Dagelijks archief: 13 juni 2010

Relaas van een verblijf van veertig dagen in het Heilig Land (Sir Moses Montefiore)

Foto hierboven Jeruzalem in 1880 gezien vanuit de Oude Stad. Tot halverwege de 19de eeuw bestond er in feite maar één Jeruzalem, met name dat deel dat men nu de Oude Stad heet en dat tussen 1948 en 1967 tijdelijk  ‘Oost-Jeruzalem‘ werd genoemd en door de tegenstanders van de Joodse staat tot op vandaag zo wordt genoemd. In werkelijkheid is de Oude Stad het oorspronkelijke millennia oude Jeruzalem, dat in 1542 werd ommuurd door de Ottomaanse sultan Suleyman I. Jeruzalem werd door de Arabieren leeggeroofd en compleet verwaarloosd en was de facto van nul en generlei waarde in de Arabische of moslimwereld.  Jeruzalem wordt zelfs niet één keer vernoemd in de koran. De Arabische aandacht voor de stad zal pas ontwaken  wanneer de Joden beginnen terugkeren naar hun heimat halverwege de 19de eeuw.

Sir Mozes Montefiore op zijn 100ste verjaardag

Op de afbeelding zie je Mishkenoth Sha’annanim, de eerste Joodse buurt die in 1860 werd gebouwd buiten de stadsmuren van Jeruzalem, de zogeheten New City of Nieuwe Stad (West-Jeruzalem), en dat op aansturen van Sir Moses Montefiori op het einde van de jaren 1850. De windmolen (rechtsboven op de foto) werd gebouwd in 1857 en maakte deel uit van dat bouwproject. In de jaren 1880 kwam er naast de Mishkenoth Sha’annanim wijk een andere Joodse wijk – Yemin Moshe – genaamd naar Sir Moses Montefiori. De nieuwe wijk bevind zich rechts op de foto. Na de oorlog van 1948, wanneer de stad verdeeld werd tussen Israël en Jordanië, bevonden de twee wijken zich op een vijandige grens (in West-Jeruzalem). Voor enkele decennia na de oorlog raakten de wijken in verval en werden bewoond door arme gezinnen. Na het einde van de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 en na de hereniging van Oost- en West-Jeruzalem, werd de hele wijk opgekalfaterd.

Sir Mozes Montefiroe werd geboren in 1784 in Italië en groeide op in Londen. Hij werd een van de weinige Joodse leden van de Londense Stock Exchange (beurs). Hij vertegenwoordigde de Rothschilds en trouwde zich in 1812 in de familie. Tussen 1827 en 1875, bezocht hij Palestina zeven keer, meestal samen met zijn vrouw. Ze reisden met paard en wagen, per boot, per kameel en te voet. Na zijn eerste bezoek werd hij een strikte observant. Hij bouwde ook zijn eigen synagoge op zijn landgoed buiten Londen. Hij was een man die gedreven werd door zijn liefde voor zijn mede-Joden, met name degenen die zich in het land van Israël vestigden. Hij trad op als hun woordvoerder bij de Ottomaanse heersers. Hij verzamelde over de hele wereld Joden en bood hen zijn hulp aan als ze aliyah zouden maken. Tot zijn projecten behoorde het opstarten van de eerste Joodse drukpers in Jeruzalem. Hij bouwde een schrijn boven het graf van Rachel, een landbouwbedrijf in de buurt van Jaffa, en het symbool van zijn roem, de molen Yemin Moshe (hierboven op de afbeelding rechts).

Het volgende is een reisverslag van Sir Mozes Montefiore tijdens één van zijn laatste reizen aan het land – in 1875 – alwaar hij tot zijn groot genoegen de onvermoeide bouwlust en ondernemingswoede kan vaststellen van de pas ingeweken onvermoeibare Joodse immigranten in het Heilig Land.

A narrative of a forty days sojourn in the Holy Land

[Relaas van een verblijf van veertig dagen in het Heilig Land]
door Sir Moses Montefiore

Om vijf uur in de ochtend werden we al begroet door vrienden die onze komst hadden opgewacht en een half uur later hielden we halt op de plaats vanwaar we een volledig overzicht hadden over de Heilige Stad. Daar hebben we de ceremonie van Keriah uitgevoerd [het scheuren van een kledingstuk als een teken van rouw - auteur] en de gebruikelijke zegen uitgesproken, omringd door een menigte mensen die op ons vanuit alle richtingen kwamen toegelopen.

Jood in Jeruzalem, afkomstig uit Boecharia in Centraal-Azië

Zodra we ons verder bewogen in de richting van Jeruzalem, kon ik niets anders doen dan om naar rechts en links te kijken en naar het aantal nieuwe huizen te zien, waarvan sommige van hen zeer grote gebouwen waren en de monden van vrienden geen rust namen om ons erover te vertellen: “Dit is een huis van een van ons“; “Dat stuk grond is aangekocht door N.N., iemand van onze gemeenschap” en toen we nog verder liepen was het niet eens meer nodig om te informeren naar de naam van de eigenaar wanneer telkens de hele familie van eigenaars uit hun huizen kwamen en ik het geluk had honderden van mijn eigen broeders te zien die zich in rijen voor de gevels hun woningen opstelden. Op dat ogenblik werd mijn aandacht getrokken door mijn zeer gewaardeerde vriend, ds. Samuel Salant, een gentleman die mij werd voorgesteld in Constantinopel door wijlen de eerwaarde heer Rivlin Mozes, in het jaar 5601 (1840) en die de afgelopen vijfendertig jaren een van mijn correspondenten was over kwesties die verband houden met het Heilige Land.

