Steun groeit voor rechten van Joden die repressie in Arabische landen ontvluchtten

operation-ali-baba-iraqi-airlift2Operatie Ali Baba (ook gekend als Operatie Ezra & Nehemia) was een luchtbrug voor meer dan 120.000 Joden van Irak naar Israël (1951 tot 1952). Hier komt een vlucht van El Al met een groep Iraakse Joden toe op de luchthaven van Lod nabij Tel Aviv, luchthaven die in 1973 hernoemd werd naar [David] Ben-Goerion, Israël’s allereerste premier.

“Joden afkomstig uit Arabische landen lijden – hun verhaal zou moeten verteld worden. Zij werden niet enkel weggerukt uit hun leefomgeving, hun hele geschiedenis werd hen afgenomen.” Dat zegt Florette Hyman, die als Florette Menir geboren werd in Caïro en die in 1957 naar het Verenigd Koninkrijk emigreerde nadat ze gedwongen werd om uit Egypte weg te vluchten. “Iedereen praat over de Palestijnse vluchtelingen. Ik heb het gevoel dat niemand de vraag stelt: Wat omtrent de Joden uit de Arabische landen?” zegt ze.

Tot op vandaag bestond er geen officiële datum om de massale exodus te herdenken van de Joden die hun huizen en hadelszaken moesten achterlaten in het zicht van de toenemende vervolging in de Arabische landen nadat de staat Israël in 1948 werd gesticht. Meer dan 870.000 Joodse vluchtelingen werd uit de Arabische landen verdreven en hun heil zochten over de hele wereld met inbegrip van het Verenigd Koninkrijk waar zij tegenwoordig minder dan 5 procent van de Britse Joden uitmaken.

Dit jaar heeft de Knesset in Israël een wet aangenomen waarin de dag van 30 November voortaan wordt aangemerkt als de officiële dag ter herdenking van de verhalen van Joden die Arabische landen ontvluchtten zoals Irak, Egypte, Syrië evenals Iran. Sommige van de vluchtelingen hebben gestreden voor herstelbetaling, in de hoop om hun eigendommen te herwinnen of om compensatie te verkrijgen voor het verloren kapitaal op het moment van hun gedwongen verhuizing. Anderen willen gewoon gehoord worden.

Mevrouw Hyman, thans 64 jaar, was amper acht jaar oud toen ze Egypte verliet voor Groot-Brittannië. Samen met haar ouders, broers en vijf zussen woonde ze in een éénkamer-ruimte in een vluchtelingenkamp in de buurt van Leeds. Haar vader Abraham, dankbaar voor de veilige ‘haven’, schreef een brief van dank aan de koningin en noemde zijn jongste dochter naar haar, Elizabeth.

“Ik wordt erg emotioneel als ik er nu weer over praat,” zei mevrouw Hyman. “Toen Israël werd opgericht was het voor Joodse mensen erg gevaarlijk om ‘s nachts in Egypte buiten te komen, ze zouden kunnen verdwijnen. Ik herinner me een politieagent die op een vrijdagavond met papieren in ons huis kwam om ons te zeggen dat we moesten vertrekken. Mijn vader ‘s familie leefde in Egypte sinds de 12de eeuw.”

“Alles wat we hadden werd ons ontnomen – mijn vaders verpakkingsbedrijf werd afgenomen. Ze maakten wegen van de grafstenen van Joodse begraafplaatsen. Ik kan zelfs niet teruggaan om het graf van mijn grootvader te bezoeken.” In 1948 woonden meer dan 80.000 Joden in Egypte, tegenwoordig zijn het er minder dan 15.

Roger Bilboul volgde les aan het Joodse Lycée de l’Union Juive in Alexandrië vóór hij het land in 1959 op 18-jarige leeftijd moest verlaten. Hij heeft een internationale campagne gesteund om weer toegang te krijgen tot de Joodse archieven die zijn achtergebleven in Egypte. “Ik verliet het land vanwege de situatie, het was niet goed voor Joden,” herinnerde Bilboul zich die thans in Londen woont.

“Mensen werden de hele tijd in de gevangenis gegooid zonder excuus. Er was de nationalisering van Joodse ondernemingen, een heleboel dingen waren in beslag genomen en achtergelaten. Sommige mensen procederen nog steeds voor rechtbanken om te trachten hun eigendommen weer terug te krijgen. De bijdrage die de Joden aan het land leverden is grotendeels vergeten; maar het is iets wat de Egyptenaren tegenwoordig zelf zo eerlijk zijn om te erkennen.”

Moshe Kahtan, wiens vader Saleh een juridisch adviseur was aan het Iraakse ministerie van Financiën, betreurt het eveneens dat de bijdrage die door de Joden werd geleverd is vergeten. Hij verwerpt het vooruitzicht van teruggave als ‘wishful thinking‘. “Vrijheid,” zei hij. ‘”U mag dit woord op die plaats beter vergeten – het bestond niet voor Joden.”

iraaks-paspoort2Paspoorten werd afgenomen van de Iraakse Joden en in ruil kregen zij gele persoonsbewijzen, een variant op de beruchte geel gekleurde Jodenster (Davidster) tijdens de duistere nazi-periode [1933-1945]

“Op het hoogtepunt was de helft van de bevolking in Bagdad Joods. In de jaren 1930 begonnen ze met het wegjagen van de Joden uit hun posities… zij immiteerden wat er destijds gebeurde in nazi-Duitsland. Banen werden overgenomen door moslims. Joden had een gele identiteitskaart – zij hadden mijn paspoort in beslag genomen” (plaatje hierboven).

