Oorlog en vrede – en misleiding – in de Islam: Taqiyya [deel 1]

In februari van dit jaar publiceerde Raymond Ibrahim op Pajamas Media onderstaand essay (in 2 delen) waarin hij het Westen waarschuwt voor de manier van oorlogvoeren van (radicale) moslims. Raymond Ibrahim is de mededirecteur van het ‘Middle East Forum’ en de auteur van ‘The Al Qaeda Reader’, vertalingen van religieuze teksten en religieuze propaganda. Dit essay werd vertaald door Sam van Rooy en gepubliceerd op Het Vrije Volk op 16 juli 2009. Sam is de zoon van Wim van Rooy die bekendheid verwierf met zijn boek De malaise van de multiculturaliteit, dat onlangs werd gepubliceerd.


Oorlog en vrede – en misleiding – in de Islam: Taqiyya [deel 1] en [deel 2]

Islam, oorlog en misleiding: een synthese

Leren liegen voor het heil van de Islam
Niet-moslims mag je beliegen en bedriegen voor het heil van de Islam

Vandaag, in een tijd van oorlog en oorlogsgeruchten afkomstig uit de islamitische wereld – gaande van het on-going conflict in Gaza tot het ‘sabelgekletter’ van het nucleair gewapende Pakistan en binnenkort ook Iran – wordt de behoefte van niet-moslims om de islamdoctrine en islamdoelstellingen over oorlog en vrede en alles daartussen (verdragen, diplomatie) beter te begrijpen, uitermate dringend. Wat doet men bijvoorbeeld met het feit dat Hamas, na open en heftig keer op keer duidelijk te verklaren dat het haar ultieme doel is om Israël vernietigd te zien, ook ‘vredesverdragen’ nastreeft, inclusief verschillende toegevingen van Israël – en nog raadselachtiger, die ‘vredesverdragen’ ook aanvaardt?

Vooraleer men zulke vragen kan beantwoorden, moet men eerst de volledige en gedetailleerde strikt legalistische oorsprong van de mainstream (soennitische) islam begrijpen. Vreemd genoeg is de islam – hoezeer men ook altijd beweert verkeerd begrepen of geïnterpreteerd te zijn door ‘radicalen’ – in tegenstelling tot de meeste andere religies een duidelijk gedefinieerde religie die geen dubbelzinnigheid toestaat: inderdaad, volgens de sharia (d.i. ‘de manier van leven volgens de islam’, meestal vertaald als de ‘islamitische wet’) is elke denkbare menselijke daad gecategoriseerd als verboden, ontmoedigd, toegestaan, aanbevolen of verplicht. ‘Gezond verstand’ of ‘algemene opvattingen’ hebben weinig te maken met de opvattingen van de islam aangaande goed en slecht. Het enige wat telt is wat Allah (via de Koran) en zijn profeet Mohammed (via de Hadith) hebben te zeggen over eender welk onderwerp, en hoe de grootste theologen en juristen van de islam – algemeen bekend als de ulema, letterlijk: ‘zij die het weten’ – het hebben uitgesproken.

Neem ‘liegen’. Volgens de sharia is bedrog of misleiding niet alleen toegestaan in sommige situaties, het is soms zelfs verplicht. Bijvoorbeeld: moslims die moeten kiezen tussen de islam afzweren en gedood worden moeten, en dit in tegenstelling tot de vroegere christelijke traditie, bedriegen door hun afvalligheid te veinzen. Vele juristen hebben vonnissen uitgesproken die stellen dat moslims verplicht zijn om te liegen volgens de Koran 4:29.

De doctrine van de taqiyya

Veel draait rond de allesomvattende doctrine van taqiyya, een concept dat veelal vergoelijkend wordt benaderd als ‘religieuze veinzing’, doch in realiteit heel eenvoudig ‘bedrog van moslims ten opzichte van ongelovigen’ inhoudt. Volgens de gezaghebbende Arabische tekst Al-Taqiyya fi Al-Islam is “Taqiyya (bedrog) van fundamenteel belang in de islam. Vrijwel elke islamitische sekte stemt ermee in en voert het uit. We kunnen daarom stellen dat de uitoefening van taqiyya de heersende stroming is binnen de islam, en dat de weinige groeperingen die de taqiyya niet uitoefenen, danig verschillen van die heersende stroming. Taqiyya is overheersend in de islamitische politiek, voornamelijk in de moderne tijd [p. 7, eigen vertaling].”