Zijn gelaat straalde van vreugde toen hij me zag en hij sprak de zegen uit van “Shehekheyanoo” [een dankzegging om het geluk te hebben gehad een speciale gebeurtenis of ervaring te hebben beleefd - auteur]. Ik was blij om hem aan te treffen in blakende gezondheid en er bijna net zo jong uitziend als toen ik hem negen jaar geleden voor het laatst had gezien. Toen we een eindje verderop de weg gingen werd mij een nieuwe synagoge getoond in een plaats genaamd Nakhalat Shibeah; die omringd werd door een aantal huizen die bewoond werden door een vijftigtal gezinnen. Opnieuw werd mij een stuk grond aangewezen als behorende tot een partij waarop zestig huizen zouden gebouwd worden. En, wanneer ik het meer in Boven Gikhon naderde, niet ver van de windmolen die ik achttien jaar geleden heb laten bouwen op het landgoed Kerem Moshe Ve-Yehoodit, werd mijn aandacht getrokken door twee andere recent gebouwde windmolens die, naar men mij vertelde, veel winst opleverde voor de Grieken aan wie ze toebehoorden.

Groot was mijn vreugde toen ik erover nadacht dat er maar een paar jaar waren verstreken sinds het moment dat er niet één Joods gezin woonde buiten de poorten van Jeruzalem en er geen enkel huis te zien was en nu zag ik bijna een heel nieuw Jeruzalem opkomen met gebouwen waarvan sommigen konden wedijveren met de mooiste gebouwen in Europa. “Natuurlijk”, riep ik uit, “naderen wij de tijd dat we getuigen zijn van de realisatie van G’d ’s heilige beloften voor Zion! ‘Eens was u verlaten en gehaat, werd u door niemand bezocht. Maar nu maak ik u beroemd, voor altijd, u wordt een bron van vreugde, voor alle geslachten.’ [Jesaja 60:15]” Toen mijn rijtuig van de Jaffapoort bereikte moest ik uitstappen. De straten en de trottoirs van Jeruzalem, zo had de bestuurder opgemerkt, waren nog niet geschikt voor rijtuigen.

In de loop van de avond kreeg ik een uitnodiging van de bouwcommissie van een kleine kolonie genaamd Meah Shearim om er de eerste steen van een nieuwe rij huizen te leggen. “Het bedrijf,” zeiden ze, “namens wie we hunkeren naar de eer van uw aanwezigheid, heeft thans het aantal van 120 leden bereikt en staat onder de leiding van de heer Zalm Beharan, die wordt bijgestaan door de penningmeester, de heer Ben Zion Lion en de secretaris, de heer Jesaias Ornstein. Het doel is om elk jaar minstens tien woningen te bouwen die na afloop worden verloot onder tien van onze leden. Het bedrijf, dat slechts twee jaar geleden werd opgericht, heeft al twintig huizen gebouwd die allen bewoond worden. Er zal een synagoge worden gebouwd, een College en een school; alsmede een openbare badplaats in het midden van het plein en een groot waterreservoir voor de watervoorziening.”

Deurstoep van de naaischool in Schneller Woods, dat aangeduid werd als het '2de huis buiten de stadsmuren'.

Op mijn vraag of ze de enige bouwonderneming waren in Jeruzalem antwoordden ze: “Nee, er zijn nog twee andere…” Dus alles samen zullen er binnen een paar jaren 235 van onze broeders zijn, eigenaars van de meest comfortabele woningen gelegen in een zeer heilzame plaats net buiten de stad, die zij verzekerd hebben door hun eigen inspanning en met hun eigen geld.

Vrijdag (13 augustus) ging ik naar de Klaagmuur om de gebruikelijke gebeden op te zeggen. De weg die leidde tot deze gewijde plek en de huizen in de nabijheid ervan, verkeren nog steeds in vervallen staat waardoor man en paard te struikelen over losgekomen fragmenten van oude bouwsels die de pelgrim eraan herinneren dat nog een groot deel van de werkzaamheden nog moet worden uitgevoerd vooraleer de paden van Zion weer gelijk en glad zullen zijn.

Toen ik in het jaar 1866 Jeruzalem bezocht, heb ik me nadien erg ingespannen om een luifel te hebben aan de Westelijke Muur. Ik had al een overeenkomst gesloten voor de uitvoering van het werk, maar onverwacht deden er zich enkele problemen voor die niet konden opgelost raken en heb ik de zak laten rusten. Een man heeft er onlangs geprobeerd om enkele zitplaatsen te arrangeren voor de talrijke bezoekers die dagelijks die plek aandoen, en omdat hij maar niet slaagde in zijn pogingen, vroeg hij toestemming om op zijn minst een aantal grote vierkante marmeren stenen die daar stonden te mogen gebruiken, wat hem alsnog werd toegestaan. Maar ze bleven niet lang an hem toegewezen; eerst was er een steen verdwenen, dan een andere, totdat ze uiteindelijk allemaal verdwenen waren….

