Dagelijks archief: 6 mei 2010

Holocaust onbespreekbaar in scholen met moslim overwicht

Een op de vijf geschiedenisdocenten in de vier grote steden heeft weleens meegemaakt dat hij de Holocaust niet of nauwelijks kon bespreken omdat vooral islamitische leerlingen er moeite mee hebben. Dat blijkt uit een enquête onder geschiedenisdocenten op middelbare scholen. Vooral docenten op vmbo-scholen stuiten op weerstand. Positief nieuws is: het idee dat WO2 wordt vergeten en dat jongeren er niets meer over weten, klopt niet. Middelbare Scholieren vinden WO2 juist superinteressant.

Moslims hebben in het algemeen een goede kennis van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog...

De enquete werd gehouden door Elsevier en onderzoeksbureau ResearchNed; dinsdag werden de resultaten bekend. Daarin zeggen 8 op de 10 docenten dat leerlingen de wereldoorlogen juist het interessantste geschiedenistijdperk vinden. Op verre afstand volgen de tweede helft van de twintigste eeuw en de Grieken en Romeinen. De jodenvervolging leeft het meest, de verovering en bezetting van Nederlands-Indië door Japan het minst.

De meeste docenten vinden de interesse minstens zo groot als in hun eigen schooltijd. Vooral de vmbo-docenten in de vier grote steden constateren echter dat allochtone leerlingen minder interesse hebben dan autochtone.

De feitenkennis lijkt mee te vallen. Elsevier en ResearchNed legden de docenten de resultaten voor van een Engelse enquête, waaruit bleek dat Engelse kinderen bar weinig kennis hebben over WO2. Sommige dachten dat Auschwitz een pretpark was. Volgens bijna 9 op de 10 docenten is de kennis van Nederlandse leerlingen beter tot veel beter. (Dit is dus de inschatting van de docenten; in Engeland vulden de leerlingen zelf de enquête in.)

De geënquêteerde docenten noemen als reden dat de oorlog onder scholieren zo leeft, het feit dat de maatschappij WO2 heeft verbonden aan tijdloze idealen als tolerantie, vrede en vrijheid. Docenten doen daaraan mee. Bijna allemaal willen ze een morele boodschap overdragen. Volgens 8 op de 10 docenten helpt de Tweede Wereldoorlog leerlingen te begrijpen wat de gevolgen zijn van onverdraagzaamheid jegens andere mensen. Volgens 7 op de 10 helpt WO2 leerlingen de waarden onderkennen van democratie, vrijheid en grondrechten.

Het Reformatorisch Dagblad vroeg de Amsterdamse hoogleraar Holocaust- en genocidestudies Johannes Houwink ten Cate om commentaar. Die was niet verrast: “Desondanks blijft het schokkend. Aan het goede Nederlandse lesmateriaal ligt het niet.” Ten Cate zoekt de oorzaak vooral in het contact tussen docenten en leerlingen. Leraren durven de Holocaust soms nauwelijks ter sprake te brengen uit angst voor antisemitische reacties die zij niet in de hand kunnen houden, zegt hij: “Dit kan natuurlijk niet, want deze volkerenmoord behoort tot de kerndoelen in het onderwijs. En het betreft een sleutelgebeurtenis in de Europese geschiedenis, waarvan iedereen zegt: zo’n staatsmoord op een minderheid mag nooit meer plaatsvinden. De uitgeslotenen van vandaag moeten horen over de uitgeslotenen van gisteren.”

Houwink ten Cate noemt het uitnodigen van een kampslachtoffer in de klas een mogelijkheid om de Holocaust aan de orde te stellen. “Ik maakte mee dat een Sobiboroverlevende een groep van 200 Marokkaanse jongeren vertelde hoe het voelt om uitgesloten te zijn. Dat sloeg aan.”

Ook CIDI-directeur Ronnie Naftaniel, vindt het van fundamenteel belang “het meest traumatische onderdeel van de Nederlandse geschiedenis aan de orde te stellen. Van deze ultieme vorm van racisme gaat een enorme waarschuwing uit. Zoiets kan iedereen overkomen.” Een oorzaak van weerstand onder sommige moslimjongeren kan zijn, dat zij hun aversie tegen Israel verbinden met de Holocaust, zegt Naftaniel.

Bron: Cidi.nl: Enquete: Moeite met Holocaustles van 27 april 2010

Moslimextremisten dreigen met geweld tegen België omwille boerkaverbod

Op het internet circuleert een filmpje waarin wordt opgeroepen tot terreuraanslagen tegen België. Reden: het boerkaverbod in België dat sinds 29 april werd goedgekeurd door de Kamer. Het Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken kan er niet mee lachen en neemt het dreigement bloedserieus.