Sommigen geloven verkeerdelijk dat taqiyya een exclusieve Shia doctrine is (de tweede grootste islamstroming, na de soennitische islam): als een minderheidsgroep verspreid tussen haar traditionele vijanden, de veel talrijkere soennieten, hebben shiieten historisch gezien meer ‘reden’ om te misleiden. Ironisch genoeg echter bevinden soennieten die vandaag in het Westen leven zich in dezelfde situatie: zij zijn nu een minderheidsgroep omsingeld door hun historische vijanden – christelijke ongelovigen.

Het belangrijkste koranvers dat bedrog ten opzichte van niet-moslims bevestigt zegt: “Laat gelovigen (moslims) geen ongelovigen (niet-moslims) als vrienden en bondgenoten nemen in plaats van gelovigen. Wie dit doet zal geen relatie meer hebben met Allah – tenzij je alleen jezelf beschermt tegen hen uit voorzorg” (3:28. Andere verzen waarnaar wordt verwezen in de ulema ter ondersteuning van de taqiyya zijn 2:173, 2:185, 4:29, 16:106, 22:78, 40:28).

Al-Tabari’s (d. 923) beroemde tafsir (exegese van de Koran) is een standaard en gezaghebbend referentiewerk in de hele moslimwereld. Betreffende 3:28 schrijft hij: “Als jullie (moslims) onder hun (ongelovigen) gezag zijn, vrezend voor jezelf, gedraag je dan loyaal tegenover hen, met jullie tong, terwijl jullie innerlijke vijandigheid herbergen. Allah heeft gelovigen (moslims) verboden om vriendschappelijk of intiem te zijn met ongelovigen in plaats van gelovigen – behalve wanneer ongelovigen boven hen staan (in gezag). In dat scenario, laat ze zich dan vriendschappelijk gedragen tegenover hen.”

Wat betreft 3:28 schrijft Ibn Kathir (d. 1373, tweede in gezaghebbende in rang na Tabari): “Wie wanneer of waar dan ook hun (ongelovigen) slechtheid vreest, mag zichzelf beschermen door middel van oppervlakkig toneelspelen.” Als bewijs hiervan citeert hij Mohammeds naaste metgezel, Abu Darda, die zei: “Laat ons lachen naar het gezicht van sommige mensen (niet-moslims) terwijl ons hart ze vervloekt”. Een andere metgezel, al-Hassan, zei: “Het uitoefenen van taqiyya is aanvaardbaar tot aan de dag des oordeels (i.e. tot in de eeuwigheid).”

Andere prominente leden van de ulema, zoals al-Qurtubi, Al-Razi en Al-Arabi, hebben de taqiyya uitgebreid om acties of daden toe te dekken. Met andere woorden, moslims kunnen zich als ongelovigen gedragen – inclusief door neer te buigen en afgoden en kruisen te aanbidden, valse getuigenissen af te leggen, zelfs door zwakheden van andere moslims aan de ongelovige vijand te onthullen – alles behalve werkelijk een moslim te doden.

Is het daarom dat de Amerikaanse moslim, sergeant Hasan Akbar, zijn medesoldaten doodde in Irak 2003? Had zijn geveinsde loyaliteit uiteindelijk een maximum bereikt toen hij begon te beseffen dat moslims zouden kunnen worden gedood onder zijn gezag? In zijn dagboek had hij het volgende geschreven: “Ik mag dan geen enkele moslim hebben gedood, maar in het leger zijn is net hetzelfde. Ik zal misschien spoedig een keuze moeten maken over wie ik dood”.

Oorlog is misleiding

Niets hiervan zou mogen verbazen als men weet dat Mohammed zelf – wiens voorbeeld als de ‘meest perfecte mens’ strikt moet worden gevolgd – een handig beeld van liegen ophing. Het is bijvoorbeeld goed geweten dat Mohammed liegen toeliet in drie situaties: om twee of meerdere ruziënde partijen te verzoenen, tegenover je vrouw en in de oorlog (zie Sahih Muslim B32N6303, beschouwd als een ‘authentieke’ hadith).

