„Recht naar Palestina en nooit meer terug” (Heide-Kalmthout, 1937)

Joden in Verzet
Joden in Verzet

In de Joodse periodiek De Centrale nr. 95 van januari 1973 beschrijft de historicus Sylvain Brachfeld in een artikelenreeks ‘Joden in Vlaanderen’, de opkomst (en ondergang) van de Joodse gemeenschap in Heide-Kalmthout vanaf omstreeks 1900. Interessant zijn de gebeurtenissen die zich hebben afgespeeld omstreeks 1937 aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en meer in het bijzonder het verzet van de Joodse gemeenschap tegen het opkomend antisemitisme, daarbij flink geholpen door niet-Joden. Opvallend zijn de kreten van de antisemieten van toen zoals ‘Recht naar Palestina‘. Daar waar de antisemieten van nu roepen ‘Weg uit Palestina‘. Het kan verkeren…

Merkwaardig is het getuigenis van B. Rudner uit de Gretrystraat te Antwerpen, die de gebeurtenissen verhaalt: “In uwe beschrijving betreffende de joodse aanwezigheid in Heide gebruikt U volgende zin : „Rond 1937 werden te Heide antisemitische biljetten verspreid onder de vorm van reistickets met tekst : „Recht naar Palestina en nooit meer terug”. De bondigheid van deze bemerking zou bij Joden die pas na de oorlog naar Antwerpen zijn komen wonen, alsook bij de na de oorlog geboren joodse jeugd de indruk wekken, dat de Joden zich deze antisemitische agitatie lieten welgevallen zonder daarop te reageren. Teneinde deze verkeerde indruk weg te nemen, wil ik hier meer over uitwijden.

Een opmerkelijk verhaal van Joods verzet en strijdbaarheid en de kracht van solidariteit tussen Joden en niet-Joden in de strijd tegen het antisemitisme!

In januari 1937 stichtte advocaat René Lambrichts zijn felle anti-semitische Volksverwering, in het teken van Bloed en Bodem. Volksverwering probeert zich ook uit te breiden naar het platteland onder meer in Kalmthout waar onder haar impuls het Anti-Joodsche Blok wordt opgericht. De leden ervan houden zich ondermeer bezig met doodsbrieven in de brievenbussen van joodse inwoners te posten en zgn. ‘reisticketjes’ met Recht naar Palestina en Nooit meer terug. Korte tijd later ondervinden ze stevige weerstand van VEVA (Verbond voor Economisch Verweer Antwerpen), die op hun beurt ‘reisticketjes’ bussen bij de jodenhaters en Hitlerknechten, met boodschappen zoals: Naar Berlijn 4de klas beestenwagens. Het Anti-Joodsche Blok stopte haar acties en verdween uit Kalmthout.

Volksverwering organiseerde meetings waar diverse Vlaams-nationale sprekers het woord voerden. Zo ondermeer Jef De Langhe (Verdinaso), Edgar Lehembre (VNV) en Ward Hermans (VNV). Vooral tijdens de bezetting berucht was Felix Lauterborn die de nachtmerrie werd van de joodse gemeenschap. Volksverwering bracht ook een krant uit onder dezelfde naam Volksverweering. Zo verschijnt er in de krant vanaf maart 1938 in afleveringen De Protocollen van de Wijzen van Sion in een tekstvertaling van Jan Stoutenberg en die later -in 1938- ook als brochure werd uitgegeven. Dit antisemitische geschrift is al jaren erg populair in het Midden-Oosten waarnaar het Europees antisemitisme sinds WOII diep heeft ingeburgerd en in sommige Arabische landen zelfs tot staatsdoctrine werd verheven.

‘WAT GEBEURDE ER IN HEIDE IN 1937 ?’ (B. Rudner)

Een antisemitische groepering, gesteund en gespijsd door de nazi-campagne die in alle landen van Europa een vijfde colonne, gesticht had teneinde de europese volkeren gemakkelijker voor te bereiden op de overheersing door het duizendjarig hitlerreich, had Heide uitgekozen als een eerste experiment, zoals zij zelf voorspiegelden, Knokke en Spa volgen, waar eveneens veel joodse families hun zomervakantie doorbrachten. Een der aanvoerders van deze campagne was een zekere Meester Lambrechts, stichter en uitgever van het blaadje „Volksverwering”, die na de oorlog ter dood werd veroordeeld door een Belgisch krijgsgerecht.

