 1406) verklaart deze opdeling op de volgende manier: “In de moslimgemeenschap is de heilige oorlog (jihad) een religieuze plicht als gevolg van het universalisme van de moslimmissie en de verplichting om iedereen tot de islam te bekeren door middel van overtuiging of geweld. De andere religieuze groepen, meer bepaald christenen en joden, hadden geen universele missie, en de heilige oorlog was voor hen geen religieuze plicht, maar enkel een middel om zich te verdedigen. (…) Maar de islam houdt een verplichting in om de macht te grijpen over andere landen.”

Het concept van de ‘verplichte jihad’ werd geïllustreerd door het feit dat, gebaseerd op het 10 jaar durende bestand van Hudaibiya (628), geratificeerd door Mohammed en zijn Qoeraisj tegenstrevers in Mekka, 10 jaar theoretisch de maximumtijd is dat moslims in vrede met ongelovigen kunnen leven. Gebaseerd op Mohammeds voorbeeld om het bestand na twee jaar te breken (door een of andere inbreuk van de Quraisj aan te halen), is de enige functie van het ‘vredesbestand’ (of hudna) dat verzwakte moslims tijd kunnen winnen om te hergroeperen alvorens opnieuw in de aanval te gaan. Overigens zei Mohammed volgens een gecanoniseerde hadith: “Als ik een eed afleg en later iets anders beter vind, dan doe ik wat ik het beste vind en breek ik mijn eed”. Voorts moedigde de profeet moslims aan hetzelfde te doen: “Als je ooit plechtig belooft iets te doen en later vind je dat iets anders beter is, dan moet je je belofte breken en doen wat beter is.”

Na een vredesbestand te hebben onderhandeld met Israël (fel bekritiseerd door moslims omdat ze het zagen als een toegeving), rechtvaardigde voormalig PLO-leider en Nobelprijswinnaar Yasser Arafat deze actie door tegen moslims – in moskeeën en off the record – te zeggen: “Ik zie dit bestand als niet meer dan een overeenkomst tussen onze profeet Mohammed en de Qoeraisj in Mekka.” De ‘gematigde’ Arafat gaf met andere woorden – net zoals zijn profeet – enkel zijn woord om het te kunnen verbreken op het moment dat ‘iets beters’ boven water kwam: de Palestijnen die opnieuw krachtig genoeg zouden worden om weer ten aanval te trekken.

Zeer recent stelde een nieuwe islamitische groepering ‘Jaysh al-Umma’, die met Hamas is geassocieerd: “moslims over de hele wereld zijn verplicht om de Israëli’s en de ongelovigen te bevechten totdat enkel en alleen de islam de wereld regeert.” Kort daarna beseften ze hun ‘verspreking’, en ze verklaarden: “Wij zeggen dat de wereld niet in vrede zal leven zolang het bloed van moslims blijft vloeien.” Wat bedoelen ze nu eigenlijk: “totdat bloed van moslims stopt met vloeien in Israël” of “totdat enkel de islam de wereld regeert”?

Dit zijn allemaal duidelijke voorbeelden van moslims die het idee van vrede als voorwendsel gebruiken met als doel tijd te winnen om hun kracht te vergroten.

En hier is dan het probleem: als de islam in een continue staat van oorlog moet zijn met de niet-moslimwereld, een oorlogsstaat die niet per se fysiek moet zijn daar de ulema verschillende niet-gewelddadige vormen van jihad heeft opgesteld, zoals ‘jihad-met-de-pen’ (propaganda) en ‘geld-jihad’ (economisch), en als het moslims is toegestaan om te liegen en om loyaliteit, vriendschap en zelfs affectie te veinzen ten opzichte van de ongelovige, enkel ten bate van hun oorlogszucht, wat moet men dan denken van eender welke aanzet van moslims tot vrede, tolerantie of dialoog?

