Slachtoffers en propaganda (parallellen Zesdaagse Oorlog en het Gazaconflict)

Iedereen herinnert zich nog goed de propagandaoorlog ‘om de slachtoffers’ die werd gevoerd tijdens het recente Gazaconflict van 27 december 2008 tot/met 18 januari 2009. Alhoewel het Israëlische leger uit veiligheidsoverwegingen geen journalisten toeliet tot het oorlogsgebied in Gaza, werden de huiskamers overal ter wereld overspoeld met beelden van Palestijnse slachtoffers, oorlogsverslagen, reportages, live interviews enz. Gedode vrouwen en kinderen, hoe bloediger hoe beter en des te efficienter voor de propaganda, werden dagelijks in een geperverteerde vorm van voyeurisme, in pornografische stijl systematisch de eetkamer van Jan Modaal binnen gelepeld, die kokhalzend van zoveel gruwel automatisch met zijn vinger naar de Eeuwige Jood wees als bron en oorzaak van alle kwaad en alles wat er kan misgaan in de wereld.

VermeendeGeen enkele journalist of nieuwskanaal die de moeite deed om de herkomst van dat materiaal te checken op waarachtigheid en betrouwbaarheid. Het publiek kreeg wat het wilde, wat het wilde horen en verwachtte te zien: onschuldige mensen in bloed gesmoord door Joden. Niet toevallig het stereotiepe beeld van de Jood dat al 3000 jaar opgeld maakt en altijd al een vrijbrief was om gelijk welke Jodenvervolging te verrechtvaardigen. Maar, van waar kwam dat materiaal dan allemaal? Juist: van de Palestijnen en de Arabieren zélf.

Achteraf moest veel materiaal herzien worden, slachtoffercijfers waren zwaar overschat, gedode ‘burgers’ bleken achteraf gezochte Hamasterroristen te zijn, gebombardeerde scholen en moskeeën bleken ineens munitieopslagplaatsen en lanceerinrichtingen voor raketten te verbergen, vermeende Al Fatah collaborateurs (afbeelding rechts) die door Hamas werden afgemaakt tijdens het Gazaconflict werden eveneens als slachtoffers opgegeven enz. Eens ontdaan van pure Palestijnse-Arabische propaganda bleef er niet veel meer over van het aanvankelijk boosaardige ‘verhaal’. Enkel hardleerse naïevelingen en anti-Israëlfanatici (lees: antisemieten) blijven tot op heden onvoorwaardelijk in de eenzijdige oorlogsverslaggeving van Hamas en Al Fatah geloven. Intussen echter, was het kwaad geschied en bleek Israël de grote boeman zijn geworden èn de grote verliezer te zijn geworden van deze niets ontziende mediaoorlog.

Niks nieuws onder de zon. Dat gebeurde tijdens elk conflict tussen Israëli’s en Arabieren de afgelopen honderd jaren en zo ook tijdens de Zesdaagse Oorlog in juni 1967. En net zoals tijdens het Gazaconflict, verloor ook toen Israël de propagandaslag in het voordeel van de anti-Israëlische (lees: antisemitische) Arabische en de Westerse media. Onderstaand verslag dateert van juli 1967, kort na de nederlaag van de Arabische leger dat tegen Israël een zoveelste aanvalsoorlog had ontketend. Misleidende Arabische propaganda overspoelde ook toen de media. Het verslag van de befaamde journaliste Martha Gellhorn, lijkt wel een kopij van de situatie die zich 42 jaar later in Gaza zal afspelen. De gelijkenis is werkelijk frappant, net alsof het gisteren werd geschreven! Martha Gellhorn besluit haar verslag  in juli 1967 met deze woorden: “Gelukkig zijn de Israëli’s niet verslaafd aan propaganda. Propaganda verwekt haat en haat verwekt moordenaars. Misschien zullen mettertijd de Arabieren in door Israël bezet gebied tot de conclusie komen dat vrede meer loont dan propaganda.”


