Categorie archief: Holocaust / Shoah

Holocaust 67 jaar overleven als wrakken in psychiatrische klinieken…[in beeld]

Holocaust overlevende Yulia Wodna, 80 jaar, zit in een rolstoel in het Shaar Menashe Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg voor Holocaust overlevenden in Pardes Hanna, Israël op 19 augustus 2010. De in Joegoslavië geboren Wodna bracht lange dagen door in de bossen met haar ouders die partizanen waren. Als jong meisje was ze getuige van massamoorden op Joodse mensen, waaronder sommige van haar familieleden. [foto: Gili Yaari - bron]

Living on the edge of Israeli society

Levend aan de rand van de Israëlische samenleving

door Gili Yaari [Ynet]

Fotojournalist Gili Yaari documenteert het leven in een centrum voor geestelijke gezondheidszorg voor Holocaust overlevenden

Het Shaar Menashe Mental Health Center, een psychiatrisch hospitaal voor overlevenden van de Holocaust in Pardes Hanna, Israël, is een tehuis voor ongeveer 70 Holocaust overlevenden. De meesten van hen, die nog kinderen waren tijdens de Holocaust, verloren velen of al hun familieleden.

Doorheen de jaren immigreerden zij naar Israël, trachtten te integreren in de Israëlische samenleving en een nieuw leven op te bouwen, maar werden langzaam krankzinnig door hun ervaringen als kind en, in plaats daarvan, eindigden zij psychiatrische klinieken.

De ene Holocaust overlevende duwt de andere doorheen de zalen van het Shaar Menashe Mental Health Center voor Holocaust overlevenden in Pardes Hanna, Israël, 19 augustus 2010. Levende getuigen van de verschrikkingen. [foto: Gili Yaari - bron]

De meeste patiënten in Shaar Menashe hebben nooit een gezin gesticht en doorheen de jaren gingen ze van de ene psychiatrische kliniek naar de andere. Decennialang leefden zij aan de rand van de Israëlische samenleving zonder ooit in staat te zijn geweest om een normaal leven te leiden.

Omwille van hun vergevorderde leeftijd hebben velen van hen verpleegzorg nodig. Vijfenzestig jaar later doorleven zij de verschrikkingen en het inferno alsof het gisteren gebeurde. Zij overleefden de oorlog, maar hebben zij werkelijk overleefd?

De in Hongarije geboren Holocaust overlevende Arieh Bleier in het Shaar Menashe Mental Health Center voor Holocaust overlevenden in Pardes Hanna, Israël op 20 oktober 2010. Bleier overleefde het concentratiekamp van Mauthausen in Oostenrijk. Zijn ouders en broer werden vermoord in Auschwitz. [foto: Gili Yaari - bron]

Zij horen voortdurend stemmen, lijden aan nachtmerries, verwarrende waanbeelden en realiteit, en brengen het grootste deel van de dag door starend in de verte terwijl ze om het uur aan een sigaret trekken. Het aantal overlevenden van de Holocaust in Shaar Menashe neemt elk jaar af. Elk van hen draagt zijn of haar levensverhaal met zich mee en is een levend getuigenis van de verschrikkingen die zij hebben meegemaakt.

De verschrikking elke dag opnieuw beleven alsof het gisteren was. Holocaust survivors zitten in een zaal van het Shaar Menashe Mental Health Center voor Holocaust overlevenden in Pardes Hanna, Israël op 5 juli 2010. [foto: Gili Yaari - bron]

Er leven vandaag naar schatting nog zo’n 200.000 overlevenden van de Holocaust in Israël. Geschat wordt dat ongeveer 10 procent van hen geestelijke gezondheidszorg behoeven. De meesten van hen krijgen die niet. Het verhaal van de Holocaust overlevenden in het psychiatrisch hospitaal Shaar Menashe is het verhaal van vele overlevenden van de Holocaust. Zelfs diegenen die er toch in slaagden om te integreren in de maatschappij, dragen diepe mentale littekens die nooit genezen kunnen worden.

Persoonlijke verklaring [van Gili Yaari]
Als een tweede generatie overlevende van de Holocaust, groeide ik op in waarvan ik denk dat het een “normaal” gezin was. Mijn ouders slaagden erin om een gezin te stichten, werkten voor hun inkomen en integreerden in de samenleving. Hun ouders verloren het grootste deel van hun familie in de Holocaust.

