Video: De sjofar blaast voor… Rosj Hasjana 5778!

Advertenties

Amerikanen openen voor het eerst een permanente luchtmachtbasis in Israël

De Israëlische brigade-generaal Tzvika Haimovitz (rechts) en de Amerikaanse majoor-generaal John L. Gronski ondertekenen een akkoord tijdens een ceremonie die plaatsvond op de Israëlische Luchtmachtbasis Bislach nabij Mitzpe Ramon op maandag 18 september 2017 [beeldbron: AP/Tsafrir Abayov]

Voor het eerst ooit zal de Amerikaanse luchtmacht een officiële permanente luchtbasis opzetten in zuidelijk Israël, kondigde brigade-generaal van de Israëlische Luchtmacht (IAF) Tzvika Haimovitch op maandag aan. De luchtmachtbasis, die de afgelopen twee jaar werd gepland, ligt in het hart van de Negev, in de Luchtmachtbasis Mashabim van Israel, gelegen ten westen van Dimona en Yerucham.

“Het is niets minder dan historisch,” zei Haimovitch bij het aankondigen. Tientallen Amerikaanse soldaten van de luchtmacht zullen gebaseerd zijn op de nieuwe faciliteit, die volgens Haimovitch zowel Israël als de VS zou toelaten “​​om onze defensie, opsporing en onderschepping te verbeteren en voorbereid te zijn.”

De aanwezigheid van Amerikaanse troepen op Israëlische bodem is niets nieuws, ondanks de aankondiging: Amerikaanse soldaten worden nog steeds ingezet op een geheime locatie, waar zij zeer gevoelige intelligentieapparatuur gebruiken om vanop meer dan duizend kilometer afstand de Iraanse activiteiten te controleren. Hoewel de inzet en geberuik van de apparatuur met Israël wordt gedeeld, zijn sommige functies dat niet en hierbij werd overeengekomen dat het Amerikaanse personeel de exploitatie en de gegevens ervan zou kunnen controleren.

Nu wordt het misschien de tijd dat de barrières verdwijnen en het vertrouwen tussen de twee bondgenoten opnieuw toeneemt.

Bron: een artikel van Hana Levi Julian in The Jewish Press van 19 september 2017.

 

Video: de Amerikaanse generaal John L. Gronski maakt de aankondiging bekend

Herinner je dat moslims zonder onderscheid ALLE Joodse heilige plaatsen opeisen

Hebron, 8 juni 1967. Rabbijn Shlomo Goren, (1917-1994) opper-rabbijn van het IDF (Israëlische leger), heist een zelfgemaakte Israëlische vlag aan een van de ingangen van de Tombe van Machpela, de begraafplaats van de Joodse aartsvaders en -moeders. Rabbi Shlomo Goren was de eerste Jood in 700 jaren die de Tombe betrad. Het verbod werd aan de Joden opgelegd tijdens de Turkse bezetting (1250-1917) van het Heilig Land, eerst door de Mammelukken en nadien verdergezet door de Ottomanen. Zelfs voor en na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 mochten Joden van de Arabieren de Tombe niet bezoeken. [beeldbron: Hebron]

Met al dat gebakelei over de Tempelberg in Jeruzalem vergeten we soms nogal makkelijk dat vandaag zowat elke Joodse heilige site door de moslims wordt opgeëist als uitsluitend islamitisch. Denk daar maar eens over na. Moslims willen de Joden niet toelaten, die ze nochtans beweren te respecteren, om ook maar één enkele heilige plaats te hebben. Ze trachten nog steeds alles van de Joden te stelen, van de grote Joodse heiligdommen tot de relatief kleinere schrijnen.

Op maandag 18 september 2017 publiceert Palestina Vandaag een verhaal onder de titel “Kolonisten bestormen de binnenplaatsen van de Ibrahimi Moskee“, over hoe de Joden zouden “binnen gebroken” zijn in de Tombe van Machpela, die door de Arabieren (en met de hulp van UNESCO) naar Ibrahimi Moskee werd hernoemd.

Het verhaal in Palestina Vandaag leest: “Volgens Ma’ariv hebben de kolonisten een Talmudisch ritueel gehouden in de Ibrahimi Moskee verricht en deze vanmorgen verlaten.” Het ‘Talmudische ritueel’ is natuurlijk gewoonweg bidden aan het schrijn. Maar dat klinkt wellicht niet voldoende sinister. Zou het?

Moslims weigerden altijd al aan de Joden om het schrijn te bezoeken toen het nog onder islamistisch bestuur stond. Hoewel ze heel goed weten dat Isaak en Jacob en hun vrouwen daar begraven werden, heeft dit volgens hen niets te maken met de islamitische geschiedenis, behalve dat de Koran hen opeist als zijnde hun “profeten”. Deze diefstal van een hele geschiedenis lijkt behoorlijk ernstiger dan dat van Israëlieten die beweren dat de falafel hun nationale gerecht is. Maar er zijn meer artikelen verschenen omtrent Israël’s vermeende “culturele toeëigening”, dan dat er artikelen bestaan omtrent moslimdiefstal en poging tot diefstal.

