Dagelijks archief: 2 mei 2010
90ste verjaardag van de San Remo Conferentie

90 ste verjaardag gevierd op 25 april in de Villa Devanche, San Remo, Italië 1920 - 2010. Danny Danon van de Knesset was eveneens present - 3de van links onderaan
90th Anniversary of the San Remo Conference
Toekenning van het recht krachtens het internationale recht aan de Joden om zich gelijk waar in West-Palestina te vestigen, in het gebied gelegen tussen de Jordaanrivier en de Middellandse Zee.
Het voorbije weekeinde van 24 en 25 april 2010 vond op een veraf gelegen rustige plek, met veel pracht en praal een gedenkwaardige conferentie plaats. (Het is verbazingwekkend vast te stellen hoe de internationale media andermaal gefaald heeft om deze memorabele gebeurtenis te verslagen en in de weinige berichtgeving die er dan is Israël in tegenspraak daarvan omschrijft als de bezetter).
Die plaats was San Remo in Italië, een kleine badplaats aan de grens met Frankrijk, waar de herdenking van de 90ste verjaardag plaatsvond van de ondertekening door de geallieerden in 1920 van de Conventie van San Remo – waar de wettelijke rechten van Israël en Jeruzalem werden vastgelegd in het internationale recht. De bondgenoten erkenden dat Israël voor 2000 jaar lang was bezet geweest en nam het besluit om het land terug te schenken aan haar wettelijke erfgenamen met name aan het Joodse volk.
Tijdens dat historische weekeinde van 24-25 april 2010, heeft de Europese Coalitie voor Israël een aantal educatieve seminaries gehouden die werden geleverd door Eli Hertz uit de Verenigde Staten en Salomo Benzimra uit Canada. Zij werd gevolgd door een ceremonie die gehouden werd in San Remo in het zelfde huis (Villa Devanche), waar de ondertekening van de verklaring van San Remo in 1920 plaatsvond. Het evenement trok zowel politici als activisten aan uit heel Europa, de VS en Canada. Lid van de Knesset en vice-voorzitter van het parlement Danny Danon was present en bracht de groeten uit Jeruzalem.
Aan het einde van de herdenking, werd de volgende verklaring uitgegeven:
-
Bevestigt het belang van de Resolutie van de Resolutie van San Remo van 25.04.1920 – die de Balfour-verklaring in haar geheel opneemt – die vorm geeft aan de kaart van het moderne Midden-Oosten, zoals overeengekomen door de Supreme Council of the Principal Allied Powers (Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië, Japan en de Verenigde Staten als waarnemer), en die later met eenparigheid van stemmen werd goedgekeurd door de Volkenbond, de resolutie blijft onherroepelijk juridisch bindend en geldig tot op de dag van vandaag;
-
Onderstrepend dat de Resolutie van San Remo van 1920 de exclusieve nationale Joodse rechten erkent op het Land van Israël op grond van het internationaal recht, alsmede de sterkte van de historische band van het Joodse volk met het grondgebied voorheen bekend als Palestina;
-
Eraan herinnerend dat een dergelijke rudimentair evenement als de San Remo conferentie van 1920 totaal werd vergeten of genegeerd door de gemeenschap der naties, en dat de rechten die zij verleend aan het Joodse volk onrechtmatig werden afgewezen, gekortwiekt en ontkend;
-
Benadrukkend dat een rechtvaardige en duurzame vrede, leidt tot de acceptatie van veilige en erkende grenzen tussen alle staten in de regio en die alleen kan worden bereikt door de erkenning van de reeds lang bestaande rechten van het Joodse volk krachtens het internationaal recht.
De uitkomst van deze verklaring gaf gestalte aan het ‘Mandaat voor Palestina,’ een historisch document van de Volkenbond, dat het Joodse wettelijk recht vastlegde om zich overal in het westen van Palestina te vestigen, een gebied ter grootte van 10.000 vierkante mijl tussen de Jordaan en de Middellandse Zee.