Dit wordt duidelijk als men bedenkt dat elke keer als moslims ‘vredevol de hand reiken’, dat steeds is als ze in een verzwakte positie zijn ten opzichte van ongelovigen. Dat is dus op het moment dat zij, niet hun niet-moslim tegenstanders, voordeel hebben van wapenstilstand. Dat is de les van de laatste twee eeuwen van islamitisch-Westerse interactie, waarin de eerste groep militair inferieur was en dus verplicht was het Westen te gehoorzamen.

Men kan zich afvragen of het omgekeerde waar zou zijn. Als bijvoorbeeld de Palestijnen plots sterker zouden worden en Israël makkelijk zouden kunnen vernietigen. Als Israël dan de hand zou reiken voor vrede of een bestand, zouden de Palestijnen (voor de overgrote meerderheid moslim) dat aanvaarden? Het antwoord op deze vraag is eigenlijk evident als we alle landen bekijken waar niet-moslimgroepen als minderheden leven tussen een moslimmeerderheid: terwijl ze constant leven in een vorm van sociale onderdrukking (volgens Koran 9:29), worden ze ook sporadisch vervolgd en vermoord. Een voorbeeld hiervan zijn de Koptische christenen van Egypte. Op een bepaald moment kwamen ze samen om te bidden in een vervallen fabriek. Na enkele ogenblikken al werden ze omsingeld door 20 000 gewelddadige moslims, die met stenen gooiden en de islamitische oorlogsleuze “Allah Akbar” schreeuwden.

Wederkerige dreiging of religieuze plicht?

Waarom viel Osama bin Laden, die steevast gelooft in de splitsing van de wereld in twee delen – islam en de rest, die moeten vechten totdat de eerste de wereld domineert – de V.S. aan? De volgende anekdote licht een en ander toe: nadat een groep van prominente moslims een brief had geschreven naar de Amerikanen waarin stond dat de islam een vredelievende religie is die in vrede wil samenleven met anderen en enkel wil ‘leven en laten leven’, wees Bin Laden, die dacht dat geen enkele niet-moslim deze brief zou lezen, hen terecht op de volgende manier:

Over de relaties tussen moslims en ongelovigen, is dit wat degene met het Hoogste Woord zegt: “Wij (moslims) geven jullie (niet-moslims) op. Vijandschap en haat zullen altijd tussen ons staan, totdat jullie alleen in Allah geloven” (Koran 60:4). Op die manier is er een vijandschap die alle kenmerken heeft van een diep gewortelde haat. En deze hevige haat – dus gevecht – stopt enkel als de ongelovigen zich onderwerpen aan het gezag van de islam, of als het verboden is voor zijn bloed om te vloeien (d.i., een dhimmi) of als moslims op dat moment zwak en onbekwaam zijn (d.i. taqiyya). Maar als de haat op een bepaald moment het hart verlaat, dan is dat afvalligheid! Dat is de basis van de relatie tussen de ongelovige en de moslim. Geweld, vijandschap en haat – gericht van de moslim op de ongelovige – is het grondbeginsel van onze religie. En we beschouwen het als billijk en vriendelijk tegenover hen (The Al Qaeda Reader, p. 43).

Het verdient te worden herhaald dat deze vijandige ‘weltanschauung’ netjes wordt gesteund door mainstream rechtsislamscholen (i.e. er is niets ‘radicaal’ aan). Bin Ladens toon verandert drastisch als hij zich richt tot het westers publiek. Dan somt hij een bepaald aantal ‘grieven’ als reden op om tegen het Westen te vechten: van Palestijnse onderdrukking tot de ‘zichtbaarheid’ van westerse vrouwen en de V.S. die het Kyoto-protocol niet ondertekenen. Nooit eens waagt Bin Laden zich eraan te stellen dat de V.S. moeten worden bevochten omdat het een ongelovige entiteit is die moet worden onderworpen aan de islam. Inderdaad, veelal begint hij zijn berichten aan het Westen met te zeggen: “Wederzijdse dreiging maakt deel uit van rechtvaardigheid” of “Vrede aan iedereen die richting volgt”, maar hij bedoelt iets totaal anders dan wat zijn westerse publiek denkt.