Net zoals vele Israëliërs, realiseerde ik me pas later toen ik ouder werd, dat ik was opgegroeid in een huis waar geen geluk was, waar het uiten van vreugde taboe was, waar de drijvende krachten angst en overleving waren.

Tijdens het werken aan dit project voelde ik telkens opnieuw dat ik in feite mijn eigen familie aan het documenteren was, in het besef dat het enige wat ligt tussen hen en deze plaats slechts een flinterdunne grens is tussen [geestelijke] gezondheid en krankzinnigheid…

Holocaust overlevende Efraim Kruzel zit in een rolstoel in het Shaar Menashe Mental Health Center voor Holocaust overlevenden in Pardes Hanna, Israël op 2 november 2010. [foto: Gili Yaari - bron]


Met dank aan Sophie Petiet voor de hint.

Eichmann was zeer tevreden over samenwerking met Nederland en de Jodentransporten


Over de jodentransporten, de NS en de Londense ballingenregering

door Gerard de Boer [bron: http://gerard45.bloggertje.nl]

Tussen 15 juli 1942 en 13 september 1944 (dus tot vlak vóór het begin van de spoorwegstaking) werden door de Nederlandse spoorwegen met 93 extra treinen meer dan 100.000 joden naar Westerbork vervoerd. Vanuit Westerbork zorgden de NS ook voor een stipte dienstregeling naar de vernietigingskampen in Auschwitz en Sobibor.

De transporten liepen zo gesmeerd dat Adolf Eichmann het een genot voor het oog noemde. Jaren later, tijdens zijn proces in Jeruzalem, herinnerde hij zich nog dat de Nederlandse treinen altijd stipt op tijd reden: “Het leverde het personeel immers extra boterhammen met worst op; extra uitkeringen en dergelijke.”

Zowel de directie als het personeel van de NS praktiseerden er dus niet over om te gaan staken. Dat deden ze pas op 17 september 1944. Vier dagen na het laatste transport met onder andere 77 ontdekte ondergedoken joodse kinderen. Toen pas was de klus geklaard.

Oud NS-directeur en verzetsman G.F.H. Gieberger, die via een illegale zender in contact stond met de ballingenregering in Londen, heeft in 1953 tegenover de Parlementaire Enquêtecommissie onder ede verklaard dat hij herhaaldelijk aan Londen heeft gevraagd wat er in verband met de deportaties van de joden gedaan moest worden: “Londen antwoordde: Niets! Doorgaan!” [Parlementaire Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945, G.F.H. Giesberger.]

Zijn verklaring stond pas in 1955 in de Nederlandse dagbladen, zonder dat dit tot veel ophef heeft geleid. In de geschiedenisboeken wordt het tot op de dag van vandaag nog steeds doodgezwegen.


Zo werd op 17 september 1945 het personeel van de Nederlandse Spoorwegen door de toenmalige KVP-minister van Verkeer, Van Schaik, in de Haagse Houtrusthallen toegesproken. Hij prees daarbij de spoormensen uitbundig omdat ze de eerste jaren de (doden)treinen hadden laten rijden. Dat was goed voor de Nederlandse economie geweest, zei hij.

Tien maanden eerder, op 28 november 1944, had koningin Wilhelmina de spoorwegmannen ook al bedankt voor hun ‘vaderlandschen plicht’, maar ze bedoelde hiermee waarschijnlijk niet de vele jodentransporten naar Westerbork, maar de spoorwegstaking van september 1944 tot mei 1945 dat geresulteerd heeft in een hongerwinter met duizenden doden.

Klik HIER voor de ware feiten over de spoorwegstaking en de hongerwinter 1944-1945.


Met dank aan Tiki S. voor de hint.

Ron Prosor: ‘Onze boodschap aan de wereld: Am Yisrael Chai!’

Een opmerkelijke en emotionele toespraak die u nog tegoed had, is deze van Dr. Ron Prosor, Israël’s ambassadeur in de Verenigde Naties. Prosor, een begaafd orator, sprak deze woorden uit in de Verenigde Naties naar aanleiding van de 67ste verjaardag van de bevrijding van KZ Auschwitz-Birkenau op 27 januari 1945 door het Rode Leger. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties besliste in 2005 [Resolutie A/RES/60/7] om 27 januari vanaf 2006 jaarlijks als International Holocaust Remembrance Day van de VN te gedenken. Eh, 2006? Tale quale (het is wat het is), beter laat dan nooit….

