De malaise van de multiculturaliteit

multi1

Migraties en de multiculturen die door rechtstreeks uit voortvloeien, zijn door de hele beschavingsgeschiedenis eerder regel clan uitzondering. In elk rijk werd er gemengd en gemixt, geëmigreerd en geimmigreerd – meestal met veel bloed, zweet en tranen. Toch heeft het ontzettend long geduurd alvorens de wetten en mores die stelden wat mocht en niet mocht kritisch in vraag werden gesteld. De mensenrechten bijvoorbeeld – een vrij recente humane uitvinding – worden begrijpelijkerwijs met alle kracht verdedigd en het minste euvel in dot verband wordt als een onmiddellijk te verwijderen smet gezien.

De dwangmatigheid echter waarmee dat geschiedde en de naïviteit die daarbij tentoongespreid werd, leverden een hysterische politieke correctheid op, een manie die vooral belichaamd werd (en wordt) door ‘contra reactionaire progressivisten’ die, na het failliet van het communisme (marxisme), de behoefte aan een utopie bleven invullen via de nieuwe ideologie van een overspannen multiculturalistische idylle.

Pas no 9/11 werd, dan toch voorzichtig plaats ingeruimd voor een kritiek op het naieve en hyperkinetische multiculturalisme en werd gepleit voor de terugkeer van wat gezond verstand. Dit boek gaat in op de progressivistische gedachteloosheid van de multiculturalistische elite. Het houdt tegelijk, onder meer geïnspireerd door intellectuelen uit de moslimwereld, een kritisch pleidooi voor een bedachtzamer omgang met de multicultuur.

WIM VAN ROOY is publicist in allerlei kranten, tijdschriften, encyclopedieën en catalogi over literatuur, kunst, politicologie, filosofie en film. Hij was dertig jaar werkzaam in het onderwijs, waarvan zeven jaar als directeur van de Vrije Israëlitische School Yavne te Antwerpen.

Recensie door Dirk Verhofstadt op Liberales.be

Wie later in de geschiedenis zal terugzoeken naar het beginpunt van de nieuwe religieuze waanzin die uitgaat van radicale islamitische leiders en systemen, zal terechtkomen bij tal van incidenten en aanslagen die in de laatste decennia van de twintigste eeuw plaatsvonden. Cruciaal was de Iraanse revolutie in 1979 en de inval van de Sovjet-Unie in datzelfde jaar in Afghanistan. Maar het wereldwijde effect ervan werd pas zichtbaar op 14 februari 1989 toen Ayatollah Khomeini het bevel gaf de auteur Salman Rushdie, een Indiër van Britse nationaliteit, te vermoorden. Salman Rushdie schreef werken als Middernachtskinderen in 1981 en Schaamte in 1983 waarin hij de streng religieuze en tribale gemeenschappen hekelt die gebaseerd zijn op mythes, magie en legendes in plaats van op de rede. ‘Waar God aan de macht is, mogen sommige dingen niet waar zijn,’ schrijft hij. Maar het boek dat het meest ophef zou maken, was De Duivelsverzen in 1989. Daarin suggereert de auteur dat het heilige boek door Mohammed werd verzonnen. Eén personage is een islamitische religieuze leider die in ballingschap leeft en die uit is op wraak, desnoods ten koste van zijn eigen volk. Het gaat hier duidelijk om een parallel met Khomeini die jarenlang als balling in Frankrijk leefde.

