Maandelijks archief: juli 2010

Ramallah wil nieuw financieel middelpunt in het M-O worden

De Palestijnse president Mahmoud Abbas heeft donderdag 22 juli 2010 gezegd dat een door de Saoedi’s met 400 miljoen dollar gefinancieerd bouwproject de zustersteden Ramallah en El-Bireh op de Westelijke Jordaanoever kan transformeren in een regionaal financieel middelpunt. “We willen dat het er hier zal uitzien zoals in New York en Dubai,” zei Abbas toen hij aanwezig was op de ceremonie ter gelegenheid van het begin van de bouw van het Ersal Center, een prestigieus bouwproject met 13 torengebouwen, van een joint venture tussen het Palestine Investment Fund en Land Real Estate Investment and Development Co in Riyadh (Saoedi-Arabië).

Voorstelling van de maquette van het al-Ersal Centrum in Ramallah

“Dit is een nieuwe kijk op Palestina. Het project, dat volgende week de eerste spade in de grond steekt op de El-Bireh heuvel met uitzicht op het oude stadscentrum van Ramallah, zal het nieuwe hoofdkantoor voor de Bank van Palestina bevatten,” zei voorzitter Hashim Shawa. “Er zijn onderhandelingen gaande met het Palestijnse telecommunicatiebedrijf Wataniya Palestine Mobile Telecommunications Co. om een tweede toren te bezetten,” zei Mohammed Mustafa, de Palestijnse fonds voorzitter en chief executive officer. De joint venture heet Arduna.

President Mahmoud Abbas en Salaam Fayyad, de premier van de Palestijnse Autoriteit, proberen internationale investeerders aan te trekken om een reeks bouwprojecten met commerciële en residentiële gebouwen over de hele Westelijke Jordaanoever te stimuleren. De Palestijnse Autoriteit voert momenteel voorbereidende indirecte gesprekken met Israël via de Verenigde Staten gericht op het bereiken van een vredesakkoord Midden-Oosten.

“We hebben de keuze om achterover te leunen en te wachten op betere tijden of we kunnen het lot in onze eigen handen nemen en meer pro-actief bezig zijn met de ontwikkeling van onze economie op een zinvolle en strategische wijze,” zei Mustafa in een interview na de inwijdingsceremonie . ["This large real-estate project is an important message to potential future investors that even with the existence of difficult political and physical constraints we all struggle with, it is indeed possible to invest in Palestine. We have the choice to sit back and wait for better times or we can take the fate in our own hands and be more pro-active in developing our economy in a meaningful and strategic manner."]


Bronnen: Bloomberg: Ersal Project to Become Palestinian Financial Hub, Abbas Says van 22 juli 2010; AME info.com: The Palestine Investment Fund announces the official groundbreaking of Al-Ersal center van 28 oktober 2008; The Land Media Center: The Land Participates in Cityscape Dubai 2008; website The Land Palestine.com

Nog niet voor al het GOUD van Gaza!

"Miserie, honger en dood in het Getto van Gaza".... grapje ;)

Gaza, fotosessie van 17 juni 2010 op PalToday. Wel ja, in dat straatarme “Getto van Gaza”, waar de mensen dagelijks sterven als vliegen van honger en ontbering,… <ahum>….

Deze foto’s komen van een Palestijns-Arabische blog. Bij de foto’s is geen uitleg bij nodig, de beelden spreken voor zich.

Uit de Lonely Planet Gids: “The narrow covered Gold Market passage, running alongside the southern edge of the Great Mosque, was built in AD 1476 by prominent Gazan judge, Sheikh Shams al-Din-al-Himsi, and originally formed part of a much bigger covered market. The rest of the market was destroyed during WWI, but today this short passageway is still the place where all spouses-to-be come to pick out jewellery.”









Bronnen: Photo Forum Gaza; Palestine Today: Paltoday.ps arabisch; Bivouac-ID: Gaza : Le marché de l’or – Une nouvelle série de photos van 18 juni 2010 en Le commerce de l’or fleurit à Gaza malgré l’embargo israélien van 12 maart 2010

Gaza: het probleem is niet Israël maar andere Arabieren

Gaza, 8 april 2006. Op de achtergrond is de bouw van het 5-sterren Movenpick Hotel weer stil gevallen wegens de oorlog tegen Israël


Gaza, 18 april 2010. Vier jaar later. De bouw van het Al-Mashtal Movenpic Hotel in Gaza blijft slabakken. Niemand die met zekerheid kan zeggen wanneer het de deuren zal openen. Het luxueuze 5-sterrenhotel zal uiteindelijk (foto onder) 10 verdiepingen tellen en  250 kamers en uitkijken over de Middellandse Zee. Het wordt uitgevoerd door Aquaria. Kostprijs: ongeveer 30 miljoen dollar

Egyptian Journalist: In Actual Terms, Gaza Is Not Under Siege

door Memri en Israël Today

Een journalist van het Egyptische dagblad Al-Ahram heeft bevestigd wat onlangs een handvol integere westerse verslaggevers onthulden: dat Gaza niet echt wordt belegerd, en dat alle onderdrukking die de Palestijnse inwoners ondervinden wordt veroorzaakt door andere Arabieren, en niet door Israël.

Vakantieoord in Gaza 21 juli 2010

In tegenstelling tot verhalen in de reguliere Westerse media over wijdverspreide armoede en ellende in Gaza, meldt Ashraf Abu al-Houl dat “een gevoel van absolute welvaart overheerst, zoals blijkt uit de grote vakantieoorden langs de kust en in de buurt van Gaza.”

Al-Houl schreef ook dat “het zien van de artikelen en de luxe waarmee de winkels in Gaza zijn gevuld mij verbaasde”. Niet alleen dat, maar Al-Houl ontdekte al snel dat de meeste goederen in Gaza veel goedkoper worden aangeboden dan in Egypte, want in de Gazastrook “is het aanbod veel groter dan de vraag.”

Deze feiten, die een select groepje westerse journalisten heeft durven melden, brachten Al-Houl tot het besef dat het beperkte embargo van Israël tegen de door Hamas bestuurde Gazastrook “formeel of politiek is, niet economisch.” Met andere woorden, Israël veroorzaakt geen economische of humanitaire crisis in Gaza. Er is echter wijdverbreide armoede in de Gazastrook, maar dat is het gevolg van corruptie en een brede kloof tussen de “haves” en de “have-nots”.

Al-Houl interviewde de politieke activist Mustafa Ibrahim, die opmerkte dat ongeveer 20 procent van de inwoners van Gaza over bijna alle rijkdom in het gebied beschikken. Zij zijn bijna allemaal zijn nauw gelieerd aan de regerende Hamas-beweging. De rijke inwoners van Gaza investeren veel in de vrijetijdsindustrie en geven rijkelijk geld uit, terwijl zij schandelijk veel vragen voor eenvoudige luxe zoals een bezoek aan de plaatselijke stranden.

Onder de rest van de bevolking is de werkloosheid ongeveer 45 procent, en dat zijn de inwoners van Gaza die steeds door de Westerse media worden beschreven als de producten van de zogenaamde “Israëlische onderdrukking.” De wereld reageert op die berichten in de media door Gaza te overspoelen met nog meer humanitaire hulp, die via de handen van de rijken gaat en hen uiteindelijk alleen maar rijker maakt, terwijl de armen armer worden.

Israëlische functionarissen hebben in het verleden gezinspeeld op deze situatie, toen zij waarschuwden dat, hoewel er op dat moment geen humanitaire crisis in Gaza was, de internationale gemeenschap er feitelijk een kan scheppen door in te spelen op de corrupte eliteklasse van het gebied.