Eenenvijftig landen – de gehele Volkenbond – hebben op 24 juli 1922 unaniem de volgende verklaring afgelegd:
“Overwegende, dat erkenning wordt gegeven aan de historische band van het Joodse volk met Palestina en de basis leggend voor het terugbrengen in de oude staat van hun nationale tehuis in dat land.”
Joden wonen in het Land van Israël van rechtswege en niet op gedogen
Het is van belang erop te wijzen dat het politieke recht op zelfbeschikking als een bestuursvorm voor de Arabieren, gegarandeerd werd door dezelfde Volkenbond in vier andere mandaten – in Libanon en Syrië [Het Franse Mandaat], Irak, en later Trans-Jordanië [Het Britse Mandaat]. Elke poging om het Joodse volk het recht op Palestina-Eretz-Israël ongedaan te maken en hen de toegang en de controle over het gebied ontzegt die aan het Joodse volk werd toegezegd door de Volkenbond is een ernstige schending van het volkenrecht.
De Europese Coalitie voor Israël werd opgericht in Brussel in 2003. Het is de enige Europese activistische niet-Joodse organisatie met een EU-verbindingsbureau te Brussel en met partners in de meeste EU-lidstaten. De belangrijkste doelstelling is het bevorderen van positieve relaties tussen Europa en Israël, de holocaust te herdenken en het antisemitisme te bestrijden. Ter gelegenheid van de 90ste verjaardag van de Conferentie van San Remo, waar door de Geallieerden de Balfour-verklaring werd opgenomen in het internationaal recht door de rechten te verlenen aan de Joden op een nationaal tehuis in Palestina, werden het afgelopen weekend verschillende evenementen gehouden in de Italiaanse badplaats.
Alle evenementen werden georganiseerd door de Europese Coalitie voor Israël in samenwerking met de Canadian Supporters for Israel’s Rights, die in een inleidend voorwoord voor het programma van het weekend schreven: “We geloven niet dat de diplomatie moeten worden gescheiden van het internationale recht,” stond er te lezen. “Geen van de recente vredesplannen die werden ingediend werd tot nog toe melding gemaakt van de wettelijke rechten van Israël zoals die werden vastgelegd in het internationaal recht. Dit seminarie zal de historische en juridische realiteit van het Midden-Oosten van nabij aan een onderzoek onderwerpen, gebaseerd op de werkzaamheden van de Vredesconferentie van San Remo van April 1920.”
Onder de auspiciën van Maurizio Zoccarato, de burgemeester van San Remo, werd er op zaterdag in dse binnenstad een panel samengesteld dat discuteerde over “de juridische betekenis van de San Remo resolutie als het gaat om de status van Israël en Jeruzalem onder internationaal recht.” Onder de deelnemers onder meer parlementslid Danny Danon (Likoed), vice-voorzitter van de Knesset, het Italiaanse parlementslid Fiamma Nirenstein en internationaal juridisch expert Dr. Jacques Gauthier van Toronto.
Munitie voor de Hasbara

Danny Danon, lid van de Knesset
Sprekend tot de Jerusalem Post van San Remo, zei Danny Danon dat hij zou proberen de San Remo Resolutie onder de aandacht te brengen en de mensen bewust maken van het belang van deze resolutie en vooral die zaken, zo zei hij, “dewelke zijn vastgelegd in het internationale recht waarvan veel Israëli’s geloven dit hun enige rechtsgeldig verweer kan worden.” “Het Joodse volk kan de internationale rechten van San Remo met betrekking tot Israël en Jeruzalem laten gelden,” zei Danon. “En de tijd is gekomen dat we beginnen te praten over deze rechten.”
“Vandaag in Israël, zijn er mensen die sterk geloven in de ‘bijbelse rechten’ van het Joodse volk op het Land van Israël,” vervolgde hij. “En terwijl ik mezelf reken als een van die gelovigen, moeten ook de leden van het seculiere publiek, die niet noodzakelijkerwijze het verband leggen met deze bijbelse rechten, de kans krijgen om zich vertrouwd te maken met de internationale rechten die we hebben.” Danon voegde eraan toe dat hij hoopte educatieve initiatieven in die richting te kunnen nemen, en de opdracht zou geven om enkele plannen te ontwerpen van zodra hij terug in Israël was. “Helaas, zijn er veel Israëli’s die het gevoel hebben dat we een gebied veroverd hebben of een plek bezetten waarover we nochtans in feite juridisch de volledige rechten op hebben,” zei Danon.
