Vlaamse Vrienden van Israël

Brabosh.com

Archief voor de ‘Arabisch – Israëlisch conflict’ Categorie

Terrorisme nog steeds een winstgevende zaak voor staten

Geplaatst door brabosh op 27 juli 2010

Still Profiting from Terror

door Barry Rubin

Laat ik beginnen met een waar gebeurd verhaal. In 1984 stelde ik aan de Johns Hopkins University School of Advanced International Studies (SAIS) met een kleine subsidie van de Ford Foundation, het zowat eerste programma op over het terrorisme in de Verenigde Staten. Wij brachten journalisten, ambtenaren en academici samen om het Amerikaanse beleid te bespreken inzake de dreiging van het terrorisme in de Verenigde Staten. Ik heb drie boeken uitgegeven over terroristische groeperingen.

Na beëindiging van de subsidie ging ik naar het kantoor van de Ford Foundation in New York om te spreken over een verlenging. De “subsidie beambte” had zijn besluit al genomen nog vooraleer ik zijn kamer binnenstapte. “We zijn niet van plan om de subsidie te verlengen,” zei hij, “omdat we niet geloven dat het terrorisme in de toekomst een probleem zal worden.”

Deze ervaring schoot mij te binnen toen ik in gesprek raakte met een in de wereld toonaangevende expert op het gebied van terrorisme, die me een interessante vraag stelde: Is de sponsoring van terrorisme door de staat tegenwoordig minder geworden? Het was inderdaad een zeer goede vraag. Op het eerste gezicht zou je kunnen zeggen dat het antwoord “Ja” is. Maar een meer zorgvuldige blik suggereert dat dit in twee opzichten een illusie is. In de eerste plaats wordt de voortdurende sponsoring door de staat nog steeds grotendeels over het hoofd gezien. Ten tweede beleeft het terrorisme betere tijden en een nieuwe hoofdstroming.

In vroegere tijden, werd het internationale terrorisme stelselmatig ondersteund door een breed scala van landen. Dit in het bijzonder door Cuba, het Sovjetblok, Soedan, Syrië, Irak, Libië, Pakistan en Noord-Korea. Iran en Afghanistan zijn na de islamitische revolutie ook toegetreden tot dit gebied. Een aantal van deze landen waren communistisch, maar na de val van het Sovjet-imperium in 1991 daalde hun betrokkenheid. Met de omverwerping van Saddam Hoessein in 2003, viel Irak af. Dezelfde Amerikaanse invasie van Irak die Saddam heeft neergehaald heeft ook Libië geïntimideerd, waardoor ook de meeste wildogende van de dictaturen, voorzichtiger is geworden.

Palestijns kinder-'speelgoed', verkocht in de straten van Gaza en Ramallah

'9/11 - speelgoed' voor Palestijnse kinderen, dat verkocht wordt in de straten en marktpleinen van Gaza en Ramallah

Toen ook kwam Osama Bin Laden op en de vele radicale islamitische groepen die deel uitmaken van zijn organisatie. Er was sprake van dat het terrorisme was geprivatiseerd, gesteund door het vermogen van de familie Bin Laden in plaats van uit de schatkist van een specifiek land. Bovendien, transformeerde de PLO grotendeels naar de Palestijnse Autoriteit, die onderhandelde met Israël en naar de Verenigde Staten lonkte als haar belangrijkste hulpverlener. Staatssponsoring, zo blijkt, is uit de mode.

Onder de intense druk van Turkije verdreef Syrië de Koerdische terroristische PKK. Bin Laden verliet vrijwillig Soedan, terwijl hij en zijn Talibansponsors op de vlucht sloegen na de Amerikaanse post-9/11 invasie van Afghanistan. Cuba en Noord-Korea hielden zich rustig, deels ook omdat ze aanvoelden dat openlijke sponsoring van grote terreuraanslagen veel te riskant was, omdat de Verenigde Staten aan het overwegen waren om een oorlog tegen terrorisme te voeren.

En toch, terwijl er sprake in vele opzichten een daling is van de staatssponsoring,  is schijn bedriegend en kan zelfs de stilte deels illusie zijn. Drie landen zijn vandaag de dag bijzonder energiek: Iran, Syrië en Pakistan. Dit als een feit vaststellend is het niet eens zo verwonderlijk. De gevolgen van deze sponsoring worden door de media en Westerse regeringen om strategische of diplomatieke redenen sterk gebagatelliseerd. Immers, toegeven en het definiëren van een probleem is het creëren van druk om er iets aan te doen. Daarnaast is het idee dat al-Qaeda geen staatssponsoring geniet een dogma geworden, waardoor het tegendeel bewezen wordt.

Laten we de kwestie in detail onderzoeken te beginnen met Pakistan. Er bestaat een enorme hoeveelheid bewijsmateriaal dat Pakistan de Taliban en andere terroristische groeperingen in Afghanistan sponsort alsmede diegenen die India aanvallen. De organisaties die de bloedige aanval in Moembai in 2008 hebben uitgevoerd en nog veel terroristische daden plegen in het omstreden Indiase Kasjmirgebied, opereren ongehinderd in Pakistan en het is moeilijk te geloven dat de Pakistaanse militaire inlichtingendienst niet op de hoogte is van elk detail van hun plannen. Sterker nog, zij sponsoren en beschermen hen.

Waarom wordt dit dan in het algemeen niet gezien als een goed voorbeeld van sponsoring van terrorisme door de staat? De Verenigde Staten hebben Pakistan nodig om operaties uit te voeren in en rond Afghanistan. Zo wordt Pakistan beschouwd als een bondgenoot van de VS, dat massale steun krijgt en weinig kritiek. De Indiase overheid kan niet terugslaan ongeacht hoe groot de provocatie ook is, aangezien het niet genoeg internationale steun krijgt en Pakistan een nucleaire macht is. Zo is Pakistan een staat geworden die het terrorisme sponsort, immuun voor gelijk welke druk of straf.

Hetzelfde geldt voor Syrië, als een actieve sponsor van het terrorisme op meerdere fronten. In de afgelopen jaren, was het nauw betrokken bij terreuraanslagen in Libanon tegen gematigde politici die gepleit hebben voor het verminderen van de Syrische invloed en een meer zelfstandig beleid voor hun eigen land. In samenwerking met Iran en Hezbollah, werden moorden gepleegd, onder meer op de voormalige Libanese premier Rafiq Hariri. Een internationaal tribunaal werd opgericht om de verantwoordelijkheid voor deze daad te onderzoeken, maar ondanks het uitlekken van betrokkenheid van de hoogste elementen binnen de Syrische regering, heeft het Westen niet aangedrongen op een uitspraak van het tribunaal en Libanon wordt er van afgehouden dit te doen.

Tegelijkertijd ondersteunen Syrië en Iran twee grote terroristische groepen, Hamas en Hezbollah, in hun aanvallen op Israël. Ze hebben hun hoofdkwartier in Damascus, maar terwijl zij op geen enkele manier louter marionetten of instrumenten van hun twee sponsors zijn, schenken zij wel bijzondere aandacht aan hun wensen. Hun wapens en de begroting worden grotendeels gefinancierd door Teheran en Damascus. Maar om een aantal redenen, variërend van het beleid van Israël tot aan de betrokkenheid van de Amerikaanse inspanningen, hoeft Syrië niet zwaar te boeten voor zijn gedrag.