Eerst zouden zij het proberen met terreur. In alle huizen waar Joden woonden vond men ’s morgens in de brievenbussen doodsbrieven om de Joden schrik aan te jagen, alsook de reisticketjes met „Recht naar Palestina en nooit meer terug”, alsook pamfletten met allerhande bedreigingen. In het gebouw waar voorheen het Hotel De Zwaan gevestigd was, installeerden zij op het gelijkvloers een Woonagentschap dat kamers en flats te huur aanbood, doch „uitsluitend aan niet¬Joden”. In de synagoge alsook in joodse woningen werden dikwijls de ruiten met stenen ingeworpen. Op zekere morgen vond men op een groot aantal bomen in de rondomgelegen bossen en op de joodse woningen kleefibriefjes opgeplakt met de tekst „Weg met Joden en vreemdelingen”. De actie nam iedere dag uitbreiding.

Toen achtte het „V.E.V.A. de tijd gekomen om in te grijpen. Toen Hitler in 1933 de boycot tegen de duitse Joden invoerde, werden over de ganse wereld daar waar Joden woonden, anti-boycot comites gesticht. In Antwerpen heette dit Comite V.E.V.A. (Verbond voor Economisch Verweer Antwerpen) en werkte onder het voorzitterschap van dhr Isidore Lipschutz, toenmalige voorzitter van het Syndicaat der Belgische Diamantnijverheid, die vandaag in New York gevestigd is. Het V.E.V.A. had de strijd aangebonden voor het boycotteren van alle duitse producten, films en diensten, het maakte de namen bekend van de joodse diamantairs die hun diamanten in Hitler-Duitsland lieten slijpen en voerde eveneens een onverbiddelijke strijd tegen de antisemitische campagnes der politieke en andere partijen en partijtjes die zich aan Hitler-Duits¬land verkocht hadden en in hun weekbladen de anti-joodse berich¬ten opnamen van de „Weltdienst” uit Erfurt, die in 16 talen vertaald werden om over de ganse wereld te worden verspreid.

Niettegenstaande de tegenwerking van het toenmalige Establishment van sommige vertegenwoordigers van onze jischoew, had het V.E.V.A. de stelregel aangenomen volgens dewelke tegen iedere slag van de antisemieten van alle slag – er waren toen zulk een tiental in Antwerpen alleen – onverbiddelijk dubbel moet terug geslagen worden. (Men ziet op dat dit ene punt Mosche Dajan niets heeft uitgevonden…) .

Vanzelfsprekend viel ook Heide in het werkterrein van het V.E.V.A. De zondag nadat die anti-joodse plakbriefjes in de bossen en op joodse woningen gekleefd waren, trokken we met enkelen der bij het V.E.V.A. aangesloten Belgische oud-gedienden naar Heide, om te zien wat er zou kunnen gedaan worden. Het gevaar vooruitziend wat er zou kunnen gebeuren indien hun actie in Heide met succes zou bekroond worden, werd besloten tot verweer over te gaan en dit onmiddellijk. We telefoneerden naar onze joodse drukker Veinberger toen qevestigd op de hoek der Vesting- en en Rijfstraten en vroegen hem of hij onmiddellijk – het was zondagnamiddag – een strooibriefje voor ons zou kunnen drukken. Hij stemde ermee in en we dicteerden volgende tekst: „Iedereen is hier welkom zonder onderscheid van nationaliteit, geloof of ras”. Een onzer die over een moto beschikte, reed het druk¬werk afhalen dat, een uur na de bestelling, in ons bezit was. Geholpen door enkele niet-joodse inwoners van Heide die hun buik vol hadden van die ophitsende campagne tegen de in Heide wonende Joden, waarmee zij tot daartoe jarenlang in de beste verstandhouding geleefd hadden, waren de antisemitische plakbriefjes na enkele uren overal verdwenen en vervangen door de onze.

In navolging van de Rosch-Hajeschiwa vonden de leerlingen der Jeschiwa van Heide het vanzelfsprekend hun hoofddeksel op te lichten om de pastoor van Heide te groeten iedere keer dat ze hem ontmoetten. Over het algemeen was de niet-joodse bevolking aldaar zeer bevriend met de joodse inwoners en zij waren helemaal niet gelukkig met de anti-joodse agitatie der hitlerknechten. Alle antisemieten en sympatisanten, wier adres ons bekend was, vonden in hun brievenbus een reisticket met tekst „Hitlerknechten naar Berlijn 4de Klas beestenwagens”. En vermits we het nu toch hebben over die treintickets laat ons er even aan herinneren dat onze vlijtige VEVA-militanten ze ook hebben uitgedeeld aan al de tafeltjes der cafeterrassen op de De Keyserlei, een dag na de verspreiding op dezelfde plaatsen van de nazi-treinkaartjes.