De Hakham Bashi [opperrabbijn, auteur] heeft mij gevraagd of ik een speciale afvaardiging wilde ontvangen, ik verwees naar de namiddag voor een interview, alhoewel ik reeds de vermoeidheid voelde van de drukte van deze morgen, en ik de noodzaak voelde om me even te ruste te leggen op mijn kamer. Omstreeks twee uur in de namiddag, kwamen Haham Shalom Moshe Khay Gagin, directeur van de Yesheebat Toledoth Yitzhak en Signor Yitzkhak Kalamaro, de schatbewaarder van de ‘Bethel’-synagoge, bij mij op bezoek. Ze deelden mij hun intenties mede opgenomen dat ze de grond hadden vastgelegd voor de bouw van 80 huizen, een synagoge, Beth Hamidrash en een openbaar badhuis.

Ze hadden al, zeiden ze, besloten om voor dat doel de aankoop een stuk grond nabij de stadsmuur gelegen, die 26.000 bouw ares opleverden tegen de prijs van 900 Napoleons, van welk bedrag de Congregatie Gurgistan bereid was om tot 650 Napoleons bij te dragen, maar helaas de kosten die nodig waren om met dat doel de aankoop van die grond veilig te stellen door middel van een contract, liepen zo hoog op dat ze noodgedwongen moesten afzien van die aankoop. De deputatie heeft mij een aantal voorstellen over dat onderwerp overgemaakt waarover ik hen beloofde die in overweging te nemen. Ze communiceerden met mij over kwesties met betrekking tot de Kerem Moshe ve-Yehoodit, en ik gaf hen volledige adviezen hoe ze de zak moesten aanpakken om zo het beoogde doel veilig te stellen.

Bronnen: Israel, Then Now and In-Between; 1997; Amiran Gonen, ISBN 965 05 0890 2; The Jerusalem Anthology, door Reuven Hammer, van 1995, ISBN 0 8276 0554 4

Wereldkampioen boksen Mendoza de Jood versus Richard Humphreys

Befaamde boxmatch tussen 'Mendoza de Jood' (links) en Richard Humphreys (rechts) van 29 september 1790

De wisselvalligheden van het lot die door het Joodse volk in de moderne tijd werden ervaren, hebben onvermijdelijk geleid dat er te weinig aandacht werd besteed aan een groot aantal essentiële aspecten van het Joodse leven. Een dergelijk aspect is sporten. De betrokkenheid in de sport is een universeel gegeven in de wereld van vandaag. Het dient als een brug tussen de naties en de volkeren, tussen landen en Israël en tussen Israël en de Joden in de Diaspora, zoals die wordt verwoord door de Maccabiah Games. Fysieke betrokkenheid bij cultuur en sport behoren tot de processen die het Joodse volk hebben ondergaan in de moderne tijd.

Het einde van de achttiende eeuw wordt gezien als de dageraad van het tijdperk van de moderne sport. Joden waren in die tijd al betrokken bij de sportieve activiteiten. Bij de vroege boksers die aan de top stonden en die hun intrede maakten de de Engelse sportarena waren reeds Joden betrokken zoals Samuel Elias, Barney Aaron, de gebroeders Belasco en Isaac Bitton.

Echter, de bekendste topbokser onder hen was Daniel Mendoza (5 juli 1764 – 3 september 1836), een sefardische Jood van Portugese afkomstig uit Aldgate en een afstammeling van de Spaanse Marranos (Joden die gedwongen werden bekeerd tot het christendom), hield de kampioenskroon van het Engels boksen onafgebroken in zijn bezit tijdens de jaren 1792 tot 1795. De bokswedstrijden van “Mendoza de Jood” – zoals hij zichzelf altijd trots noemde – kregen ruime bijval. Tal van politieke cartoons en verhalen over Mendoza werden in die tijd verspreid door de pers en populaire liedjes werden gecomponeerd ter ere van hem. Mendoza, die een bron van trots was voor zijn volk, werd de favoriet van de Engelse massa. Zo was de Prins van Wales was een van zijn grootste fans.

Tot op vandaag wordt ‘Mendoza de Jood’ beschouwd als de vader van het “wetenschappelijke boksen.” Hij transformeerde de sport van een van pure spierkracht en geweld naar een aparte kunstvorm en een ‘gevecht van de geest’. Hoewel hij slechts 57 kilogram woog en nauwelijks 1m70 groot was, werd Mendoza in Engeland de zestiende bokser die wereldkampioen werd bij de zwaargewichten en hij is daarmee de enige bokser ooit die als middengewicht ooit die felbegeerde titel Heavyweight Championship van de wereld kon bemachtigen. In 1789 opende hij zijn eigen academie boksen en publiceerde een boek The Modern Art of Boxing. Uiteindelijk verloor hij zijn kampioenstitel aan ‘Gentleman’ John Jackson, die hem kon verslaan door Mendoza met één hand bij zijn lange haren te grijpen en met zijn andere hand zijn gezicht tot pulp sloeg. In de tijd dat Mendoza stierf (in 1836) leefden er ongeveer 17.000 Joden in Londen.


