Categorie archief: Joodse nakba
De Joodse nakba: deportaties, slachtingen en gedwongen bekeringen

Elk jaar, herdenken de Palestijnen Nakbadag, de catastrofe die hen overkwam door de oprichting van de staat Israël. Maar de Joden in de Arabische landen hadden ook te lijden onder de catastrofe en… het was vele malen erger.
Ze zeiden dat ze van een overweldigende schoonheid was. Sol (Suleika) Hatuel was 17 jaar oud toen ze werd onthoofd. Een moslimvriendin beweerde dat ze erin geslaagd was haar te bekeren. Toen Sol dit ontkende, werd ze ervan beschuldigd de Islam te weerstaan en werd ter dood veroordeeld. Haar zaak bereikte de sultan.
Om haar dood te voorkomen, probeerde de gemeenschap van ouderlingen haar ervan te overtuigen te leven als een moslim. Ze weigerde en zei: “Ik ben geboren als een Jood, ik zal sterven als een Jood.” Haar lot was bezegeld. Het gebeurde in 1834. Ze kwam uit Tanger en werd geëxecuteerd in Fez. Velen maken pelgrimstochten naar haar graf. Ondanks het feit dat het incident werd vereeuwigd in ooggetuigenverslagen, in een beroemd schilderij en in een toneelstuk, is haar verhaal al vergeten. Het volgende artikel is gewijd aan haar en aan de slachtoffers van de Joodse Nakba.
The Jewish Nakba: Expulsions, Massacres and Forced Conversions
door Ben-Dror Yemini
Elk jaar op de 15de mei “vieren” de Palestijnen “Nakbadag” en vele anderen over de hele wereld samen met hen. Voor hen is dit de dag dat ze getroffen werden door de grote catastrofe, als gevolg van de oprichting van de staat Israël. Honderdduizenden Arabieren werden vluchtelingen. Sommigen vluchtten, sommigen werden gedeporteerd. De Nakba groeide uit tot zulke enorme proporties dat het zelfs een oplossing van het geschil in de weg staat. We mogen niet vergeten dat in de jaren 1940, met het oog op het creëren van nationale staten, uitwisselingen en deportaties van de bevolking de aanvaarde norm waren. Tientallen miljoenen mensen hebben dit ervaren, maar alleen de Palestijnen (en ze zijn niet alleen in deze) hebben de mythe van de Nakba opgeblazen.
Hoe dan ook er bestaat nog een andere Nakba: de Joodse Nakba. In diezelfde jaren was er een reeks van slachtingen, pogroms, confiscatie van onroerend goederen en deportaties van de Joden in islamitische landen. Dit hoofdstuk van de geschiedenis is in de schaduw gebleven. De Joodse Nakba was erger dan de Palestijnse Nakba. Het enige verschil is dat de Joden de Nakba niet hebben opgenomen in hun stichtingsethos. Integendeel. Net als tientallen miljoenen andere vluchtelingen over de hele wereld, gaven zij er de voorkeur aan hun wonden te laten helen. Niet om ze weer open te krabben of open te halen en ze niet nog meer te laten bloeden. De Palestijnen gaven echter de voorkeur aan het laten bloeden in plaats van het te laten genezen. En daar betalen ze thans ook de prijs voor.
De leugenfabriek heeft de mythe rondom de Nakba geïntensiveerd en verdraaid tot de ultieme misdaad. De Nakba heeft geleid tot talloze publicaties en conferenties, tot aan het punt van de volledige verstoring van het werkelijke historische proces. Het bloedbad van Deir Yassin is uitgegroeid tot een van de mijlpalen in de Palestijnse Nakba. Het is niet nodig om te verbergen wat er zich heeft afgespeeld (hoewel de kwestie van de massamoord betwist wordt). Onschuldige mensen werden gedood. Er waren een paar andere voorbeelden van gedrag dat moet worden belicht en veroordeeld.
Vernietigingsoorlog tegen de Joden
Er is een lange reeks van bloedbaden gepleegd tegen de Joden in de Arabische landen. Ze hadden de oorlog niet verklaard aan de landen waarin zij leefden. Ze waren loyale burgers. Dat heeft hen niet geholpen. Hun lijden was uitgewist. Hun verhaal werd nooit verteld. Het Palestijnse verhaal heeft de historische dialoog gekaapt. Er is geen nood aan het vertellen van het Palestijns verhaal versus een zionistisch verhaal. We moeten deze verhalen van ons afschudden ten voordele van de waarheid. En de waarheid is dat er meer Joden werden vermoord, meer Joden onteigend en dat ze veel meer geleden hebben.

Operatie Ezra en Nehemia: redding van de Joden van Irak
Een schokkend getuigenis uit die jaren, dat eigenlijk afkomstig is vanuit Arabische zijde, werpt licht op de kwestie. In 1936 zonden Alavieten een brief aan de Franse minister van Buitenlandse Zaken waarin ze hun bezorgdheid uiten over de toekomst van de regio. In de brief werd ook gewezen op het Joodse vraagstuk: “De Joden brachten de beschaving en vrede naar de Arabische moslims en ze verspreidden goud en welvaart over Palestina, zonder schade aan iemand of iets toe te brengen door middel van geweld.
Ondanks dit, hebben de moslims hen de heilige oorlog verklaard en niet geaarzeld hun vrouwen en kinderen af te slachten… Dus staat er de Joden een grimmig lot te wachten van zodra het mandaat wordt opgeheven en het islamitische Syrië zich zal verenigen met een islamitisch Palestina.” Het interessante is dat een van de ondertekenaars van de brief niemand minder was dan de overgrootvader van Bashar Al Assad, de president van Syrië.
We mogen niet vergeten dat de Nakbadag van 15 mei ook de datum is van de Onfhankelijkheidsverklaring van Israël. We mogen ook niet vergeten wat er enkele uren later na die declaratie gebeurde. De secretaris van de Arabische Liga, Abdul Rahman Hassan Azzamaha, verklaarde de oorlog aan Israël: “Deze oorlog zal een oorlog zijn van vernietiging en het verhaal van de slachting zal worden doorverteld, zoals de campagnes van de Mongolen en de kruisvaarders.”
De Grootmoefti van Jeruzalem, Haj Amin Al Husseini, die tijdens de Tweede Wereldoorlog met Hitler sympathiseerde, voegde er zijn eigen stukje aan toe: “Ik verklaar een heilige oorlog. Mijn moslimbroeders! Slacht de Joden af! Doodt ze allemaal!” De miniholocaust van de Joden in de Arabische landen. Uit verschillende documenten, waarvan sommige pas in de afgelopen jaren werden ontdekt, blijkt dat de oorlogsverklaring een veel diepere betekenis had. Het was in feite een oorlogsverklaring aan de Joden.
Onderzoek dat werd uitgevoerd door Prof. Irwin Kotler, voormalig minister van Justitie van Canada, toont aan dat de Arabische Liga een wetsvoorstel had geformuleerd dat aan de Joden een reeks van sancties zou opleggen, met inbegrip van confiscatie van eigendommen, bankrekeningen en nog veel meer. De preambule van het wetsvoorstel bepaalde dat “Alle Joden zullen beschouwd worden als leden van de joodse minderheid in de staat Palestina.” En eens het lot van de Joden van Palestina was bezegeld, zou het lot van de Joden in de Arabische landen eveneens duidelijk zijn.
Het wetsvoorstel was inderdaad de achtergrond van de sancties tegen de Joden, soms legaal, zoals gebeurd is in Irakese-Arabische landen en later in Egypte, soms door het nemen van illegale maatregelen. Volgens de leugenfabriek leefden de Joden vreedzaam in hun omgeving, in de Arabische landen, onder de bescherming van de regering. Het lag alleen maar aan de Zionistische beweging en het leed dat werd veroorzaakt aan de Arabieren in Palestina, dat het lijden van de Joden is begonnen.
Deze leugen werd ontelbare malen herhaald. Het merendeel van de Joden in de Arabische landen was niet onderworpen aan de gruwelen van de Holocaust. Maar zelfs voor de opkomst van het Zionisme, was hun situatie niet veel beter. Er waren periodes waarin de Joden relatieve rust genoten onder moslimbestuur, maar die perioden waren de uitzonderingen. Gedurende de Joodse geschiedenis in moslimlanden waren er vernederingen, verdrijvingen, pogroms en een systematisch intrekken van hun rechten.

Tijdelijk Joods opvangkamp van Sha'ar Ha'aliya in 1950
Reeksen van pogroms
We zouden natuurlijk kunnen beginnen met het conflict tussen Mohammed en de Joden. Als onderdeel van de sociale hervormingen door Mohammed, die de Arabieren uit het tijdperk van de Jehalia hebben gehaald. Mohammed bouwde ook verder op het monotheistische concept, misschien wel in de eerste plaats vanwege de Joden. Veel motieven uit de joodse religie verschijnen in de Koran, zoals de besnijdenis en het verbod op het eten van varkensvlees. Maar Mohammed wilde de Joden bekeren, wat zij naturlijk weigerden. Het resultaat was een confrontatie die eindigde met de uitzetting en het afslachten van honderden Joden.
De Joden, als het “Volk van het Boek”, kregen het recht om te leven onder de bescherming van de Islam en hun godsdienst uit te oefenen. Van tijd tot tijd, van generatie op generatie, veranderden de voorwaarden. In veel gevallen leefden de Joden onder het Covenant van Kalief Omar. Dit convenant stelde hen in staat om te leven als beschermelingen (“dhimmies”), zij het met een lagere status. Maar dikwijls, onder moslimbestuur, mochten ze zelfs geen leven leiden in die lagere status.

