Iran grootste sponsor van terrorisme: Al-Qaeda, Hezbollah, Taliban, Hamas enz.

Computer gegenereerd beeld (uit het videospel Fallout 3) van een nucleaire aanslag op het Capitool in Washington D.C./AFP/Getty Images
Computer gegenereerd beeld (uit het videospel Fallout 3) van een nucleaire aanslag op het Capitool in Washington D.C./AFP/Getty Images

Iran, dat blijft doorgaan met het plannen en financieren van terreuraanslagen in het Midden-Oosten en daarbuiten, is nog steeds de “meest actieve staat die terrorisme sponsort” van de wereld, deelde de Amerikaanse overheid verleden donderdag 28 april 2009 mee. Iran werd in één adem opgesomd met Syrië, Soedan en Cuba als sponsors van het terrorisme in het rapport over 2008, opgesteld door het Staats Departement, niet toevallig dezelfde landen die ook in vorige jaarrapporten werden opgenoemd. Noord-Korea werd van de zwarte lijst gehaald in oktober 2008 na een mondelinge overeenkomst, die echter nooit officieel werd bekrachtigd.

Palestijns kinder-'speelgoed', verkocht in de straten van Gaza en Ramallah
'9/11 - speelgoed' voor Palestijnse kinderen, dat verkocht wordt op de straat en op de markten van Gaza en Ramallah

Het laatste rapport zegt: “Iran bleef de meest actieve staat die het terrorisme sponsort,” terwijl het rapport het land tegelijk ook “de belangrijkste sponsor” noemt. “De Iraanse betrokkenheid bij de planning en de financiële ondersteuning van terreur aanslagen in heel het Midden-Oosten, Europa en Centraal-Azië hebben een direct impact op de internationale inspanningen ter bevordering van de vrede, die een bedreiging vormen voor de economische stabiliteit in de Golfregio, en het uitbouwen van de democratie ondermijnen,” staat er in het rapport te lezen.

De nadruk werd gelegd op de Qods Strijdmacht, een elite-eenheid van de Iraanse Revolutionaire Garde [de Pasdaran], die in opdracht van de Islamitische Republiek de belangrijkste middelen leverde om overzees terrorisme te cultiveren en te ondersteunen. De Qods Strijdmacht voorzagen Hamas en andere Palestijnse anti-Israëlische terreurgroepen van wapens, training en financiële middelen.

Ook hielpen ze op elk gebied de sjiitische fundamentalistische moslims van Hezbollah in Libanon, alsmede de militanten die in Irak werden gelegerd en de Taliban-strijders in Afghanistan, staat er in het verslag te lezen. Het rapport zegt ook dat de Qods Strijdmacht de Taliban trainen “om in kleine tactische eenheden te opereren, met kleine handwapens, explosieven en indirect afweergeschut.” De Qods Strijdmacht rapporteert rechtstreeks aan de Opperste Leider van Iran Ayatollah Ali Khamenei. Haar huidige commandant is Brigade-generaal Qassem Suleimani.

Iran heeft sinds de val van de sjah en het begin van de Islamitische Revolutie,in 1979, fors geïnvesteerd in terreurbewegingen, zogenoemde ‘proxies’, zoals de Islamitische Jihad, Hezbollah en Hamas, waarvan het zich ‘bedient’ om zijn oorlog tegen Israël te voeren. Het begrip ‘proxy-oorlog’ is ontstaan tijdens de Koude Oorlog, toen de supermachten elkaar bevochten via derden (proxy’s). Het toenemend aantal zelfmoordaanslagen tegen Israëlische doelen vindt zijn oorsprong in de proxy-oorlog die Iran voert tegen Israël. Iran poogt op deze wijze het vredesproces in het Midden-Oosten te verstoren en zijn prestige in de regio te vergroten.

Brigade-generaal Qassem Suleimani
Brigade-generaal Qassem Suleimani

Iran brak haar eigen beloften om Irak te helpen stabiliseren Irak door het land wapens te leveren, training, financiering en begeleiding te geven aan Iraakse militante groepen die zowel de door de VS geleide Iraakse coalitie als Iraakse burgers aanvielen. Het verslag vernoemde Syrië, een Iraanse bondgenoot, die evenals Iran ook Hezbollah, Hamas en andere Palestijnse militante groepen ondersteunt. Sommige van de leiders van deze groepen zijn gevestigd in de Syrische hoofdstad Damascus.

Het hele jaar door heeft Syrië haar banden met collega-staatssponsor van het terrorisme, Iran, verder versterkt,” staat in het rapport te lezen. Hij zei dat: “Syrië niet rechtstreeks betrokken is bij daden van terrorisme sinds 1986,” maar hij wees er tevens op dat de Verenigde Naties nog steeds de vermoedelijke Syrische rol in februari 2005 onderzoeken bij de moord op de voormalige Libanese premier Rafiq Hariri.

Het rapport van het Staats Departement klonk meer optimistisch over Soedan. Van Soedan wordt algemeen aangenomen dat het in haar belang is om samen te werken met de Amerikaanse inspanningen om aanslagen te verijdelen tegen de Verenigde Staten, maar het laat nog steeds groepen toe zoals Hamas actief te zijn op haar grondgebied, wordt in het verslag gezegd. Hij zei ook dat door ‘Al-Qaeda geïnspireerde elementen’ nog steeds in Soedan aanwezig zijn.