De vader-van-drie kreeg toevlucht in het Verenigd Koninkrijk, na een dramatische vlucht uit Bagdad en het verlaten van het land in een boot van smokkelaars in 1967. Kahtan, die ontsnapte vooraleer de Iraakse geheime politie hem kon opzoeken, herinnerde zich: “Op een dag dacht ik ”Ik moet hier weg’. Ik stapte in de boot met vrouw en kinderen. De smokkelaars waren Arabieren; ze smokkelden alcohol, sigaretten – niet alleen Joden. Het zou een 15-minuten durende reis worden vanuit Irak naar Iran, maar het duurde uren omdat de marine grenspolitie op ons was beginnen schieten. Nadat we ontsnapten hebben ze de grens gesloten.”

Kahtan had betaald voor zijn overtocht met de boot maar zag dat er gouden munten werden gebruikt voor het omkopen van bewakers op Iraanse controleposten – geld waarvan hij later vernam dat het door Israël was geleverd. Kahtan, een bankier die in de Raad van Bestuur zetelde in de jaren 1990, maakte aliyah in 2008 en leeft tegenwoordig in Herzliya. “Sinds 1948 is het enige waarover we horen steeds maar over de rechten van de Palestijnse vluchtelingen,” zei hij. “Het is erg belangrijk dat de verhalen van Joden uit Arabische landen worden verteld, zodat de mensen weten wat er is gebeurd en niet luisteren naar onwaarheden.”

Nadia Nathan, die lerares was op de Joodse Frank Iny School in Bagdad, verliet de hoofdstad van het land in 1969 na de openbare opknoping van negen Joden. “Dingen werd zeer gevaarlijk voor ons,” zei ze. “Joodse studenten werden geslagen; we werden overal achtervolgd; mijn broer werd in de gevangenis gezet samen met andere Joden, maar we kregen hem er weer uit met geld. Ik had een moslimvriend die tegen mijn christen vriend zei: ‘Als ik je weer zie praten met Nadia, zal ik je doden.'”

“Op een dag kwamen Koerden in de school en ze zeiden ‘we kunnen zes mensen wegsmokkelen.” En dus trokken we hoog over de bergen heen naar Iran. De smokkelaars namen ons alles af, zelfs onze dekens, maar ze lieten ons één gekookte kip houden om op te eten. Ze wisten niet dat we daarin al ons geld hadden verstopt.” Mevrouw Nathan vestigde zich in Israël vooraleer ze haar man huwde in 1972 in Londen, waar ze tegenwoordig woont.

door Sandy Rashty [bron]


in een vertaling van Brabosh.com

met dank aan Tiki S. voor de hint.

Het miserabele leven van de Joden onder de Islam in Marokko anno 1805

Moroccan-Jewish-Life2Joodse familie in Gourrama, ca. 300 km. ten zuiden van Fez in Marokko. Foto dateert uit de 2de helft van de 19de eeuw

Moslims pretenderen graag dat zij de Joden in hun eigen landen doorheen de geschiedenis altijd goed behandeld hebben. In feite – klinkt nogal schamper het dagelijkse narratief in de moslimlanden – had Israël nooit opgericht moeten worden want het was toch allemaal zoveel beter leven onder het regime van de Islam in hun respectievelijke landen.

Zoals we (EoZ) reeds een heel aantal keren herhaald hebben is dat niet helemaal waar. In sommige gevallen werd ze redelijk behandeld in andere gevallen werden ze afschuwelijk slecht behandeld. Dat was ook het geval voor Marokko alwaar vóór 1948 er ca. 350.000 Joden leefden.

Echter vanaf de 19de eeuw kregen de Joden het zwaar te verduren in Marokko. Sinds de Tweede Wereldoorlog en aansluitend de stichting van de Joodse staat Israël op 14 mei 1948, is hun aantal tegenwoordig geslonken naar minder dan 7.000 waarvan er ca. 3.000 in Casablanca wonen.

Vóór de stichting van Israël in 1948 kende Marokko een zeer oude Joodse gemeenschap die teruggaat tot de Romeinse Tijd toen in 70 na Christus de Tweede Tempel werd verwoest en de Joden werden uitgedreven. Zij vluchtten alle kanten en landen uit waarvan velen naar Marokko trokken. Daar kwamen eind 15de eeuw ook nog eens de Joden bij die uit Spanje werden verdreven.

ali-bey2Ali Bey al Abbasi, het pseudoniem van Domènech Badia i Leblich, een reiziger en avonturier afkomstig uit het Spaanse Barcelona die vloeiend Arabisch sprak, ondernam tussen 1803 en 1807 een lange reis doorheen de moslimwereld van in Marokko tot in Mekka. Om ongestoord te kunnen reizen verkleedde hij zich als moslim en gaf zich uit als een West-Abbasidische prins.

Hieronder volgt een kort uittreksel van zijn reizen, meer bepaald over het wel en wee van de Joden in Marokko waar hij meer dan twee jaar verbleef (1803-1805) onder de hoge bescherming van Suleiman, de Sultan van Marokko (1766-1822).

Later bundelde hij zijn reisverhalen in het boek “Travels of Ali Bey: In Morocco, Tripoli, Cyprus, Egypt, Arabia, Syria and Turkey – Between the Years 1803 and 1807″ (boekomslag rechts).