Wat betreft onze voornaamste bezorgdheid hier – oorlog – onthult het volgende verhaal uit het leven van Mohammed de centrale rol van bedrog in de oorlog. Tijdens de ‘Battle of the Trench’ (627), die Mohammed en zijn volgelingen voerden tegen verschillende niet-moslimstammen bekend als de ‘Geconfedereerden’, liep één van hen, Naim bin Masud, over naar het moslimkamp en hij bekeerde zich tot de islam. Toen Mohammed ontdekte dat de Geconfedereerden niet op de hoogte waren van de bekering van hun stamgenoot, raadde hij Masud aan om terug te keren en op een of andere manier zijn stamgenoten ervan te overtuigen hun belegering op te geven “Omdat,” verzekerde Mohammed hem, “Oorlog misleiding is.” Masud keerde terug naar zijn vroegere stamgenoten zonder dat ze wisten dat hij ‘van kamp was verwisseld’, en hij begon zijn voormalige bondgenoten slechte raad te geven. Ook ging hij erg ver in het veroorzaken van ruzies tussen de verschillende stammen tot ze, elkaar sterk wantrouwend, uit elkaar gingen, op die manier de belegering van de moslims verzaakten en daardoor de islam redden in zijn embryonale periode (zie Al-Taqiyya fi Al-Islam. Ook Ibn Ishaq’s Sira, de eerste biografie van Mohammed).

Nog overtuigender in verband met de legitimatie van misleiding vis-à-vis ongelovigen is de volgende anekdote. Een dichter, Kab bin al-Ashruf, beledigde Mohammed door een kleinerend vers over moslimvrouwen te maken. Mohammed verklaarde vervolgens in het bijzijn van zijn volgelingen: “Wie zal deze man doden die Allah en zijn profeet pijn heeft gedaan?” Een jonge moslim genaamd Mohammed bin Maslama stelde zich kandidaat, maar op voorwaarde dat hij, om dicht genoeg bij Kab te komen om hem te vermoorden, mocht liegen tegen de dichter.

Mohammed ging akkoord. Maslama reisde naar Kab, begon de islam en Mohammed zwart te maken en ging daarmee door totdat zijn afkeer zo overtuigend werd dat Kab hem in vertrouwen nam. Niet lang daarna verscheen Maslama met een andere moslim en, nadat de bewaker van Kab buiten spel was gezet, vielen ze Kab aan en doodden ze hem. Ibn Sa’ads versie beschrijft dat ze naar Mohammed liepen met Kabs hoofd, naar wie de laatste schreeuwde: “Allahu Akbar!” (God is groot!)

Het is ook het vermelden waard dat de hele reeks openbaringen in de Koran een getuigenis zijn van taqiyya. En daar Allah wordt beschouwd als de openbaarder van deze verzen, is hij uiteindelijk te beschouwen als de voltrekker van de misleiding – wat niet verwonderlijk is omdat Allah zelf in de Koran beschreven staat als de beste ‘misleider’ of ‘samenzweerder’ (3:54, 8:30, 10:21). Dit fenomeen draait rond het feit dat de Koran zowel vredevolle en tolerante als gewelddadige en intolerante verzen bevat. De ulema waren verward over welke verzen moesten worden geïmplementeerd in het sharia-wereldbeeld. Is dat bijvoorbeeld die ene vers dat zegt dat er geen dwang is in religie (2:256), of zijn het de verzen die moslims oproepen om alle ongelovigen te bevechten tot ze zich ofwel bekeren tot of ten minste onderwerpen aan de islam (8:39, 9:5, 9:29)? Om uit dit dilemma te geraken ontwikkelde de ulema de leer van de opheffing (naskh, gesteund door de Koran 2:106), die in essentie de verzen die later werden ‘geopenbaard’ in Mohammeds carrière prioriteit geven boven de eerdere verzen, en dit voor alle verzen die elkaar tegenspreken.

Maar eerst en vooral: waarom is er die contradictie? De algemene opvatting is dat, omdat Mohammed met zijn gemeenschap in de vroege jaren van de islam zwaar in de minderheid was ten opzichte van ongelovigen en andersgelovigen, een boodschap van vrede en coëxistentie aangewezen was (klinkt ons dat niet bekend in de oren?).

