Antisemitisme, een oude bekende van links (gijzeling Entebbe 1976)

enteb02Bijgewerkt: Gijzeling Entebbe 27 juni 1976 – 4 juli 1976

Wie zich afvraagt hoe het komt dat links tot extreemlinks in België en Nederland zich zo vijandig opstelt tegenover Israël en zelfs het bestaansrecht van de Joodse staat in vraag stelt, op het randje af (en er soms ver over) antisemitische stellingen inneemt en propageert, houding die zich dikwijls uit in de gekende stereotiepe veralgemeningen over Joden in het algemeen en Israëli’s in het bijzonder, vind in de kaping van 1976 een opmerkelijke ideologische voorloper.

Het anti-Zionisme manifesteerde zich voor het eerst na de sociaal-culturele revolutie van Mei ’68 en kende haar eerste gewelddadige opstoot in de jaren zeventig van de vorige eeuw tijdens de gijzeling in Entebbe. Het anti-Zionisme van toen vertaalde zich toen de facto in puur antisemitisch geweld tijdens die beruchte kaping van eind juni 1976, wanneer linkse extremisten en Palestijnse terroristen de handen in elkaar sloegen tegen Joden en Israëli’s.

Op 27 juni 1976 werd Vlucht 139 van Air France met 246 passagiers aan boord, en op weg was van de Israëlische luchthaven Ben Goerion via Parijs naar Athene, gekaapt door Arabische en Duitse terroristen. De Arabische terroristen kwamen pas tijdens de tussenstop in Athene aan boord. De kapers, gewapend met wapens en granaten, bevalen de piloot om door te vliegen naar Benghazi in Libië om bij te tanken. In Beneghaza lieten de kapers een jonge zwangere vrouw vrij. Het vliegtuig vertrok opnieuw en landde uren later op de luchthaven van Entebbe in Oeganda, omstreeks 3u15 locale tijd in de ochtend van 28 juni 1976.

De ganse gijzelingsactie in Entebbe stond onder de leiding van twee Duitsers: de toen 28-jarige Brigitte Kuhlmann en haar 27-jarige vriend Wilfred Böse waren leden van de West-Duitse terroristische groep Revolutionäre Zellen (RZ). De ‘Revolutionaire Cellen’ was een extreemlinkse buitengewoon gewelddadige groepering gelieerd aan de beruchte groep rond Andreas Baader en Ulrike Meinhof, leiders van de Rote Armee Fraktion (RAF).

Jitschak David: “[..] opeens hoorden we een vrouw [Brigitte Kuhlmann] vreselijk schreeuwen. Iedereen keek in de richting van het gekrijs dat uit de eersteklas kwam. Binnen een paar seconden kwamen de stewards en stewardessen tevoorschijn, met hun handen omhoog. Ze liepen naar de staart van het vliegtuig, met gezichten zo bleek als de dood. Sommigen mompelden wat geruststellende woorden. De twee mannen die in Athene waren ingestapt, stonden op, duwden degenen die hun in de weg stonden aan de kant en renden brullend naar de voorkant van het vliegtuig. In hun handen hadden ze pistolen en ontgrendelde handgranaten. Achter mij zei iemand: “We zijn door terroristen gegijzeld.”

enteb05Ik keek naar hun gezicht, en herkende hen inderdaad als de Arabieren die ik `neven’ had genoemd toen zij instapten. Op hun gezichten lag angst, maar ze hielden de wapens goed vast. Kennelijk waren ze daar goed in getraind. Bij de ingang van de eersteklas stond een vrouw in een blauwe jurk, met een bril. In haar linkerhand had zij een pistool en in haar rechter een ontgrendelde handgranaat. Met een hese stem schreeuwde ze: `Handen omhoog’. Ze klonk hysterisch.

Nog maar een paar ogenblikken tevoren werd er gezellig gekletst in het vliegtuig. Nu heerste er complete stilte. Iedereen was in zichzelf gekeerd en volgde vol spanning en angst de bewegingen van de kapers. Niemand durfde te praten, slechts hier en daar klonk gefluister. Er klonken tranen in de stem van Hadassa toen ze zei: “Jitschak, het gaat niet om ons, alleen om onze kinderen. Nu zullen ze ook opgroeien zonder ouders, net als wij.” Uit de luidsprekers kwam een stem die Engels sprak met een vreemd accent [Wilfred Böse]. “Hier spreekt Bazil El-Kubsi, de nieuwe gezagvoerder van het vliegtuig. Jullie vliegtuig is nu in handen van de organisatie “Che Guevara”, en de Gaza-eenheid van Het Volksfront voor de bevrijding van Palestina (PFLP), en het vliegtuig heet van nu af aan “Haifa”.”