Our message to the world: Am Yisrael Chai!

“Onze plicht is klaar en duidelijk. Het is niet voldoende om goed te zijn. Wij moeten weten wat te doen wanneer wij tegenover het kwade staan.”

door Ron Prosor

vertaald door Brabosh

bron: The Jerusalem Post

Ik, Ron Prosor, sta hier vandaag voor u als het kind van Uri Prosor, die wegvluchtte uit Nazi-Duitsland toen een Joodse staat nog een droom was – en als de vader van Lior, Tomer en Oren Prosor, voor wie die droom een levende werkelijkheid is.

Ik zie hier vandaag velen van de generatie van mijn vader, van wie sommigen de doodskampen en doodsmarsen overleefden; die het ondenkbare hebben meegemaakt en die nog steeds de hoop koesterden op een rooskleuriger toekomst; die het onbeschrijfelijke verduurden en nog de moed hadden om voor anderen te spreken. Ik ben vereerd – oprecht vereerd – om in uw aanwezigheid te zijn.

Ik zie hier sommigen van de generatie van mijn kinderen. Vandaag gaat het over u. Het is aan u en aan uw kinderen, dat wij u deelachtig maken aan een heilige belofte tijdens deze week van herdenking in de Verenigde Naties.

Vandaag hoor ik de stem van een 12-jarig meisje, Donia Rosen genaamd, dat zich in de bossen van Polen had verborgen nadat de Nazi ‘s haar volledige familie hadden uitgemoord. Zij schreef in haar agenda op 23 juni 1943: “Ik vraag u om de doden niet te vergeten. Richt voor ons een gedenkteken op… een standbeeld, niét van marmer en niet van steen, maar van goede daden.”

De woorden van Donia weergalmen in deze zalen van de Verenigde Naties, die in de nasleep van de Holocaust werden gebouwd. Op deze dag van herdenking, zeg ik aan mijn collega’s in de V.N. en aan alle voorname mensen die hier vandaag zijn samengekomen: de belofte “Nooit meer opnieuw” moet universeel zijn. Die strekt zich uit over ieder van u. En dames en heren, wij hebben nog veel werk te doen.

In onze wereld vandaag, gedijt het door de staat-gesponsorde antisemitisme verder, de leerboeken van kinderen zijn vervuld met haat en de geestelijke en religieuze leiders roepen op tot geweld en racisme.

Wij leven in een wereld die de wreedheden van Auschwitz en Birkenau heeft gezien, andermaal getuige is van de killing fields van Cambodja, de volkerenmoord in Rwanda en de aan de gang zijnde slachtingen in Darfoer.

Iraans president Ahmadinejad, in de schaduw van zijn grote voorbeeld

In deze zaal van de Algemene Vergadering – op het feitelijke podium waar ik me vandaag bevind – staat Mahmoud Ahmadinejad van Iran elk jaar schaamteloos de Holocaust te ontkennen terwijl zijn regering dreigt om een andere uit te voeren.

Onze plicht is klaar en duidelijk. Het is niet voldoende om goed te zijn. Wij moeten weten wat te doen wanneer wij tegenover het kwade staan. Het is niet voldoende om te weten waar wij voor staan, wij moeten weten waar we tegen zijn. Het is niet genoeg om onze eigen kinderen op te voeden tolerant te zijn. Wij moeten de verlammende belasting met haat van alle kinderen in de wereld wegnemen.

De voorbije week hebben wij vele sterke verhalen gehoord van kinderen die leefden tijdens de Holocaust. Eén van die kinderen is Petr Ginz – een briljante schrijver en kunstenaar. Hij verlangde ernaar om het heelal te onderzoeken en zijn waarheden te ontdekken, een landschap tekenend van de maan lang vooraleer de mens zijn ogen erop had gelegd. Ik heb vandaag een exemplaar van de tekening bij mij die hij in Terezín maakte. Laat mij ze omhoog houden zodat ieder van u ze kan bekijken.