Misschien des te schokkender is het feit dat Syrië een terroristische oorlog voert tegen Amerika in Irak en dat de groep aldaar wordt gesponsord door al-Qaeda. Zo is het een publiek geheim dat Syrië een alliantie heeft met al-Qaeda, de groep die de aanslagen van 11 september op Amerika heeft uitgevoerd, maar wijzen op het logisch verband ervan lijkt voor veel mensen een ongeloofwaardig en dom idee. Bovendien worden Amerikaanse soldaten en burgers in Irak gedood door terroristen die worden opgeleid, bewapend, gefinancierd en onderdak krijgen in Syrië. Toch zal de Amerikaanse regering de Iraakse klachten en eisen om hier tegen op te treden niet ondersteunen.

samen Israël vernietigen...

Iran en Syrië. Vrienden voor het leven met een gemeenschappelijk doel: samen Israël vernietigen...

Lippendienst wordt bewezen aan Iran als ‘s werelds grootste sponsor van terrorisme, maar velen beweren dat deze activiteit de afgelopen jaren is afgenomen. Om dit te doen, moeten ze echter de handen weg houden van Iraanse activiteiten m.b.t. Hamas, Hezbollah en de opstandelingen in Irak, die directe aanvallen (vaak met behulp van in Iran gemaakte bermbommen) uitvoeren tegen de Amerikaanse troepen.

De huidige minister van defensie van Iran is een gezochte terrorist vanwege zijn betrokkenheid bij de bloedige aanval op het Joodse centrum in Buenos Aires, Argentinië, terwijl hij en zijn voorganger, destijds gestationeerd in Libanon, betrokken waren bij de aanval op de US Marine kazerne in Beiroet in 1984 waarbij 241 Amerikanen gedood. Dit laatste punt wordt niet eens vernoemd door om het even welke Amerikaanse functionaris. Weinig Amerikanen weten dat een Amerikaanse rechter de Iraanse betrokkenheid bij de terroristische aanval op Amerikaanse militairen in de Khobar Towers in Saoedi-Arabië heeft vastgesteld. Aangezien de nadruk nu ligt op bemiddeling in plaats van confrontatie, vinden westerse regeringen het handig om het verleden te vergeten en negeren zij de huidige staatssponsoring van het terrorisme.

Dit alles leidt tot het tweede punt: de hoofdstroom van het terrorisme. Hamas regeert nu de Gazastrook; Hezbollah heeft ministers in de Libanese regering. Beide hebben deelgenomen aan verkiezingen. Er zijn velen in het Westen die beweren – alhoewel dit niets te maken heeft met de werkelijkheid – dat deze groepen elk een militaire vleugel (= slecht) en een politieke vleugel (= goed) hebben. Er heerst een enorme druk in Europa, met name in Groot-Brittannië, om met de “goede” Hezbollah in verbinding te komen.

Inderdaad, heeft de adviseur voor het bestrijden van terrorisme van president Barack Obama verklaard dat Hezbollah geen terroristische organisatie kan zijn, omdat er ook advocaten lid van zijn. Iets verder van huis: de Sri Lankaanse terroristische groepering, de Tamil Tijgers, heeft respect geoogst, met name in Canada. V. Rudrakumaran, de vertegenwoordiger van de Tijgers in de Verenigde Staten, is zelf een advocaat. In Europa zendt de PKK uit via haar eigen TV-zender, terwijl Al-Manar TV van Hezbollah op veel kabelnetten wordt uitgezonden – alhoewel weer door anderen elders geweerd – over de hele wereld. Met het verslag van de Goldstone Commissie, is de VN getransformeerd tot een propaganda orgaan voor Hamas, ondanks de beperkte kritiek in het verslag op die terreurorganisatie, die niet eens voorkwam in de resolutie van de Algemene Vergadering die enkel Israël viseerde.

Aldus werd staatssponsoring om politieke redenen met een spuitbus verf weggewerkt, terwijl terroristische groepen zichzelf opnieuw hebben uitgevonden als politieke partijen, echter zonder afstand te doen van hun ideologie of terrorisme. Aangezien het terrorisme heeft bewezen winstgevend te zijn en de kosten van sponsoring laag, zijn er voldoende redenen om je zorgen te maken dat beide verschijnselen in de toekomst zeker zullen toenemen en dat de huidige periode een van kalmte is maar zeker niet het einde is. Helaas, is het een stilte waarin het Westen meehelpt te bewijzen dat dit soort beleid een laag risico inhoudt en met een hoge opbrengst voor radicale regimes.


Bron: Rubin Reports: Terrorism and State Sponsorship: Not Gone but in a Lull and Proving Profitable door Barry Rubin van 4 december 2009; vertaald door DISSA & Brabosh

Geplaatst in Arabisch - Israëlisch conflict, Terrorisme | Reageer »

Misleiding en bedrog: de echte agenda van de Free Gaza Movement onthuld

Geplaatst door brabosh op 13 juli 2010

The Free Gaza Fraud

door Anav Silverman

Voor velen in de wereld is de 69-jarige Greta Berlin, woordvoerster en mede-oprichter van de Free Gaza Movement, een echte heldin. Berlin kreeg onlangs de internationale aandacht voor het orkestreren van het zogenaamde hulpflottielje voor Gaza, waarin Israël in interviews en artikelen “een terroristische staat” wordt genoemd. Samen met andere vooraanstaande leden van haar beweging, meestal gepensioneerde vrouwen die zich in Californië hebben gevestigd en er warmpjes bijzitten, heeft Berlin constant campagne gevoerd voor de Palestijnse zaak door simultaan anti-Israël retoriek uit te braken. Het ene gaat onvermijdelijk altijd samen met het andere.

Greta Berlin: Vrouwen- en mensenrechten in Gaza interesseren ons niet, alleen Israël vernietigen telt. Oude Jodenhaat in een nieuwe verpakking

Volgens The Guardian, zijn de collega’s van Greta van dezelfde generatie die in de jaren 1960 protesteerden als onderdeel van de anti-Vietnam beweging. De vier leidende activisten, die de communicatie en juridische activiteiten onder hun hoede hadden tijdens de Free Gaza vloot operatie, zijn in werkelijkheid grijsharige oma’s en gepensioneerden tussen de 65 en 85 jaar oud. [Vergelijk bv. met de Nederlandse schatrijke 68-jarige pro-Palestijnse Gretta Duisenberg van Stop de Bezetting in Nederland]

Terug in augustus 2007, twee maanden na de bloedige militaire machtsovername door Hamas van de Gazastrook, waar Hamas haar politieke tegenstanders van al-Fatah vermoordde, verklaarde Berlin op Radio Free Europe (op 13 aug. 2007) dat:

“De wereld is de Palestijnen van Gaza aan het uithongeren, simpelweg omdat ze hun mensenrecht hebben gebruikt om democratisch te stemmen op een partij [Hamas] waarvan zij willen dat die de macht uitoefent. Ik vind het obsceen dat, gewoon omdat de VS, Israël en de Europese Unie niet van de doelstellingen van die partij houden, zij ze opeens ‘terroristen’ heten.”

[“The world is busy starving the Palestinians of Gaza into submission, simply because they exercised their human right to vote democratically for the party they wanted in power. I find it obscene that, just because the US, Israel, the EU don't like the party's goals, they are suddenly called "terrorists."]