Ali Bey over de Joden in Marokko ruim 200 jaar geleden:

De Joden in Marokko verkeren in de meest erbarmelijke staat van slavernij; maar in Tanger is het opmerkelijk dat ze vermengd samenleven met de Moren, zonder dat ze een afzonderlijk kwartier hebben, wat wel het geval is in alle andere plaatsen waar de islamitische religie overheerst.

Dit onderscheid ligt aan de basis van eeuwigdurende meningsverschillen; het wekt geschillen op waarin voor het geval dat indien de Jood verkeerd is, de Moor altijd zijn deel krijgt; en als de Jood gelijk heeft, dan dient hij [de Moor] een klacht in bij de rechter, die altijd beslist in het voordeel van de Muzelman.

Deze schokkende partijdigheid in de toepassing van het Recht tussen individuen van verschillende sekten begint vanaf de wieg; zodat een kind van een moslim een Jood altijd mag beledigen en slaan, ongeacht zijn leeftijd en zwakheden, zonder dat hem wordt toegestaan om te klagen of zelfs om zichzelf te verdedigen.

Deze ongelijkheid heerst zelfs onder de kinderen van deze verschillende godsdiensten; zo heb ik kunnen vaststellen dat moslimkinderen zich vermaakten door het afranselen van kleine Joden, zonder dat de laatsten zich durfden te verdedigen.

De Joden zijn verplicht, in opdracht van de regering, om een bepaalde kledij te dragen die bestaat uit grote onderbroeken, een tuniek die tot aan hun knieën reikt en een soort boernoe of mantel die naar één kant wordt gegooid, slippers en een zeer klein hoofddeksel; elk deel van hun kleding is zwart met uitzondering van het shirt, waarvan de zeer brede en open mouwen erg laag naar beneden hangen.

Wanneer een Jood voorbij een moskee passeert, is hij verplicht om zijn slippers zijn of sandalen uit te doen; Hij moet hetzelfde doen wanneer hij voorbij het huis gaat van de Kaid, de Kadi, of van om het even welke moslim van aanzien. In Fez en in sommige andere steden zijn ze verplicht om blootsvoets te lopen.

Wanneer zij een moslim met een hoge rang tegenkomen zijn zij verplicht zich haastig af te wenden en op een bepaalde afstand aan de linkerkant van de weg te lopen, hun sandalen enkele passen verder op de grond te laten en zich in de meest nederige houding op te stellen, hun hele lichaam licht voorover gebogen, tot de moslim zich op een grote afstand van hem heeft verwijderd; als ze aarzelen om dit te doen, of ze ontkoppelen hun rijdier wanneer zij een moslim ontmoeten, worden ze streng gestraft.

Ik was vaak verplicht om mijn soldaten of personeelsleden te weerhouden om deze arme stakkers te slaan, toen ze zich niet actief genoeg in een bescheiden houding plaatsten op de wijze die hen door mohammedaanse tirannie werd voorgeschreven.

In afwijking van al deze ongemakken, dragen de Joden op aanzienlijke wijze bij tot de handelsactviteiten in Marokko, en hebben zelfs meerdere malen het douanekantoor bemeesterd; maar het gebeurt bijna altijd dat zij uiteindelijk altijd geplunderd worden door de Moren en of door de overheid.

Tijdens mijn aankomst, had ik twee Joden onder mijn dienstknechten: toen ik zag dat zij zo slecht behandeld waren en op verschillende manieren werden gekweld, vroeg ik hen waarom ze niet naar een ander land gaan; zij antwoordden mij dat zij dat niet konden doen omdat ze slaven waren van de sultan.

Jews_in_Jerusalem_1890sIngekleurde foto uit ca. 1890 van oude Joodse mannen in Jeruzalem dat toen bezet werd door de Ottomanen/Turken

door Brabosh.com

naar een hint van EoZ

Eerste nationale herdenkingsdag voor Joden die verdreven werden uit Arabische wereld

ezra6The New Tork Times bloklettert op haar voorpagina op 16 mei 1948:
“Joden in groot gevaar in alle moslimlanden.”

Op 30 november 2014 werd voor het eerst de nationale herdenkingsdag gevierd voor Joden, die tientallen jaren geleden uit hun Arabische thuislanden werden verdreven.

Voor de Knesset-afgevaardigde van Likoed, Shimon Ohayon, was de beslissing van het Israëlische parlement in juli van dit jaar een genoegdoening. “Met het besluit om een ´Nationale herdenkingsdag voor joodse vluchtelingen uit de Arabische landen en Iran´ in te voeren, gaat een historische onrechtvaardigheid ten einde”, zei de uit Marokko afkomstige professor van de Bar-Ilan-universiteit in Tel Aviv destijds. De 69-jarige was een van de initiatiefnemers voor de herdenkingsdag, die vandaag, 30 november 2014, voor het eerst landelijk werd gehouden.

persecution1948Achtergrond is het lot van bijna een miljoen Joden uit Arabische landen in de jaren na de oprichting van de staat in het jaar 1948, die vluchtelingen werden. De oorzaak was de beslissing van de VN op 29 november 1947 om Palestina op te delen en aldus de stichting van de staat Israël mogelijk te maken. Daarna, aldus een persmededeling van de regering betreffende de herdenkingsdag, zouden de Arabische landen ermee begonnen zijn de joodse gemeenschappen daar aan te vallen met het doel een joodse staat te verhinderen.

