Dagelijks archief: 11 mei 2010
Tegenpetitie ‘Wees Redelijk!’ countert dubieuze oproep van JCall
Bijgewerkt op 20 juli 2010
Petitie: ‘Wees Redelijk !’
Een groep van intellectuelen en personaliteiten, die zich ostentatief beroepen op hun Joods zijn en op die wijze trachten hun vermeende objectiviteit te valideren, hebben het initiatief genomen om een “Appeal to Reason” [Oproep tot Redelijkheid] van de subversieve anti-Israëlgroep JCall te lanceren; een oproep die zij zoveel mogelijk willen verspreiden. Helaas druist deze oproep regelrecht in tegen haar eigen doelstellingen: democratie, moraliteit, solidariteit onder de Joden in de Diaspora en de verbondenheid met het lot van Israël.
11.212 100% loyaal achter Israël en haar beleid
vs
7.132 kritisch pro-Israël onder bepaalde voorwaarden
Het is duidelijk dat deze aanval een eigen agenda dient en in werkelijkheid het helemaal niet goed voor heeft met het volk van Israël. Wij hebben het daarom op ons genomen een petitie te organiseren onder de naam “Wees Redelijk!” [Raison Garder]. Op dit ogenblik – 20.07.2010 om 12u26 – hebben reeds 11.212 internauten de petitie ondertekend. Tezelfdertijd stond de teller bij de anti-Israël petitie van JCall op 6.041 ondertekenaars en lijken de Israëlbashers het dispuut op het internet bij voorbaat te hebben verloren. Diegenen die op het verkeerde paard hebben gewed, mogen nu hun wonden likken. Lees verder: De farce van JCall en de vlucht vooruit van een deel van de Europese Joden.
Om de juiste petitie te onderschrijven: klikken op de afbeelding hiernaast, onderaan of op deze link: http://www.dialexis.org
Wees Redelijk!
1) Het idee van een opgelegde vrede door Israël onder druk te zetten, zelfs met de tussenkomst van de grootmachten, is een ontkenning van zowel het democratisch proces als van het internationale recht, met verwijzingen naar neo-kolonialisme. Het schendt de vrijheid van keuze van de burgers van de Israëlische democratie en vormt een gevaarlijk precedent voor alle andere democratieën.
2) Het beroept zich op de medewerking van een Amerikaanse president die niet weet hoe om te gaan met de dodelijke dreiging die van Iran uitgaat en op de Europese Unie, die zich in het algemeen vereenzelvigd met de Palestijnse zaak. Israël leeft gebukt onder de voortdurende dreiging van uitroeiing, een bedreiging die werd geuit door de Islamitische Republiek van Iran en haar satellieten die Israël omsingelen vanuit het noorden (Hezbollah) en vanuit het zuiden (de Gazastrook, dat wil zeggen Hamas).
3) Hoewel de indieners [van deze bedenkelijke petitie] de schuld en de verantwoordelijkheid van de politieke impasses enkel en alleen bij Israël leggen, lijkt elk objectief onderzoek te bewijzen dat noch de Palestijnse autoriteiten, noch de Palestijnse samenleving in werkelijkheid geïnteresseerd zijn in een rechtvaardige vrede: volgens een opiniepeiling die werd gehouden door de Al-Najah Universiteit in Nabloes , verwerpt 66,7% van de Palestijnen de oprichting van een Palestijnse staat gebaseerd op de grenzen van 1967, 77,4% verwerpt het idee van Jeruzalem als hoofdstad van beide staten (april 2010). Het creëren van een Palestijnse staat, zonder de zekerheid dat er een echte wil tot vrede bestaat bij de Palestijnse bevolking als in de hele Arabische wereld, zou het kleine grondgebied van Israël blootstellen aan een fatale strategische zwakte.
4) De “Oproep tot Redelijkheid” lijdt aan geheugenverlies: de akkoorden van Oslo leidden tot een ongekende golf van terrorisme, de terugtrekking [van het IDF] uit Libanon werd gevolgd door de installatie van Hezbollah. De terugtrekking uit de Gazastrook heeft Hamas gelegitimeerd. Bovendien zijn de garanties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties geen duit meer waard dan het papier waarop ze gedrukt werden: de terugtrekking uit Gaza heeft geleid tot de staatsgreep van Hamas en een dagelijkse regen van raketten en mortiergranaten. Zou een onafhankelijke Palestijnse staat met ‘Oost-Jeruzalem’ als hoofdstad dan niet de wipplank zijn voor nog meer terroristische activiteiten? De uitroepen van spijt door deze ‘Redelijke Ondertekenaars’ zullen tegen dan waardeloos blijken.
5) Het moreel besef, van de eer en de inzet voor de vrede, zijn niet het monopolie van één betrokken partij. Zij vormen een permanente uitdaging. Deze onverstandige petitie kan ernstige schade en kwetsuren berokkenen aan de burgers van Israël. Inderdaad, werd dergelijke positie eveneens gebruikt om oproepen te rechtvaardigen tot een boycot van de staat Israël, van haar producten en van haar burgers, evenals door het in vraag stellen van het bestaansrecht van Israël.
Geconfronteerd met de echte bedreigingen voor de veiligheid, die elke mogelijkheid op een permanente vrede in het Midden-Oosten ondermijnen, zijn wij van plan om een publieke denktank te bevorderen binnen de Europese Unie. Dit forum zal het bestaansrecht van Israël verdedigen en uitdragen binnen het raamwerk van een werkelijke en duurzame vrede, en de strijd tegen het antisemitisme verder zetten die op een gevaarlijke wijze het oppervlak van Europa heeft besmet.