Enkele weken terug – 31 maart 2010 – werd een toespraak van Benno Barnard op de Unief van Antwerpen met verbaal geweld het spreken onmogelijk gemaakt. Sharia4Belgium schreef geschiedenis. Meteen stond half België recht om de hele zaak te minimaliseren en af te doen als de actie van een extreme minderheid. Ik verwacht dat dit ook nu weer het geval zal zijn, want “het is allemaal overdreven, niks aan de hand, waar maken we ons druk om enz…”

Ik help het u graag hopen dat het inderdaad zo is èn zo mag blijven, maar ik vind dat de laatste tijd nogal dikwijls van dit soort berichten opduikt. Misschien moeten we de Belgische moslims ook eens vragen om dit soort toestanden openlijk te veroordelen en vooral de belofte om er wat aan te doen. Het boerkaverbod werd door de Moslimexecutieve bijzonder negatief onthaald en dat is ook al niet bemoedigend. Ook de meeste ngo’s, bekend van hun pro-Palestijns lobbywerk en knechtenwerk voor de anti-Israëlische Arabische Liga en het OIC [Organisatie van de Islamitische Conferentie), keren zich ronduit tegen het verbod. Ook Amnesty International veroordeelt Belgisch boerkaverbod.

Goed martelaarschap loont, tenzij de kadootjes al op zijn ;)

De oproep tot terreuraanslagen werd op 2 mei gepost door Muhammad Zaib Khan, een extremist die in Afghanistan zou verblijven. De man heeft ook een eigen extremistische weblog en hij is actief op het forum van de Pakistaanse taliban, die de mislukte aanslag van afgelopen weekend op Times Square in New York heeft opgeëist. Op de beelden wordt via foto’s van strijders gedreigd met acties bij een boerkaverbod. Het Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreiging (OCAD) werd onmiddellijk ingeschakeld om een risicoanalyse te maken. Op basis daarvan wordt bekeken of er bijkomende veiligheidsmaatregelen nodig zijn.

Pleidooi voor een burkaverbod

door Badra Djait

België zou het eerste land ter wereld worden met een wetsvoorstel dat personen bestraft die in het openbaar ‘het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekken’ zodat ze niet langer herkenbaar zijn. Hoewel het breder is dan dat, wordt deze wet ook wel het burkaverbod genoemd. Met andere woorden, wie voortaan een burka draagt die het hele lichaam bedekt of een niqab die de ogen vrij laat, kan bestraft worden tot zeven dagen cel. Als Vlaamse vrouw van Algerijnse herkomst kan ik dit voorstel alleen maar toejuichen. Hoe kan je nu als westerse islamitische vrouw zorgeloos een burka dragen, het internationaal gekend symbool bij uitstek van Afghanistan, en tegelijkertijd verklaren dat dit niets te maken heeft met de ultieme minderwaardigheid en onderdrukking van de vrouw?

In het land van mijn ouders, Algerije, zijn de ‘burka’s’ niet welkom en wordt de typische zwarte lange niqab, geïmporteerd uit Saoedi-Arabië, niet graag gezien. Terwijl in Brussel vrouwen met een burka of een niqab worden nagestaard, worden ze in Algiers getreiterd. Enkele jaren geleden stapten op de openbare bus in Algiers een vrouw met een zwarte lange niqab en haar bebaarde man. Na enkele minuten stapten ze al snel van de bus af. Ze werden letterlijk buiten gepest door de Algerijnse medereizigers. Ik veronderstel dat Algerije in deze kenmerkende gezichtssluier het symbool zag van de angst voor en de terreur van het religieus fundamentalisme dat het land heeft geteisterd in de jaren negentig. Zij weten wat deze sluier die een religieus-politieke boodschap uitstraalt, kan betekenen.

Marseille, 19 juni 2009. Twee moslima's met en zonder niqab

Ik ben dan ook telkens verwonderd dat verscheidene organisaties klaar staan om zich te kanten tegen dit wetsvoorstel. Volgens Amnesty International is een algemeen verbod op gezichtssluiers in strijd met de mensenrechten, meer bepaald met de godsdienstvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Weet deze organisatie dan niet dat de religieuze fanatici – voornamelijk voor 11 september – politiek asiel kregen in het westen en hun strijd voor een religieuze staat in het land van oorsprong verder zetten, onder het mom van godsdienstvrijheid en het recht op vrijheid van meningsuiting? Soms denk ik dat deze organisaties eerder bezig zijn met een zuiver theoretische ideologische strijd.