Moslimdiefstal
De hetze tussen Arabieren en Joden omtrent de historische plaatsen in het Land van Israël kende een nieuw dieptepunt toen de UNESCO op 31 oktober 2011 de komst van het fictieve ‘Palestina” als 195ste lidstaat verwelkomde tot de culturele organisatie van de Verenigde Naties die waakt over het werelderfgoed. Sindsdien is de diefstal van Joodse heiligdommen door UNESCO compleet geëscaleerd.

Eerder was naast de Tombe van Machpela, ook het Graf van aartsmoeder Rachel nabij Bethlehem gekaapt en ingelijfd door de Arabische moslims en werd in 2010 herdoopt tot Bilal ibn Rabah Moskee. Ook omtrent het Graf van Jozef nabij Nabloes, door de moslims herdoopt tot Qabr Yūsuf, wordt al vele jaren hevige strijd gevoerd. Tijdens de Tweede Intifada werd het Graf van Jozef bij herhaling onteerd, geplunderd en platgebrand, niettegenstaande de ‘Palestijnse’ moslims Jozef’s Graf blijven opeisen als zijnde islamitisch. “Liever het Graf vernietigen dan het teruggeven aan de rechtmatige eigenaars, de Joden, ” luidt hun devies.

Op vrijdag 15 april 2016 nam UNESCO een resolutie aan waarin naar het gebied van en rondom de Tempelberg  in Jeruzalem (Al Quds genoemd door de Arabieren) uitsluitend wordt verwezen als dat van de Al-Aqsa moskee en de Al-Haram Al Sharif en naar het plein gebied aan de Westelijke Muur als de Al-Buraq Plaza. Naar de Kotel (Klaagmuur) zelf wordt verwezen als de Ḥā’iṭ al-Burāq. In diezelfde resolutie roept UNESCO Israël op om de situatie op de Tempelberg terug te brengen in de staat voorafgaand aan september 2000, toen de Tweede Intifada uitbrak.


Bron: vrij naar een artikel van EoZ van 18 september 2017.

Israël’s zuidelijke grens met Egypte is voor 100% effectief in het voorkomen van infiltratie

eilatwallEilat, in het zuiden van Israël. De muur tussen Israël en Egypte. De muur, in feite een hekken, is zo’n 245 km lang. Linksboven een controletoren aan de Egyptische kant van de grens [beeldbron: Wikipedia]

In de afgelopen 12 maanden werd er geen enkele infiltratie waargenomen van het Egyptische Sinaïschiereiland naar Israël, berichtte de Bevolking en Immigratieautoriteit op zondag. Ambtenaren wijten deze verrassende statistiek aan het stevige hekwerk dat Israël enkele jaren geleden langs zijn grens met Egypte heeft gebouwd.

In 2016 waren er slechts 18 mensen ingeslaagd om vanuit Egypte illegaal naar Israël ter trekken, terwijl in 2015 de teller van het aantal zulke infiltranten op 220 stond. Inmiddels zeggen de autoriteiten dat de afgelopen 12 maanden 2.431 mensen via andere wegen illegaal op haar grondgebied zijn binnengeraakt, waaronder 2.245 Eritreanen en 186 Soedanese individuen.

Volgens de gegevens van de Bevolking en de Immigratieautoriteit wonen er tegenwoordig ca. 38.000 Afrikaanse migranten illegaal in Israël.

De smokkel van immigranten was een belangrijke factor in de beslissing om de hek te bouwen. Volgens luitenant-kolonel Yoav Tilan van het IDF (Israëlisch leger), waren in 2011 nog 16.000 mensen – hoofdzakelijk van Eritrea en Soedan – de grens illegaal overgestoken in wat wordt omschreven een “industrie van misdaad”. Maar de “constante, dagelijkse dreiging” van terreur en het smokkelen van drugs zijn eveneens belangrijke factoren.

Het veiligheidshekken in de Sinaïwoestijn tussen Egypte en Israël werd voltooid in december 2013 en is bedoeld om de illegale immigratie vanuit Afrika tegen te gaan. In 2012 waren er nog 9.570 burgers uit verscheidene Afrikaanse landen illegaal Israël binnen getrokken. In de eerste zes maanden van 2013 waren dat er slechts 34 nadat het belangrijkste deel van de muur was voltooid.

