Nederlandse Christenorganisaties in het offensief tegen Israël en tegen de Joden

Hezbollahleider Ibrahim Moussawi graag geziene gast bij 'Vredesbewegingen'
Hezbollahleider Ibrahim Moussawi graag geziene gast bij Nederlandse 'Vredesbewegingen'

Het zijn zorgelijke tijden voor de Nederlandse kerk. Krachten binnen de kerken hebben een verbond gesloten met vijanden van Israël en het Joodse volk en dreigen daarmee hun eigen wortels te vernietigen. Recente illustraties zijn de uitnodiging van IKV Pax Christi aan Hezbollah-topman Ibrahim Moussawi en de steun van kerkelijke organisaties aan de radicaal anti-Israëlische beweging Sabeel van de Palestijnse ‘bevrijdingstheoloog’ Naim Ateek.

Dat de christelijke vredesbeweging IKV Pax Christi heeft geprobeerd Moussawi een Nederlands podium te verschaffen is zorgelijk maar niet verbazingwekkend. De beweging, die het patent pretendeert te hebben op het bevorderen van vrede, probeerde vorig jaar ook al Moussawi naar ons land te krijgen. In beide gevallen stuitte dat op ernstige bezwaren van de Nederlandse regering. Die weigerde een visum te verstrekken omdat Hezbollah een terroristische organisatie is die Israël en het Joodse volk uitsluitend de vrede van het graf in het vooruitzicht stelt. Zorgelijk is ook het meersporenbeleid dat door anti-Israëlische krachten binnen de kerken wordt gehanteerd: van legitimering van terroristische organisaties tot onttakeling van de ooit als onopgeefbaar getypeerde verbondenheid tussen de kerk en Israël.

'Jong geleerd is oud gedaan'
'Jong geleerd is oud gedaan'

In kerkelijk Nederland zijn verschillende organisaties actief die zeggen zich voor een rechtvaardige vrede in het Midden-Oosten in te zetten, maar die in werkelijkheid een radicaal anti-Israëlische agenda hebben. De organisaties overlappen elkaar in ideologisch en organisatorisch opzicht. Zo maakt IKV Pax Christi onderdeel uit van de anti-Israëlische actiegroep United Civilians for Peace. Zij organiseren gezamenlijke activiteiten met het Nederlands Palestina Komitee, islamitische groeperingen en binnen de kerken opererende actiegroepen als Werkgroep Keerpunt. Het probleem van een zich van Israël vervreemdende kerk beperkt zich niet tot Nederland en heeft meerdere oorzaken. In de eerste plaats is de vervangingstheologie aan het werk, daarnaast de hovaardige pretentie dat men het recht heeft op oordelen en veroordelen, het patent op ’christelijke gerechtigheid en barmhartigheid’ zoals de kerkelijke Werkgroep Keerpunt het zo mooi noemt.

Ook aan het werk is de bizarre ambitie om een soort oecumene met de islam te bewerkstelligen, hetgeen in islamitische kringen als een geweldige mogelijkheid zal worden gezien om de islam met behulp van het PKN-dienstencentrum tot in de uithoeken van de aarde te verspreiden. Maar: kerken kunnen in bepaalde opzichten misschien islamiseren, maar moskeeën kunnen onmogelijk verchristelijken. Als een politica van de ChristenUnie een lans breekt voor het invoeren van een islamitische feestdag, brengt dat de islam niet tot rede, maar brengt dat onze Joods-christelijke cultuur een slag toe. Als de Wereldraad van Kerken en Amerikaanse lidkerken (in dit geval de Quakers en Mennonieten) speciaal voor Mahmoud Ahmadinejad in New York een receptie organiseren, legitimeren zij niet alleen zijn uitspraken over de vernietiging van Israël, maar vernietigen zij hun eigen moraliteit.

Ateek: Israël geen bestaansrecht

Dominee Naim Ateek, directeur van Sabeel
Dominee Naim Ateek, directeur van Sabeel Jeruzalem

Terug nu naar de steun van kerkelijke organisaties aan clubs als Sabeel. Dominee Naim Ateek en zijn beweging beweren zich in te zetten voor vrede op basis van een tweestatenoplossing. Dat geloven de talloze goedgelovige, goedwillende christenen die Sabeel financieel of anderszins steunen graag. Regelmatig vallen Ateek en de zijnen echter door de mand, als hun enthousiasme over hun daadwerkelijke doelstelling het even ’overneemt’. Zo verklaarde Ateek in juni 2006, op een conventie van de Episcopale kerk in het Amerikaanse Columbus (Ohio), dat Israël niet zou moeten worden toegestaan een Joodse staat te blijven. Dat Israël wat hem betreft geen bestaansrecht heeft, kan men overigens ook gewoon lezen in zijn boek Justice and Only Justice.

Dat de Sabeel-ideologie niet alleen antizionistisch is, maar in ordinair antisemitisme geworteld is, kan men opmaken uit de door Ateek gebruikte typeringen van Israël. Zo beschreef hij de Israëlische regering als de moderne uitvoering van koning Herodes (de kindermoordenaar van Bethlehem), verklaarde hij dat de Israëlische regering zich dagelijks schuldig maakt aan het ’kruisigen’ van Palestijnen, beweerde hij dat Palestina ’Golgotha’is geworden en Israël een steen is gelijk de steen die het graf van Jezus afsloot. De Nederlandse vrienden van Sabeel delen die opvattingen, waarover genoeg bekend is. Zij hebben zich daar immers niet van gedistantieerd.