“Degenen die Israël steunen en munitie nodig hebben ter ondersteuning in de hasbara of PR-strijd,” vervolgde hij, “is dit heel waardevolle munitie omdat die gebaseerd is op de feiten en op het internationale recht. Alhoewel we niet altijd de strijd winnen van de Palestijnse propaganda, zullen we winnen op de feiten,” zei Danon. “Want als je begint met de geschiedenis van dit alles begint te verkennen, begin je stilaan een beeld te krijgen van de werkelijkheid die volledig verschilt van wat wordt geportretteerd in de media, en wat wordt verspreid door de Palestijnse kant.”
Danny Danon nam later ook nog deel aan de officiële ceremonie op zondag nav de 90ste verjaardag van de ondertekening van de San Remo-resolutie door de vier geallieerde mogendheden van de Eerste Wereldoorlog – Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Japan – op dezelfde historische locatie waar toen de ondertekening plaatsvond.

Bronnen: Met dank voor de tip aan Simantov Allalouf, zijn website: Word From Yerushalaim; The Jerusalem Post: MK vows to ‘raise awareness of Israel’s rights’ door Abe Selig van 26 april 2010; op Brabosh.com: Het wettelijke recht van Israël om te bestaan als een Joodse staat van 30 april 2010 en Wie behoort Jeruzalem? Dr. Jacques Gauthier over de legale status van Jeruzalem van 28 april 2010
Het verhaal achter de Nakba en oplossing van het vluchtelingenprobleem
Op 20 april jongsleden was het Yom Ha’atzmaut, Dag van de Onafhankelijkheid van Israël (volgens de Joodse kalender). Ter gelegenheid van deze feestdag de hierna volgende opmerkelijke tekst van de Israëlische afgevaardigde Abba Eban (1915-2002) bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, een speech die hij aflegde ten overrstaan van het Speciale Politieke Comité van de Verenigde Naties op 17 november 1958.
8 mei 1951, VS-President Truman samen met premier David Ben-Goerion en Abba Eban
Dit was een heel bijzondere speech voor die tijd en werd geschreven 10 jaar na de stichting van de Joodse staat van Israël. De gebeurtenissen die erin worden beschreven liggen nog vers in het geheugen bij iedereen die er toen nauw bij betrokken was; de historische strubbelingen die in de daaropvolgende decennia werden gepopulariseerd zullen door de meedogenloze drumbeat van de anti-Israël propaganda nog meer worden aangedreven.
De inhoud is verbazingwekkend actueel! Te bedenken dat deze tekst toch meer dan een halve eeuw oud is, lijkt of er helemaal niks veranderd is sinds Abba Eban deze toespraak hield. De haat en het wantrouwen van toen zijn er nog altijd, het Arabisch vluchtelingenprobleem werd niet opgelost en de kans op vrede lijkt misschien verder weg dan toen.
Een oplossing van het vluchtelingenprobleem wordt wel aangereikt door Abba Eban, maar de werkelijkheid gebied natuurlijk te zeggen dat de Palestijnse Arabieren in feite geen eigen staat willen, maar eerst en vooral de Joden uit Israël met staat en al uit het M-O willen zien verdwijnen. Wat daarna komt ‘zien we dan wel’. Zij claimen het volledige grondgebied van Israël en dromen hardop om het gebied waar zich dan ooit 5,5 miljoen Joden en hun staat Israël bevonden - ‘in de plaats van’ en dus niét ‘naast’ Israël! - hun zoveelste islamistisch kalifaat willen oprichten. Het wordt hoog tijd dat de voorstanders van de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat, eindelijk zouden beseffen dat elke toegeving aan de Palestijnse Autoriteit – wat de PA betreft - slechts een tussenstap is, een zoveelste etappe op de weg naar de uiteindelijke vernietiging van Israël en de vervanging of annexatie ervan door een Arabische staat. Wie die realiteit eindelijk wil accepteren maakt misschien ooit nog een redelijke kans om het Arabisch-Israëlisch conflict finaal op te lossen.