Slachtoffers en propaganda door Martha Gellhorn

Juli 1967

Al bijna een maand luister ik naar Palestijnse Arabieren in West-Jordanie en de Gazastrook. Het begon altijd goed: Arabieren zijn charmant, al zijn ze wat minder charmant tegen hun eigen vrouwen, en ze zijn vaak mooi om te zien. Waar we ook waren, we zaten met een groep in een kring, dronken koffie uit kleine kopjes en converseerden als redelijke mensen. En dan opeens was alles weg.

“Bethlehem is de hele dag gebombardeerd!” schreeuwt iemand. Maar daar ligt Bethlehem intact en lieflijk in het namiddaglicht. “De joden zijn ieder huis in Nabloes schietend binnengevallen. Onze jongens hebben hun huizen verdedigd. Er zijn er tweehonderd gedood, vrouwen, kinderen en jongens, minstens tweehonderd.” En daar staan de huizen, stevig, onbeschadigd, van gepolijste steen en, bij een later bezoek, toen er wat rustiger over gesproken kon worden, werd het aantal doden teruggebracht tot negentien, nog steeds ongelooflijk. Waar? Hoe? We zijn het erover eens dat hier niet gevochten is. We zijn het erover eens dat de stad niet is geraakt behalve een paar gebouwen bij de zuidelijke toegang. We zijn het erover eens dat deze schade minimaal is. Ja, de `jongens’ waren waarschijnlijk `een beetje aan het schieten’ vanuit de gebouwen in de buurt. Geen officiële verslagen, geen stille getuigen. Het is een troost er zeker van te zijn dat mensen in goede gezondheid verkeren die door propaganda zijn gedood.

In een vluchtelingenkamp in de Gazastrook verkondigde een heel dikke oude man met een aardig gezicht en omringd door zijn mollige vrouw en acht dikke gezonde kinderen, met angst in zijn stem: “De joden schieten alle mannen, vrouwen en kinderen die ze op straat zien, neer.” Was hij getuige geweest van deze misdaad? Nee. Dan had hij vast de schoten gehoord? Nee. Het kamp was een oase van rust; er was nergens een schot gevallen in de buurt; en de moordzuchtige Israëli’s waren vijf bestofte jonge soldaten die op een muur zaten aan de overkant van de hoofdweg waar zij de wacht hielden bij de grote opslagplaats van het kamp.

Er zit logica in deze nieuwe naoorlogse Arabische propaganda. Voor de derde Arabisch-Israëlische oorlog dachten deze Arabieren, bedwelmd als ze waren door allerlei vormen van propaganda, echt dat ze Israël konden vernietigen. Deze ene keer hadden ze toch zeker reden om hun propaganda te geloven, denk maar eens aan de mooie Russische wapens van de Egyptenaren die miljarden kostten en aan de grootte en sterkte van de Arabische legers. Zelfs als burgers konden ze de hoop koesteren te delen in de roem van de overwinning, aangezien de Jordaanse en Egyptische regeringen met gulle hand wapens uitdeelden onder de bevolking van West-Jordanie en de Gazastrook.

israelisoldatenAls de Zesdaagse Oorlog tot een nachtmerrie gemaakt kan worden, een hel van vuur en vliegend staal, als hun lijden zijn weerga niet heeft, dan wordt de nederlaag gerechtvaardigd. En de Israëli’s worden nog gemener, boosaardiger, meedogenlozer. De rollen worden omgedraaid: David verandert in Goliath. Deze logica heeft duidelijk de overhand in de officiële Arabische propaganda. Het verklaart de cijfers van de doden en gewonden, zoals die bekend zijn gemaakt door Jordanië (het aantal van 25 000 burgers en militairen, waarvan aanvankelijk melding werd gemaakt, werd verlaagd tot 15 000) en het verklaart verhalen over `de razernij van de oorlog’, gevaar en vernielde huizen, waardoor 200.000 vluchtelingen een veilig heenkomen zochten aan de overkant van de rivier de Jordaan. Het land moet in puin liggen, omdat de propaganda dat wil.