‘Ik deel de trotse moslimgemeenschap in de wereld mee dat de schrijver van het boek The Satanic Verses, dat zich keert tegen de islam, de profeet en de Koran en iedereen, die, kennis dragend van de inhoud ervan, betrokken is geweest bij de publicatie van het boek, ter dood zijn veroordeeld. Ik vraag alle moslims, waar dan ook, hen te executeren,’ zo verkondigde ayatollah Khomeini. De moordenaar zou een premie van drie miljoen dollar krijgen. De veroordeling had het effect van een mentale kernbom waarvan de giftige neerslag alle continenten bereikte, een soort ondergrondse splijting tussen de geesten van moslims overal in de wereld. Het zorgde enerzijds voor meer zelfbewustzijn bij heel wat geschoolde moslims die het traditionalisme en de hang naar authenticteit als een rem ervoeren voor de ontwikkeling van islamitische samenlevingen. Maar anderzijds en veel diepgaander zorgde het voor een opstoot van radicalisme onder de talloze grote en kleine geestelijke leiders, mannen, broers en zonen die perfect aanvoelden dat hun eeuwenlange dominantie tegenover vrouwen aan het wankelen was. In die zin zagen ze de satire van Salman Rushdie als een enorm gevaar dat alleen gestopt kon worden door een gruwelijk gebaar: hem de keel oversnijden. De fatwa van Khomeini sloeg niet alleen op de auteur maar eveneens op de uitgevers en vertalers. Rushdie dook onder en overleeft alsnog de fatwa, maar de Italiaanse vertaler van zijn boek Ettore Capriolo en zijn Noorse collega William Nygaard werden zwaargewond bij een aanslag, de Japanse vertaler Hitoshi Igarashi werd vermoord. De Turkse schrijver Aziz Nesin die als atheïst zijn steun betuigde aan Rushdie kreeg prompt doodsbedreigingen en overleefde amper een aanslag op zijn leven. In verschillende moslimlanden en zelfs in het zogenaamd democratische India is het boek verboden. Voor alle duidelijkheid: 2006 meldde het Iraanse persbureau dat de fatwa ‘voor altijd van kracht blijft’.

Intussen weten we dat het van kwaad naar erger liep. Sinds de aanslagen van 9/11, maar voor scherpe waarnemers al veel vroeger, is het jihadistische islamisme bezig aan een wereldwijde veroveringstocht waarbij alle middelen goed zijn om het door Mohammed verkondigde woord in de praktijk te brengen. Wie op het gevaar van die evolutie wees, werd door de links-progressieve elite stante pede in het extreemrechtse kamp geduwd. Die elite verdedigde immers het multiculturalisme als ideaalbeeld, waarbij het cultuurrelativisme als vanzelfsprekendheid werd verheven. Tegen die tendens van het politiek correcte denken verschenen de voorbije jaren ophefmakende boeken die de spreekwoordelijke vinger op de wonde legden. Ondermeer van Oriana Fallaci en Irshad Manji, over Michel Houllebecq en Bruce Bauer, tot Ayaan Hirsi Ali en Nahed Selim. Niet altijd even verfijnd, maar wel oprecht op de bres voor de moderniteit. In diezelfde geest verscheen het boek De malaise van de multiculturaliteit van de publicist Wim van Rooy. Zijn boek is een frontale aanval tegen de onverschilligheid van de links progressieve elite voor de nieuwe opmars van religies in het algemeen en van de orthodoxe islam in het bijzonder. Daarbij haalt hij keihard uit naar zelfverklaarde progressieven als Kristien Hemmerechts, Tom Lanoye, Johan Leman, Herman de Ley, Sami Zemni, Jan Blommaert, Eric Corijn, Lucas Catherine en anderen die elk op hun manier de uitwassen van het antimodernistische denken van de islam goed trachten te praten. Wim van Rooy houdt een kritisch pleidooi voor een bedachtzamer omgang met de multicultuur, maar geeft tegelijk een waarschuwing aan al wie religie ziet als een factor van dialoog, wederzijds respect en verdraagzaamheid. De realiteit is immers dat religies juist zorgen voor verdeeldheid tussen mensen en aanzetten tot haat en intolerantie.