Het is ironisch dat deze zelf-benoemde humanisten, met Greta Berlin in de hoofdrol, er voor gekozen hebben om openlijk de zijde van Hamas te kiezen en te steunen, een radicaal-islamitische terroristische organisatie die streeft naar een drastische beperking van de rechten van de Gazaanse vrouwen en elke vorm van liberalisme in de Gazastrook tracht uit te roeien. Sinds zij aan de macht is gekomen, heeft Hamas streng religieuze decreten ingevoerd, in overeenstemming met de sharia [=islamitische wetgeving] in het openbare leven in de Gazastrook. Afgelopen zomer, heeft een toprechter in Gaza vrouwelijke advocaten verplicht om de islamitische hoofddoek te dragen, om ervoor te zorgen dat vrouwen zich zouden kleden volgens de islamitische wet, die eist dat vrouwen zich in het openbaar bedekken en ruimvallende kleding dragen die enkel hun handen en gezichten tonen.

Hamastani kindje: jong geleerd is oud gedaan!

Het in Gaza gebaseerde Palestijnse Centrum voor Mensenrechten heeft een verklaring uitgegeven waarin de nieuwe kledingvoorschriften voor vrouwelijke advocaten worden veroordeeld en een “gevaarlijke schending van de persoonlijke vrijheden en rechten van vrouwen” worden genoemd. De Gazaanse vrouwelijke advocaat Sbubhiya Juma noemde de wet een “gevaarlijk” precedent die “onze persoonlijke vrijheden wegneemt”. Sinds de komst van Hamas aan de macht, schuimen speciale zedenpatrouilles de stranden van Gaza af om erover te waken dat zowel vrouwen als mannen zich bedekken zoals het hoort en vrouwen vermanen en zelfs arresteren wanneer ze niet zwemmen in lange gewaden die hen over de ganse lengte bedekken. Een toenemend aantal openbare scholen handhaven hoofddoeken en mantels als uniformen bij de meisjes, en zenden meisjes die in jeans gekleed de school durven betreden, prompt weer terug naar huis.

Van concerten tot kapsalons, heeft Hamas zijn interpretatie van de islamitische sharia-wet in elk denkbaar aspect van het dagelijks leven gestempeld. Drie maanden geleden, in maart 2010, heeft Hamas aan mannen verboden om nog werkzaamheden uit te voeren  in schoonheids- en kapsalons voor vrouwen, die al eerder het doelwit waren van bomexplosies en andere aanslagen, sinds Hamas drie jaar geleden de macht veroverde. Iedereen die de nieuwe wet van Hamas op de salons schendt, zal worden gearresteerd en berecht. In april stuurde Hamas haar politie af om het eerste grote hiphop-concert in Gaza ooit op te breken. Een politieman van Hamas noemde de dansbewegingen “immoreel.” Hamas verbiedt mannen en vrouwen samen te dansen in het openbaar en Hamas-militanten bewapend met AK-47’s hebben volgens rapporten reeds eerder dergelijke optredens met geweld en intimidatie afgebroken.

Onder het regime van Hamas zijn groepen van radicale islamitische salafisten, of fundamentalistische moslims die banden hebben met al-Qaeda en ideologisch veel extremer zijn dan Hamas, in een alarmerend tempo in omvang  toegenomen. In mei bestormden gemaskerde en gewapende mannen een VN-zomerkamp voor kinderen nadat fundamentalistische moslims de UNRWA (= een buitengewone vluchtelingenorganisatie van de VN, enkel voorbehouden aan Palestijnen) ervan beschuldigden “schoolmeisjes fitness, dansen en immoraliteit te onderwijzen.” Dergelijke Salafi groepen belagen internetcafé’s, hebben instellingen platgebrand die banden hebben met het christendom en hebben buitenlandse scholen en huwelijksfeesten aangevallen in de door Hamas gecontroleerde Gazastrook.

Zwempakken show voor de vrouwen van Gaza, binnenkort ook op de Olympische Spelen in 2012 in Londen?

Hamas wetgever en prediker, Yunis Al-Astal, merkte op dat het geen toeval was dat de jeugd het doelwit is van deze strenge islamitische wetten. “We bewerken voornamelijk de jongeren, die de volgende generatie meer correcte moslims moet voortbrengen,” verklaarde Al-Astal. Al-Astal was een van die personen die uit het Britse Home Office in 2009 werden verbannen voor het aanzetten tot haat. Inderdaad, als dit het soort “vrije” Gaza is dat Greta Berlin en die andere liberaal gezinde Californische collega’s in gedachten hebben, moet men zich vragen wat dan wel de echte agenda is van de Free Gaza Movement. Zoals wat de 21-jarige Jihad Rostom in maart 2010 aan de BBC nieuwszender vertelde: “Hamas wil zichzelf aan de mensen opdringen. Ze willen dat de mensen zich aan hen overgeven, dat is hun dekking. Ze vernietigden de reputatie van de islam, door te zeggen dat ze dit doen omdat hun religie dat van hen eist. Dit is hoe ze de verkiezingen hebben gewonnen.”

Een andere inwoonster van Gaza, Lama Hourani die campagne voert voor de rechten van de werkende vrouwen in Gaza, vertelde aan de BBC dat de manier waarop Hamas de islam presenteert, “de vrijheden van een vrouw altijd onderworpen zijn aan de toestemming van een mannelijk familielid. Ze kijken niet naar mannen en vrouwen als gelijken.” In haar mediacampagnes om steun te verwerven voor haar Gazadiscours, portretteert Greta Berlin (die ook actief is als media en presentatiecoach) vurig Israël als Palestijnen “uithongerend en vernederend”. Men moet vraagtekens durven plaatsen bij het rationele en objectieve achter de campagnes van Greta Berlin in de media. Wil ze wel echt steun geven aan de vrouwen en kinderen van Gaza of worden ze door haar enkel gebruikt als een excuus om haar haat te ventileren tegen het bestaan van de Joodse staat Israël?

Greta Berlin heeft niets gezegd over de behandeling van Palestijnse vrouwen onder het regime van Hamas in Gaza. Er is geen vrijheid van politieke meningsuiting of gelijkheid tussen de geslachten in het kader van het radicaal-islamitische Hamas en de extremistische salafitische groepen die Gaza willen controleren. De politieke vrijheden die Greta Berlin geniet van het leven in de VS als een Amerikaanse vrouw en de politieke vrijheden die vrouwen genieten die in Israël wonen – Joden, christenen en moslims – zijn nagenoeg onbestaande voor de vrouwen van Gaza en in vele andere moslimlanden. Dit is een feit in het dagelijks leven in Gaza dat niets te maken heeft met Israël, maar alles te maken heeft met de interpretatie van en de toepassing van de shariawetgeving door Hamas.

Het is een schande dat vrouwen in de westerse en liberale jetset [zoals Greta Berlin in de VS en Gretta Duisenberg in NL] helemaal niets doen om de rechten van islamitische vrouwen te ondersteunen in landen waar de politieke vrijheden enkel door mannen worden bepaald, die enkel de politieke partijen steunen die aan de macht zijn, en enkel hun programma ondersteunen en uitvoeren.

