Anti-oranjegeluiden op Koninginnedag Nederland

rep

Geef de Oranjes nog maar meer politieke macht

Tekening van
Tekening van Bas van der Schot

Steeds meer Nederlanders willen een ceremonieel koningschap. Begin er liever niet aan, zegt Bob Elbracht. Dan blijft het Oranjehuis toch invloed uitoefenen. Bij de naderende troonwisseling laait de discussie op welke staatsvorm in Nederland gewenst is. Daarbij wordt de burger de keuze voorgehouden tussen de monarchie en de monarchie. Maar er is meer mogelijk. Het huidig constitutioneel koningschap, dat zwaar leunt op het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid, is in de kern irrationeel. De hoeksteen is discretie: wil de koning efficiënt handelen, dan moet hij discreet zijn. Dat maakt de koning niet per se tot een stiekemerd, het obscure aspect is inherent aan dit koningschap. Het constitutioneel koningschap wringt namelijk met twee redelijkheidsbeginselen. In de eerste plaats dat politieke zeggenschap het gevolg behoort te zijn van een verkiezingsuitslag en niet van geboorte. En in de tweede plaats dat je iemand behoort aan te kunnen spreken op zijn doen en laten.

Dit leidt geregeld tot rare toestanden, bijvoorbeeld als de prins (“Het is ook maar een mening”)of zijn gemalin (“Dé Nederlander bestaat niet”) een uitspraak doen, of als de majesteit juist iets nalaat (absent bij de bijzetting van paus Johannes Paulus II in 2005). Storender dan deze ongemakkelijkheden is het gebrek aan politieke transparantie. Iedereen weet dat ons staatshoofd politieke invloed heeft, alleen niemand weet hoe groot die is en waaruit die bestaat. In het opkomend federaal Europa is het niet lang meer vol te houden dat het hoogste bestuurlijke ambt van ons land bij Gods gratie door één familie wordt bekleed.

Het mag daarom geen wonder heten dat er in parlementaire kringen steeds meer stemmen komen om het koningschap te depolitiseren. In dat geval maakt de koning geen deel meer uit van de regering, en kan de koning – naast wat lintjes knippen – vrijuit spreken. De regering draait daar dan niet meer voor op. De progressievere fracties (PvdA, SP, PVV, GroenLinks, D66 en PvdD) sluiten op dit punt de gelederen. De invoering van het ceremonieel koningschap lijkt daarmee een kwestie van tijd. Behoudender fracties kunnen zich tevredenstellen met het behoud van de monarchie, waarmee zij zich verbonden menen.

Toch is wel wat af te dingen op een ceremonieel koningschap. Allereerst is er een historisch tegenargument dat ook buiten republikeinse kringen veel steun vindt. Tegenover de geclaimde historische verbondenheid van Nederland met de Oranjes (dit geslacht stierf uit in 1702) is er van het begin af aan sprake geweest van een politieke tegenbeweging die in het erfelijk stadhouderschap een bestuurlijk instabiele factor herkende. Deze van oorsprong remonstrantse en vroege-verlichtingsdenkers voelden zich vooral burger en zeker geen onderdaan.

Oranjegekte in Nederland, niks om jaloers op te zijn...
Oranjegekte in Nederland, niks om jaloers op te zijn...

Deze houding treft men in toenemende mate in brede lagen van de Nederlandse bevolking aan, alle juichende TNS/NIPO-enquêtes ten spijt. Dat soort enquêtes blinkt uit in suggestieve vraagstellingen (“Wilt u iets nieuws of wilt u liever houden wat u nu hebt?”) en gebrekkige kennis bij de respondent (het begrip ‘monarchie’ wordt gehanteerd zonder verschil te maken tussen constitutioneel en ceremonieel). Onderzoek van het Nieuw Republikeins Genootschap in samenwerking met de Dienst O&S Amsterdam wees vorig jaar uit dat 62 procent van de ondervraagden geen enkele rol zag weggelegd voor het Koninklijk Huis.

Maar afgezien van enquêtes laten de reacties op internet in een maand als februari van dit jaar niets aan de verbeelding over. Dat was de maand waarin de Oranjes het presteerden om midden in de kredietcrisis driemaal in vier weken met vakantie te gaan, schaamteloos een buitenhuis in Argentinië aan te kopen op het moment dat staatssecretaris Heemskerk (PvdA) Nederlanders opriep om in eigen land op vakantie te gaan, en Paleis Noordeinde in te zetten voor onfrisse fiscale routes voor familieleden. Zouden statistici zich op deze reacties baseren, dan zou die geclaimde 85 procent wel eens andersom kunnen liggen.

Anti-oranjegeluiden laten zich nu ook horen in de boulevardpers, die traditioneel toch het hoi polloi vertegenwoordigt, de kurk waarop Oranje drijft.

Zoals de Oranjestadhouders als “pseudomonarchen in een amfibische pseudorepubliek” regeerden (aldus H.W. von der Dunk) zou een ceremonieel koningschap hoogstens leiden tot een pseudopresident in net zo’n soort “amfibische pseudomonarchie”. Nederland blijft een monarchie als staatsvorm behouden, maar dan met een republikeinse regeringsvorm. Het ene compromis wordt dan verruild voor het andere.

Het nadeel daarvan is dat de koning politiek onkwetsbaar is geworden, maar de weg naar een republiek wordt afgesneden. Als de politieke angel uit het constitutioneel koningschap wordt getrokken betekent dat allerminst dat er een einde komt aan de invloed van de Oranjes. Zoals in Zweden Carl Gustaf nog steeds internationale handelscommissies voorzit, zal er in Nederland politiek geen aanleiding zijn om Willem Alexander zijn bijbaantje als lid van de Raad van Commissarissen bij de Nederlandse Bank te laten neerleggen. (Trouwens, wat dóet hij daar, behalve salaris opstrijken?)

Hoe paradoxaal het ook moge klinken: de republikein is juist gebaat met meer politieke macht voor de koning. Dan is het wachten op de fatale uitglijder en die ene moedige premier. Anders komen we nooit van die Oranjes af.

Bronnen: Pro Republica: Geef de Oranjes nog maar meer politieke macht van 30 april 2009; Nieuw Republikeins Genootschap: Republikeinen.nl / NRC Handelsblad van 29 april 2009; Koninginnedag 30 april 2009 Amsterdam; CRK Republikeinse Kring

2 gedachtes over “Anti-oranjegeluiden op Koninginnedag Nederland

  1. De monarchie is sowieso niet democratisch, want waarom is koningin beatrix koningin ? Omdat zij toevallig in een wieg geboren is, die nieteens afstamt van Willem v Oranje ?

    Like

Reacties zijn gesloten.