1949. Marokkaanse Joden in het transitkamp 'David' nabij Marseilles in Frankrijk vanwaar zij verder zullen doorreizen naar Israël
De Gouden Eeuw: Een van de bewijzen van het vreedzaam samenleven tussen Joden en moslims is de Joodse welvaart onder de islamitische heerschappij in Spanje en de Gouden Eeuw. De werkelijkheid echter, was helemaal anders. Die omvatte een reeks van gewelddaden tegen de Joden. In 1011 in Còrdoba, Spanje, onder islamitische heerschappij, waren er pogroms waar volgens verschillende schattingen, honderden tot duizenden Joden werden vermoord. In 1066 in Granada, werd Yosef Hanagid geëxecuteerd samen met tussen de 4.000 en 6.000 andere Joden. Een van de allerergste periodes begon in 1148, toen de Almohaden-dynastie aan de macht kwam (al Muwahhidūn), en over Spanje en Noord-Afrika regeerde tijdens de 12de en 13de eeuw.
Marokko: Het land had te lijden onder de ergste reeks van bloedbaden. In de 8ste eeuw werden hele gemeenschappen uitgeroeid onder Idris de Eerste. In 1033, in de stad Fez, werden 6.000 Joden vermoord door een moslimmenigte. De opkomst van de Almohaden-dynastie veroorzaakte golven van massamoorden. Volgens getuigenissen uit die tijd, werden in Fez 100.000 Joden afgeslacht en in Marrakesh ongeveer 120.000 (deze getuigenis moet met de nodige voorzichtigheid worden genomen). In 1465 vond in Fez een ander bloedbad plaats, dat zich uitbreidde naar andere steden in Marokko.
Er waren pogroms in Tatuan in 1790 en 1792, waarbij kinderen werden vermoord, vrouwen verkracht en geplunderd. Tussen 1864 en 1880, was er een reeks pogroms tegen de Joden van Marrakech, waar honderden van hen werden gedood. In 1903 waren er pogroms in twee steden – Taza en Settat, waarbij meer dan 40 Joden werden vermoord. In 1907 was er een pogrom in Casablanca waarbij 30 Joden werden vermoord en vele vrouwen werden verkracht. In 1912 was er in Fez opnieuw een bloedbad waarin 60 Joden werden vermoord en ongeveer 10.000 dakloos werden. In 1948 begon een nieuwe reeks van pogroms tegen de Joden, die leidde tot een slachting van 42 onder hen in de steden Oujda en Jrada.
Algerije: Hier heeft een reeks bloedbaden plaatsgevonden in 1805, 1815 en 1830. De situatie van de Joden verbeterde aan het begin van de Franse verovering in 1830, maar dat kon ook anti-Joodse uitbarstingen in de jaren 1880 niet voorkomen. De situatie verslechterde met de opkomst van de Vichy-regering [tijdens WOII]. Zelfs vóór 1934, werd het land door nazi-invloeden doordrenkt, wat leidde tot het afslachten van 25 Joden in de stad Constantine. Bij de onafhankelijkheid in 1962, werden er wetten aangenomen die tegen het staatsburgerschap waren voor iedereen die geen moslim was en hun bezittingen werden ook effectief in beslag genomen. Het merendeel van de Joden verliet het land, meestal volledig berooid, samen met de Franse (“pieds noirs“).
Libië: In 1785 werden honderden Joden vermoord door Burza Pasha. Onder nazi-invloeden nam de intimidatie van de Joden zienderogen toe. Joodse bezittingen in Benghazi werden geplunderd, duizenden Joden werden naar werkkampen gestuurd en ongeveer 500 Joden werden vermoord. In 1945, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, werd een speciaal programma tegen de Joden gestart en steeg het aantal vermoorde Joden tot 140. De New York Times meldde vreselijke taferelen van babies en oude mensen die werden doodgeslagen. In de rellen die in 1948 uitbraken, waren de Joden beter voorbereid, daarom werden er slechts 14 gedood. Na de Zesdaagse Oorlog, braken rellen uit en werden weer 17 Joden afgeslacht. [Lees ook op deze blog: De ondergang en verdrijving van de Joden van Lybië]
Irak: Er vond een bloedbad plaats in Basra in 1776. De situatie van de Joden verbeterde onder de Britse overheersing in 1917, maar deze verbetering eindigde met de onafhankelijkheid van Irak in 1932. De Duitse invloeden stegen en bereikten een piek in 1941, in de pogrom bekend als Farhud, waarin 182 Joden werden afgeslacht (volgens historicus Elie Kedourie, werden er daadwerkelijk 600 mensen vermoord) en duizenden huizen geplunderd.
Dat waren de dagen van Haj Amin al Husseini, die geweld preekte tegen de Joden. Na de oprichting van de staat Israël, handelde het Irakese parlement volgens een wetsvoorstel uit 1950 van de Arabische Liga en bevroor de tegoeden van Joden. Sancties werden opgelegd aan degenen die achterbleven in Irak. Het Farhud bloedbad en de pesterijen van 1946 tot 1949 veranderde de situatie van de Irakese Joden in alle opzichten in bannelingen en vluchtelingen. De paar duizend die achterbleven in Irak leden onder de harde edicten. In 1967 werden 14 van hen ter dood veroordeeld op basis van valse beschuldigingen voor spionage. Onder hen waren 11 Joden. Radio Irak had de massa uitgenodigd om deel te nemen aan de festiviteiten rondom de opknoping.
Syrië: De eerste bloedwraak in een islamitisch land heeft zich voorgedaan in 1840 en leidde tot de ontvoering en tot het martelen van tientallen joodse kinderen soms tot de dood erop volgde en een pogrom tegen de Joden. In 1986 heeft de Syrische minister van Defensie, Mustafa Talas, een boek gepubliceerd, “De Matses van Sion”, waarin hij beweert dat de Joden inderdaad het bloed van een christelijke monnik gebruiken om matses [Paasbrood] te bakken. Hetzelfde oude antisemitisme in een nieuwe uitgave. Het boek is tot op vandaag nog steeds enorm populair en wordt in grote oplages verspreid.
Andere pogroms vonden plaats in Aleppo in 1850 en in 1875, in Damascus in 1848 en in 1890, in Beiroet in 1862 en in 1874, en in Dir al-Kamar was er nog een bloedwraak die in 1847 tot een nieuwe pogrom leidde. Dat jaar was er een pogrom tegen de Joden van Jeruzalem, die het gevolg was van die bloedwraak. In 1945 leden de Joden van Aleppo opnieuw onder hevige pogroms. 75 Joden werden vermoord en de gemeenschap werd vernietigd. Er was een heropleving van de pogrom in 1947, waardoor het merendeel van de Syrische Joden vluchtelingen werd. Degenen die daar gedurende vele jaren achterbleven, leefden als gijzelaars.
Iran: Er was een pogrom tegen de Joden van Mashhad in 1839. Een menigte werd opgehitst om Joden aan te vallen en 40 van hen werden bijna afgeslacht. De rest werd gedwongen zich te bekeren. Dat is hoe de Marranos van Mashhad zijn ontstaan. In 1910 was er een bloedwraak in Shiraz waarbij 30 Joden werden vermoord en alle Joodse huizen werden geplunderd.
Jemen: De betrekkingen schommelden tussen tolerantie en inferieure levensomstandigheden, tussen intimidatie en pogroms. De Brief van Rambam aan Jemen werd verzonden naar aanleiding van een brief die hij had ontvangen van de leider van de Jemenitische Joden, en beschreef edicten van gedwongen bekeringen van de Joden (1173). Er werd verder in vlagen van afvallige edicten uitgegeven die hier wegens gebrek aan ruimte niet gedetailleerd kunnen worden weergegeven.

Operatie Magisch Tapijt: de redding van de Joden van Jemen
Een van de droevigste hoogtepunten was het Mawza ballingschap. Drie jaar nadat Imam al-Mahdi in 1676 aan de macht was gekomen; verdreef hij de Joden naar een van de meest dorre wijken van Jemen. Volgens verschillende berekeningen, stierven 60 tot 75% van de Joden als gevolg van die ballingschap. Vele verschillende edicten werden opgelegd aan de Joden, het enige onderscheid daarin was de ernst van het edict. Een van de zwaarste was het zogeheten “Weeskinderen Edict”, waarin weeskinderen veroordeeld werden tot een gedwongen bekering tot de islam.
In het nabijgelegen Aden, dat onder Britse heerschappij stond, hebben in 1947 pogroms plaatsgevonden die het leven hebben gekost aan 82 Joden. 106 van de 170 winkels die eigendom waren van Joden werden volledig verwoest. Honderden huizen en alle gebouwen van de gemeenschap werden in brand gestoken en tot aan de grond platgebrand. [Lees ook op deze blog: Joden van Jemen in het geheim naar Israël gesmokkeld en Laatste Joden van Jemen leven in angst voor groeiende moslimhaat…]
Egypte: Net zoals in andere Arabische landen, leefden de Joden van Egypte honderden jaren onder minderwaardige levensomstandigheden. Een belangrijke verbetering is opgetreden toen Mohammed Ali in 1805 aan de macht kwam. De getuigenis van de Franse diplomaat, Edmond Combes, laat er niet de minste twijfel over bestaan: “Voor moslims verdient geen enkel ras meer veracht te worden dan het Joodse ras.” Een andere diplomaat voegde er nog aan toe: “De moslims haten geen enkele andere religie meer dan de manier waarop ze die van de Joden haten.”
Na de bloedwraak in Damascus, begonnen vergelijkbare wraakoefeningen zich te verspreiden doorheen Egypte en veroorzaakten zij een reeks aanslagen door opgehitste menigtes: in Caïro in 1844, 1890 en in 1901-1902; in Alexandrië in 1870, 1882 en in 1901 – 1907. Soortgelijke aanslagen kwamen ook voor in Port Said en in Damanhur.
Later vonden er aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945, rellen plaats tegen de Joden, waarbij 10 doden en honderden gewond raakten. In 1947 werd de Bedrijvenwet aangenomen, die Joodse bedrijven zwaar belaste en leidde tot de confiscatie van eigendommen. In 1948, na aanname van de Resolutie 181 van de Verenigde Naties (het Verdeelplan), werden nieuwe rellen aangestoken in Caïro en Alexandrië. Het aantal doden bedroeg tussen de 80 en 180. Tienduizenden werden gedwongen te vertrekken, een groot aantal vluchtelingen moest afstand doen van hun eigendom. Het lot van degenen die bleven werd er niet beter op. In 1956 werd in Egypte een wet aangenomen die daadwerkelijk de Joden de burgerrechten ontnamen, hierdoor waren ze gedwongen het land te verlaten zonder eigendommen. Dit was een daad van pure uitzetting en een massale confiscatie van eigendommen.