Nee, niet in Gaza, maar in Borgerhout, deelgemeente van Antwerpen

Nee, niet in Gaza, maar wel op de wekelijkse markt op het Laar in Borgerhout, deelgemeente van Antwerpen anno 2009: Vlaamse vrouwelijke vredesactivisten kopen massaal hulpgoederen in om de 'hongerlijders' van Gaza te helpen


Bronnen: Middle East and Terrorism blog: The Free Gaza Fraud door Anav Silverman van 12 juli 2010; Anav Silverman, geboren en getogen in Maine, schrijft vanuit Jeruzalem in Israël waar zij als onderwijzeres lesgeeft aan de basisschool van de Hebreeuwse Universiteit; op Brabosh.com: Propagandastunt van Free Gaza Movement stuurt vrachtschip naar Gaza van 28 mei 2010; De leugens van de Free Gaza Boat movement swingen de pan uit van 30 mei 2010; Gaza boatactivisten ingerekend, gewapende Turkse milities uitgeschakeld van 31 mei 2010; Advies voor vrouwen die de Gaza blokkade willen doorbreken van 26 juni 2010; Vloot met nuttige Idioten [Leon De Winter] van 30 juni 2010

Geplaatst in Arabisch - Israëlisch conflict | 2 Commentaar »

Wetenschappelijke leugens over Israël

Geplaatst door brabosh op 10 juli 2010

Op het kaartje hierboven is te zien hoe groot het gebied was dat aanvankelijk (24 april 1920) in San Remo werd toegezegd aan het Joodse Volk en een officiële internationale bevestiging was van de Balfour-verklaring van 1917. Echter, door  internationaal politiek gesjacher tussen de overwinnende grote mogendheden werd dit gebied met ruim 77 procent verkleind ten nadele van het Joodse Volk, nadat het grootste oostelijke deel (in juli 1922) werd weggeschonken aan Trans-Jordanië (thans Jordanië) en de Golanhoogte werd weggeschonken aan Syrië toen dat nog Frans Mandaatgebied was. De Verklaring van San Remo werd echter nooit herroepen en de oorspronkelijke grenzen (op het kaartje hierboven in rode stippellijn) gelden de jure tot op vandaag en bevestigt het bestaansrecht van de Joodse staat zoals reeds in 1917 door de Balfour verklaring werd ingezet!

Israëls “nieuwe historici”: de leugenfabriek van Benny Morris cum suis.

-door Martien Pennings-

Niet alleen kranten- en tijdschrift- artikelen en televisie-documentaires, ook de “wetenschappelijke” literatuur over de kwestie “Palestijnen-Israël” is zwaar gepolitiseerd, om niet te zeggen verpropagandiseerd. Het komt dus in deze kwestie vooral aan op de morele en intellectuele oordeelskracht van een schrijver. Ik bijvoorbeeld ben geneigd, na lezing van het boek van Efraim Krash, “Palestine Betrayed” het roerend eens te zijn met het oordeel van Daniel Pipes:

“Met het voor hem kenmerkende uitvoerige onderzoek van de archieven – in dit geval steunend op een grote hoeveelheid aan onlangs vrijgegeven documenten uit de periode van de Britse heerschappij en de eerste Arabisch-Israëlische oorlog (1917-1949)  – een heldere presentatie en een zeer nauwgezette omgang met het historische feitenmateriaal, betoogt Karsh het tegenovergestelde: dat de Palestijnen hun eigen lot beschikten en vrijwel uitsluitend zelf verantwoordelijk zijn voor het feit dat zij vluchtelingen werden.”

Voordat Efraim Karsh begon aan zijn “Palestine Betrayed”, heeft hij eerst de zogenaamde “nieuwe historici” ontmaskerd als fraudeurs die precies over dit onderwerp hun grootste vervalsingen hebben gepleegd.[1] Karsh stuitte door een toeval op het bedrog. Hij kwam een citaat tegen van de Israëlische academicus Benny Morris, van de Ben Goerion-universiteit. Het was een citaat uit een brief van dé Founding Father  van Israël, Ben Goerion, aan zijn zoon. Het is van belang te weten dat door de moefti van Jeruzalem verwekte terreur tegen de Joden al langzaam aanzwol vanaf 1922 en dat in 1936 de zogenaamde “Arabische Opstand” in Palestina was begonnen, die tot 1939 duurde en die niets anders was dan de intensivering en schaalvergroting van die terreur. De brief van Ben Goerion is van 1937. Morris citeerde deze brief als zeggende dat “we moeten de Arabieren verdrijven en hun plaatsen innemen”. Karsh had deze brief jaren geleden gelezen en herinnerde zich de strekking van deze brief als heel anders. Dat bleek bij controle ook. De tekst van de brief van Ben Goerion luidde in werkelijkheid: “We wensen, we hoeven de Arabieren niet te verdrijven ( . . .) Onze gehele streven is gebouwd op de aanname ( . . .) dat er genoeg ruimte is in het land voor onszelf en de Arabieren.”

Karsh dacht nog even aan een vergissing, maar verder zoeken bracht hem tot een adembenemende  conclusie:

“Tot mijn verbijstering ontdekte ik dat er nauwelijks een enkel document geciteerd door Morris was dat niet herschreven was op een manier dat de oorspronkelijke betekenis helemaal verdraaide.”

Waarna Karsh zich afvraagt: “Zou het kunnen zijn dat deze onderzoeksmethodes representatief zijn voor de standaard werkwijze van deze groep?” En het antwoord van Karsh luidt:

“( . . .) na het ontdekken van de alomtegenwoordigheid van de verdraaiingen van Morris, kon ik er niet langer  omheen het ondenkbare te denken. En inderdaad, een onderzoek ( . . .) leidde naar de onthutsende conclusie dat Morris’ verdraaiingen noch toeval nog uitzondering waren. Ze waren veeleer typisch voor de modus operandi van een flinke groep academici, journalisten en commentatoren, die hun professionele carrières gewijd hadden aan het herschrijven van Israëls geschiedenis naar een beeld van hun eigen keuze met als doel Israël in de rol van de schurk van de regio te drukken te drukken. ( . . .) Het was een bewuste poging tot historische misvorming. Niets meer en niets minder.” [2]

Inderdaad geeft Karsh tientallen voorbeelden van bedrog van vooral Benny Morris maar ook van anderen, o.a. Ilan Pappé[3] en Avi Shlaim. Het bedrog varieert van het verdraaid weergeven van de inhoud van bronnen, van zodanig weglaten van delen van citaten dat de betekenis omgedraaid werd tot aan het aantoonbaar valse beweringen doen. Morris presteerde het om verscheidene malen te betogen dat de “oude” geschiedschrijving bewust bezig was geweest de door hem verzonnen “feiten” van de schurkenrol van Israël in oorlog van 1948 toe te dekken. Hij verzon dus eerst de “feiten” en vervolgens stapelde hij daar ook nog eens het verwijt op dat ze expres toegedekt en verzwegen waren. Dit is des te wranger omdat met name Morris er steeds op hamerde dat hij zo nauwgezet met de bronnen omging. En terwijl deze frauderende “nieuwe historici” overheersten in de media en in academia wekten ze de indruk van slachtofferschap: dat ze een verdrukte, dappere en non-conformistische minderheid waren.

Benny Morris bedrijft geschiedenis op een 'aparte' manier: Eerst feiten verzinnen en daarna zeggen dat Israël ze probeert toe te dekken

Dat ze dat niet waren bewijst ook de receptie van de eerste uitgave in 1997 van “Fabricating Israeli History” die door Karsh eveneens in het voorwoord van de heruitgave van 2002 wordt besproken. Die receptie kenmerkte zich door laster aan het adres van Karsh en een weigering in te gaan op het bedrog door de “nieuwe historici. Met name Morris zelf liet zich niet onbetuigd. Het kwam erop neer dat hij Karsh een leugenaar, corrupt en incompetent noemde en hij liet weten dat hij het boek niet eens gelezen had. Op wat het boek van Karsh aan de orde stelde ging hij natuurlijk niet in.

