Het bizarre ‘erfrecht’ op terugkeer voor Palestijnse vluchtelingen, obstakel voor de vrede
Volgens de ideologische vijanden van de Joodse staat verdreven Joodse/Israelische strijdkrachten tijdens de oorlog van 1948 op rücksichtsloze wijze en volgens een vooropgezet plan vele honderdduizenden Palestijnse Arabieren uit hun woonplaatsen in de landstrook tussen de Middellandse Zee en de Jordaanrivier. Maar er klinken steeds vaker Palestijns-Arabische stemmen die het tegendeel beweren.
Hebron, april 2009. Palestijnse Arabier wordt opgehangen als straf voor het verkopen van grond aan een Israëlische onderneming
In de redenering van Israëls ideologische vijanden, ook die hier in Nederland, werd het Palestijns-Arabische vluchtelingenvraagstuk willens en wetens door Israël veroorzaakt en zou het (dus) ook door Israël moeten worden ‘opgelost’. De schattingen van het aantal Palestijns-Arabische vluchtelingen van 1948 lopen uiteen van 600 duizend tot 720 duizend. Al hun nakomelingen kregen en krijgen door de Verenigde Naties automatisch het vluchtelingenschap ‘toebedeeld’.
Op basis van dit bizarre ‘erfrecht’, dat voor geen enkele andere vluchtelingenpopulatie op deze wereld geldt, werd het Palestijns-Arabische vluchtelingenvraagstuk door de decennia heen kunstmatig in stand gehouden. Zodoende kon het dienen als obstructiemiddel tegen een vreedzame oplossing van het Arabisch-Israëlisch conflict en als (recruterings) basis voor politieke agitatie en terroristisch geweld tegen Israël.
De instandhouding van het vraagstuk vernietigde bovendien het toekomstperspectief van honderdduizenden Palestijnse Arabieren, die zonder ontsnappingskans tot een eindeloos vluchtelingschap werden veroordeeld en die in ellendige omstandigheden als kansloze uitkeringstrekkers werden gehospitaliseerd. Dat lot treft niet alleen de Palestijnse Arabieren die in vluchtelingenkampen (in de praktijk uitgegroeid tot – meestal armoedige – woonwijken) in Libanon, Syrië en Jordanië verblijven, maar ook hen die in ‘kampen’ onder het regime van Hamas en de Palestijnse Autoriteit verblijven.
Inmiddels wordt door miljoenen ‘Palestijnse Arabieren in den vreemde’ aanspraak gemaakt op een ‘recht op terugkeer’: naar de sinds 1948 Israëlische gebieden waar hun voorouders vroeger gewoond hebben. Toekenning van dat ‘recht’ zou echter neerkomen op de vernietiging van de Joodse staat langs demografische weg. Kennelijk om die reden worden de kansloze Palestijns-Arabische aanspraken op collectieve ‘terugkeer’ nog steeds in woord en daad gesteund door de ideologische vijanden van Israël, waaronder die in Nederland. Daardoor blijven valse dromen gekoesterd en worden de kansen op een duurzame vrede verder ondermijnd.
Etnische zuiveringen
Afbeelding rechts: ‘Wij zullen terugkeren’ – Israël als doelwit van een niet bestaand ‘recht op terugkeer’. De foto werd gemaakt bij de ingang van een Palestijns-Arabisch vluchtelingen’kamp’ nabij de Jordaanse hoofdstad Amman. Jordanië maakte tot 1946 onderdeel uit van het mandaatgebied Palestina. Palestijns-Arabische vluchtelingen die in en na 1948 in Jordanië terechtkwamen, of die in de door Jordanië bezette gebieden ten westen van de Jordaan woonden, ontvingen het Jordaanse staatsburgerschap. Desondanks kunnen de Palestijns-Arabische vluchtelingen en ontheemden van 1948 en al hun nakomelingen aanspraak maken op de vluchtelingenstatus.
Het Palestijns-Arabische vluchtelingenvraagstuk heeft in aanleg een duidelijke oorzaak-en-gevolg-structuur. De ideologische vijanden van Israel laten echter liever ongenoemd dat de piepjonge Joodse staat zich in de oorlog van 1948-49 moest verdedigen tegen de binnenvallende legers van vijf Arabische landen plus een groot aantal achter de frontlijnen opererende Palestijns-Arabische milities. De verklaarde intentie van deze agressie was de vernietiging van de Joodse staat. Niets meer en niets minder.
