28 april 1945: Benito Mussolini vandaag 64 jaar geleden geëxecuteerd

Op 28 april 1945 werd Benito MussoliniIl Duce -, de grondlegger van het oorspronkelijke historisch fascisme, gearresteerd door partizanen van het C.L.N. (het Italiaanse verzet.) Diezelfde dag voegde ook Clara Petacci (zijn maîtresse sinds 1936) zich bij hem. Enkele uren later werden zij op bevel van kolonel Valerio tegen de muur van een villa doodgeschoten. De lijken werden ’s avonds met het hoofd naar beneden gehangen aan het dak van een benzinestation aan de Piazale Loreto in Milaan. In dezelfde plaats van waaruit Mussolini in 1922 naar Rome werd geroepen om daar chef van de regering te worden, vond de fascistische staat definitief zijn smadelijk einde. Twee dagen later – 30 april 1945 – pleegden Adolf Hitler en zijn maîtresse Eva Braun, die hij net de dag voordien in het diepste geheim was gehuwd, eveneens zelfmoord.

Ontstaan en programma van het Italiaanse fascisme

Benito Mussolini en Adolf Hitler
Benito Mussolini en Adolf Hitler

In maart 1919 werd door Benito Mussolini (1883-1945) in een zaaltje dat door de ‘Alleanza Industriale e Commerciale’ beschikbaar was gesteld, aan de Piazza Sepolcro in Milaan, een beweging opgericht onder de naam ‘Fasci Italiane di Combattimento‘. Nauwelijks meer dan honderd mensen namen aan die oprichtingsvergadering deel. Een echt programma hadden de oprichters toen nog niet. Dat -of wat er voor door moest gaan- werd pas enkele maanden later samengesteld, hoewel het als Programma van San Sepolcro bekend is geworden. De belangrijkste eisen waren: afschaffing van de senaat, de vorming van technische nationale raden.

Het programma bevatte ook enkele ‘linkse’ elementen zoalsde invoering van het minimumloon, mee beslissingsrecht voor arbeiders, een invaliditeits- en oudersdomsverzekering en invoering van een pensioengerechtigde leeftijd op 55 jaar. Op militair gebied werd voor de oprichting van een nationale militie gepleit. Over tal van belangrijke sociale en economische problemen zei het programma niets. Die ‘problemen’, aldus de inleiding van het programma, op het gebied van bureaucratie, op juridisch, administratief en koloniaal gebied, op het gebied van onderwijs enz. zouden ‘geregeld worden’ als de fascisten aan de macht waren. Over één zaak was het programma echter wel volledig duidelijk: Het fascisme was een anti-partij.

Het symbool: de fasces

Afbeelding rechts: De fasces, bron van de benaming en tegelijk het symbool van de Italiaanse fascisten

Als benaming voor de beweging koos Mussolini een symbool uit de Romeinse oudheid, de fasces. De fasces was een bundel twijgen met daarin een bijl, die de Romeinse magistraten voerden als teken van de staatsmacht. De twijgen werden gebruikt om overtreders van wet en voorschriften te geselen, de bijl diende voor de onthoofding van tegenstanders van de heersende macht.

De aanhangers van Mussolini’s beweging waren mensen uit allerlei sociale lagen en maatschappelijke groeperingen: nationalisten, syndicalisten, anarchisten, oud-strijders, de vroegere Interventionisten, mensen die onder de economische crisis te lijden hadden -voornamelijk kleine middenstanders-, avonturiers, gedeklasseerde intellectuelen en regelrechte misdadigers.

Het waren overwegend mensen die elkaar niet vonden vóór, maar tegen iets: tegen de democratie, tegen de liberale staat, tegen de arbeidersklasse. De fascisten streefden geen louter parlementaire macht na, zij wilden de omverwerping van de bestaande orde.

De Arditi of Zwarthemden

Afbeelding rechts: De eerste Arditi, speciale commandotroepen, later zwarthemden genoemd

Het hoofdaccent van de activiteiten van de fascisten lag op straat. Intimidatie, terreur dat waren de politieke middelen van de eerste fascisten. Bij de eerste openlijk optredende groepen sloten zich al vrij spoedig de uit de Arditi (dapperen), een soort commandotroepen, afkomstige gedemobiliseerde militairen aan. De Arditi -zo’n 20.000 man sterk- vormden na de Eerste Wereldoorlog speciale bonden, vergelijkbaar met de Duitse Freikorpsen, rondzwervende Duitse bendes van veteranen van WO I.

De leden waren voornamelijk uit het lompenproletariaat afkomstig, in meerderheid zelfs beroepsmisdadigers, die wegens moord of andere zware misdaden waren veroordeeld. Deze hadden in 1915 amnestie gekregen onder voorwaarde dat ze dienst zouden nemen in het leger. Na 1917 werden ze gerecruteerd voor de speciale commando-eenheden, de Arditi. Hoewel ze weinig bijzondere prestaties hebben verricht, wisten ze allerlei bijzondere rechten te veroveren. Ze kenmerkten zich door een ongedisciplineerd optreden, hun uniform week af van dat van de gewone soldaten.