Hij praatte door over de vijanden van de PFLP. Hij beschuldigde Frankrijk van de oprichting van een nucleaire installatie in Israël en het verkopen van vliegtuigen en wapens aan Israël. (Maar het vliegtuig was eigendom van Air France.) De stewards en stewardessen waren een beetje op adem gekomen na de kaping, maar zagen er nu bezorgder uit. Ze bleven de passagiers bedienen en probeerden zelfs te glimlachen. Hun vertrokken glimlach en bleekheid toonden echter wat ze werkelijk voelden.”

enteb01Afbeelding hiernaast: Vlag en symbool van de PFLP, waaruit duidelijk haar einddoel blijkt: integrale en onvoorwaardelijke annexatie van Israël bij Jordanië. Wat er dan met de Joodse Israëli’s moet gebeuren laat zich raden: met de fysieke verdrijving en/of vernietiging van het Joodse Volk van Israël, wordt ook die vraag door Arabische ‘democraten’ onomwonden beantwoord….

Hun vier andere medekapers waren Palestijnse terroristen, Fayez Abdul-Rahim Jaber en Jayil Naji al-Arjam en nog 2 anderen, militanten van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina van Wadie Hadad, het brein achter de kaping. Het Popular Front for the Liberation of Palestine – External Operations / PFLP-EO werkte nauw samen met de organisatie van Abu Nidal en de West-Duitse RAF. Eén van zijn beruchtste leden was Ilich Ramírez Sánchez, bijgenaamd de Jakhals. Na Al Fatah van wijlen Yasser Arafat wordt de PFLP als de 2de grootste Palestijnse fractie beschouwd binnen de PLO.

Na de landing van het vliegtuig in Oeganda op 29 juni 1976 begint Wilfred Böse met de eerste Duitse selectie sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog ! en het einde van het Derde Rijk: Joden worden gescheiden van de niet-Joden. Voor 49 niet-Joden is de kaping voorbij, zij worden vrijgelaten. “Zo heeft Hitler vanuit zijn graf andermaal een overwinning behaald”, zegt Jitzchak Hofi, Chef van de Mossad, Israëlische Geheime Dienst .

Idi Amin, de Slager van Oeganda

Idi Amin, de dictator van Oeganda bijgenaamd de ‘Slachter van Afrika’ en Yasser Arafat (Al Fatah / PLO)
Kampala, juli 1975. Vrienden voor het leven: Idi Amin, de dictator van Oeganda bijgenaamd de ‘Slachter van Afrika’ en Yasser Arafat (Al Fatah / PLO)

In die periode was dictator Idi Amin (1928 — 2003) aan de macht die van 1971 tot 1979 president was van Oeganda. Zijn regime wordt algemeen als één van de bloedigste in de moderne Afrikaanse geschiedenis beschouwd. Hij droeg de bijnaam ‘Slachter van Afrika’: onder zijn bewind werden circa 300.000 mensen vermoord. Met Idi Amin op hun hand voelden de kapers zich vrij zeker van hun zaak. De dictator had zich de dag voordien nog in het gezelschap van de gijzelnemers vertoond samen met zijn zoontje in fantasie-uniform en zijn steun aan de Palestijnse zaak betuigd.

Wilfried Böse eiste de vrijlating van 53 personen die opgesloten zaten, waaronder 40 in Israëlische, één in Frankrijk en vijf in Kenia. Daarnaast eist Böse ook de vrijlating van een aantal beruchte Duitse terroristen die in Duitse gevangenissen levenslange gevangenisstraffen uitzaten: Jan-Carl Raspe, Ingrid Schubert en Werner Hoppe van de Duitse RAF (Rote Armee Fraktion) rondom de Baader-Meinhoffgroep. Daarnaast eisten de Duitsers de vrijlating van Fritz Teufel, Ralf Reinders en Inge Viett van de extreemlinkse stadsguerillagroep de ‘Bewegung 2. Juni’ die sinds de bomaanslag van 5 juni 1974 op het Turkse consulaat in Bonn achter de tralies zaten.