Vandaag vraag ik u om te denken aan alle kunstwerken die nooit werden gemaakt, alle ideeën die nooit bekend raakten en alle [heelkundige] behandelingen die nooit werden gevonden.

De schaal van vernietiging is onbegrijpelijk. Kijk naar één kind en vermenigvuldig dat met een miljoen en een half. Kijk naar een lid van uw eigen familie en vermenigvuldig dat met zes miljoen. Probeert u zich dat eens voor te stellen! Maar toch is er nog iets groters dan dat onverdraaglijke verlies: het besluit van het Joodse volk om te verdragen en te herbouwen.

Wij zijn een natie van overlevenden. De Staat Israël is het levende, ademende symbool van overleving.

En hoewel het leven van Petr abrupt eindigde in de gaskamers van Auschwitz, zijn zijn dromen nooit gestorven. Een exemplaar van zijn tekening reisde mee met de eerste Israëlische astronaut, kolonel Ilan Ramon, op zijn reis in de ruimte met de Colombia shuttle – een missie die in een tragedie eindigde.

Vanuit de diepten van Auschwitz tot aan de uiteinden van de ruimte, tot in deze zalen van de Verenigde Naties, belichaamt de getekende reis van Petr de veerkracht van ons volk. Het leeft verder.

En op deze dag van herdenking, als een vertegenwoordiger van de Joodse staat onder de naties van de wereld, ben ik zo trots om te zeggen: Am Yisrael Chai! Het volk van Israël zal verder leven.

Video trailer: The Last Flight of Petr Ginz


Met dank aan Tiki S. voor de hint.

Interview met 108-jarige pianiste Alice Herz Sommer die de Holocaust overleefde

“Zij rukten onze bezittingen, voedsel en kleding af maar muziek is het enige ding dat ze ons kon niet konden afpakken, muziek heeft het kwade niet kunnen vernietigen”.

In deze video interviewt Anthony Robbins een 108-jarige [!] vrouw en begaafde pianiste Alice Herz Sommer [°1903, Praag] die de nazi concentratiekampen overleefde. Alice, geboren in Praag (Tsjechië), die na de oorlog 37 jaar lang in Israël woonde maar na het huwelijk van haar zoon die in 1966 naar Londen trok, hem en zijn gezin in 1986 volgde, bespeelt nog alle dagen de Piano Grande. Op 104-jarige leeftijd publiceerde zij (met de hulp van de auteurs Melissa Muller en Reinhard Piechocki) het opmerkelijke boek “A Garden of Eden in Hell” over haar levensloop en in het bijzonder over hoe zij de kampen overleefde.

Een pakkend verhaal ook over hoe zij uit haar moederliefde voor haar zoon Raphaël de kracht puurde en aldus de gruwel van de nazi’s overwon.

A Garden of Eden in Hell

“Een Aards Paradijs in de Hel”

door Ralph Blumenau [bron: Amazon.com]

Muziek heeft Alice Sommer – levend in een autonome paradijselijke wereld – overal en altijd doorheen geloodst. Dit heeft haar geholpen om de werkelijke wereld, die door de Nazi’s in een hel was veranderd, te verdragen en te overleven en die jaren vormen dan ook het centrale gedeelte van het boek.

Zij werd in 1903 geboren in een geassimileerde Joodse en Duitstalige familie in Praag. Zij begon op zeer jonge leeftijd piano te spelen en op haar 21ste maakte zij haar debuut als soliste bij het Tsjechisch Filharmonisch Orkest. In 1931 huwde zij met Leopold Sommer en hun zoon Stephan (die later Raphaël werd genoemd) werd in 1937 geboren.

Na de bezetting door de Nazi’s van Tsjecho-Slowakije in 1939 veranderde hun leven vlug, met de vele vernederende beperkingen die de Joden dag na dag werden opgelegd. En toen begonnen de deportaties. In juli 1942 werd eerst haar 72-jaar oude moeder opgepakt uit het bejaardentehuis en naar Theresienstadt gedeporteerd (en van daar naar het vernietigingskamp van Treblinka). Vervolgens een jaar later, in juli 1943, was het de beurt aan Alice, Leopold en Stephan, toen nauwelijks zes jaar oud, om naar Theresienstadt te worden gedeporteerd.