Bronnen: International Jewish Sports Hall of Fame: Jews in the World of Sports: A historical view door Dr. Uriel Simri; Daniel Mendoza From Wikipedia, the free encyclopedia; Lulu Marketplace: The Modern Art of Boxing door Daniel Mendoza; Icons: Jewish Brick Lane

Antisemitisme is meer dan een incident. Het is [weer] normaal

Jonge islamitische Nederlanders van Marokkaanse origine in Westerbork de Holocaust bijbrengen, dat is nog eens een echte uitdaging... voor een Jood

Antisemitisme is meer dan een incident. Het is normaal

door Paul Andersson Toussaint

[Freelance journalist. Auteur van ‘Staatssecretaris of seriecrimineel; het smalle pad van de Marokkaan’]

Bijna de helft van strafbare uitingen op internet zijn gericht tegen joden. Het aantal incidenten in Nederland is hoog. Antisemitisme is salonfähig, en iedereen kan het weten.

In het voormalige stadsdeel De Baarsjes in Amsterdam-West, staat anno 2010 een schuilsynagoge: Sjoel West. Elke week op sabbat komen er 25 tot 30 joden naar de eredienst, maar de meerderheid van de joden wil niet dat de sjoel zichtbaar is als synagoge uit angst voor problemen, discriminatie en scheldpartijen van het Marokkaans-Nederlandse straatschorem in de buurt. In het verleden werden joden die een keppel droegen wel eens met stenen bekogeld. In het gebouw waar Sjoel West is gevestigd, staat geen davidsster of naam op de gevel en de sjoel heeft een geheim adres. Als de bel gaat, wordt er nooit zomaar open gedaan en gaan altijd twee joden kijken wie er voor de deur staat. Behalve de sjamash (de tempelwachter), Erwin Brugmans, bedekken alle joden die naar Sjoel West komen hun keppel met een hoed. Ze willen niet herkenbaar zijn als jood.

Wie kent ze niet, die vervelende pestkereltjes in het metrostation, voor niks of niemand respect... „Vuile kankerjood. Allah gaat jullie allemaal afslachten.”

Eén op de vijf geschiedenisdocenten in de vier grote steden in de Randstad maakt tegenwoordig weleens mee dat hij of zij de Holocaust niet of nauwelijks ter sprake kan brengen, doordat vooral islamitische leerlingen er moeite mee hebben, schreef Elsevier op 27 april van dit jaar. ResearchNed ondervroeg 339 docenten in het vmbo-, havo- en vwo-onderwijs op vijfhonderd scholen. Vooral docenten op vmbo-scholen stuitten op weerstand als ze over de Endlösung der Judenfragewilden beginnen. Ahmed Marcouch, voormalig stadsdeelvoorzitter van stadsdeel Slotervaart in Amsterdam Nieuw-West, en kandidaat-Kamerlid, wil dat de Holocaust zo snel mogelijk een verplicht thema wordt bij de schoolexamens, zei hij tijdens zijn Dodenherdenkingstoespraak in Slotervaart op 4 mei.

Inderdaad, we mogen de Endlösung der Judenfrage nooit vergeten en we moeten nooit toegeven aan de onverdraagzaamheid en het racisme van deze jonge pseudo-Nederlanders. Die leraren moeten hun rug kaarsrecht houden, maar het is nog veel belangrijker om de jodenhaat van nu te zien en te bestrijden: 65 jaar na de Duitse bezetting zijn in onze hoofdstad zes wijken waar joden met een keppel of orthodox geklede joden (en trouwens ook als zodanig herkenbare homo’s) zich niet meer kunnen vertonen zonder een groot risico te lopen om uitgescholden, bespuugd, bedreigd of zelfs mishandeld te worden. Naast De Baarsjes zijn dat heel Nieuw-West, de Indische Buurt en de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost en de Pijp in Amsterdam-Zuid, kortom allemaal wijken waar zich concentratiebuurten van Marokkaanse Nederlanders bevinden.

Ik ken twee orthodoxe joden die jarenlang op weg naar hun sjoel in de Pijp elke sabbat werden belaagd en uitgescholden door groepen Marokkaanse jongens: „Vuile kankerjood. Allah gaat jullie allemaal afslachten.” De één verhuisde naar Israël, de ander naar Amstelveen waar ‘ze’ niet zijn. De meesten van hun joodse vrienden durfden niet meer met een keppel in de Indische buurt, de Transvaalbuurt of in Nieuw-West te komen of ze trokken een muts over hun kipa heen. Zelfs rabbijn Raphael Evers, die in het keurige Hollandse Buitenveldert woont, heeft vermijdingsgedrag ontwikkeld en komt zomin mogelijk op straat, omdat hij buiten bijna altijd door Marokkanen beledigd wordt: „Hé. Hitler is er eentje vergeten.” Veel joden die hij kent hebben dezelfde ervaringen. Evers zegt dat het overal in Amsterdam speelt en vindt vooral de virulentie van de haat zo schokkend.

Dit zijn de feiten.

In Nederland moeten al jaren alle joodse scholen, synagogen en andere joodse instellingen permanent beveiligd en bewaakt worden. Bijna de helft van de 577 strafbare internetuitingen die volgens het Meldpunt Discriminatie Internet in 2009 werden gemeld, was tegen joden gericht. En 44 procent van de uitingen bevat ook strafbare Holocaustontkenning, een veel hoger percentage dan in 2008. Het Meldpunt speurt niet zelf op internet, maar telt alleen de meldingen. Als het Meldpunt de Marokkaanse sites stelselmatig had bekeken, had het het aantal antisemitische meldingen makkelijk met een duizendtal kunnen uitbreiden.