Volgens Van Rooy gingen multiculturalisten en Vlaams Belang een dodelijke paringsdans aan waardoor ze elkaar versterkten in het kwade en het onnozele. De leegte van hun argumentatie staat intussen in schril contrast met de werkelijke beweegredenen van de islamisten die er een perfide agenda op nahouden. Van Rooy verwijst hierbij naar de Algerijnse schrijfster Yasmine Khadra (die in feite een man is, maar onder een schuilnaam moet schrijven) die aan de jongeren voorhoudt: ‘Ik zal zin geven aan je ellende’. In diezelfde periode werden op muren in Arabische steden – die tot dan vasthielden aan de moderniteit en het socialisme – de slogan ‘Islam is the solution’ geschilderd. Tal van zogenaamd linkse progressieve intellectuelen namen die slogan voor waar. Ze keerden zich bijvoorbeeld massaal tegen de autoritaire Sjah van Iran en omarmden Ayatollah Khomeini als de bevrijder van de onderdrukten juist zoals Heidegger dat deed met het nazisme en Sartre met het maoïsme. Intussen is gebleken hoe verkeerd ze zaten. Wat ze in hun ideologische blindheid niet zagen was de moordende intolerantie van de islamitische geestelijkheid. De islam is geen ‘solution’ maar een middel om mensen op te sluiten één enkele identiteit, hen op te zetten tegen de moderniteit (vooral tegen de rechten van de vrouw) en hen te bewegen tot een ware strijd tegen de ongelovigen (christenen, vrijzinnigen, vrouwen en homoseksuelen). En het erge is dat westerse linkse intellectuelen hen daarbij hielpen en helpen. Ze sluiten zich af voor ware problemen of proberen de onvermijdelijke tegenstellingen te verdrinken in interreligieuze bijeenkomsten, praatbarakken die geen enkele, ik herhaal, geen enkele positieve bijdrage voor een harmonieuze samenleving hebben aangebracht.

Sterker nog, de westerse intellectuele elite beschouwt religie als een positieve factor in onze samenleving. Dat zeggen bijvoorbeeld de Amsterdamse burgemeester Job Cohen en de Limburgse provinciegouverneur Steve Stevaert, beiden socialist en vrijzinnig, maar steeds op hun hoede voor een politiek incorrecte uitspraak. Hun vertrouwen in religie als bindende kracht tussen mensen met uiteenlopende geloofsstandpunten is gewoon wereldvreemd. Religies verenigen enkel overtuigden maar verdelen alle anderen. Daarom bestookt Wim van Rooy de profeten van de religieuze harmonie als een boksbal waar hij rond danst en op alle manieren met welgemikte stoten een deuk inslaat. Dat leidt in zijn boek soms tot herhalingen die tientallen pagina’s lang duren met daarenboven forse scheppen scherpe voetnoten, maar ze vervelen niet. Integendeel, ze doen de lezer beseffen dat het echt tijd wordt om te reageren. De auteur zelf is ondanks zijn voortdurende dans rond de boksbal onvermoeibaar. Zijn woede over het oorverdovende stilzwijgen van de zelfverklaarde progressieve elite is daarvoor te groot. Het boek leest als een tornado met citaten uit hele bibliotheken die de lezer niet alleen onthutsen, maar tegelijk ook boos maken. Boos omwille van zoveel gemakzucht, domheid, lafheid, ontkenning, onverschilligheid, opportunisme en zelfs schuldige medeplichtigheid van zoveel bobo’s, intellectuelen en opiniemakers die daarmee de verlichtingsidealen verraden. Die elk protest tegen het antiliberale en ondemocratische gedrag van zoveel moslims afdoen als een vorm van racisme, gebrek aan respect, onwetendheid en haantjesgedrag. Zij zijn het die de Ayaan Hirsi Ali’s van deze wereld bespotten, eisen dat ze hun toon zouden milderen en liefst zwijgen. Niet de weerzinwekkende patriarchale wanpraktijken van de islamisten klagen ze aan, maar de boodschappers van zoveel onrecht die de moed hebben om te spreken. In plaats van dergelijke moedige stemmen te beschermen laten de multiculturalisten hen in de steek, sterker nog, ze nemen er afstand van en laten oogluikend toe dat ze desnoods vermoord worden. Eigen schuld, dikke bult, denken ze dan, en ze gaan over tot de orde van de dag.