De secretaris-generaal van de Arabische Liga, Azzam Pasha, verklaarde in een radiouitzending: “Dit wordt een uitroeiingsoorlog en een gedenkwaardige slachtpartij, waarover zal worden gesproken als over de Mongoolse slachtpartij en de kruistochten”.
Tijdens de vijandelijkheden ontvluchtten zowel Palestijns-Arabische als Palestijns-Joodse burgers het conflictgebied en werden zowel groepen Palestijnse Arabieren als Palestijnse Joden door de tegenpartij uit hun woonplaatsen verdreven. Zo werden bijvoorbeeld de Joodse wijk van de Oude Stad van Jeruzalem en de Joodse dorpen in het nabij Jeruzalem gelegen zogenoemde Etzion-blok etnisch gezuiverd door het Jordaanse Legioen.

Omstreden boek van Ilan Pappé
Een belangrijk deel van de Palestijns-Arabische vluchtelingen vluchtte echter niet voor het oorlogsgeweld of als gevolg van gerichte Israëlische acties, maar pakte de biezen omdat Arabische leiders daartoe oproepen deden. Bewijzen daarvan circuleren al sinds de oorlog zelf, maar werden en worden door de ideologische vijanden van de Joodse staat steevast afgedaan als zionistische en/of Israëlische propaganda.
Een belangrijke bron voor hen was de afgelopen jaren het boek ‘De etnische zuivering van Palestina’ (2007), van de omstreden en in academisch opzicht in diskrediet gebrachte Israëlische historicus Ilan Pappé. Ook Palestijns-Arabische organisaties, waaronder de Palestijnse Autoriteit, hebben naar buiten toe steeds de valse beschuldiging uitgedragen dat de jonge staat Israel in 1948 ten aanzien van de Arabieren in het conflictgebied een misdadige verdrijvingspolitiek heeft gevoerd.
Maar kennelijk kan men in eigen kring het deksel niet eindeloos op de doos met de waarheid houden. In de afgelopen jaren hebben in Palestijns-Arabische media regelmatig stemmen geklonken die niet alleen verklaren dat Arabische leiders de Palestijns-Arabische bevolking destijds hebben aangespoord tot vertrek, maar ook dat op grote schaal aan die oproepen gehoor werd gegeven.
Ilan Pappé (Hebreeuws: אילן פפה) (1954) is professor voor Geschiedenis aan de Britse Universiteit van Exeter. Hij is geboren in Israël en was lector in de politieke wetenschappen aan de Universiteit van Haifa van 1984 tot 2007. Pappé wordt gezien als een van de Nieuwe Historici, die kritisch kijken naar Zionistische verhalen en Israël’s geschiedenis. Hij verdedigt het Palestijnse verhaal en de analyse van de gebeurtenissen na de oorlog van 1948. In het bijzonder hangt hij de these aan dat de Palestijnen bewust verdreven werden door Jisjoev en later de Israëlische troepen, als onderdeel van een zelfs al voor de oorlog opgestelde plan.
Vanuit diverse hoeken is er scherpe kritiek op Pappé en zijn manier van werken. Zelf stelt hij dat ideologie belangrijker is dan feiten en dat zijn doel is zoveel mogelijk mensen te overtuigen dat zijn visie de juiste is ongeacht wat de feitelijkheden zijn. Pappé heeft hierop geantwoord dat zowel zijn boek als het boek van Morris fouten bevat en hij beticht op zijn beurt Morris van leugens. In april 2009 verscheen voor het eerst ook een kritisch artikel over Ilan Pappé in Joods Actueel. Daarbij werden nieuwe feiten aan het licht gebracht die de ongeloofwaardigheid van Ilan Pappé ook reeds door verscheidene andere nieuwe historici zoals Benny Morris aangekaart, bevestigen [bron]
Hieronder volgt een kleine bloemlezing, die is ontleend aan research van Palestinian Media Watch. Op de website van deze organisatie zijn ook gefilmde interviews te zien met Palestijnse Arabieren die impliciet verklaren dat de ideologische vijanden van Israël zich aan geschiedvervalsing schuldig maken.
Achterblijvers werden als verraders gezien
Een vluchteling getuigt 1:
Arabische vluchtelingen vertrokken omdat de leiders tijdens de oorlog in 1948 beloofden: “Over een week of twee kunnen jullie terugkeren naar Palestina.”