De lichamelijke condities waren daar ontzettend beroerd, maar een paar maanden alvorens Alice Sommers aankwam, had de SS beslist het kamp om te toveren in een “showkamp” om de waarnemers van het Internationale Rode Kruis te misleiden, waardoor de gedeporteerden voorzien werden van muziekinstrumenten [die van Joden in beslag waren genomen] en mochten zij hierover tot eigen vermaak beschikken. Alice gaf vele voorstellingen en de beschrijvingen hiervan zijn zeer emotioneel. Stephan, die muzikaal meer dan vroegrijp was dan zijn moeder op die leeftijd was, werd snel binnengehaald om op te treden in Brundibár, de opera die in het kamp speciaal voor de kinderen was gecomponeerd.

Oorspronkelijke opstelling in 1943 van de befaamde kinderopera “Brundibár” in Theresienstadt (Terezin). De opera was zo’n succes dat de productie Brundibár werd gefilmd voor de Nazi propagandafilm “Der Führer schenkt den Juden eine Stadt” (De Führer schenkt de Joden een stad). In oktober 1944, meteen na afloop van de filmopnamen, werden al de deelnemers aan de opera opgeladen in veewagens en naar KZ Auschwitz-Birkenau [Auschwitz II] gedeporteerd. De meesten van hen werden onmiddellijk na aankomst vergast, met inbegrip van de kinderen, de componist Hans Krása, de directeur Kurt Gerron en de muzikanten.

Naarmate de nederlaag voor Duitsland in de herfst van 1944 dichterbij kwam, besliste de SS, wellicht uit schrik voor een opstand van de weinige gezonde mensen die nog in Theresienstadt restten, hen naar de uitroeiingskampen te deporteren. De echtgenoot van Alice was onder hen: zij zal hem nooit meer terugzien. Veel later vernam zij dat hij de Dodenmars van Auschwitz naar Dachau had overleefd en aldaar was overleden aan tyfus.

Maar Himmler wilde Theresienstadt nog steeds bewaren als een ‘modelkamp’ en het kamp tot zijn verdediging na de oorlog aanvoeren. Alice moest acht uur per dag in de barakken werken waar leien pannen werden vergruizeld om isolerend materiaal van te maken, werk dat bijzonder hard was voor haar gevoelige handen; maar ‘s avonds zal ze dikwijls optreden tijdens concerten die voortdurend werden opgevoerd. In mei 1945 werd Theresienstadt bevrijd en in het midden van juni konden Alice en Stephan naar Praag terugkeren en hun muzikale carrière daar voortzetten.

Cellist Raphaël Sommer 1937-2001

Echter, na de communistische overname van Tsjecho-Slowakije in 1948, werd het opnieuw gevaarlijk om vrijuit te spreken. In maart 1949 besliste Alice om met haar zoon naar Israël te trekken, waar zij voor de volgende 37 jaar zal leven. Daar liep haar muzikale carrière verder als uitvoerder en leraar, terwijl Raphaël te zijner tijd een cellist van wereldformaat werd. Na zijn huwelijk in 1966, ging hij met zijn vrouw in Londen wonen en in 1986 volgde zijn moeder Alice het gezin in Engeland.

Het boek eindigt met het ergste wat een liefhebbende moeder kan overkomen: in 2001 stierf Raphaël Sommer aan een hartaanval terwijl hij op concertreis was in Israël. Alice, toen 98 jaar oud, bood moedig het hoofd aan dit verdriet net zoals zij aan zoveel andere crisissen in haar leven het hoofd had geboden, zoekend naar troost in de muziek (zij speelt nog steeds elke dag 3 uren piano in haar huis in Hampstead).

Nooit gaf zij toe aan bitterheid; zij bleef altijd levenslustig; haar filosofie schuwt de haat, hetzij voor Duitsers of voor Arabieren. Ter gelegenheid van haar 100ste verjaardag werd zij door mensen uit vele landen gehuldigd. Dit ontroerende boek hoort daar bij.