Demonisering met stenen

Jan M. den Hertog, voorzitter van Sabeel
Jan M. den Hertog, voorzitter van Sabeel Nederland

In zijn strijd tegen de Joodse staat schroomt het christelijke Sabeel niet om islamitische symbolen in te zetten, symbolen die niet alleen een gewelddadige maar tevens een letterlijk demonische inslag hebben. Zo vertelde de Culemborgse predikant Jan M. den Hertog op 25 augustus vorig jaar [2007] op de ’startdag’ van Vrienden van Sabeel Nederland: „Het was tijdens de liturgische afsluiting van een internationale Sabeelconferentie, die ik een jaar of elf geleden voor het eerst meemaakte, dat er tijdens de viering geen broden maar ruwe steentjes werden uitgedeeld. Tijdens die conferentie had het appèl om een duidelijke keuze voor de slachtoffers van het conflict te maken, duidelijk geklonken. Zo ook de opmerking dat je niet bang moet zijn om vuile handen te maken. De stenen die uitgedeeld werden waren stoffig en je kreeg er vuile handen van. Het waren stenen die ook door Palestijnse jongeren naar Israëlische militairen werden gegooid; een levensgevaarlijk spel met de bezetter.

Ik herhaal het even: op de Sabeelconferentie werden stenen uitgedeeld „die ook door Palestijnse jongeren naar Israëlische militairen werden gegooid”. Hoezo is Sabeel een niet-gewelddadige organisatie? En is zo’n ’uitdeelactie’, nota bene tijdens een kerkdienst, niet een vorm van ophitsing tot het plegen van geweld? En waar staat dan Den Hartog, inmiddels voorzitter van de Vrienden van Sabeel Nederland?

Interessant in dit kader is de diepere betekenis van het door moslims gooien van stenen naar Joden. Het is een vorm van demonisering die een belangrijke plaats inneemt in de islamitische traditie. Tijdens de jaarlijkse pelgrimage naar Mekka gaan de gelovigen massaal naar het ten oosten van Mekka gelegen plaatsje Mina, waar Abraham volgens de islam zijn zoon Ismaël wilde offeren (de Bijbel leert ons dat het om een andere zoon ging: Isaak en dat het drama zich afspeelde in het land van Moria/Jeruzalem). Bij Mina zou de duivel tot driemaal toe geprobeerd hebben Abraham te verleiden zijn voornemen niet uit te voeren, maar iedere keer wist Abraham zijn tegenstander met het gooien van stenen te verdrijven. Mina bezoekend neemt iedere gelovige zeventig stenen en smijt die in de richting van drie rotsen die de duivel moeten voorstellen.

Abd al-Halim Mahmoud: 'Joden zijn de vrienden van Satan'
Abd al-Halim Mahmoud: 'Joden zijn de beste vrienden van Satan'

De islam zet de Joden neer als de vijanden van Allah en de islam, als zonen van apen en varkens en als bondgenoten van de duivel. En die notie wordt regelmatig ’ververst’. Zo schreef dr. Abd al-Halim Mahmoud, rector van de Al-Azhar universiteit (de belangrijkste theologische hogeschool van de soennitische variant van de islam) in 1973 in een gezaghebbend leerstuk: „Allah verplicht moslims tegen de vrienden van Satan te strijden, waar die zich ook bevinden. Onder de vrienden van Satan bevinden zich de Joden. In de huidige tijd zijn de Joden zelfs de beste vrienden van Satan”.

Ook binnen de sjiietische islam worden de Joden als een demonische kracht gezien. De Iraanse moellahs bijvoorbeeld, typeren Israël als ’de kleine Satan’. De duivel en zijn vrienden verdrijf je met stenen, niet alleen in Mina maar overal. Er zijn talloze historische en antropologische getuigenissen over het routinematig stenigen van Joden in de islamitische wereld, niet om hen te doden, maar om hen te vernederen en te demoniseren. Tijd voor een grote schoonmaak Dat een Nederlandse dominee de islamitische demoniseringspraktijk ten opzichte van Joden kennelijk onderschrijft is even symbolisch als het uitnodigen van een vertegenwoordiger van Hezbollah, een organisatie die genocide op alle Joden beoogt. Om Hezbollah-leider Hassan NasrAllah te citeren: „Als wij wereldwijd op zoek zouden gaan naar de lafste, verachtelijkste, zwakste en in psychisch, ideologisch en religieus opzicht zwakste persoon, komen wij bij de Jood uit. Let wel: ik zeg niet Israël [maar de Jood]”. „Als zij [de Joden] zich allemaal in Israël vestigen, bespaart ons dat de moeite om wereldwijd achter ze aan te gaan”. Dat het Hezbollah (ook) wat dat betreft ernst is werd onder andere geïllustreerd op 18 juli 1994, toen een Hezbollahaanslag op het Joodse gemeenschapscentrum in Buenos Aires 85 mensenlevens kostte.

In het kader van de overwinning van Tsipi Livni, in de verkiezingen van Kadima, hopen velen, in Israël en daarbuiten, op een grote schoonmaak binnen het verroeste en gecorrumpeerde Israëlische politieke establishment. Zo’n schoonmaak is inderdaad hard nodig. Maar inmiddels is een schoonmaak binnen de Nederlandse kerken net zo nodig. De moreel corrumperende krachten van anti-judaïsme, antisemitisme en antizionisme bedreigen de kerken opnieuw. Het Bijbelverhaal van Balak en Bileam heeft aan actualiteitswaarde niets verloren.

Bron: Artikel van Wim Kortenoeven van 27 oktober 2008 gepubliceerd op Christenen voor Israël

7 gedachtes over “Nederlandse Christenorganisaties in het offensief tegen Israël en tegen de Joden

  1. Op de website van Christenen voor Israël staan bij dit artikel goede, inhoudelijke reacties van Willemien Keuning en Guus Hoelen.
    Als je die goed leest en op je in laat werken, ontdek je hoeveel halve waarheden bovenstaand stuk van Wim Kortenhoeven bevat. En zoals iedere rechtgeaarde Nederlander weet: een halve waarheid is een …..
    Precies!