Abba Eban maakte in Israël een lange carrière als diplomaat en politieker in de periode vlak na het onstaan van de Israëlische staat tot hij zich in 1988 terugtrok uit de Knesset. Hij was actief in vele posities en functies inclusief als afgevaardigde bij de Verenigde Naties en ambassadeur in de Verenigde Staten voor Israël. Hij was jarenlang lid van de Knesset, vice-eerste minister en minister voor Buitenlandse Zaken. In die laatste functie speelde hij een belangrijke diplomatieke rol tijdens de Zesdaagse oorlog van 1967 en de Jom Kipoeroorlog van 1973. In die functie moest hij Israëls politieke en militaire standpunt in de wereld vertegenwoordigen en verdedigen, iets wat hij met veel verve deed. Abba Eban overleed op 87-jarige leeftijd op 27 november 2002, 44 jaar later nadat hij deze tekst had afgeleverd.

Het Palestijnse vluchtelingenkamp Balataa nabij Shechem (Nabloes) op de Westelijke Jordaanoever
Arab refugees: The Real Story
door Abba Eban
Het Arabische vluchtelingenprobleem werd veroorzaakt door een oorlog van agressie, gelanceerd door de Arabische landen tegen Israël in 1947 en 1948. Laat daar geen misverstand over bestaan. Als er geen oorlog was geweest tegen Israël, met de daaruit voortvloeiende gevolgen van nodeloos bloedvergieten, ellende, paniek en vlucht, zou er vandaag geen probleem van Arabische vluchtelingen hebben bestaan.
Zodra u de verantwoordelijken voor die oorlog heeft bepaald, heeft u meteen de verantwoordelijken voor het vluchtelingenprobleem vastgesteld. Niets in de geschiedenis van onze generatie is duidelijker of minder controversieel dan het initiatief van de Arabische regeringen voor het conflict, waaruit de vluchtelingentragedie is ontstaan.
De oorsprong van dat conflict is duidelijk omschreven door de bekentenissen van de Arabische regeringen zelf: “Dit zal een oorlog van uitroeiing worden,” verklaarde de secretaris-generaal van de Arabische Liga, die sprak voor de regeringen van zes Arabische staten, “het zal een gedenkwaardig bloedbad worden waarover zal gesproken worden zoals [men spreekt] over de Mongoolse slachtingen en de kruistochten.“
De aanval begon op de laatste dag van november 1947. Vanaf dan tot aan het verstrijken van het Britse Mandaat in mei 1948 hebben de Arabische staten, in overleg met de Arabische leiders in Palestina, het land in onrust en chaos gestort. Op de dag van Israëls onafhankelijkheidsverklaring, zijn de strijdkrachten van Egypte, Jordanië, Syrië, Libanon en Irak, ondersteund door contingenten uit Saoedi-Arabië en Jemen, de grenzen overgestoken en zijn opgemarcheerd tegen Israël.
De gevaren waarmee onze gemeenschap vervolgens werd geconfronteerd; het gevaar dat ieders leven en huis verduisterde en het succesvolle afweren van de aanval en het ontstaan van Israël in het leven van de wereld gemeenschap, zijn allemaal hoofdstukken uit het verleden, verdwenen maar niet vergeten. Maar de sporen van dat conflict zijn nog steeds diep gegrift in het leven van onze regio’s. Gevangen in de ravage en de spanning van de oorlog; gedemoraliseerd door de vlucht van hun leiders, aangespoord door de onverantwoordelijke beloften dat ze zouden terugkeren en de buit die ze zouden erven nadat Israël zou vernietigd zijn, zochten honderdduizenden Arabieren hun heil in de beschutting van de Arabische landen.