Vakantieverblijf in Al-Bustan en de toeristische stad Bisan

Speeltuin in Bisan, foto Egyptische krant Al-Ahram 17 juli 2010

De dagkrant Al-Hayat Al-Jadida van de Palestijnse Autoriteit schrijft: “Het vakantieoord in Al-Bustan aan de kust, behoort tot een islamitische vereniging die gelinkt wordt aan Hamas. Het heeft cafetaria, een restaurant en visvijvers; het wordt dagelijks bezocht door 1.000 bezoekers en ongeveer 2.000 in het weekend, zegt manager Ahmad Qadoura.

Een inwoner van Gaza wiens huis werd verwoest in de oorlog in Gaza, Abu Kamal Al-Awajeh, uitte zijn verontwaardiging het hoge entreegeld van de vakantieplaats van 35 sjekels. Hij zegt dat “er prioriteit moet worden gegeven aan de heropbouw van Gaza en nieuwe huizenbouw voor diegenen wier huizen werden verwoest in de oorlog.” In de buurt heeft de vereniging van gevangenen van Wa’ed, die aanleunt bij Hamas, het Al-Hurriya ["Vrijheid"] vakantieverblijf gebouwd.

In mei j.l. werd de opening ingehuldigd door Hamas minister van Binnenlandse Zaken Fathi Hammad van het vakantiedorp Bisan in Beit Lahiya, in het noorden van de Gazastrook. Voorheen was het een vuilnisbelt, ter grootte van 270 dunam dat behoorde aan de regering van Hamas, en dat voorziet in een vrijetijds-en vakantie [bestemming] voor Gaza bewoners. Het project kostte 1,5 miljoen dollar. Het vakantiedorp heeft een park van 86 dunam, een kleine dierentuin en twee zwembaden van Olympisch formaat voor kinderen en volwassenen. Volgens de administratie logeren er tijdens het weekend zo’n 6.000 bezoekers … De administratie verbied het roken van waterpijp en kaartspelen, en elke week worden in het complex drie religieuze conventies gehouden.


Bronnen: Israël Today: Arabische journalist: Gaza’s probleem is niet Israël; Memri: Egyptian Journalist: In Actual Terms, Gaza Is Not Under Siege van 28 juli 2010; Aqaria: AL Mahstal

De Palestijnse mythe

Kruisvaarders in Palestina, 14 juli 1099. Merk links op de achtergrond Jeruzalem met de Rotskoepel. Schilderij hangt in het Kasteel van Versailles nabij Parijs in Frankrijk

The Palestine Myth

door Steven Simpson

Een Arabisch islamitisch Palestina of een Palestijns volk is een mythe. Historisch gezien betekende Palestina het Joodse “Heilige Land” en de Palestijn stond voor “Jood van het Heilige Land”… Dus de huidige kennis van Palestina en de Palestijnen is op z’n best een mythe en op z’n slechtst roof van wat aan anderen toebehoorde.


De term “Palestina” heeft door de eeuwen heen vele beelden en meningen opgeroepen. In het christelijke Westen, was de term synoniem aan het “Beloofde Land” of het “Heilige Land”, dat wil zeggen, het land van de Joden. Door de eeuwen heen, zijn de termen “Palestina” en “Palestijns” analoog aan de termen “Israël” en “Joods”. Dit is heel duidelijk te lezen in vele boeken, artikelen, kranten en encyclopedieën. “Palestijns” werd gebruikt om Joden die in het Heilige Land wonen te identificeren, in tegenstelling tot Joden die elders wonen, zoals in Babylonië, Perzië, Griekenland, Rome, of elders. In feite, is er binnen het Jodendom zelfs een Talmoed (oude samenstelling van commentaar op de Bijbel), die door de historici de “Palestijnse Talmoed,” genoemd wordt, in tegenstelling tot de “Babylonische Talmoed.”

Armageddon (Heuvel van Megiddo) de belangrijkste stad uit de oudheid 7000 v. C. noord-Israël

Desondanks, heeft in de laatste veertig tot vijftig jaar, een perverse en wrede transmogrificatie (vervorming) van de term “Palestina” wortel geschoten onder de anti-Joden en Israëlhaters over de hele wereld, vooral in de Arabische/Islamitische wereld en in de steeds meer “gedhimmificeerde” Europese wereld. Een naam in het Arabisch “Filastin” heeft geen historische- of etymologische betekenis voor de Arabieren en andere Moslims, maar heeft nu de eigenschappen van een goedkope mythe die echter vele hoofdstukken van venijnige en giftige propaganda zouden kunnen vullen. Sterker nog, de hele mythe van vervorming en een Arabisch “Palestina” is uitgegroeid tot een virtuele religie op zichzelf. Hoe is deze mythe over een niet-bestaand volk en een niet-bestaand land “Filastin” ooit kunnen ontstaan? Het antwoord ligt in de tragische geschiedenis van de Rooms-Joodse “ontmoeting” tijdens de 1e en 2e eeuw, toen Israël (dat toen Judea heette) werd bezet door het Romeinse Rijk.

De Joden hadden een bittere nasmaak gekregen van te worden geregeerd door de heidense Romeinen en vochten er meer dan een eeuw voor om hun onafhankelijkheid terug te winnen. Tijdens de Romeinse overheersing heeft er tweemaal een onafhankelijk koninkrijk Judea bestaan. Eerst onder Herodes de Grote (terwijl Augustus keizer was) en vervolgens onder de kleinzoon van Herodes, Herodes Agrippa, (terwijl Claudius keizer was). Ongeacht dat, eindigde alles in een ramp toen de Joden in 66 AD in opstand kwamen en vier jaar tegen Rome vochten – volgens een ooggetuigeverslag van de historicus Josephus – leidde dat tot bijna een miljoen Joodse doden en de verwoesting van Jeruzalem en de Heilige Tempel.

Hoewel veroverd, bleef Judea toch een onrustige provincie in het Romeinse Rijk. Dit veranderde dramatisch en drastisch in 132 AD toen een Joodse strijder met de naam Simeon bar Kochba opnieuw in opstand tegen Rome kwam. De oorlog duurde drie jaar en was zo intens, dat de keizer Hadrianus zijn beste generaal, Julius Severus, uit Groot-Brittannië moest terugroepen. Hij had bijna 12 Romeinse legioenen nodig om de opstand neer te slaan, maar toen dat gebeurd was, was het ook gebeurd met Judea. Hadrianus had genoeg van de Joden en hun opstanden en besloot Judea te hernoemen in “Syrië Palestina.” “Palestina” werd bewust vernoemd naar de Filistijnen, oude vijanden van de Israëlieten. Het was niets meer dan zout in de wonden strooien van de al verslagen Joden. Ook de naam Jeruzalem werd niet gespaard en werd omgedoopt tot “Aelia Capitolina.” En zo was het “Joodse vraagstuk” van de 1e en 2e eeuw “opgelost.” Echter, de Joden bleven als een meerderheid in hun veroverde land.

De situatie bleef onveranderd, totdat de Arabieren oprukten uit de Arabische woestijn en alle mogelijke landen veroverden voor Allah en Mohammed. In 635 AD veroverden de Arabieren het Heilige Land vanuit Byzantium. Het blijkt echter dat de Moslims geen echte interesse in het land hadden. In feite, toen zij Jeruzalem innamen, beseften ze blijkbaar niet waar ze waren, toen ze de stad eerst “Iliyas” noemden, niets meer dan een Arabische vorm van het Latijnse “Aelia” (zoals eerder vermeld, de naam van Jeruzalem). In een ironische speling van het lot, was het een Jood die zich had bekeerd tot de Islam, die kalief Omar erop wees waar hij en zijn bezettingsleger nu stonden, namelijk Jeruzalem en de Tempelberg. Het was toen dat de Arabieren besloten om de stad “Al Quds” en “Beit al Muqdas” te noemen. Nogmaals, dit zijn niets anders dan de Arabische termen voor het originele Hebreeuws: “Ha-Qodesh” en “Beit ha-Miqdash”, die respectievelijk “de Heilige (Stad)” en “het Heilige Huis” (dwz, “Heilige Tempel”) betekenen.