    Like

  2. Hongeren en dorsten naar gerechtigheid – Israëlreis PKN 5-15 maart 2009

    Edjan Westerman

    Woord en Dienst, 7 mei 2010

    1. Deze reis stond tegen de achtergrond van de ‘strijd’ binnen de PKN tussen ‘Kerk en Israël’ enerzijds en het Werelddiakonaat/Kerk in Aktie anderzijds en het (in 2008) daaruit
    voortgekomen (en door de synode aanvaarde) rapport over het Israëlisch-Palestijns conflict (IP-nota).
    Het doel van de reis was om uitdrukking te zijn van zowel de onopgeefbare verbondenheid met Israël als van de oekumenische verbondenheid met Palestijnse christenen. Het doel was ook om de complexiteit van het conflict en het lijden aan weerszijden te zien en te ervaren.
    Om de ‘twee verhalen’ te horen en daarnaar te leren luisteren.
    De opzet van de reis/de methode was vooral die van de exposure (het blootgesteld worden) aan een veelheid van ontmoetingen en visuele ervaringen door het bezoek aan allerlei pijnlijke plaatsen. De evaluatie van al die ervaringen bestond eigenlijk alleen uit een verwoording van wat een en ander de deelnemers persoonlijk deed.
    In het groepsprogramma was geen plaats ingeruimd voor een gezamenlijke onderlinge bezinning over wat gehoord en gezien werd en over verschillen in waarneming en evaluatie, de bredere context en Bijbels-theologische lijnen. Door de speciale positie als deelnemer op uitnodiging van de synode binnen een reisgezelschap dat op eigen kosten had ingetekend voor deze reis, voelde ik mij ook niet vrij om te vragen om meer bezinning.

    2. Martine van Wijk (verpleegkundige in Nablus/Sichem, uitgezonden door de GZB) besloot
    op 14 maart haar verhaal door te stellen dat het voor haar wezenlijk was om zowel Israël als de Palestijnse bevolking in haar hart te houden. Die beide in haar hart toe te laten. Zij zei dat als wij ze niet beide in ons hart kunnen toelaten er ook geen verzoening komen. Deze woorden vormden op die laatste dag ook eigenlijk het slot van onze reis. Haar woorden wil ik als leidraad nemen bij mijn evaluatie van deze reis.

    3. Het thema van de reis was genomen uit de zaligsprekingen. “Hongeren en dorsten naar
    gerechtigheid”.
    In de zaligsprekingen staat deze zin in een verband waarin ook sprake is van treuren, van barmhartigheid, van zachtmoedigheid, van zuiverheid van hart. Terugkijkend heb ik het idee dat we als groep weinig gestalte hebben gegeven aan die andere woorden.
    Althans hoorbaar en merkbaar. En gericht op beide conflictpartners.
    De opzet van het programma bestond uit: reizen van ontmoeting naar ontmoeting, het
    bezoeken van ‘pijnlijke plaatsen’, voorafgaand commentaar op een en ander in de bus of
    tijdens de oriënterende bezoeken/wandelingen e.d. Het is mij opgevallen dat in de
    voorbereidende commentaren en de begeleidende opmerkingen meestal vooral wel ‘hart voor de Palestijnen’ voorkwam, terwijl er geen of veel minder sprake was van ‘hart voor Israël’.
    De toon werd wat dat betreft bijvoorbeeld al meteen gezet op weg van het vliegveld naar Nes Ammim toen we langs ‘de muur/het hek’ reden.
    Cynisch commentaar ten aanzien van de staat Israël en zijn bedoelingen, vol meedogen met de Palestijnse bevolking achter de muur. Omdat het land getekend is door de aanwezigheid van de muur/het hek kwam dit fenomeen regelmatig terug.
    Van enig begrip voor de Joods-Israelische motivaties en inzicht in en begrip voor het lijden van Israël onder de golven van terreur en zelfmoordterroristische operaties was daarbij geen sprake. In elk geval niet hoorbaar en merkbaar.
    Een bezoek aan Israëlische slachtoffers van terreuraanslagen zou hierop meer zicht gegeven hebben.

    Vooral stond telkens centraal het lijden van de Palestijnse bevolking en de aanklacht tegen Israëlische dominantie, arrogantie, bezetting, kolonialistische acties, apartheid enz.
    Met een beeld: Soms had ik het gevoel in een bus familieleden te zitten op weg naar het
    proces waarin vooral onze oudste broer terecht zou staan. Maar in plaats van verdriet en
    zoeken naar begrijpen was de toon vaak beschuldigend tegenover de oudste broer en
    overheersten de meest zwarte interpretaties van zijn gedrag.

    Ook in de regelmatig terugkerende ‘training’ in het omgaan met ‘ settlers’ en soldaten bij
    checkpoints was de Bijbelse opdracht: ‘ Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend’ afwezig.
    Oppositie, denken vanuit de tegengesteldheid zette de toon.
    Dat was de klank en de sfeer die ons werd aangeleerd en meegegeven. Ik heb mij dan ook consequent verzet tegen deze negatieve gedragsbeïnvloeding en ontmoeting gezocht met wie ‘aan de andere kant’ te vinden was (of dat nu ‘settlers’ of soldaten waren).

    Dit denken vanuit de oppositie, dit partij kiezen, was ook al aanwezig in de in mijn ogen eenzijdige literatuurlijst die we ter voorbereiding toegestuurd kregen en kwam regelmatig naar voren in allerlei commentaren.
    De bewogenheid met de Palestijnen was overal tijdens de reis aanwezig, maar in de
    confrontatie met duistere kanten in de Israëlische samenleving miste ik het ‘wenen van God’
    dat voortkomt uit de liefde van de Hoogheilige God van Israël voor zijn oogappel, zijn
    eerstgeboren zoon!
    Ik denk dat dit bittere oppositiedenken niet past bij de Geest van de Messias en zeker ook geen bijdrage vormt aan begrip en vredestichten.