Dit is uiteraard een duidelijke vorm van taqiyya, daar Bin Laden niet alleen gewag maakt van een fysieke jihad, maar ook van een jihad van propaganda. Een seculiere westerling (wiens manier van denken de notie van religieuze verovering niet toelaat) ervan overtuigen dat het huidige conflict helemaal diens fout is, zou er alleen maar voor zorgen dat hij en zijn zaak alleen maar meer sympathie zouden verliezen in het Westen. Omgekeerd weet Bin Laden ook zeer goed dat als de Amerikanen, buiten alle echte of ingebeelde grieven, zich zouden realiseren dat enkel hun onderwerping aan de islam vrede zou kunnen brengen, dit zijn propagandacampagne vlug zou compromitteren. Maar feit is dat Al-Qaeda meer door religieuze verplichting is gemotiveerd dan door een wederzijdse handelwijze. Bijgevolg is er die continue noodzaak om te liegen, omdat ‘oorlog misleiding is’ zoals hun profeet het voorhoudt.

Hier moet nog aan worden toegevoegd dat, ondanks het feit dat de overgrote meerderheid van de moslims in de wereld geen actieve terroristen zijn, de grievenlijst van Bin Laden tegen het Westen model staat voor de gemiddelde grieven van alle moslims.

Als zij er zich echter niet van bewust zijn dat volgens de islam en niet volgens Bin Laden, de vijandigheid ten opzichte van ongelovigen tijd, ruimte en grieven overstijgt, en dat de religieuze verplichting de continue oorlog beveelt tot “alle religie tot Allah behoort”, dan zijn zij ofwel onwetend over hun eigen religie, ofwel… taqiyya?

Met zulke vrienden…

De organisatie werd in verband gebracht met Hamas, ze werd terechtgewezen door Amerikaanse politici voor het “nastreven van een extreme islamitische politieke agenda” en haar leden werden aangehouden in verband met terrorismegerelateerde beschuldigingen: het gaat hier over de ‘Council on American-Islamitic Relations’ (CAIR). Deze organisatie is nog maar eens een moslimgroep die minder eerlijk is tegenover haar niet-moslimpubliek. Verblijvend in de V.S. zitten ze ook veel dichter bij huis. Jihad, eeuwigdurende oorlogvoering en zelfs doctrines als taqiyya passeerden inderdaad allemaal de revue in dit essay. CAIR was er als eerste bij om het bestaan ervan te ontkennen, beschuldigingen van ‘islamofobie’ te uiten en met rechtszaken te dreigen tegenover iedereen die naar hen verwees. Op die manier censureerden ze alle kritiek aan het adres van de islam.

Zou het kunnen dat CAIR lessen had geleerd van de tot islam bekeerde Masud, die Mohammed aanzette om onder de verenigde gelovigen te gaan wonen, enkel en alleen om hen te misleiden en te bedriegen zodat de islam zou kunnen triomferen?

Het meest voor de hand liggende voorbeeld van taqiyya komt echter van een heel land: Saoedi Arabië. Als er één land is dat de sharia nauwgezet volgt – inclusief (maar niet slechts) de verdeling van de wereld in twee eeuwig oorlogvoerende helften, de islam en de ongelovige wereld – dan is het Saoedi Arabië, a.k.a. Amerika’s ‘vriend’. Volgens de sharia kunnen de Saoedi’s bijvoorbeeld de bouw van één enkele kerk of synagoge niet toelaten in hun land. Bijbels worden verbannen en verbrand, christenen die met een of andere zendelingenmissie bezig zijn worden gearresteerd, gefolterd en soms gedood. Moslims die zich tot het christendom bekeren worden gedood.