Een onderzoek in 1957 door een internationaal orgaan beschreef deze gewelddadige gebeurtenissen in de volgende bewoordingen: “Reeds in de eerste maanden van 1948 werden door de Arabische Liga orders afgegeven die de mensen aanmaanden om een tijdelijk toevluchtsoord in de buurlanden te zoeken, warna ze later naar hun verblijfplaatsen zouden terugkeren, en in de nasleep van de zegevierende Arabische legers hun aandeel zouden verkrijgen in de in de steek gelaten Joodse eigendommen.” (Research Group for European Migration Problems Bulletin, Vol. V, nr. 1, 1957).
Hedendaagse verklaringen van Arabische leiders bevestigen deze versie volledig. Op 16 augustus 1948 herinnerde Mgr. George Hakini, de Grieks-katholieke aartsbisschop van Galilea, zich het volgende: “De vluchtelingen waren ervan overtuigd dat hun afwezigheid uit Palestina niet lang zou duren en dat zij binnen een paar dagen [of] binnen een week of twee weer terug zouden zijn; hun leiders hadden hun beloofd dat de Arabische legers de ‘zionistische bendes’ zeer snel zouden verpletteren en dat er geen nood was aan paniek en geen angst voor een langdurige ballingschap.”
Een maand later op 15 september 1948, verklaarde Emile Ghoury, die de secretaris was geweest van het Arabische Hoge Comité op het moment van de Arabische invasie van Israël: “Ik wil niemand in twijfel trekken maar enkel de vluchtelingen helpen. Het feit dat deze vluchtelingen er zijn is het rechtstreekse gevolg van de actie van de Arabische staten die zich keerden tegen het Verdeelplan en tegen de [oprichting van een] Joodse staat. De Arabische staten hadden dit beleid met eenparigheid van stemmen afgesproken en zij zijn het die gezamelijk voor dit probleem een oplossing moeten vinden.”
Niet minder dwingend dan deze bekentenissen die door de Arabische leiders werden afgelegd zijn de arresten van de organisaties van de Verenigde Naties organen. In april 1948, toen de vlucht van de vluchtelingen in volle gang was, schreef de Commissie voor Palestina van de Verenigde Naties haar oordeel op de tabletten van de geschiedenis:
“Arabische oppositie tegen het plan van de Algemene Vergadering van 29 november 1947 heeft de gedaante aangenomen van een georganiseerd optreden door sterke Arabische elementen, zowel binnen als buiten Palestina, om de uitvoering ervan te voorkomen en om haar doelstellingen te dwarsbomen door middel van bedreigingen en daden van geweld, met inbegrip van gewapende herhaalde invallen op Palestijns grondgebied. De Commissie heeft aan de Veiligheidsraad moeten rapporteren dat machtige Arabische belanghebbers, zowel binnen als buiten Palestina, de resolutie van de Algemene Vergadering aanvechten en verwikkeld zijn in een bewuste poging om met geweld te verhinderen dat de regeling de beoogde uitvoering kan krijgen.”
* * * * *
Zelfs na een volledig decennium is het moeilijk om hier gelaten te zitten luisteren hoe Arabische vertegenwoordigers zich losmaken van elke verantwoordelijkheid voor het werk en de angst die zij hebben veroorzaakt. De eis van de internationale gemeenschap op de medewerking van de Arabische regeringen is des te vanzelfsprekender wanneer we bedenken dat deze staten, in hun grote gebieden, alle bronnen en middelen controleren die hen in staat stellen om de vluchtelingen te bevrijden uit hun benarde situatie, in volle waardigheid en vrijheid.
Het vluchtelingenprobleem werd niet gecreëerd op aanbeveling van de Algemene Vergadering met de oprichting van Israël. Het werd gecreërd door de pogingen van de Arabische regeringen om deze aanbeveling [Resolutie 181] met geweld te vernietigen. De crisis is niet ontstaan, zoals Arabische woordvoerders beweren, omdat de Verenigde Naties elf jaar geleden een resolutie hebben aangenomen; zij is ontstaan omdat de Arabische regeringen die resolutie met geweld hebben aangevallen. Als het voorstel van de Verenigde Naties rustig was aanvaard, zou er vandaag geen vluchtelingenprobleem, hangen als een wolk boven de gespannen horizon van het Midden-Oosten.
