Steun groeit voor rechten van Joden die repressie in Arabische landen ontvluchtten

operation-ali-baba-iraqi-airlift2Operatie Ali Baba (ook gekend als Operatie Ezra & Nehemia) was een luchtbrug voor meer dan 120.000 Joden van Irak naar Israël (1951 tot 1952). Hier komt een vlucht van El Al met een groep Iraakse Joden toe op de luchthaven van Lod nabij Tel Aviv, luchthaven die in 1973 hernoemd werd naar [David] Ben-Goerion, Israël’s allereerste premier.

“Joden afkomstig uit Arabische landen lijden – hun verhaal zou moeten verteld worden. Zij werden niet enkel weggerukt uit hun leefomgeving, hun hele geschiedenis werd hen afgenomen.” Dat zegt Florette Hyman, die als Florette Menir geboren werd in Caïro en die in 1957 naar het Verenigd Koninkrijk emigreerde nadat ze gedwongen werd om uit Egypte weg te vluchten. “Iedereen praat over de Palestijnse vluchtelingen. Ik heb het gevoel dat niemand de vraag stelt: Wat omtrent de Joden uit de Arabische landen?” zegt ze.

Tot op vandaag bestond er geen officiële datum om de massale exodus te herdenken van de Joden die hun huizen en hadelszaken moesten achterlaten in het zicht van de toenemende vervolging in de Arabische landen nadat de staat Israël in 1948 werd gesticht. Meer dan 870.000 Joodse vluchtelingen werd uit de Arabische landen verdreven en hun heil zochten over de hele wereld met inbegrip van het Verenigd Koninkrijk waar zij tegenwoordig minder dan 5 procent van de Britse Joden uitmaken.

Dit jaar heeft de Knesset in Israël een wet aangenomen waarin de dag van 30 November voortaan wordt aangemerkt als de officiële dag ter herdenking van de verhalen van Joden die Arabische landen ontvluchtten zoals Irak, Egypte, Syrië evenals Iran. Sommige van de vluchtelingen hebben gestreden voor herstelbetaling, in de hoop om hun eigendommen te herwinnen of om compensatie te verkrijgen voor het verloren kapitaal op het moment van hun gedwongen verhuizing. Anderen willen gewoon gehoord worden.

Mevrouw Hyman, thans 64 jaar, was amper acht jaar oud toen ze Egypte verliet voor Groot-Brittannië. Samen met haar ouders, broers en vijf zussen woonde ze in een éénkamer-ruimte in een vluchtelingenkamp in de buurt van Leeds. Haar vader Abraham, dankbaar voor de veilige ‘haven’, schreef een brief van dank aan de koningin en noemde zijn jongste dochter naar haar, Elizabeth.

“Ik wordt erg emotioneel als ik er nu weer over praat,” zei mevrouw Hyman. “Toen Israël werd opgericht was het voor Joodse mensen erg gevaarlijk om ‘s nachts in Egypte buiten te komen, ze zouden kunnen verdwijnen. Ik herinner me een politieagent die op een vrijdagavond met papieren in ons huis kwam om ons te zeggen dat we moesten vertrekken. Mijn vader ‘s familie leefde in Egypte sinds de 12de eeuw.”

“Alles wat we hadden werd ons ontnomen – mijn vaders verpakkingsbedrijf werd afgenomen. Ze maakten wegen van de grafstenen van Joodse begraafplaatsen. Ik kan zelfs niet teruggaan om het graf van mijn grootvader te bezoeken.” In 1948 woonden meer dan 80.000 Joden in Egypte, tegenwoordig zijn het er minder dan 15.

Roger Bilboul volgde les aan het Joodse Lycée de l’Union Juive in Alexandrië vóór hij het land in 1959 op 18-jarige leeftijd moest verlaten. Hij heeft een internationale campagne gesteund om weer toegang te krijgen tot de Joodse archieven die zijn achtergebleven in Egypte. “Ik verliet het land vanwege de situatie, het was niet goed voor Joden,” herinnerde Bilboul zich die thans in Londen woont.