Maar ondanks dit alles hebben de Saoedi’s – in hun poging om de islam weer te geven als een ‘tolerante’ religie die voor de zoveelste keer alleen maar ‘vredevol wil samenleven’ met anderen – aangedrongen op meer ‘dialoog’ tussen moslims en niet-moslims, vooral christenen en joden (dat zijn ironisch genoeg de volkeren die momenteel machtiger zijn dan de islam). Saoedi Arabië weigert echter om gastheer te zijn van deze ‘samenkomsten van dialoog’. Hun profeet Mohammed heeft immers op zijn sterfbed gewenst dat joden en christenen het Arabische schiereiland zouden worden uitgezet, hoe kan men ze dan nu uitnodigen om over vrede en tolerantie te praten? Natuurlijk vrezen de Saoedi’s ook dat een ‘echt debat’ – niet enkel dat oppervlakkig gezwets over ‘wederzijds begrip’ waardoor deze schijnvertoningen worden gekenmerkt – zou plaatsvinden wanneer de niet-moslimdeelnemers zouden ontdekken dat ze niet vrij zijn om hun geloof te belijden op Saoedi-grondgebied. De recentste interreligieuze conferentie werd gehouden in Madrid, waar Koning Abdullah – ondanks al het bovengenoemde – beweerde: “Islam is een religie van gematigdheid en tolerantie, een boodschap die de volgelingen van alle religies oproept constructief met elkaar in dialoog te gaan.”

Enkele dagen later werd onthuld dat in de schoolboeken van kinderen uit Saoedi Arabië nog steeds staat geschreven dat christenen en joden ‘infidels’, ‘gehate vijanden’ en ‘varkens en zwijnen’ zijn. Een multiple choice-vragenlijst in een schoolboek van het vierde leerjaar vraagt aan moslimkinderen: ‘Wie is een ‘echte’ moslim?’ Het correcte antwoord is niet een man die bidt, vast, enz…, maar eerder ‘een man die enkel God aanbidt, houdt van gelovigen en de infidels haat’. Dat gaat over diezelfde mensen waarmee de Saoedi’s ‘in dialoog’ willen gaan.

Het is duidelijk dat wanneer de Saoedi’s – of andere sharia-aanhangende moslims – oproepen tot dialoog, ze enkel het bovengenoemde advies van Mohammeds vriend Abu Darda volgen: “Laat ons lachen naar het gezicht van bepaalde mensen, terwijl ons hart ze vervloekt.”

Implicaties

Er is ook een lastig filosofisch – opnieuw, specifiek epistemologisch – aspect aan het concept van taqiyya. Iedereen die echt gelooft dat niemand minder dan God dat rechtvaardigt en die naar het voorbeeld van zijn profeet misleiding billijkt, zal geen ethische bezwaren of dilemma’s ervaren wat betreft liegen. Dit is des te meer waar als men aanneemt dat de menselijke geest inderdaad een tabula rasa is, vormgegeven door de omgeving en het onderwijs: misleiding wordt zo een tweede natuur.

Beschouw het geval Ali Mohammed, bin Ladens ‘eerste trainer’ en jarenlang Al-Qaeda medewerker. Ondanks het feit dat hij zich in de hoogste echelons van het terrorismenetwerk bevindt, was zijn capaciteit om te liegen en te misleiden groot genoeg om jarenlang een CIA-agent en een FBI-informant te zijn. Mensen die hem kenden beschreven hem met angst en ontzag voor “zijn ongelooflijke zelfvertrouwen, zijn onvermogen om te worden geïntimideerd, zijn absolute hardvochtige vastberadenheid om de vijanden van de islam te doden en zijn vurig geloof in de basisprincipes van militant islamitisch fundamentalisme”. Deze zin zegt inderdaad alles: een ‘vurig geloof’ in de ‘basisprincipes’ van de islam, wat zoals gezegd misleiding rechtvaardigt, zal zeker zorgen voor een ‘ongelooflijk zelfvertrouwen’ bij het liegen.