    4. De reis was bedoeld om ‘de twee verhalen’ te horen.
    Twee verhalen over vroeger (het verhaal dat cirkelt rond het ontstaan van de staat Israël (inclusief de Shoah) en het verhaal van ‘de Nakba’)
    En twee verhalen over nu.
    Het verhaal over de moeite van de Palestijnen binnen de staat Israël en op de estbank/Judea-Samaria en Gaza.
    En het verhaal over het Israël nu (sinds Oslo, Camp David en de twee intifada’s). De twee verhalen van vroeger hebben we enigszins gehoord.
    Al moet ik erbij zeggen dat het begeleidende commentaar over de Nakba feitelijk neerkwam op het herhalen van de visie van Ilan Pappe en geen enkele kritische distantie vertoonde.
    Als het gaat om de verhalen van vandaag moet ik zeggen dat we het verhaal van Palestijnse zijde overvloedig hebben gehoord, maar nauwelijks hebben gehoord over wat er in Israël leeft aan frustratie over wat na ‘Oslo’ kwam en na ‘Camp David’, en over de voortdurende antisemitische gerichtheid binnen de Palestijnse bevolking, over de realiteit van de islamitische claims op het land, de bredere context van nucleaire dreiging vanuit Iran, veiligheidproblemen op de lange duur enz.
    Hooguit kwamen deze aspecten aan de orde binnen de context van ‘het Palestijnse verhaal
    over nu’. De afwezigheid van dit concrete ‘verhaal over het nu van de staat Israël’ of de
    bagatellisering van dreigingen en angsten en/of ontkenning van onderdelen van dat verhaal
    van Palestijnse zijde droegen niet bij aan het verstaan van de Israëlische visie op het conflict.

    5. Confrontatie met het donker binnen (de geschiedenis en de huidige staat) Israël.
    Het was moeilijk, maar tegelijk ook goed en noodzakelijk om verscheidene donkere plekken
    te signaleren en nader in het oog te krijgen. Ik noem de ervaring van de Nakba aan Palestijnse zijde (al meen ik dat het beeld van de Nakba door Pappe – dit vanwege zijn insteek en keuze om geschiedschrijving dienstbaar te maken aan politieke doelen van vandaag – nogal correctie behoeft. Pappe is niet het voorbeeld van een nauwgezette historicus).
    Ik noem verder de spanningen tussen de Joodse en de Palestijns-Arabische Israëli’s.
    De noodzaak van dialoog en van leren samenleven is overduidelijk aanwezig.
    Racisme in de Israëlische samenleving is ook een bron van zorg en onveiligheid. Waar dit racisme leidt tot niet ingrijpen van overheid (politie) en niet inzetten van hulpdiensten is protest op z’n plaats (ik denk aan de rellen in Akko, maar merk tegelijk op dat wij het verhaal natuurlijk slechts van één kant hebben gehoord).
    Misdragingen van Israëlische soldaten is een ander voorbeeld (iets anders is dat je niet het gehele Israëlische leger daarmee kunt karakteriseren). Achterstelling van de Arabisch-Israëlische bevolking in sociaal-economisch en educationeel opzicht, is een ander punt.
    Wel is het zo dat wij het verhaal daarover maar van één kant hebben gehoord en dus geen zicht hebben op vooruitgang, processen van verandering, rol van het Hooggerechtshof,
    achterliggende oorzaken naar Israëlisch inzicht. Zelfs cijfermateriaal kan ‘out of context’
    gepresenteerd worden.

    Als het gaat om de plaatsing van de muur/het hek, de nederzettingen, de roadblocks, de
    checkpoints, dan meen ik dat we maar één kant van het verhaal hebben gehoord.
    Met name de bredere politieke context van het conflict, de religieuze haat tegen Joden en de staat Israël, de antisemitische educatie binnen de Palestijnse Autoriteit en de Arabische wereld als geheel, de aantoonbaar dubbele tong van veel Palestijnse leiders is volledig buiten zicht gebleven.
    Door deze eenzijdigheid is het donker wel heel dicht samengetrokken boven Israël. (Dit neemt niet weg dat ik om maar een voorbeeld te noemen graag meer informatie zou willen hebben over de achtergrond van de ‘tent van Umm Kher/Khadar’ en al wat daarmee te maken heeft.)
    Ook het feitenmateriaal dat bijvoorbeeld gepresenteerd werd bij OCHA was geen puur
    feitenmateriaal. > Het werd gepresenteerd gepaard met een impliciete veroordeling, tussen de regels door uitgesproken. Op mijn vraag (naar aanleiding van de presentatie over Gaza) naar de tactiek van Hamas (om zich te verschuilen tussen burgers en aan te vallen vanuit
    kindercrèches, moskeeën, gewone woonhuizen, ambulances enz.) als verklaring voor het
    grotere aantal slachtoffers in Gaza werd ontwijkend geantwoord.
    Zelfs werd er gesteld dat daar onderzoek naar moeten worden gedaan maar dat we er misschien wel nooit achter zouden kunnen komen! Dit tegen alle feitelijk filmmateriaal en andere getuigenissen in.

    Voor mij heeft ‘hongeren en dorsten naar de gerechtigheid’ ook te maken met een zoeken
    naar de waarheid. Ook als dat betekent dat er donkere kanten aan het licht komen met
    betrekking tot zaken betreffende de staat Israël en gedrag van Joodse Israeli´s.
    Tegelijk vind ik dat we als kerk/christenen moeten oppassen ons niet te laten gebruiken door een Palestijnse propagandabeweging.
    Ik citeerde een aantal keren de uitspraak van Dalia Ashkenazy. Zij zei dat de confrontatie met
    het duister in de geschiedenis van haar volk haar juist bracht tot meer liefde en inzet voor haar volk. Dit lijkt mij – gezien het feit dat God zijn volk Israël nog steeds als zijn oogappel
    beschouwt en Hij tot in eeuwigheid een verbond van liefde met Israël heeft – een Bijbelse
    weg. Confrontatie met het donker en duister in het bestaan en leven van Gods volk (inclusief
    de staat Israël) kan vanuit de Geest van de Hoogheilige in ons alleen maar leiden tot
    droefheid, bewogenheid en diepere betrokkenheid, maar beslist niet tot het ‘opzeggen van
    liefde’. Immers God zelf blijft tot in eeuwigheid God van Israël!