“Mensen werden de hele tijd in de gevangenis gegooid zonder excuus. Er was de nationalisering van Joodse ondernemingen, een heleboel dingen waren in beslag genomen en achtergelaten. Sommige mensen procederen nog steeds voor rechtbanken om te trachten hun eigendommen weer terug te krijgen. De bijdrage die de Joden aan het land leverden is grotendeels vergeten; maar het is iets wat de Egyptenaren tegenwoordig zelf zo eerlijk zijn om te erkennen.”

Moshe Kahtan, wiens vader Saleh een juridisch adviseur was aan het Iraakse ministerie van Financiën, betreurt het eveneens dat de bijdrage die door de Joden werd geleverd is vergeten. Hij verwerpt het vooruitzicht van teruggave als ‘wishful thinking‘. “Vrijheid,” zei hij. ‘”U mag dit woord op die plaats beter vergeten – het bestond niet voor Joden.”

iraaks-paspoort2Paspoorten werd afgenomen van de Iraakse Joden en in ruil kregen zij gele persoonsbewijzen, een variant op de beruchte geel gekleurde Jodenster (Davidster) tijdens de duistere nazi-periode [1933-1945]

“Op het hoogtepunt was de helft van de bevolking in Bagdad Joods. In de jaren 1930 begonnen ze met het wegjagen van de Joden uit hun posities… zij immiteerden wat er destijds gebeurde in nazi-Duitsland. Banen werden overgenomen door moslims. Joden had een gele identiteitskaart – zij hadden mijn paspoort in beslag genomen” (plaatje hierboven).

De vader-van-drie kreeg toevlucht in het Verenigd Koninkrijk, na een dramatische vlucht uit Bagdad en het verlaten van het land in een boot van smokkelaars in 1967. Kahtan, die ontsnapte vooraleer de Iraakse geheime politie hem kon opzoeken, herinnerde zich: “Op een dag dacht ik ”Ik moet hier weg’. Ik stapte in de boot met vrouw en kinderen. De smokkelaars waren Arabieren; ze smokkelden alcohol, sigaretten – niet alleen Joden. Het zou een 15-minuten durende reis worden vanuit Irak naar Iran, maar het duurde uren omdat de marine grenspolitie op ons was beginnen schieten. Nadat we ontsnapten hebben ze de grens gesloten.”

Kahtan had betaald voor zijn overtocht met de boot maar zag dat er gouden munten werden gebruikt voor het omkopen van bewakers op Iraanse controleposten – geld waarvan hij later vernam dat het door Israël was geleverd. Kahtan, een bankier die in de Raad van Bestuur zetelde in de jaren 1990, maakte aliyah in 2008 en leeft tegenwoordig in Herzliya. “Sinds 1948 is het enige waarover we horen steeds maar over de rechten van de Palestijnse vluchtelingen,” zei hij. “Het is erg belangrijk dat de verhalen van Joden uit Arabische landen worden verteld, zodat de mensen weten wat er is gebeurd en niet luisteren naar onwaarheden.”

Nadia Nathan, die lerares was op de Joodse Frank Iny School in Bagdad, verliet de hoofdstad van het land in 1969 na de openbare opknoping van negen Joden. “Dingen werd zeer gevaarlijk voor ons,” zei ze. “Joodse studenten werden geslagen; we werden overal achtervolgd; mijn broer werd in de gevangenis gezet samen met andere Joden, maar we kregen hem er weer uit met geld. Ik had een moslimvriend die tegen mijn christen vriend zei: ‘Als ik je weer zie praten met Nadia, zal ik je doden.'”

“Op een dag kwamen Koerden in de school en ze zeiden ‘we kunnen zes mensen wegsmokkelen.” En dus trokken we hoog over de bergen heen naar Iran. De smokkelaars namen ons alles af, zelfs onze dekens, maar ze lieten ons één gekookte kip houden om op te eten. Ze wisten niet dat we daarin al ons geld hadden verstopt.” Mevrouw Nathan vestigde zich in Israël vooraleer ze haar man huwde in 1972 in Londen, waar ze tegenwoordig woont.

door Sandy Rashty [bron]


in een vertaling van Brabosh.com

met dank aan Tiki S. voor de hint.