In de eerste beide decennia na de oprichting van de staat Israël verdwenen bijvoorbeeld in Marokko en Italië bijna alle joodse gemeenschappen, zodat er van de meer dan 850.000 Joden, die er in alle Arabische landen voor 1948 leefden, in het jaar 2001 maar nauwelijks 7.800 waren overgebleven. Enkele van deze gemeenschappen keken terug op een meer dan 2.600 jaar durende geschiedenis.

Gerechtigheid
Tot nu toe werden in Israël uitsluitend de slachtoffers van de Holocaust in de vorm van een nationale herdenkingsdag, Jom Hasjoa, herdacht. Het hele land staat minutenlang stil wanneer de sirenes loeien.

Een herdenkingsdag, die herinnert aan het leed, de vervolging en verdrijving van de Joden uit hun Arabische thuislanden, was decennia lang geen onderwerp van gesprek. Enerzijds, zo schrijft de journalist Ben cohen, omdat de verschrikkingen van de Holocaust hun gelijke niet kennen. Anderzijds, omdat veel politici de verdrijving van de Mizrachim, zoals Joden uit Azië en het Nabije Oosten genoemd worden, niet als zodanig erkenden.

“Bovendien, hoe vaak per jaar moet een land stilstaan en treuren?”, vraagt Cohen, die zelf een Mizrachi is. Desondanks zou het lot van dit deel van de Israëlische bevolking in de loop der tijd steeds meer mensen hebben bezig gehouden. “En hoe meer tijd er is vergaan, des te bewuster werden de mensen in Israël zich van het feit dat niet alleen de Joden uit Europa geleden hebben, maar ook die uit de Arabische landen.” Daarom zou een nationale herdenkingsdag een juiste beslissing zijn.

Discriminatie
Ook Shimon Ohayon gaat het er bij de herdenkingsdag niet om met de Holocaust te concurreren. Maar men zou moeten erkennen dat de geschiedenis van de Joden, die oorspronkelijk uit Noord-Afrika en het Nabije Oosten afkomstig zijn en ongeveer de helft van de huidige bevolking in Israël uitmaken, “te lang genegeerd werd.” Het zou bovendien een belangrijkste stap in de strijd tegen diegenen zijn die de aanwezigheid van Joden in het algemeen zouden betwijfelen en zouden beweren dat ze hier niet thuis zouden horen, vulde de politicus van Likoed aan en verwees daarbij naar de Palestijnen, die Israël als koloniale binnendringer in een islamitisch-Arabische regio beschouwen. “Joden hebben duizenden jaren lang in islamitische landen gewoond.”

Hoe lovenswaardig de aanzet ook is – de herdenkingsdag krijgt tot nu toe maar weinig aandacht in Israël. Veel mensen weten überhaupt niet dat hij bestaat en dat hij vandaag plaatsvindt. Dat past bij het beeld dat de Mizrachim nog steeds van zichzelf hebben en hoe ze vaak worden gezien door de Asjkenazim: als tweederangs Israëli´s. In een bericht op de Israëlische televisie op Kanaal 8 bijvoorbeeld kwamen onlangs tientallen Arabische Joden aan het woord: van professor tot homoseksuele kapper. Ze zeiden allemaal dat ze zich gediscrimineerd voelden. Dat dit niet alleen maar een gevoel is, maar dat er nog steeds grote culturele verschillen bestaan, bewijzen bovendien statistieken en studies.

Tegenstellingen
Sociologen hebben talrijke factoren bepaald die de integratie van de Mizrachim vanaf het begin beïnvloeden, bijvoorbeeld de opleidingsgraad voor de aankomst in het land, maar ook de afwijzing door het Asjkenazische establishment. Over het algemeen echter zijn de tegenstellingen niet meer zo groot als vroeger.

De herdenkingsdag wordt met verschillende ceremonies gehouden, waaronder ook eentje in de Knesset. Op scholen wordt het thema in de lessen opgepakt en Israëlische diplomaten dienen het ook tot onderwerp van gesprek te maken.

door Ulrike Schleicher

displacement3


in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron als “Erkenning: De andere vluchtelingen” [lezen]

De geesten van etnische zuivering achtervolgen ons nog steeds [Lyn Julius]

ethnisch-zuiverenIn Israël is ’30 November’ de nationale herdenkingsdag van de ca. 750.000 Joden die werden verdreven uit de Arabische wereld. Een etnische zuivering die tot op heden wordt ontkend in de Arabische landen en doodgezwegen in het Westen.

Amper drie jaar nadat de [omvang van] de Holocaust door de Nazi’s aan het licht kwam, werden de Joden etnisch gezuiverd uit de Arabische wereld. En de geesten van het nazisme achtervolgen ons nog steeds, stelt Lyn Julius in de ‘Times of Israel’:

Op 30 november zullen scholen, ministeries en organisaties in Israël en over de hele wereld een nieuwe dag op de kalender instellen – een dag om de vlucht van de Joodse vluchtelingen uit Arabische landen en de vernietiging van hun oude gemeenschappen te herdenken.

Er wordt vaak gezegd dat deze Joden de prijs hebben betaald voor de stichting van Israël. Uit wraak voor de massale uittocht van de Palestijns-Arabische vluchtelingen keerden Arabische bendes en overheden zich tegen hun weerloze Joodse burgers. Maar in werkelijkheid zijn er harde bewijzen dat zelfs vóór de oprichting van Israël en voordat de grote massa van Arabische vluchtelingen er vandoor was gegaan, Arabische regeringen samenspanden om hun Joden tot slachtoffers te maken en hun land en bezit te onteigenen.