Een andere organisatie, Human Rights Watch, is tegen het burkaverbod omdat men de keuzevrijheid van de vrouwen moet beschermen. Volgens deze organisatie is een individuele aanpak noodzakelijk in de bescherming van deze vrouwen. Dient de overheid dan de klederdracht van elke vrouwelijke burger op te volgen en na te vragen of ze al dan niet gedwongen is om een burka of een niqab te dragen? Ook islamitische organisaties kantten zich tegen het voorstel. Baas Over Eigen Hoofd (BOEH!) meldt dat er geen specifiek wetsvoorstel moet komen voor de enkele vrouwen die hier met een burka rondlopen. De opmerking dat dit probleem zich weinig stelt, en dus niet dringend is, gaat niet op. De situatie in andere Europese landen toont aan dat het probleem zich binnenkort ook bij ons duidelijk zal stellen.

De moslimexecutieve, de officiële gesprekspartner met betrekking tot de islam in België die een aantal jaren geleden nog in de media verklaard heeft dat de burka geen religieus symbool is en dat het niet past binnen de islam, noemt het verbod vandaag ‘vrijheidsberoving’ en ‘discriminerend’. Ook zij beroepen zich vandaag op de godsdienstvrijheid. Aanvankelijk dacht ik dat de strijd van enkele islamitische organisaties eigenlijk niet gaat om het recht op de niqab of de burka, maar dat het eerder gaat om een strijd voor aanvaarding, de aanvaarding van de moslimburgers als medeburgers. Alhoewel. Ik geloof eigenlijk niet meer in deze nobele beweegreden van sommigen. Denk maar aan de organisatie Sharia4Belgium dat recentelijk publiekelijk heeft verklaard op te komen voor een islamitische rechtsstaat in België.

De auteur is antropologe en arabiste en was voormalig adviseur van de Vlaamse minister van Inburgering Marino Keulen.

zoek de burka...

Cynisch raadseltje: waar op dit plaatje zit een vrouw verborgen...? :(

Bronnen: Clint.be: Terreurdreiging België wegens boerkaverbod (video) van 6 mei 2010; Liberales: Pleidooi voor een burkaverbod door Badra Djait van 7 mei 2010; Le Figaro: Copé : «Pourquoi il faut une loi anti-burqa !» van 8 januari 2009; The Telegraph: Women who wear burkas in France face £700 fine van 7 januari 2010; Sudanese women flogged for wearing trousers van 13 juli 2009; Swimmers are told to wear burkinis van 15 augustus 2009; Al-Qaeda threatens France with revenge over burka stance van 1 juli 2009; The National: Crime wave by men wearing the khimar door Suha Philip Ma’ayeh van 3 augustus 2009; Het Nieuwsblad: Mannelijke agent mag vrouw in boerka niet meer controleren van 1 augustus 2009; De Standaard: Man mag vrouw in boerka niet controleren van 1 augustus 2009; op Brabosh.com: Voor het laatste nieuws uit niqab- en boerkaland: De gesluierde dreiging ontsluierd van 25 oktober 2009; Senator Christine Defraigne wil boerka in België bij wet laten verbieden van 3 september 2009; CD&V wil nationaal verbod op de boerka in België van 1 augustus 2009; Hamas voert stapsgewijs de sharia in in de Gazastrook van 27 juli 2009; Lachen met de boerka van 16 juli 2009; ‘Schat, wat trek ik vandaag aan: een hijab, chador, niqab of een boerka?’ van 13 juli 2009; Gaza: vrouw beschuldigd van het lachen in het openbaar en zwemmen zonder hoofddoek van 7 juli 2009; Met de boerka op vakantie naar het Midden-Oosten van 6 juli 2009; Al-Qaeda bezweert Frankrijk een eventueel verbod op de boerka te zullen wreken van 1 juli 2009; De malaise van de multiculturaliteit van 29 juni 2009; Hoofddoekendebat laait opnieuw op in Antwerpen van 25 juni 2009; Franse president Sarkozy bindt de strijd aan tegen de boerka van 23 juni 2009; Het geloof als een uiting van angst van 17 juni 2009; Een ontnuchterend beeld over de geruisloze verspreiding van de islam in de wereld van 4 mei 2009; Het verschil tussen mannen en vrouwen, ‘uitgelegd’ door Sheik Jassem Al-Mutawa van 14 april 2009;

De Val van Jeruzalem in mei 1948

Op 14 mei 1948 riep David Ben Goerion plechtig de Joodse staat Israël uit. Op dat zelfde moment vochten in de straten van Jeruzalem de Joden en Arabieren op leven en dood. Diezelfde dag vielen vijf Arabische legers de nieuwe staat binnen en rukten op naar de Heilige Stad. Zo eindigde het fiasco van het Engelse mandaat over Palestina en het gekonkel dat aan de afkondiging van de Joodse staat voorafging.

