Het verhaal van Pausin Johanna, de enige vrouw die de troon van Petrus bereikte

Afbeelding hiernaast: Pausin Johanna (º28 jan. 814 – 855)

Pausin Johanna is een fascinerende roman, gebaseerd op het leven van pausin Johanna, een omstreden historisch figuur uit de negende eeuw die, vermomd als man, als eerste en enige vrouw de hoogste positie in het christendom bereikt: de troon van Petrus.

De jonge, briljante Johanna neemt geen genoegen met de middeleeuwse sociale structuren waarbinnen bet voor vrouwen verboden is te leren lezen en schrijven. Nadat haar oudere broer is gedood door de Vikingen, neemt Johanna zijn identiteit aan. Zij gaat naar bet klooster in Fulda en wordt opgenomen in het kloosterleven. Als broeder Johannes Anglicus ontwikkelt Johanna zich tot een buitengewone geleerde. Getroffen door een ernstige ziekte, is zij bang dat haar ware identiteit wordt onthuld en slaat zij op de vlucht. Ten slotte komt Johanna terecht in Rome, waar zij verwikkeld raakt in een gevaarlijk web van liefde, passie en politiek. Uiteindelijk bereikt zij de hoogste positie binnen het christendom: het pausschap.

Donna Woolfolk Cross is hoogleraar Engels in de staat New York. Aan Pausin Johanna, haar eerste roman. heeft ze zeven jaar gewerkt.

`Pausin Johanna bevat alle elementen waar men op hoopt in een historisch drama: liefde, seks, geweld, intriges en de onthulling van lang verborgen gebleven geheimen.’ (Los Angeles Times Book Review). Zie ook: Pausin Johanna (Donna Woolfolk Cross)

Gie van den Berghe: “Héle bibliotheken zijn er vol geschreven over, voor en tegen pausin Johanna. Deze als man vermomde vrouw zou rond 855 tot paus verkozen zijn, meer dan twee jaar geregeerd hebben, tot ze tijdens een processie een kind ter wereld bracht. Het verhaal dateert uit de twaalfde eeuw. Bijna drie eeuwen lang hechtte de katholieke kerk er geloof aan, tot protestanten het tegen haar keerden. Ook antiklerikalen en romanciers maakten natuurlijk dankbaar gebruik van de pausin.” Bron: Serendib.be: Paus met Ballen

Synopsis door Christine op Leestafel.nl:
Op 28 januari van het jaar 814 ziet Johanna het levenslicht wanneer zij na urenlange barensweeën door de vroedvrouw van het dorp uit de moederschoot van Gudrun getrokken wordt. Gudrun is de echtgenote van de plaatselijke kannunik die haar als ‘heidense slet’ meebracht van een van zijn missies naar Saksen. Zij schonk hem reeds eerder twee zonen met de namen Matthëus en Johannes. Johanna is alles behalve welkom in de fallocratische leefwereld van haar vader en krijgt het dubbel zo hard te verduren als haar broers onder zijn spartaanse opvoedingsregels. Maar Johanna is vastberaden en koppig en weet haar oudste broer Matthëus te overtuigen om haar buiten weten van haar vader te leren lezen en schrijven. Wanneer Matthëus plotseling komt te overlijden en haar vader over haar vorming te weten komt, overlaadt hij haar met alle zonden der wereld en geeft haar de schuld van Matthëus’ heengaan.

Afbeelding hiernaast: boekomslag van de oorspronkelijke Engelstalige editie

Wanneer de Griekse geleerde Aesculapius op zijn tocht naar Mainz een halte maakt in Johanna’s dorp wordt hij door de kannunik onderdak en een maaltijd aangeboden. Aesculapius komt er al vlug achter dat Johanna geestelijk uitzonderlijk begaafd is en schrijft een brief naar de bisschop van Dorestadt om haar te laten opnemen in de kathedraalschool. Wanneer de aanvoerder van een groep soldaten van de bisschop aanklopt om het meisje af te halen, kan de kannunik hem ervan overtuigen dat hij het op het verkeerde kind voor heeft en slaagt erin om zijn zoon Johannes te laten meereizen naar de school. Terwijl Johanna, door wanhoop verteerd, ’s avonds het ouderlijk huis ontvlucht, wordt de bisschoppelijke ruiter door een struikrover gedood. In het midden van de nacht vindt Johanna haar broer naast het lijk van de onfortuinlijke ruiter op haar weg. Dit geeft haar de kans om het heft van haar leven in eigen handen te nemen en beslist ze met haar broer verder te reizen naar Dorestadt waar ze onder de hoede wordt genomen door graaf Gerold die haar onderdak biedt en de mogelijkheid om haar studie als meisje alsnog verder te zetten, dit zeer tegen de zin van bepaalde clerici.