Gelieve deze verklaring te onderschrijven en uw steun te betuigen met de Israëlische staat.
We roepen op om deze verklaring “Wees Redelijk!” te ondertekenen en massaal te verspreiden.
Eerste ondertekenaars:
Jean Pierre Bensimon, hoogleraar Sociale Wetenschappen; Drai Raphael, hoogleraar Politicologie en Recht; Judith Gachnochi, psycholoog; Georges Gachnochi, psychiater en psychoanalyticus; Nicolas Nahum, architect; Georges Elia Sarfati, hoogleraar aan de universiteit, linguïst en filosoof; Perrine Nahum Simon, CNRS onderzoeker, historicus; Pierre-André Taguieff, research director bij het CNRS, filosoof, politiek wetenschapper en historicus van ideeën; Michèle Tribalat demograaf; Shmuel Trigano, hoogleraar Politieke Sociologie, redacteur van “Controverses”; Hugo Van Minnebruggen aka Brabosh.com, CEO Flanders Div. Friends of Israel; en duizenden anderen.
U tekent toch ook?
Jeruzalem, de ondeelbare en eeuwige hoofdstad van Israël
Jom Yerushalaim – Jeruzalemdag 12 mei 2010
19 jaar lang achter prikkeldraad, van 1948 tot 1967, was Oost-Jeruzalem, de Oude Stad en de Klaagmuur en andere Joodse heiligdommen, VERBODEN VOOR JODEN gebied
Claude Haddad:
“Ondanks de schandelijke en misleidende medewerking van een aantal Joodse mediavedetten in Frankrijk, België en in de rest van Europa [Lees bv.: Anti-Zionist revolt of the J People: J Call and J Street door Ami Isseroff], wordt morgen op 12 mei 2010 naar jaarlijkse gewoonte andermaal Yom Yerushalaim – Jeruzalemdag gevierd. Ondanks het feit dat velen praatjes blijven verkopen en petities houden om Israël te veroordelen voor alle zonden in de wereld, blijft Jeruzalem de ondeelbare en eeuwige hoofdstad van Israël en in het hart van elke Jood.
In de context waarin Europa en de Verenigde Staten samen aan tafel schuiven bij Palestijnse extremisten die ondanks alle concessies van Israël, nooit hun belangrijkste pretentie hebben laten varen, met name de vernietiging van Israël en de Joodse aanwezigheid in Israël. In Jeruzalem, zelfs bij de Kotel [Klaagmuur] en tegenover de schandelijke en misleidende medewerking van een aantal Joodse mediavedetten in Europa, komt een bemoedigend geluid van Joel Mergui, de voorzitter van het Centraal Consistorie van de Unie van Joodse Gemeenschappen in Frankrijk [Consistoire Central de l'Union des Communautés Juives de France.]
Mergui poneert hier een prachtige, rechtlijnige, duidelijke morele en gezonde reactie waarin hij de motieven samenvat van de onbreekbare band van de Joden met Jeruzalem en de onvoorwaardelijke band met de Joodse identiteit. Ik zou aan die argumenten nog willen toevoegen dat volgens het strikte internationale recht, Israël de gebieden sinds 1967 ‘niet bezet’ omdat die gebieden werden heroverd nadat Israël een verdedigingsoorlog had gevoerd en gewonnen tegen de Arabische aanvallers.”

Optocht tijdens Jom Yerushalaim 2009 doorheen de Damaskuspoort van Jeruzalem
Jeruzalem, de ondeelbare en eeuwige hoofdstad van Israël
door rabbijn Yehoshua Rahamim Dufour en Joel Mergui
Binnen enkele dagen wordt Yom Yerouchalaim gevierd, de dag van de hereniging van Jeruzalem, die het vanaf 1967 opnieuw mogelijk heeft gemaakt dat de Joden weer toegang kregen tot de Kotel [Klaagmuur] en het vrije beheer over hun heilige plaatsen. Het heropgebouwde Jeruzalem, is dat wat de traditie van ons verlangt dat we zeggen en het jaar na jaar blijven herhalen.
2000 jaar lang hebben onze mensen zich verspreid over de hele wereld dat wordt herhaald tijdens de drie feesten van de bedevaart, waarvan het ene de Pesach reeds voorbij is en dat van Sjawoe’ot eraan komt. Het heropgebouwde Jeruzalem, het Eeuwige Jeruzalem, Jeruzalem de eeuwige hoofdstad van het Joodse volk. In het besef dat iedereen deze boodschap heeft door gegegevn van generatie op generatie, heeft er nooit een verdeeld Jeruzalem of gedeelde soevereiniteit over Jeruzalem bestaan. Ze hadden zich ook nooit kunnen voorstellen dat de toegang tot de Kotel ooit ter discussie zou staan.
.
Moet ik u er nog aan herinneren dat Jeruzalem honderden malen in de Bijbel wordt genoemd, dat de stad deel uitmaakt van de dagelijkse gebeden van het Joodse volk in alle landen van de wereld, op elk moment van geluk of ellende in onze geschiedenis of in ons familiaal leven.We herinneren ons Jeruzalem in elk gebed, na elke maaltijd.
Onze gedachten zijn bij Jeruzalem tijdens de huwelijksceremonie, een van de gelukkigste momenten van het leven: wanneer we het glas breken doen we dat om ons aan de verwoesting van de Tempel van Jeruzalem te herinneren.
Als alle synagogen van de wereld zijn gedraaid in de richting van Jeruzalem, is dat niet om ons eraan te herinneren dat ons hart, onze diepste essentie, gerelateerd zijn aan de stenen ruïnes van de tempel, en dat niets of niemand dit verbond kan verbreken.