Het miserabele leven van de Joden onder de Islam in Marokko anno 1805

Moroccan-Jewish-Life2Joodse familie in Gourrama, ca. 300 km. ten zuiden van Fez in Marokko. Foto dateert uit de 2de helft van de 19de eeuw

Moslims pretenderen graag dat zij de Joden in hun eigen landen doorheen de geschiedenis altijd goed behandeld hebben. In feite – klinkt nogal schamper het dagelijkse narratief in de moslimlanden – had Israël nooit opgericht moeten worden want het was toch allemaal zoveel beter leven onder het regime van de Islam in hun respectievelijke landen.

Zoals we (EoZ) reeds een heel aantal keren herhaald hebben is dat niet helemaal waar. In sommige gevallen werd ze redelijk behandeld in andere gevallen werden ze afschuwelijk slecht behandeld. Dat was ook het geval voor Marokko alwaar vóór 1948 er ca. 350.000 Joden leefden.

Echter vanaf de 19de eeuw kregen de Joden het zwaar te verduren in Marokko. Sinds de Tweede Wereldoorlog en aansluitend de stichting van de Joodse staat Israël op 14 mei 1948, is hun aantal tegenwoordig geslonken naar minder dan 7.000 waarvan er ca. 3.000 in Casablanca wonen.

Vóór de stichting van Israël in 1948 kende Marokko een zeer oude Joodse gemeenschap die teruggaat tot de Romeinse Tijd toen in 70 na Christus de Tweede Tempel werd verwoest en de Joden werden uitgedreven. Zij vluchtten alle kanten en landen uit waarvan velen naar Marokko trokken. Daar kwamen eind 15de eeuw ook nog eens de Joden bij die uit Spanje werden verdreven.

ali-bey2Ali Bey al Abbasi, het pseudoniem van Domènech Badia i Leblich, een reiziger en avonturier afkomstig uit het Spaanse Barcelona die vloeiend Arabisch sprak, ondernam tussen 1803 en 1807 een lange reis doorheen de moslimwereld van in Marokko tot in Mekka. Om ongestoord te kunnen reizen verkleedde hij zich als moslim en gaf zich uit als een West-Abbasidische prins.

Hieronder volgt een kort uittreksel van zijn reizen, meer bepaald over het wel en wee van de Joden in Marokko waar hij meer dan twee jaar verbleef (1803-1805) onder de hoge bescherming van Suleiman, de Sultan van Marokko (1766-1822).

Later bundelde hij zijn reisverhalen in het boek “Travels of Ali Bey: In Morocco, Tripoli, Cyprus, Egypt, Arabia, Syria and Turkey – Between the Years 1803 and 1807″ (boekomslag rechts).

Ali Bey over de Joden in Marokko ruim 200 jaar geleden:

De Joden in Marokko verkeren in de meest erbarmelijke staat van slavernij; maar in Tanger is het opmerkelijk dat ze vermengd samenleven met de Moren, zonder dat ze een afzonderlijk kwartier hebben, wat wel het geval is in alle andere plaatsen waar de islamitische religie overheerst.

Dit onderscheid ligt aan de basis van eeuwigdurende meningsverschillen; het wekt geschillen op waarin voor het geval dat indien de Jood verkeerd is, de Moor altijd zijn deel krijgt; en als de Jood gelijk heeft, dan dient hij [de Moor] een klacht in bij de rechter, die altijd beslist in het voordeel van de Muzelman.

Deze schokkende partijdigheid in de toepassing van het Recht tussen individuen van verschillende sekten begint vanaf de wieg; zodat een kind van een moslim een Jood altijd mag beledigen en slaan, ongeacht zijn leeftijd en zwakheden, zonder dat hem wordt toegestaan om te klagen of zelfs om zichzelf te verdedigen.

Deze ongelijkheid heerst zelfs onder de kinderen van deze verschillende godsdiensten; zo heb ik kunnen vaststellen dat moslimkinderen zich vermaakten door het afranselen van kleine Joden, zonder dat de laatsten zich durfden te verdedigen.