De fel nationalistische Arditi traden in verschillende steden in Italië als anti-proletarische stoottroepen op. In Rome, Napels en Milaan kwam het in 1919 herhaaldelijk tot bloedige botsingen tussen met dolken gewapende Arditi en arbeiders. Met groepjes van 20 of 30 man vielen de Arditi bijeenkomsten en betogingen van niets vermoedende arbeiders aan en veranderden de straat in korte tijd in een waar slagveld.

Op 15 april 1919 staken de Arditi samen met de fascisten de redactielokalen van de socialistische krant Avanti in Milaan in brand. Mussolini rechtvaardigde deze actie in zijn blad Popolo d’Italia. In de loop van 1919 gingen de Arditi samen met rechts-radicale studenten en middelbare scholieren de militante voorhoede, de stoottroepen, van de fascisten vormen. Hun uiterlijke kenmerk waren het zwarte hemd en de dolk. Al spoedig werden de fascisten zwarthemden genoemd.

Gabriele d'Annunzio
Gabriele d'Annunzio

De ‘held’ van de Arditi was echter niet zozeer Mussolini als wel de dichter Gabriele d’Annunzio (1863-1938). D’ Annunzio was een van de belangrijkste voorvechters voor Italië’s deelname aan de oorlog geweest. In de oorlog had hij dapper gevochten, voor zijn prestaties had hij de hoogste onderscheiding die Italië kende gekregen. In een van de gevechten had hij een oog verloren. Op 12 september 1919 bezette de dichter-soldaat d’Annunzio met enkele honderden vrijwilligers de voormalig Hongaarse havenstad Fiume. Ongeveer de helft van de inwoners van Fiume waren Italiaans. De Italiaanse regering nam een afwachtende houding aan. Enerzijds uit angst om de nationalistische gevoelens aan te wakkeren, anderzijds werd ze ook te zeer bezig gehouden door andere grote binnenlandse problemen: het grondstoffen- en voedseltekort en de inflatie. Aldus regeerde d’Annunzio meer dan 15 maanden over Fiume, tot de Italiaanse regering er geweldloos een einde aan maakte. De legionairs van d’Annunzio sloten zich massaal aan bij de fascisten van Mussolini.

Tussen 1920 en 1922 liep Italië gebukt onder de toenemende straatterreur van de Arditi. Het fascistisch geweld dat tot dan een incidenteel karakter had gedragen, nam in het najaar van 1920 zowel in omvang als in hevigheid toe. De fascistische terreur ging steeds meer een structureel karakter aannemen. Herhaaldelijk traden de fascistische bendes als antiproletarische stoottroepen op om stakingen van de arbeiders te breken. De fascistische actie-eskaders, de squadre d’azione, begonnen ook na de beëindiging van de fabrieksbezettingen steeds brutaler op te treden.

Berucht werden de zogenaamde zondagstochten, de spedizione punitive (strafexpedities), waarop de gebouwen van arbeidersbewegingen werden geplunderd, leden en leiders van de vakbonden of socialistische partijen werden afgeranseld en mishandeld, in enkele gevallen zelfs doodgeknuppeld. Redactielokalen van socialistische en communistische kranten en bladen werden verwoest. De fascisten maakten alles wat maar enigszins met socialisme of communisme in verband stond tot doelwit van hun acties. Het fascistische geweld was systematisch en bewust gericht op de vernietiging van de tegenstander.

Mars op Rome

Mars op Rome
Mars op Rome

Op 27 oktober 1922 gingen in heel Italië de fascisten de straat op, overal braken rellen uit, openbare gebouwen werden bezet, zelfs kazernes gingen over in fascistische handen. Uit alle delen van het land trokken in de vroege ochtend van de 28ste oktober 1922 de fascistische colonnes naar de hoofdstad op. Mussolini begon aan het hoofd van zijn paramilitaire formaties de beruchte Mars op Rome, met als inzet: de militaire machtsovername van Italië. Het aantal deelnemers aan die mars is nooit bekend geworden. Fascistische historici noemen getallen tussen de 300.000 en 700.000, maar naar alle waarschijnlijkheid waren het er in werkelijkheid tussen de 40.000 en de 50.000 man, slecht bewapend, nauwelijks getraind en zonder veel militaire ervaring.