Ondanks het grote aantal volkeren, beschavingen en landen die gekoloniseerd hebben, is Jeruzalem nooit anders geweest dan de hoofdstad van de Joodse staat in het tijdperk van de Tempel en vandaag, sinds de wederopbouw van de staat Israël. 2000 jaar lang werd de stad door geen enkele andere natie als haar hoofdstad aangeduid. Jeruzalem heeft de geschiedenis overleefd, tegen de onderdrukking, tegen de bezettingen en ondanks de splitsing.
Jeruzalem is de overwinnaar gebleken in alle gevechten, het heeft de ruïnes van de tempel bewaard gehouden, het was in staat om haar vrijheid, onafhankelijkheid, hereniging te herwinnen, dankzij de vastberadenheid van haar kinderen, dankzij de gebeden van haar zonen en dochters, dankzij hun niet aflatende inzet voor hun land en haar eeuwige hoofdstad.
Waarom wij deze elementen onthouden? Is het overbodig om vandaag weer te zeggen: Tot volgend jaar in Jeruzalem?” Ik denk dat we leven in een wereld waarin Jeruzalem helaas weer het onderwerp van onenigheid is eist dat het nodig is dat elke steen in Jeruzalem het voorwerp wordt van discussies en veroordelingen.
Jeruzalem is onderdeel van onze diepste identiteit, de identiteit van het Joodse volk, ons religieuze bewustzijn. Jeruzalem betwisten tegenover het Joodse volk is hetzelfde als opkomen tegen een deel van de identiteit van het Joodse volk en tegen haar geschiedenis.
Onze rol, onze verantwoordelijkheid is dat om dat ook vandaag luid en duidelijk te herhalen. Het is geen goede zaak dat mensen niet op de hoogte zijn van het centrale belang die Jeruzalem heeft in onze religie en in het hart van de Joden die het beleven en doorgeven! Deze rijkdom die ons vleugels geeft, waarin een deel van ons volk leeft, waarin een deel van onze familie in leeft, wordt vandaag aangevochten en we moeten alles in beweging brengen in onze omgeving, in onze buurten, bij onze families, bij allen die ons omringen, om hen erop te wijzen dat Jeruzalem een deel is van de fundamenten van de geschiedenis van Israël, van de fundamenten van het Joodse volk en vooral onlosmakelijk is verbonden met onze toekomst. Alle religies hebben het recht om vrij de stad te betreden sinds de hereniging in 1967.
Israël heeft aldus het recht alles in het werk te stellen dat een nieuwe verdeling kan plaats hebben van haar geestelijk erfgoed, haar identiteit en de historische fundamenten van onze religie en onze traditie.
Israël heeft gelijk omdat Israël antwoord biedt aan de verwachtingen van de generaties die al 2000 jaar lang geloven dat Jeruzalem als een lichtbaken alles rondom ons verlicht en ons toelaat doorheen alle bochten en kronkels van onze geschiedenis te laveren. Het zou moreel onjuist zijn in relatie tot de diepste Joodse traditie, ten aanzien van de hoop van ons volk, dit alles te willen loochenen. We moeten ons allemaal naar Jeruzalem draaien opdat het nooit meer zou worden verdeeld en zeggen: “Tot volgend jaar in in het herbouwde Jeruzalem en vooral erkend door alle naties.” Hag Sameah Yerouchalaim!
door Rabijn Yehoshua Rahamim Dufour en Joel Mergui

Zal de Klaagmuur, gelegen in voormalig 'Oost-Jeruzalem', opnieuw onder het beheer komen van moslims en arabieren in een toekomstige Palestijnse staat ? I don't think so...
Obama gaat de aanstormende Global Jihad met ALLE middelen te lijf [satire]

Obama gaat de aanstormende Global Jihad met ALLE middelen te lijf
Een schildpad genaamd VERZET

Een schildpad genaamd VERZET
door Wiesje De Lange
Wie zegt dat president Obama pro-Palestina en anti-Israel is?
Velen kwamen tot deze conclusie, gebaseerd op woorden en daden, meer nog: uitblijven van woorden en daden.
Heeft de man zich niet zwijgend aangesloten bij “Het Verzet” der PLO c.s., aldaar een eufemisme voor genocide?
De man, onze Verzetsman Obama zit desondanks in zijn Witte Huis, waar zijn vrouw “witte bloemen zet op een wit buffet” zoals ooit een Nederlandse conferencier zong over JFK die “toch ook een beetje moest denken aan alle zwarte kindertjes…”. Werd Israel “de zwarte kindertjes”?
Als om te waarschuwen voor grote gevaren slaat een zwarte wolk van WWII-gedenken over ons heen. Op het Rode plein in Moskou marcheren de kleinzoons van Stalins strijders, Israel ziet op de TV, na het avondjournaal de oorlogsdocumentaire “apocalypse”, een schokkend realistisch document, dat de kleinzoons van de overlevenden voor zich heen de banale liedjes van toen doet neurien. Weet U het nog? Over wasgoed dat de soldaten op gaan hangen over de Sigfried-line want de wasdag is in aantocht?
De beschuldigingen van Israels hedendaagse vijand aangaande Israelische “bezetting” en hun “legitieme verzet” daartegen worden door dit alles in een belachelijk licht gesteld. Toeval? Niets is toeval.
Verzet. De schandelijke anti-Israelpropaganda waar een met verzinsels gemaskerde vernietigingsoorlog tegen dat kleine landje “verzet” wordt genoemd.
Verzetsbewegingen rijmen met een glorieus aureool, met het David – Goliath duel , een herder zonder zwaard die de machtige opponent velt. Obama, appelleerde hij ook aan dit David-fenomeen, de G’dge’inspireerde athleet, soepel glijdend over een strijdtoneel om het zo Witte Huis te veroveren, hamerend op “kleur”, zijn politiek schilderend als Verzet, een protestmars met Martin Luther King?