    6. Het ‘licht aan de kant van de Palestijnen’. Vaak hebben we gehoord dat Palestijnse
    gesprekspartners het Palestijnse volk wilden verlossen van het slachtofferschap.
    Victimization staat haaks op het proces van empowerment, zo klonk het vaak.
    Palestijnen moeten weer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen toekomst. Opvallend was dat onze Palestijnse gesprekspartners zich zelf daarbij geheel lossneden van de bredere context van het Palestijnse volk en van de bredere context van de Arabische en islamitische naties (inclusief de politieke en militaire kanten daarvan). Regelmatig heb ik geprobeerd om vragen te stellen naar deze bredere context. En heb ik ook gevraagd of sprake is van enig zelfonderzoek op dit punt.
    Onze gesprekspartners als individuele personen wilden wel streven naar een vreedzaam
    samenleven met de staat Israël. (Al houdt dat bijvoorbeeld in de visie van Naim Ateek/Sabeel
    niet in een erkenning van de Joodse staat Israël).
    Maar zij gaven er totaal geen blijk van zich bewust te zijn deel uit te maken van het geheel van het Palestijnse volk en daarmee dus ook medeverantwoordelijk te zijn voor wat het Palestijnse volk als geheel aan gedrag en houding tegenover Joden, het volk Israël en de staat Israël toont of heeft getoond.
    Terwijl er aan Israëlische zijde sprake was van zelfonderzoek en van begrip voor gevoelens aan Palestijnse zijde, was die houding totaal afwezig bij onze Palestijnse gesprekspartners. Geen woord over het diepe antisemitisme in het Palestijnse volk, in het Palestijnse onderwijssysteem.
    Geen aandacht voor de islamitische haat tegen de staat Israël en tegen de aanwezigheid van Joden in het Land. Geen woord over de golf van terreur die inzette nadat de Oslo-akkoorden gesloten waren of na Camp David. Geen woord over de (in het Arabisch geuite) agenda van
    vernietiging van de staat Israël die Arafat (en de PA) ook na de Oslo-akkoorden trouw bleef.
    Evenmin iets over Hamas en zijn tactieken voorafgaand aan en in de Gaza-oorlog.
    Geen woord over de islamitische (via steun aan Hezbollah en Hamas) en nucleaire dreiging vanuit Iran.
    Ook geen aandacht voor islamitisch geïnspireerde en gelegitimeerde onbetrouwbaarheid in gesprekken met of ten aanzien van verdragen met Israël. Alsof dat allemaal geen rol heeft gespeeld en niet bestaat.
    Deze ontkenning van de bedreigende Palestijnse/islamitische/Arabische samenlevingscontext maakte dat alsnog Israël als het kwaad (de bezetter/occupation etc.) en de Palestijnse zijde als louter ‘licht’ getekend werd.
    Ik vraag me af waar de ontkenning van deze realiteiten op berust.
    Is er sprake van zelfcensuur, van wensdromen ten aanzien van de werkelijke bedoelingen van islamitisch geïnspireerde leiders, van het verdoezelen van zwarte realiteiten die het vredesproces belasten?
    ( Zo ontkent Naim Ateek in zijn laatste boek – A Palestinian Christian Cry for Reconciliation, 2008, p. 34 – zelfs dat er sprake is geweest van een vergaand vredesaanbod in het kader van Camp David; dit tegen het getuigenis van de hoofdonderhandelaar van de VS Dennis Ross in.
    Deze uitingen van Naim Ateek komen daarmee toch dicht in de buurt van bewuste misleiding /verdraaiing van feiten om het zacht te zeggen).

    7. De oecumenische verbondenheid met Palestijnse christenen. Onze reis had ook ten doel om verbondenheid tot uitdrukking te brengen met Palestijnse christenen.
    Wij ontmoetten een aantal van hen. Ik noem hier Zoughbi Zoughbi (Grieks katholiek, Bethlehem), Mitri Raheb, Lutheraan, Bethlehem), Jean Zaru (Quaker, Ramallah), Naim Ateek (Anglikaan, Jeruzalem/Sabeel).
    Met hen hadden wij de meest inhoudelijke ontmoetingen als het aankwam op beoordeling van de complexe politieke situatie. Een aantal andere ontmoetingen verschafte ons meer inzicht in de algemene situatie van de Palestijnse christenen.
    De verhalen die wij van de hierboven genoemden hoorden waren opvallend identiek en
    verliepen geheel volgens het patroon dat ik hierboven beschreef (punt 6).
    Het verhaal van de Palestijnse christenen was feitelijk identiek aan het verhaal van de moslim-Palestijnen die wij ontmoetten.
    In het geval van Zoughbi Zoughbi (die vertelde dat hij deel uit maakt van de gemeenteraad van Bethlehem en daar zit met 5 leden van Hamas) vroeg ik me af in hoeverre zelfcensuur als vanzelf in zo’n situatie een rol gaat spelen.
    Van de christenen hoorden wij ook niets over de voorgaande islamisering van de PA en de
    Palestijnse gebieden). Enkel socio-economische achtergronden werden aangedragen als
    verklaring voor de teruggang in het percentage christenen onder de Palestijnse bevolking.
    Onze ontmoetingen bestonden uit redelijk korte presentaties met gelegenheid tot een aantal
    vragen, daardoor is er geen echte mogelijkheid geweest om in gesprek te gaan over
    theologische uitgangspunten.
    Mijn indruk is (Martine van Wijk stelde dat eveneens) dat de theologische insteek van veel Palestijnse christenen die van een of andere vorm van vervangingstheologie is.
    Vanuit een universalistisch gerichte christelijke theologie die een particularistisch tijdperk heeft vervangen is het totaal anders denken en spreken als het gaat om Israël of Joden of het land. Ook de visie op de Schrift is niet echt aan de orde geweest; wel werd duidelijk dat bijvoorbeeld de profetie van Zacharia 12:1-3 bij Mitri Raheb geen toekomstige, concreet historische betekenis heeft.

    Mijn vraag is/zou zijn: in hoeverre is de theologie en de christelijke waarneming aan
    Palestijns-christelijke zijde dienstbaar aan de eigen (gewenste) politieke en nationale
    realiteit?
    Het verwijt van die zijde gericht aan (ongeacht welke vorm van) christenzionisme slaat daarmee als een boemerang terug op deze parallel in de eigen Palestijns-christelijke
    theologische existentie. Als het gaat om echte verbondenheid met broeders en zusters in
    Christus dan denk ik dat ook in deze ontmoetingen allerlei pijnlijke zaken aan de orde moeten
    kunnen komen. Een aantal punten heb ik hierboven opgesomd.