Volgens een onderzoeksrapport (april 2010) van het Stephen Roth Institute van de universiteit van Tel Aviv is wereldwijd het aantal uitingen van antisemitisme nog nooit zo hoog geweest als in 2009. In veel zaken ging het om ‘gecoördineerde en geplande aanslagen tegen joden’. Het aantal verdubbelde in vergelijking met 2008, maar nam het meest toe in Canada en vooral in West-Europa. Koplopers waren het Verenigd Koninkrijk (verdrievoudiging) en Frankrijk (verviervoudiging), waar zich de grootste joodse gemeenschappen van Europa bevinden en ook grote moslimpopulaties zijn gevestigd.

In Frankrijk ging het om 195 geregistreerde incidenten, maar in Nederland was er alleen al in de eerste maand van 2009 sprake van honderd geregistreerde incidenten volgens het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). En de definitieve cijfers over 2009 zijn nog niet bekend. Relatief erg hoog, als je bedenkt dat de joodse gemeenschap in Frankrijk ruim tien keer zo groot is als die in Nederland. Afgelopen zaterdag ging de sabbatviering in de synagoge Weesp niet door op advies van de politie, die repte van een „dreigende melding”.

Laatst sprak ik met zo’n vijftien leerlingen van Marokkaanse en Turkse afkomst op een mbo-opleiding die allemaal in Nieuw-West woonden. „Kan een jood met een keppel in Nieuw-West rondlopen, zonder lastig gevallen of uitgescholden te worden?”, vroeg ik. Het antwoord kwam zonder aarzeling: „Nee, natuurlijk niet man!” De afgelopen jaren vroeg ik het aan zeker nog veertig Marokkanen en ik kreeg altijd hetzelfde antwoord.

De meerderheid van de tweede en derde generatie Marokkaanse Nederlanders koestert over joden racistische standpunten die een stuk extremer zijn dan die van het voormalige Vlaams Blok over Noord-Afrikanen. Zelfs met een deel van mijn Marokkaanse vrienden is het onmogelijk om het over Israël en ‘de joden’ te hebben, dan komt er echt geen zinnig woord meer uit. De joden zijn allemaal kindermoordenaars. De joden en Amerikanen zitten overal achter. Osama Bin Laden bestaat helemaal niet. Dat is een verzinsel van Bush en de CIA. De aanval op het WTC op 11 september 2001 werd georganiseerd en uitgevoerd door de CIA en de Mossad (het joodse wereldcomplot). Waren niet toevallig alle joden die in het WTC werkten op 11 september vrij? Nou dan.

Bloeme Evers-Emden (83), bezoekt Sjoel West elke sabbat. Zij was een meisje van dertien in 1939, overleefde het concentratiekamp, maar verloor het grootste deel van haar familie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze kan zich de anti-joodse propaganda van de NSB goed herinneren, maar niet dat in Amsterdam ooit joden in elkaar werden geslagen. Bloeme Evers vindt het te idioot voor woorden dat joden zich moeten verbergen in ons land. Ze is woedend en strijdbaar. „Dat wij weer moeten meemaken dat antisemitisme salonfähig is geworden. Joden gaan nooit de straat op om hoofddoeken van moslima’s af te rukken, dan zouden de rapen pas echt gaar zijn. Dan zou echt iedereen moord en brand schreeuwen, maar wij moeten ons dit wel laten welgevallen.”

Dit zijn de feiten. We kunnen het weten. We zijn het normaal gaan vinden, akelig normaal.

Brussel 11 januari 2009, anti-Israëlbetoging tijdens de oorlog tegen Hamas in Gaza. Belgische moslims van Marokkaanse en Arabische origine verbranden publiek Davidster en roepen 'Hamas! Alle Joden aan het gas!'


Bronnen: Brabosh.com: Wereldwijd verdubbeling van antisemitische incidenten in 2009 van 12 april 2010; Arutz Sheva / IsraelNationalNews.com: Anti-Semitism Incidents Double in 2009 door Hillel Fendel en Yoni Kempinski van 11 april 2010 en European Anti-Semitism Worse Since 2008 door Tzvi Ben Gedalyahu en Yoni Kempinski van 24 januari 2010; op Brabosh.com: De essentie ontbreekt nog steeds in het Israëldebat door Sam Van Rooy van 13 januari 2010; Hitler’s erfenis: islamitisch antisemitisme in het Midden-Oosten van 2 januari 2010; Fabel van de maand: ‘Israëlisch leger vermoordt Palestijnen om hun organen te verhandelen’ van 20 augustus 2009; Toenemende radicalisering bij Belgisch-Marokkaanse moslims van 5 juni 2009; De islamisering van het Europese antisemitisme van 5 mei 2009

Eerste rapport over Free Gaza Vloot onthult Turks complot jegens Israël

Voorbereidingen van de IHH voor een gewelddadige confrontatie met de IDF-soldaten aan boord van het Turkse schip Mavi Marmara

Eerste conclusies uit ondervraging van passagiers en het onderzoek van de apparatuur aan boord van het schip

Overzicht

1. Een eerste analyse van de verklaringen van de passagiers aan boord van het Turkse schip Mavi Marmara, nadat dit was versleept naar de haven van Ashdod, laat zien dat activisten, die behoren tot de radicale islamitische Turkse IHH, de leiding hadden van de gewelddadige confrontatie met de IDF. [Voor verdere informatie over IHH zie het bulletin van 27 mei 2010, “IHH, which plays a central role in organizing the flotilla to the Gaza Strip, is a Turkish humanitarian relief fund with a radical Islamic anti-Western orientation. Besides its legitimate philanthropic activities, it supports radical Islamic networks, including Hamas, and at least in the past, even global jihad elements.”]