Verzetstrijders leven in de schaduwen, schuilend bij dag, opererend bij nacht, zij zijn de helden der vrijheid, mensenrechten, democratie. Wie tegenwoordig tegen Verzet is zondigt tegen politieke correctheid. Tegenwoordig? Oh, zeker, ooit was het anders. In dagen waar Verzet een kwestie van leven en dood was (der verzetsman), van bestaan of ondergang (van het vaderland) lag het anders met die correctheid. Verzet viel in Nederland onder “illegaliteit” en de Verzetsman diende duchtig op zijn tellen te passen, rug en front te dekken want verraad was overal.
Vaak hoort men dat “de Palestijnen” zelden een kans laten voorbijgaan om een kans te missen (op het verkrijgen van een eigen Staat). Hieruit zou men kunnen concluderen dat hun strijd niet bijzonder snugger wordt gevoerd. Het tegendeel is waar. Gravend in de geschiedenis van “het Westen” stuitten hun ideologen op het fenomeen “Verzet in door Duitsland bezette landen”. Om deze WWII- terminologie aan te passen bij de eigen doelstelling volgde men WWII op de voet en stond versteld van het gemak waarmee de wereld om de tuin te leiden was. Men behoefde zich nauwelijks in te spannen. Het sleutelwoord was “een beetje”. Een beetje moeite en ziet. Hoe gretig hapten allen toe, het verhaal mocht best rammelen. Wat leuzen, trefwoorden, slagzinnen, het was voldoende om de wereld te doen hinniken van woede tegen een nieuwe “bezetter”: Israel.
In de verbluffende hoeveelheden propaganda die de wereld te verwerken kreeg via elkander opvolgende conferenties om het bedrog in stand te houden (en hoe graag wil men bedrogen worden) pikt U ze er zo uit, de emotioneel geladen begrippen uit heroïscher tijden. Terminologie waar men “verzet” pleegt, het “Recht van Terugkeer” opeist, andere clausules ontvreemde van dat andere, dat Bijbelse volk welker identiteit men ontvoerde.
Waarom dit jongleren met begrippen?
Het onvoorstelbare (naar men ons suggereerde), het onvoorstelbare gebeurde. De VS, Israel’s “vriend door dik en dun”, welhaast een axioma meer passend bij natuurwetenschappen dan bij politiek, de gegarandeerde boezemvriend zadelde de Israeli’s op met een President die geen vriend is, kennelijk wordt aangetrokken door de wereld van pseudo-Verzet. Gordijnen gesloten, duisternis enkel verlicht, hier en daar door een zwak kaarsvlammetje en dan maar redeneren. “Yes we cannn”. Redeneren tegen …Israel, een landje gebaseerd op woorden, nee, Woorden.
Niet dat Obama de methode bedacht. Ook voor zijn inauguratie bestond deze; het hoofd der PLO, Arafat had het al over zijn “gewapende Verzet”, vrijbrief voor gruwelen. Diens opvolger, Abbas noemt de “Bezetting die begon in 1967″ maar laat doorschemeren dat hij 1948 bedoelt. Hij bedankte in het thans kunstmatig beademde “vredesproces” Obama’s administratie voor Verzet dat moet leiden naar de overname van Israel’s hoofdstad Jeruzalem.
De Arabische Liga, zich uitsprekend tegen de irritante Netanjahoe die de “hoofdzaken” uit de weg ging door te chicaneren over kleinigheden als de Iraanse attombom, plaatste zich ferm achter Abbas bij monde van hun minister voor een raadselachtig “Palestina en Bezette Gebieden”.
Moge dit alles meer van het zelfde zijn, het is precedentloos schokkend dat een Amerikaanse President door de knieen ging voor deze schandalige propaganda-parlance.
In de aanwezigheid van George Mitchell, afgezant van Obama verklaarde ene Dr Erekat der PLO onbezorgd hoe zijn organisatie de hoop vestigde op Obama. Deze nieuwe bezem zal zeker de “Israelische bezetting” –geen enkel Amerikaans protestwoord – kunnen be’eindigen.
Hij voegde nog iets toe over een Palestijnse Staat, een der afgekloven woordcombinaties, nauwelijks nog aandacht trekkend in Israel waar men andere zorgen heeft zoals de onrustbarende bewapening der Iraanse milities, Hamas/Gaza en Ghizballah/Libanon en Gaza. De agressieve bewapening wordt afgedaan met “resistance”, Verzet, niet enkel door Nasrallah van de Ghizballah maar ook door de President van de Libanon, Michel Suleiman. Deze prevelde voorgeschreven strofen over Verzet tegen Israel waartoe de dappere Ghizballah steeds moderner wapens aangeleverd krijgt, volgens Israel door Syrie hetgeen geheel in strijd is met internationale overeenkomsten. Ook al automatisch worden dit soort Israelische beschuldigingen door de “dappere verzetstrijders” afgedaan met “voorwendsels om Syrie aan te kunnen vallen”.
Het landje onder beleg, ingesloten tussen de rakettenwouden weet al te goed dat de ongenaakbare schildpad met de gepantserde rug voorzichtig, geduldig omgewenteld moet worden, zoals Israel dat deed met het Egyptische rakettenfront in de Jom Kippoeroorlog. De raketten dienen vernield te worden vanuit vijandig gebied, dus van achter de linies, een vrijwel onuitvoerbare militaire opgave, een soort “mission impossible”.
