20 maart: Edward Blenkinsop ‘One Who Almost Made It Back’ door Peter Celis

Majoor Blenkinsop
Majoor Blenkinsop

N.C.P.G.R. Meensel-Kiezegem NODIGT U UIT op EEN VOORDRACHT door Peter Celis en in samenwerking met de gemeente Tielt-Winge over het leven van de Canadese piloot Edward Blenkinsop. Diens herinneringsgrafsteen staat op het ere-kerkhof te Meensel. Adres: Vrijdag 20 maart 2009 te 20.00 uur in het ontmoetingscentrum te Meensel-Kiezegem; toegang is gratis.

In de nacht van 27/28 april 1944 dienden Teddy Blenkinsop en zijn zevenkoppige bemanning als plaatsvervangende aanvalsleider tijdens een bombardement op een spoorwegcomplex nabij Montzen, België. Na een succesvolle aanval werd hun Lancaster-bommenwerper boven Diest echter neergeschoten door een Duitse nachtjager. Op miraculeuze wijze overleefde Teddy Blenkinsop als enige de crash van de Lancaster, en hij werd opgevangen en verstopt door het Belgische Verzet. Hij belandde echter in het concentratiekamp van Bergen-Belsen, waar hij tenslotte op 5 januari 1945 het leven liet in afschuwelijke omstandigheden.

Vele gezinnen boden tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdak aan ondergedoken verzetslieden en geallieerde piloten. De beroemdste was wellicht de Canadese majoor Edward Blenkinsop (afbeelding rechts), wiens bommenwerper op 28 april 1944 werd neergehaald door Duits afweergeschut. Tot twee keer toe werd een ontsnapping voor hem voorbereid, maar uiteindelijk had het verzet van Meensel de intentie om hun ‘majoor’ als trofee over te dragen aan de binnenrukkende geallieerde troepen. Het drama van 1 en 11 augustus 1944 stak daar echter een stokje voor.

meen13

Het Drama van Meensel-Kiezegem

Meensel-Kiezegem is een kleine Belgische gemeente op een 40-tal kilometer van Brussel en 20 kilometers van Leuven: Twee kleine dorpjes die één gemeente vormden. Nu zijn deze dorpen samen met St Joris-Winge, Houwaart en OLVr-Tielt gefusioneerd tot Tielt-Winge. Meensel-Kiezegem had niet veel te lijden gedurende de oorlog. Er was sinds de landing in Normandië wel meer spanning tusen “witten ” en “zwarten”. Op zondag 30 juli reden er drie vreemde fietsers voorbij de dorpsplaats. Buiten het dorp kwamen zij Gaston Merckx tegen , één van de leiders van de Zwarte Brigade, met enkele hoeveknechten. Er ontwikkelde zich een discussie met als resultaat dat Gaston Merckx werd neergeschoten. De reactie hierop was buiten verhoudeng. Moeder Merckx eiste op de begrafenis van haar zoon honderd slachtoffers. Dramatisch was wel dat de daders niet van Meensel-Kiezegem waren.

Op 1 augustus 1944 hielden gemaskerden en geüniformeerden een eerste razzia: 3 mannen (August Craeninckx, Petrus Vander Meeren en Oscar Beddegenoodts) werden neergeschoten, vier vrouwen, tien mannen , een meisje en een jongetje werden opgepakt. Op 3 augustus werd dan op het kerkhof de eed gezworen Gaston Merckx te wreken. Waar de razzia van 1 augustus op kleine schaal verliep was deze van 11 augustus strategisch voorbereid. Het bevelschrift werd door het “Sicherheitskorps ” o.l.v. Verbelen uitgevaardigd. Met vele vrachtwagens, Duitsers en collaborateurs werd het dorp omsingeld. Hoeve Schotsmans werd in brand gestoken omdat men vermoedde dat er een Candese piloot verstopt zat en de boer kwam om in de vlammen.

Juist voor de bevrijding van de streek werden de meesten onder hen ook Majoor Blenkinsop – naar het concentratiekamp van KZ Neuengamme gevoerd. Van het totaal van 95 gijzelaars zijn er slechts 28 levend weergekeerd. Slechts acht hebben het kamp van Neuengamme overleefd. De zwaarste tol heeft dit kleine dorp moeten betalen zonder aanwijsbare reden. Daardoor wordt het ook vernoemd, samen met Oradour en Lidice, als één van zwaarst getroffen gemeenschappen. Lees op Verzet.org over Het Drama van Meensel-Kiezegem en op De Stichting Meensel-Kiezegem ’44.

One Who Almost Made It Back

meens

Weinig was tot nog toe bekend over het lot van de onfortuinlijke Majoor Blenkinsop tussen de vliegtuigcrash en zijn einde in de kampen, totdat Peter Celis, een officier in de Belgische Luchtmacht, het verhaal begon te onderzoeken. Wat hij ontdekte was veel verbazingwekkender dan de spannendste speelfilm ooit kan zijn, en toont waarom deze dappere Canadese piloot zestig jaar later nog elk jaar herdacht wordt tijdens vieringen in Meensel-Kiezegem. Peter ontdekte dat Blenkinsop niet alleen een uitzonderlijk en stijlvol operationeel piloot was, maar dat zijn vaderlandsliefde, toewijding en moed buitengewoon waren. Bovendien leidde zijn onverschrokkenheid ertoe dat hij uiteindelijk de ultieme prijs betaalde tijdens de laatste stuiptrekkingen van Nazi-Duitsland.

Geschreven met gevoel en kennis van zaken, is dit boek het hartverwarmende relaas van een uitzonderlijke jongeman die bijna terug thuis geraakte. Het is een passend testament voor hem en al zijn gevallen strijdmakkers. Peter Celis werd geboren in België in 1967. Op een jonge leeftijd raakte hij gefascineerd door de militaire luchtvaart. In 1985 werd zijn jongensdroom werkelijkheid, wanneer hij toegelaten werd tot de Koninklijke Militaire School van België als kandidaat leerling-piloot. Hij studeerde af in de graad van Onderluitenant in 1989, waarna hij zijn pilotenopleiding voortzette. Nadat hij zijn pilotenvleugels behaalde in 1990 werd hij aangehecht aan de 10de Tactische Wing van de Belgische Luchtmacht. Hij trad er vervolgens toe tot het 31ste Jachtbommenwerpersmaldeel.

Peter vloog F-16’s vanop Kleine-Brogel gedurende 16 opeenvolgende jaren, en bekleedde er een groot aantal functies, zoals operatie-officer, instructeur en wapenspecialist. Momenteel dient hij als Wing operatie-officier en vliegt hij op de basisopleidingsvliegtuigen van de Belgische Luchtmacht. Historisch onderzoek en schrijven zijn geliefde bezigheden sinds zijn tienerjaren. One Who Almost Made It Back is zijn vierde boek. Daarnaast schreef hij reeds een hele reeks artikels voor gerenommeerde luchtvaarttijdschriften in België, Groot-Brittannië en Canada, zoals FlyPast, Air Enthusiast, Contact en Airforce Magazine. Peter is gehuwd en heeft twee kinderen.