De Arabische Moslims noemden het land nu “Jund Filastin” (Provincie van Palestina), een directe ontlening aan de Grieks-Romeinse term. Maar omdat het Arabisch geen “p” klank heeft, werd “Palestina” veranderd in “Filastin.” Inderdaad, elke naam van elk zogenaamd “Arabische dorp” in Israël is niets meer dan een Arabische verdraaiing van de oorspronkelijke Hebreeuwse, Griekse of Latijnse naam voor een stad. Om er maar twee te noemen: “Hebrun” – van het Hebreeuwse “Hevron” en “Nablus” van Nea Polis -, (“nieuwe stad”), gebouwd op de ruïnes van het bijbelse Sichem. De Arabisch-islamitische desinteresse in het land was zo groot dat, met uitzondering van de stad Ramleh (volgens sommige archeologen waarschijnlijk gebouwd op de Joodse ruïnes van de stad Ramathaim Zophim).

Er is nog nooit een andere stad gebouwd door de Arabieren of de andere Islamitische veroveraars. Een nog grotere ironie; het was Ramleh dat werd gekozen als de hoofdstad van de provincie “Filastin.” Jeruzalem speelde absoluut geen belang met uitzondering van het gebouw van Masjid Al-Aqsa (de moskee van Al-Aqsa) en Qubbat-Sahra (de koepel van de rots) op de ruïnes van de Joodse Tempel. De reden voor de bouw van deze structuren was om de superioriteit van de Islam over het Judaïsme te tonen en te wedijveren met de Christelijke Heilige Grafkerk, die eeuwen eerder in de nabijheid gebouwd was.

Het kale land van “Palestina” bleef door de eeuwen heen onveranderd en het ging van de ene naar de andere veroveraar. Ten slotte, in 1917, ontworstelde Groot-Brittannië het land van de Ottomanen en na de Joden een thuisland in hun voorouderlijk land te hebben beloofd, kende de Liga van Naties de Britten een mandaat toe, dat zich uitstrekte over zowel de westelijke en oostelijke oever van de rivier de Jordaan. Het was op dit punt dat de term “Palestina” nieuw leven werd ingeblazen als een quasi-politieke entiteit geregeerd door een Britse gouverneur.

Terwijl de Joden begonnen hun kranten, goede doelen en organisaties namen te geven zoals de “Palestina Post” of de “United Palestina Appeal,” schuwden de Arabieren de namen door ze “Joods” en “Zionistisch” te noemen. Voor hen, waren ze ten eerste Moslims en ten tweede “Zuidelijke Syriërs”. Sterker nog, menig Arabische politicus en historicus ontkend dat er ooit een land, genaamd “Palestina“, heeft bestaan. Het noemen van het aantal en de namen van Arabische politieke figuren en historici die dit bevestigden, zou een artikel op zich worden. Het volstaat te zeggen dat Arabieren zoals de wijlen Hasjemitische vorst Hoessein, “Voorzitter” Arafat en de bekende Arabische historicus Philip K. Hitti, allemaal openhartig hebben toegegeven dat er nooit een land met de naam “Palestina” heeft bestaan. In feite heeft de laatstgenoemde op 01-11-1946 voor een Anglo-Amerikaanse commissie van onderzoek, in Washington DC, verklaard: “Er bestaat/is niet zoiets als Palestina in de geschiedenis, absoluut niet.” Wijlen koning Hussein, die wist van de kunstmatige entiteiten (dwz, Transjordanië – nu “Jordanië”) zei, dat “het de waarheid is dat Jordanië Palestina is en Palestina Jordanië.” Hij zei dit op meer dan een gelegenheid in de 1970s en op 26-12-1981 in een interview met de in Parijs gevestigde Arabische krant An-Nahar Al Arabi (“The Arabic Daily”). Veel andere Hasjemieten (uit het heden en verleden) hebben soortgelijke uitspraken gedaan. Sterker nog, zonder de hulp van Churchill en Groot-Brittannië, zou er nooit een “Hasjemitische entiteit” geweest zijn op de East Bank van de Jordaan, geconstrueerd in 1922 en uitgeknipt uit het oorspronkelijke “Palestina Mandaat” voor het “Jewish National Home.”

zuheir

PLO topman Zahir Muhsein in 1977: 'Het Palestijnse volk bestaat niet'

En in een van de meest openhartige bekentenissen ooit gedaan door, Zahir Muhsein, een minder bekend leider van de PLO-Splintergroep “Al Sa’iqa” (De Storm) en gesteund door Syrië, zei op 31-3-1977 in een interview met de Nederlandse Trouw:

”Het Palestijnse volk bestaat niet. De oprichting van een Palestijnse staat is slechts een middel om onze strijd tegen de staat Israël voort te zetten voor onze Arabische eenheid. In werkelijkheid is er geen verschil tussen Jordaniërs, Palestijnen, Syriërs en Libanezen. Alleen om politieke en tactische redenen spreken we over het bestaan van een Palestijns volk, daar de nationale Arabische belangen vereisen dat we het bestaan aannemen van een afzonderlijk Palestijns volk om zich te verzetten tegen het Zionisme.

Om tactische redenen kan Jordanië, dat een soevereine staat is met vastomlijnde grenzen, geen aanspraken maken op Haifa en Jaffa, terwijl ik als Palestijn, zonder twijfel Haifa, Jaffa, Beer-Sheva en Jeruzalem kan opeisen. Echter, op het moment dat we ons recht op geheel Palestina terug hebben, zullen we geen minuut langer wachten Palestina en Jordanië te verenigen.”

Muhsin werd uiteindelijk vermoord door Israël in 1979.

En natuurlijk was er “Voorzitter” Arafat, die in 1974 in een interview met The New Republic verklaarde: “Wat je Jordanië noemt is eigenlijk Palestina.” Afgezien van dit alles, hadden tot de oprichting van de Palestine Liberation Organzation in 1964, “Palestina” en “Palestijnse” geen betekenis voor de Arabieren. Even terzijde, feit is dat de PLO werd opgericht in 1964 door de Liga van Arabische Staten en niet na de “Zesdaagse Oorlog” in juni 1967, daaruit blijkt duidelijk genoeg dat Ahmad Shuqayri (oorspronkelijke oprichter van de PLO) en zijn opvolger Yasser Arafat, uit waren op de totale vernietiging van Israël, terwijl Jordanië de “bezette gebieden” van de “West Bank”, en Egypte de “Gazastrook” al in handen hadden.Voor hen en voor de PLO (of PA van vandaag), is “ Palestina” slechts een deel van het “Arabische Moslim nationale thuisland” dat van de “ongelovige” Joden bevrijd moet worden. Nog in 1967, verwees zelfs de VN niet naar “Palestijnen”, maar noemt ze “vluchtelingen.” (Resolutie 242 van 22-11-1967.) Echter, toen de late jaren 1960 overgingen in de jaren 1970, werd de historische terminologie van “Palestina” compleet omgedraaid en gekaapt door de Arabieren. De term werd nu synoniem met Arabieren, maar in werkelijkheid was het slechts een wapen in de strijd om Israël uit te roeien van de wereld.