Israël’s verstevigde grenzen (2011)

COGAT rapporteert in NY over Israël’s vrede opbouwende gebaren jegens de Palestijnse Autoriteit

Video: The Coordination and Liaison Administration to the Gaza Strip aka COGAT

De Coördinator voor Regeringsactiviteiten in de [Palestijnse] Gebieden (COGAT), majoor-generaal Yoav ‘Poly’ Mordechai, bezocht de voorbije dagen New York om er deel te nemen aan vergaderingen van het Ad hoc Liaison Committee (AHLC), een ‘ad hoc 15-leden liaison comité’ dat ontwikkelingssamenwerking coördineert tussen donoren en de Palestijnse Autoriteit (PA).

De AHLC wordt voorgezeten door Noorwegen en mede gesponsord door de Europese Unie en de Verenigde Staten en heeft als doel “de dialoog aan te moedigen tussen donoren, de PA en de Israëlische regeringen.” De Israëlische delegatie was belast met het presenteren van projecten en initiatieven in Judea, Samaria en Gaza die Israël interesseren en die ten gunste zijn van alle inwoners, de stabiliteit in de regio handhaven en economisch te ontwikkelen.

Yoav Mordechai vertelde tav het AHLC comité dat Isrraël, net zoals vorige week, meer dan tweeduizend mensen (2.086) vanuit Gaza in Israël heeft toegalten en dat naar Gaza vanuit Israël via de Erez Crossing daarnast 23 ambulance overgangen plaatsvonden. Daarnaast waren er 1.694 vrachtwagens gevuld met goederen en voedingsmiddelen die vorige week eveneens leveringen naar de enclave hebben gebracht. Maar de leveringen waren niet enkel in één richting: bijna 300 (287,8) ton invoer werd vanuit Gaza verzonden naar Israël via de Kerem Shalom Crossing.

Uiteraard tracht de terreurorganisatie Hamas routinematig geprobeerd misbruik te maken van Israels pogingen om samen met de internationale gemeenschap te werken voor het welzijn van zijn volk. Op 11 september, tijdens een regelmatige overdracht van post naar de Gazastrook, werden drie geweerkolven en een richtkijker ontdekt en in beslag genomen. “De terroristische organisatie Hamas vervolgt zijn blatante pogingen om terroristische instrumenten te smokkelen in Gaza,” zei de IDF-woordvoerder in een verklaring. “Hamas exploiteert de burgerbevolking van Gaza en het civiele beleid van Israël voor hun agenda van terreur.”

De afgelopen maand heeft de COGAT ook samengewerkt met het ministerie van Vervoer van Israël en de Israëlische Spoorwegen om een ​​snellere scheepvaartroute te creëren naar de haven van Haifa vanuit de Palestijnse Autoriteit in Jenin. De nieuwe spoorlijn verbindt de spoorlijn Haifa van Noord-Jenin – en dus Noord-Judea en Samaria – naar de haven van Haifa en de rest van de Israëlische Spoorwegen.

De COGAT coördineerde ook de bouw van een elektrisch substation in Jenin, waarvan de werken in juli werden afgerond. Dit nieuwe station zal de elektriciteitsvoorziening naar Noord-Judea en Samaria verhogen. Onder leiding van de Israël Electric Company wordt verwacht dat de 25 miljoen sjekels kostende electriciteitscentrale ongeveer 90 megawatt elektriciteit voor het Jenin-gebied zal genereren. Het onderhoud wordt geleid door ingenieurs van de Palestijnse Autoriteit, onder het vaandel van de regering van Ramallah.

Verder zuidelijk, precies zeven dagen geleden, coördineerde de burgerlijke overheid de overdracht van een driejarige jongen vanuit Bethlehem in het gebied van de Palestijnse Autoriteit, naar het buitenland om een ​​levertransplantatie te ontvangen. Het kind werd behandeld in het Hadassah Medical Center in Israël. COGAT Gezondheidscoordinator Dalia Bassa heeft de overdracht van het kind in het buitenland afgerond.

Maar ondertussen, terwijl dit alles aan de gang is en Israël steeds meer en meer gedwongen wordt tot ‘concessies’ om de leider Mahmoud Abbas van de Palestijnse Autoriteit te motiveren om bij het vredesproces te blijven, vragen de Israëliërs zich af wat de Palestijnse Autoriteit zélf doet om vredesopbouwende gebaren te doen in hun eigen richting, met name gezien de recente door de overheid aangemoedigde ophitsing [tot haat en geweld jegens Joden en Israël] en het voortdurende geweld dat in reactie wordt opgewekt.

Tot nu toe blijft de media van de Palestijnse Autoriteit omtrent deze kwestie verbazingwekkend woordenloos. Nauwelijks ergens een vermelding van hoe – of zelfs wanneer – vrede wordt gemaakt met Israël of met Joden. Misschien moet dat falen [van de PA] voor het eerst een focus worden op eventuele volgende bijeenkomsten.


Bron: naar een artikel van Hana Levi Julian in The Jewish Press van 17 september 2017.