Deze week, 67 jaar geleden, bereikten anti-Joodse spanningen nieuwe hoogtepunten in Palestina en de Arabische wereld, toen Arabische afgevaardigden hun retoriek bij de VN opvoerden als gevolg van de stemming over de verdeling van Palestina. Volgens VN-rapporten had de Egyptische afgevaardigde, Heykal Pasha, op 24 november 1947 al gewaarschuwd voor de gevolgen van de oprichting van een Joodse staat in Palestina:

“De Verenigde Naties … moeten niet het feit uit het oog verliezen dat de voorgestelde oplossing een miljoen Joden in islamitische landen in gevaar zouden kunnen brengen… er zou antisemitisme in die landen kunnen worden gecreëerd, die nog moeilijker zal zijn te vernietigen dan het antisemitisme dat de Geallieerden in Duitsland probeerden uit te roeien… en dat zou de VN … verantwoordelijk maken voor de zeer ernstige ordeverstoringen en voor de afslachting van een groot aantal Joden”.

Vóór Heykal Pasha’s woorden was er al gesproken over ‘bloedbaden’, ‘rellen’ en ‘oorlog tussen twee rassen’. Volgens Yaakov Meron beperkten Pasha’s bedreigingen zich niet tot Egypte, maar noemden al herhaaldelijk de Joden in andere islamitische landen. Die woorden werden niet op initiatief van Egypte uitgesproken, maar waren “de uitkomst van voorafgaande coördinatie tussen de Arabische staten die toen vertegenwoordigd waren in de VN en in de Arabische Liga”.

De Palestijnse afgevaardigde, Jamal Al-Hussayni, zei dat de situatie van de Joden in de Arabische wereld “zeer precair zal worden. Overheden in het algemeen zijn nooit in staat geweest om de opwinding en het geweld van herrie schoppende menigtes te voorkomen”.

De Syrische VN-vertegenwoordiger Faris Al-Khuri wordt al op 19 februari 1947 geciteerd in de New York Times, waarin hij stelt: “Als het Palestijnse probleem niet wordt opgelost, zullen we de Joden in de Arabische wereld moeilijk kunnen beschermen”. Een Joodse publicatie meldde: “Aangezien de hele Arabische pers tekeergaat tegen de verraderlijke handelingen van het zionisme en de Arabische politici hun ondervoede en verzwakte massa’s tot een gevaarlijke mate van hysterie ophitsen, waren de bedreigingen zeker niet loos”.

In Irak werden de bedreigingen openlijk gedaan en diens minister van Buitenlandse Zaken, Fadel Jamali, verklaarde voor de VN:

“De massa’s in de Arabische wereld kunnen niet in de hand worden gehouden. De Arabisch-Joodse relatie in de Arabische wereld zal sterk verslechteren. Er zijn meer Joden in de Arabische wereld buiten Palestina dan in Palestina. In Irak hebben we alleen al ongeveer 150.000 Joden die met moslims en christenen van alle voordelen van de politieke en economische rechten genieten. Maar elk onrecht dat de Arabieren van Palestina wordt aangedaan, zal de harmonie tussen Joden en niet-Joden in Irak verstoren.Het zal interreligieuze vooroordelen en haat kweken”.

Slechts twee dagen nadat de staat Israël werd uitgeroepen, verklaarde een New York Times krantenkop op 16 mei 1948: “De Joden zijn in alle islamitische landen in groot gevaar. Negen honderdduizend Joden moeten in Afrika en Azië de woede van hun vijanden onder ogen zien”. Een artikel, geschreven door Mallory Browne, deed verslag van een reeks discriminerende maatregelen van de Arabische Liga tegen de Joodse inwoners van de lidstaten van de Arabische Liga (op dat moment waren dat: Egypte, Irak, Jordanië, Libanon, Saoedi-Arabië, Syrië en Jemen).

Het artikel maakte melding van een “Tekst van een wet die door het Politiek Comité van de Arabische Liga was opgesteld en die bedoeld was om de juridische status van de Joodse inwoners van de landen van de Arabische Liga te regelen. Het bepaalt dat vanaf het moment van een nog nader te bepalen datum alle Joden, behalve burgers van niet-Arabische staten, zouden worden beschouwd als ‘leden van de Joodse minderheid in de staat Palestina’. Hun bankrekeningen zouden worden bevroren en worden gebruikt om het verzet tegen ‘zionistische ambities in Palestina’ te financieren. Joden van wie werd verondersteld dat zij actieve zionisten waren, zouden worden geïnterneerd en hun bezittingen zouden in beslag worden genomen”.

De tekst van het wetsontwerp *:

1. Ingaande (datum) zullen alle Joodse burgers van (naam van het land) worden beschouwd als leden van de joodse minderheid van Palestina en zij zullen zich moeten registreren bij de autoriteiten van de regio waarin zij wonen, onder vermelding van hun naam, het exacte aantal van de gezinsleden, hun adressen, de namen van hun banken en de bedragen van hun deposito’s bij de banken. Deze formaliteit moet binnen zeven dagen worden afgehandeld.

2. Ingaande (datum) zullen de bankrekeningen van de Joden worden bevroren. Deze middelen zullen in hun geheel of gedeeltelijk worden gebruikt om de verzetsbeweging tegen de zionistische ambities in Palestina te financieren.