De feiten zijn onmiskenbaar. “Palestina” heeft geen betekenis in het Grieks, Latijn, Arabisch of Engels. Het is een algemeen feit dat een volk hun naam geeft aan een land en niet omgekeerd. Zo noemen de Arabieren hun vaderland “Jazirat al-Arab” of “Eiland van de Arabieren .“ De Joden noemen hun land Israël, omdat ze Israëlieten werden genoemd, Israël in het Hebreeuws betekent “zich inspannen met God.” Evenzo heette het Juda of Judea, naar de stam van Juda (“lof” in het Hebreeuws). Ironisch genoeg er is slechts één taal waarin de term “Palestina” een betekenis heeft en die taal is Hebreeuws. De naam vertaald als “Filistijnen” in de Heilige Bijbel komt van het Hebreeuwse “Peleshet”, die niets anders betekent dan “het land van de Filistijnen.” In tegenstelling tot Arabische propaganda, waren de Filistijnen een niet-Semitische, Indo-Europees volk dat migreerde naar het huidige Gaza. Historici gaan ervan uit dat deze “Zeevolken” oorspronkelijk uit het Egeïsche gebied rond Kreta komen.

Concluderend, moet men zich de situatie voorstellen alsof Hadrianus de naam van Israël nooit had veranderd van Judea naar Palestina. We kunnen dan net zo goed spreken van een “Judea Liberation Organization” in plaats van een “Palestine Liberation Organization” en we kunnen dan goed spreken van de mantra van de “onvervreemdbare rechten van het Joods-Arabische volk.” Tegelijkertijd, indien Hadrianus de naam van Judea had veranderd in Mars, dan zouden we spreken van het “Mars-Arabische volk.” Natuurlijk klinkt dit absurd, maar niet absurder dan het fictieve mythische land en volk van “Palestina.”

Israël zou er goed aan doen lering te trekken uit het wrede lot van de geschiedenis die zichzelf schijnt te herhalen. Na de vernietiging door Hadrianus in de 2e eeuw existeerde er geen “Palestina” naast Judea. Ook nu, in de 21e eeuw, is het voor Israël onmogelijk om “naast elkaar in vrede” met een “Palestina” te leven, dat tot doel heeft Hadrian’s oorlog tegen de Joden na te bootsen en te voltooien. De ene of de andere kan bestaan, maar nooit beide. Israël is een historische realiteit. Arabisch “Palestina” is een kunstmatige uitvinding. Onvermijdelijk zal een “twee-staten-oplossing” leiden tot niets minder dan een definitieve oplossing voor de staat Israël en misschien ook voor de Joden van de wereld. Het is echter tijd voor Israël om een moedig standpunt in te nemen en de pijnlijke feiten van de realiteit – en de geschiedenis – in aanschouw te nemen.


Bronnen: Islam Watch: The Palestine Myth van 18 juli 2010, door Steven Simpson vertaling: DISSA; All Things Beautifull: The Myth Of Palestine van 6 januari 2006 en The Myth Of Palestine Part II van 26 maart 2006;

Geen lingerie meer in winkelramen van Gaza

De Gazastrook evolueert stilaan naar een open gevangenis en dat is niet de schuld van Israël.

Woensdag 28 juli 2010 heeft Hamas, dat autonoom met ijzeren [islamitische] hand over de Gazastrook regeert sinds het met geweld al-Fatah heeft verdreven in het voorjaar van 2007, andermaal nieuwe restrictieve maatregelen afgekondigd die vrouwen letterlijk nauwer in het keurslijf moeten drukken. Hamas heeft ontdekt dat bij het mannelijke deel van haar bevolking de stoppen compleet doorslaan bij het zien van een naakte vrouwelijke enkel.

“Wij moeten de mensen aanmoedigen om deugdzaam te zijn en hen weg houden van de zonde,“ zegt Abdullah Abu Jarbou, van het ministerie voor Religieuze Zaken. Hiermede geeft Hamas impliciet toe dat het een probleem heeft met het mannelijke deel van de bevolking dat blijkbaar de lusten niet meer onder controle heeft en de facto weigert in te zien dat het probleem zich situeert bij de mannen en niet bij de vrouwen. Aldus worden opnieuw een aantal seksistische maatregelen van kracht die enkel de vrouwen treft, als onderdeel van een campagne om de “publieke moraal” te beschermen in de Gazastrook.

Hamas heeft een nieuwe regelgeving aangekondigd inzake de verkoop van dameskleding in winkels. Zo mogen voortaan lingeriewinkels geen ‘obsceen geklede’ paspoppen meer in de etalages plaatsen. Dat soort poppen moet uit de winkelstraten worden gebannen,de winkels in dameskleding mogen ook geen kleedkamers of getinte ruiten meer hebben en etalagepoppen moeten voortaan ‘bescheiden’ gekleed zijn.

“Het is absoluut verboden om fotocamera’s mee de winkel in te nemen en het is ook verboden om weinig verhullende kleding te showen in de voorzijde van de winkel,” aldus een verklaring van de Hamaspolitie. De regels zetten de restrictieve koers verder die in het verleden al werd uitgestippeld. Het edict komt bijna twee weken nadat Hamas de vrouwen verbood waterpijpen te roken in openbare gelegenheden. Zo is het reeds een tijd verboden voor mannen om in beauty-salons voor vrouwen aan de slag te gaan, en mogen vrouwen niet langer met de motor rijden. Ondanks de beperkende maatregelen ontkent Hamas dat ze de sharia wil invoeren in Gaza.

Met de islam wordt niet gelachen

Jeremy Clarkson: Burka? Burps!Dat er met dit soort maatregelen toch maar best niet gelachen kan worden, heeft nu ook Jeremy Clarkson, één van de drie gekende presentators van het razend populaire programma Top Gear over auto’s, ondervonden toen hij deze week in Engeland een rel veroorzaakte door een grap te maken over de burka. Zes miljoen Britten zaten aan de buis gekluisterd toen Jeremy riep dat de zomer de gevaarlijkste tijd van het jaar is om in een auto te rijden. “Al die vrouwelijke voetgangers in korte rokjes! Je móet er wel naar kijken.”

Co-presentator Richard Hammond begon vervolgens over de boerka. “Dit is een voordeel van de boerka, want met dit kledingstuk verdwijnt het probleem.” Jeremy schudde zijn hoofd en zei: “Werkt niet. Ik zag laatst een moslima in een boerka. Ze struikelde waardoor ik haar rode string kon zien.” Sindsdien stromen de klachten binnen bij de BBC. Volgens de Britse krant Daily Mail is The Muslim Women’s Network UK, de vereniging voor de belangen van moslima’s, not amused. “Over de boerka is momenteel een hevige discussie gaande, daar mag je geen grapjes over maken.”


Bronnen: Het Laatste Nieuws: Hamas weert lingerie uit winkel-etalages van 29 juli 2010; Faith Freedom International: Hamas dress code aims to make Gaza more Islamic van 29 juli 2010; De Telegraaf: Top Gear-ster veroorzaakt rel met boerka-grap van 28 juli 2010;

Achter het nieuws: de Israëlische levenslijn naar Gaza

ALLE dagen rijden nieuwe vrachtladingen met hulpgoederen de Gazastrook binnen. Van januari 2009 tot vandaag juli 2010, werden ELKE maand tussen de 12.000 en 15.000 ton hulpgoederen afgezet in Gaza

Achter het Nieuws: De Israëlische humanitaire levenslijn naar Gaza

Ondanks de voortdurende aanvallen door Hamas, houdt Israël een permanente humanitaire corridor open voor de transfers van voedselhulp en humanitaire bevoorrading van de Gazastrook, die wordt gebruikt door internationaal erkende organisaties zoals de Verenigde Naties en het Rode Kruis.