Afgezien van de vraag naar de oorsprong [van het probleem], is het bestendigen van dit vluchtelingenprobleem een onnatuurlijke gegeven, dat ingaat tegen de hele gang van ervaringen en zonder precedent. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, hebben problemen die veertig miljoen vluchtelingen regeringen geconfronteerd in verschillende delen van de wereld. In geen enkel geval, met uitzondering van de Arabische vluchtelingen – die minder dan twee procent van het geheel uitmaken – heeft de internationale gemeenschap constante verantwoordelijkheid getoond en van royale steun voorzien.
In alle andere gevallen werd een oplossing gevonden door de integratie van vluchtelingen in hun gastlanden. Negen miljoen Koreanen; 900.000 vluchtelingen uit het conflict in Vietnam; 8,5 miljoen hindoes en sikhs die, Pakistan ruilden voor Indië en andersom: 6,5 miljoen moslims die vanuit Indië naar Pakistan vluchtten; 700.000 Chinese vluchtelingen in Hong Kong, 13 miljoen Duitsers uit het Sudetenland, Polen en andere Oost-Europese staten die West-en Oost-Duitsland bereikten; duizenden Turkse vluchtelingen uit Bulgarije; 440.000 Finnen die werden gescheiden van hun vaderland door een wijziging van de grens; 450.000 vluchtelingen uit Arabische landen die berooid toekwamen in Israël; en een gelijk aantal die naar Israël trokken uit de overblijfselen van de Joodse holocaust in Europa – vormen dezen de tragische stoet van vluchtelingenbevolking in de wereld van de afgelopen twee decennia.
In elke situatie, behalve dan wat de Arabische vluchtelingen betreft in de Arabische landen, hebben de landen waar de vluchtelingen onderdak hebben gezocht hun integratie vergemakkelijkt. Enkel in dit geval werd de integratie belemmerd.
De paradox is des te verbazingwekkender wanneer we bedenken dat de verwantschap die bestaat in taal, religie, sociale achtergrond en nationaal gevoel tussen de Arabische vluchtelingen en hun Arabische gastlanden, minstens zo intiem is als diegene die bestaat tussen andere gasttlanden en andere groepen vluchtelingen. Het is onmogelijk om aan die conclusie te ontkomen dat de integratie van de Arabische vluchtelingen in het leven van de Arabische wereld een objectief haalbaar proces was [en nog steeds is], maar die om politieke redenen werd tegen gewerkt.
De jongste jaren gaven een grote expansie van de economische mogelijkheden in het Midden-Oosten. De inkomsten van de olie-uitvoerende landen hebben grote kansen op werk en ontwikkeling mogelijk gemaakt, waarin de vluchtelingen, uit hoofde van hun taalkundige en nationale achtergrond, zouden kunnen inpassen zonder enig gevoel van ontwrichting. Er bestaat geen enkele twijfelk over dat wanneer aan de vluchtelingen vrijheid van verkeer was toegekend, er een spontane opname van duizenden van hen zou gevolgd zijn in deze uitgebreide Arabische economieën.
De mislukking of de weigering van de Arabische regeringen om een permanente economische integratie te bereiken van vluchtelingen in hun enorme land lijkt des te opmerkelijker als we het contrast zien met de prestaties van andere landen die geconfronteerd werden met de uitdaging en de kans van het absorberen van hun verwanten in hun midden.
Israël met haar klein gebied, haar schamele watervoorraden en haar peinbele financiële toestand, heeft in de afgelopen tien jaar woningen, werk en burgerschap gevonden voor bijna een miljoen nieuwkomers die toekwamen in een toestand van armoede die niet moest onderdoen voor die van de acute Arabische vluchtelingen.
Vluchtelingen [naar Israël] uit Arabische landen lieten hun huizen, eigendommen en werkgelegenheid achter. Hun fysieke conditie en voeding waren in veel gevallen bedroevend laag. Ze hebben processen van aanpassing ondergaan om een sociale, taalkundige en nationale ethos aan te leren die ver verwijderd lag van het enige dat ze tot dan hadden gekend. Aldus was deze kwestie van integratie voor hen veel lastiger dan die zou geweest zijn voor de Arabische vluchtelingen in Arabische landen, wanneer geen dergelijke verschillen bestaan tussen de maatschappij en de cultuur van het gastland waarmee de vluchtelingen al vertrouwd zijn.