Joods vluchtelingenkamp in 1948 nabij Tel Aviv
* * *
Het bovenstaande is slechts een korte opsomming van een lange reeks van bloedbaden in moslimlanden. Ditt gebeurde allemaal nog vóór de Zionistische verwezenlijkingen en het werd gewoon verder gezet tijdens de volgende Zionistische inspanningen. We hebben het over een opeenvolging van gebeurtenissen. Tienduizenden werden vermoord omdat ze Joods waren. Dus de fabel van vreedzaam samenleven en het Zionisme de schuld geven van het ondermijnen van die coëxistentie, is de zoveelste volkomen mythe die nergens op gebaseerd is. Vóór de stemming in de Verenigde Naties van het Verdeelplan in november 1947, waarschuwde Heykal Pasha, de ambassadeur voor Egypte bij de Verenigde Naties dat: “het leven van een miljoen Joden in islamitische landen in gevaar is als er voor het Verdeelplan wordt gestemd… als Arabisch bloed wordt vergoten in Palestina, zal overal elders in de wereld Joods bloed worden vergoten.”
Vier dagen later, zei de Irakese minister van Buitenlandse Zaken, Mohammed Fadil al Jamali dat “Wij zullen niet in staat om de massa’s in de Arabische landen in toom te houden, na de harmonie waarin Joden en Arabieren voordien samen woonden.” Er was geen harmonie. Er had zich reeds een paar jaar eerder een slachting onder de Irakese Joden voorgedaan. El Jamali loog natuurlijk. Het was de Irakese regering zelf die aanzette tot het initimideren van de Joden en bevelschriften uitgaf om alle Joodse eigendommen te confisqueren.
Bovendien had Nuri Said in die dagen, al een plan had ingediend om in 1949 de Joden te verdrijven, nog voor het daadwerkelijk gedwongen en overhaaste vertrek van de Joden uit Irak zal plaatsvinden. Hij verklaarde ook: “De Joden zijn een voortdurende oorzaak van problemen in Irak. Ze hebben geen plaats in ons midden. We moeten van hen afraken op de best mogelijk manier.” Said presenteerde zelfs een plan om de Joden om te leiden via Jordanië om hen dan via een passage naar Israël te dwingen. Jordanië echter maakte bezwaren, maar de uitdrijving werd toch uitgevoerd. Said heeft zelfs toegegeven dat dit voortvloeide in een soort uitwisseling van de bevolking.
Aldus waren de moordpartijen, de pogroms en de grote uitdrijving van de Joden de voortzetting van hun lijden als gevolg van het islamitisch bestuur. Er zijn altijd moslims geweest die opkwamen ter verdediging van de Joden. Ze zijn ook het vermelden waard. Dat waren ook de periodes van voorspoed, maar het blijkt dat de meeste Joodse welvaart, zoals in Egypte in de jaren 1920 en 1930, in Algerije in de 19de en 20ste eeuw en in Irak in de jaren 1920, tot stand kwam onder het koloniale bewind. Voor de Europese invasie was de situatie van de Joden in de meeste gevallen ronduit slecht en verslechterde opnieuw naar het einde toe van het koloniale tijdperk.
* * *
Doorheen de relaties tussen Joden en Arabieren, bestond er in de Arabische landen of in de loop van de Zionistische onderneming, geen enkel geval van een pogrom tegen moslims van het type, zoals gepleegd door de Arabieren tegen de Joden. Zelfs in de ergste gevallen, zoals bijvoorbeeld in Deir Yassin en die veroordeeld moeten worden, deden die zich voor als onderdeel van een militaire confrontatie. Dat zijn zaken die moeten worden veroordeeld, maar we moeten de zaken binnen proportie zien. De Arabieren hebben de Joden afgeslacht zonder vijandigheden en zonder enige militair excuus, ze deden het simpel omdat het Joden waren. En die paar Arabieren die werden gedood, werden gedood als onderdeel van een militaire campagne. Ondanks dit, resulteerde de schade die werd toegebracht aan de Arabische bevolking in talloze onderzoeken en referenties. De grootste misdaad van alles is, dat misdaden door de Arabieren tegen de Joden werden uitgewist en vergeten.
Maar laat ons terugkeren naar Deir Yassin, het ultieme symbool van de Nakba. We hebben het een onbehoorlijke daad genoemd en wij herhalen dat. Maar we moeten opmerken dat het vooraf werd gegaan door een reeks bloedige terreuraanslagen tegen de burgerbevolking. Golven van incidenten, eigenlijk waren het in alle opzichten pogroms, door een opgehitste menigte die de burgerbevolking aanviel. Duizenden Joden werden afgeslacht, vrouwen, kinderen en ouderen. De Palestijnen hebben zelfs hun eigen mensen vermoord. In de grote Arabische opstand in de jaren 1930, werden 400 Joden en 5.000 Arabieren gedood, de meeste van hen viel door de handen van hun broeders.
De maanden die voorafgingen aan het bloedbad van Deir Yassin, waren de ergste van allemaal. 39 arbeiders werden vermoord op de raffinaderijen in Haifa, 50 Joden werden gedood door autobommen in Jeruzalem, en zo ging het maar voort. In totaal werden, in de vier maanden die vielen tussen de stemming van het Verdeelplan (VN-resolutie 181) en het uitroepen van de staat Israël, 815 Joden vermoord waarvan de meesten nog vóór het Deir Yassin incident (op 9 april 1948) zou plaatsvinden, en een aantal werden nadien vermoord (zoals de brutale moord op 79 Joodse verpleegkundigen tijdens hun tocht in konvooi naar het Hadassa-hospitaal van 13 april 1948). De meeste waren burgers. De meeste stierven tijdens bloedbaden en terreuraanslagen. En dat is de ware achtergrond. Veel meer Joden werden er vermoord. Maar ze zijn allemaal vergeten. Ze moeten worden vermeld. Dat is de Joodse Nakba, waarvan de slachtoffers in Israël en over de hele wereld, steeds minder worden genoemd.
De Palestijnen betaalden de prijs
Ten tijde van de oprichting van de staat Israël leefden er ongeveer een miljoen Joden in de Arabische landen. Slechts enkelen zijn er vandaag nog overgebleven. De meesten zijn weggegaan omdat ze te lijden hadden onder pogroms en hun leven werd bedreigd. Het was een wredere uitzetting dan het leed dat geleden werd door de Arabieren van Palestina, die de prijs betaalden voor de oorlogsverklaring en de oproepen tot vernietiging [van de Joodse staat] door hun leiders. Zelfs de joodse eigendommen die in beslag werden genomen of werden achtergelaten als gevolg van de uitzetting, zijn veel meer waard dan de Arabische eigendommen die zij in Israël achterlieten.
Naar aanleiding van het gedwongen vertrek van de Joden uit Arabische landen hebben verschillende onderzoekers geprobeerd om de waarde van de geconfisqueerde Joodse eigendommen te berekenen, en die vergeleken met de Arabische eigendommen die werden achtergelaten in Israël na het vertrek van de Arabieren. De economist Sidney Zabludoff, een internationaal expert op dat gebied, schat de totale waarde van de Arabische eigendommen op 3,9 miljard dollar, vergeleken met de waarde van de Joodse eigendommen die op 6 miljard dollar worden geschat (berekend volgens de muntwaarde van 2007). Dus werden ook op dit gebied de Palestijnse “claims” weerlegd. Zij sleepten de Arabische landen in oorlog. Zij betaalden de prijs. En zij zijn diegenen die er de oorzaak van zijn dat de Joden een nog hogere prijs betalen. Zowel in eigendom als in bloed.
Dit artikel is niet bedoeld om de Joodse Nakba te cultiveren, en het omvat lang niet alle gevallen van pogroms, verbeurdverklaringen van eigendom, gedwongen bekeringen en andere pesterijen. Het doel is precies het tegenovergestelde. Wanneer men in de Arabische wereld in het algemeen en de Palestijnen in het bijzonder, het lijden, uitzetting, verlies van eigendom en de vele levens die het gekost heeft wil begrijpen en dat het ook geen eenzijdig monopolie is, men misschien het verstand krijgen om te begrijpen dat dit verleden het onderwerp is voor lessen geschiedenis. Want wanneer we beginnen met de politieke balans op te maken, hebben ze hun zaak ruimschoots overdreven. De Joodse Nakba was veel erger en grootschaliger. Het leed was enorm. Maar het is het het lijden van vele volkeren, waaronder ook de Joden en de Arabieren die hebben moeten ervaren als deel van het proces naar de oprichting van nieuwe nationale staten. Het is daarom de moeite waard dat het verhaal van de Joodse Nakba wordt gepresenteerd. Niet met het doel om de vijandigheid te vergroten, maar met het doel de waarheid te presenteren en met het doel te bemiddelen tussen de naties. Inshallah.
Bronnen: The Jewish Nakba: Expulsions, Massacres and Forced Conversions door Ben-Dror Yemini; Originally published in Hebrew, in MAARIV – 15 May 2009; vertaald door DISSA & Brabosh op 27 juli en 1 augustus 2010
De vergeten naqba van de Arabische Joden
. اليهودي العربي
كما الصراع العربي الاسرائيلي بدأ في 1940 تحول الحكومات العربية على السكان اليهود الخاصة بهم. سنة 3000 تم تدمير المجتمعات القديمة. 1 العربية ما يقرب من مليون من اليهود فقدوا منازلهم.
اسرائيل استوعبت البحار العربية من اللاجئين اليهود. اليوم نحو 50 ٪ من اليهود الاسرائيليين بعض الدماء العربية. إنها لا تعوض ، على عكس الفلسطينيين. سرقة مبلغ من المال هو الآن تزيد قيمتها عن 80 مليار دولار. الاراضي التي يملكها اليهود في البلدان العربية المفقودة : 38625 ميلا مربعا. اسرائيل مجموع مساحة الأراضي : 7992 ميل مربع.
اليمن — 55.000 في عام 1948 ، 200 اليوم. عدن في 82 اليهود الذين قتلوا والمنازل التي دمرت في عام 1947 الجزائر — 140000 في عام 1948 ، اقل من 100 في اليوم. مصر — 80.000 في عام 1948 ، اقل من 100 في اليوم. 25000 اليهود كانوا امروا بمغادره 1 مع حقيبة ، وأرغم على التوقيع على اعلانات التبرع لمصر الملكيه الى الحكومة. ايران — 100.000 فى عام 1948 ، 25.000 اليوم. ليبيا — اكثر من 30.000 في عام 1945 ، الان 0! اكثر من 140 قتلوا في طرابلس في عام 1945
-150.000 العراق في عام 1948 ، اقل من 40 في اليوم. 180 اليهود الذين قتلوا في بغداد في عام 1941. واليوم ، تقف فارغه المعابد القديمة في العالم العربي. لبنان — 30.000 في عام 1948 ، اقل من 30 في اليوم. المغرب — 500.000 فى عام 1948 ، 7000 الآن. سوريا — 30.000 في عام 1948 ، اقل من 100 في اليوم. 200 اليهود منازل ومتاجر ، وتدمير المعابد اليهودية في حلب في عام 1947. تونس — 105.000 فى عام 1948 ، 1500 الآن.
De Joodse uittocht uit de Arabische landen verwijst naar de 20ste eeuwse uitzetting of het massale vertrek van Joden, voornamelijk van Sefardische en Mizrahi achtergrond, uit de Arabische en islamitische landen. De migratie begon in de late 19de eeuw, maar versnelde na de 1948 Arabisch-Israëlische Oorlog. Volgens officiële Arabische statistieken, moesten 856.000 Joden hun huizen in de Arabische landen verlaten van 1948 tot het begin van de jaren 1970. Ongeveer 600.000 van hen hervestigden zich in Israël, hun have en goed achterlatend dat tegenwoordig geschat wordt op een waarde van meer dan 300 miljard dollar. Joodse eigenaars die hun onroerend goed moesten achterlaten in de Arabische landen wordt geraamd op 100.000 vierkante kilometer of zowat vier keer de grootte van het huidige grondgebied van de staat Israël (Gaza, Golan en de Westelijke Jordaanoever inbegrepen).
Terwijl het geweld tegen en discriminatie van de Joden in de Arabische landen al begon te stijgen voor 1948, escaleerde he aanzienlijk in het begin van 1948, ondanks het feit dat Joden inheems bewoners waren en voor het grootste deel het Arabische staatsburgerschap genoten. Soms werd het uitzettingsproces door de staat op gang gezet, op andere momenten was het het gevolg van anti-Joodse wrok door niet-Joden. Intimidatie, vervolging en de confiscatie van voorwerpen waren het gevolg. In de tweede plaats en als reactie op mishandeling van de Joden in deze landen, was er een zionistische aansporing die de Joodse immigratie uit Arabische landen naar Israël aanmoedigde. De overgrote meerderheid van de Joden in de Arabische landen emigreerde uiteindelijk naar de moderne staat Israël.
Het proces kwam in een stroomversnelling naarmate de Arabische naties, die onder Franse, Britse en Italiaanse koloniale overheersing of bescherming stonden, hun onafhankelijkheid verwierven. Verder werden de anti-Joodse sentimenten binnen de Arabische meerderheid landen verergerd door de Arabisch-Israëlische oorlogen. Binnen een paar jaar na de Zesdaagse Oorlog (1967) waren er nauwelijks nog overblijfselen te vinden van de Joodse gemeenschappen in de meeste Arabische landen. He aantal Joden in de Arabische landen werd teruggebracht van meer dan 800.000 in 1948 tot amper 16.000 in 1991.
Sommigen beweren dat de Joodse uittocht uit de Arabische landen een historische parallel is aan de Palestijnse exodus in 1948 tijdens de Arabisch-Israëlische Oorlog, terwijl anderen deze vergelijking als simplistisch verwerpen. Een Palestijnse socioloog heeft opgemerkt dat het verlies van Joods bezit in de Arabische landen voldoet aan de voorwaarden van een sulha, of verzoening, omdat zowel Joden als Palestijnen een ramp hebben ervaren, en dat het publiceren van deze kennis de weg zou effenen voor een echt vredesproces.
Met dank aan Teapacks voor de tip: The Nakba of Arabic Jews… van 12 oktober 2009
Bronnen: International Christian Embassy Jerusalem (ICEJ): Arabische etnische zuiveringen van 27 juni 2003; Israel & Palestijnen Nieuws Blog: De ondergang en verdrijving van de Joden van Lybië door Ratna Pelle van 29 september 2009; Point of No Return: Decline and fall of Libyan Jews van 26 september 2009 en The Libyan Jewish experience in the Giado camp van 7 juni 2007; The Holocaust in Lybia door Goël Pinto van 5 april 2005; Israël – Palestina Informatie: Vluchtelingen: Palestijnse en Joodse vluchtelingen in het Midden-Oosten van 8 juli 2009; Cidi.nl / CIDI Israel Nieuwsbrief 2008: De Naqba en de waarheid van 6 juni 2008; op Brabosh.com: Arabische etnische zuiveringen van Joden in de jaren na 1948 van 22 december 2009; De ondergang en verdrijving van de Joden van Lybië van 1 oktober 2009; Dhimmitude: de status van niet-moslim minderheden onder Islamitisch bestuur van 23 april 2009; Islamitisch antisemitisme, de wortel van het Midden-Oosten conflict? van 1 februari 2009; Mahmoud Abbas over de Naqba: ‘Wij verlieten ons dorp in 1948 uit vrije wil’ van 9 juli 2009; Waarheid en mythe over de Naqba, de vlucht van de Arabieren uit Palestina van 9 juli 2009; Israël wil herdenken van Palestijnse ‘naqba’ bij wet verbieden van 25 mei 2009 en Joden van Jemen in het geheim naar Israël gesmokkeld van 22 februari 2009; De verzwegen exodus: de verdrijving van 850.000 Joden uit het M-O door de Arabieren van 24 maart 2009 en Joodse en Arabische vluchtelingen: het verschil tussen retoriek en realiteit van 28 februari 2009
Grote Leugens deel 1: Het vluchtelingenprobleem
David Meir-Levi heeft een tekst geschreven die het geheugen herstelt van de feiten die de kern vormen van het conflict in het Midden-Oosten. Deze feiten zijn van cruciaal belang, niet alleen om de geschiedenis te restaureren die door de politiek werd verduisterd, maar om een volk te helpen overleven dat leeft in de schaduw van haar eigen vernietiging. Iedereen die geïnteresseerd is in rechtvaardigheid moet deze tekst hebben gelezen.
Door Brabosh werd deze omvangrijke tekst (toch voor een weblog) vertaald en in vijf delen gepubliceerd als:
- Grote Leugens deel 1: Het vluchtelingenprobleem (16 okt. 2009)
- Grote Leugens deel 2: De creatie van het vluchtelingenprobleem in acht stappen (1 nov. 2009)
- Grote Leugens deel 3: De kwestie van de bezetting (8 nov. 2009)
- Grote Leugens deel 4: De kwestie van de nederzettingen (21 nov. 2009)
- Grote Leugens deel 5: De nederzettingen en het Vredesproces (13 dec. 2009)
Inleiding
door David Horowitz
De oorlog in het Midden-Oosten is bijna zestig jaar oud. De meeste mensen die vandaag leven zijn niet bekend met haar geschiedenis en oorsprong en vertonen een chronisch gebrek aan kennis van de feiten. Deze staat van onwetendheid biedt een vruchtbare voedingsbodem voor de gewetenlozen die mythen creëren die hun destructieve agenda’s moeten rechtvaardigen. De politieke propaganda machine heeft veel van dergelijke mythen gecreëerd als brandstof voor hun oorlog tegen de Joodse staat.