Daarna zal de gijzeling van 104 achtergebleven Joden en Israëli’s zich dagenlang voortslepen tot op 4 juli 1976 een speciale elite-eenheid van het Israëlische leger een aanval deed op het vliegtuig, die later bekend werd als Operatie Entebbe. Het IDF schakelde de gijzelnemers uit, bevrijdde de gegijzelden die onder een kogelregen in de vliegtuigen werden geladen en via Nairobi naar Israël gevlogen. Beide Duitse terroristen – Wilfried Böse en zijn vriendin Brigitte Kuhlmann – werden tijdens deze bevrijdingsactie eveneens door het IDF (Israëlische leger) doodgeschoten.

Het lot van Dora Bloch

Dora Bloch met haar kleindochter

Naast de zes tot zeven gedode terroristen kwamen ook 45 Oegandese soldaten om het leven in Entebbe, alsook vier Joodse gegijzelden en één Israëlische soldaat. Die soldaat was uitgerekend kolonel Jonathan ‘Yoni’ Netanjahu, commandant van de speciale elite-eenheid en spilfiguur van de bevrijdingsactie. Yoni was tevens de oudere broer van de latere minister-president van Israël Benjamin Netanjahu. Yoni wordt sindsdien in Israël geëerd als nationale oorlogsheld.

Drie gegijzelden sneuvelden: Jean-Jacques Maimoni, Pasko Cohen en Ida Borochovitch. Een vierde gegijzelde werd later vermoord. Een van de passagiers die in Entebbe leek tot de groep vrijgelatenen te behoren, was de 75-jarige weduwe Dora Bloch. Dora Bloch bezat zowel de Britse als de Israëlische nationaliteit. Op basis van haar Brits paspoort werd zij als één van de niet-Israëli passagiers ‘weg geselecteerd’ en op 2 juli uit de groep Joodse gegijzelden losgelaten. Dora Bloch woonde Tel Aviv en was op weg naar New York voor het huwelijk van haar jongste zoon. Echter, bij haar vrijlating was ze onwel geworden en werd zij na de Israëlische aanval opgenomen in het Mulago hospitaal van Kampala. Daarna werd niets meer van haar vernomen.

Lange tijd bleef haar lot en de oorzaak van haar dood onzeker.  De hele waarheid omtrent haar tragische lot kwam pas veel later aan het licht. In juli 1977 vertelde oud-Minister voor Gezondheid Henry Kyemba, de toenmalige Openbare Aanklager van het Oegandese Ministerie van Justitie, aan de Human Rights Commissie van Oeganda, dat Dora Bloch op bevel van president Idi Amin op 4 juli 1976  (kort nadat de Israëli’s met het vliegtuig en gegijzelden aan boord Entebbe had verlaten) van haar ziektebed was gehaald en vermoord werd door twee legerofficieren van het Oegandese leger:

“De bijzonderheden van de gebeurtenissen die toen volgden, zijn nooit officieel bekend gemaakt, maar men heeft ze mij enkele uren daarna verteld. Toen Chandley zijn bezoek bracht aan mevrouw Bloch, vroeg ze om wat Europees voedsel. Chandley ging toen naar huis om iets voor haar klaar te maken. In die tussentijd kwam Amin, die het zwaar te verduren had door de vernedering die hij ondervonden had door toedoen van de Israëli’s. Tijdens Chandley’s afwezigheid arriveerden er vier mannen van her Nationaal Opsporingsbureau in Mulago, met twee auto’s. Ze parkeerden ze bergopwaarts, tegenover de ingang die leidde naar de afdeling Ongevallen.

Twee van de mannen, van wie ik later hoorde dat het majoor Faruk Minawa, bet hoofd van bet Nationaal Opsporingsbureau en kapitein Nasur Ondoga, hoofd van het protocol voor de president waren, liepen naar haar kamer. Ze droegen burgerkleding en pistolen. Het was duidelijk dat ze wisten waar ze naar toe moesten, en begrepen dat hun slachtoffer niet veel weerstand zou kunnen bieden. Ze schreeuwden de staf toe uit de weg te gaan, bevalen de politieagent die de wacht hield voor de deur van mevrouw Bloch opzij te gaan, smeten de deur open en sleurden haar uit bed. Mevrouw Bloch moet onderhand wel geweten hebben van de aanval en ze zal geen moment getwijfeld hebben aan de bedoelingen van de mannen. Ze grepen haar ruw bij de armen en sleepten haar drie trappen af, zonder haar wandelstok, haar handtas, schoenen en jurk mee te nemen. Aangezien ze heel moeilijk liep, moeten ze haar half gesleept en half gedragen hebben. Ze schreeuwde onafgebroken.