De Joden zijn verplicht, in opdracht van de regering, om een bepaalde kledij te dragen die bestaat uit grote onderbroeken, een tuniek die tot aan hun knieën reikt en een soort boernoe of mantel die naar één kant wordt gegooid, slippers en een zeer klein hoofddeksel; elk deel van hun kleding is zwart met uitzondering van het shirt, waarvan de zeer brede en open mouwen erg laag naar beneden hangen.

Wanneer een Jood voorbij een moskee passeert, is hij verplicht om zijn slippers zijn of sandalen uit te doen; Hij moet hetzelfde doen wanneer hij voorbij het huis gaat van de Kaid, de Kadi, of van om het even welke moslim van aanzien. In Fez en in sommige andere steden zijn ze verplicht om blootsvoets te lopen.

Wanneer zij een moslim met een hoge rang tegenkomen zijn zij verplicht zich haastig af te wenden en op een bepaalde afstand aan de linkerkant van de weg te lopen, hun sandalen enkele passen verder op de grond te laten en zich in de meest nederige houding op te stellen, hun hele lichaam licht voorover gebogen, tot de moslim zich op een grote afstand van hem heeft verwijderd; als ze aarzelen om dit te doen, of ze ontkoppelen hun rijdier wanneer zij een moslim ontmoeten, worden ze streng gestraft.

Ik was vaak verplicht om mijn soldaten of personeelsleden te weerhouden om deze arme stakkers te slaan, toen ze zich niet actief genoeg in een bescheiden houding plaatsten op de wijze die hen door mohammedaanse tirannie werd voorgeschreven.

In afwijking van al deze ongemakken, dragen de Joden op aanzienlijke wijze bij tot de handelsactviteiten in Marokko, en hebben zelfs meerdere malen het douanekantoor bemeesterd; maar het gebeurt bijna altijd dat zij uiteindelijk altijd geplunderd worden door de Moren en of door de overheid.

Tijdens mijn aankomst, had ik twee Joden onder mijn dienstknechten: toen ik zag dat zij zo slecht behandeld waren en op verschillende manieren werden gekweld, vroeg ik hen waarom ze niet naar een ander land gaan; zij antwoordden mij dat zij dat niet konden doen omdat ze slaven waren van de sultan.

Jews_in_Jerusalem_1890sIngekleurde foto uit ca. 1890 van oude Joodse mannen in Jeruzalem dat toen bezet werd door de Ottomanen/Turken

door Brabosh.com

naar een hint van EoZ

Eerste nationale herdenkingsdag voor Joden die verdreven werden uit Arabische wereld

ezra6The New Tork Times bloklettert op haar voorpagina op 16 mei 1948:
“Joden in groot gevaar in alle moslimlanden.”

Op 30 november 2014 werd voor het eerst de nationale herdenkingsdag gevierd voor Joden, die tientallen jaren geleden uit hun Arabische thuislanden werden verdreven.

Voor de Knesset-afgevaardigde van Likoed, Shimon Ohayon, was de beslissing van het Israëlische parlement in juli van dit jaar een genoegdoening. “Met het besluit om een ´Nationale herdenkingsdag voor joodse vluchtelingen uit de Arabische landen en Iran´ in te voeren, gaat een historische onrechtvaardigheid ten einde”, zei de uit Marokko afkomstige professor van de Bar-Ilan-universiteit in Tel Aviv destijds. De 69-jarige was een van de initiatiefnemers voor de herdenkingsdag, die vandaag, 30 november 2014, voor het eerst landelijk werd gehouden.

persecution1948Achtergrond is het lot van bijna een miljoen Joden uit Arabische landen in de jaren na de oprichting van de staat in het jaar 1948, die vluchtelingen werden. De oorzaak was de beslissing van de VN op 29 november 1947 om Palestina op te delen en aldus de stichting van de staat Israël mogelijk te maken. Daarna, aldus een persmededeling van de regering betreffende de herdenkingsdag, zouden de Arabische landen ermee begonnen zijn de joodse gemeenschappen daar aan te vallen met het doel een joodse staat te verhinderen.