Deze foto werd een week voor ons vertrek uit Ein Kerem [nabij Jeruzalem] gemaakt, in juni 1948, voor ons huis. De radiozenders van de Arabische regimes bleven herhalen: ‘Ga weg uit de gevechtszones. Het duurt maar tien dagen of maximaal twee weken en dan brengen wij jullie terug naar Ein-Kerem’. En wij zeiden tegen elkaar: ‘Dat is een erg lange tijd […] En nu zijn er vijftig jaar voorbijgegaan’.
(Uit een gefilmd interview met een bejaarde inwoner van een vluchtelingenkamp, Palestijnse tv [onder controle van Fatah], 7 juli 2009.)
De eerste oorlog tussen de Arabieren en Israel was begonnen en het ‘Arabische Reddingsleger’ vertelde de Palestijnen: ‘Wij zijn gekomen om de zionisten en hun staat te liquideren. Verlaat jullie huizen en dorpen, jullie zullen in enkele dagen veilig naar ze kunnen terugkeren. Verlaat ze, omdat wij onze missie zo goed mogelijk kunnen uitvoeren en zodat jullie niet gewond raken.’ Het werd al snel duidelijk, toen het al te laat was, dat de steun van de Arabische staten [tegen Israel] een grote illusie was. Het leek erop of de Arabieren vochten alsof zij de ‘Palestijnse catastrofe’ wilden veroorzaken.
(de Palestijnse journalist Jawad Al-Bashiti in de Palestijnse krant Al-Ayyam van 13 mei 2008.)
In het begin van het jaar van de catastrofe [1948] hoorden wij het geluid van explosies en geweervuur. Zij [de Arabische leiders] vertelden ons dat de Joden onze regio hadden aangevallen en dat het beter was om het dorp te evacueren en na het aflopen van de veldslag terug te keren. En dus waren er onder ons die vertrokken, die een vuur onder de pot lieten branden, die hun [schaaps]kudde achterlieten en die hun geld en goud achterlieten, op basis van de veronderstelling dat wij binnen enkele uren zouden terugkeren.
(Vluchteling Asmaa Jabir Balasimah in de Palestijnse krant Al-Ayyam van 16 mei 2006.)
Vraag van een vluchtelingenzoon aan de Arabische moslimleider Ibrahim Sarsur:
Meneer Ibrahim [Sarsur]: Ik spreek u aan als moslim. Mijn vader en grootvader vertelden mij dat, tijdens de catastrofe [1948], ons districtshoofd een order uitvaardigde dat eenieder die in Palestina en Majdel [het huidige zuiden van Israel] zou achterblijven een verrader is. Hij is een verrader.
Sarsur (toen nog de leider van de islamitische beweging in Israël en thans lid van de Israëlische Knesset):
Degene die hen verbood om daar te blijven draagt daarvoor schuld, in dit leven en in het hiernamaals, tot aan de Dag der Opstanding.
(Discussie op de Palestijnse tv [gecontroleerd door Fatah], 30 april 1999.)
Echo’s van eerdere gedocumenteerde verklaringen
Deze via de Palestijnse media naar buiten gebrachte verhalen sluiten aan op oudere en goed gedocumenteerde verklaringen ter zake, zoals bijvoorbeeld de volgende:
Sinds 1948 hebben wij geëist dat de [Palestijns-Arabische] vluchtelingen naar hun huizen moeten kunnen terugkeren. Maar wijzelf zijn het die hen hebben aangemoedigd te vertrekken.
Een vluchteling getuigt 2
“De Arabische staten vertelden aan de Arabieren dat ze moesten vertrekken en dat het een kwestie is van tien dagen, hooguit twee weken en we brengen jullie terug naar Ein-Kerem.”
(De voormalige Syrische premier Haled al-Azm in zijn memoires).
De vluchtelingen waren ervan overtuigd dat hun afwezigheid niet lang zou duren en dat zij binnen een week of twee zouden kunnen terugkeren. Hun leiders hadden beloofd dat de Arabische legers de ‘zionistische bendes’ snel zouden verpletteren en dat er geen reden was voor paniek of voor angst voor een langdurige ballingschap.
(De Grieks-Orthodoxe bisschop van Galilea, George Hakim, in een interview met de Libanese krant Sada al-Janub van 16 augustus 1948.)