En toen Morris bepaalde fraudes niet meer kon ontkennen, gaf hij ze in zodanige bewoordingen toe dat de ware aard van zijn misdragingen verborgen bleef. Ik heb vastgesteld dat hij die techniek tot in 2008 nog steeds bleek toe te passen. Na het saboteren van de Oslo-Akkoorden door het opvoeren van de terreur door Arafat, gingen zelfs de ogen van Morris open. Zoals blijkt uit de manier waarop hij de ommezwaai in zijn politieke opvattingen verwoordde in Newsweek:

“Maar wat mij  bracht tot mijn conclusies over 1948 waren de feiten, niet mijn politieke opvattingen. In tegenstelling tot het huidige historiografische discours geloof ik dat er zoiets is als Waarheid – wat, waarom en hoe dingen gebeurden – en ik heb dat altijd gezocht in mijn onderzoek. Als ik sindsdien ben gekomen tot een veel somberder mening over de mogelijkheid tot verzoening tussen Joden en Palestijnen – velen zouden me nu een havik noemen- dan is dat ook vanwege onderzoek.”

Als je dit met droge ogen kunt beweren na de kritiek van Karsh, dan ben je een psychiatrisch geval, maar geen historicus.


[1] Efraim Karsh,” Fabricating Israeli History: The ‘New Historians’. “Oorspronkelijk 1997. De “ second revised edition”, New York, 2000, heeft een voorwoord waarin de publieke receptie van de eerste druk wordt besproken.  Ik citeer blijkbaar uit een druk van 2005, te oordelen naar de mededeling: “Transferred to digital printing 2005”.[2] Karsh, Fabricating, xvii-xix.

[3] In Joods Actueel van 5 mei 2009, staat eveneens een stuk over de pure fraude die Pappé in zijn onderzoeken pleegt. Ook actuele gebeurtenissen verdraait hij. Zoals er een “bevrijdings-theologie”bestaat, is er blijkbaar ook een “bevrijdings-historiografie”, onderdeel van de ziekte die “Palestinisme” heet, de pervertering  van alle waarheid waarin daders tot slachtoffers en omgekeerd worden gemaakt.


Bronnen: Joost Niemöller: Wetenschappelijke leugens over Israël door Martien Pennings met voorwoord van Joost Niemoller; Volkskrant antisemitisch [Martien Pennings] door Martien Pennings van 10 juli 2010; Palestina verraden – een recensie van Palestine Betrayed van Efraim Karsh door Daniel Pipes van 11 mei 2010; Hitler’s erfenis: islamitisch antisemitisme in het Midden-Oosten door Martien Pennings van 2 januari 2010

Geplaatst in Arabisch - Israëlisch conflict | 2 Commentaar »

Over spelregels en onderhandelen over vrede met Arabieren

Geplaatst door brabosh op 9 juli 2010

Robert Aumann:

Reuben en Simon worden samen in een kleine kamer gezet met een koffer met 100.000 dollar aan liquide middelen. De eigenaar van de koffer doet hen het volgende voorstel: “Ik geef jullie al het geld in de koffer, maar alleen op voorwaarde dat u daarover met elkaar onderhandelt en tot een minnelijke schikking komt hoe het geld onder u beiden moet worden verdeeld. Dat is de enige wijze waarop ik u het geld zal overhandigen.”

Reuben, die een rationeel persoon is, waardeert de gouden kans die hem wordt aangeboden en draait zich om naar Simon met de voor de hand liggende suggestie: “Kom, neem jij de helft van het bedrag, dan neem ik de andere helft en ieder van ons kan vertrekken met 50.000 dollar op zak.” Tot zijn verbazing zegt Simon, met een serieuze blik op zijn gezicht en een vastberaden stem: “Luister, ik weet niet wat uw bedoelingen zijn met het geld, maar ik verlaat deze kamer niet met minder dan 90.000 dollar in mijn handen. Het is te nemen of te laten. Ik ben zelfs volledig bereid om met lege handen naar huis te gaan.”

Reuben kan nauwelijks geloven wat hij hoort. “Wat is er gebeurd met Simon?” denkt hij bij zichzelf. Waarom zou hij 90% van het geld krijgen en ik slechts 10%? Hij besluit om Simon te proberen om te praten. “Kom, redelijk blijven,” pleit hij. “We zitten allebei in hetzelfde schuitje en allebei willen wij het geld. Kom laten we het bedrag gelijkelijk verdelen en dan worden we er allebei beter van..”

Maar de redelijke verklaring van zijn vriend lijkt niet bij Simon door te dringen. Hij luistert aandachtig naar de woorden van Reuben, maar verklaart dan nog nadrukkelijker: “Er is niets te bespreken. Het is 90-10 of niets, dat is mijn laatste aanbod!” Reuben ‘s gezicht loopt rood aan van woede. Hij wil Simon zo in zijn gezicht slaan maar kan zich al snel opnieuw vermannen en heroverweegt. Hij realiseert zich dat Simon vastbesloten is te vertrekken met het merendeel van het geld en dat de enige manier voor hem, om met gelijk welk bedrag de kamer te verlaten, is om te zwichten voor de chantage van Simon. Hij strijkt  de plooien van zijn kleren vlak, haalt een pak bankbiljetten uit de koffer voor een totaalbedrag van 10.000 dollar, schudt de hand van Simon en verlaat met een verloren blik de kamer.

Deze zaak wordt in de regels van het spel de “Chanteur Paradox” genoemd. De paradox in deze zaak is dat is dat de rationele Reuben uiteindelijk gedwongen wordt om duidelijk irrationeel te handelen, met het oog om het maximale eruit te halen dat er voor hem inzit. De logica achter deze bizarre uitkomst is dat Simon zoveel geloof en vertrouwen in zijn buitensporige eisen uitstraalt dat hij in staat is om alzo Reuben te overtuigen toe te geven aan zijn chantage en genoegen te nemen met het minimum bedrag.

The Blackmailer Paradox

[De schijnbare tegenstrijdigheid van de afperser]
door Robert Aumann

Het Arabisch – Israëlisch Conflict

De politieke relatie tussen Israël en de Arabische landen werd ook uitgevoerd volgens de beginselen van deze paradox. De Arabieren presenteren bij elke onderhandeling een starre en onredelijke opening van de posities. Ze stralen vertrouwen en zekerheid uit in hun eisen, en maken zeker en absoluut duidelijk aan Israël dat ze nooit een van deze eisen zullen opgeven.

Bij gebrek aan een alternatief wordt Israël gedwongen toe te geven aan de chantage die te wijten is aan de perceptie  dat zij de onderhandelingskamer dreigen te verlaten met niets in hun handen wanneer ze zich niet voldoende flexibel opstellen. Het meest prominente voorbeeld hiervan zijn de onderhandelingen met de Syriërs die reeds een aantal jaren aan de gang zijn en onder verschillende auspiciën werden gevoerd. De Syriërs hebben vooraf en altijd erg duidelijk vastgehouden aan de eis dat ze nooit ook maar een paar centimeter van de Golanhoogte zullen opgeven.

Aan Israëlische zijde, dat zo wanhopig probeert een vredesakkoord te bereiken met Syrië, betekent het accepteren van de Syrische positie vandaag in het publiek debat in Israël, dat het beginpunt van toekomstige onderhandelingen met Syrië altijd een volledige terugtrekking uit de Golanhoogte impliceert, ondanks het cruciale strategische belang op de Golanhoogte van duidelijke grenzen om Israël te beschermen.