Humanitaire hulp, ondanks aanvallen van Hamas

Ondanks de aanvallen van Hamas, houdt Israël een permanente humanitaire corridor open voor de overdracht van aan bederf onderhevige levensmiddelen en basisproducten naar Gaza. Deze doorgang wordt gebruikt door internationaal erkende organisaties zoals de Verenigde Naties en het Rode Kruis. Ruim een miljoen ton humanitaire hulpgoederen zijn Gaza vanuit Israël binnengebracht tijdens de afgelopen 18 maanden, wat ongeveer gelijk staat aan bijna een ton steun voor elke man, vrouw en kind in Gaza. Voor een waarde van miljoenen dollars aan internationale voedselhulp stromen continu via het Israëlische humanitaire apparaat, om ervoor te zorgen dat er geen voedseltekorten ontstaan in de Gazastrook.

Eten en benodigdheden werden zes dagen per week verscheept vanuit Israël naar Gaza. Deze goederen werden behandeld via hulporganisaties of via de particuliere sector in Gaza. Grote hoeveelheden essentiële voedingsmiddelen, zoals babyvoeding, tarwe, vlees, zuivel en andere bederfelijke waren werden op dagelijkse en wekelijkse basis overgebracht naar Gaza. Meststoffen die niet kunnen worden gebruikt om explosieven aan te maken werden naar de Gazastrook vervoerd, net zoals aardappelen zaden, bevruchte eieren, bijen en uitrusting voor de bloemenindustrie. In 2009 allen al werden meer dan 738.000 ton voedsel en voorraden opgenomen in de Gazastrook. Foto’s in de lokale kranten laten lokale markten zien met fruit, groenten, kaas, kruiden, brood en vlees in overvloed om de 1,4 miljoen inwoners van Gaza te voeden.

In het eerste kwartaal van 2010 (januari-maart), werden 94.500 ton goederen getransporteerd in 3.676 vrachtwagens naar de Gazastrook; 48.000 ton voedsel producten en 40.000 ton tarwe, 2.760 ton rijst; 1987 ton van kleding en schoeisel; 553 ton melkpoeder en babyvoeding. In een gemiddelde week heeft het IDF de overdracht gecoördineerd van honderden vrachtwagens met ongeveer 15.000 ton hulpgoederen. Tijdens de week van 18 mei 2010 waren er meer dan 100 vrachtwagens met diervoeder, 65 vrachtauto’s met groenten en fruit, 22 vrachtwagens met suiker, ongeveer 27 vrachtwagens vlees, gevogelte en vis; en 40 vrachtauto’s met zuivelproducten. Tijdens de feestdagen verhoogt Israël het aantal transfers. Tijdens de islamitische heilige dagen van de Ramadan en van Eid al-Adha, heeft Israël ongeveer 11.000 stuks vee verscheept naar de Gazastrook.

Handhaving van medische hulp voor iedereen in nood

De medische levenslijn

Geen enkele Palestijn wordt medische verzorging in Israël geweigerd. Echter, wanneer de Hamasregering geen vergunningen willen verlenen voor medische zorg, kan de Israëlische regering uiteraard niets doen om de patiënt te helpen. Israël vergemakkelijkt alle gevallen van medische behandelingen afkomstig uit Gaza, tenzij de patiënt een gekende terrorist is. Israël houdt een speciale corridor open voor het vervoer van medische patiënten vanuit Gaza, en ongeveer 200 leden medisch personeel leggen minstens elke maand een bezoek af aan de Gaza via de grenspost. Israël helpt ook met het coördineren van het vervoer van Jordaanse artsen in en uit de Gaza.

Over heel 2009 verlieten 10.544 patiënten en hun begeleiders de Gazastrook voor medische verzorging in Israël. Daarnaast vonden vanuit de Gaza nog eens 382 evacuaties bij medische noodgevallen plaats. De Hadassah Medical Organization in Jeruzalem doneert jaarlijks 3 miljoen dollar hulpgelden om Palestijnen te behandelen in Israël. In navolging van de paniek die uitbrak naar aanleiding van de varkensgriep epidemie werd drie Israëlische hospitalen gereserveerd voor de behandeling van patiënten uit de Gazastrook en werden er 44.500 vaccinaties uitgevoerd in de Gazastrook. Sinds 2005 hebben Palestijnen meer dab 20 keren de speciale regeling voor Patienten uit de Gaza misbruikt om aanslagen uit te voeren in Israël.

Medische apparatuur

In 2009 werd ongeveer 4.883 ton medische apparatuur en medicijnen naar de Gaza uitgevoerd.

In het eerste kwartaal van 2010, werden vanuit Israël 152 vrachtwagens geladen met geneesmiddelen en medische apparatuur verscheept naar Gaza. In een typische week (mei 2010), werden zo’n 37 vrachtwagenladingen met hygiënische producten verscheept naar Gaza doorheen de grensovergangen. Daarnaast werd onlangs een nieuwe CAT-scanmachine verzonden naar Gaza. In 2009 coördineerde Israël de overdracht van medische apparatuur voor gehandicapten waaronder rolstoelen, krukken en EHBO-kits. Andere apparatuur werd verscheept naar Gaza onder meer hartmonitoren, baby sondevoeding, tandheelkundig materiaal, medische boeken, ambulance nooduitrusting, kunstledematen en slaapzakken voor baby’s.

Bouwen aan de toekomst: infrastructuur en economische hulp

Bouwmaterialen

Terwijl de import van cement en ijzer in Gaza wordt beperkt sinds die worden gebruikt door de Hamas om er raketten mee te maken en bunkers te bouwen, wordt de invoer van vrachtwagenladingen van cement, ijzer en bouwmaterialen zoals hout en ramen regelmatig gecontroleerd door de betrokken internationale partijen. Reeds in het eerste kwartaal van 2010, werden 23 ton ijzer en 25 ton cement overgebracht naar de Gazastrook. Op 13 mei 2010, stond Israël de levering toe van ongeveer 39 ton bouwmaterialen aan te Gaza om te helpen bij de heropbouw van een beschadigd ziekenhuis.

Het materiaal voor het Al Quds ziekenhuis werd overgebracht nadat eerst de veiligheidscontrole en Franse garanties erover waakten dat de bouwmaterialen niet naar elders zouden worden omgeleid. Op 24 mei 2010 opende Israël de grenspost Kerem Shalom voor 97 vrachtwagens die geladen waren met hulpgoederen, waaronder zes trucks geladen met 250 ton cement en een vrachtwagen geladen met vijf ton ijzer voor het uitvoeren en bemannen van projecten van de UNRWA.

Elektriciteit

Volgens het VN-rapport van mei 2010, is 120 megawatt (meer dan 70%) van de elektriciteit in de Gazastrook afkomstig van het Israëlische elektriciteitsnet, terwijl 17 megawatt wordt geleverd door Egypte en 30 megawatt wordt geproduceerd door een elektriciteitscentrale in Gaza City. Sinds januari 2010 is er sprake van verslechtering van de levering van elektriciteit aan de Gazastrook sinds het regime van Hamas niet bereid de rekeningen te betalen voor de brandstof om de elektriciteitscentrale in Gaza City te kunnen exploiteren.

Gedurende 2009 heeft Israël 41 vrachtwagens met materiaal voor het onderhoud van elektriciteitsnet van de Gazastrook de grens doorgelaten. Israël versoepelde de levering van de brandstof over de grens maar stelt dat het oneigenlijk gebruik van brandstof van de binnenlandse energieproducenten voor andere doelen, in haar geheel een beslissing is van Hamas. Meer dan 133 miljoen liter brandstof werden vanuit Israël aan Gaza geleverd tijdens de afgelopen 18 maanden.