De vijand doet hetzelfde. Deze kwam tot de conclusie dat het Israelische leger niet gemakkelijk verslaanbaar is, reden waarom men probeert de klus over te doen aan Israel zelf, dat “op het beschermende schild moet gaan liggen”, door land op te geven.
Men heeft hulp gekregen van de man in het Witte Huis.
Obama nam zo snel de Arabische rhetoriek over dat het te denken geeft. Verborg hij deze overtuigingen al voordat hij verkozen werd? In overeenstemming met links georienteerde politici overal wijst Obama bij voorkeur Israel aan als de schuldige in “het conflict”. Israel zou volgens hem “een heleboel meer kunnen doen”. Waarom dat belangrijk is voor Obama? De President wijst er op hoe veel gemakkelijker zijn wereldpolitiek er voor zou staan indien de Moslims, gezworen vijanden van Israel, hun vijandige houding op “konden” geven. Wat hen daarbij in de weg staat is niet hun haat, nee, het is de lafheid van Israel. Dat land durft gewoon niet “op op het ruggeschild te gaan liggen, van bewapening, natuurlijke grenzen, kogelwerende schuttingen. Bovenal houdt het vrekkerig de bergen van Israel vast. Die betrouwbare hoogten, vergelijkbaar met Europa’s Sudeten.
Veel wordt er geklaagd over de “onhandigheid” van een onervaren President die maar niet kan bereiken dat de bom van Achmadinejad een virtuele blijft. Gezien de werkelijkheid, de manifestatie zijner ongebruikelijke orientatie zou men kunnen concluderen dat Obama zulks geheel niet beoogt. Wordt zijn gebleken doel, aansluiting bij de wereld der Islam niet veel gemakkelijker met een plooibaar Israel dat, vrezend voor een atoomoorlog het Libanees/Gazatisch/Syrische gevaar even verdaagt want atoombommen hebben voorrang?
Door Israelische brillen ziet men de beklemmende realiteit. De 40 000 projectielen via atoom-Iran en Syrie in Ghizballah-handen beland kunnen “niet-conventionele” lasten Israelwaards vliegen. Hetzelfde kan vanuit Syrie gebeuren. Terwijl de Hamas vanaf de Gaza-kust Tel Aviv zal kunnen beschieten. Voor Israel ziet de wereld er even anders uit dan voor de Witte Huisvader die een vreemd vertekend zwart/wit wereldbeeld lijkt te hebben, nergens aansluitend bij de Israelische problematiek.
Obama heeft te maken met meer dan EEN getraumatiseerde bevolking. Israel? Vanzelfsprekend. Een meer dan 60 jaren durende oorlog om het bestaan. Maar Amerika heeft Vietnam nog in de bloedstroom, waar het thuisfront meedogenloos werd gebombardeerd met propaganda, des te ondraaglijker door de vreselijke TV-beelden van gewonde en stervende Amerikaanse soldaten en een opgejaagde burgerbevolking waarvoor Amerika de schuld op zich scheen te nemen alsof er geen reden was geweest voor deze oorlog.
Hoe meer alles verandert, hoe meer…plus ça change, plus ça reste la même chose. Israel heeft nog een front, niet gebonden aan territoriale grenzen, daar waar aards en hemels Jeruzalem aaneengeklonken werden. De Oude Stad, de Tempelberg. Niets wordt door de Moslims met meer religieuze ijver opgeëist. En ook hier wierp de wereld zich inzake steeds extremer wordende eisen op als scheidsrechter/scherprechter/ontrechter. Voor elck wat wils.
Moslims gingen verklaren dat de Westelijke Tempelmuur/Kotel/Klaagmuur eigenlijk met Joden niets te maken had. Zij zelf konden daar sporen uit hun geschiedenis terugvinden. Het had iets te maken met een paard dat er ooit aan vast gebonden werd. Geen gewoon paard maar de viervoeter van Mohammed die op dit (gevleugelde) dier naar Jeruzalem vloog.
Probleem. Wat doen we eraan? Wel, om te beginnen, is het makkelijker de Joden op een zijspoor te schuiven dan de paard-partij, een miljard zielen sterk.
Verre van te brommen dat Mekka heilig is voor de Moslims, Jeruzalem voor de Joden, dat Moslims zich nimmer iets gelegen lieten liggen aan de Davidstad totdat de Joden deze heroverden, verre van spijkers met koppen te slaan probeert men in ‘s werelds hoofdsteden ijverig “een oplossing” te zoeken. Een tweede Tempelmuur bouwen? Een tweede Al Aksa-moskee? Welnee, een nieuw voorstel bouwen dat door niemand serieus genomen wordt maar toch een naam kreeg, de JOCI. Met JOKKEN heeft dit niets te maken, de letters staan voor: “Jerusalem Old City Initiative”. Een Canadese diplomaat, ene John Bell bedacht een plan waar een buitenlandse autoriteit, de Heilige Stad zal besturen. Waarom John denkt dat deze het beter zal doen dan Israel dat ieder vrijheid van religie verschafte, behalve dan misschien de Joden die immers door de WAKF geweerd worden voor gebed op de Tempelberg… Maar de Joden….gaven toe, rekenend op datgene wat hen van oudsher sterkte, De Gepubliceerde Belofte uit de Eeuwigheid, die alle JOCI’s ontzenuwt.
Op de Jordaanoever ligt een kibboets die “Gilgal” heet. Gilgal, “rollen”, uit het boek Jozua.
De Joden die onder deze aanvoerder de Jordaan oversteken krijgen de opdracht grote stenen voor zich uit te rollen en als monument op te stapelen. Hun nageslacht zal de betekenis daarvan vragen en zij zullen uitleggen dat G’d hen bijstond in de verovering van het Heilige Land.