‘Wil de liberale democratie geen mythe worden, dan mag ze reële problemen niet afdekken, ze mag niet bewegingsloos en al te omzichtig zijn, zoals ze meer dan tien jaar in verband met het multiculturalisme heeft gedaan’, schrijft van Rooy en hij gelooft niet in toverwoorden als ‘oecumene’ en ‘actief pluralisme’ als oplossing. Wat zijn dan die problemen? Eigenlijk teveel om op te sommen. In de Arabische landen ondermeer religieuze moordlust, onderdrukking van vrouwen en ongelovigen, toepassing van de onmenselijke islamitische wetgeving (de sharia), moorden op afvalligen en homoseksuelen, een fanatiek antisemitisme, verplichte sluiering (van niqaabs tot burka’s) die steeds vaker en op jongere leeftijd wordt opgelegd aan vrouwen en meisjes, besnijdenis van meisjes, verstotingen van vrouwen, discriminatie (van al wie niet het plaatselijk dominerende geloof volgt), racisme (in het bijzonder tegen zwarten), verwerping van vrije meningsuiting en van het recht op zelfbeschikking, schijndemocratieën, ontkenning van de Holocaust, verwerping van het kritisch rationalisme, afwijzing van de wetenschap (in het bijzonder de evolutietheorie), en totale onderwerping aan het woord van Allah en zijn vertegenwoordigers op aarde, de ayatollahs, mullahs en imams. Allemaal zaken die in de loop van de voorbije decennia ook binnensijpelden in Europa. Want ook in de westerse landen maakt het islamisme opgang. Denk aan vrouwenonderdrukking (de vluchthuizen bevatten verhoudingsgewijze veel meer allochtone vrouwen), gedwongen huwelijken, verplichte klederdracht, verstotingen, besnijdenissen (doorgaans uitgevoerd tijdens de verlofdagen in het land van herkomst), molesteren van afvalligen, bedreigen en vermoorden van critici (Rushdie, Van Gogh, Hirsi Ali, Ehsan Jami), zwijgen over de judeocide in de lessen geschiedenis, opmars van het creationisme, oproepen tot het van het dak gooien van homoseksuelen, ophemelen van zelfmoordacties van Hamas en Hezbollah, de denigrerende houding van jonge moslims (prinsjes) tegenover meisjes, christenen, atheïsten, joden, dieren, enz… Wie het durft aan te klagen wordt door de linkse elite in de hoek gezet als nestbevuiler, racist, fascist of islamofoob. De schuld ligt steevast bij het kapitalisme, het kolonialisme, het gebrek aan respect (van westerlingen), het individualisme, de discriminatie op de arbeidsmarkt, het gebrek aan scholingskansen. Maar een probleem bij de islamisten? Neen toch.

Sterker nog, ‘Men leidde de aandacht direct af door meteen te verwijzen naar sociale en economische (wan)toestanden in de Arabische wereld, al was de stilstand van de islamitische beschaving al lang voor het kolonialisme begonnen en kregen Europese moslims ondertussen alle kansen om zich een decent bestaan op te bouwen, te leren en te werken, ondanks de racistisch geïnspireerde achterhoedegevechten’, aldus Van Rooy. De praktijken die islamisten toepassen zijn vergelijkbaar met die van de nazi’s tegenover de Joden en de eigen burgers. Zoals de opdeling tussen Ubermenschen (mannelijke islamisten zelf, en dan onderling nog eens verdeeld in allerlei afsplitsingen zoals soennieten en sijieten) en Untermenschen (vrouwen, christenen, ongelovigen en afvalligen), de moorddadige onderdrukking van critici, de adjecte inhoud van talloze passages in de koran, het permanente antisemitisme en racisme, de talloze discriminaties tegenover andere volkeren, en de vermeende onfeilbaarheid van de religieuze leider(s). Maar de postmodernen horen en zien het niet en blijven het ontoelaatbare goedpraten of blijven er stil over. ‘Het juist door daarover en over andere heikele zaken te zwijgen en onze seculiere uitgangspositie onduidelijk te markeren dat we de stilte in islamitische kringen aanzwengelen’, zo stelt Van Rooy net als Irshad Manji vast. En hij vervolgt: ‘Die stilte neemt slechts toe want afvallige en gematigde moslims voelen niet alleen angst voor de extremisten onder hen, maar ze voelen zich ook in de steek gelaten door een aanzienlijk segment van de Europese culturele elite die, geconditioneerd als ze is alleen hoerawoorden kent in verband met de multiculturele samenleving.’ Toch merkwaardig hoe die vermeende progressieve elite vroeger zo tekeerging tegen het klerikaal conservatisme en nu een religie verdedigt ‘die er elke dag blijk van geeft dat ze de moderniteit niet begrijpt.’