De staat Israël is geboren. Krantenkop in The Palestine Post, thans Jerusalem Post, toen de Joden nog Palestijnen werden genoemd. Na 1948 zullen de Arabieren zich Palestijnen heten
Israël is de enige democratie in het Midden-Oosten die haar leiders kiest tijdens vrije verkiezingen en de rechten van haar burgers waarborgt en in ere houdt. Maar Israël is het doelwit van diegenen die beweren te strijden voor “de mensenrechten.” Er zijn ongeveer een miljoen en een half Arabieren die als burger leven in Israël die hun vertegenwoordigers kiezen in het parlement van Israël en die meer rechten hebben dan de Arabische burgers van gelijk welk ander Arabische staat. Maar Israël is het doelwit van diegenen die beweren te strijden voor “sociale rechtvaardigheid.” De schepping van Israël wordt door zijn Arabische vijanden genoemd als de “Nakba” of “de ramp”, een duidelijke implicatie dat Israël niet het recht heeft om te bestaan. Maar Israël is het doelwit van degenen die beweren zelf te streven naar zelfbeschikking en zich tegen genocide verzetten. Israël was het slachtoffer – van bij haar ontstaan – van een niet-uitgelokte agressie door vijf Arabische monarchieën en dictaturen. Het is het doelwit van een Arabische oorlog die zonder onderbreking al bijna zestig jaar wordt voortgezet, omdat de Arabische landen geweigerd hebben om vrede te maken. Maar Israël is het doelwit van de mensen die zeggen dat ze ‘vrede’ willen. Israël is het slachtoffer van terreur aanslagen – zelfmoordaanslagen – die samen met de Joden als doelwit van vernietiging ook Palestijnse vrouwen en kinderen vermoorden. Maar Israël is het doelwit van degenen die beweren te spreken voor de mensheid en een toekomst in vrijheid. Hoe is dit mogelijk? Hoe kan het kwaad zich hullen in het kleed van rechtvaardigheid? Hoe kan een genocidale oorlog om een democratisch volk te vernietigen gerechtvaardigd worden als een strijd voor “nationale bevrijding?”
Zij kunnen door de creatie van politieke mythen hun agressie rationaliseren en hun oorlog tegen de burgerbevolking verrechtvaardigen. In de futuristische roman van George Orwell, 1984, heeft het Ministerie van de Waarheid de totalitaire staat uitgeroepen: Kennis is onwetendheid; Vrijheid is slavernij. De aard van politieke dubbelspraak is nooit veranderd en haar agenda is nog steeds dezelfde: vernietiging van het historisch geheugen in dienst van de macht. “De strijd van de mens tegen de macht”, schreef de Tsjechische schrijver Milan Kundera, “is de strijd van het geheugen tegen het vergeten.” Alleen een gerestaureerd geheugen kan totalitaire mythen slopen en de mensen vrij maken.
BIG LIES: Demolishing The Myths of the Propaganda War Against Israel
Grote Leugens deel 1: Het vluchtelingenprobleem
door David Meir-Levi
De Arabische versie van het tragische lot van de Arabische vluchtelingen, die gevlucht zijn uit het Mandaat Palestina voor en tijdens de oorlog van 1948 en vanuit Israël onmiddellijk na de oorlog, heeft het denken zo grondig beheerst van zelfs goed opgeleide historici, commentatoren, journalisten en politici, dat het bijna een vaststaand gegeven is dat de oprichting van de staat Israël de vlucht veroorzaakte van bijna een miljoen ongelukkige, hulpeloze en hopeloze Arabische vluchtelingen. Israël heeft het probleem veroorzaakt en dus moet Israël het probleem oplossen. Deze bewering, hoewel zij instinctief boeiend en reeds heilig verklaard werd door de anti-Israëlische propaganda en die daarmee de kern vormt van de verhalen over het Midden-Oosten conflict, is volledig en ondubbelzinnig onjuist.
De oorsprong van het probleem

Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog 1947-1949
De staat Israël werd door de Verenigde Naties opgericht in een vredevolle en legale procedure. Het werd niet opgericht uit Palestijnse gebieden. Het is ontstaan uit van het Ottomaanse Rijk, dat vierhonderd jaar geregeerd werd door de Turken, die het gebied verloren toen ze werden verslagen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Er bestond op dat ogenblik geen ‘Palestijns’ land, want er waren geen mensen die beweerden dat ze Palestijnen waren. Er waren Arabieren, die leefden in het gebied van Palestina, die zichzelf als Syriërs beschouwden. Het was pas na de Eerste Wereldoorlog dat de huidige staten van Jordanië, Syrië, Libanon en Irak ook werden gemaakt – en die ook kunstmatig uit het Turkse rijk werden opgericht door de Britse en Franse overwinnaars. Jordanië werd opgericht op ongeveer 80 procent van het Mandaat Palestina, dat oorspronkelijk door de Volkenbond werd aangewezen als onderdeel van het Joodse thuisland. Sindsdien is het aan de Joden verboden om aldaar onroerend goed te bezitten. Tweederden van de burgers zijn de Palestijnse Arabieren, maar ze worden geregeerd door een Hasjemitische monarchie.
In 1947, heeft het VN-verdelingsplan de oprichting van twee staten gemandateerd op de resterende 20 procent van het Palestijnse Mandaat: de staat Israël voor de Joden en een andere staat voor de Arabieren. De Arabieren verwierpen hun staat, en begonnen een oorlog tegen Israël. Dit is de primaire oorzaak van het Arabische vluchtelingenprobleem.
De Arabische vluchtelingen – ruw geschat op ongeveer 725.000 mensen – vluchten vanwege de oorlog die de Arabische landen – niet de Palestijnse Arabieren – zijn begonnen. De Arabische staten – allen dictaturen – wilde niet dat een niet-Arabische staat in het Midden-Oosten zou worden opgericht. De heersers van acht Arabische landen waarvan de bevolking sterk de minderheid van Joodse kolonisten in het Turkse Rijk domineerden, begonnen de oorlog tegen de kersverse nieuwe staat Israël met gelijktijdige invasies op drie fronten. Het ontluikende Israël smeekte om vrede en vriendschap en bood samenwerking aan haar buren. De Arabische dictators verwierpen dit aanbod en antwoordden met een oorlog met het doel de Joden te vernietigen. Die oorlog is mislukt. Maar de staat van oorlog werd zonder onderbreking voortgezet als gevolg van het falen van de Arabische staten Saoedi-Arabië en Irak in het bijzonder – om een vredesverdrag met Israël te ondertekenen. Tot op vandaag, verwijzen de Arabische staten en de Palestijnen naar het falen van hun agressie en beschouwen het voortbestaan van Israël als een Nakba – de catastrofe.
Indien er geen Arabische agressie, geen oorlog en geen invasie van de Arabische legers was geweest, waarvan de bedoeling openlijk genocidaal was, dan zouden er niet alleen geen Arabische vluchtelingen zijn geweest, maar er zou een staat Palestina hebben bestaan op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook sinds 1948.
Tijdens de oorlog heeft Israël extra grondgebied verworven. Bij gebrek aan een vredesverdrag tussen de strijdende partijen, volgens het recht van de naties mag een agressor na het einde van een conflict het gebied annexeren – alhoewel het gebied in kwestie toebehoorde aan de Turken en vervolgens na het einde van de Eerste Wereldoorlog aan de overwinnaars [Frankrijk en Groot-Brittannië]. Israël heeft daadwerkelijk aangeboden om het grondgebied dat het had verworven, terwijl het zich verdedigde tegen de Arabische agressie, in ruil voor een formele vrede. Het deed dit aanbod tijdens de onderhandelingen voor een wapenstilstand in Rhodos en tijdens de Conferentie in Lausanne in 1949. De Arabische heersers hebben die teruggave van land geweigerd, omdat zij de staat van oorlog wensten te behouden en alsnog de Joodse staat te kunnen vernietigen. Hadden zij het aanbod van Israël aanvaard, dan zou er snel een rechtvaardige oplossing zijn gekomen voor alle problemen die de regio sindsdien hebben getroffen. Het enige probleem dat niet zou zijn opgelost en dat de Arabieren tevreden zou hebben gesteld was hun wens om de staat Israël te vernietigen.
Na hun overwinning, heeft Israël een wet goedgekeurd waardoor de Arabische vluchtelingen zich opnieuw konden vestigen in Israël, wel op voorwaarde dat zij een formulier zouden ondertekenen waarin zij het geweld afgezworen, trouw zworen aan de staat Israël, en verdevolle productieve burgers zouden worden. Tijdens de decennia die volgden na de uitvaardiging van deze wet, hebben meer dan 150.000 Arabische vluchtelingen gebruik gemaakt om hun leven productief te hervatten in Israël. Joden hebben geen vergelijkbare optie om burgers te worden van de Arabische landen waaruit zij werden verbannen.
Het moet voor elke redelijke en waarheidsgetrouwe waarnemer van deze geschiedenis duidelijk zijn, dat het dus niet Israël is dat aan de basis ligt van het Arabische vluchtelingenprobleem, noch dat Israël dergelijke oplossing zou verhinderd hebben. Integendeel, het Arabische vluchtelingen probleem was het directe gevolg van de agressie door de Arabische staten en hun weigering – na hun falen om Israël te vernietigen – een formele vrede te ondertekenen, noch dat zij zich bekommerden om het lot van de Arabische vluchtelingen die buiten de grenzen van Israël bleven.
De Joodse vluchtelingen

Vluchtelingenkampen voor de Arabische Joden die tussen 1948 en 1972 uit hun Arabische landen van oorsprong werden verdreven waar zij honderden, soms duizenden jaren hadden gewoond. Zij werden nooit als vluchtelingen erkend, kregen nooit internationale steun maar werden gelukkig goed opgevangen door de kersverse Joodse staat Israël
Er waren andere vluchtelingen in het Arabisch-Israëlisch conflict die iedereen aan de Arabische kant van de kwestie verkiest om nogal gemakkelijk te vergeten. Tussen 1949 en 1954, werden circa 800.000 Joden gedwongen te vluchten uit de Arabische en islamitische landen waar ze voor honderden en zelfs duizenden jaren hadden gewoond – uit Irak, Marokko, Tunesië, Jordanië en Iran, Syrië, Egypte, Libanon en andere islamitische landen. Deze Joden waren vreedzame burgers in hun Arabische landen van oorsprong die op geen enkele manier een vijandig bevolkingsdeel vormden. Toch werden ze met het pistool in de rug gedwongen te vluchten met niets anders dan de kleren aan hun lijf. De enige reden voor hun verdrijving was wraak tegenover de Joodse burgerij van de Arabische landen voor de schande van de Arabische nederlaag in de agressieoorlog tegen Israël.
De meeste van deze Joodse vluchtelingen emigreerden naar Israël, waar ze werden geïntegreerd in de kleine nog jonge Joodse staat. De Arabische staten (en later de PLO) weigerden dit te doen voor de Arabische vluchtelingen, omdat ze de voorkeur gaven aan hen als een benadeelde bevolkingsgroep uit te spelen in hun oorlog tegen Israël.
Sommige waarnemers hebben gesuggereerd dat de dubbele vluchtelingen situatie moet worden opgevat als een “bevolkingsuitwisseling” – Arabieren die gevlucht waren naar Arabische landen en Joden die vluchtten naar het Joodse land, beiden het gevolg van de oorlog van 1948 en beiden in omstandigheden die door beide kanten werden gezien als gedwongen evacuaties. Anderzijds heeft niemand aan Arabische zijde het meest voor de hand liggende gesuggereerd namelijk dat: als de Joodse vluchtelingen werden geherhuisvest op het land dat vrij kwam na de vlucht van de Arabieren, waarom dan niet de Arabische vluchtelingen hervestigen op de gronden van de Joden die gedwongen werden om de Arabische landen te ontvluchten? Een reden waarom niemand dat heeft gesuggereerd is dat er geen enkele Arabische staat, met uitzondering dan van Jordanië, wenst dat Arabische vluchtelingen staatsburgers van hun land zouden worden.
Rekening houdend met de activa van de Joodse vluchtelingen die in beslag werden genomen toen ze uit de Arabische en islamitische landen vluchten, kan men concluderen dat de Joden al massaal “herstelbetalingen” hebben betaald aan de Arabieren, los van het feit of die al dan niet gerechtvaardigd waren. De eigendommen en bezittingen van de Joodse vluchtelingen, die in beslag werden genomen door de Arabische regeringen, worden behoudend geschat op ongeveer 2,5 miljard dollar gerekend aan de dollarkoers van 1948. Investeer dat geld op een bescheiden 6,5% voor meer dan 57 jaar en je hebt vandaag een bedrag van 80 miljard dollar, die de Arabische en islamitische regeringen van de landen van waaruit de Joden werden verdreven, zouden kunnen gebruiken hebben in het voordeel van de Arabische vluchtelingen. Dit bedrag is ruim voldoende voor herstelbetalingen aan de Arabische vluchtelingen. Er bestaat geen manier om nauwkeurig te kunnen beoordelen wat de waarde is van de Arabische eigendommen die zij hebben moeten achterlaten aan de controle van Israël, maar er bestaat geen enkele schatting die zo hoog is als die met een waarde van 2.500.000.000 dollar uit 1948. Dus, hypothetisch gezien is de Arabische zijde er op het einde van de rekening al beter van geworden.
Tijdens de vele oorlogen in de afgelopen 20ste eeuw werden tientallen miljoenen vluchtelingen gemaakt in Europa en Azië. In 1922 werden 1,8 miljoen mensen verplaatst als oplossing voor de oorlog tussen Turkije en Griekenland. Na de Tweede Wereldoorlog werden ongeveer 3.000.000 Duitsers uit de landen van Oost-Europa verdreven en hervestigd in Duitsland. Wanneer het Indiase subcontinent werd opgedeeld, werden meer dan 12 miljoen mensen overgedragen tussen India en Pakistan. Al deze vluchtelingenproblemen werden opgelost, met uitzondering van de ongeveer 725.000 Arabieren die uit Israël zijn gevlucht tijdens de oorlog van 1948 en die door de Arabische staten en de Palestijnse Autoriteit werden vastgehouden in vluchtelingenkampen.
Het Arabische vluchtelingenprobleem

Vluchtelingenkamp voor Arabieren die Israël waren ontvlucht, werden decennialang bewust door hun Arabische broeders in de kampen gegijzeld en vastgehouden om als propagandawapen te dienen voor de eeuwige oorlog van de Arabieren tegen Israël
Een andere ironie die moet beschouwd worden in de context van het vluchtelingenvraagstuk is de volgende. Israël loste haar Joodse vluchtelingenprobleem op door enorme financiële middelen te besteden aan het onderwijs en de integratie van de Joodse vluchtelingen in haar samenleving. Deze vluchtelingen werd nooit een last voor de wereld, hebben nooit hulp nodig gehad of gekregen van de Verenigde Naties, en werden nooit uit hun burger- en mensenrechten ontzegd door hun nieuwe gastland. In plaats daarvan zijn zij en hun nakomelingen, ondanks grote problemen, vroegtijdige discriminatie en de eerste moeilijke ontberingen en aanpassingsproblemen, productieve burgers geworden van de enige democratie van het Midden Oosten, en droegen inhoudelijk bij tot een van de meest technologisch en sociaal ontwikkelde landen van de wereld.
Het lot van de Arabische vluchtelingen ligt diametraal tegenovergesteld aan de overduidelijke positieve oplossing van hun probleem. Echter, het Arabische leiderschap heeft doelbewust hun Palestijnse broeders vastgehouden in vluchtelingen sloppenwijken, soms bijna met de status van concentratiekampen, in hun ellende bestendigd door machiavellistische regeerders die hen gebruikten als een propaganda-wapen tegen Israël en tegen het Westen.