Ongeveer 30 tot 40 kilometer voor Rome hielden de troepen halt, in afwachting van het bevel van de Duce om de stad binnen te trekken. De Italiaanse Koning Victor Emmanuel III weigerde het decreet te ondertekenen waarin de Italiaanse regering in de avond van de 27ste oktober de algemene staat van beleg had afgekondigd. Was het uit angst voor een burgeroorlog, of vreesde hij de militaire kracht van de fascisten? De koning was bang zijn troon te verliezen indien hij de fascisten tegen zich in het harnas zou jagen. Zijn hoogste officieren hadden hem verteld dat 1 miljoen[!] fascisten voor de poorten van Rome stonden en dat de stad slechts verdedigd werd door 7000 man. In werkelijkheid stonden bijna 30.000 goed bewapende militairen tegenover hooguit 50.000 slecht bewapende fascisten.

Onder druk van zijn raadgevers besloot de Koning om Mussolini uit te nodigen naar Rome om hem te belasten met de opdracht om een nieuwe regering te vormen. Veel later zal na het einde van de Tweede Wereldoorlog de Italiaanse koninklijke familie vanwege haar steun aan het fascisme haar rechten verliezen en Italië een republiek worden.

In de ochtend van de 30ste oktober 1922 trok Mussolini, Il Duce, aan het hoofd van zijn fascistische troepen de hoofdstad binnen. Hij zal Italië de volgende jaren met harde hand leiden tot aan zijn afzetting in de zomer van 1943 in volle oorlogstijd, maar dat is een ander deel van de historie.

Het einde van Mussolini

Op 12 september 1943 werd Mussolini in opdracht van Adolf Hitler bevrijd door SS-majoor Otto Skorzeny. Mussolini werd naar Duitsland overgevlogen en herenigd met zijn familie en een aantal fascisten. Hitler drong er bij Mussolini op aan om opnieuw een Italiaanse regering te vormen. Mussolini en een aantal fanatieke getrouwen vestigden zich aan het Gardameer (Salò) in Noord-Italië en riep de Italiaanse Sociale Republiek uit, waarvan hij de president en premier werd.

Nadat de oorlogsnederlaag onafwendbaar bleek, vluchtte Mussolini in april 1945 naar Milaan en startte onderhandelingen met het Italiaanse verzet. Die mislukten en Mussolini vluchtte noodgedwongen naar de Italiaans-Zwitserse grens. Op 28 april 1945 werd Mussolini gearresteerd door partizanen van het C.L.N., het Italiaanse verzet.

Op 28 april 1945 voegde ook Clara Petacci, zijn maîtresse sinds 1936- zich bij hem. Enkele uren later werden zij op bevel van kolonel Valerio tegen de muur van een villa doodgeschoten. De lijken werden ’s avonds met het hoofd naar beneden gehangen aan het dak van een benzinestation aan de Piazale Loreto in Milaan (afbeelding rechts van 29 april 1945). In dezelfde plaats van waaruit Mussolini in 1922 naar Rome werd geroepen om daar chef van de regering te worden, vond de fascistische staat definitief zijn smadelijk einde.

Later werd Mussolini in Milaan begraven. In april 1946 werd zijn lichaam gestolen, mogelijk om losgeld te eisen, maar onverrichterzake een maand later bij een klooster in Milaan ingeleverd en herbegraven in een klooster bij Legnano. In 1957 werd Mussolini door de familie herbegraven in de buurt van zijn geboortedorp Predappio.


Lees ook deze film- en boekbesprekingen op Verzet.org (eigen collectie):


•  DVD-film: Nazisme Fascisme Communisme; Orion Channel 2007; 3 DVD; speelduur 290 minuten; zw/wit en kleur
•  DVD-film: The Nazis – A warning from history (3 DVD’s speelduur 300 minuten)
•  DVD-film: The Story of Fascism (Gianni Ubaldo Canale en Franco Rostagno)
•  Mussolini. Fascistenleider en dictator (Christopher Hibbert)
•  Het Italiaans Fascisme: opkomst, overwinning, konsolidering en ondergang (Jo Horn en Els Sira)
•  Benito Mussolini (Giovanni de Luna)
•  Het fascisme gisteren en vandaag (Herwig Lerouge, Peter Mertens e.a.)
•  Fascisme en nationaal-socialisme (Paul Schneiders – Maria Endenburg)
•  Racisme en fascisme – Ontstaan en bestrijding (Sandew Hira)
•  Fascisme (Martin Kitchen)
•  ze zijn er nog… (P.R.A. Van Iddekinge en A.H. Paape)
•  Lexicon van het fascisme. Woorden en begrippen uit de jaren 1933-1945 (Hilde Kammer en Elisabeth Bartsch)
•  De anatomie van het fascisme (Robert O. Paxton)
•  Fout na de oorlog. Fascistische en racistische organisaties in Nederland 1950-1990 (J Van Donselaar)
•  Waarom die Italianen (Fred Vanhinsberg)
•  Het geheim van Santa Vittoria (Robert Crichton)
•  De Oorlogsbazen. Zij bepaalden het verloop van de Tweede Wereldoorlog (A.J.P. Taylor)
•  Skorzeny, de gevaarlijkste man van Europa (Charles Whiting)