Wordt het belang van die stenen niet steeds duidelijker, thans, in Israel’s “mission impossible” waar De Grote Schildpad op de rug moet worden gerold?
Wiesje de Lange
Christenen voor Israel – Patroonstraat 1 – P.O.Box 1100 – 3860 BC Nijkerk – The Netherlands
Tel. +31-33-2458824 – Fax +31-33-2463644 – www.christenenvoorisrael.nl
Palestina verraden – waarheid en mythe over de NAKBA

Arabieren verlaten het voormalige Britse Mandaat Palestina 1948
Palestina verraden
Een recensie van Palestine Betrayed van Efraim Karsh door Daniel Pipes
Nakba, het Arabische woord voor ‘ramp’ is tot onze taal doorgedrongen als verwijzing naar het Israëlisch-Arabische conflict. Volgens de definitie van de anti-Israëlische website The Electronic Intifada, betekent Nakba “de uitzetting en verdrijving van honderdduizenden Palestijnen uit hun huizen en hun land in 1948.”
Degenen die Israël graag zien verdwijnen, doen hun best om het verhaal van de Nakba zoveel mogelijk te verspreiden. Zo dient bijvoorbeeld de Nakbaherdenking als een sombere Palestijnse tegenhanger van Israëls met festiviteiten omgeven Onafhankelijkheidsdag, waarop elk jaar weer Israëls vermeende zonden worden gepubliceerd. Deze dag is inmiddels zo ingeburgerd, dat Ban Ki-moon, de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties – uitgerekend het instituut dat de staat Israël heeft gecreëerd – zijn steun gaf aan “het Palestijnse volk op de Nakbaherdenking.” Zelfs Neve Shalom, een Joods-Palestijnse gemeenschap in Israël die beweert “zich bezig te houden met voorlichting en onderwijs ten behoeve van vrede, gelijkheid en begrip tussen de twee volken”, herdenkt eerbiedig de Nakba.
De Nakba-ideologie stelt de Palestijnen als slachtoffers voor die geen keus hadden en daarom geen verantwoordelijkheid dragen voor de beproevingen die zij moesten ondergaan. Zij legt de schuld voor het Palestijnse vluchtelingenprobleem volledig bij Israël. Deze zienswijze is intuïtief aantrekkelijk, want islamitische en christelijke Palestijnen vormden lange tijd een meerderheid in het land dat later Israël werd, terwijl de meeste Joden relatief kort geleden immigreerden.
Maar intuïtie biedt nog lang geen historisch nauwkeurige weergave van de feiten. In zijn nieuwe tour de force, Palestine Betrayed, biedt Efraim Karsh van de University of London deze nauwkeurigheid wel. Met het voor hem kenmerkende uitvoerige onderzoek van de archieven – in dit geval steunend op een grote hoeveelheid aan onlangs vrijgegeven documenten uit de periode van de Britse heerschappij en de eerste Arabisch-Israëlische oorlog, 1917-1949 – een heldere presentatie en een zeer nauwgezette omgang met het historische feitenmateriaal, betoogt Karsh het tegenovergestelde: dat de Palestijnen hun eigen lot beschikten en vrijwel uitsluitend zelf verantwoordelijk zijn voor het feit dat zij vluchtelingen werden.
In Karsh’ woorden: “Alles behalve hulpeloze slachtoffers van een roofzuchtige zionistische aanval zijnde, waren het de Palestijns-Arabische leiders die, vanaf begin jaren twintig en zeer tegen de wens van hun eigen achterban, een niet-aflatende campagne inzetten om de Joodse nationale wedergeboorte uit te wissen die uitmondde in een gewelddadige poging om de VN-verdelingsresolutie te doen mislukken.” Meer in het algemeen, zo merkt hij op, “was er niets onvermijdelijks aan de Joods-Palestijnse confrontatie, laat staan het Israëlisch-Arabische conflict.”
Nog meer in tegenspraak met onze intuïtie, laat Karsh zien dat zijn interpretatie aan het eind van de jaren veertig de algemeen aanvaarde, ja zelfs de onweersproken interpretatie was. Pas met het verstrijken der jaren “herschreven Palestijnen en hun westerse medestanders stap voor stap hun nationale vertelling”, waarbij Israël tot de enige schuldige werd gemaakt, degene die in de Verenigde Naties, de collegezalen van onze universiteiten en hoofdredactionele commentaren werd gehekeld.
Karsh staaft met succes zijn gelijk door twee belangrijke punten aan te tonen: dat (1) het Joods-zionistische-Israëlische kamp voortdurend probeerde om tot een compromis te komen terwijl het Palestijns-Arabisch-islamitische kamp bijna alle overeenkomsten afwees; en (2) dat Arabische onbuigzaamheid en geweld tot de door eigen toedoen veroorzaakte ‘ramp’ leidde.”
Het eerste punt is het bekendst, vooral sinds de Oslo-akkoorden van 1993, want tot op de dag van vandaag blijft dit patroon gehandhaafd. Karsh laat zien dat sinds de Balfour-verklaring de Joden voortdurend goede wil hebben getoond en de Arabieren aanhoudend alles bleven afwijzen en dat dit patroon gehandhaafd bleef tijdens de periode van de Britse heerschappij. (Ter herinnering, de Balfour-verklaring van 1917 drukte Londens intentie uit om in Palestina een “nationaal thuis voor het Joodse volk” te vestigen, en de Britse verovering van Palestina slechts 37 dagen later gaf de Britten de macht over Palestina tot 1948).