Wanneer op een dag de bevolking van Dorestadt tijdens een Viking-raid bijna volledig uitgeroeid wordt, vindt Johanna tussen de bergen lijken het zielloze lichaam van haar broer Johannes terug. Verteerd door een onmogelijke liefde voor graaf Gerold en haar onstilbare honger naar kennis, verwisselt zij van kleren met haar broer en vlucht met zijn identiteit naar het klooster van Fulda waar zij zich verder bekwaamt in de wetenschappen en de geneeskunde. Tijdens een pest-epidemie wordt Johanna zelf ziek en door de noodzakelijke verzorging dreigt haar lichaam haar ware identiteit prijs te geven. Vluchten is de enige uitweg en na lange omzwervingen komt ze uiteindelijk in Rome terecht . . .

Pausin Johanna is een verbijsterend boek dat de vrucht is van jarenlange historische research waarvan men de feiten in chronologische volgorde achteraan in het boek opgesomd terugvindt. Het gaat over de strijd van een vrouw die het opneemt voor haar seksegenoten en vruchteloos probeert om de taboes van die tijd te doorbreken. Ik ga hier niet opsommen wat voor hersenspinsels mannen verzinnen om vrouwen tot een laagsoortige levensvorm te herleiden. Daarvoor moet u het boek zelf lezen. Ik kan wel meegeven dat het grenst aan het ongeloofelijke. Als voorbeeld de volgende bewering : “Op de dag des oordeels zullen alle vrouwen als mannen herrijzen”.

In de middeleeuwen stond de geloofsindoctrinatie op zijn hoogtepunt en zijn er weinig verschillen op te merken tussen wat de katholieke kerk en de islam predikte. Stugheid, koppigheid, onwrikbaarheid, kleingeestigheid, onwil en tirannie zijn slechts enkele superlatieven die men de toen heersende geestelijke ambtbekleders kan toeschrijven. Binnen hun rangen was echter alles toegelaten. Priesters mochten hun meiden bespringen, bisschoppen en prelaten hadden hun privé-hoeren in gebouwen die naast de pauselijke vertrekken lagen, pausen deden zich tegoed aan drank- en vraatorgiëen en dit terwijl het plebs dwangmatig onder de geloofsknoet en aan de rand van de hongersnood werd gehouden. Misstappen die toch aan het licht kwamen werden als Gods straf afgedaan of men vond wel links of rechts een geestelijke van lagere rang die dan van ketterij beschuldigd werd en na een publieke afranseling op de brandstapel eindigde.

Dit boek schildert de levensweg van een vrouw die het in deze bekrompen en uitzichtloze maatschappij van weleer toch schopt tot de troon van Petrus, weliswaar ten koste van haar lichamelijke gevoelens voor haar grote en onmogelijke liefde. Een aanrader met historische waarde en een andere, misschien wel realistischere kijk op de katholieke kerk die zich eigenlijk even fundamentalistisch opstelt in zijn geloofsbelijdenis dan sommige andere religies. Alvast een stelling om de tijd te nemen hier eens grondig over na te denken. Bron: Leestafel.nl

Donna Woolfolk Cross: “[..]Ook zijn er nog indirecte bewijzen die moeilijk zijn te verklaren als er nooit een vrouwelijke paus zou zijn geweest. Een voorbeeld hiervan is het zogeheten stoelexamen dat bijna zeshonderd jaar onderdeel is geweest van dc middeleeuwse pauselijke inwijdingsceremonie. Na Johanna moest iedere nieuw gekozen paus plaatsnemen op de sella stercoraria (letterlijk de `meststoel’), die net als een toilet in het midden een gat heeft. Zo kon men de genitaliën van de nieuwgekozen paus bekijken om vast te stellen of hij een man was.

Naderhand verklaarde de edele `ballenzoeker‘ (gewoonlijk een diaken) de verzamelde mensen plechtstatig: `Mas nobis nominus est’, `Onze kandidaat is een man’. Pas dan kreeg de paus de sleutels van Sint-Petrus overhandigd. Deze ceremonie bleef tot in de zestiende eeuw gehandhaafd. Zelfs Alexander Borgia werd gedwongen zich aan dit onderzoek te onderwerpen, ofschoon zijn vrouw ten tijde van zijn verkiezing hem reeds vier zonen had geschonken, die hij allen met trots erkende!

De katholieke kerk ontkent het bestaan van de sella stercoraria (afb. links) niet, want tot vandaag de dag staat deze nog steeds in Rome. Noch ontkent iemand het feit dat de stoel eeuwenlang werd gebruikt bij de ceremonie van de pauswijding. Maar velen voeren het argument aan dat de stoel enkel werd gebruikt omdat hij er mooi en indrukwekkend uitzag. Het feit dat er een gat in zit, zo zeggen zij, is irrelevant. Tevens wordt ervan uitgegaan dat de benaming sella was ontleend aan de tot de paus gerichte woorden als hij in de stoel zat: `Suscitans de pulvere egenem, et de stercore erigens pauperem ut sedeat cum princibus…‘; `[God] verheft de behoeftigen uit het stof en de armen uit de drek om naast de prinsen zitting te nemen…'”