Palestijnen die terug 'naar huis' willen
Niet moet worden vergeten dat het Hoge Arabische Comité de vluchtelingen heeft aangemoedigd hun woningen in Jaffa, Haifa en Jeruzalem te verlaten.
(Uit een radiouitzending van 3 april 1949 van het op Cyprus gevestigde Near East Broadcasting Station.)
De Arabische staten moedigden de Palestijnse Arabieren aan om hun woningen tijdelijk te verlaten teneinde de Arabische invasielegers niet voor de voeten te lopen.
(Uit een artikel in de Jordaanse krant Filistin van 19 februari 1949.)
De Arabische regering zei tegen ons: ‘Ga weg, zodat wij naar binnen kunnen komen. Dus vertrokken wij, maar zij kwamen niet naar binnen.
(Verklaring van een Palestijns-Arabische vluchteling in de Jordaanse krant Ad Difaa van 6 september 1954.)
De secretaris-generaal van de Arabische Liga, Azzam Pasha, verzekerde de Arabische bevolkingen dat de bezetting van Palestina net zo eenvoudig zou zijn als een militaire parade. Hij wees op het feit dat zij [de Arabische legers] al aan de grenzen stonden en dat al de miljoenen die de Joden hadden besteed aan grond en economische ontwikkeling eenvoudig buitgemaakt zouden kunnen worden. Omdat het gemakkelijk zou zijn de Joden in de Middellandse Zee te drijven. Aan de Arabieren van Palestina werd het broederlijke advies gegeven om hun grond, woningen en bezittingen achter te laten en tijdelijk in de aangrenzende broederstaten toevlucht te zoeken, opdat de geweren van de binnenvallende Arabische legers hen niet zouden neermaaien.
(Habib Issa in de in New York verschijnende Libanese krant Al Hoda van 8 juni 1951.)
Bronnen: Cidi.nl: Arabische stemmen over de Palestijnse vluchtelingen door Wim Kortenoeven van 24 februari 2010
Posted on 10 maart 2010, in Arabisch - Israëlisch conflict, NAKBA. Bookmark the permalink. 13 reacties.


Ilan Pappé (Hebreeuws: אילן פפה) (1954) is professor voor Geschiedenis aan de Britse Universiteit van Exeter. Hij is geboren in Israël en was lector in de politieke wetenschappen aan de Universiteit van Haifa van 1984 tot 2007. Pappé wordt gezien als een van de Nieuwe Historici, die kritisch kijken naar Zionistische verhalen en Israël’s geschiedenis. Hij verdedigt het Palestijnse verhaal en de analyse van de gebeurtenissen na de oorlog van 1948. In het bijzonder hangt hij de these aan dat de Palestijnen bewust verdreven werden door Jisjoev en later de Israëlische troepen, als onderdeel van een zelfs al voor de oorlog opgestelde plan. 

















Beste Brabosh,
U spreekt van een ‘bizar erfrecht’? Ik geloof dat er nog altijd mensen in leven zijn die toen zijn verdreven. Bovendien lijkt er wel enige grond te zijn voor de claims van de directe nakomelingen. In ieder geval lijkt mij dit ‘bizarre erfrecht’ meer gerechtvaardigd dan het zelfverklaarde ‘georven recht’ waarvan het Zionisme aan elkaar hangt, hoe begrijpelijk het ontstaan van deze beweging ook is (zie de lange geschiedenis van Europees antisemitisme, daar wil ik niets aan afdoen). Maar als ik uw logica moet volgen hangt hun claim helemaal aan elkaar van ‘bizar erfrecht’.
Uw visie op de geschiedenis van de vluchtelingen lijkt me te hopeloos om te corrigeren. Maar waarschijnlijk bent u ook geen fan van Ilan Pappé. En opkomen voor de rechten van de Palestijnen kan ook ingegeven zijn door een gevoel van rechtvaardigheid, niet alleen door ‘ideologische vijandschap’ naar de Staat Israël.
Dit zijn maar twee opmerkingen. Ben verder wel onder de indruk van uw visie op deze kwestie, om het maar voorzichtig te zeggen,
verder vriendelijke groet,
Floris Schreve
@ Floris Schreve
U zegt:
“Uw visie op de geschiedenis van de vluchtelingen lijkt me te hopeloos om te corrigeren”
Laat mij u vertellen dat feiten en historie geen correctie behoeven, zij spreken voor zich, wanneer feiten en historie gecorrigeerd worden, is er sprake van manipulatie van de geschiedenis.