Hoe een mislukking voorkomen

Volgens de regels van het spel moet de staat Israël een aantal perceptuele veranderingen aanbrengen om haar onderhandelingspositie met de Arabieren te verbeteren, wil het uiteindelijk de politieke strijd kunnen winnen.

A. Bereidheid om overeenkomsten op te geven:

De huidige Israëlische politieke benadering is gebaseerd op de veronderstelling dat een overeenkomst met de Arabieren moet worden bereikt ten koste van alles, omdat de huidige situatie, door het uitblijven van een akkoord, gewoon onaanvaardbaar is. In het verhaal van de “Chanteur Paradox” is Reuben’s gedrag gebaseerd op de perceptie dat hij de kamer met een bepaalde hoeveelheid van het geld zal verlaten, ook al is dat met een minimaal bedrag. Reuben ‘s onvermogen om de mogelijkheid te aanvaarden dat hij de kamer zal moeten verlaten met lege handen, brengt hem er onvermijdelijk toe om te zwichten voor de chantage en de kamer uit schaamte als een loser verlaten, maar ten minste toch met iets in zijn handen. Evenzo voert de staat Israël onderhandelingen vanuit een bepaalde geestelijke gesteldheid die haar niet toelaat voorstellen af te wijzen die niet voldoen aan haar belangen.

B. Herhalen van het spel overwegen:

Gebaseerd op de speltheorie moet men een eenmalige situatie op een volledige andere wijze onderzoeken dan een situatie die zich steeds opnieuw en opnieuw blijft herhalen; voor de games die zich na verloop van een bepaalde tijd herhalen, veroorzaakt een strategische balans die neutraal is, paradoxaal genoeg een samenwerking tussen de tegengestelde partijen. Deze samenwerking vindt plaats wanneer de partijen begrijpen dat het spel zichzelf vele malen herhaalt en zij daarom moeten onderzoeken wat het impact van hun huidige acties zal zijn op de toekomstige games, wanneer de vrees voor toekomstige verliezen dient als balanserende factor.

Reuben was in de situatie betrokken als was het een eenmalig spel en ageerde dienovereenkomstig. Wanneer hij Simon had medegedeeld dat niet bereid was op zijn deel toe te geven, zelfs in het licht van een totaal verlies, dan had hij de uitkomst van het spel in de toekomst kunnen wijzigen, alhoewel het zeer waarschijnlijk zou zijn geweest dat hij de kamer met lege handen zou verlaten hebben in de huidige onderhandelingen. Echter, wanneer beiden in de toekomst geconfronteerd zouden worden met een soortgelijke situatie, zou Simon de ernst van Reuben erkend hebben en met hem een compromis moeten hebben bereikt. Daaruit volgt dat Israël moet handelen met geduld en vanuit een lange termijnvisie, zelfs wanneer er op dat ogenblik geen overeenkomst wordt bereikt en de strijd op het terrein wordt voortgezet, om haar positie tijdens toekomstige onderhandelingen te verbeteren.

C. Vertrouwen in je positie:

Een ander element dat de “chanteur paradox” creëert, is de absolute zekerheid van de standpunten aan de ene kant, in dit geval de positie van Simon. Volledige zekerheid creëert een interne rechtvaardiging van iemands overtuiging, die in de tweede ronde zijn tegenstander dient te overtuigen van het feit dat zijn posities de juiste waren. Dit resulteert in de wens van de tegenstander om een compromis te bereiken, zelfs wanneer die volstrekt irrationeel lijken en hem afstand doet nemen van zijn openingseisen.

Enkele jaren geleden sprak ik met een hoge officier die beweerde dat Israël zich moet terugtrekken uit de Golan in alle rust schikking omdat vanuit het Syrische oogpunt de grond heilig is en die nooit zullen willen opgeven. Ik legde hem uit, dat de Syriërs zichzelf ervan overtuigd hebben dat dit heilige grond is en dat het dit was waarvan zij erin geslaagd zijn ons ervan te overtuigen. De diepe overtuiging van de Syriërs, brengt ons ertoe toe te geven aan de Syrische dictaten. De huidige politieke situatie zal alleen worden opgelost als we ons zelf overtuigen van de rechtvaardigheid van onze standpunten. Alleen door volledig vertrouwen te hebben in onze eisen zullen wij in staat zijn om de Syrische tegenstander te overtuigen van onze standpunten.

Net zoals in elke wetenschap, heeft de speltheorie niet de pretentie om een advies uit te drukken gebaseerd op morele waarden, maar is bedoeld om het strategische gedrag van de rivaliserende partijen te analyseren in het gewone spel. De staat Israël speelt een spel met haar vijanden. Zoals in elke wedstrijd, zijn er in het Arabisch-Israëlische spel bijzondere belangen die het kader van het spel en haar regels vorm geven. Helaas, negeert Israël de basisprincipes die zich in de speltheorie voordoen. Als de staat Israël er in slaagt deze basisprincipes te respecteren en toe te passen, zal dit haar politieke status en veiligheid in aanzienlijke mate verbeteren.


Bronnen: Aish.com: Game Theory and negotiations with Arab countries door Robert Aumann van 3 juli 2010

Geplaatst in Arabisch - Israëlisch conflict | Reageer »

Mensenrechten en de Verenigde Naties: Schreeuwen in de Arabische woestijn

Geplaatst door brabosh op 3 juli 2010

  • Sinds haar oprichting in 2006 heeft de Mensenrechtenraad 40 veroordelingen van landen afgeleverd waarvan 33 van hen gericht waren jegens het democratische Israël. Als gevolg daarvan, zijn de grootste schenders van de mensenrechten in de wereld, met inbegrip van de grootste misdadigers, genegeerd en straffeloos gebleven.
  • Van de tien speciale noodbijeenkomsten van de Mensenrechtenraad waarin landen worden bekritiseerd, zijn er zes gericht jegens Israël. Recente en uitvoerig gepubliceerde slachtingen op onschuldigen in Iran, China, Nigeria, Irak, Pakistan, Afghanistan, Kenia, Zimbabwe – werden allen volledig genegeerd.
  • De agenda van de Mensenrechtenraad, die elke sessie domineert, houdt altijd haar vaste blik gericht op Israël. Geen enkel ander land in de wereld is wordt op deze wijze gediscrimineerd. De anti-Israël resoluties van de Mensenrechtenraad, het eenzijdige Goldstone Rapport, de haatdragende verklaringen van EAFORD – al deze zaken verschijnen onder de noemer van de sterk bevooroordeelde agenda, die het symbool is geworden van de systematische discriminatie jegens Israël door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties.

Hillel Neuer: Eén tegen Allen

Watching the Watchers

door Howard Bokser

Hillel Neuer, afgestudeerd aan de Concordia Universiteit in Canada in 1993 is een druk bezet man. Neuer is Uitvoerend Directeur van VN Watch, een niet-gouvermentele organisatie (ngo) die nauwlettend toekijkt op de controversiële Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties die haar kantoren heeft in Genève, Zwitserland, de Verenigde Naties in New York en schendingen van de mensenrechten overal in de wereld monitort. “En discussies over mensenrechten zijn 24 uren per dag aan de orde,” zegt Neuer.

Morris B. Abram

VN Watch (unwatch.org) werd opgericht in 1993 door Morris B. Abram (1912-2000), een Amerikaanse advocaat die na het einde van de Tweede Wereldoorlog op het Proces van Neurenberg werkte in de staf van rechter Jackson waar de nazi-top zich moest verantwoorden voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, hij was een vooraanstaande advocaat in de beweging voor de burgerrechten, diende onder vijf Amerikaanse presidenten en was de afgevaardigde voor de Verenigde Staten bij de Verenigde Naties in Genève.