De VS zegt dat het communistische Cuba, dat al decennialang onder Amerikaans embargo ligt, nog steeds een ‘veilige thuishaven biedt aan verscheidene terroristen’, onder meer aan de leden van de Baskische separatistische groepering ETA en aan de Colombiaanse rebellengroep FARC. Maar hij voegde daaraan toe dat sommige leden van deze groepen die thans in Cuba verblijven, pas verleden jaar zijn toegekomen, naar aanleiding van vredesonderhandelingen tussen de regeringen van Spanje en Colombia.

Iraanse Revolutionaire Gard, een van hen draagt op zijn borst een portret van Libanon's Hezbollah leider Nasrallah
Iraanse Revolutionaire Garde, een van hen draagt op zijn borst een portret van Libanon's Hezbollah leider Nasrallah

Opmerkelijk: Aaldert van Soest in Oorlog op Afstand:

sob

“Tegen de achtergrond van deze ideologische tegenstellingen, is het een verbluffende realiteit, dat Israël in de jaren tachtig voor honderden miljoenen dollars wapens aan Iran heeft geleverd. Het land was onder meer betrokken in de Iran-Contra-affaire, tussen Iran en de Verenigde Staten. Israël was daarin niet slechts een marionet van de Amerikanen, maar volgde zijn eigen agenda. De wapenleveringen vanuit Israël waren dan ook al rond 1980 – ruimschoots voor de Iran-Contra-affaire – begonnen.

Sommige auteurs beweren zelfs dat de VS onder invloed en druk van Israël bij de wapenhandel met Iran betrokken raakte. Aannemelijker is echter dat beide landen hun eigen motieven hadden. De reden dat Iran deals aanging met zowel de Verenigde Staten als Israël was helder, namelijk een grote behoefte aan wapens in de oorlog tegen Irak. Het dilemma tussen de anti-Israëlische ideologie en de noodzaak van wapenhandel werd door Khomeini zelf opgelost. Aan het begin van 1981 stelde hij dat het legitiem was om Israëlische wapens te accepteren, zolang de handelaren zelf niet Israëlisch waren. Khomeini heeft de beschuldigingen van wapenhandel met Israël dan ook altijd ontkend en afgedaan als een `zionistische leugen’.

Een vraag die natuurlijk wel overblijft is wat Israël dreef om wapens te leveren aan een land dat aangaf dat na de verovering van Bagdad de bevrijding van Jeruzalem op de agenda stond. Sohrab Sobhani noemt een aantal motieven. Allereerst was de oorlog tussen Iran en Irak gunstig voor Israël. Door minister van Defensie Rabin werd deze zelfs als gunstiger beoordeeld dan de situatie van voor de Revolutie: “The peripheral pact [met Iran onder de sjah] only neutralized the Arab inner circle, but did not strategically diminish the threat. Whereas with the Iran-Iraq war, a balance of threat has been created for Israel.

Abba Evanb: 'I wouldn't sell Iran a broken typewriter'
Abba Eban: 'Ik zou aan Iran nog geen kapot typemachine verkopen'

Een tweede reden voor Israël was het feit dat het banden wilde houden met meet gematigde Iraanse politici, waarvan zij dachten dat deze het revolutionaire regime binnen afzienbare tijd zouden opvolgen. Zo verzocht in 1981 en 1982 de toenmalige minister van Defensie Ariel Sharon de regering-Reagan herhaaldelijk om een deel van de Amerikaanse wapenvoorraad te mogen doorverkopen aan Iran. Volgens een Amerikaanse functionaris “his thesis was, we’ll cozy up to some of these army generals because they’re the ones that’ll knock off these madman.” Tenslotte waren er ook nog economische motieven voor de lucratieve wapenhandel met Iran.

Dit beleid van Israël kende overigens ook zijn binnenlandse critici. Deze vonden dat de Israëlische regering zijn beleid ten onrechte stoelde op de oude politiek van voor de Revolutie en het gevaar van Khomeini zelf onderschatte. Abba Eban, voorzitter van de commissie Defensie en Buitenlandse Zaken in de Knesset, stelde: “The greatest danger to Israel is the Khomeinist threat; I wouldn’t sell Iran a broken typewriter.” Volgens de analyse van de critici waren het islamitische fundamentalisme en de politisering daarvan in bewegingen als Hezbollah en de Islamitische Jihad veel gevaarlijker dan de Arabische buurlanden.  Deze opvatting werd na de Iraans-Iraakse oorlog meer gemeengoed.

Bronnen: Aaldert van Soest in Oorlog op Afstand; BBC news: Iran ‘leading terrorism sponsor’ van 1 mei 2009; Yahoo News: Iran remains most active state sponsor of terrorism: US van 30 april 2009; Midle East Info.org: Arab and Iranian Global Terrorism weapons off Mass Destruction (WMD); Global Security Force: Qods (Jerusalem) Force Iranian Revolutionary Guard Corps (IRGC – Pasdaran-e Inqilab); Mc Clathy Newspapers: General is a national hero in Iran van 28 april 2009