    8. Bemoediging en hoop. De kennismaking met de dialoog in Galilea (vooral via het Centre
    for Humanistic Education en zoals beoogd vanuit Nes Ammim) heeft me er wel bij bepaald
    hoe belangrijk dit werk is. Ook de verhalen van Ofir Yarden lieten dat zien. Al heb ik aan de
    sjabbatsmaaltijd in Jeruzalem ook veel negatieve ervaringsverhalen gehoord over
    scholieren – dialooggroepen in Jeruzalem (geen echte deelname Palestijnse jongeren, vermoeden dat zij een ingestudeerd en zodoende gecontroleerd verhaal vertellen, deelname van Palestijnse zijde vanwege het verkrijgen van een gratis test die eerder toegang verleent tot hoger onderwijs?).
    De ontmoeting met Salim Munayer van Musalaha liet zien hoe verzoening eerder en blijvender tot stand kan komen waar een diepgaande geloofsrelatie met Jezus/ Christus/Jesjoea HaMasjiach aanwezig is.
    Messiasbelijdende Joden en meer evangelisch georiënteerde Palestijnse/Arabische christenen zijn daarin een echt teken van hoop. Al zei Salim Munayer dat binnen die verzoende relaties onenigheid blijft over de te volgen weg naar de toekomst.

    10. Gebed. Deze reis heeft bij mij een diep besef doen groeien dat wij als gemeente van de
    Messias nog meer in gebed op de bres moeten staan voor de vrede van Jeruzalem, voor Israël en zijn buren. Vanuit alle pijn en dreiging, met en hart dat naar beide kanten openstaat.
    2 Kronieken 20:12b zegt: “… en wij weten niet wat wij moeten doen, maar op U zijn onze
    ogen gevestigd.” Psalm 2 en bijvoorbeeld ook Daniël 10 maken duidelijk dat er meer dan
    alleen maar een politiek conflict speelt.

    11. Een paar opmerkingen naar aanleiding van deze reis gericht op de kerk als geheel:
    De PKN heeft in het IP-rapport een keuze gemaakt voor blijvende ‘onopgeefbare
    verbondenheid’ met het volk Israël en voor een oecumenische verbondenheid met de kerken
    in het Midden-Oosten. Als uitgangspunt is dat mooi verwoord, maar hoe dat concreet gestalte
    te geven? Martine van Wijk bracht het op een diepe manier onder woorden! Het zal er om
    gaan om zowel Israël als Palestijnse christenen en het Palestijnse volk in ons hart een plaats te geven. Als wij ze in ons hart niet met elkaar kunnen verzoenen, hoe zal er dan verzoening
    kunnen groeien in de realiteit (zie boven bij punt 2).
    Ik heb het gevoel dat we daar in de kerk nog aan moeten werken.
    En wat mij betreft vraagt dat meer dan het aanhoren van verhalen, hoezeer dat het begin is.
    Zie wat ik daarover schrijf bij punt 13 (Deze reis als model?)
    Er zal zeker ook in de kerk nog meer nagedacht moeten worden over de roeping van de kerk
    in relatie tot Gods eeuwig durende beloften aan Israel (ook die over het Land). Thema’s als
    ‘de blijvende beloften en voorlopige vervulling (wachtend op de Dag van de Messias)’en ‘de
    verhouding tussen Gods beloften en internationaal volkerenrecht’ vragen om meer
    doordenking en gesprek. Het is te gemakkelijk om in de lijn van Sabeel elke vorm van
    christenzionisme zomaar af te wijzen. Dit heeft ook alles te maken met de plaats van de staat
    Israël als de enige veilige haven voor het volk Israël dat in alle landen te maken heeft met
    opnieuw opkomend antisemitisme. Hiermee verbonden is de vraag naar de eerste roeping van
    de kerk is. Ligt die in het spreken over Gods beloften en eisen of het bijdragen aan een
    praktisch -politieke oplossing van het conflict.
    Dit gesprek en deze bezinning zijn zeker ook belangrijk met het oog op werkelijk gesprek binnen de PKN juist ook vanwege de visie op en de omgang met de Schriften binnen het reformatorische, het confessionele en het evangelische deel van de kerk. Daar wordt de ‘claritas van de Schrift’ ten aanzien van Gods beloften en zijn eeuwige verbond met Israël als minder problematisch ervaren al is de vraag naar de toepassing van een en ander in de realiteit van vandaag zeker ook aanwezig.

    Als het gaat om contacten met het volk Israël en de staat Israël lijkt het mij van belang dat
    niet slechts het gesprek gezocht wordt met ‘progressief Jodendom/Israël’. Voor een echt
    gesprek moet contact gezocht worden met de hele breedte van het volk, al dan niet binnen de
    staat Israël. Het ‘uit het hart uitsluiten van groepen’ dat ik tijdens de reis heb ervaren, draagt
    niet bij aan verstaan en vrede. Het is ook geen leven dat bij de Geest van de Messias van
    Israël past. Juist als we beginnen bij herkenning en verbondenheid is er de mogelijkheid van
    gesprek en luisteren. In een geest van oppositie tegenover bepaalde groepen ontstaat er geen gesprek.
    Achteraf besef ik ook dat wij als ‘kerkelijk reisgezelschap’ wel contact hebben gezocht met
    Palestijnse christenen (om onze ‘blinde vlek voor hen’ te corrigeren) maar dat wij aan die
    andere verbondenheid in de Messias (n.l. de verbondenheid met dat deel van Israël dat
    Jezus/Jesjoea als Messias belijdt’) zijn voorbijgegaan (en daarmee aan een even structurele
    ‘blindheid’ onderhevig zijn geweest).
    Een gesprek met een Messiasbelijdend Joods theoloog/leider vanuit Israël zou inzicht hebben kunnen geven in de positiekeuze en beleving van dit conflict in de kring van Joden die volgelingen van de Messias zijn. Ik denk dat het voorbijgaan aan hen als ‘gesprekspartner’ teken is van een eeuwenoude blinde vlek ten aanzien van dat deel van Israël dat zich bij de Messias heeft gevoegd.