Sakher Habash: "Voor ons is het vluchtelingenvraagstuk de winnende kaart, die het einde van de Israëlische staat betekent"
De Palestijnse vluchtelingen werden in 1948 naar Gaza gedwongen, niet door Israël maar door de Egyptenaren. Zij werden daar onder bewaking vastgehouden en werden neergeschoten als ze hun vluchtelingenkampen wilden verlaten. Zij hebben nooit het Egyptisch staatsburgerschap verkregen noch Egyptische paspoorten. (Deze feiten werden opgenomen door Yasser Arafat in zijn geautoriseerde biografie van Alan Hart, Arafat: Terrorist or Peace Maker? 1982). Vluchtelingen in Libanon werden onder soortgelijke omstandigheden vastgehouden, maar de repressie was er minder draconisch. Zij werden door de wet uitgesloten van bijna 70 beroepen, het burgerschap werd hen niet toegekend en reizen werd niet toegestaan. Alleen in Jordanië werden de vluchtelingen het staatsburgerschap verleend.
Sakher Habash, een vooraanstaand lid van het Centraal Comité van al-Fatah, heeft de reden bondig uitgelegd voor de berekende weigering van de Arabische heersers – met inbegrip van de Palestijnse leiders – om de Palestijnse vluchtelingen de kans te geven terug te keren naar een normaal leven. Tijdens een lezing op Universiteit An-Nayeh te Sichem in 1998 zei Habash: “Voor ons is het vluchtelingenvraagstuk de winnende kaart, die het einde van de Israëlische staat betekent.”
Met andere woorden, oorlog, terrorisme, diplomatiek isolement van Israël, wereldwijde pr-campagnes om Israël te demoniseren al mogen mislukken (en de meeste deden dat tot nu toe), maar zolang deze laatste troef nog in leven is, klopt de hoop voor de vernietiging van Israël nog steeds in de harten van de Arabische revanchisten.
Palestijnen die in, 1948 uit Israël zijn gevlucht en nog in leven zijn, hebben geen wettelijk recht op terugkeer naar Israël, omdat de Arabische leiders die hen vertegenwoordigen (tot 1993 de Arabische landen en sindsdien de Palestijnse Autoriteit) zijn nog steeds de jure en de facto in oorlog met Israël, en deze vluchtelingen zijn dus nog steeds potentiële vijanden. Het internationaal recht eist niet van een land dat in oorlog is, zelfmoord pleegt door toe te staan dat honderdduizenden leden van een potentieel vijandige bevolking het land mogen binnenkomen. In het kader van een vredesverdrag in 1949 konden de Arabische vluchtelingen gebruik hebben gemaakt van het aanbod van Israël, maar dat aanbod heeft hun leiderschap geweigerd.
Natuurlijk wordt de huidige Palestijnse claim van een “recht op terugkeer” begeleid door de bewering dat er geen 725.000 vluchtelingen zijn (minus diegenen die tussentijds zijn gestorven), maar 5 miljoen. Dit aantal dient vele politieke agenda’s maar uit hoofde van het internationaal recht hebben generaties nakomelingen, die ontsproten zijn uit een vluchtelingenpopulatie die hervestigd werd en in ballingschap leven, niet dezelfde juridische status als vluchtelingen. Dat betekent dat de juridische status van vluchteling vandaag enkel geldt voor die paar overgebleven Arabieren die in 1948 gevlucht zijn, waarvan de meesten in reeds ver gevorderde leeftijd zijn.
Enkele markante feiten op een rij
De aanhoudende Arabische vluchtelingen-crisis is een kunstmatige crisis waarbij de Arabische heersers het lijden van hun eigen volk al gedurende meer dan 61 jaar uitbuiten – om er een “kindposter” van te maken op de kap van de Palestijnse slachtoffers, een enscenering die de anti-Israël propaganda dient, een trainingscentrum voor Arabische terroristen rechtvaardigen moet en een troef is voor de anti-Israël jihad (zie Sakher Habash) wanneer al het andere (oorlog, terrorisme en internationale diplomatie) mislukt is.
‘El-Haq Auda’, of de wet op de terugkeer voor de Palestijnse Arabieren naar hun eigen huizen en boerderijen en boomgaarden, die de afgelopen 61 jaar deel zijn van Israël, is een schijnvertoning.
Zestig jaar geleden waren er bijna een miljoen Joden in de Arabische landen van het Midden-Oosten: eerlijke hardwerkende burgers die hun bijdragen leverden aan de cultuur en de economie van het land waar ze woonden. Vandaag zijn er bijna geen joden in de Arabische landen van het Midden-Oosten, en racistische apartheidswetten verbieden zelfs Joodse toeristen om een aantal Arabische landen te bezoeken.
Anderzijds wonen er in Israël Arabieren, in 1949 nog 170.000 die niet uit Israël waren gevlucht en thans zijn aan gegroeid tot meer dan 1.400.000 mensen. Ze hebben 12 vertegenwoordigers in het Israëlische parlement, Israëlisch-Arabische rechters zetelen in de Israëlische rechtbanken en in het Israëlische Hooggerechtshof en professoren en hoogleraren geven zelfstandig les in Israëlische hogescholen en universiteiten. Ze vormen een bevolkingsgroep die meer vrijheid en onderwijs geniet en veel meer economische kansen krijgt dan gelijk welke andere vergelijkbare Arabische bevolking waar ook in de Arabische wereld.
De Arabische heersers hebben zelf het Arabische vluchtelingenprobleem in 1948 geschapen als gevolg van hun agressieoorlog tegen de pas opgerichte staat Israël, een legale stichting met de goedkeuring van de Verenigde Naties; de Arabische heersers hebben sindsdien de Arabische vluchtelingen in hun situatie bestendigd en hen elke mogelijkheid ontzegd om een normaal leven te leiden in de Arabische landen. Zij hebben al die tijd het Palestijnse lijden – dat ze zelf veroorzaakt hebben – gebruikt als een wapen in hun oneindige oorlog tegen Israël. Decennialang werden de vluchtelingenkampen en hun Arabische uitbuiters gefinancierd met miljarden dollars en euro’s van de Verenigde Naties, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, de Europese Unie en anderen.
Wordt vervolgd in ‘Grote Leugens deel 2: De creatie van het vluchtelingenprobleem in acht stappen‘.
Bron: Free Republic.com: BIG LIES: Demolishing The Myths of the Propaganda War Against Israel door David Meir-Levi met een voorwoord van David Horowitz; een publicatie van het Center for the Study of Popular Culture; Los Angeles, Californië (VS) 7 oktober 2005; website: Students For Academic Freedom; vrij bewerkt en vertaald door Brabosh op 16 oktober 2009
De ondergang en verdrijving van de Joden van Lybië
Tripoli (Libië), 31 augustus 2009: Moeamar Khadafi, staande op zijn paard, viert zijn 40ste jubileum als staatshoofd, hier op de voormalige Amerikaanse legerbasis in Mantega (foto: Imed Lamloum / AFP / Getty)
Bijgewerkt. Met de installatie van de Libiër Ali Traki aan het hoofd van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, is Libië aan een nieuwe charme offensief begonnen om van haar imago van ‘terroristen staat’ af te komen. Israëlbashen krijgt met Ali Traki andermaal een legitieme status. De dubieuze Verenigde Naties kunnen een nieuwe ronde demonisatie van Israël aanvatten, aldus profiterend van het feit dat het geheugen van de mensen maar erg kort blijkt en hun gemiddelde kennis van de geschiedenis elk jaar schrikbarend achteruit tuimelt. Bovendien blijkt zij zich door hun chronisch historische kennis allerminst geremd voelt om over van alles en nog wat ‘een mening’ te hebben, ‘mening’ die ze elke dag wat harder uitbrullen tot het laatste gezond verstand overschreeuwd, doof en moedeloos, de tribune heeft verlaten.
Echter, wat mijns inziens nog veel erger en verontrustender is, is dat boosaardige geesten, zich bewust van het chronisch gebrek aan feitenkennis van de geschiedenis bij Jan Modaal, gebruik maken om eender wat over Joden en Israël in de wereld te gooien. “Wie de geschiedenis niet kent is gedoemd om te herhalen,” [Those who cannot remember the past are condemned to repeat it] heeft George Santanaya ooit gezegd en Voltaire in dezelfde trant: “Niet de geschiedenis herhaalt zich maar de mensen!” [Ce n'est pas l'histoire qui ce répète mais bien l'homme!] en alle tekenen wijzen erop dat een herhaling van dezelfde stommiteiten door een nieuwe generatie mensen zich aandient en nieuwe gruwelen en genocides weldra onvermijdelijk worden.
Moeamar Khadafi, de Gids van de Revolutie

Moeamar Khadafi mag op 25 september 2009 de Verenigde Naties 75 minuten lang toespreken, vele afgevaardigden en staatshoofden verlieten de zaal (foto: Time Magazine)
Locale sympathisanten van de Palestijnse zaak vertellen graag hoe vreedzaam Joden en Arabieren samenleefden in het Midden-Oosten voordat die vermaledijde zionisten kwamen en iedereen wilden overheersen. Ze blijven dat tot in den treure toe herhalen ‘totdat zelfs de grootste leugens een schijn van waarheid krijgen,’ (dixit Jozef Goebbels, Rijkspropagandaleider tijdens het Derde Rijk). Met Ali Traki in een toppositie in de Verenigde Naties voelt zijn vriend president Khadafi zich geroepen om aan iedereen die het wil weten ‘de waarheid’ te vertellen over wat er gebeurd is met de Joodse gemeenschap in zijn land. Want de Lybische leider Moeamar Khadafi ‘weet’ alles over de Joden.
In een interview met Time Magazine vertelt hij dat de Joden gekleed waren zoals Arabieren en met hen in perfecte harmonie samenleefden. ["As recent as '48 or '49 — I was a little boy at the time but I can still remember — the Jews were there in Libya. There was no animosity, no hatred between us. They were merchants, moving from one place to the other, traders ... and they were very much respected and very much sympathized with. I mean, they did their own prayers and we saw them. They spoke Arabic, wearing Libyan uniforms, Libyan clothes."] Volgens Khadafi liepen zij hun ondergang tegemoet omdat ze het waagden hun eigen Joodse staat op te richten in plaats van een staat te delen met de Palestijnen. Khadafi haalt hier opnieuw het oude dimmie-idee uit de kast namelijk dat de Joden ‘onze Joden’ zijn die de Arabieren dankbaar moeten zijn voor hun bescherming. Zolang de moslims in de meerderheid en dominant waren, en de Joden zich daaraan aanpasten, ging het in de ogen van de moslims prima. Echter, zo succesvol was die coëxistentie in Libië, dat onder het oog van Khadafi Libië compleet Judenrein werd!
Verdrijving en vervolging van de Arabische Joden
Video hierboven. Génève, 19 maart 2008. Voor het eerst mag de Lybisch-Joodse Regina Bublill Waldman, voorzitster van JIMENA (Jews Indigenous to the Middle East and North Africa) haar verhaal vertellen, over de bijna 1 miljoen Joden die uit de Arabische wereld werden verdreven, tegenover de Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties in Genève. Het heeft meer dan vijftig jaar geduurd vooraleer dit toegelaten werd.
Elie Wiesel heeft ooit gezegd: “De fanatici die moorden in Gods naam, maken van hun God een moordenaar!”. Heel de wereld kent het verhaal van de naqba (‘de ramp’) toen honderdduizenden Palestijnse Arabieren op de vlucht sloegen tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-49 en nog een keer tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967. Niet of nauwelijks bekend is de geschiedenis van de vervolging en verdrijving van de Arabische Joden uit hun thuislanden in diezelfde periode. Het ‘vluchten’ verliep namelijk ook in omgekeerde richting. Op het internet bestaat een website ‘Point of no Return’ die als geen ander in honderden artikelen de opgang en ondergang van de Joodse gemeenschappen in de Arabische wereld beschrijft.
Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog en vooral de jaren die erop volgden, werden tussen 750.000 en 1 miljoen Arabische Joden, moe getergd en vervolgd, gedwongen hun Arabische vaderlanden te verlaten, met achterlating van hun huizen en al hun hebben en houden alsook het verlies van een hoeveelheid land die meerdere keren de huidige oppervlakte van Israël omvatte. Zij hebben hiervoor nooit compensatie gekregen. De meesten van hen vonden onderdak in de nieuwe Joodse staat, anderen trokken verder door naar Europa en de Verenigde Staten. Als de staat Israël omtrent 1900 voornamelijk door Oost-Europese Joden werd opgebouwd, leefden er omstreeks 1955 haast evenveel Arabische Joden als Oost-Europese Joden in Israël.
De Joden van Libië
Na eeuwen van dhimmibestaan in Libië, begint de aanzet tot de geschiedenis van de vervolging en uitdrijving van de Joden van Libië wanneer op 3 oktober 1911 de Italianen de Libische hoofdstad Tripoli innemen, zogezegd om het te bevrijden van de Ottomaanse overheersing. Diezelfde Ottomanen die tot 1917 ook Palestina bezet hielden totdat de Britten het bezetten en koloniseerden. Met het Verdrag van Lausanne van 1912 wordt Libië definitief een kolonie van de Italiaanse bezetter en zal dat blijven tot 1947, enkele jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Op 21 november 1949 keurde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de resolutie goed dat Libië onafhankelijk moet worden voor 1 januari 1952. Libië zal haar onafhankelijkheid iets eerder uitroepen namelijk op 24 december 1951.