‘Vredesactivist’ poseert voor de camera’s aan boord van het Turkse schip de m/s Mavi Marmara enkele uren voor de confrontatie met het IDF

2. De verklaringen bevestigen dat het geweld dat de IDF-soldaten ondervonden, niet spontaan was, maar eerder een georganiseerde actie, met voorbedachten rade. Hij werd uitgevoerde door een harde kern van 40 IHH activisten (onder de 500 passagiers). De activisten, die die handelden volgens een duidelijk omschreven interne hiërarchie, kwamen aan boord van het schip in de haven van Istanbul zonder een veiligheidscontrole te ondergaan (in tegenstelling tot de overige passagiers, die in Antalya aan boord gingen na een volledige controle).

3. De voorbereidingen van de IHH activisten bestonden onder meer het uitdelen van walkie-talkies toen zij aan boord van het schip gingen, de overname van het bovendek, het opzetten van een commandocentrum voor communicatie, en een briefing gegeven aan de activisten, twee uur vóór de confrontatie, met Bülent Yildirim, hoofd van de IHH, die aan boord van het schip was en het bevel voerde over zijn mannen. IHH agenten droegen keramische vesten en gasmaskers en waren gewapend met grote hoeveelheden eenvoudige wapens die zij gemaakt hadden van apparatuur gevonden aan boord (messen, bijlen, metalen kabels, metalen pijpen gebruikt als knuppels, moersleutels, enz.). Zij waren ook uitgerust met gereedschapsmessen die op het bovendek van tevoren waren gereedgemaakt.

4. De passagiers, met inbegrip van de IHH activisten, verklaarden dat er nauwe betrekkingen bestaan tussen de organisatie en de Turkse premier Tayyip Erdogan en dat de Turkse regering betrokken was bij de voorbereidingen voor de vloot. De verklaringen versterken het oorspronkelijke oordeel, dat het doel van de vloot niet alleen was humanitaire hulp naar de Gazastrook te brengen, maar vooral provocatie en een gewelddadige confrontatie met Israël.

De relaties tussen IHH en de Turkse regering

5. Volgens verklaringen van de passagiers onderhoudt de Turkse premier Tayyip Erdogan nauwe contacten met de IHH. De vloot vertrok met het volledige medeweten en instemming van Erdogan, die persoonlijk belangstelling toonde in het succes, en zijn voornemen om de het te gebruiken om zijn status in Turkije en de Arabische-islamitische wereld te verhogen. Passagiers zeiden, dat voordat de vloot vertrok, premier Erdogan een scenario bedacht, gebaseerd op een mogelijke confrontatie met Israël, dat hij kon gebruiken om zijn eigen belangen te dienen. Deze uitspraken werden ondersteund door beschrijvingen gevonden in bestanden op laptop computers van de passagiers.

6. Dit werd bevestigd door een verklaring van een journalist, die goede connecties had met de leiders van de Turkse regering en met Bülent Yildirim, hoofd van de IHH. Hier volgen verklaringen van de journalist, die passagier op de Mavi Marmara was:

A. De machtsbasis van premier Erdogan is gebaseerd op IHH activisten. Zonder hun hulp zou hij niet tot premier zijn gekozen.

B. De Turkse regering stond achter de vloot naar de Gazastrook en zijn doelstelling, om Israël in verlegenheid te brengen: “De Turken zetten een val voor jou op en je viel er in”.

C. De vloot werd georganiseerd met de steun van de Turkse regering en premier Erdogan gaf de opdracht om uit te varen. Dat gebeurde, ondanks het feit dat iedereen wist dat het zijn bestemming nooit zou bereiken.

D. De affaire met de vloot versterkte de status van Erdogan in Turkije en veranderde hem in de leider van de islamitische wereld.

E. Verwacht wordt dat nog drie vloten naar Israël varen en de werkwijze zich zal herhalen.

F. De journalist verklaarde dat hij de Gazastrook had bezocht als onderdeel van een humanitaire delegatie en zijn indruk was dat er geen armoede of gebrek [aan goederen] in de Gazastrook is. Hij voegde er aan toe dat “alles propaganda is.”

7. In de bestanden, gevonden in de in beslag genomen laptops van passagiers van de Mavi Marmara, stonden andere aanwijzingen die de enorme hoeveelheid informatie over de relatie van de IHH en de Turkse regering ondersteunen:

Bulent Yildirim - Stichter voorzitter van IHH en leider van de Turkse 'vredesactivisten'

A. Gevonden werd een brief, geschreven in het Turks, van IHH hoofd Bülent Yildirim aan de Turkse president Abdullah Gül; hij vroeg hem om een IHH activist, genaamd Izzat Shahin, vrij te laten uit een Israëlische gevangenis.

[Toelichting: Shahin is een IHH activist die als vertegenwoordiger van een organisatie naar Judea en Samaria was uitgezonden. Zijn belangrijkste activiteit was geld overmaken aan "charitatieve samenlevingen" van Hamas Hij werd in april 2010 vastgehouden voor verhoor en later gedeporteerd op verzoek van de Turkse ambtenaren].