Toespraak van Opperrabbijn Lord Sacks (G-B) op Holocaust Memorial Day [video]

Chief Rabbi Message for Holocaust Memorial Day 2012

Rabbijn Jonathan Lord Sacks, de Opperrabbijn van de Verenigde Hebreeuwse Congregaties van de Commonwealth [Verenigd Koninkrijk Groot-Brittannië], verspreidt via YouTube de volgende toespraak om de Holocaust Memorial Day van 27 januari 2012 te herdenken. Lord Sacks vertelt in het kort de voorafgaande gebeurtenissen van de Jodenvervolging aan de uiteindelijke vernietiging in de doodskampen. Opmerkelijke beelden begeleiden de aangrijpende tekst.


Met dank aan Daphne Hanson voor de hint.

Premier Benjamin Netanjahoe: ‘De wereld heeft geen lessen getrokken uit de Holocaust’

Jeruzalem, 24 januari 2012. Premier Benjamin Netanjahoe in de Knesset: “De wereld heeft geen lessen getrokken uit de Holocaust.”

PM: World has not internalized Holocaust lessons

bron: The Jerusalem Post

Israëlisch Premier Benjamin Netanjahoe zei dinsdag j.l. dat de wereld werkelijk niks geleerd heeft uit de Holocaust. “Vraag het aan de Cambodjanen, vraag het aan de Rwandezen, vraag het de Soedanezen,” zei hij, eraan toevoegend dat er een doorlopende slachting aan de gang is in Syrië door de regering van Assad tegen de protesteerders.

De premier, die de Knesset [Israëlisch parlement] toesprak enkele dagen vóór de Internationale Dag van de Herinnering van de Holocaust van 27 januari, redeneerde dat het Joodse volk zijn lot niet in de handen van de internationale gemeenschap mag leggen.

Netanjahoe stelde de retorische vraag: “Hoe reageert de wereld vandaag op de vele oproepen tot volkerenmoord tegen de Joden?”

“Zeventig jaar na Shoah, roept Iran op om ons van de kaart te vegen, roept Hezbollah om onze uitroeiing, zoals velen in Hamas… De Moefti van Jeruzalem [Sjeik Muhammad Hussein] heeft voorbije zondag uitgeroepen dat de Joden moeten vermoord worden waar ze zich maar bevinden… weergalmend zijn voorganger Haj Aamin Al Husseini die actief Hitler en Eichman hielp,” zei hij. “Ik hoor de internationale gemeenschap dit niet veroordelen. Ik hoor hen wel de bouw van woningen op de West Bank veroordelen. Maar ik hoor hen niet deze opruiing tot [Joden]haat veroordelen,” zei Netanjahoe.

Netanjahoe verklaarde dat één van de primaire rollen van de Verenigde Naties is om volkerenmoord te verhinderen en landen zoals China, India en Zuid-Korea moet weren als landen die weigeren om robuuste sancties tegen Teheran te steunen. “Het Iraanse regime roept op en ijvert voor het wegvegen van Israël van de kaart. Zijn proxies Hezbollah en Hamas hebben meer dan 12.000 raketten op ons afgevuurd. Zowel wij, alsmede de internationale gemeenschap, moeten ons de lessen van de Holocaust eigen maken en actief tegen deze bedreiging ageren.”

Oppositieleider Tzipi Livni (Kadima), die onmiddellijk nà Netanjahoe het woord voerde, zei dat Israël trots is op de overlevenden van de Holocaust. “Wij zijn een sterke natie,” zei ze. “De Jodenster die op de borst van de Joden tijdens de Holocaust werd gespeld, prijkt thans op de Israëlische F-16 straaljagers die over Auschwitz hebben gevlogen.”


Met dank aan Tiki S. voor de hint.

Edelstein in EU-parlement: Israël zal nooit een andere Holocaust toelaten [video]

Herdenking bevrijding van KZ-Auschwitz-Birkenau door het Rode Leger
27 januari 1945 – 2012

Israëlisch minister Edelstein op de Internationale Holocaust Herdenkings Ceremonie van de EU

door Elad Benari [bron: Arutz-7]

De Israëlische Minister voor Informatie en Diaspora Yuli Edelstein hield afgelopen dinsdag 24 januari een opmerkelijke toespraak op de International Holocaust Remembrance Day in het Europees Parlement en zei dat Israël ervoor zal zorgen dat een andere Holocaust nooit meer opnieuw zal gebeuren.