In de eerste beide decennia na de oprichting van de staat Israël verdwenen bijvoorbeeld in Marokko en Italië bijna alle joodse gemeenschappen, zodat er van de meer dan 850.000 Joden, die er in alle Arabische landen voor 1948 leefden, in het jaar 2001 maar nauwelijks 7.800 waren overgebleven. Enkele van deze gemeenschappen keken terug op een meer dan 2.600 jaar durende geschiedenis.

Gerechtigheid
Tot nu toe werden in Israël uitsluitend de slachtoffers van de Holocaust in de vorm van een nationale herdenkingsdag, Jom Hasjoa, herdacht. Het hele land staat minutenlang stil wanneer de sirenes loeien.

Een herdenkingsdag, die herinnert aan het leed, de vervolging en verdrijving van de Joden uit hun Arabische thuislanden, was decennia lang geen onderwerp van gesprek. Enerzijds, zo schrijft de journalist Ben cohen, omdat de verschrikkingen van de Holocaust hun gelijke niet kennen. Anderzijds, omdat veel politici de verdrijving van de Mizrachim, zoals Joden uit Azië en het Nabije Oosten genoemd worden, niet als zodanig erkenden.

“Bovendien, hoe vaak per jaar moet een land stilstaan en treuren?”, vraagt Cohen, die zelf een Mizrachi is. Desondanks zou het lot van dit deel van de Israëlische bevolking in de loop der tijd steeds meer mensen hebben bezig gehouden. “En hoe meer tijd er is vergaan, des te bewuster werden de mensen in Israël zich van het feit dat niet alleen de Joden uit Europa geleden hebben, maar ook die uit de Arabische landen.” Daarom zou een nationale herdenkingsdag een juiste beslissing zijn.

Discriminatie
Ook Shimon Ohayon gaat het er bij de herdenkingsdag niet om met de Holocaust te concurreren. Maar men zou moeten erkennen dat de geschiedenis van de Joden, die oorspronkelijk uit Noord-Afrika en het Nabije Oosten afkomstig zijn en ongeveer de helft van de huidige bevolking in Israël uitmaken, “te lang genegeerd werd.” Het zou bovendien een belangrijkste stap in de strijd tegen diegenen zijn die de aanwezigheid van Joden in het algemeen zouden betwijfelen en zouden beweren dat ze hier niet thuis zouden horen, vulde de politicus van Likoed aan en verwees daarbij naar de Palestijnen, die Israël als koloniale binnendringer in een islamitisch-Arabische regio beschouwen. “Joden hebben duizenden jaren lang in islamitische landen gewoond.”

Hoe lovenswaardig de aanzet ook is – de herdenkingsdag krijgt tot nu toe maar weinig aandacht in Israël. Veel mensen weten überhaupt niet dat hij bestaat en dat hij vandaag plaatsvindt. Dat past bij het beeld dat de Mizrachim nog steeds van zichzelf hebben en hoe ze vaak worden gezien door de Asjkenazim: als tweederangs Israëli´s. In een bericht op de Israëlische televisie op Kanaal 8 bijvoorbeeld kwamen onlangs tientallen Arabische Joden aan het woord: van professor tot homoseksuele kapper. Ze zeiden allemaal dat ze zich gediscrimineerd voelden. Dat dit niet alleen maar een gevoel is, maar dat er nog steeds grote culturele verschillen bestaan, bewijzen bovendien statistieken en studies.

Tegenstellingen
Sociologen hebben talrijke factoren bepaald die de integratie van de Mizrachim vanaf het begin beïnvloeden, bijvoorbeeld de opleidingsgraad voor de aankomst in het land, maar ook de afwijzing door het Asjkenazische establishment. Over het algemeen echter zijn de tegenstellingen niet meer zo groot als vroeger.

De herdenkingsdag wordt met verschillende ceremonies gehouden, waaronder ook eentje in de Knesset. Op scholen wordt het thema in de lessen opgepakt en Israëlische diplomaten dienen het ook tot onderwerp van gesprek te maken.

door Ulrike Schleicher

displacement3


in een vertaling uit het Duits door E.J. Bron als “Erkenning: De andere vluchtelingen” [lezen]