Dit wordt beknopt beschreven in het rapport dat werd gepubliceerd door de Carnegie Endowment:
“Er is een nog ander aspect van het vluchtelingenprobleem in Midden-Oosten dat ook vaak over het hoofd wordt gezien. Het is noodzakelijk om te onthouden dat, tegelijkertijd met de bestendiging van het Arabische vluchtelingenprobleem, meer dan 400.000* Joden werden gedwongen om hun huizen in Irak, Yemen en Noord-Afrika te verlaten. Ze werden niet meegeteld als vluchteling omdat ze gemakkelijk en onmiddellijk in Israël werden opgevangen als nieuwe immigranten. Toch werden ze gedwongen om tegen hun wil in hun traditionele huizen te verlaten en tijdens dat proces alles achter te laten wat zij bezaten. De laatste nieuwe groep vluchtelingen die hun aantal vervoegen zijn de 20.000 Joden voor wie het leven onmogelijk is geworden in Egypte. Vijftien duizend van hen hebben asiel gezocht in Israël, terwijl de rest in Europa op zoek is gegaan naar andere oplossingen voor hun probleem.”
[* Deze tekst dateert van 1958. Bovenop die 400.000 Joodse vluchtelingen zullen in de volgende jaren tot voorbij de Zesdaagse Oorlog van 1967 en de Yom Kippoeroorlog van 1973 nog eens 450.000 Arabische Joden gedwongen worden hun Arabisch land van herkomst te ontvluchten waarvan meer dan de helft in Israël een nieuw onderdak zal vinden.]
* * * * *
Inderdaad, vergeleken met andere problemen, is het Arabische vluchtelingenprobleem één van de eenvoudigste om op te lossen.
De Research Group for European Migration wijst er in haar rapport op dat “De Palestijnse vluchtelingen de nauwst mogelijke affiniteiten van nationaal sentiment, taal, religie en sociale organisatie, gemeenschappelijk hebben met de Arabische gastlanden en de levensstandaard van de meerderheid van de vluchtelingenpopulatie maar weinig verschild van die van de inwoners van de landen waar zij hun toevlucht hebben gevonden of dat in de toekomst zullen doen.”
Elke discussie over dit probleem draait rond de twee thema’s van de hervestiging en van wat wordt genoemd ‘repatriëring’. Er is een toenemende scepsis over de haalbaarheid van de repatriëring.
Deze honderdduizenden Arabische vluchtelingen wonen thans in de Arabische landen op de grond van hun verwanten. Ze werden de voorbije tien jaren gevoed met slechts één enkel thema: hat jegens Israël; de weigering om het bestaansrecht van Israël te erkennen; wrok tegen het bestaan van Israël; de droom om ervoor te zorgen dat Israël zal vernietigd worden.
“Repatriëring zou betekenen dat honderdduizenden mensen zouden worden ingevoerd in een staat waarvan zij tegen haar bestaansrecht zijn, waarvan zij de vlag verachten en waarvan zij zoeken naar een oplossing om die staat te vernietigen. De vluchtelingen zijn allemaal Arabieren en de landen waarin zij zich bevinden zijn Arabische landen. Maar de voorstanders van de repatriëring concluderen dat deze Arabische vluchtelingen moeten worden gevestigd in een niet-Arabische land, in de enige sociale en culturele omgeving die vreemd is aan hun achtergrond en traditie.”