Rioolwater

Tijdens het eerste kwartaal van 2010, hebben de Verenigde Naties samen met Israël de overdracht van materialen gecoördineerd om de capaciteit van het pompstatio voor de zuivering van rioolwaters op te waarderen. In 2009 brachten 127 vrachtwagens meer dan 3.000 ton hypochloriet over naar de Gazastrook bestemd voor waterzuivering. Bovendien brachten 48 vrachtwagens uitrusting over voor de verbetering van de sanitaire voorzieningen die hebben geleid tot een aanzienlijke vermindering van het afval in de Beit Lahya faciliteit./p>

Economie

De Verenigde Staten, Israël, Canada en de Europese Unie hebben de tegoeden bevroren van het Palestijnse regime van Hamas sinds die begin 2006 aan de macht kwam en die erkend werd als een terreurorganisatie. Israël heeft maatregelen genomen om de handel te ondersteunen, het bankwezen en de bestaande financiële markt in de Gazastrook. Gazanen produceren veel van hun eigen voedselproducten, waaronder olijven, citrusvruchten, fruit, halal vlees en zuivelproducten. Primaire export vanuit Gaza zijn snijbloemen en citrus, met handelspartners als Israël, Egypte en de Westelijke Jordaanoever. In 2009 werden 7,5 miljoen ton aan bloemen en 54 ton aardbeien geëxporteerd uit Gaza in samenwerking met Israël.

In 2009 werden 1,1 miljard sjekel (ongeveer 250 miljoen dollars) overgeheveld naar de Gazastrook voor de lopende activiteiten van de internationale organisaties en om de salarissen van de werknemers van de Palestijnse Autoriteit te betalen. 40 miljoen beschadigde bankbiljetten werden vervangen door nieuwe bankbiljetten en op verzoek van de Palestijnse Monetaire Fonds, werden 282,5 miljoen sjekel van Gazaanse banken overgedragen aan de Israëlische banken.

In februari 2010 werd een overeenkomst bereikt met het National Insurance Department van de Palestijnse Autoriteit om ervoor te zorgen dat de pensioenen worden uitgekeerd aan hen die ooit in Israël waren tewerk gesteld. Die fondsen werden overgedragen bij banken in Judea en Samaria, terwijl de Palestijnse Autoriteit de verantwoordelijkheid kreeg voor de verdeling van die geldmiddelen aan de rechtmatige gepensioneerden in Gaza.

Bevordering van hoop en vertrouwen – Levenskwaliteit in Gaza

De cyclus van het leven

• Verwachte levensverwachting in de Gazastrook (2010) is 73,86 jaar, dat is hoger dan bijvoorbeeld in Estland, Maleisië, Jamaica en Bulgarije.

• De zuigelingensterfte in Gaza is 17,71 per 1000, en dat is beter dan in China, Jordanië, Libanon en Thailand.

• De vruchtbaarheid ligt op ongeveer vijf kinderen per gezin, dat vergelijkbaar is met veel Afrikaanse landen zoals Rwanda en Senegal.

Gezondheidszorg

Palestijnse gezinnen krijgen dezelfde gesubsidieerde gezondheidszorg als Israëliërs, ongeveer 10% van de kosten voor dezelfde behandeling in de Verenigde Staten.

Schoolkinderen

Israël verdeelt de schoolbenodigdheden die worden toegeleverd door de UNRWA waaronder notebooks, schooltassen, schrijfmateriaal en tekstboeken. Israël coördineert momenteel de verdeling van 200.000 laptopcomputers voor schoolkinderen in Gaza en de levering van 74 zeecontainers die zullen worden omgebouwd tot klaslokalen in Gaza.

In het eerste kwartal van 2010 heeft Israël 250 vrachtwagens met materialen voor het zomerkamp van de UNRWA doorgelaten, waaronder materiaal voor kunst- en handenarbeid, zwembaden, opblaasbaar speelgoed, ijscrèmemachines, muziekinstrumenten, kleding en sportartikelen.

Electronisch leven

Ongeveer 20% van de bevolking van Gaza bezit een personal computer – dat is meer dan bijvoorbeeld Portugal, Brazilië, Saoedi-Arabië of Rusland. Zij hebben toegang tot ADSL en dial-up Internet service, provided door een van de vier providers.

Ongeveer 70% van de Gazanen bezitten een televisietoestel en radio en hebben de mogelijkheid van een satelliet verbinding of de ontvangst van de nationale omroep van de Palestijnse Autoriteit of Israëlische zenders.

Gaza heeft een goed ontwikkeld netwerk voor vaste telefonie en uitgebreide mobilofoondiensten die geleverd worden door PalTel (Jawwal) en de Israëlische provider Cellcom.

Volgens een rapport van USAID, beschikken 81% van de huishoudens in Gaza over een mobilofoon. Jawwal, de mobilofoonprovider van de Palestijnse Autoriteit heeft meer dan een miljoen abonnees.

Reizen

Ondanks de inherente gevaren, laat Israël Gazans en bezoekers toe om te reizen tussen de Gazastrook en Israël, van Gaza naar Judea en Samaria (op de westelijke oever van de Jordaanrivier) en zelfs naar het buitenland als het om een medische behandeling gaat, of ook voor religieuze bedevaarten en zakenreizen. Waar mogelijk staat Israël diplomatieke activiteiten toe en voor de handel en de commercie met de Gazastrook.

In aanvulling op de reizen om medische redenen, kregen 21.200 activisten van internationale organisaties en meer dan 400 diplomatieke delegaties de toelating om naar de Gazastrook te reizen, terwijl 2.200 Palestijnen in dienst van internationale organisaties reisvergunningen kregen uit de Gazastrook.

147 vergunningen werden verleend aan Palestijnse studenten voor academische studies over de hele wereld en er werd een speciale toestemming gegeven aan Gazaanse voetballers om te trainen in Judea en Samaria en om deel te nemen aan internationale wedstrijden in het buitenland.

Tijdens de kerstvakantie werden ongeveer 400 vergunningen verleend aan Gazanen die Bethlehem wilden bezoeken en 100 vergunningen om naar het buitenland te reizen. Daarnaast werden 257 vergunningen verleend aan ondernemers uit de Gazastrook om hun handelsactiviteiten te vergemakkelijken.


Bronnen: Israel Ministry of Foreign Affairs: Behind the Headlines: The Israeli humanitarian lifeline to Gaza van 25 mei 2010

Britse premier Cameron: “Gaza is net een Gevangenkamp”


door Sacha van Faith Answers & Questions

Amper 2,5 maand aan het roer van Groot Brittannië en Premier David Cameron laat zijn masker ‘Vriend van Israël’ haast sneller vallen dan Barak Obama. In Ankara meldde hij zijn nieuwe vriend, Premier Recep Tayyip Erdogan van Turkije, dat hij graag de weg van Brussel naar Ankara wilt plaveien (huidige voorzitter van de EU België steunt dit idee). En passant wordt Gaza met een gevangenkamp vergeleken. “De situatie in Gaza moet veranderen”, aldus Cameron, “Zowel humanitaire goederen als mensen moet in beide richtingen kunnen bewegen. Het kan niet en mag niet worden toegestaan dat Gaza een gevangenis kamp blijft.”

