De laatste dagen van Hanna Lévy-Hass in de hel van Bergen-Belsen

Hanna Lévy-Hass in haar Dagboek uit Bergen-Belsen (blz. 59-61), de laatste weken en dagen net voor de bevrijding van het kamp door Engelsen en Canadezen op 15 april 1945:

Maart 1945.

“In halfwakende toestand heb ik een hele nacht de agonie van een van hen gevolgd, en de nacht daarop hoorde ik duidelijk het rochelen van de ander. Het is heel eenvoudig, het ademhalen stopt, eerst bij de een, dan bij de ander. Niemand is in staat een ander te helpen, de lijken blijven op de bedden liggen, naast de levenden of halfdoden. Levenden en doden, alles dooreen. Er zijn vrijwel geen grenzen tussen het ene en het andere, vrijwel geen verschil.

hanna

Ten aanzien van de dood en de doden heerst er totale onverschilligheid, het is iets gewoons geworden. Je denkt niet meer aan de bevrijding, niemand telt meer de dagen zoals vroeger, het loont niet meet te weten wanneer de geallieerden moeten komen, ofschoon hun aanwezigheid enkele tientallen kilometers hiervandaan aangetoond schijnt te zijn. Maar dat is niet van belang. Alleen de dood is op dit ogenblik onze naaste en trouwste bondgenoot. En wanneer je er soms toch toe komt de dagen te tellen, dan is dat niet om het uur van de bevrijding te kunnen berekenen, maar om te zien hoe lang deze of gene van de onzen het nog zal uithouden. In iedereen schuilt een soort medische nieuwsgierigheid, een merkwaardige obsessie. Wat mij zelf betreft: er is een tijd geweest dat ik er zeker van was dat ik nog hoogstens een of twee maanden te leven had, en nu na de tyfus, die ik als door een wonder doorstaan heb, maar die mij mijn laatste krachten heeft gekost, reken ik er alleen nog maar op maximaal tien of vijftien dagen te leven.

En dit halfbestaan dat mij rest, breng ik door in het gezelschap van andere levende of dode spoken. De lijken, de echte, zijn nog steeds hier bij ons, in onze bedden. Er is niemand die ze wegbrengt, en er is ook geen plaats waar je ze naartoe zou kunnen brengen, alles is overvol. Ook op de binnenplaatsen worden de lijken op elkaar gestapeld, hopen lijken, ze worden elke dag hoger. Het crematorium is met in staat ze allemaal te verbranden.

Er wordt helemaal geen eten van buiten gebracht, alleen van tijd tot tijd een ketel met zuur geworden soep. Soms haal je ergens wat gras en je kookt het, je zoekt aardappelschillen in de afvaltonnen. De omkoopbaren hebben nog steeds iets, maar ook zij zijn niet bestand tegen de infectie, de agonie en de dood. Hij is nu alomtegenwoordig, staat iedereen onmiddellijk te wachten.

Niemand ter wereld bekommert zich meer om ons, de Duitsers laten zich niet meer zien. Wij weten dat hun einde nabij, zeer nabij is. Maar ook het onze. En zij, zij zien dat ook in. En zij hebben niets meer in het kamp te zoeken, daarom zetten zij hier geen voet meer binnen. Zodra de helse arbeid die hun was opgedragen beëindigd was en vaststond dat zij de opdracht hadden uitgevoerd, trokken zij zich terug, waardoor zij ons tot op de laatste man konden laten kreperen. De Kapo’s blijven rondlopen en delen slaag uit, het is monsterachtig. Ook onder hen zijn er die medelijden met ons hebben – ogenblikken lang; ik heb het gezien, maar het was alleen maar toeval. In het algemeen slaan zij ons cynisch gade en blijven zij ten koste van ons grijnzen.”

April 1945.

“Ik schaam me verschrikkelijk dit alles te beleven. De mensen verrotten en ontbinden in het vuil. Er wordt verteld dat er zich in een van de naburige blokken gevallen van kannibalisme hebben voorgedaan. Volgens de verklaring van een Duitse arts die eindelijk in ons blok kwam om klaarheid te krijgen over de `voortgang’ van de massale sterfte, volgens zijn eigen verklaring dus, zijn in de loop van de laatste twee maanden, februari en maart, van de 45.000 gevangenen meer dan 17.000 per maand, dus in totaal 35.000 gestorven.

Een wandeling in het 'gruwelpark' van Bergen-Belsen
Een wandeling in het (gruwel)park van Bergen-Belsen

En als het nu alleen maar een simpele menselijke dood was… Neen, ik wil niet zo sterven, ik niet ! Het is beter er zo spoedig mogelijk een einde aan te maken, als mens. Waar anders, moet je toelaten dat je lichaam en ziel uiteenvallen en zich met hun eigen afval vermengen, langzaam maar onherroepelijk door de totale uitputting verdwijnen, in het niets ondergaan, omringd door etter, stank en alle fasen van het kreperen doorlopend? Want zo is het immers, hier stierf je niet, je krepeert letterlijk. Waarom zou je wachten ? Dat betekent toch de menselijke waardigheid met de voeten treden. Wat een schande, wat een monsterachtige schande.

Ik bekijk deze duistere barakken van spoken, van ontbering en haat, deze onbeweeglijke, volledig hulpeloze zieken, deze levende, reeds rottende lijken, een zwarte afgrond waarin een gehele mensheid wegzinkt. Neen, zolang mijn hersenen nog in staat zijn normaal te werken, zal ik niet toestaan dat mijn einde er zo uitziet. Het is de plicht van de mens als mens te sterven, een einde te vermijden dat erger is dan alle doden, een dood die er geen is…

Het is afschuwelijk wat er van de mens gemaakt is. De somberste scènes uit de middeleeuwen en van de inquisitie worden hier herhaald, tot her uiterste vermenigvuldigd. Deze monsterachtige herhaling zal het `beschaafde’ en `gecultiveerde’ Duitsland van de twintigste eeuw voor altijd tekenen met het teken van de schande. De vernederendste en somberste slavernij die je je kunt voorstellen, heeft teweeggebracht dat het leven in her kamp niets meer gemeen heeft met een menselijke opvatting van het leven.

In werkelijkheid gaat het erom de duivelse en zekere dood van duizenden mensen te veroorzaken. Daaraan bestaat niet de minste twijfel, niet de minste twijfel. Het is voldoende alles wat hier gebeurt duidelijk te zien en opmerkzaam gade te slaan, om onvermijdelijk en zonder aarzelen tot de gevolgtrekking te komen: Dit kamp is niet aangelegd om tijdens een bepaalde periode burgergevangenen of krijgsgevangenen vast te houden, hen provisorisch om een of andere politieke, diplomatieke of strategische reden de vrijheid te ontnemen, met de bedoeling hen in leven te houden, en voor of na het einde van de vijandelijkheden levend over te dragen – neen, dit kamp is met doelbewuste en wetenschappelijke grondigheid zo ontworpen en ingericht dat hier methodisch en systematisch duizenden mensen konden worden uitgeroeid. Ook wanneer het nog maar een maand duurt, is het zeer twijfelachtig dat er zelfs maar één van ons zal ontkomen…”

Bergen-Belsen april 1945. Na de Bevrijding zullen nog 14.000 mensen sterven
Bergen-Belsen april 1945. Na de Bevrijding zullen nog 14.000 mensen sterven

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.