De laatste Joden van Libië. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog leefden er nog 36.000 Joden in Libië. Vandaag - anno 2009 - geen enkele meer
In 1922 komt de fascistenleider Benito Mussolini in Italië aan de macht en in januari 1933 wordt Adolf Hitler Rijkskanselier van het Derde Rijk. Wanneer in september 1935 Hitler bij monde van Hermann Goering in de Rijksdag de rassenwetten van Neurenberg uitvaardigt, kan zijn grootste bewonderaar Mussolini niet lang achterwege blijven en past in 1938 gelijkaardige rassenwetten toe op de Joodse gemeenschap in haar kolonie Libië die op dat ogenblik ongeveer 30.000 Joden telt.
Tussen 1941 en 1942 zetten de Italiaanse fascisten een aantal werkkampen (concentratiekampen) op in Cyrenaica, dat later tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol zal spelen als slagveld voor het 8ste Britse Leger en het Afrika korps van Erwin Rommel. De Britten, met Montgomery aan het hoofd, konden daarbij rekenen op de steun van de Sanoussi, die geleid werden door Mohammed al-Idris, die later de enige Libische koning zou worden. Uit dank voor die hulp kreeg Idris alvast een autonome bestuursbevoegdheid over Cyrenaica. Op 1 juni 1949 riep hij de provincie overigens uit tot een zelfstandig emiraat.
In de concentratiekampen van Sollum en van el Agheila speelden zich verschrikkelijke toestanden af. In 1942, beval Mussolini dat al de Joden van Cyrenaica moesten getransporteerd worden naar de concentratiekampen in Tripolitania. Giado was het belangrijkste werkkamp waar ruim 600 Joden werden vermoord.

1945. Overlevenden van de Holocaust keren terug naar Libië vanuit het concentratiekamp van Bergen-Belsen (bemerk de opschriften op de wagon 'Going Home' en 'Back to Tripoli')
Sommige van het ergste anti-Joodse geweld speelde zich af in de jaren na de bevrijding van Noord-Afrika door de geallieerde troepen. Tussen 5 en 7 november 1945, werden meer dan 140 Joden vermoord en nog veel meer gewond bij een pogrom in Tripoli. De relschoppers plunderden bijna alle synagogen van de stad en vijf werden er totaal verwoest, samen met honderden woningen en bedrijven. In juni 1948 werden door anti-Joodse relschoppers nog eens 12 joden gedood en 280 Joodse huizen werden vernietigd. Deze keer echter, was de Libische Joodse gemeenschap bereid om zich te verdedigen. Joodse zelfverdedigingseenheden vochten terug tegen de relschoppers, en konden het vermoorden van tientallen andere Joden voorkomen.

Het Joodse kwartier in Tripoli
De onzekerheid die ontstond uit deze anti-Joodse aanslagen in de context van de oprichting van de staat Israël, leidde ertoe dat vele Joden besloten te emigreren. Tussen 1948 en 1951, en vooral nadat de immigratie in 1949 bij wet werd toegestaan, vertrokken 30.972 Joden naar Israël. In 1951 wordt de Libische grondwet afgekondigd en verklaart de toenmalige eerste-minister Mahmoud Muntassar “dat de Joden in Libië geen toekomst hebben.”
In 1952 wordt Libië opgenomen in de Arabische Liga. Het jaar daarop tekent Libië het Arabische samenwerkingsverband van de Israël boycot. Joodse huizen worden tijdens nachtelijke razzia’s doorzocht op zoek naar ‘zionistisch’ materiaal. In 1954 worden de Joodse sportclubs van Maccabi gesloten. Op 31 december 1958 werd de Raad van de Joodse Gemeenschap bij wet opgeheven. In 1960 wordt een moslim aangeduid als voorzitter van de Joodse gemeenschap.
In 1961 wordt in een andere wet een speciale vergunning vereist om het echte Libische staatsburgerschap te bekomen, die werd echter geweigerd aan – op zes na – àlle resterende Joodse inwoners van het land. Dat jaar worden alle Joodse tegoeden en bankrekeningen geconfisceerd van Joden die naar Israël zijn gevlucht. Het eigendomsrecht voor Joden in Libië wordt afgeschaft en hun gronden aangeslagen. Tezelfdertijd wordt de Joden het Algemeen Stemrecht ontnomen. Aanhangers van Nasser bedingen de sluiting van de Amerikaanse en Britse militaire basissen in het land. In 1963 wordt de Libisch Joodse leider Halfalla Nahum (84 jaar) vermoord.
Tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 doneren Joden geld aan de Palestijnse zaak. 60 procent van de Joodse tegoeden worden in Tripoli vernietigd. Italiaanse en Joodse winkels en handelszaken worden in brand gestoken en een tiental Joden vermoord. Ruim 300 Joden uit Benghaza worden in gevangenissen opgesloten zogenaamd voor hun eigen veiligheid. Twee families die uit 14 gezinsleden bestaan worden vermoord. Bijna alle van de 5.000 Joden van Libië worden overgebracht naar Israël. Twee jaar later komt Moeamar Khadafi, de ‘Gids van de Revolutie’, met een militaire staatsgreep aan de macht. In Libië wordt het ene opleidingscentrum na het andere opgetrokken voor terroristen van de PLO en haar vele zusterorganisaties. Libië wordt de kweekschool van het internationale terrorisme met als voorlopig hoogtepunt, de bomaanslag op een Amerikaans vliegtuig van Panam, dat op 21 december 1988 neerstortte op het Schotse plaatsje Lockerbie en aan 270 mensen het leven kostte.
Vandaag wonen er geen Joden meer in Libië
In 2002 is de laatste Jood van Libië overleden, met name een vrouw Esmeralda Meghnagi. Vandaag wonen er geen Joden meer in Libië. Dit doet me onwillekeurig terugdenken aan SS-Standartenführer Karl Jäger die op 1 december 1941, nauwelijks een half jaar van de invasie van Rusland door het Duitse leger, in zijn rapport aan het SS Hoofdkwartier in Berlijn trots kon melden: “Ik kan heden bevestigen dat het doel, nl. het Jodenprobleem van Litouwen oplossen, door Einsatz Kommado 3 werd bereikt. In Litouwen zijn geen Joden meer.” Ook het Jodenprobleem in Libië werd ‘opgelost’. Het doel van fascisten en nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog, met name het werk van het verwijderen van de Joden uit hun samenleving, werd door de Arabieren na de oorlog eigenhandig in hun respectievelijke staten afgemaakt.

De verwoeste hoofdsynagoog van Tripoli in Libië, de laatste Jood heeft zijn vaderland verlaten. Aan 2300 jaar Joodse aanwezigheid in Libië kwam in 1967 definitief een einde
Bronnen: Israel & Palestijnen Nieuws Blog: De ondergang en verdrijving van de Joden van Lybië door Ratna Pelle van 29 september 2009; Point of No Return: Decline and fall of Libyan Jews van 26 september 2009 en The Libyan Jewish experience in the Giado camp van 7 juni 2007; The Holocaust in Lybia door Goël Pinto van 5 april 2005; Israël – Palestina Informatie: Vluchtelingen: Palestijnse en Joodse vluchtelingen in het Midden-Oosten van 8 juli 2009; Cidi.nl / CIDI Israel Nieuwsbrief 2008: De Naqba en de waarheid van 6 juni 2008; lees ook op deze blog: Dhimmitude: de status van niet-moslim minderheden onder Islamitisch bestuur van 23 april 2009; Islamitisch antisemitisme, de wortel van het Midden-Oosten conflict? van 1 februari 2009; Mahmoud Abbas over de Naqba: ‘Wij verlieten ons dorp in 1948 uit vrije wil’ van 9 juli 2009; Waarheid en mythe over de Naqba, de vlucht van de Arabieren uit Palestina van 9 juli 2009; Israël wil herdenken van Palestijnse ‘naqba’ bij wet verbieden van 25 mei 2009 en Joden van Jemen in het geheim naar Israël gesmokkeld van 22 februari 2009; De verzwegen exodus: de verdrijving van 850.000 Joden uit het M-O door de Arabieren van 24 maart 2009 en Joodse en Arabische vluchtelingen: het verschil tussen retoriek en realiteit van 28 februari 2009
Laatste Joden van Jemen leven in angst voor groeiende moslimhaat…

Joods huiselijk tafereel in Kharif, Jemen, 8 april 2009 (AP Photo/Hamza Hendawi)
Afbeelding hierboven: Jong Joods Jemenitisch meisje pakt een kip voor Joodse man om kosjer te slachten in de tuin van hun huis. De Joodse gemeenschap van Jemen, die 3000 jaar teruggaat ten tijde van koning Salomon en eens 60.000 leden telde, slonk dramatisch wanneer de meesten van hen naar de pas opgerichte staat Israël trokken.

Joods jongetje in Jemen
De laatste Jemenitische Joden die achter gebleven zijn, huidige schattingen lopen uiteen van 250 tot 400, voelen de hernieuwde en soms gewelddadige druk van de Jemenitische moslims, die onlangs nog werd aangewakkerd tijdens het Israëlisch offensief in Gaza dat aan meer dan 1.000 Gazanen het leven kostte.
De laatste Joden van Jemen worden geconfronteerd met een ambivalente houding van de Jeminitische regering – die hen wel publiek steunt maar nogal laks omgaat met de door haar beloofde bescherming – en dat in een Arabische wereld waar het Islamitische extremisme en onverdraagzaamheid jegens minderheden nog steeds toeneemt.
“Er is nauwelijks een moskeepreek die vrij is van onverdraagzaamheid. In de eigen politieke retoriek van de regering worden de Joden gemarginaliseerd en het maatschappelijk middenveld is te zwak om hen te beschermen,” zegt Mansour Hayel, een Jemenitische moslim en mensenrechten activist die een expert is op gebied van de Jemenitische Joden. “Het beleid van de regering ligt aan de basis van het lijden van de Joden,” zegt hij .[...] En toch … beweert de Jemenitische regering wordt geprobeerd om aan de kwellingen een halte toe te roepen…
President Ali Abdullah Saleh heeft voorgesteld om de 45 Joodse families die leven in landbouwgemeenschappen in Kharif nabij de stad Raydah in de provincie Omran, om hen te verhuizen naar een plaats 75 kilometer gelegen ten zuiden van San’a, waar ze beter kunnen worden beschermd. De president heeft hen vrije stukken land aangeboden om er nieuwe huizen op te bouwen. Maar de regering heeft tot op heden nog steeds geen concrete maatregelen getroffen sinds de eerste keer dat deze presidentiële voorstellen ter sprake kwamen eind vorig jaar.