Nadat hij echter uitgeweken was naar Medina en zowel in aantal als op militair vlak een serieuze macht vormde, werden de gewelddadige en intolerante verzen ‘geopenbaard’, die moslims aanzetten om – nu ze toch de mogelijkheid hadden – over te gaan tot de aanval. Volgens deze opvatting, nogal standaard bij de ulema, kan men alleen concluderen dat de vredelievende Mekka-verzen uiteindelijk een misleidend plan waren om de islam tijd te geven totdat hij voldoende sterk was om dan zijn jihadistische ‘ware’ verzen te implementeren. Of, zoals oorspronkelijk begrepen en uitgevoerd door moslims zelf: wanneer ze zelf zwak en in de minderheid zijn, moeten ze preken en zich gedragen volgens de Mekka-verzen (vrede en tolerantie). Wanneer ze sterk zijn moeten ze ten aanval trekken volgens de Medina-verzen (oorlog en verovering). De plotse wendingen in de islamitische geschiedenis zijn een getuigenis van deze dualiteit.

Een moslimcollega van me maakte dit ooit duidelijk tijdens een ‘casual’ doch onthullende conversatie. Na hem gedetailleerd al deze problematische doctrines die het moslims onmogelijk maken om vredevol samen te leven met ongelovigen – jihad, loyaliteit en vijandigheid, het goede opleggen en het slechte verbieden – te hebben uitgelegd, vroeg ik scherp hoe en waarom hij, als moslim, ze zelf niet handhaafde. Hij bleef eromheen draaien, terwijl hij mij wees op op de vredelievende en tolerante verzen. In de veronderstelling dat hij zich niet helemaal bewust was van zulke mysterieuze doctrines als ‘opheffing’, begon ik hem (vrij triomfantelijk) het verschil uit te leggen tussen (tolerante) Mekka-verzen en (intolerante) Medina-verzen, en hoe de laatste de vorige ophieven. Hij glimlachte enkel maar en zei: “Ik weet het, maar ik leef op dit moment in Mekka”. Net zoals zijn zwakke en in de minderheid zijnde profeet tussen een ongelovige meerderheid in Mekka, voelt ook hij zich voor zijn overleving verplicht om vrede en tolerantie te prediken, en een vredevol samenleven met de ongelovige meerderheid van Amerika.

Vervolgt in: Oorlog en vrede – en misleiding – in de Islam: Taqiyya [deel 2]

Bronnen: Het Vrije Volk: Ibrahim over taqiyya door Sam van Rooy; Pajamas Media.com: War and Peace — and Deceit — in Islam (Part 1) door Raymond Ibrahim van 12 februari 2009 en War and Peace — and Deceit — in Islam (Part 2) van 13 februari 2009; Lees ook op Verzet Blogspot: Taqiyya, de [islamitische] kunst van leugen en bedrog jegens niet-moslims en Joden van 2 mei 2009; Faith, Answers & Questions van 21 april 2009; Bloodthirsty Liberal: He is just not That into Jews; Jewish Blogging: “Peaceful” Imam Calls For Extermination of Those Evil Jews van 19 april 2009; Palestinian Media Watch bulletin van 19 april 2009: Hamas Racism: Jews are evil – “Their children will be exterminated.”; Islam Watch: Understanding Taqiyya ― Islamic Principle of Lying for the Sake of Allah van 30 april 2007 door Warner MacKenzie; Wikipedia.eng: Abu Hamza Al-Masri; Counter Espionage: ‘Taqiyya’: how Islamic extremists deceive the West door Andrew Campbell van 1 juni 2005 en ‘Taqiyya’ and the global war against terrorism door Andrew Campbell van 1 september 2005 en Iran and Deception Modalities door Andrew Campbell van 1 september 2006 en Iran’s nuclear deception: taqiyya and kitman van 1 december 2006; op deze blogspot: Dhimmitude: de status van niet-moslim minderheden onder Islamitisch bestuur van 23 april 2009

Een gedachte over “Oorlog en vrede – en misleiding – in de Islam: Taqiyya [deel 1]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.