Patienten, staf en bezoekers verdrongen zich bij de deuren van de zalen om te zien wat er aan de hand was. Vol afgrijzen zagen ze hoe de twee mannen haar, nog steeds luid roepend, door de afdeling Ongevallen sleurden en door de hoofdingangen naar buiten. Iedereen die het zag, wist dat mevrouw Bloch haar dood tegemoet ging. Ze deden niets. tussenbeide komen betekende de dood, en dit was tenslotte niet de eerste ontvoering op klaarlichte dag in Kampala. Het was een dagelijkse gebeurtenis geworden. Mevrouw Bloch werd in een van de wachtende auto’s geduwd, die toen allebei met grote snelheid van het ziekenhuisterrein wegreden. De hele zaak had van begin tot eind niet langer dan vijf minuten geduurd. Het was toen ongeveer 9 uur.”

In mei 1979 werden 32 km ten oosten van Kampala haar stoffelijke resten door pathologen geïdentificeerd, nadat een oorlog tussen Oeganda en Tanzanië een einde had gesteld aan de dictatuur van Idi Amin. De stoffelijke resten van Dora Bloch naar Israël gevlogen en met staatseer begraven in Jeruzalem op de Mount of Quietudes. Idi Amin stierf op 14 augustus 2003 in Tanzania, waar hij sinds zijn afzetting in 1979 in ballingschap leefde.

Duitse linksen slaan mea culpa

In Duitsland betekende de kaping van het vliegtuig van Air France voor vele linksen het keerpunt in hun relatie tot geweld en extremisme. Joschka Fischer, tegenwoordig kopstuk van de Duitse Groenen en oud-vice-kanselier van Duitsland en in 1976 28 jaar oud, sympathiseerde openlijk met extreemlinks en had zich toen met „den Genossen im Untergrund eng verbunden“ gevoeld. Tegenwoordig kijkt hij naar de dood van Böse en Kuhlmann met andere ogen: „Wenn sich Deutsche noch einmal dafür hergeben, Juden von Nicht-Juden zu selektieren, verdienen sie es nicht anders.“ De Revolutionären Zellen zullen er nog heel wat langer over om zich uiteindelijk in 1991 van de kaping in Entebbe te distancieren.

enteb031Afbeelding hiernaast: Berlijn, 12 mei 2007: manifestatie van het Komitee für soziale Verteidigung (KfsV) voor de vrijlating van de leden van de RAF (Rote Armee Fraktion) en de Revolutionäre Zellen De KfsV is de ondergrondse afdeling van de uiterste linkse Trotskistische Spartakist-Arbeiterpartei Deutschlands (SpAD)

In 1991 brachten de Revolutionäre Zellen een communique uit waarin ze spraken van een ‘morele desintegratie die ons met de zwaarste hypotheek op de hedendaagse geschiedenis belast’: “Het commando had gijzelaars genomen wier enige gemeenschappelijke noemer eruit bestond dat ze Joden waren. Sociale kenmerken zoals herkomst of functie, de vraag naar de maatschappelijke stand of persoonlijke verantwoordelijkheid, criteria dus, die eigenlijk aan onze praktijk ten grondslag lagen, speelden in dit geval geen rol. De selectie vond plaats naar nationale criteria.”

Jaren later verbaasden leden van de Revolutionäre Zellen zich over hun eigen onvermogen antisemitisme waar te nemen. “Pas toen leden van neo-nazistische groepen in dezelfde trainingskampen in Jemen geschoold werden, ging men nadenken”, schreven ze. Een absurde situatie: linkse revolutionairen die trainen in hetzelfde kamp voor dezelfde strijd als de fascisten die ze zeggen te bestrijden. Pas toen het verband gelegd werd met extreem-rechts, ging er een licht op bij de RZ-leden. Korte tijd later ontbonden de Revolutionäre Zellen zichzelve. En nu maar hopen dat deze geschiedenis zich niet zal herhalen…

6 gedachtes over “Antisemitisme, een oude bekende van links (gijzeling Entebbe 1976)

  1. Bovenstaand onderwerp heb ik in het verleden ook dikwijls onder de aandacht gebracht, met als “extra’tje” de verontwaardigde reactie van toenmalig VARA-commentator Karel Roskam, die er schande van sprak dat er Oegandese militairen bij de bevrijdingsactie omgekomen waren. Met andere woorden, ware het volgens het inzicht van de socialistische omroep VARA beter geweest dat de gegijzelde Joden maar aan hun lot waren overgelaten.