De door westerse media genoemde “Palestijn en Palestijnse vluchteling” bestond in de jaren 1800 tot pak weg 1900 niet. Dit blijkt uit uitvoerige reisverslagen van diverse mensen zoals Alphonse de Lamartine, Britse Consul General, James Finn, W.M. Thompson en Mark Twain en vele anderen. Want Palestina werd een mensenleeg land genoemd, met vrijwel uitsluitend bewoning in de steden.
Wel blijkt dat de “Palastijnen” vanaf ongeveer 1880 het grondgebied binnen komen:
Een belangrijk deel van de Palestijnse Arabieren van nu is uit de omliggende Arabische landen afkomstig, zoals Jordanië, Libanon, Syrië, Egypte en Irak. Ze komen tussen de eerste immigratiegolf (aliya; circa 1880) en 1947 om economische redenen (werk, inkomen, welvaart) naar de joodse gebieden. Een ander deel bestaat uit (boeren-) families die al eeuwenlang in het gebied, dat net zoveel eeuwen lang ook wel als Zuid-Syrië is aangeduid, gevestigd zijn.
Bron http://www.vecip.com/default.asp?titel=Palestijnen&onderwerp=49
Moshe Aumann, zegt in zijn boek Land Ownership in Palestine 1880-1948 :
“Despite the growth in their population, the Arabs continued to assert they were being displaced. The truth is that from the beginning of World War I, part of Palestine’s land was owned by absentee landlords who lived in Cairo, Damascus and Beirut. About 80 percent of the Palestinian Arabs were debt-ridden peasants, semi-nomads and Bedouins.”
De Hope Simpson Commissie meldde in 1930 dat er een illegale en ongecontroleerde Arabische immigratie vanuit Egypte, Trans-Jordanië en Syrië plaats vond, die oogluikend toegestaan werd door de Britse regering. (Palestine, Report on Immigration, Land Settlement and Development, pag126)
The British Governor of the Sinai from 1922-36 observed: “This illegal immigration was not only going on from the Sinai, but also from Transjordan and Syria, and it is very difficult to make a case out for the misery of the Arabs if at the same time their compatriots from adjoining states could not be kept from going in to share that misery.” bron: Palestine Royal Commission Report, p. 291.
De UNWRA geeft zelf aan dat de vluchtelingen verschillende nationaliteiten hebben, en heeft toegestaan dat iemand als Palestijnse vluchteling werd aangemerkt als deze tenminste 2 jaar in het gebied had gewoond. De VN passen hun regels over de vluchtelingenstatus speciaal voor de Palestijns-Arabische vluchtelingen aan.
Gezien deze historie is er wel degelijk sprake van een bizar erfrecht.
Het betekend ook, dat de claim van de Palestijnse vluchtelingen op Palestina geen solide basis heeft, en zeker geen historische basis heeft.
Daarnaast loopt u ook over het feit heen dat de Joden in 1948 uit de Gaza strook en de “Westbank”
en niet te vergeten Hebron (in 1929) zijn verjaagd, hoe zit het met hun bizar erfrecht?
Binnen een bepaalde context heeft Pappé een keer gezegd dat ideologie belangrijker is dan feiten. Overla wordt de uitspraak nu gebruikt om twijfel aan zijn boek te zaaien. Erg weinig professioneel.
Benny Morris heeft dezelfde feiten naarboven gebracht, maar hij stelt keihard: we hadden alle Palestijnen destijds moeten doden of verdrijven. Geen prettige jongen, zullen we maar zeggen.
Ja Jos, echt vervelend wel, mensen die citaten te pas en te onpas opdiepen en gebruiken, ik ken dat verschijnsel. Maar vergis ik mij nu, of heb jij nu zelf dit citaat van Benny Morris uit de oorspronkelijke context gehaald? In elk geval komt het mij in die vorm niet erg bekend over. Heb je daar een betrouwbare bron voor? :8
Beste Brabosch, hier de bron:
Ari Shavit, “Survival of the fittest,” Ha’aretz, January 5, 2004, (interview with historian Benny Morris).