De opdracht van VN Watch is om de prestaties van de Verenigde Naties te controleren met de maatstaf van haar eigen charter. Zij wordt ook vaak door de internationale media organisaties opgeroepen om analyses en commentaren te geven op de Verenigde Naties en kwesties omtrent de mensenrechten. “In een bepaald jaar, kunnen we worden geciteerd in 250 afzonderlijke artikelen in Reuters, The Economist, The International Herald Tribune, The New York Times of The Wall Street Journal. En ik heb aan debatten deelgenomen op CNN, Fox News, BBC, Al Jazeera en andere tv-netwerken,” vertelde Neuer.

Neuer studeerde af aan het Liberal Arts College en studeerde Politieke Wetenschappen aan de Concordia Universiteit. Hij behaalde vervolgens burgerlijke en common-law-graden aan de McGill Universiteit, rondde zijn laatste jaar af aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. Hij bleef in Israël klerk aan het Israëlische Hooggerechtshof en behaalde zijn masters degree van licentiaat in de rechten aan de Hebreeuwse Universiteit. Neuer nam toen een positie op een New York City advocatenkantoor, Paul, Weiss, Rifkind, Wharton & Garrison LLP, en in 2004 werd hij directeur van de VN-Watch.

In de laatste uitgave van het Concordia University Magazine wordt een interview met Hillel Neuer afgedrukt waarin hij over zijn tijd aan de universiteit spreekt, en meer interessant voor ons over de Verenigde Naties en de Raad voor de Mensenrechten en de rol van VN Watch.

Leg de rol van VN Watch uit.

We zijn een NGO en een door de Verenigde Naties geaccrediteerde organisatie. Wij nemen deel aan alle zittingen van de Raad voor de Mensenrechten. Wij hebben het recht om te spreken. NGO’s krijgen die kans niet in New York noch in de Veiligheidsraad en noch tijdens de Algemene Vergadering. Maar in Genève maken we deel uit van het debat.

Hillel Neuer (r) in 2006 samen met Kofi Annan (l), voormalig voorzitter van de VN-Mensenrechtenraad

De missie van de VN-Watch steunt zich op de beginselen van het VN-Handvest, een indrukwekkend liberaal document geschreven door idealisten die werkten voor de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt, vanuit de visie van een internationale organisatie die de beginselen van vrijheid en vrede zou moeten beschermen. Wij monitoren de Verenigde Naties en nemen het woord als we denken dat wordt afgeweken van die beginselen – wat helaas maar al te vaak gebeurt – en wij bevorderen de mensenrechten.

Een groot deel van onze tijd besteden wij om te kijken naar de Commissie voor de Mensenrechten, die een nobele start kende maar – helaas – ontspoorde. Het werd zo erg dat in 2005 toenmalig VN-secretaris-generaal Kofi Annan de commissie daadwerkelijk ophief. Hij zei dat ze gepolitiseerd was geworden en dat landen erin toetraden om de misdaden van hun eigen regeringen af te schermen. Hij stelde voor om de organisatie te schrappen en te vervangen door een Raad voor de mensenrechten. Helaas doet dit nieuwe orgaan niet beter. In feite is het nog erger geworden. De regering van de Libische dictator Muammar Khadhafi werd onlangs verkozen om de Raad de komende drie jaar voor te zitten. Libië zal toetreden tot de bestaande leden zoals China, Cuba, Pakistan, Egypte en Saoedi-Arabië – allemaal landen die stuk voor stuk worden bekritiseerd voor het op grote schaal op systematische wijze schenden van de mensenrechten en die de agenda domineren. Het is de wereld op zijn kop.

Niet verwonderlijk dat deze Raad vaak resoluties goedkeurt die de mensenrechten ondermijnen. Voorbeeld: In mei 2009, nadat Sri Lanka naar schatting 20.000 burgers had gedood in de oorlog met de Tamil-rebellen, liet de Europese Unie een bijzondere zitting van de Raad voor de Mensenrechten samenroepen om Sri Lanka ter verantwoording te roepen. Maar omdat de democratische partijen in de minderheid zijn in de Raad, waren de repressieve regimes in staat om de tekst volledig om te draaien zodat het uiteindelijk een tekst werd vol lof voor het regime van Sri Lanka. Degenen die de sessie hadden ingeleid werden gedwongen hun steun aan het ontwerp weer in te trekken, en hun goede bedoelingen werden in de Raad omgedraaid bij gewone meerderheid.

Hoe past VN-Watch in die vergelijking?

De VN heeft waakhonden nodig. Canada bijvoorbeeld, is een levendige democratie, want we hebben instellingen met verantwoordingsplicht: de vrijheid van meningsuiting, blogs die kritiek uitoefenen op de regering, een onafhankelijke rechterlijke macht, vrije verkiezingen, een vrije pers, enzovoort. Maar wanneer de Raad voor de Mensenrechten een resolutie aanneemt die onjuist is of ronduit op het kwaadaardige af zoals de resolutie waarin Sri Lanka werd geprezen [ipv veroordeeld] dan is er geen verhaal mogelijk, men kan geen beroep doen op instanties zoals een onafhankelijke rechtbank. Dus beperkt onze rol zich ertoe om de VN-beginselen te verdedigen, net zoals het Hooggerechtshof van Canada het Handvest van Rechten en Vrijheden verdedigt tegenover elke overschrijding van de overheid. Een andere belangrijke kwestie voor VN-Watch, dat aangesloten is bij het American Jewish Committee, is het antisemitisme en de ongelijke behandeling van Israël, waarvan we geloven dat die niet enkel Israël schaadt, maar ook Palestijnen, het Midden-Oosten en de Verenigde Naties als geheel.

Embleem van de door de Arabische landen gedomineerde Verenigde Naties

Israël moet ter verantwoording kunnen worden geroepen. Het probleem bij de Raad is dat wij geen enkel evenwicht zien. Israël wordt herhaaldelijk veroordeeld, maar er is nog nooit de minste poging gedaan om de naaste buren van Israël ter verantwoording te roepen, met name dan de Palestijnen, Syrië en zelfs Iran. Deze eenzijdige benadering neemt bij de Israëliers het vertrouwen weg in de Verenigde Naties. Hoewel deze resoluties pro-Palestijns lijken te zijn, zijn ze dat niet. Ze hebben alleen maar de extremisten aangemoedigd, staan elk compromis in de weg en schaden de eigen geloofwaardigheid van de VN als bemiddelaar voor het Midden-Oosten.

Op de laatste zitting van de Raad voor de Mensenrechten van maart 2010, waren er vijf resoluties over Israël en de overige vier resoluties gingen over de hele wereld samen. Dat is belachelijk! Het is schadelijk voor de miljoenen slachtoffers van de mensenrechten in de hele wereld die in omstandigheden leven die nooit het daglicht zien. Er is slechts een zeer beperkte hoeveelheid tijd en middelen die diplomaten zullen besteden aan een zitting van de Raad. Elke eenzijdige resolutie over Israël is verspilling van tijd en middelen waardoor geen resoluties worden gewijd aan de slachtoffers in Tibet, Zimbabwe of Tsjetsjenië. Degenen die deze resoluties indienen of ondersteunen zijn gewoonlijk zelf de ergste schenders van de mensenrechten. Het is een doelbewuste strategie om de aandacht af te leiden van hun eigen inbreuken.