3. Ingaande (datum) zullen alleen Joden die onderdaan zijn van buitenlandse mogendheden worden beschouwd als ‘neutraal’. Zij zullen worden gedwongen om ofwel zo snel mogelijk terug te keren naar hun land, of ze zullen worden beschouwd als Arabieren en verplicht worden om in actieve dienst te gaan bij het Arabische leger.

4. Joden die in actieve dienst zullen gaan bij de Arabische legers of zichzelf ter beschikking stellen van deze legers, zullen worden beschouwd als ‘Arabieren’.

5. Iedere Jood van wie de activiteiten onthullen dat hij een actieve zionist is, zal worden beschouwd als een politieke gevangene en zal worden geïnterneerd in plaatsen die speciaal daartoe zijn aangewezen door de politie of door de regering. Zijn financiële middelen zullen, in plaats van dat die worden bevroren, in beslag worden genomen.

6. Iedere Jood die kan aantonen dat zijn activiteiten antizionistisch zijn, is vrij om te doen wat hij wil, op voorwaarde dat hij verklaart dat hij bereid is om in de Arabische legers te dienen.

7. Het voorgaande (punt 6) betekent niet dat de Joden niet aan paragraaf 1 en 2 van deze wet zullen worden onderworpen.

* Bron: JJAC

Kort gezegd was het wetsontwerp een voorspelling van wat er zou gebeuren met bijna een miljoen Joden in de Arabische landen. Land na land nam die blauwdruk over, voor wetten die uiteindelijk in deze landen zouden worden uitgevaardigd tegen Joden, voor de acties die de Joodse gemeenschappen in Arabische landen verwoestten; en voor de gedwongen exodus die daarop zou volgen.

Op 19 januari 1948 stuurde het World Jewish Congress een memorandum dat als bijlage diende voor het wetsontwerp van de Arabische Liga aan de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties om er tegen te protesteren en om de anti-joodse onrust die het in de Arabische wereld had teweeg gebracht. Helaas, het lot van deze notitie rustte in de handen van de voorzitter van de Raad, Dr. Charles H. Malik, de vertegenwoordiger van Libanon bij de Verenigde Naties, die door de Arabische staten was aangewezen als hun vertegenwoordiger van de Raad. Libanon was één van de grondvesters van de Arabische Liga, een van de staten die had beraadslaagd over het antisemitische wetsontwerp. De heer Malik gebruikte een procedurele manoeuvre om ervoor te zorgen dat er niets werd gedaan in antwoord op het memorandum van het World Jewish Congress.

Jaren later, in 1984, daagde de Israëlische columnist Dr. Guy Bechorer, terwijl hij in de tuin van zijn huis zat met andere journalisten die gespecialiseerd waren in Arabische zaken, Charles Malik uit. Waarom had hij niets gedaan om antizionistische, ja zelfs antisemitische plannen te blokkeren?

“Libanon had geen andere keuze dan de Arabische lijn te volgen”, antwoordde Malik. Als christen moest hij zijn trouw bewijzen aan de Arabische/Palestijnse zaak en was hij zelfs verplicht om meer anti-Israël dan de moslims te zijn.

Het is schokkend dat 856.000 Joden door wetten in Neurenberg-stijl uit hun huizen werden verdreven, slechts drie jaar nadat de verschrikkingen van de nazi-Holocaust van zes miljoen Europese Joden aan het licht waren gekomen. Het Nazisme had een grote achterban in de Arabische wereld en beïnvloedde reactionaire bewegingen zoals de Moslimbroederschap, die opgericht was in 1928. Arabische collaborateurs met de nazi’s, zoals de grootmoefti van Jeruzalem, werden in 1945 nooit berecht voor oorlogsmisdaden. In plaats daarvan is het antisemitisme in de Arabische landen, veelvuldig gebruik makend van nazi-stijlfiguren en uiterlijke vormen, gestegen tot duizelingwekkende hoogten.

De geesten van de door de Nazi’s geïnspireerde genocide en etnische zuivering zijn nog steeds onder ons. De slachtoffers zijn nog steeds dezelfde slachtoffers: de Joden en hun staat, afvallige moslims, Koerden, niet-islamitische minderheden. We kunnen een begin maken met het uitbannen van deze geesten door te leren van fouten uit het verleden – te beginnen op 30 november.

door Lyn Julius

jewishrefugees1Verdrijving in 1948/1949 van de oorspronkelijke Joodse bevolking uit Judea & Samaria, nadat de Arabische legers Oost-Jeruzalem en de Westbank veroverden en Jordanië de historisch Joodse gebieden zal bezetten en in 1950 annexeren. Pas nà het einde van de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 zullen de Joden druppelsgewijze terugkeren naar hun heimat. Parallel aan die etnische zuivering zullen tussen 1948 en begin jaren 1970 nog eens ca. 750.000 Joden, die in de Arabische landen geboren en getogen waren, hun gehele hebben en houden moeten achterlaten en, op de vlucht voor vervolging, gedwongen emigreren naar het buitenland waarvan ruim tweederden hun heil zullen zoeken en vinden in de Joodse Staat Israël.