Citaat uit dit interview: If Ben-Gurion had carried out a large expulsion and cleansed the whole country — the whole Land of Israel, as far as the Jordan River. It may yet turn out that this was his fatal mistake. If he had carried out a full expulsion — rather than a partial one — he would have stabilized the State of Israel for generations.
Hallo Jos. Ik zie dat je ook dit weer ergens gewoon copy and paste hebt gejat, zonder een en ander na te gaan, want je links kloppen niet eens. Maar goed, ik heb het op eigen houtje teruggevonden en er eentje gecorrigeerd in jouw antwoord om je te plezieren. Gelukkig noem je jezelf niet professioneel en vergeef ik je dat wel. Uiteraard is de uiterst links progressieve krant Haaretz geen te beste bron, ik heb daar onlangs nog een artikel over gepubliceerd op deze blog, lees hier: Nieuwsbronnen uit Israël niet altijd even koosjer: Haaretz.
Bovendien, slaat Morris de bal er weer flink naast. Er zijn inderdaad gevallen bekend van gedwongen verdrijving van Arabieren tijdens de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-1949, iets waar ik zelf ook op deze blog over bericht: Grote Leugens deel 2: De creatie van het vluchtelingenprobleem in acht stappen. Maar niet het cijfer van 700.000 dat Morris aanhaalt, dat cijfer is namelijk het totaal van àlle Arabische vluchtelingen, waarvan er overigens tienduizenden zullen terugkeren naar Israël na het einde van de vijandelijkheden.
In werkelijkheid gaat het maar over enkele duizenden gedwongen uitdrijvingen, meestal door de Haganah uitgevoerd. Later, na het uitroepen van de Onafhankelijkheid en Ben Goerion op 26 mei 1948 het IDF opricht, wordt er wat orde op zaken gesteld binnen de Joodse strijdkrachten zodat dergelijke missers beperkt werden. Bovendien wordt in dit interview ook weer niet gesproken over de etnische zuivering van 850.000 Joden uit de Arabische landen. En dat maakt het artikel weer vreselijk eenzijdig en onbetrouwbaar.
Dat Palestijnse platteland eind negentiende eeuw niet heel dichtbevolkt is kan wel kloppen. Maar dat neemt niet weg dat er toch vele sedentaire vestigingen waren (veel boerendorpen). En wie woonden er in de steden? Dat waren toch voornamelijk Arabieren, die later bekend zouden komen te staan als de Palestijnen (het was toen nog Osmaanse Rijk). Ik doe daarmee overigens niets af aan de Palestijnse identiteit, maar die is inderdaad van latere datum. Maar maakt dit hun claim op het land van hun directe voorvaderen minder gerechtvaardigd? Want zij wonnden daar ook al eeuwen.
Even naar je site geklikt en wat lees ik er: “Een repliek aan Ratna Pelle, beroepspropagandiste, hysterische Zioniste en Palestijnenbasher”. Oops, dat lijkt me al een slecht begin. Ik ken Ratna Pelle vrij goed, en ik vind ze nog een stuk gematigder dan mezelve vooral wat het nederzettingenbeleid en Jeruzalem betreft. Nee Floris, ik denk dat jij je beter met Jos Verhulst terugtrekt op jouw site. Dit gaat nooit wat worden tussen ons.
Hr voor de duidelijkheid een citaat van Morris, dat erg in de buurt komt van wat Jos Verhulst naarvoren bracht (daarmee dus eens, al noemt de Groene overigens niet de orininele bron):
‘Als de transfer in 1948 volledig was uitgevoerd en de joden ten westen van de Jordaanoever en de Palestijnse Arabieren aan de oostzijde waren geëindigd, dan hadden beide volken een gelukkiger toekomst gehad. Zoals het nu is, met vermenging van de joodse en Arabische bevolking in Israël en Israëlische nederzettingen in de Palestijnse gebieden, is het probleem veel minder oplosbaar en heeft het bijgedragen aan het leed van beide volken.’
Ja, heer Brabosch,
ik heb het gegoogled en dat hier weergegeven. De info zat in mijn hoofd.
En die bleek te kloppen.
U schrijft over mij: “Gelukkig noem je jezelf niet professioneel “, maar dat heb ik nergens geschreven.
Ik schreef: het is erg weinig professioneel ( of beter: integer) om een man als Pappé ( met boeken vol met feiten die U niet kunt weerleggen) af te doen met dit citaat.