B. Volgens een bestand kocht IHH de Mavi Marmara van een Turks bedrijf genaamd IDO (Bestandsnaam IHH Basin Agiflamasi Gemi.com). [Toelichting: De Turkse onderneming IDO, Istanbul Deniz Otobusleri, werd in 1987 opgericht door de stad Istanbul om de inwoners van Istanbul snelle, gemakkelijke en veilige vervoerdiensten aan te bieden. Het bedrijf, het grootste in zijn soort in de wereld, fuseerde met City Line veerdiensten in 1995 en is vandaag de belangrijkste onderneming voor vervoer over water in Istanbul en de Zee van Marmara.]

Zogenaamde 'vredesactivisten' gewapend met lange ijzeren staven bewaken het schip

De passagiers van de Mavi Marmara

8. Passagiers aan boord van de Mavi Marmara zeiden dat zij voor het grootste deel voor de vloot waren aangeworven via de pers, televisie en internet sites, die telefoonnummer en e-mailadressen van de IHH bekend maakten voor belangstellenden. Op die manier werden 500 passagiers aangeworven, waarvan de meeste vrijwilligers.

9. Naast de gewone passagiers aan boord van het Mavi Marmara, waren er 40 Turkse IHH activisten. Zij vormden de harde kern, bestaande uit Turkse burgers die speciaal is aangeworven voor de missie. Ze hadden een hiërarchie, die duidelijk gebaseerd was op het deel van het land waar ze vandaan komen en hun opdracht (elke regio had zijn eigen leiders en recruiters). Aan boord waren de gewone passagiers gescheiden van de harde kern van IHH activisten.

10. De harde kern kwam aan boord van het schip in Istanbul, zonder een veiligheidscontrole te ondergaan, in tegenstelling tot de overige passagiers, die in Antalya aan boord kwamen na een volledig onderzoek (zie hieronder). Toen zij aan boord kwamen werden hen walkie-talkies gegeven om met elkaar te communiceren. Sommigen van hen hadden stickers op hun kleding met de tekst “Beveiliging [khares amni].”

11. De vrijwillige passagiers werd verzocht om hun eigen voorbereidingen te treffen om op 26 en 27 mei in Antalya te komen. Voordat het schip vertrok was er een bijeenkomst in Antalya voor een laatste briefing. Velen hadden uitzonderlijk grote sommen geld bij zich (tienduizenden euro’s), blijkbaar aan hen uitgedeeld nadat het schip op zee was aangehouden. De fondsen waren naar alle waarschijnlijkheid bestemd om te worden overgedragen aan Hamas (de passagiers beweerden dat het geld voor hun persoonlijk gebruik was).

De zeereis

12. Het schip vertrok uit Istanbul met 29 bemanningsleden en de harde kern van 40 aangeworven IHH leden. Apparatuur is ingeladen die niet geen veiligheidscontrole van welke aard dan ook heeft ondergaan. Het schip voer naar Antalya, waar de andere passagiers waren doorgelicht voordat zij aan boord gingen. De passagiers kwamen aan boord volgens een lijst, opgesteld door IHH en de Turkse douane, die verantwoordelijk waren voor de veiligheidscontrole.

13. Tijdens de reis hield een groep IHH activisten toezicht op het schip. IHH bewakers waren in de gangen geplaatst en stonden niet toe dat de passagiers naar het bovendek gingen. Zij beperkten ook de bewegingen van de bemanning, die toestemming van de IHH-mannen nodig hadden om van de ene plaats naar de andere te gaan. Daarnaast werd een soort van commandocentrum voor communicatie opgezet voor IHH correspondenten.

De voorbereidingen voor gewelddadig verzet tegen de IDF

14. Volgens de verklaringen van passagiers was het hoofddoel van de organisatoren van de vloot “om het ware gezicht van Israël aan de wereld tonen” en niet noodzakelijkerwijs om hulp naar de Gazastrook te brengen. Het was duidelijk dat ze Israëlische tegenstand zouden ontmoeten voordat ze de Gazastrook bereiken.

15. Voor de confrontatie met het Israëlische leger werden de passagiers van het schip voorbereid op gewelddadig verzet, wat duidelijk werd geleid door de harde kern van IHH activisten.

16. De voorbereidingen voor de confrontatie met het Israëlische leger hielden onder meer in:

A. Briefing van de harde kern, vóór de overname door de IDF (briefing uitgevoerd door Bülent Yildirim).

B. Scheiden van de vrijwillige passagiers van de harde kern en hen naar beneden zenden (alle passagiers die niet “bijdragen” aan het verzet tegen de IDF moesten benedendeks zijn en daar blijven).

C. Aantrekken van keramische vesten en gasmaskers.

D. Zich bewapenden met (niet vuur-) wapens, die waren verzameld en vervaardigd aan boord van het schip. Hierbij waren messen, bijlen, gereedschappen, metalen kabels en metalen clubs die waren afgezaagd van de reling van het schip (met behulp van slijpschijven die voor dit doel waren meegenomen). Metalen schroef-bouten waren op het dek uitgestrooid om de voeten minder houvast te geven.

17. De IHH activisten kregen de opdracht niet toe te laten dat de IDF-soldaten aan boord van het schip komen en degenen die er wel in slagen aan boord te komen, in zee te gooien. Kort voor het tijdstip dat de IDF aan boord kwam, gaf het hoofd van de IHH, Bülent Yildirim, bevel aan de harde kern van activisten om een menselijke ketting te vormen en stoelen en knuppels te gebruiken om de soldaten terug te slaan en hen in zee te gooien.