Gelukkig voor de Arabieren in de oorlogsgebieden, en bemoedigend voor ons allemaal, is het zo dat de derde Arabisch-Israëlische oorlog, de Zesdaagse Oorlog, de Arabische burgerbevolking nauwelijks heeft geraakt. Ik heb het niet over de emoties van de Arabieren, ik heb het over de echte oorlog van dood en vernietiging. Het verschil spreekt voor zich, zoals het verschil in het leven van de burger in Londen en New York tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Voor dit laatste conflict woonden in West-Jordanië, de Gazastrook, de Syrische heuveldorpen binnen de Syrische Maginotlinie en de aangrenzende Syrische garnizoensstad Kunitra en twee Egyptische steden aan de rand van de Sinaïwoestijn naar schatting 1.500.000 burgers. Dat waren de gebieden voor de Arabische burgeroorlogen. Ongeveer 410.000 Israëlische burgers woonden ook in oorlogsgebieden: aan hun kant van de Jordaan, waar ze 52 uur lang geteisterd werden door Jordaans artillerievuur; op dichtbevolkt Israëlisch boerenland langs de hele grens met Syrië, waar ze vier dagen lang beschoten werden door Syrische artillerie; in het smalle middengebied van Israël tussen Tel Aviv en Netanja, waar ze twee dagen lang met tussenpozen bestookt werden door Jordaanse artillerie. Dus in totaal liepen bijna twee miljoen burgers gevaar.

Ik meen te mogen beweren dat in al die gebieden en in de hele oorlog tweehonderd burgers, Arabieren en Israëli’s, het hoogst denkbare aantal gedode niet-militairen is.

Alle doden zijn te beklagen en te betreuren; geen van hen mag gebruikt worden voor propaganda. Volgens mij is dat dodenaantal nog te hoog; ik denk graag dat minder mensen het leven verloren hebben. (De militaire verliezen zijn tragisch genoeg.) Maar ik heb Arabische verklaringen ter plaatse geaccepteerd, zelfs al werden ze weersproken door de bewijzen die voor onze ogen lagen. Ik heb geïnformeerd in ziekenhuizen, heb gesproken met Arabische burgemeesters, gewone Arabische inwoners, priesters, mensen van UNRWA, stafleden en ik ben door de oorlogsgebieden getrokken om de vernielingen te zien die de oorlog echt heeft aangericht in steden, grote en kleine, dorpen en vluchtelingenkampen.

six_day_war_egyptVan Engeland in oostelijke richting de wereld rond tot Japan herinneren volwassenen zich de luchtbombardementen op burgerdoelen: een verschrikking. Het volk van Vietnam kent dit soort oorlog en heeft eronder geleden. Bommen vernietigen op grote schaal burgers en hun huizen. In de hele Zesdaagse Oorlog liet de Israëlische luchtmacht tien tot vijftien bommen vallen op een civiel doel, de Syrische garnizoensstad Kunitra.

Kunitra (met een bevolking van 30 000) ligt onmiddellijk achter de versterkte Syrische heuvels, de Maginotlinie van het Midden-Oosten. Het Israëlische leger en de luchtmacht vielen die stellingen en Kunitra op de vijfde dag van de oorlog aan. Onder Kunitra was de bevolking van de Syrische dorpen tussen de militaire bastions geëvacueerd voordat de slag begon. Het is onwaarschijnlijk dat het Syrische oppercommando, in het hoofdkwartier dat als een mini-Pentagon aan de rand van Kunitra lag, niet ook de gezinnen van de soldaten uit de stad had geëvacueerd. Kunitra was verlaten toen het Israëlische leger de stad binnentrok in de middag van de zesde en laatste dag van de oorlog.

Tweemaal kwam de Israëlische luchtmacht in actie in door burgers bewoonde gebieden. Israëlische vliegtuigen gaven van dichtbij steun aan de infanterie die vocht op de heuvels achter Jeruzalem en deden dat nog eens op de weg naar de stad Gaza. Niemand ontkent de precisie waarmee de Israëlische luchtmacht te werk ging; het was niet zo dat het toevallig bommen regende op niet-militaire doelen die overal op hulpeloze burgers terechtkwamen.