Op zekere zondagnamiddag werd door de anti-joodse kliek een voorstelling ingericht met als lokvogel een zekere Remes, een humorist die speciale joodse moppen zou vertellen. Er zou gezorgd worden voor leute, muziek en zang. In de Antwerpse straten werden duizenden strooibriefjes – men hoeft niet te vragen waar al dat geld vandaan kwam – uitgedeeld waarin de mensen werden aangezet naar Heide te komen, naar het „Cafe Royal” om er zich te amuzeren ten koste van de Joden. Het groot terras van het Cafe was dan ook bomvol Antwerpenaren. Ook toen had het VEVA een twaalftal oud-soldaten bijeengeroepen om op alles voorbereid te zijn. Ons groepje installeerde zich in de hof van een villa gelegen juist tegenover het cafe, zodat wij ieder woord van Remes konden horen en zij allen ons konden zien. Hij gaf wansmakelijke jodenmoppen ten beste die evengoed in de „Sturmer” hadden kunnen staan.

Onder de niet-Joden die ons hielpen bevond zich een zekere Pansaers, die een vereniging gesticht had voor middenstanders teneinde hun belangen te verdedigen. Hij gaf een weekblad uit waarin hij de anti-joodse actie scherp bestreed en dat hij iedere week aan alle inwoners van Heide uitdeelde. Hij richtte ook druk bezochte meetings in, in een grote zaal, waar hij zijn toehoorders inlichtte over de ware doeleinden der jodenhaters.

Gewone volksmensen die in Heide woonden, waaronder vooral een schoenmaker en een glazenmaker, wier namen ik mij niet meer herinner, hebben ons zeer veel geholpen. Door een groep anti-fascisten uit Heide en omstreken kregen wij een inlichting volgens welke de antisemieten besloten hadden tot handtastelijkheden over te gaan. Op zekere datum zouden zij op de late, avond naar Heide komen om enkele Joden aan te vallen. De anti-fascisten besloten toen de aanvallers een lesje te geven dat ze niet zo snel zouden vergeten. Op de aangeduide datum legden zij zich in hinderlaag in een gracht in een straat waar de meeste Joden woonden. Na twee uren liggen wachten goed zichtbaar met getrokken messen, verschenen eindelijk de aanvallers achter een hoek in het halfduister. Toen deze helden de glinstering der messen zagen in de maneschijn, kregen ze een schok, aarzelden een ogenblik, maakten rechtsomkeer en verdwenen met de noorderzon. Nog een uur bleven de anti – fascisten wachten, ziende dat niemand zich meer durfde vertonen, gaven ze hun waken op en gingen naar huis.

Toen ons ter ore kwam dat enkele Joden die schrik hadden gekregen van plan waren Heide te verlaten en propaganda maakten opdat alle aldaar wonende Joden hun voorbeeld zouden volgen, hebben wij onverwijld sommige vooraanstaande Joden van Heide in het bureel van het VEVA bijeengeroepen en hen er op gewezen dat wij in geen geval mochten toegeven aan de doeleinden der antisemieten, die erop gericht waren eerst de Joden uit Heide te verjagen en bij het welgelukken van dit experiment hetzelfde te doen op andere plaatsen. De vertegenwoordigers van Heide belooden ons hun best te doen. Zij bezochten een voor een alle joodse families die in Heide woonden en legden hen uit waarover het ging. Het gevolg van deze actie was dat geen enkele joodse familie Heide verlaten heeft.

Toen de antisemieten constateerden dat al hun moeite tevergeefs was geweest, dat zij ondanks al hun inspanningen er niet in geslaagd waren ook maar een enkele Jood uit Heide te verdrijven en hun offensief op alle fronten schipbreuk had geleden, gaven zij uiteindelijk hun pogingen op, sloten hun verhuuragentschap in de Zwaan en verlieten Heide, ditmaal zonder fanfaren en vaandels. Noch in Spa, noch in Knokke, noch gelijk waar zijn zij herbegonnen.

B. RUDNER, Gretrystr. 2A, Antwerpen

Uit De Centrale, nr. 95 januari 1973 heruitgegeven in Brabosh van Sylvain Brachfeld door het Antwerps Joods Historisch Archief in 1986