‘Zwijgen is verraad’, zo zegt de Egyptische Nahed Selim en Wim Van Rooy heeft dat ook begrepen. Daarom spreekt hij vrijuit. Sommigen zullen foeteren dat hij hiermee extreemrechts in de kaart speelt, maar in die val trapt de auteur niet. Hij beseft dat net het zwijgen over wantoestanden het Vlaams Belang groot heeft gemaakt. Daarenboven toont hij goed aan dat hij niets moet hebben van het vulgaire discours van die partij die in feite een bondgenoot is van het islamisme. Vlaams Belangers en islamisten zijn even erg, aldus ook Ayaan Hirsi Ali. Wim van Rooy kiest onomwonden voor de democratische liberale rechtstaat als de na te streven maatschappijorganisatie waarin het individu, en niet een groep, en al zeker geen geloof, volk of ras, centraal staat. Hij gelooft niet in de emanciperende en bevrijdende kracht van religies alhoewel hun apologeten ons dat willen doen geloven, niet alleen binnen de islam maar ook in het jodendom en de christelijke kerken, dat laatste vooral in de VS. ‘Het wordt dus tijd’, zegt van Rooy, ‘dat atheïsten, vrijzinnigen, vrijgeesten, liberalen en dat deel van de gelovigen dat de democratische ogen openhoudt, weer van zich laat horen. Maar wat gebeurt er? Van de weeromstuit worden zij als onverdraagzaam bestempeld, zowel door de elite-gelovigen, door de fictionalisten als door diegenen die een ruimhartig multiculturalisme cultiveren en eraan voorbijzien dat het islamisme misschien de grote incubator kan zijn.’ In die zin schaart Van Rooy zich ook achter het pleidooi van Paul Cliteur voor een ‘moreel esperanto’ en het kritisch rationalisme dat Karl Popper voorstond. Eeuwenlang hebben onze voorouders gestreden voor fundamentele rechten en vrijheden waar we in het westen nu van genieten. Het zou schandelijk zijn die te vernietigen of te ontzeggen aan de miljoenen die in onderdrukking leven. De voornaamste oorzaak is religie. Het wordt dan ook hoog tijd dat we de vermeende heilige teksten in vraag stellen en onze ethiek finaal ontdoen van elk mysticisme. Wie dit indrukwekkende boek leest zal begrijpen waarom.

Bronnen: De Morgen van 21 april 2009: De zoete likeur van het linkse zelfbedrog en op Verzet.org: De malaise van de multiculturaliteit (Wim van Rooy); Liberales Denktank: Wij, linkse lemmingen van 24 april 2009; Op deze blog: De zoete likeur van het linkse zelfbedrog van 27 april 2009; Links terrorisme en romantiek: Het Baader-Meinhof Complex van 27 mei 2009; Elsevier.nl: ‘Stasi-medewerker schoot student Ohnesorg dood’ van 22 mei 2009 en Links terrorisme en romantiek van 25 mei 2009; lees ook op Verzet Blogspot: Haat zaaien ten gunste van een eigen lucratieve carrière (door Peter Siebelt) van 14 februari 2009 en Antisemitisme, een oude bekende van links (gijzeling Entebbe 1976) van 1 februari 2009;