Na een bombardement zijn burgers gedoemd verder te leven op een slagveld, bestookt door artillerie en onder de voet gelopen door soldaten die in de straten vechten en die door hun huizen gaan. In West-Jordanië wonen burgers in Jeruzalem; in negen kleine steden, twintig vluchtelingenkampen en ongeveer 350 landelijke nederzettingen. De oorlog duurde 70 uur. Het Jordaanse legioen en het Israëlische leger vochten in slechts drie bewoonde gebieden: Jeruzalem, voornamelijk op de omringende heuvels (dodental onder de burgers 25); een grensstad Qalqiliya (15), een grensdorp Ya’Bad (16). De voortgang van de oorlog veroorzaakte doden onder de burgers in Jenin (2), Nablus (19), Tulkarm (30), Ramallah (2), Bethlehem (7), en het dorp Beit Mersem (1). Alle vluchtelingenkampen waren intact. Israëlische burgers werden in de oorlog gedood in Israëlisch Jeruzalem (15), en in de overige Israëlische oorlogsgebieden (8). Artillerievuur vernietigde Israëlische gebouwen en bouwland; de mensen zaten in bunkers.

In de Gazastrook wonen burgers in drie steden, acht vluchtelingenkampen en ontelbare alleenstaande boerderijen en huizenblokken. Gedurende ongeveer 28 uur van de oorlog vochten het Israëlische leger en de combinatie van het Palestijnse bevrijdingsleger en Egyptische eenheden langs de weg van de zuidelijke toegang van de strook tot het zuidelijke deel van de stad Gaza. Vluchtelingenkampen werden niet geraakt. Afgaand op zichtbare oorlogsschade, ziekenhuizen, gesprekken met vluchtelingen, concludeer ik dat naar alle waarschijnlijkheid op zijn hoogst tien burgers de dood gevonden hebben.

Veelzeggend is dat noch de Egyptische regering, noch de Syrische regering melding maakte van enige doden onder de burgerbevolking toen zij hun verliezen in de strijd bekendmaakten. De zwaarste slag in de oorlog werd geleverd in de Sinaïwoestijn, ver weg van alle plaatsen waar burgers woonden. Aan de rand van de Sinaiwoestijn lag de stad El Arisj buiten het gevechtsterrein en die stad had geen enkele schade opgelopen. De bewoners van de stad El Kantara aan het Suezkanaal waren bijna allemaal geëvacueerd toen deze op de zesde dag van de oorlog werd bezet. De stad vertoont de sporen van wat sluipschuttersvuur bij de toegang van de woestijnkant. 38 uur lang bestookten Israëlische en Syrische troepen elkaar vanuit hun militaire positie op de Syrische heuvels in geschutstellingen, bunkers, loopgraven en in drie verlaten dorpen tussen deze stellingen. Uit verklaringen van ooggetuigen en latere waarneming blijkt dat er geen burgers waren in de gevechtszone gedurende de uren van de strijd en dat de naar schatting driehonderd burgers, die nu in Kunitra wonen, naar hun huizen waren teruggekeerd, zoals de hele Druzenbevolking terugkeerde naar haar dorpen na het staakt-het-vuren.

Het is mogelijk, maar – naar men redelijkerwijs mag hopen -niet waarschijnlijk, dat er meer dan vijftig doden onder de burgers vielen in beschadigde auto’s van particulieren en in alleenstaande gebouwen langs een aantal grote wegen in West-Jordanië en de grote weg naar Gaza. Een negentienjarige Israëlische soldaat, die terug liftte naar zijn post in West-Jordanië, legde duidelijk uit waar het in deze oorlog om ging: “De generaal zeggen en iedere soldaat begrijpen dat wij legers bestrijden en geen burgers.” Het was een oorlog tussen legers, die godzijgedankt zich verre hield van de gewone mensen.

Gelukkig zijn de Israëli’s niet verslaafd aan propaganda. Propaganda verwekt haat en haat verwekt moordenaars. Misschien zullen mettertijd de Arabieren in door Israël bezet gebied tot de conclusie komen dat vrede meer loont dan propaganda. Er zijn hoopvolle tekenen: Bethlehem is een vrolijke stad die groeit en bloeit, vol Israëlische toeristen en de Israëli’s kunnen hun gemeentelijke zwembad in Jeruzalem niet in omdat het vol Arabieren zit.

Een gedachte over “Slachtoffers en propaganda (parallellen Zesdaagse Oorlog en het Gazaconflict)

Reacties zijn gesloten.