De eerste jaren na 1917 was de Arabische reactie gematigd, aangezien zowel de leiders als het grote publiek de voordelen erkenden van de dynamische zionistische onderneming die een achtergebleven, arm en dun bevolkt Palestina nieuw leven hielp in te blazen. Toen verscheen, met Britse steun, de verderfelijke persoon ten tonele die de Palestijnse politiek gedurende de volgende drie decennia zou domineren, Amin al-Husseini. Vanaf 1921, zo onderbouwt Karsh met bewijsstukken, werden de zionisten en Palestijnen voor vele keuzes gesteld; terwijl de eersten steevast kozen voor het compromis, kozen de laatsten telkens weer voor uitroeiing.
In verscheidene hoedanigheden – moefti, hoofd van islamitische en politieke organisaties, bondgenoot van Hitler, held van het Arabische volk – bracht Husseini zijn achterban tot wat Karsh noemt “een meedogenloze ramkoers met de zionistische beweging.” De Joden zo maniakaal hatend dat hij zich aansloot bij de genocidemachine van de nazi’s, weigerde Husseini om hun aanwezigheid in Palestina in welke aantallen dan ook te accepteren, laat staan enige vorm van zionistische soevereiniteit.
Vanaf begin jaren twintig was men getuige van een patroon dat tot op de dag van vandaag bekend voorkomt en van toepassing is: zionistische inschikkelijkheid, ‘pijnlijke concessies’ en constructieve pogingen om verschillen te overbruggen, beantwoord door Palestijns antisemitisme, halsstarrige afwijzing en geweld.
In aanvulling op deze dramatis personae en de grimmige tegenstellingen ingewikkelder makend, waren daar ook nog het in het algemeen meer tot compromissen bereide Palestijnse gewone volk, de schandalig antisemitische Britse mandaatautoriteit, een Jordaanse koning die maar wat graag over de Joden als zijn onderdanen wilde regeren, lamlendige Arabische staatshoofden en een wispelturige Amerikaanse regering.
Ondanks de radicalisering van de Palestijnse publieke opinie door de moefti en ondanks het aan de macht komen van de nazi’s, probeerden de zionisten nog steeds tot een vergelijk te komen. Het duurde enkele jaren, maar het nulsom-beleid en eliminatiestreven van de moefti overtuigde aarzelende leiders van de Arbeidspartij, met inbegrip van David Ben-Gurion, er uiteindelijk van dat goede werken hun droom van acceptatie niet dichterbij zou brengen. Niettemin, ondanks herhaalde mislukkingen, bleven zij zoeken naar een gematigde Arabische partner met wie zij tot een overeenkomst konden komen.
Ze’ev Jabotinsky, de voorvader van de huidige Likoedpartij, begreep daarentegen in 1923 al dat “er niet de geringste hoop bestaat dat de Arabieren in het land Israël er ooit mee akkoord zouden gaan dat ‘Palestina’ een land wordt met een Joodse meerderheid.” Maar zelfs hij verwierp het idee om Arabieren te verdrijven en hield vast aan een volwaardige rechtspositie voor hen in een toekomstige Joodse staat.
Deze dialectiek bereikte zijn hoogtepunt in november 1947, toen de Verenigde Naties een verdelingsplan aannamen dat vandaag de dag een tweestatenoplossing zou worden genoemd. Met andere woorden, het reikte de Palestijnen een staat op een zilveren dienblad aan. Zionisten verheugden zich maar Palestijnse leiders, de kwaadaardige Husseini voorop, wezen elke oplossing die een Joodse autonomie goedkeurde zurig af. Zij hielden vol alles te willen en dus kregen zij niets. Als zij het VN-plan hadden geaccepteerd, zou Palestina in mei zijn 62-jarige bestaan hebben gevierd. En er zou nooit een Nakba zijn geweest.
Het meest oorspronkelijke deel van Palestine Betrayed is de helft die een gedetailleerd overzicht bevat van de vlucht van moslims en christenen uit Palestina in de jaren 1947-1949. Hier dwingt Karsh’ onderzoek van de archieven echt respect af en stelt hem in staat om een ongeëvenaard uitgebreid beeld te schetsen van de specifieke omstandigheden van de vlucht van de Arabieren. Een voor een werkt hij de Arabische bevolkingscentra af – Qastel, Deir Yassin, Tiberias, Haifa, Jaffa, Jeruzalem, Safad – waarna hij uitgebreid stil staat bij de dorpen.
Israëls onafhankelijkheidsoorlog is te verdelen in twee delen. Op 29 november 1947 braken binnen enkele uren na de stemming in de Verenigde Naties over de verdeling van Palestina hevige gevechten uit en duurden voort tot aan de vooravond van de Britse evacuatie op 14 mei 1948. Het internationale conflict begon op 15 mei (de dag nadat Israël tot stand kwam), toen de legers van vijf Arabische landen binnenvielen, waarna de vijandigheden aanhielden tot januari 1949. De eerste fase bestond grotendeels uit een guerrillaoorlog, de tweede hoofdzakelijk uit conventionele oorlogvoering. Meer dan de helft (tussen de 300.000 en 340.000) van de 600.000 Arabische vluchtelingen vluchtte voor de Britse evacuatie, en de meesten van hen in de laatste maand.