Een periode van halve oorlog, van schermutselingen, bomaanslagen en van een krankzinnige bewapeningswedloop. Drie maanden verbitterde oorlog zouden volgen, maanden waarin de Joodse staat moest worden veroverd op of verdedigd tegen de Arabieren. Jeruzalem, grotendeels in handen van het ondergrondse leger, was het sleutelpunt. Wie deze stad had, hield het lot van de nieuwe staat in handen.

In het boek lopen de verhaallijnen van verschillende partijen en personen door elkaar. Zo bijvoorbeeld hoe een jonge Joodse vrouw in 1948 naar de Verenigde Staten werd gezonden om fondsen te werven voor het Joodse Agentschap (Jewish Agency) en terugkeerde met vijftig miljoen dollar. Deze jonge vrouw was Golda Meir die later Eerste Minister werd van Israël. Later zal Ben Goerion, de eerste Eerste Minister van Israël hierover verklaren: “De dag dat geschiedenis werd geschreven en de Joodse staat werd geboren danken wij aan een jonge Joodse vrouw.”

Het boek “O Jeruzalem” van de schrijvers Larry Collins en Dominique Lapierre dat voor het eerst werd uitgebracht in 1970, werd door Elie Chouraqui verfilmd en voorgesteld aan het publiek op 18 oktober 2006. In de hoofdrollen onder meer Ian Holm, Tom Conti, Mama Papas, Patrick Bruel, Saïd Taghmaoui, en Tovah Feldshuh in de rol van Golda Meir. Hierin wordt zorgvuldig de historische strijd rond de oprichting van de staat Israël in 1948 gereconstrueerd. De film, gebaseerd op de historische rekeningen van de best verkochte roman “O Jeruzalem” ooit, biedt een rijke achtergrond aan het explosieve conflict dat voortduurt tot de huidige situatie in het Midden-Oosten.

Hierna volgt één van de belangrijkste passages uit het boek over de Val van Jeruzalem tussen 25 en 29 mei 1948 na drie maanden van hevige strijd tegen het Arabisch Legioen.

Jeruzalem, door de hele wereld verraden en verlaten

De binnenstad van Amman zag zwart van de mensen. Ritmisch in hun handen klappend op de maat van hun spreekkoren, dansten ze van straat naar straat om de overwinning van hun leger uit te jubelen. Hun gejuich vormde een prettige onderbreking voor de mannen in de conferentiezaal in het hotel tegenover de Romeinse arena uit de oudheid. De triomf van Latrun was niet de enige Arabische overwinning die de leden van de politieke commissie van de Arabische Liga konden vieren. Dezelfde dag dat kolonel Majali’s mannen de Israëli’s bij Latrun hadden teruggeslagen, was de kibboets Jad Mordechai, na vijf dagen heldhaftige tegenstand, in handen van het Egyptische leger gevallen. Alleen in het noorden – waar de Israëli’s de Syriërs uit Galilea hadden verdreven – hadden de Arabische legers een belangrijke nederlaag geleden.

Abdel Pazcha

Azzam Pasha: 'een oorlog van uitroeiing en een gedenkwaardig bloedbad'

Het besef van de naderende triomf wekte bij de Arabische leiders weinig behoefte om welwillend te staan tegenover het document dat hun door de secretaris van de Liga, Azzam Pasha, was voorgelegd: een beroep van de Veiligheidsraad der Verenigde Naties om binnen 36 uur tot een staakt-het-vuren te komen.

Sinds 14 mei hadden de Verenigde Staten getracht de Veiligheidsraad te bewegen tot een oproep om het vuren te staken. De Amerikaanse pogingen waren hardnekkig door Groot-Brittannië in de grond geboord. Ervan overtuigd dat de Arabieren wellicht op de drempel van grote terreinwinsten stonden, toonden de Engelsen geen enkele neiging om het einde der gevechten te verhaasten. Zoals een hoge Engelse diplomaat tegen een Amerikaanse collega zei, moest men de situatie ‘een tijdje vanzelf laten rijpen.’

Ten slotte hadden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie op 22 mei in de Veiligheidsraad een oproep tot een staakt-het-vuren erdoor weten te drukken nadat hun pleidooi voor een `bevel’ om de gevechten te staken met zware sancties als daar geen gehoor aan werd gegeven, op Engels verzet was gestuit.

In Tel Aviv polste David Ben Goerion zijn militaire leiders over de raadzaamheid om op het beroep in te gaan. Hun bewapeningssituatie was enigszins verbeterd. Er waren nog vijf Messerschmitts naar Israel overgevlogen en het eerste grote wapentransport per schip was in de haven van Haifa aangekomen. Niettemin waren Ben Goerions adviseurs bet er unaniem over eens: een staakt-het-vuren was zeer wenselijk.

Snel verder lezen? Klikken op: Lees de rest van dit bericht