Turks premier Erdogan op zoek naar nieuwe vrienden

Enerzijds een verrassende uitspraak, omdat Cameron absoluut op de hoogte moet zijn van de rijkdommen van Gaza en de schrikbewind van Hamas die over Gaza woedt. Anderzijds is zijn reactie niet vreemd, daar in 2008 in Groot-Brittannië de sharia is in gesteld waar de sharia-rechtbanken de bevoegdheid hebben uitspraak te doen over Islamitische civiele zaken. De wettelijke bevoegdheden van de Islamitische rechtbanken in Groot-Brittannië komen zeven maanden nadat de antisemiet Rowan Williams, de aartsbisschop van Canterbury, onder vuur kwam te liggen. Dit keer niet vanwege zijn Holocaustontkenning, maar de suggestie dat de invoering van de sharia in Groot-Brittannië “onvermijdelijk lijkt“. In feite waren deze rechtbanken al in augustus 2007 actief. Precies een jaar geleden telde Groot-Brittannië 85 actieve sharia-rechtbanken. Daarnaast heeft Cameron veel belang in de Britse moslims.

Groot-Brittannië is niet de enige: veel Europese landen zijn elementen van de sharia-wet aan het introduceren. Denk aan zoals sociale uitkeringen voor polygame gezinnen, een verbod op Mohammed-cartoons en gescheiden zwemmuren voor voor moslimvrouwen in publieke zwembaden. Onlangs nog kwam er onverwachts een verbod op een afbeelding van biggetjes in een Nederlands ziekenhuis. Afgelopen feestdagen is er in een Haagse Hogeschool een rel uitgebroken, omdat het bestuur had besloten geen kerstboom in de Hogeschool te plaatsen, omdat het ergernissen wekt bij de moslims onder de studenten. Op het laatste moment waren het de niet-moslim studenten die als nog een kerstboom in de school plaatsten.

En wat te denken over de ‘tal’ van Nederlandse gevangenissen waar uitsluitend halal op de menu staat? Dit omdat de Nederlandse Justitie een voordelige deal heeft gesloten met leveranciers. Kleuters van de kleuterschool De Kleine Kunstenaar in Houthalen (BE) werden eveneens verplicht halal te eten. Deze lijst kan nog veel verder worden uitgebreid, maar we laten het hier bij betreft de voorbeelden dat er al sporen van sharia in onze Westerse beschaving merkbaar zijn.

Ondertussen kan Turkije gewoonweg als een Islamitisch land gekarakteriseerd worden. Dit om het feit dat de overgrote meerderheid van de bevolking – inclusief de Premier – de soennitische vorm van Islam aanhangt. De Islam begint in de Turkse samenleving op politiek als op maatschappelijk gebied een steeds grotere rol te spelen. De Islam heeft in Turkije groeiende invloed op politiek, onderwijs (een toename van het aantal islamitische scholen), organisaties, en het heeft nauwere banden aangehaald met landen zoals Iran, Libanon en Syrië. We kunnen absoluut spreken van een herleving van de Islamitische identiteit binnen Turkije. Ook al bestaat er in Turkije naast de Islam ook religieuze minderheidsgroeperingen, zoals aanhangers van de Armeense, Chaldeelse, Byzantijnse en Latijnse kerk en kent het land Joden en Protestanten. En hoewel de grondwet deze religies weliswaar bestaansrecht geeft, het leven voor de Armenen en Joden wordt daar sowieso niet gemakkelijk gemaakt.

Dat het niet geheel ongevaarlijk is om Turkije als onderdeel van de EU te willen behoren, lijkt Cameron dus niet te deren. Ook deert Cameron niet dat de partij van premier Erdogan, met zijn radicaal soennitische verleden, over een comfortabele meerderheid beschikt. Hierdoor is de partij in staat de grondwet op die wijze te veranderen dat alle macht uiteindelijk bij Erdogan komt te liggen. En als al die wijzigingen zijn doorgevoerd, dan pas mogen de Turken in een referendum zijn oordeel uitspreken. Dit komt ons griezelig bekend voor (zie ook DEZE link)…

Nog even kort terug naar Camerons idee over de Palestijnse kwestie. Hij heeft zijn valse hoop op een stabiele vriendschap tussen Israël en Turkije uitgesproken, maar noemde de Israëlische aanval op de Turkse Flottielje op 31 mei jl onacceptabel. Experts en analisten over de hele wereld hebben hun verbazing over het zichtbare verandering van Cameron’s houding ten aan zien van Israël uitgesproken. Jackson Diehl van Washington Post schreef: Een gevangenis kamp? De vijanden van Israël maken gretig gebruik van deze term, met de impliciete hint dat de Joodse Staat het beleid van nazi-Duitsland zou hanteren. Maar volgens de BBC zou geen Britse Minister President ooit zo hard over de handeling van Israël ten aan zien van Gaza hebben gesproken.”

De haast gelijktijdige openlijke vijandigheid vanuit Turkije en Groot-Brittannië naar Israël kan echt niet meer op toeval berust zijn…


Bronnen: Faith Answers & Questions Cameron: “Gaza is net een Gevangenkamp” door Sacha van 28 juli 2010; Middle  East & Terrorism Blog: Gaza: Open Air Prison? door David Frankfurter van 28 juli 2010

Wat drijft de islam om de ‘Religie van de Oorlog’ te zijn?

door Daniel Greenfield

Hij is het die zijn boodschapper (Mohammed) heeft gezonden met leiding en de godsdienst der Waarheid (de Islam), opdat hij deze moge doen zegevieren over alle andere godsdiensten, al zijn de afgodendienaren er afkerig van.” (Koran 61:9)

Hezbollah recruten (Partij van Allah) in Libanon

Waarom is de Islam voortdurend een bron van oorlog, geweld en onrust? Het probleem, simpel genoeg, is theologisch omdat volgens zijn volgelingen de waarde van de Islam direct verbonden is met fysieke suprematie. Als volgelingen van de vermeende “definitieve openbaring” aan de mensheid, hebben moslims niet alleen de plicht om de rest van de wereld te veroveren en te onderwerpen, hun geloof is alleen zinvol in de mate waarin zij het werk kunnen voortzetten, begonnen door Mohammed.

Aangezien de Islam haar macht hoofdzakelijk ontleent aan fysieke overmacht, wordt oorlog een daad van geloof. Geloven in de Islam, is het geloof te hebben dat het de hele wereld moet en zal veroverd en onderworpen worden. En om een echte moslim te zijn, moet men zich geroepen voelen om te helpen bij de wereldwijde verovering, of dat nu is door het verstrekken van geld en middelen aan de jihadisten of om zelf een jihadist te zijn. De Islam wordt uitgedrukt in fysieke superioriteit, geweld tegen niet-moslims wordt de essentie van de religie en eender wat of wie die suggereert dat de Islam niet absoluut superieur is, raakt aan de islamitische onzekerheden en is godslastering.

Wanneer moslims van woede ontploffen en uitbarsten in geweld over ogenschijnlijk kleine dingen, zoals een cartoon of een teddybeer met de naam Mohammed, dan is dat omdat voor hen elk gezichtsverlies van de Islam de ergste vorm van godslastering betekent. Omdat de Islam een religie is van de fysieke overmacht en alles wat die suprematie uitdaagt begrepen wordt als een directe aanval op hun geloof. Wat de Tien Geboden zijn voor de Jood, of de opstanding van Jezus voor de christen – is de fysieke dominantie van de Islam voor de moslimgemeenschap. Het is de basis en vervulling van zijn geloof.