In een vertaling uit het Engels door Wachteres & Henk V. voor E.J. Bron blog als “De geesten van etnische zuivering achtervolgen ons nog steeds” [lezen]

Joodse familie in het diepste geheim uit Syrië naar Israël gesmokkeld

Members of the Free Syrian Army take cover inside a damaged Synagogue in the Bab al-Nasr neighborhood of AleppoRebellen van het Vrije Syrische Leger houden zich schuil in de reeds zwaar beschadigde synagoge in de wijk Bab al-Nasr van Aleppo, 28 juni 2013 (foto: Reuters/Hamid Khatib)

Een Joods gezin uit Syrië werd enkele maanden geleden met de steun van een netwerk van Israëlische ondernemers in het geheim naar Israël gesmokkeld en is in de Joodse staat een nieuw leven begonnen, berichtte aldus de Israëlische Legerradio op maandag. De familie, een van de weinige resterende Joodse families in Syrië, zou in Israël zijn aangekomen met zogoed als “niets,’ volgens een zakenman uit Netanya die hen hielp te emigreren.

“In de eerste fase, zijn de moeder en dochter aangekomen, waarna dan de hele familie kwam,” vertelde de zakenman, enkel geïdentificeerd als David, vertelde het station. De familie arriveerde zonder bezittingen, dus hebben “we gedoneerd om hen te helpen met alles wat zij nodig hebben… we hebben ons best gedaan om hen te helpen in hun acclimatisatie aan Israël,” voegde David eraan toe.

De zakenman maakt deel uit van een netwerk van Israëliërs van Syrische afkomst die de familie heeft bijgestaan in hun vlucht. Parlementslid Yisrael Hason van de partij Kadima, die in Damascus werd geboren en naar Israël kwam toen hij zeven jaar oud was, maakt deel uit van die groep. Parlementslid Shaul Mofaz eveneens van Kadima, die in Iran werd geboren, was op zondag gastheer voor de Syrische familie in zijn soeka naar aanleiding van het Joodse Loofhuttenfeest.

Joden in Syrië
De Joodse Gemeenschap in Syrië is een van de oudste in de Diaspora en de Joden woonden er ooit en in hoofdzaak in en om de Syrische grootsteden Aleppo en Damascus. Na de eerste Wereldoorlog emigreerden de Joden van deze oude gemeenschap massaal naar de Verenigde Staten, naar het land van Israël en naar Latijns-Amerikaanse landen in het bijzonder Mexico en Argentinië.

In 1947 woonden er nog ca. 15.000 Joden in Syrië. Echter nadat de Verenigde Naties op 29 november 1947 het Verdeelplan voor Palestina goedkeurde dat voorzag in een tweestatenoplossing, een Joodse naast een Arabische, werd dit prompt verworpen door de Arabieren.

Zij verzetten zich van bij het begin tegen het bestaan van een Joodse staat in het Midden-Oosten en openden prompt een aanvalsoorlog die pas in april 1949 eindigde in een voorlopig staakt-het-vuren. Onmiddellijk nadat de VN instemde met de tweestatenoplossing braken er achtereenvolgens progroms uit in Damascus en Aleppo.

Syria-synagogue-300x218Synagoge van Aleppo door de Arabieren verwoest tijdens de pogrom van december 1947

In het bijzonder de pogrom in Aleppo van december 1947 liet de gemeenschap totaal ontredderd achter: 75 Joden werden vermoord, honderden gewond en meer dan 200 Joodse woningen, winkels en synagogen werden vernield.

Met als resultaat dat duizenden Syrische Joden illegaal immigreerden naar Palestina. ‘Illegaal’ omdat de Engelsen in de periode van de Britse bezetting (het Britse Mandaat voor Palestina) tijdens WOII en tot aan mei 1948 Joodse inwijking aan banden hadden gelegd.

Na de oprichting van Israël in 1948 verlieten de meesten van de resterende Joden Syrië, terwijl slechts een paar duizend achterbleven, van wie velen langzaam uit het land werden gesmokkeld. In 1959 woonden er nog ca. 2000 Joden in Syrië en in 2012 geen enkele meer in Aleppo.

Gevreesd wordt dat vandaag slechts een paar dozijn Joden meer over zijn in Syrië en dat veel van ‘s lands oude synagogen en Joodse eigendommen werden beschadigd in de burgeroorlog die meer dan 3 ½ jaren lelijk huishoudt in Syrië.

Abbas en de Syrische Palestijnen
Vergelijk de houding van Israël tegenover de Joden in de Diaspora maar eens met die van PA-president Mahmoud Abbas, die op 10 januari 2013 omtrent de Syrisch-Palestijnse vluchtelingen verklaarde “dat het beter is om in Syrië te sterven dan te verzaken aan hun recht op terugkeer”.

Eerder had Abbas aan Ban Ki-moon gezegd dat Israël hem had verteld “dat [Israël] akkoord ging met de terugkeer van die vluchtelingen naar Gaza en de West Bank, maar wel op één voorwaarde dat elke vluchteling een document zou ondertekenen waarin deze zich akkoord verklaart definitief af te zien van het recht op terugkeer [naar Israël.]” Volstrekte onzin dus, maar liegen zit Abbas blijkbaar in het bloed.