Palestijnen verlieten onder de meest uiteenlopende omstandigheden en om verschillende redenen het land. Arabische commandanten gaven het bevel dat niet-strijders de weg vrij moesten maken voor militaire manoeuvres; of zij bedreigden treuzelaars te behandelen als verraders als zij bleven; of zij eisten dat dorpen werden geëvacueerd om beter stelling te kunnen nemen op het slagveld; of zij beloofden een veilige terugkeer binnen enkele dagen. Sommige gemeenschappen vluchtten liever dan een vrede te tekenen met de zionisten; in de woorden van Jaffa’s burgemeester: “Ik heb geen bezwaar tegen de verwoesting van Jaffa, als dat ons verzekert van de verwoesting van Tel Aviv.” Handlangers van de moefti vielen Joden aan om vijandigheden uit te lokken. Gezinnen die het zich konden veroorloven ontvluchtten het gevaar. Toen landpachters hoorden dat hun landheren zouden worden gestraft, waren zij bang te worden uitgewezen en lieten uit voorzorg het land achter. Bittere onderlinge vijandschap belemmerde de planning. Tekorten aan voedsel en andere levensbehoeften verbreidden zich. Voorzieningen als waterpompstations werden onbeheerd achtergelaten. Angst voor Arabische schutters verspreidde zich, net als geruchten over zionistische wreedheden.
In slechts één geval (Lydda) verdreven Israëlische troepen Arabieren. De uitzonderlijkheid van deze gebeurtenis dient te worden benadrukt. Karsh licht de gehele eerste fase van de gevechten toe: “Geen van de 170.000-180.000 Arabieren die de stadscentra ontvluchtten, en slechts een handjevol van de 130.000-160.000 dorpelingen die hun huizen verlieten werden door de Joden gedwongen te vertrekken.”
Het Palestijnse leiderschap keurde het terugkeren van de bevolking af, want zij beschouwden dit als een impliciete erkenning van de Israëlische staat in wording. De Israëliërs waren aanvankelijk bereid om de geëvacueerden terug te nemen, maar hun standpunt verhardde daarna toen de oorlog verhevigde. Premier Ben-Gurion lichtte hun standpunt toe op 16 juni 1948: “Dit wordt een oorlog op leven en dood en [de geëvacueerden] mogen niet in staat worden gesteld om terug te keren naar de plaatsen die zij achterlieten… Wij zijn deze oorlog niet begonnen. Zij hebben de oorlog ontketend. Jaffa voerde oorlog tegen ons, Haifa voerde oorlog tegen ons, Beisan voerde oorlog tegen ons. En ik wil niet dat zij nog eens oorlog voeren.”
Alles bij elkaar optellend, licht Karsh toe, “waren het de handelingen van de Arabische leiders die honderdduizenden Palestijnen tot ballingschap veroordeelden.”
In dit boek toont Karsh twee zeer belangrijke feiten aan: dat de Arabieren de Palestijnse staat lieten mislukken en dat zij de Nakba hebben veroorzaakt. Terwijl hij dit doet, bevestigt hij zijn status als een van de meest uitmuntende historici van het moderne Midden-Oosten die tegenwoordig publiceert en bouwt hij voort op de argumenten uit drie van zijn eerdere boeken. Zijn magnum opus, Empires of the Sand: The Struggle for Mastery in the Middle East, 1789-1923 (samen met Inari Karsh, 1999), betoogt dat Midden-Oosterlingen niet, zoals vaak gedacht wordt, “ongelukkige slachtoffers van roofzuchtige imperiale machten waren, maar actieve participanten in de herstructurering van hun regio”, een omwenteling met enorme politieke implicaties. Palestine Betrayed past de stelling van dat boek toe op het Israëlisch-Arabische conflict, waarbij Palestijnen de mogelijkheid wordt ontnomen zich te verschuilen achter uitvluchten en slachtofferschap, terwijl juist wordt aangetoond dat zij metterdaad, zij het mogelijk op grond van dwalingen, zelf hun lot hebben gekozen.
In Fabricating Israeli History: The New Historians (1997) ontmaskert Karsh het broddelwerk, en zelfs het bedrog, van de school van Israëlische historici die de Joodse staat de schuld geven van het Palestijnse vluchtelingenproblemen van 1948-1949. Palestine Betrayed biedt de keerzijde van het verhaal; waar het eerdere boek fouten weerlegt, toont dit boek waarheden aan. Ten slotte, in Islamic Imperialism: A History (2006) laat hij de expansionistische kern van het islamitische geloof zien zoals die zich door de eeuwen heen heeft gemanifesteerd; hier verkent hij die veroveringsdrift onder Palestijnen tot in de kleinste details, waarbij hij een verband legt tussen de islamitische mentaliteit en superioriteitswaan en de onwil om praktische compromissen te sluiten aangaande de Joodse soevereiniteit.
Palestine Betrayed plaatst het Israëlisch-Arabische debat in een nieuw kader door dit in de juiste historische context te plaatsen. Terwijl hij aantoont dat de Palestijnse politieke elite al 90 jaar ervoor kiest om “de Joodse nationale wedergeboorte af te wijzen en [vast te houden aan] de noodzaak van de gewelddadige vernietiging daarvan”, trekt Karsh terecht te conclusie dat het conflict alleen zal eindigen indien de Palestijnen hun “genocidale hoop” opgeven.
Bronnen: Palestine Betrayed door Efraim Karsh Reviewed by Daniel Pipes National Review van 11-17 mei 2010, vertaald door Clark Kent; eveneens verschenen in Het Vrije Volk:: Palestina verraden DANIEL PIPES – 11 MEI 2010


In de context waarin Europa en de Verenigde Staten samen aan tafel schuiven bij Palestijnse extremisten die ondanks alle concessies van Israël, nooit hun belangrijkste pretentie hebben laten varen, met name de vernietiging van Israël en de Joodse aanwezigheid in Israël. In Jeruzalem, zelfs bij de Kotel [Klaagmuur] en tegenover de schandelijke en misleidende medewerking van een aantal Joodse mediavedetten in Europa, komt een bemoedigend geluid van Joel Mergui, de voorzitter van het Centraal Consistorie van de Unie van Joodse Gemeenschappen in Frankrijk [


