Over de joden die uit de Arabische landen zijn vertrokken zijn ook heel andere verklaringen beschikbaar: ze zijn namelijk door joodse geheime diensten eigenlijk uit die landen verjaagd. Men had mensen nodig in Israël, om het eenvoudige werk te doen. de Mizrahim waren daar de aangewezen mensen voor.
Aan Floris Schreve.
Ik gebruik de naam Jos Verhulst als een pseudoniem. Ik woon niet in Belgie. En ik heb nog nooit gehoord van de website die U noemt. Ik vind het wel bijzonder dat er een Jos Verhulst over dit soort onderwerpen schrijft.
In deze maanden heb ik het erg druk, dus ik kan me nu niet in uw beweegredenen verdiepen. Mijn motieven zijn als volgt: ik heb me altijd verwant aan joden gevoeld. Ik sta er op allerlei wijzen dicht bij. Maar de laatse jaren word ik boos op ze. Het enorme moslimbashing staat me vreselijk tegen.
Op het jodendom is ook enorm veel aan te merken, maar op elke islamitische slak wordt zout gelegd. Ik span mij dus in om een tegenwicht te geven.
Voor mij is één zaak essentieel: de Waarheid.
Als U, heer Schreve, ook de waarheid zoekt en wil publiceren, dan zijn wij ( wat mij betreft) vrienden, ook al zouden we diametraal tegenovergestelde doelen en sympathieën hebben.
Mijnheer Brabosch verdedigt het jodendom door dik en dun. Hij kan zich helemaal niet permitteren om de waarheid voorrang te geven.
Maar misschien valt het mee. Ik heb nog heel weinig gelezen op deze site.
Met vr. groet, Jos Verhulst.
@Jos Verhulst
U spreekt uzelve tegen:
“een man als Pappé ( met boeken vol met feiten die U niet kunt weerleggen”
en op het einde:
“Ik heb nog heel weinig gelezen op deze site”
U kan alvast beginnen lezen in de rubrieken ‘Dossiers’ en ‘NAKBA’. Voor de rest is er ook nog een zoekbalk bovenaan rechts. Daar vind u voldoende materiaal die de halve waarheden en hele leugens van Ilan Pappé weerleggen. Veel leesgenot.
JVerhulst,
wel een interessante toevalligheid dat u dit pseudoniem gebruikt. Maar als dit idd zo is, zou ik tochg kennis nemen van de actibviteiten van uw ‘naamgenoot’. Ik vrees dat u zich te pletter schrikt.
Maar dit is wel interessant. Volgens mij ziten hier drie totaal verschillende partijen tegen elkaar te praten. Maar ik zal in ieder geval wel alle teksten over Pqappé raadplegen. Ik zal dat ook met een open blik te doen. En wellicht gebruik ik het nog als bron. Ik ben benieuwd.
@ Floris Schreve:
U schrijft:
“Dat Palestijnse platteland eind negentiende eeuw niet heel dichtbevolkt is kan wel kloppen. Maar dat neemt niet weg dat er toch vele sedentaire vestigingen waren (veel boerendorpen). En wie woonden er in de steden? Dat waren toch voornamelijk Arabieren, die later bekend zouden komen te staan als de Palestijnen (het was toen nog Osmaanse Rijk). Ik doe daarmee overigens niets af aan de Palestijnse identiteit, maar die is inderdaad van latere datum. Maar maakt dit hun claim op het land van hun directe voorvaderen minder gerechtvaardigd? Want zij wonnden daar ook al eeuwen.”
De informatie waarover ik beschik, is in strijd met uw overtuiging.
In 1695 doet de Nederlander Relandi wetenschappelijk verslag van zijn reis door het land. Zijn conclusies:
1. Alle plaatsnamen hebben een Joodse, Griekse of Romeinse oorsprong.
2. Van een Arabische cultuur of weerslag in bijvoorbeeld de architectuur is geen sprake.
3. Het land is dunbevolkt. Er wonen nauwelijks Arabieren. Dat zijn dan voornamelijk bedouinen op doorreis, die komen werken als seizoensarbeiders.
Voorbeelden: in Jeruzalem wonen 5.000 mensen, meest Joden en wat christenen. In Gaza wonen 550 mensen, de helft Joden, de rest meest christenen. De Joden houden zich vooral met landbouw bezig, de christenen met handel en transport.