    Ongeveer in die periode begon links Nederland de bakens te verzetten om zich warm te lopen voor de islamitische terreurbewegingen. In datzelfde jaar 1976 togen 15 linkse Nederlanders naar Zuid-Jemen om zich te trainen in het liquideren van Joden. Onder hen de latere GroenLinks-senator Sam Pormes, die nog eens op het lumineuze idee kwam rechtse rakkers op een eiland te interneren. Het is daarom goed te weten dat er een reële kans is dat GroenLinks het nog te formeren kabinet zal versterken.

    Like

  2. Ik had in oktober 2010 hoorcollege week 2 Internationaal Publiekrecht aan de Universiteit van Amsterdam, gegeven door Prof.Mr. Annemarieke Vermeer-Kunzli. Het viel me toen al op dat ze iedere keer Israël in een min of meer demonisch daglicht stelde. Het ging die week over de soevereniteit van staten. Eerst begon ze de ontvoering van Eichmann als inbreuk op de territoriale integriteit van argentinië af te schilderen, echter dat ging niet helemaal lukken gelet op de oorlogsmisdaden die hij gepleegd had. Hierop had ze het over de bevrijdingsactie van het IDF inzake de ontvoering naar Entebbe in 1976 als evidente inbreuk etc. Ik vroeg haar toen of ze als mede-passagier niet blij zou zijn bevrijd te worden uit een dergelijke gijzeling. Hierop onthulde zij reeds haar anti-Israël houding. Ze antwoordde dat ze zich zeer ongemakkelijk zou voelen door de wijze waarop dat is geschied.
    In week 10 presenteerde ze een evident anti-joodse cartoon als wetenschap. Hier ging het oevr vrede en veiligheid, in het bijzonder het gebrek aan daadkracht van de veilgheidsraad wegens het vetorecht van de permanente leden.
    Ze toonde een Arabische cartoon van een muur waarin het woord Veto stond, waarop dan een duidelijk joods-orthodoxe man met davidster uiteraard zat, die een groepje vredelievende arabische families met olijftak terugwees.

    Bij nader onderzoek bleek ze uit de school van John Dugard te komen, emeritus-hoogleraar Internationaal recht aan de Universiteit van Leiden, die door de Israëlische regering persona non grata is verklaard omdat hij als UN High Reporter to the Human Rights Commission for the occupied Palestinian territories Israël vergeleek met Apartheid. Hij kwam zelf uit Zuid-Afrika waar hij dankzij het Apartheidsonderwijs stevig carriere heeft kunnen maken, vandaar.
    Mede hierdoor vond ik uit dat de vakgroep Internationaal Recht aan de Universiteit van Amsterdam hun hoofddocenten selecteren op anti-Israël houding, er was nog een docente, prof.mr. Rosalie van Alebeek, die uit dezelfde school bleek te komen als Prof.mr. A. Vermeer-Kunzli.
    Verplichte jurisprudentie is o.a. het zg. Wall advies van het Internationale Hoge Gerechtshof in Den Haag.
    Mevrouw Vermeer-Kunzli is uitermate geborneerd in haar anti-Israël houding, ze ontkent namelijk juridisch het recht van het joodse volk zich in israël te vestigen als zijnde in strijd met ….dat werd me niet echt duidelijk, eerlijk gezegd.
    Ze weigerde een verband te leggen tussen historisch ontwikkelde rechten van het Joodse volk en het bestaansrecht van de joodse staat.

    Aan het hoofd van de vakgroep staat Prof.Mr. André Nollkaemper, hij is momenteel persoonlijk adviseur voor het Ministerie van buitenlandse Zaken.
    Hij samen met prof.mr. A.Vermeer-Kunzli zijn een van de stuwende krachten opdat de Palestijnse staat via de Algemene Vergadering van de VN door Nederland zal worden erkend.

    Harry Melkman

    Amsterdam

    Like

Reacties zijn gesloten.