    In de oecumenische contacten moeten mijns inziens ook de zaken ingebracht worden die ik
    onder 6 en 7 heb genoemd. In die contacten moet ook ruimte zijn voor en gesprek over
    theologische uitgangspunten.
    ‘Betrokkenheid vanuit het hart’ betekent niet dat wij mee moeten gaan in een theologie waarin uiteindelijk het volk Israël geen blijvende plaats heeft.
    We zullen ons ook moeten afvragen of de kerken in het Midden-Oosten wel waarlijk vrijuit
    kunnen denken en theologiseren gezien de alom aanwezige islamisering.
    Wat mij betreft moet de kerk alleen die organisaties steunen die echt beide partijen op het hart en in het hart willen dragen. En bij wie ook de toekomst van de Joodse staat Israël veilig is en de mogelijkheid van Israël als veilig toevluchtsoord voor Joden wereldwijd blijft bestaan.

    In de contacten met de Islam zal de kerk openhartig moeten spreken over de speciale plaats
    van Israël te midden van de naties. De kerk zal in de lijn van Psalm 2 de naties, inclusief de
    islamitische naties dienen te waarschuwen zich niet te keren tegen de God van Israël. Ik besef dat hier een strijdpunt ligt binnen de kerk. Dat te maken heeft met de vraag wat de wezenlijke aard en de werkelijke bedoelingen van de Islam zijn. De kerk moet zich hier hoeden voor wensdromen.

    De PKN is onderdeel van de brede maatschappelijke context. Is daarmee onderdeel van de
    strijd rond dit conflict in de media en in de politiek zowel nationaal als internationaal. Het
    lijkt mij erg belangrijk je altijd daarvan bewust te zijn. We moeten ons niet laten gebruiken
    voor dat wat haaks staat op de bedoelingen van onze God. Uiteindelijk blijft de roeping voor
    alle volken om Israël te zegenen om zo ook vanuit Israël gezegend te worden. Er is in deze
    wereld een brede antisemitische beweging die een 2e Shoah nastreeft – mogen wij er voor
    bewaard worden daarin mee te gaan of daar geen oog voor te hebben.

    12. Een paar opmerkingen naar aanleiding van deze reis gericht op mijn eigen achterban
    (Evangelisch Werkverband): Het zal ook voor de confessioneel -evangelische richting binnen
    de kerk van belang zijn om zowel Israël als het Palestijnse volk werkelijk op het hart te
    dragen/in het eigen hart toe te laten. Binnen de evangelische beweging missen we over het
    algemeen de contacten met Palestijnse christenen/het Palestijnse volk.
    Al kunnen bijvoorbeeld Musalaha, de Near East Ministry, Stichting Cornerstone genoemd worden als plaatsen waar deze ontmoeting wel plaatsvindt. Meer dan ooit is er een noodzaak van gebed. Daarbij is er vanuit de visie op de Schrift binnen de evangelische beweging meer innerlijke affiniteit met het (christen)zionisme dat de terugkeer van heel Israël naar het Land als onderdeel van Gods eeuwige trouw ziet.
    Zonder dat de confessioneel-evangelische richting binnen de PKN daarmee een ongevoelige en hard-eschatologische agenda wil realiseren (zoals het christenzionisme bijvoorbeeld in de literatuur van Sabeel getekend wordt).
    Vanuit deze innerlijke affiniteit is er mogelijk meer bruggenbouw en werken aan verzoening
    mogelijk dan vanuit een totaal tegengesteld vertrekpunt.
    Liefde voor Israël zal ook inhouden: het zien van de donkere kanten in het leven van het volk
    en de staat Israël en die in liefde meedragen en indien mogelijk bijdragen tot verlichting van
    pijn, verzoening en sjaloom voor wie in het land wonen.
    Het zal ook een uitdaging zijn om na te gaan in hoeverre een diakonale betrokkenheid bij het
    Palestijnse volk gestalte kan krijgen. Voor mij is het daarbij belangrijk dat die steun niet in
    een bedding valt die oppositie bewerkt en geen echte verzoening nastreeft. Een aantal andere
    aandachtspunten zijn te vinden onder wat ik hierboven schreef.

    13. Deze reis als model? Deze reis heeft mij zeer zeker heel concreet bepaald bij de
    complexiteit van het conflict. Bij pijn en moeiten aan beide zijden. Tegelijk was deze reis ook
    geen vlekkeloos model dat alleen nog maar gekopieerd hoeft te worden. Daarvoor miste ik
    teveel een onbevooroordeelde presentatie van gegevens. Ook in de interpretatie van
    feitelijkheden werd vaak gekozen voor belichting vanuit één kant, n.l. de Palestijns
    (-christelijk)e interpretatie. De stortvloed aan gegevens en ontmoetingen vraagt om een
    inhoudelijk gesprek over historische kaders en de interpretatie daarvan, over
    vooronderstellingen bij de interpretatie, theologische uitgangspunten enz.
    Zonder dit diepere gesprek verwordt deze stortvloed aan gegevens en indrukken tot een
    tsunami die mensen bewust of onbewust een bepaalde richting uitdrijft. Voor een echt gesprek binnen de PKN is meer nodig.

    14. Tot slot: Ik ben de Protestantse Kerk in Nederland dankbaar voor de uitnodiging deze reis
    mee te maken. Het was zeker geen gemakkelijke reis. Ook niet in logistiek opzicht. Ik dank
    Meta en Simon in dit opzicht ook voor de vlekkeloze logistieke operatie die deze reis inhield!
    En de reisgroep als geheel voor de goede onderlinge relaties.
    Ik bied hierbij deze evaluerende gedachten aan. Dat onze onderlinge bezinning er door
    gediend moge zijn.