18. Wanneer de Israëlische marineschepen die het schip naderden enterhaken aan boord van de schepen gooien, verwijderden de activisten deze en gooiden ze terug.


[Foto's hierboven werden genomen met de beveiligingscamera's aan boord van de Mavi Marmara en tonen de voorbereidingen die door de pro-Palestijnse milities werden gemaakt om het IDF aan te vallen (IDF Spokesman, 3 juni 2010)]

Wapens gevonden aan boord van het schip

19. De volgende wapens, die volgens verklaringen van tevoren waren voorbereid :

A. Honderd keramische vesten bedrukt met de Turkse vlag. Ze werden gedragen door IHH activisten, alsmede door artsen en correspondenten (als onderdeel van de voorbereidingen voor geweld).

B. Tweehonderd gasmaskers.

C. Een groot aantal katapulten.

D. Acht assen, afkomstig van brandbestrijdingsapparatuur aan boord van het schip.

E. tientallen messen, de meesten uit de keuken van het schip en uit de zes cafetaria. Ook werd een stiletto gevonden.

F. Staalkabels en metalen staven afgezaagd van de reling van het schip.

G. Houten knuppels.

H. Hamers en andere gereedschappen.

I. Bouten van metalen schroeven, uitgestrooid over het bovendek om de bewegingen van de soldaten
te bemoeilijken.

J. Verfrollers, waaruit de sponzen waren verwijderd, om te worden gebruikt als knuppels.

De identiteit van de doden

20. Acht van de negen gedode activisten werden tijdens het verhoor van de passagiers geïdentificeerd als  IHH agenten en vrijwilligers. Een van hen was een IHH fotograaf. (De negende persoon werd niet geïdentificeerd.)

Appendix

Kapitein Mehmut Tuval van de m/s Mavi Marmara legt uit wat er op zijn schip gebeurde

De verklaring van een officier aan boord van de Mavi Marmara

1. De belangrijkste punten van de verklaring van een officier van de Mavi Marmara:

A. De lading, die ingeladen was in Istanboel, bestond uit geneesmiddelen en de basis levensbehoeften (wat kon worden gezien aan de letters op de verpakking).

B. Het schip vertrok met 29 bemanningsleden en 40 IHH activisten. De leider van de groep activisten was Bülent Yildirim. Een activist genaamd Rajip was verantwoordelijk voor de logistiek. Er was ook een activist genaamd Tonj.

C. De andere passagiers kwamen in Antalya aan boord aan de hand van een lijst van de IHH en Turkse douane. Van Antalya voeren ze naar Cyprus, waar de andere schepen op hen wachtten.

D. Voordat de passagiers aan boord gingen, gaf de kapitein de bemanning opdracht om ervoor te zorgen dat er geen wapens waren of iets dat kan worden beschouwd als wapen.

E. Wanneer de IHH activisten aan boord van het schip kwamen, kregen zij walkie-talkies om hen te helpen bij de controle over het schip. Bewakers, geplaatst in de gangen, verhinderden de gewone passagiers de bovenste dekken te bereiken. De bewegingen van de bemanning waren ook beperkt en ze hadden toestemming van de IHH activisten nodig om van de ene plaats naar de andere te gaan.

F. De instructies aan de passagiers werden door de IHH activisten gegeven via het gesloten tv-circuit van het schip. Bovendien werd een soort van commandocentrum voor communicatie opgericht voor de IHH correspondenten.

G. De IHH agenten gebruikten slijpschijven om de reling van het schip door te zagen tot metalen staven. Ze hadden ook stalen stangen uit de reddingsboten gehaald. Toen hij het geluid van de slijpschijven hoorde, zond de kapitein twee officieren om uit te zoeken waar het vandaan kwam. Zij zagen dat de IHH activisten slijpschijven op het dek hadden gebracht, tegen de orders van de kapitein in, en deze gebruiken om de relingen van het schip tot metalen staven te slijpen. Ze vonden drie slijpschijven en namen deze in beslag.

H. Achteraf is het duidelijk dat het incident tevoren was georganiseerd. De officier verklaarde dat hij niet aanvoelde of begreep wat er gaande was tijdens de zeereis, omdat hij afstand hield van de passagiers.


Bronnen: Intelligence and Terrorism Information Center: IHH Preparations for a Violent Confrontation with IDF Soldiers Aboard the Turkish Ship Mavi Marmara van 7 juni 2010

Brusselse ‘pacifisten’ politiekers demonstreren onder de vlag van…?

Een anti-Israëlische manifestatie vond plaats op 31 mei 2010 voor het Belgisch Ministerie van Buitenlandse Zaken. Voorgesteld door RTL TV als een louter vredelievende gebeurtenis, kunt U vaststellen via deze beelden dat deze pseudo-pacifisten duidelijk hun intenties aankondigden. U zult zien dat gemeenteraadsleden van Brussel en een volksvertegenwoordiger zich uiten zonder complexen. Politiekers van CDh, Groen! en Ecolo, PVDA+, PS en SPa, scharen zich eensgezind achter de gele vlaggen van Hezbollah en de groene vlaggen van Hamas. Opvallend te zien is ook de zwarte vlag van de radicale islam! Ook Turkse vlaggen werden opvallend talrijk meegedragen.


Klik op het beeld om de video te bekijken