Vermeldend de Wannsee Conferentie van 24 januari, 1942, waarin 15 nazi-ambtenaren het lot van miljoenen Europese Joden verzegelden, herinnerde Edelstein eraan dat zelfs vóór deze conferentie, er andere conferenties plaatsvonden die er alleen op gericht waren om manieren te bedenken om de Joden te elimineren.

“Er was de Conferentie van Evian, waar 31 Westerse landen debatteerden over het lot van de Joodse vluchtelingen van Duitsland en Oostenrijk,” zei hij. “Ondanks de pleidooien van Joodse organisaties en de aanwezigheid van de internationale pers, bereikte de conferentie niets. De grote westerse democratieën maakten symbolische gebaren. De meesten zeiden dat ze al meer dan genoeg Joden hadden.

“Er was de Conferentie van München, waar, in een futiele zoektocht naar een denkbeeldige vrede, twee belangrijke Westerse democratieën aan Hitler nieuwe instrumenten leverden voor toekomstige agressie,” voegde hij eraan toe. “In de waanzin van vernedering en versnippering van Tsjecho-Slowakije werd geen enkele aandacht gegeven aan het lot van de honderdduizenden Joden van dit land, geen waarborgen werden gevraagd.”

“Er was de St. James Conference in Londen. In mei 1939 keurde Groot-Brittannië het Witboek goed, beknotte de Joodse immigratie naar Palestina en sloot de deur naar de laatste echte optie op redding. Hij zei dat vandaag “het doel van de antisemieten hetzelfde is – om de gemeenschappelijke menselijkheid van de Jood te ontkennen, om hem uit te sluiten, hem tot zondebok te maken. 70 jaar geleden werkte dit perfect.”

Hij beklemtoonde vervolgens: “Vandaag, wanneer voor de 70ste keer de sneeuw valt over de killing fields van Europa, waar elke tuin, elke weide, waar elke geploegde voor met de asse van mijn volk wordt bemest, kom ik hier in naam van mijn regering, van de onafhankelijke Joodse natie, onze vrienden verzekeren, om een belofte aan onze vijanden te maken en hen waarschuwen voor hun onverschilligheid: Wanneer wij zeggen ‘Nooit meer opnieuw’ dan menen wij dat ook. Wij zullen niet met ingehouden adem en ijdele hoop wachten op een andere conferentie. Wij zullen niet om medeleven en sympathie bedelen. Wij zullen niet gewend worden gemaakt om te moeten leven met de constante dreiging van een andere Holocaust.”

“Wij hopen dat dit uur nooit komt,” zei Edelstein. “Wij hopen dat de beschaafde wereld de bloedige lessen van lijmen en zalven [appeasement] heeft geleerd. Wij hopen dat de morele meerderheid van het mensdom, die boven de egoïstische berekeningen staat van winst en verlies, zal toenemen en boven de kleine politiek staat en lafheid gemaskeerd als voorzichtigheid verwerpt. Wij hopen dat om het even welke dreiging voor de beschaving zal verslagen worden door de kracht van universele morele woede en constante druk en niet door bommen en bloedvergieten. Vandaag, nu wij hier zijn samengekomen om de miljoenen slachtoffers van het nazi barbarisme en om aan de onverschilligheid van de wereld te herinneren, vraag ik u om ons te helpen om deze hoop levend te houden en waar te maken.”

“Laten wij allen – Joden en niet-Joden – eensgezind samen opstaan tegen de tirannie en het barbarisme, laten we hen vernietigen alvorens zij opzwellen van macht, die door de rijkdom van hun land en het bloed van hun slachtoffers wordt gevoed. Ontzeg hen, met de woorden van Winston Churchill, deze ‘lights of perverted science’ waarmee zij van plan zijn om een nieuwe Donkere Tijd – eerst op hun eigen gevangen volkeren en dan op de rest van de wereld – los te laten. Laat ons tegen hen zeggen: vanuit deze plaats – herinneren wij ons. Wij blijven waakzaam. Wij zijn vastbesloten. Wij zijn verenigd. Wij zeggen samen tegen hen: nooit meer opnieuw.”