    Aalsmeer, 30 maart 2009

    Edjan Westerman

    Like

  3. Geachte meneer Westerman
    Als ik bovenstaand lees vraag ik mij wel af hebben jullie de bijbel weleens open gehad tijdens deze trip? Kennen jullie de beloften die God voor Zijn volk heeft?Hebben jullie ze uitgeschreeuwd naar de Here? Hebben jullie gezien wat God allemaal doet in dit land?
    Het komt bij mij meer humanistisch over dan bijbels. Er zijn genoeg Palestijnen die in Jezus geloven en Israel in hun hart gesloten hebben, zij volgen niet de vervelende vervangingsleer die westerse christenen daar gedracht hebben, zij kennen hun bijbel.
    Hebben jullie echt weleens gekeken hoe de regering in Israel reageerd ?en herken je daar ook zoveel uit de Thora IN?
    Hebben jullie er weleens over nagedacht hoe je deze eigenschap van christenen moet noemen als zij denken dat deze groepen moeten verzoenen? Zijn christenen en Joden al verzoend?
    Weet je dat de Palestijnen als een bastaard volk beschreven staan in Zacharia 9:5-8
    Weten jullie als iedereen zijn plaats inneemt en christenen Israel gewoon de plaats gunnen die ze van God krijgen dat alles veel beter gaat.
    Als u nogeens een reis gaat maken dan raad ik u Shlomo Hizak aan. Een verademing een Jood die zich al meer dan 40 jaar inzet voor verzoening tussen Joden en christenen. Even weg bij al die christelijke organisaties die wel weten hoe het moet (ik zeg trouwens niet dat een aantal geen goed werk doet) Zijn website is
    http://www.bijbelcentrum.org/
    Gewoon eens luisteren naar Joden, er gaat een wereld voor je open. en ze kunnen de bijbel uitleggen als de beste
    succes

    Like

  4. Nog een stukje menneer Westerman, weet u dat Paulus in de Romeinen brief schrijft dat Als Israel zijn Verloser aanneemt dat dat leven uit de doden zal zijn?
    Wat is dan de taak van de gemeente ? Israel zo te behandelen dat dat spoedig zal gebeuren. Daar zijn nl. ook de Palestijnen meegediend.

    Like

  5. @Angela

    Volgens mij bekritiseer je de verkeerde. Edjan Westerman is binnen de Protestantse Kerk iemand die nooit het belang van Israël uit het oog verliest en zeer zeker probeert vanuit een Bijbelse optiek te spreken en schrijven.

    Verder zijn er ook genoeg Palestijnse christenen die heldere kritiek uiten op de staat Israël.

    Ik vind ook hier weer dat er veel te makkelijk een is-gelijk-teken wordt gezet tussen het Bijbelse volk Israël en de tegenwoordige politieke staat Israël.
    Mijn vraag zou zijn: als de staat Israël zijn plaats van God heeft gekregen, waarom moet er dan zoveel menselijk wapengeweld aan te pas komen om die staat te handhaven c.q. uit te breiden?
    Mijn conclusie: de stichting van de staat Israël is een eigenmachtig en vroegtijdig menselijk grijpen naar wat God mogelijk in de toekomst nog in petto heeft voor zijn volk (ik deel dat standpunt met redelijk wat orthodoxe joden).

    Like

    1. Jawadde, wat een slap gelul. Als ik het allemaal maar deed voor mensen zoals jij, had ik deze blog al lang in de vuilbak gekieperd. Geef toe, het Joodse volk had natuurlijk ook kunnen wachten om de Jodenstaat te stichten tot ze compleet waren uitgeroeid. Tenminste dat zou zeker gebeurd zijn als ze jouw raad hadden opgevolgd. Heb jij je nooit afgevraagd waarom na 2000 jaar Jodenvervolging de vernietiging nooit helemaal geslaagd is? Omdat op een bepaald ogenblik in de geschiedenis een aantal Joden zijn opgestaan en gezegd hebben: nu is het welletjes geweest. Omdat ze de wapens hebben opgenomen tegen hun vernietigers. Of dacht jij soms dat Hitler uit zichzelf is weggelopen? Daar waren duizenden tonnen bommen voor nodig om die weer uit zijn stoel te krijgen. En daar hadden ze geen bijbel voor nodig om daar achter te komen. Gewoon alle dagen de doden tellen, doet op het einde ooit wel een lichtje branden. Met mensen zoals jij kan je geen staat stichten. In het ‘beste’ geval kan je er wel eentje vernietigen.

      Like

  6. Beste meneer van den Berg.
    Als u goed kijkt naar de oorlogen in 48 en 67 en zelfs van de laatste oorlog dan zult u zien dat daar wonderen in gebeurd zijn. Of God voor Zijn volk streed zoals Hij het in vroeger tijden deed.
    Waarom er zoveel strijd is lijkt mij vrij logisch. Niet alleen God bestaat ook de satan en deze gaat rond als een briesende leeuw om alles te voorkomen wat God aan goedheid voor Zijn volk en de mensheid wil doen en om iedereen mee te slepen in zijn val.
    Satan weet de bijbel veel beter dan veel christenen. Hij weet dat als de wereld het Joodse volk vloekt dat de wereld vervloekt wordt . In Jesaja 60 vers 12 staat :Want het volk en het koninkrijk die u niet willen dienen zullen ten gronde gaan en die volken zullen zeker vernietigt worden.

    Voor de tweede wereldoorlog is er ontzettend gewaarschuwd aan de Joden dat er gevaar op komst was.Met name de orthodoxe Joden vertrouwden op God en luisterden niet naar seculiere Joden. Er zijn dan ook verdrietig genoeg veel orthodoxen omgekomen in WO2
    God waarschuwd in zijn woord :MIJN volk gaat uit van haar opdat gij niet komt onder de oordelen,
    en de Here zegt dat Hij eerst visers maar ook jagers zal sturen om ZIjn volk thuis te brengen.
    Er zijn Joden die al jaren in opdracht van God bezig zijn voorbereidingen te treffen voor de laatste vlucht die de Joden gaan maken naar Israel. Het verdrietige ervan is dat er altijd bijstaat om zoveel mogelijk te kunnen redden.

    De mens leert blijkbaar nooit van de geschiedenis. Vorig jaar sprak ik een rabbijn ,die vertelde binnen vijf jaar zijn al de joden weg uit Nederland,zo verziekt is hier het klimaat.
    Had u dat ooit gedacht

    Like

Reacties zijn gesloten.