In maart werd Canada bekritiseerd vanwege haar behandeling van minderheden door de onafhankelijke deskundige inzake minderhedenkwesties van de Verenigde Naties de Amerikaanse Gay McDougall. Wat denkt u daarover? De deskundige, die werd aangeduid door de VN-Mensenrechtenraad, kiest elk jaar een aantal te bezoeken plaatsen uit en rapporteert er in de VN over schending van de rechten van minderheden. Een plaats die ze dit jaar uitkoos was Canada. Canada moet zich daarover verantwoorden, maar het is een kwestie van prioriteiten. Canada is een van de beste landen voor minderheden om te leven. Natuurlijk, is dat een blaam [voor het land]. Ik ben opgegroeid in Quebec en ik ben me bewust van de werkelijke problemen en wensen. Dit gezegd zijnde, vanuit een mondiaal perspectief, met de schaarse tijd en middelen waarover de Verenigde Naties beschikken, zou er natuurlijk beter voorrang worden gegeven aan landen die genocide plegen of etnische zuiveringen uitvoeren en waar geen vrije pers is, geen rechterlijke macht, en geen mensenrechtenorganisatie bestaat die het opneemt voor de rechten van de minderheden. Dit zijn slachtoffers die echte hulp nodig heeft van een internationale stem als de Verenigde Naties. Om dan de aandacht af te leiden naar Canada daaruit blijkt, denk ik, een uiterst gebrekkig gevoel voor prioriteiten.

Zijn de Verenigde Naties nog relevant?

De Verenigde Naties zijn nog steeds onmisbaar. Onze wereld van vandaag is geglobaliseerd. We hebben nood aan een mondiale instelling dat een permanent diplomatiek forum voor dialoog kan bieden om op wereldniveau problemen te regelen, zoals gezondheid, arbeid, handel, humanitaire rampen en hulpverlening. We hebben de VN nodig. Maar we moeten de VN op de juiste manier laten werken. Welke macht mag de Raad voor de Mensenrechten hebben? De Raad voor de Mensenrechten heeft niet de macht van het zwaard, dat in handen is van de Veiligheidsraad. Zij heeft geen macht over onze portemonnee, die bij de Algemene Vergadering ligt. Alles wat zij heeft is de macht van schaamte, misbruiken in bepaalde landen in de schijnwerper brengen die anders nooit aan het licht zouden komen. Het is tekenend daarvoor. We weten dat alle landen, inclusief grote schenders zoals China, hard lobbyen om elke kritiek te onderdrukken. Dat bewijst dat woorden belangrijk zijn.

Welk kracht kan VN Watch inzetten?

m een grote bevolking op te voeden door onze boodschap uit te zenden via de omroeporganisaties en aldus druk opbouwen om te hervormen. Onze video’s worden meer dan een miljoen keer bekeken op YouTube. Als we kritiek hebben over een bepaalde kwestie zullen de Verenigde Naties ons horen. Het betekent niet dat ze altijd op de juiste manier zullen reageren, maar ze wordt gehoord. Een paar jaar geleden heeft de voormalige Canadese rechter Louise Arbour en Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, een verklaring uitgegeven waarin zij het Arabische Handvest voor de Rechten van de Mens prees, nadat het was bekrachtigd door verscheidene Arabische landen. De belangrijkste bepalingen in die tekst zeiden dat het zionisme moet vernietigd worden, samen met racisme. Gelijkstelling van zionisme met racisme is iets wat de VN zelf ooit gedaan heeft maar in 1991 weer heeft ingetrokken.

In zijn memoires beschreef de Canadese jurist John Humphrey, die in 1948 nog heeft geholpen bij het opstellen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, dit soort taalgebruik nog als antisemitisme. We spraken onze afkeuring onmiddellijk over uit. Dit werd opgepikt over de hele wereld, waaronder ook diverse Canadese kranten. Binnen een dag of twee, bracht Arbour een verklaring uit waarin ze haar uitspraken weer introk zeggende dat ze in strijd waren met deze bepalingen. Door onze protest via de media hebben we die intrekking gedaan gekregen. Woorden zijn belangrijk. Het woord is de vader van daad. Regeringen en beschavingen zijn gebaseerd op een perceptie van legitimiteit. Regeringen die niet alleen besturen door de macht; moeten eventueel regeren via het recht en het gevoel van legitimiteit.

Kofi Annan’s laatste woorden op de VN

Niemand – en al zeker niet Ban Ki-moon – die zich nog de afscheidswoorden herinnert van de vorige secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan [°Ghana, 1938] op de Veiligheidsraad van 12 december 2006:

Kofi Annan: Wat heeft decennialang Israëlbashen door de VN uiteindelijk opgeleverd voor de Palestijnen? Niets, helemaal niets

“Sommigen tonen zich bijzonder tevreden door herhaaldelijk resoluties in te dienen en conferenties te houden voor de Algemene Vergadering van de VN die het gedrag van Israël veroordelen. Maar men moet zich ook de vraag durven stellen of dergelijke stappen ooit enige tastbare verlichting of voordeel voor de Palestijnen hebben opgeleverd.

Er zijn tientallen jaren van resoluties voorbij gegaan. Er is een wildgroei van speciale commissies, sessies en toegevoegde secretariaten aan divisies en eenheden [die allen Israël in het vizier houden].

Heeft een van deze ooit het geringste effect gehad op het beleid van Israël of bij de meeste van haar aanhangers bij wie het integendeel het geloof in Israël nog heeft versterkt, dat deze grote organisatie een veel te eenzijdige positie inneemt en daardoor nooit een belangrijke rol in het vredesproces voor het Midden-Oosten zal mogen spelen?”

[Some may feel satisfaction at repeatedly passing General Assembly resolutions or holding conferences that condemn Israel's behavior. But one should also ask whether such steps bring any tangible relief or benefit to the Palestinians. There have been decades of resolutions. There has been a proliferation of special committees, sessions, and Secretariat divisions and units. Has any of this had an effect on Israel's policies, other than to strengthen the belief in Israel, and among many of its supporters, that this great Organization is too one-sided to be allowed a significant role in the Middle East peace process?] Lees hier meer.


Bronnen: UN Watch: Concordia University Magazine Profiles Hillel Neuer and UN Watch van 1 juli 2010; Concordia University Magazine, Summer 2010 edition; op Brabosh.com: VN-Mensenrechtenraad andermaal in opspraak [video] van 22 juni 2010; José María Aznar: Het einde van Israël betekent het einde van ons allemaal van 18 juni 2010; Hoe de hele wereld het dikwijls compleet mis kan hebben met Israël van 3 mei 2010; VN weigert om beschuldiging over vermeende Israëlische organenhandel terug te trekken van 1 mei 2010; Dubbele standaarden: Israël doelwit bij uitstek van A.I.-Vlaanderen van 13 april 2010; Incident tussen Belgische voorzitter VN-Mensenrechtenraad en UN Watch over Israël van 27 maart 2010; De speech in de Verenigde Naties die niemand mocht zien noch horen van 7 maart 2010; Israël vs Goldstone: 1 – 0 (medewerkster Goldstone teruggefloten) van 7 maart 2010; Palestijnse klacht: teveel VN-rapporten over Palestijnen van 21 februari 2010; Israël zetelt voor het eerst in randorganisatie van VN-Mensenrechtenraad van 28 januari 2010;

Geplaatst in Arabisch - Israëlisch conflict | 1 reactie »