Spelende Joodse meisjes in Raydah
Voor de 18 Joodse families die in 2007 naar San’a werden verhuisd vanuit Saada, een andere noordelijk gelegen provincie, gaan dedingen ook niet zo best. Zij ontvluchtten de gevechten tussen leger en opstandelingen, toen in hun huizen werd ingebroeken, geplunderd en hun oude religieuze boeken werden vernield. Nu leven ze in San’a in te kleine appartementen onder strikte bewaking, totaal overgelverd aan de willekeur van de regering.
De gezinnen in Kharif en Raydah zeggen wel dat zij ook willen weggaan, maar enkel als ze hun bezittingen die ze moeten achterlaten worden gecompenseerd. Migreren naar Israël of naar de Verenigde Staten is een mogelijkheid, en de regering heeft hen gezegd niemand te zullen tegenhouden om op te stappen. Maar de Joden durven niet openlijk te praten over die optie, omdat in Jemen Israël een anathema is en Amerika diep gewantrouwd wordt.
“Ten minste één groep van buiten heeft geprobeerd om de Jemenitische joden uit het land te halen,” zei een Israëlische ambtenaar in Jeruzalem die verder anoniem wilde blijven omdat het onderwerp erg gevoelig ligt. “Maar velen zien er tegen op om vluchtelingen te worden en alles te verliezen wat zij hebben,” vertelde de ambtenaar. “Het is in het belang van de overheid dat de Joden hier zouden blijven,” zei sjeik Mohammed al-Nagi Shayef, een rijke stammenleider en woordvoerder van de Jemenitische president omtrent Joodse kwesties. “Het zou een schande zijn voor de regering wanneer ze zouden weggaan.“
Bronnen: Jihad Watch: Muslim hostility for Yemen’s few remaining Jews grows van 9 mei 2009; Yemen: Muslim anti-Semitism prompts Jewish immigration van 23 februari 2009; Dhimmi Watch: Muslim extremist kills Yemeni Jew van 12 december 2008; Tuscaloosa News: Yemen’s Jews uneasy as Muslim hostility grows van 9 mei 2009; op deze blog: Joodse en Arabische vluchtelingen: het verschil tussen retoriek en realiteit van 28 februari 2009; Joden van Jemen in het geheim naar Israël gesmokkeld van 22 februari 2009; Point of no Return: Jews of Yemen; Ynet News: Yemen’s few Jews face rebel threats van 5 januari 2007; The Jewish Star: Yemen’s Jews living in danger van 24 februari 2009
De verzwegen exodus: de verdrijving van 850.000 Joden uit het M-O door de Arabieren
De 850.000 Joodse vluchtelingen in het Midden-Oosten waar je zelden iets over hoort. Zij werden verdreven tussen 1948 en 1972 uit moslimlanden waar ze al vele eeuwen waren ingeburgerd. Nooit kregen ze compensatie voor de vele bezittingen die ze moesten achterlaten. De meesten van hen werden opgevangen in Israël. Waar konden ze anders nog naar toegaan? Naar Europa waar ze bijna werden uitgemoord? Bekijk vooral deze uiterst gespecialiseerde weblog over het lot van de Joods Arabische vluchtelingen: Point of no return – Information and links about the Middle East’s forgotten Jewish refugees
Joodse en Arabische vluchtelingen: het verschil tussen retoriek en realiteit
Het Arabische vluchtelingenprobleem werd 60 jaar lang gepolitiseerd en geeft als gevolg van die politisering een foute en bijzonder eenzijdige kritiek op deze kwestie, met als enige doel ons af te leiden van meer belangrijke kwesties zoals het probleem van de grenzen en het terrorisme. Daarnaast werd het Joodse vluchtelingenprobleem zonder pardon doodgezwegen en gemeenzaam door Arabieren en vredesbewegingen allerhande, geminimaliseerd, ontkend of gemeenzaam onder de mat geveegd.
Ondertussen werden de kwesties zoals het recht op terugkeer en de vergoeding nooit adequaat opgelost en grotendeels vergeten. Hetzelfde patroon geldt ook voor Joden die gevlucht zijn uit het Midden-Oosten en Noord-Afrikaanse landen, ook al is hun aantal ongeveer 50 procent groter dan de Palestijnse vluchtelingen en is het verschil in verloren individuele activa zelfs nog groter.
Het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk blijft reeds meer dan zestig jaar onopgelost en is nog steeds het grootste struikelblok bij het bereiken van een Israëlisch-Palestijns vredesakkoord. Tegelijkertijd is er maar weinig discussie over het groter aantal Joden die gedwongen werden de landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika te verlaten, landen waar ze voor duizend jaren hadden gewoond en een bijwijlen bloeiende cultuur hadden opgebouwd. De realiteit van het thema heeft plaats gemaakt voor troebele politieke motieven, en de feiten over de aantallen vluchtelingen en bezittingen die verloren gingen, zijn in beide gevallen maar weinig bekend bij het grote publiek.
Het exacte aantal Palestijnen die gevlucht zijn vanuit Israël tussen november 1947 en december 1948, zal wellicht nooit bekend worden. De schattingen lopen uiteen van ongeveer 400.000 tot een miljoen. Het meest aannemelijke cijfer is ongeveer 550.000. Gebaseerd op cijfers van de volkstelling en demografische ontwikkelingen, waren er in 1947 waarschijnlijk ongeveer 740.000 Palestijnen in het gebied dat later Israël werd. Ongeveer 140.000 bleven er wonen tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog van Israël en ongeveer 50.000 keerden snel terug na 1948 (schattingen variëren – al naargelang de bron – van 30.000 tot 90.000). Ongeveer tweederden, van al deze mensen die Israël verlieten, trokken naar de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. De overigen gingen voornamelijk naar Jordanië, Libanon en Syrië wonen.

Arabieren vluchtten weg uit Palestina
Het aantal extra Palestijnse vluchtelingen als gevolg van de oorlog van 1967 is ook gebaseerd op een ruwe benaderingen. De meeste waarnemers hanteren het cijfer ongeveer 300.000, van wie bijna 100.000 terugkeerden in de maanden na de oorlog. Daarnaast, waren ongeveer de helft van de vluchtelingen al vluchteling uit de oorlog van 1948. Het resultaat is dat het aantal ‘nieuwe ‘vluchtelingen waarschijnlijk ongeveer 100.000 bedroeg. Zo is de netto-totaal van vluchtelingen, gecreëerd door beide oorlogen, ongeveer 650.000.
Binnen Israël, waren er ook intern ontheemden (IDP). Dit waren de Palestijnen die hun huizen waren ontvlucht, maar ze na hun terugkeer niet terugkregen. Schattingen van de IDP’s lopen sterk uiteen. Verschillende Israëlische geleerden geven cijfers van 10.000 tot 23.000, internationale organisaties (zoals het Internationale Rode Kruis en VN-Relief and Works Agency-UNRWA) spreken over 25.000 tot 46.000, en de Palestijnen zelf van een veelvoud: ergens tussen 150.000 tot 300.000 Palestijnse ontheemden binnen Israël. Als we anderzijds cijfers van de internationale organisaties hanteren over het aantal Joodse ontheemden, die gedwongen werden de Westbank en de Gazastrook te verlaten, zouden er ruwweg geschat 40.000 Joden ontheemd zijn na de oorlog van 1948.
Vóór 1948 waren er iets meer dan een miljoen Joden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika buiten het gebied dat later Israël werd, met inbegrip van de 40.000 Joden die woonden op de Westelijke Jordaanoever en Gaza. Het totale aantal daalde met de helft in de jaren na de 1948 oorlog en daalde vervolgens verder tot ongeveer 100.000 na het conflict van 1967. De Joodse bevolking bleef in de daaropvolgende jaren verder dalen en in 2007 bedroeg hun aantal slechts 15.000 tot 35.000. Het grootste deel van die resterende Joden verblijft in Iran. Zo ongeveer een miljoen Joden werden vluchteling, als gevolg van acties in het Midden-Oosten en in de Noord-Afrikaanse landen. Wanneer men de twee vluchtelingen exodussen gaat vergelijken kan, met een hoge mate van waarschijnlijkheid, worden besloten dat het aantal Joodse vluchtelingen ongeveer 50 procent groter is dan dat van de Palestijnse vluchtelingen.

1948. Joden vluchten weg uit de Westbank nadat Jordanië dit gebied eenzijdig annexeerde, Israël zal pas in 1967 het gebied terug innemen nadat het door Jordanië werd aangevallen
De oorzaken van beide exodussen zijn duidelijk. Israël heeft in 1948 gehandeld uit zelfverdediging tegenover de Arabische staten, die Israël en haar Joodse bewoners wilden uitroeien, het nieuwe land dat net door de Verenigde Naties was erkend. Veel Palestijnen vluchtten in 1948 omdat de Arabische staten hen beloofden dat ze konden terugkeren van zodra de oorlog gewonnen was en de nieuwe Joodse staat vernietigd zou zijn. Anderen vluchtten om te voorkomen dat ze moesten deelnemen aan de gevechten. Gevallen deden zich voor van Joodse raids die Palestijnen uit hun huizen dreven en waarbij een aantal Palestijnse burgers werden gedood. Maar deze gebeurtenissen waren relatief zeldzaam en vinden helaas plaats in alle oorlogen. Zonder twijfel ligt de eerste verantwoordelijkheid bij degenen die de oorlog begonnen – in dit geval de Arabische staten.
In vergelijking hiermee, was de verdrijving van de Joden uit de Arabische staten gedreven uit pure wraakzucht. Aanvallen op de Joden en hun eigendommen in deze landen waren vanaf de jaren 1920 schering en inslag vanaf het ogenblik dat de bespreking van een mogelijke vorming van een Joodse staat in Palestina meer concrete vorm kregen. De moorden en het verlies van eigendommen zijn slechts gedeeltelijk toe te schrijven aan de periode 1930-1945, door de toegevoegde factor van nazi-propaganda en de nazi-bezetting van Vichy en Noord-Afrika. Gedurende deze periode was er een kleine, maar gestage toename van het aantal Joden afkomstig uit de Arabische landen die migreerden naar Palestina.
Het was het Arabische extreme geweld en hun respectievelijke overheden die discriminerende maatregelen namen in reactie op de 1948, 1956 en 1967, oorlogen die leiden tot de grote uittocht van de Arabische Joden. In de hele regio waren er anti-joodse rellen waarbij intimidatie en moorden doet denken aan de Oost-Europese pogroms. Bovendien was er vaak de confiscatie van eigendommen, samen met de beperkingen op de werkgelegenheid en de economische mogelijkheden die vergelijkbaar zijn met de Duitse nazi-acties in de jaren 1930. Toegevoegd aan dit was de onafhankelijkheid van de voormalige Franse kolonies in Noord-Afrika waardoor de Joden in die landen de Franse bescherming verloren. Acties tegen Joden in Iran waren veel beperkter dan in de Arabische landen. Toch was er een constante uitstroom na 1948 die versnelde na de toegenomen discriminatie die volgde op de Islamitische Revolutie van 1979. De huidige Joodse bevolking in Iran is ongeveer een vijfde van die van 1948.

Arabieren vluchtten met schepen
Waarom is het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk zo sterk blijven doorwegen tot op heden, terwijl anderzijds de toch veel grotere exodus van Joden compleet van tafel is verdwenen? Het antwoord is simpel en eenvoudig. De Joden die gedwongen werden de landen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika te verlaten, werden vrij effectief en snel opnieuw opgenomen in Israël en in de Westerse landen. Daarentegen werd het merendeel van de Palestijnen die gevlucht zijn èn hun nakomelingen – sommige schatten hun aantal op 4,7 miljoen in 2006 – zestig jaar of drie generaties later nog steeds vluchtelingen zijn.
Deze mensen nog steeds vluchtelingen noemen slaat totaal nergens op. Weinig of nauwelijks geen van hen leven nog in tentenkampen of tijdelijke woningen. De meeste hebben hun eigen huizen en wonen in gebieden van de steden die kunnen aangemerkt worden als buurten met arbeiderswoningen. In plaats van vluchtelingen, zijn zij gewoon steuntrekkers, voornamelijk op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg. Aan de andere zijde van de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, heeft enkel Jordanië het burgerschap verleend aan al haar Palestijnen en zijn zij volledig geïntegreerd in de lokale gemeenschap. Maar zelfs compleet geassimileerd in Jordanië en elders worden zij door de Verenigde Naties Relief and Works Agency (UNWRA) tot op vandaag nog altijd beschouwd als vluchtelingen.
De politieke motieven zijn duidelijk. In de jaren 1948 na de oorlog, werd de vluchtelingenkwestie levend gehouden vooral omdat de Arabische landen zich vernederd en gefrustreerd voelden door de aanvalsoorlog tegen Israël te verliezen, oorlog die ze zèlf begonnen waren. Dit gevoel werd nog verergerd door een sterk nationalisme dat decennia lang nog zal toenemen en volharden. Immers, Jordanië en Egypte zouden de Palestijnse vluchtelingen toch gemakkelijk hebben kunnen geabsorbeerd en geïntegreerd hebben op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, gebieden die zij controleerden als onderdeel van hun eigen landen, tenminste als zij dat werkelijk hadden gewild.
Ondertussen, hadden zowel de Arabische regeringen en de Arabische Liga zich gekant tegen de toekenning van het burgerschap aan Palestijnse vluchtelingen in hun land, omdat die volgens hen het gebruik van het recht op terugkeer naar de Joodse staat zou ondermijnen. Bovendien werd snel vergeten dat de Arabische landen de èchte agressors waren en de eerste verantwoordelijken voor de oorzaak van het ontstaan van het Palestijnse vluchtelingenprobleem. Wat uiteindelijk resulteerde dat zij de Palestijnse vluchtelingen gebruikten (en nog steeds gebruiken) als politieke pionnen in het schaakspel om de macht over het Midden-Oosten. Dit feit werd het bondigste verklaard door het voormalige hoofd van de UNRWA, Ralph Galloway, toen hij sprak: “De Arabische landen willen niet dat het vluchtelingenprobleem wordt opgelost. Zij willen het probleem blijven koesteren als een open wond, als een belediging van de VN, èn als wapen tegen Israël. Het kan de Arabische leiders helemaal niks schelen of Arabische vluchtelingen leven of sterven.“