De conclusie is dat elke moslim die nauwgezet de sharia bestudeert – en dat is nu eenmaal de definitie van een moslim, “hij die zich overgeeft aan de wetten van Allah”, wetten die, te midden van andere oorlogszuchtigheid, zeer duidelijk en ondubbelzinnig de wereld in twee eeuwig oorlogvoerende helften verdelen – altijd een ‘goddelijk geïnspireerd’ recht zal hebben om te misleiden. En dit totdat “alle chaos eindigt en alle religie tot Allah behoort” (Koran 8:39). Alle uitingen van moslims in verband met vrede, dialoog en zelfs tijdelijke bestanden moeten in dit licht bekeken worden.

Bronnen: Het Vrije Volk: Ibrahim over taqiyya door Sam van Rooy; Pajamas Media.com: War and Peace — and Deceit — in Islam (Part 1) door Raymond Ibrahim van 12 februari 2009 en War and Peace — and Deceit — in Islam (Part 2) van 13 februari 2009; Lees ook op Verzet Blogspot: Taqiyya, de [islamitische] kunst van leugen en bedrog jegens niet-moslims en Joden van 2 mei 2009; Faith, Answers & Questions van 21 april 2009; Bloodthirsty Liberal: He is just not That into Jews; Jewish Blogging: “Peaceful” Imam Calls For Extermination of Those Evil Jews van 19 april 2009; Palestinian Media Watch bulletin van 19 april 2009: Hamas Racism: Jews are evil – “Their children will be exterminated.”; Islam Watch: Understanding Taqiyya ― Islamic Principle of Lying for the Sake of Allah van 30 april 2007 door Warner MacKenzie; Wikipedia.eng: Abu Hamza Al-Masri; Counter Espionage: ‘Taqiyya’: how Islamic extremists deceive the West door Andrew Campbell van 1 juni 2005 en ‘Taqiyya’ and the global war against terrorism door Andrew Campbell van 1 september 2005 en Iran and Deception Modalities door Andrew Campbell van 1 september 2006 en Iran’s nuclear deception: taqiyya and kitman van 1 december 2006; op deze blogspot: Dhimmitude: de status van niet-moslim minderheden onder Islamitisch bestuur van 23 april 2009

3 gedachtes over “Oorlog en vrede – en misleiding – in de Islam: Taqiyya [deel 2]

  1. De enige oplossing is oorlog! Oorlog tegen islam! Oorlog tegen alle islamitische landen.

    Het is toch ondenkbaar voor ONZE kennisbeschaving dat wij een samenleving propageren die continu refereert aan de maffia als de heilige graal waaruit al onze haat, agressie en gewelddadig optreden tegen anders denkenden geput moet worden. Zoiets komt alleen voor binnen de islam en zijn aanhangers. Want geen mens in ONZE kennisbeschaving is verplicht moslim te zijn. Het ware dus beter dat alle mohammedanen in ONZE kennisbeschaving vertrekken en zich gaan melden aan de poorten van Mekka!

    Wie de koran leest zal weinig verschil herkennen met het handboek van de maffia. We weten immers allemaal dat wie niet meewerkt met de maffia, wie niet betalen wil, wie een verrader is, geliquideerd zal worden. Welnu, zie hier de islam ten voeten uit!

    Like

  2. Het moslim voetvolk worden dom gehouden, terwijl duizenden Saoedi-Arabische prinsen het varken uithangen in Monaco, Londen of Parijs.
    De ramadan is het ideale moment om een reis te boeken naar prostitutie-oorden, terwijl de domme man of vrouw de handen of het hoofd wordt afgehakt.
    De imams kunnen hun poten niet afhouden van kinderen en wie klaagt wordt gestenigd.
    Een Belgische politicus in functie van Europees commissaris voor handel gaat de antisemitische toer op, terwijl zijn echtgenote, zoonlief, liberale medestanders, Siegfried Bracke en logebroeders zwijgen in alle talen.
    2000 jaar vervolging en nog steeds de constante bedreiging op elke hoek van de straat, de scholen, de synagoge, thuis of in Israël.
    Wat een wereld!
    David

    Like

Reacties zijn gesloten.