Daarom is door het voeren van oorlog tegen de ongelovigen, zij het door het bouwen van een minaret in een van hun steden, zij het door het dwingen van niet-moslims in een ondergeschikte positie [dhimmitude] – dit voor de moslimgemeenschap een daad is, die de waarheid en de macht van de Islam bevestigt. Door ervoor te zorgen dat de ongelovigen hun “gezicht verloren”, voldoet de moslim aan de belofte van Allah in de koranvers dat hij Mohammed had gestuurd om de Islam dominant over alle religies te maken. Daarentegen, wanneer de Islam haar “gezicht verliest,“ werd een daad van godslastering begaan, die alleen religieus kan worden rechtgezet door het doden van de niet-moslims, waardoor zij gedwongen worden hun “gezicht te verliezen” en opnieuw de fysieke superioriteit van de Islam bevestigen.

De islamitische oorlogen

Dit leidt tot de cyclus van geweld waarop de media zo graag en veel inspeelt, maar het is niet het resultaat van de Westerse onderdrukking – het is het resultaat van de moslims die zich onderdrukt voelen als ze niet aan de top zijn. Wanneer uw geloofssysteem expliciet “die Wille zur Macht”, de wil tot macht, verkondigt, wordt het idee van het multiculturalisme en co-existentie een lachertje. Te coëxisteren met niet-moslims is voor een moslim zelf godslasterlijk, die verkondigt “O, gij die gelooft, neemt de Joden en de Christenen niet tot vrienden. Zij zijn elkanders vrienden. En wie uwer hen tot vrienden neemt, is inderdaad één hunner. Voorwaar, God leidt het overtredende volk niet.” (Koran 5:51) en waarvan de laatste opdracht was het etnisch zuiveren van de Joden en Christenen van het Arabische schiereiland. De Islam kan niet coëxisteren; voor zijn volgelingen kan de waarheid alleen gevonden worden in het veroveren van niet-moslims.

Terwijl de meeste religies hun ondergeschikte positie aanvaarden door hun fundamentele geloof in het spirituele eerder dan in het materiële, heeft de Islam minder dan alleen maar het materiële. Zelfs in haar paradijs bestaat een vorm van het soort van fysiek genot waar haar volgelingen naar hunkeren: grillige gewaden, prachtige banketten, gouden banken en natuurlijk die beroemde oproep aan de toegewijde Jihadist, “gewelfde maagden… en een overvolle beker” ( Koran 78:33-34). De Islamitische hemel is in wezen een schromelijk overdreven versie van het soort buit die de volgelingen van Mohammed verwachten te vinden door hem in de eerste plaats te volgen – goud, juwelen, zijde, specerijen en jonge meisjes.

De bende keelsnijders die Mohammed vergezelden op zijn slachtpartijen in de hele regio kreeg hiermee een religieuze prikkel die graag de dood tegemoet zouden zien. Zelfs als ze stierven in de strijd en daardoor niet lang genoeg konden genieten van alle juwelen, volle bekers en meisjes, belooft de Koran hen toch de hemel. Men kan zich de bende rovers voorstellen, ontsnapte slaven en ambitieuze woestijnratten achter Mohammed aanlopende over de woestijnduinen, hun gedachten vervult van de koortsachtige beloften van karavanen die ze zouden overvallen. En in die koortsachtige hitte, het idee om nog een rijkere buit te ontvangen indien hij zou sterven in de strijd, waardoor de dood te verkiezen viel boven het leven, leek op dat ogenblik erg plausibel.

Aanvankelijk breidde de Islam zich uit op deze smalle basis van hebzucht en lust. De codex was die van de krijger, die zijn gezicht kon verliezen of zich bezighouden met bloedwraak. Behalve het gezicht van de Islam en de bloedwraak was er geen enkele man of een clan bij betrokken, meer dan een miljard mensen raakte erin verwikkeld, die zich geroepen voelden om in de richting te werken van de uiteindelijke verovering door de Islam. De wereldwijde triomf van de woestijnstroper, rommelig samengevoegd met een massa joodse en christelijke overtuigingen, stamrituelen, legenden en een eigen biografie, worden gebruikt als een instrument van verovering en het smeden van tijdelijke allianties met de ruziemakende stammen en clans.

En nu is de bloedwraak van de Islam wereldwijd gegaan. Elke onzekerheid vertaalt zich in een provocatie. Elke nooit bevredigde jaloerse impuls ontploft in een gewelddadige woede. Elk geschil dat al duizenden jaren heerst broedt een nieuwe bloedwraak uit. Hebben moslims ooit ergens gewoond? Dan moeten ze dat opnieuw terugvorderen, want doen ze dat niet, dan is dit godslastering en een verraad van Allah en Mohammed’s missie. Hebben moslims nooit ergens gewoond? Dan moeten ze er naar toe gaan, minaretten bouwen en de superioriteit van de Islam verkondigen, want anders hebben ze gefaald in het uitbreiden van de grenzen van de Oemmah en een verraad aan Allah en Mohammed’s missie.

De aanwezigheid van mensen die vrij en gelukkig, vrij van islamitische overheersing leven, is blasfemie – godslastering die moet verholpen worden door ofwel hen te bekeren naar de Islam ofwel door hen onder de regels van de islamitische wet te stellen. Ofwel men dringt men hen de suprematie van de Islam op, want het is niet absoluut noodzakelijk dat iedereen gelooft in de Islam. In feite is het niet erg comfortabel en heeft het maar weinig zin om aan de top te zijn als er niemand op de bodem is. Een wereld die gevuld is met niets anders dan moslims zou het onmogelijk maken dat gelovigen de baas kunnen spelen over ongelovigen. Waar het om gaat, is echter, dat iedereen ondergeschikt is aan de Islam, hetzij als moslims hetzij als dhimmies.

Het feit, dat er ondertussen mensen zijn die ooit onder islamitische heerschappij hebben geleefd en die thans een vrij leven leiden weg van de Islam, is erger dan godslastering – het is een belediging en een aanval op de Islam. Dat is wat zit achter de moordlustige islamitische obsessie t.o.v. Israël, dat tot voor kort nog in handen was van moslims tijdens het Ottomaanse Rijk. Maar zelfs een natie zoals Spanje, die lang geleden verloren ging voor de Oemmah, veroorzaakt nog steeds woede. De bevrijding van de Joden van de islamitische heerschappij is een bijzonder gevoelig punt, maar het si niet het enige. Maar wat de Koran ook uitkraamt over joden en christenen, het uiteindelijke doel is de werelddominantie.

Het snijpunt van de Islam en terrorisme is geen toeval of het resultaat van specifieke politieke zetten geplaatst door niet-islamitische landen, zoals de overlevering doet vermoeden. Het is het onvermijdelijke gevolg van de islamitische theologie van suprematie en materialisme, die gecombineerd met de eer-schaamte-code van een tribale cultuur, in de richting leidt van het dwangmatig oorlogvoeren en veroveren. De acties van niet-islamitische landen dienen slechts als variabelen voor een context waarbinnen de superioriteit van de Islam tot uiting wordt gebracht. Deze contexten kunnen variëren, net zo vaak als de motiveringen gebruikt in een video van Bin Laden. Want de context op zich is niet relevant tot de grotere geschiedenis en theologie van de Islam, want uiteindelijk is het probleem van het islamitisch geweld het probleem van de Islam.


Bronnen: Sultan Knish blog: What Drives Islam to be the Religion of War? door Daniel Greenfield van 14 april 2010; Daniel Greenfield is beter bekend als Sultan Knish;  artikel werd vertaald door DISSA & Brabosh, Antwerpen 27/28 juli 2010; Daniel Greenfield is een artiest die in Israël werd geboren en een schrijver en freelance commentator omtrent politieke zaken met een speciale focus op Joodse bezorgdheden en de War on Terror. Daniel Greenfield aan Brabosh op 21 september 2009 : “Shana Tova, Thank you for the translation and distribution. I don’t write or read dutch myself, beyond what I can project from the little German I know, so thank you for helping out. Daniel.”