1951 Joodse vluchtelingen uit Irak
De Palestijnse en Arabische leiders bleven de Palestijnse vluchtelingenkwestie en het recht op terugkeer verder uitspelen en uitbuiten, vooral na de Oslo-akkoorden die leidden tot discussies over een twee-staten-oplossing, als belangrijkste pasmunt in deze onderhandelingen. De meer extremistische leiders manipuleren deze kwesties als het ultieme middel om hun doel, de vernietiging van de Joodse staat, door middel van het creëren van een Arabische meerderheid. In al deze gevallen, kost de vluchtelingenkwestie hun helemaal niets, omdat de UNWRA, de VN-organisatie die steunt verleent aan vluchtelingen in hun landen, voor het overgrote deel gefinancierd wordt door Westerse naties.
Deze politieke machinaties hebben van de Palestijnse vluchtelingenzaak een unieke situatie gemaakt. Het is de oudste vluchtelingensituatie die behandeld wordt door de Verenigde Naties en het is tegelijk ook de enige waarin de vluchtelingenstatus wordt toegekend aan nakomelingen van vluchtelingen. Bovendien gaat de aanhoudende klemtoon op de vluchtelingenkampen en het recht op terugkeer regelrecht in tegen de historische werkelijkheid. Massale migraties van personen over de grenzen heen hebben zich gedurende de gehele menselijke geschiedenis voorgedaan. In de meeste gevallen werd de kwestie van een vluchtelingenstatus afgehandeld door absorptie en integratie in andere landen. Sommigen werden opgelost door naties die met elkaar in oorlog verwikkeld waren.
Bijvoorbeeld, tijdens de jaren 1920 trokken 1,75 miljoen Grieken en Turken over nieuwe grenzen op basis van hun religieuze overtuigingen – Grieks-orthodoxe en islamitische. Anderen uitwisselingen werden stilzwijgend overeengekomen. Een dergelijke zaak betrof de veertien miljoen hindoes / sikhs en moslims die in 1947 werden uitgewisseld tussen de nieuw gevormde landen India en Pakistan. Immers, uit de Eerste Wereldoorlog tot aan de jaren 1950 was het een wijd verbreide mening dat de scheiding van etnische en religieuze groepen door hen over de grenzen te stuwen, de spanningen tussen landen zou doen afnemen en de kansen op oorlogen aanzienlijk zouden doen verminderen.
In andere gevallen werden complete volksgroepen gedwongen te verhuizen als gevolg van grensaanpassingen. Zo bijvoorbeeld werden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, onder druk van de Sovjet-Unie, de Poolse grenzen naar het westen verschoven nadat de Sovjets Pools grondgebied hadden geannexeerd. Waarop de Polen op hun beurt als gevolg van die Sovjetannexatie (en het verlies van de oorlog door Duitsland) haar grenzen verlegde naar het Westen en grondgebied dat eeuwenlang tot Duitsland had behoord, annexeerde bij wat nu het huidige Polen is. Miljoenen mensen werden aldus gedwongen om hun huizen en hun voormalige grondgebied te verlaten waar generaties lang hun voorouders geboren en getogen waren. Zo werden ruim 12 miljoen Duitsers gedwongen hun oostelijk gelegen landerijen en gronden te verlaten (Oost-Pruisen, Silezië, Sudetengebied enz.) en trokken naar het westen. Niemand kreeg tot op heden ooit compensatie voor deze massale verhuizingen, noch het verlies van zoveel grond en materiële bezittingen.

Normaal gesproken, en hoewel aanvankelijk de vluchtelingen geconfronteerd werden met armoede en moeilijke tijden, werd binnen een generatie de hervestigde bevolking geassimileerd in hun nieuwe land. Een voorbeeld hiervan is de huidige president van Pakistan, Pervez Musharraf. Hij werd geboren in New Delhi (Indië) en op de leeftijd van vier was hij één van de vele moslims die naar Pakistan trokken. Het verhaal van de vluchtelingen (nabestaanden) van de holocaust, veruit de meest verwoestende gebeurtenis die ooit werd toegebracht aan een bevolkingsgroep tijdens de twintigste eeuw, volgde een vergelijkbaar patroon. De meeste overlevenden wilden opnieuw aan de slag gaan met hun leven in een nieuwe en veilige omgeving.
In al deze gevallen bestaat er de natuurlijke neiging van elk ontwortelde groep terug te denken aan het verleden en aan wat ze hebben verloren en moeten achterlaten. Hoewel dergelijke gevoelens worden doorgegeven van generatie op generatie, heeft het verder maar weinig invloed op deze groepen die geabsorbeerd werden in hun nieuwe omgeving. Net zoals de anderen, zouden de Palestijnen waarschijnlijk hetzelfde parcours van absorptie en integratie hebben gevolgd, als zij hierin niet voortdurend gehinderd werden – en nog worden – door daden van terrorisme, gevoed en versterkt door de onophoudelijke anti-Israëlische propaganda.
Bron: Artikel van Sidney Zabludoff: JCPA analyse van Sidney Zabludoff, vrij vertaald, hier en daar aangepast en aangevuld door Brabosh. Het aspect van verlies van activa en goederen van de Palestijnse Arabische vluchtelingen enerzijds en dat van de Joodse vluchtelingen anderzijds komt later uitgebreid aan bod.
Joden van Jemen in het geheim naar Israël gesmokkeld

Veilig geland in Israël
Donderdag 19 februari 2009 werden tijdens een geheime operatie twee gezinnen, samen 10 Joodse Jemenieten, het land uitgesmokkeld. Sayid Ben Israel, één van de leiders van de Joodse gemeenschap die tot dan met zijn gezin in Raïda in de provincie Omran woonde, kwam tot het besluit om te vluchten nadat enkele dagen eerder een granaat in zijn huis werd geworpen. Het Joodse Agentschap besliste daarop om de twee gezinnen waaronder hun vier kinderen in het diepste geheim over te brengen naar Tel Aviv. Met hen waren ook twee anderen Jemenitische Joden meegekomen, die deze kans niet liet liggen om aan het antisemitische geweld van de voorbije weken en maanden te ontkomen, dat sinds het begin van het Gaza conflict in alle hevigheid opnieuw was opgelaaid.
Jemenitische Joden genieten de speciale bescherming van de president van Jemen, Ali Abdallah Salah. In de afgelopen jaren zijn de aanslagen tegen Joden echter steeds meer toegenomen. De spanningen bereikten vorig jaar december een hoogtepunt toen Moshe Yaish Nahari, vader van 9 kinderen, werd vermoord door een moslimextremist. De bedreigingen tegen Joden in Jemen zijn volgens Israël tijdens het Gaza-offensief geëscaleerd. Directeur-generaal van het Joods Agentschap Moshe Vigdor zei dat zijn organisatie de situatie van de gemeenschap in Jemen nauwgezet volgt en belooft op elke mogelijke manier te helpen. Joden die ook willen emigreren uit Jemen, zullen snel worden opgehaald. Het gezin van Ben Israel zal nu haar intrek nemen Beit Shemesh, daarbij geholpen door het emigratieprogramma van het Joodse Agentschap. Elke nieuwe emigrant ontvangt gewoonlijk 40.000 sjekkels (7.600 euro) als startkapitaal. De andere migranten zullen worden ondergebracht naar het Yeelim Opvangcentrum in Beersjeba, waar ze ook uitgebreide hulp zullen krijgen van het Joodse Agentschap bij hun integratie in de Israëlische maatschappij. In Jemen leven thans nog 280 Joden waarvan 230 in de stad Raida en een 50-tal in Sanaa.
Operatie Magisch Tapijt (1949 – 1950)

Operatie Magisch Tapijt: Jemenitische Joden worden overgevlogen naar Israël

De Jeminitische Nahari familie. Moshe Yaish-Nahari werd begin december 2008 op straat doodgeschoten door een moslimfundamentalist
Tot kort na de Tweede Wereldoorlog leefde er een grote Joodse gemeenschap in Jemen van ongeveer 63.000 Joden, waarvan een groot deel zich voornamelijk concentreerde in Aden, een Britse kolonie in Zuid-Jemen. Wanneer in november 1947 de Verenigde Naties het Verdeelplan (VN-Resolutie 181) voor de verdeling van Palestina goedkeuren (zie hier kaart) en zoals verwacht de meeste Arabische moslimlanden het VN-Verdeelplan afwijzen, raast een golf van antisemitisme doorheen de Arabische wereld. Overal vinden rellen plaats tegen hun locale Joodse medeburgers, die daar al leefden sinds de tijd van Koning Salomon, met vele doden, vernielingen van Joodse bezittingen en synagogen als gevolg.
In 1947 worden tijdens een bloedige pogrom in Jemen ten minste 80 Joden vermoord. Na het uitroepen van de Joodse staat in mei 1948 wordt de kersverse staat aangevallen door de legers van zes Arabische landen. In 1948 besloot de nieuwe Imam van Jemen onverwachts zijn Joodse onderdanen te laten vertrekken en liet tienduizenden mensen naar Aden vloeien, die daar als sardines bijeen gepakt in erbarmelijke omstandigheden trachten te overleven. Geen VN te bespeuren in die tijd en ook geen enkele VN-resolutie die zich het lot van de Arabische Joden aantrok en nog het minst van al dat van de Joden van Jemen. De Onafhankelijkheidsoorlog van Israël loopt in een verbitterde strijd verder tot in het voorjaar van 1949.
Israël weet wat er intussen de Joden van Jemen is overkomen en besluit tot actie over te gaan. Tussen juni 1949 en september 1950 werden tijdens de Operatie Magisch Tapijt (Operation Magic Carpet) door de Israëlische regering ongeveer 49.000 Joden vanuit Jemen geëvacueerd naar Israël. Het overgrote deel van deze groep die bestond uit 47.000 Joodse Jemenieten, 1.500 uit Aden alsook 500 Joden uit Djiboeti en een aantal Joden uit Eritrea, werden door Britse en Amerikaanse vliegtuigen overgevlogen. De meeste van deze Joden waren verarmde landbouwers en zagen voor het eerst van hun leven een vliegtuig. Zij werden brutaal losgerukt uit hun eeuwenoude religieus en traditioneel bestaan en moesten zich gedwongen aanpassen aan een voor hen totaal nieuwe leefwereld in Israël. De emigratie van Joden uit Jemen werd voortgezet tot 1962, wanneer de burger oorlog in Jemen uitbrak. Van die grote gemeenschap van toen zijn er vandaag de dag nauwelijks ongeveer 200 overgebleven.
Joodse Naqba in het Midden-Oosten totaal genegeerd

1948. Joden vluchten weg uit de Westbank nadat Jordanië dit gebied eenzijdig annexeerde, Israël zal pas in 1967 het gebied terug innemen nadat het door Jordanië werd aangevallen
Wanneer men over het vluchtelingenprobleem spreekt in Israël of Palestina, denkt men automatisch aan de Palestijnen die in de jaren volgend op de onafhankelijkheid van de Israëlische staat in 1948 in de Westbank en Gaza woonden en in grote getale naar Jordanië, Libanon, en andere Arabische staten wegvluchtten. Vlucht die door pro-Palestijnse organisaties en in het M-O gemeenzaam de Palestijnse Naqba wordt genoemd. De Joodse Naqba wordt hierbij gewoonlijk genegeerd.

1951 Joodse vluchtelingen uit Irak
Migratie van de Arabische Joden begon druppelsgewijze eind 19de eeuw maar kende een enorme acceleratie wanneer vanaf 1948 tot begin jaren ’70 tussen de 900.000 en 1 miljoen Arabische Joden massaal hun respectievelijke landen ontvluchtten waarvan een 600.000 zich tegen 1972 in Israël hadden gevestigd. De Joden van Egypte en Libië werden gedwongen het land te verlaten terwijl de Joden van Irak, Jemen, Syrië, Libanon en in de Noord-Afrikaanse landen door de ontelbare fysieke en politieke bedreigingen ze niet langer veilig waren en eveneens naar Israël vluchtten. De meeste Joden moesten al hun hebben en houden moeten achter laten.
Tegen 2002 maakten de Arabische Joden en hun afstammelingen zo’n 40% uit van de Israëli’s. De World Organization of Jews from Arab Countries (WOJAC) heeft berekend dat de gezamelijke waarde die de Joden moesten achterlaten tijdens hun vlucht vandaag op meer dan 300 miljard dollar moet geschat worden en het onroerend goed dat in Joodse handen was in de Arabische landen ruim 100 000 vierkante kilometer beslaat of viermaal de grootte van de staat Israël. Voor de verliezen aan mensen, bezittingen en materiële zaken werden de Arabische Joden hiervoor nooit gecompenseerd en hun ‘Naqba’ komt in geen enkel VN-rapport voor en komt ook in geen enkele Vredesonderhandelingen aan bod.
Ze zeiden dat ze van een overweldigende schoonheid was. 




