Op de International Holocaust Remembrance Day Ceremony in het Europees Parlement, die georganiseerd werd door het European Jewish Congress [EJC], werden ook enkele opvallende persoonlijkheden gelauwerd. Zo had Dr. Moshe Kantor, de president van het EJC, de eer en het genoegen om de ‘Medal of Tolerance’ uit te reiken aan de Belgische Andrée Geulen [°1921, Brussel] die tijdens de Tweede Wereldoorlog duizenden Joodse kinderen het leven redde. Op dat ogenblik was zij nauwelijks 20 jaar oud. Of hoe soms door de inzet van één enkele dappere persoon het verschil kan worden gemaakt tussen leven en dood van velen… Denk maar bijvoorbeeld aan de Zweedse diplomaat Raul Wallenberg.

Anus Mundi – Gevangene nummer 290 overleefde vijf jaar Auschwitz [Wieslaw Kielar]

Het knekelhuisKZ Auschwitz-Birkenau, de industriemachinerie van de dood waar Joden op fabrieksmatige wijze werden vermalen tot stof en as

Herdenking bevrijding van KZ-Auschwitz-Birkenau door het Rode Leger

27 januari 1945 – 2012

Anus Mundi

Gevangene nummer 290 overleefde vijf jaar Auschwitz

door Wieslaw Kielar

bron: Uitgeverij A.W. Sijthoff; Alphen aan de Rijn; 1980

Anus Mundi is het ongelooflijke verhaal van een man die vijf jaar Auschwitz overleefde. Van het begin tot het eind heeft hij de geschiedenis van het concentratiekamp Auschwitz meegemaakt. Van de aanvankelijk zeldzame executies tot de moorden op grote schaal in de gaskamers. Wieslaw Kielar functioneerde in het kamp als verpleger, lijkendrager, schrijver bij een arbeidscommando, voorman en blokoudste.

Mensen op laatstgenoemde posten hebben hun macht vaak zwaar misbruikt. Maar Kielar behoorde tot de uitzonderingen. Zijn medegevangenen getuigden later dat hij moedig en listig genoeg is geweest om zich te onttrekken aan welke collaboratie met de SS-ers dan ook.

Vele jaren na de oorlog  vond hij de innerlijke distantie om zijn herinneringen op te schrijven. Nu behoort zijn boek tot een van de meest indrukwekkende verslagen over het terreur-mechanisme van een Duits vernietigingskamp. De auteur heeft alles opgeschreven wat hij in Auschwitz beleefd en gezien heeft, zonder zichzelf daarbij te sparen. Door de oprechtheid en de genuanceerdheid van het schrijverschap van Kielar is Anus Mundi een document humain van de eerste orde.

Hieronder volgt een fragment over het dagelijkse leven van Wieslaw Kielar in het kamp Auschwitz. Wieslaw is net toegekomen. Al op de derde dag van zijn gevangenschap is het prijs. En we zijn nog maar in het begin (mei 1940) van de lugubere geschiedenis van Auschwitz. Het 2de kamp – Birkenau (Auschwitz II) – op 3 km afstand van het basiskamp (Auschwitz I), moest nog gebouwd worden…

Anus mundi

de Aars van de Wereld

Het is al de derde dag in het kamp. Drie sneetjes brood, drie etensnappen ‘Avo’-soep, drie stukjes spek, enige blauwe plekken, tientallen schoppen, duizenden vernederingen. Maar ik ben niet gewond en ik leef. En ik wil leven.

Juist vandaag heb ik voor het eerst in mijn leven iemand zien sterven.

Ik had nooit kunnen denken dat het zo lang zou duren. Maar misschien was de jood bijzonder taai. Hoewel hij er niet naar uitzag, dat oude, vermagerde en bijziende kereltje. Hij lag, steunend tegen de muur van het blok, in de hitte van de juni-zon. De huid van zijn naakte schedel was op enige plaatsen gescheurd. Hele zwermen vliegen kleefden op het met zand vermengde bloed. De diep ingevallen ogen met de paars-zwarte omrandingen lagen door de oogleden toegedekt. Soms deed hij ze omhoog, maar naar het scheen, vergde dat veel te veel inspanning. De zwarte gesprongen lippen, verschroeid van de dorst, bewogen zich krampachtig. ‘Water, water,’ rochelde hij. De kapo’s gingen in een nauwe kring om hem heen staan. Toen ze weggingen, gaf de oude jood geen teken van leven meer.

Snel verder lezen KLIKKEN op–>> Lees de rest van dit bericht

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 224 other followers