De Arabische vluchtelingen zullen ontworteld worden vanuit het gebied van de naties waaraan zij loyaal en verwant mee zijn en verplaatst worden naar een staat waarin zij vreemd en vijandig zijn. Israël, waarvan de soevereiniteit en de veiligheid reeds werd bedreigd door de aanvallende staten rondom haar, wordt gevraagd om aan haar gevaren nog een toestroom van vijandelijke grote groepen mensen toe te laten die doordrongen zijn van de haat om haar bestaan. Dit alles staat te gebeuren in een regio waarin de Arabische landen beschikken over onbeperkte mogelijkheden voor de hervestiging van hun verwanten, en waarin Israël reeds heeft bijgedragen tot een oplossing van de vluchtelingenproblemen in Azië en Afrika door het opvangen [op eigen kosten en zonder hulp van de internationale gemeenschap] van 450.000 vluchtelingen uit Arabische landen onder haar immigranten.
Er zijn drie andere overwegingen, die pleiten tegen de repatriëring.
Ten eerste, wordt het woord zelf niet nauwkeurig in deze context gebruikt. Het transplanteren van een Arabische vluchteling uit een Arabisch land naar een niet-Arabisch land is niet echt ‘repatriëring’. “Patria” is niet louter een geografisch concept. Hervestiging van een vluchteling in Israël zou geen repatriëring zijn, maar vervreemding van de Arabische maatschappij; een echte terugkeer van een Arabische vluchteling zou een proces moeten zijn waarbij de vluchteling terug in eenheid met zijn mensen wordt gebracht die zijn voorwaarden van taal en erfgoed delen alsmede zijn impulsen van nationale loyaliteit en culturele identiteit gemeenschappelijk hebben.
Ten tweede, wordt de geldigheid van het ‘repatriëringsconcept’ verder ondermijnd als we de structuur van de vluchtelingen te onderzoeken. Meer dan 50 procent van de Arabische vluchtelingen zijn jonger dan 15 jaar. Dit betekent dat ten tijde van de oprichting van Israël, velen van hen, als ze al geboren waren, jonger waren dan 5 jaar. Wij hebben dus te maken met het opvallende feit dat een meerderheid van de vluchtelingenpopulatie geen bewuste herinnering aan Israël kan hebben.
Ten derde zijn zij, die altijd pleiten van de terugkeer naar Israël, zich niet altijd bewust van de mate van integratie waarin de vluchtelingen zich bevinden in de landen van hun huidige woonplaats. In het Koninkrijk van Jordanië, genieten vluchtelingen een volwaardig burgerschap en nemen volledig deel aan de regering van het land. Zij hebben het recht om te stemmen en om verkozen te worden en te zetelen in het Jordaanse parlement. Sterker nog, velen van hen heben een hoge positie in de regering van het koninkrijk.
Duizenden vluchtelingen dienen in het Jordaanse leger en bij de Nationale Garde. Het is op zijn zachtst gezegd, vreemd om te suggereren dat mensen die burgers zijn van een ander land, en die ook daadwerkelijk of potentieel zijn ingeschreven bij de strijdkrachten van een land dat op voet van oorlog* verkeerd met Israël, tegelijkertijd het optionele recht van Israëlisch burgerschap wordt voorgehouden.
[* Deze woorden dateren uit 1958. Enkele aanvalsoorlogen verder - die Jordanië allemaal zal verliezen - zal het Arabisch koninkrijk uiteindelijk in 1994 een vredesakkoord tekenen met de Israëlische staat, in 1996 gevolgd door een handelsakkoord tussen beide soevereine staten.]
Elke voorwaarde die ooit iets heeft bijgedragen tot een oplossing van vluchtelingenproblemen door middel van integratie, wordt in het onderhavige geval opgenoemd. Met de uitgestrektheid van het grondgebied, de grote rivieren, haar natuurlijke bronnen en minerale rijkdom alsmede haar toegankelijkheid tot de internationale hulpverlening, is de Arabische wereld het beste geschikt voor het absorberen van een extra bevolkingsgroep, niet alleen totaal zonder gevaar voor zichzelf, maar met de daadwerkelijke meerwaarde voor haar eigen veiligheid en welzijn.
Bronnen: Middel East & Terrorism blog: Arab refugees: The Real Story door Abba Eban heruitgebracht op 23 april 2010 naar aanleiding van de 62ste verjaardag van de Israëlische Dag van de Onafhankelijkheid op 20 april j.l. volgens de Joodse kalender





