Tot op heden werden er in Syrië reeds 2.512 Palestijnen gedood. Waar blijft het internationaal protest? Waar zijn de noodkreten van de pro-Palestijnse actiegroepen gebleven? Wanneer varen de eerste westerse flotilla’s uit om hulpgoederen te leveren aan die Palestijnse vluchtelingen van Syrië? Of is het soms weer de schuld van Israël dat er geen Jood betrokken is in die Syrische miserie en dat het daarom geen hoofditem is geworden?

door Brabosh.com naar een artikel van Gavriel Fiske in The Times of Israel

met dank aan A.W. voor de hint

In Israël ’30 November’ voortaan nationale herdenkingsdag van Joden verdreven uit Arabische wereld

jewishrefugees1Verdrijving in 1948/1949 van de oorspronkelijke Joodse bevolking uit Judea & Samaria, nadat de Arabische legers Oost-Jeruzalem en de Westbank veroverden en Jordanië de historisch Joodse gebieden zal bezetten en in 1950 annexeren. Pas nà het einde van de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 zullen de Joden druppelsgewijze terugkeren naar hun heimat. Parallel aan die etnische zuivering zullen tussen 1948 en begin jaren 1970 nog eens ca. 750.000 Joden, die in de Arabische landen geboren en getogen waren, hun gehele hebben en houden moeten achterlaten en, op de vlucht voor vervolging, gedwongen emigreren naar het buitenland waarvan ruim tweederden hun heil zullen zoeken en vinden in de Joodse Staat Israël.

Op 17 februari 1948 besloot de Arabische Liga om ca 900.000 Joden uit hun landen te verdrijven.

Shimon OhayonOm dat historisch feit te herdenken, diende het Israëlische parlementslid Shimon Ohayon (Likoed/Beiteinu) op 14 juli 2013 een wetsvoorstel in om voortaan de datum van 17 februari uit te kiezen als dag van nationale herdenking van het Arabische plan om de Joden uit hun geboortelanden in de Arabische wereld te verdrijven, evenals uit Turkije, Iran en uit de hoofdstad Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever.

Echter, op maandag 5 februari 2014 stelde de Knesset voor om die dag van herdenking te plaatsen op 30 november.

The Jerusalem Post bericht heden dat op maandagavond 23 juni dit voorstel met algemeenheid van 27 stemmen werd aangenomen en dat aldus besloten werd om voortaan 30 November (8ste van Kislev, 5775, volgens de Joodse kalender) in te stellen als de officiële herdenkingsdag in Israël van de Joodse Nakba uit de Arabische landen.

“Vandaag hebben we eindelijk een historische onrechtvaardigheid hersteld en hebben wij de kwestie van de Joden die werden verdreven of uitgezet uit de Arabische wereld in de vorige eeuw op de nationale en internationale agenda geplaatst,” zei het parlementslid Shimon Ohayon.

“In Israël werd de geschiedenis van de Joden die oorspronkelijk zijn gekomen uit het Midden-Oosten of Noord-Afrika, en die zowat de helft van de Israëlische bevoking uitmaken, veel te lang genegeerd,” voegde hij eraan toe.

forgottenMet deze nieuwe wet zullen de kinderen van Israël op school voortaan onderwezen worden omtrent de geschiedenis van de Joden in de Arabische wereld en Iran, “die daar reeds lang waren neergestreken vóóraleer zij werden veroverd door de Islam en bezet door de Arabieren,” merkte Ohayon op.

“Dit maakt een vitaal onderdeel uit van onze strijd tegen diegenen die binnenlads en buitenlands onze aanwezigheid hier [in het gebied] willen delegitimiseren en beweren dat we vreemden zijn en op de een of andere wijze niet thuishoren in dit gebied,”legde Ohayon uit.

“Eindelijk zullen onze verhalen en onze geschiedenis worden gehoord. Maar al te weinig mensen weten in Israël iets omtrent deze kwestie, wat in feite een nationale schande is, en nog veel minder mensen over de hele wereld zijn zich ervan bewust dat de Joden etnische gezuiverd werden uit wat tegenwoordig de Arabische wereld wordt genoemd, [Joden] die daar reeds woonden, zelfs nog voor de Arabieren arriveerden,” zei Ohayon.

En hij besloot met: “Ik hoop dat met de terugkeer van deze kwestie op de nationale agenda, dat er eventueel herstelvergoedingen volgen voor de honderdduizenden Joden en hun afstammelingen die werden verdreven uit hun huizen en gemeenschappen.”

ethnisch-zuiveren“Wij herinneren aan de etnische zuivering van de Joden uit de Arabische landen”

door Brabosh.com

Canada erkent de Joodse vluchtelingen die uit de Arabische landen werden verdreven

ethnisch-zuiveren“Wij herinneren de etnische zuivering van de Joden uit de Arabische landen”

De Canadese regering heeft afgelopen maandag officieel de joodse vluchtelingen uit Arabische landen erkend. Tegelijkertijd benadrukte het kabinet dat dit de situatie van de Palestijnse vluchtelingen niet zou afzwakken.

In november had de commissie voor buitenlandse aangelegenheden en internationale ontwikkelingen een rapport van 17 pagina´s over de situatie van joodse vluchtelingen aan het parlement voorgelegd. Volgens dit rapport leefden er voor de oprichting van de staat Israël meer dan 850.000 Joden in Arabische landen en in Iran. In het jaar 1968 leefden er nog maar 76.000 en in 2012 waren het in totaal nog 4.315.

De Joden werden tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 en bij onlusten of oorlogen in de jaren daarna uit deze landen verdreven of moesten vluchten, staat er in het rapport volgens het Canadese “Centrum voor Israël en joodse aangelegenheden” (CIJA). Er zouden ongeveer 650.000 Joden naar Israël zijn geïmmigreerd. De rest zou toevlucht hebben gevonden in andere landen, o.a. in Canada.

Lees verder