In 1835 zegt het Franse staatshoofd Alphonse de Lamartine :
“Buiten de poorten van Jeruzalem zagen we geen levend voorwerp, hoorden we geen enkel geluid. Het was hetzelfde stilte als voor de verlaten poorten van Pompeii. Een complete stilte heerst in de stad en op de wegen door het land. Het graf van een heel volk”.
In 1881 zegt Arthur Penrhyn Stanley, Brits cartograaf:
“Het is geen overdrijving te zeggen dat er in Judea over een afstand van mijlen geen bewoning en geen levend wezen te zien is”
In 1866 schreef W.M. Thompson in zijn boek “Het land en het Boek”:
“Wat verdrietig is deze enorme verwoesting! Geen huis geen spoor van bewoning, zelfs geen schaapherder om de saaie gelijkvormigheid te doorbreken. Jesaja zei dat Sharom een woestenij zou worden, dat is een droevige en indrukwekkende realiteit geworden.”
In de Pittsburgh Dispatch, 15 Juli 1889 staat:
“Dertigduizend van de 40.000 inwoners van Jeruzalem zijn Joden.”
En dit terwijl medio de 19de eeuw het totale inwoners aantal in Palestina 50.000 tot 100.000 geschat wordt.
Als je alleen uitgaat van 30.000 Joden die woonden in Jeruzalem, zie ik dat er minimaal 1/3 (bij 100.000 inwoners) tot 3/5 (uitgaande van 50.000 inwoners) Joden waren. Dan tel ik Hebron (wat bewezen overwegend Joods was) en de rest van de steden en het land niet mee.
Ik verwijs u weer naar het boek van Moshe Aumann, “Land Ownership in Palestine 1880-1948” :
“Despite the growth in their population, the Arabs continued to assert they were being displaced. The truth is that from the beginning of World War I, part of Palestine’s land was owned by absentee landlords who lived in Cairo, Damascus and Beirut. About 80 percent of the Palestinian Arabs were debt-ridden peasants, semi-nomads and Bedouins.”
Er woonden dus wel Arabieren in Palestina maar niet zoveel als u suggereert: “About 80 percent of the Palestinian Arabs were debt-ridden peasants, semi-nomads and Bedouins.”
Dit wordt ook bevestigd door http://www.vecip.com/default.asp?titel=Palestijnen&onderwerp=49 “Een belangrijk deel van de Palestijnse Arabieren van nu is uit de omliggende Arabische landen afkomstig, zoals Jordanië, Libanon, Syrië, Egypte en Irak. Ze komen tussen de eerste immigratiegolf (aliya; circa 1880) en 1947 om economische redenen (werk, inkomen, welvaart) naar de joodse gebieden. Een ander deel bestaat uit (boeren-) families die al eeuwenlang in het gebied, dat net zoveel eeuwen lang ook wel als Zuid-Syrië is aangeduid, gevestigd zijn.”
Wat ik hiermee wil zeggen dat het grootste deel van de Palestijnse vluchtelingen om economische redenen naar de Palestina zijn gekomen en geen grondbezit hadden. Gastarbeiders zouden we ze een jaar of 30 terug in Nederland hebben genoemd.
Het is te bizar voor woorden dat iemand die minimaal 2 jaar als gastarbeider in Palestina heeft gewoond een vluchtelingenstatus krijgen. En recht op terugkeer krijgt. Terwijl zij uit naburig land zoals Jordanië, Libanon, Syrië, Egypte en Irak komen. Die logica ontgaat mij. Ik spreek dan niet over die mensen die al eeuwenlang in Palestina waren gevestigd.
Als ik kijk naar de getuigenverslagen kijk, die heb ik aangehaald heb, en het feit dat het zogenoemde Palestijnse volk dat in 1948 nog uit verschillende nationaliteiten bestond, is het onmogelijk dat de Palestijnen erfrecht hebben in Israël. En dat er verschillende nationaliteiten bestonden, is uit onderstaande verslagen duidelijk bewezen:
De Hope Simpson Commissie meldde in 1930 dat er een illegale en ongecontroleerde Arabische immigratie vanuit Egypte, Trans-Jordanië en Syrië plaats vond, die oogluikend toegestaan werd door de Britse regering. (Palestine, Report on Immigration, Land Settlement and Development, pag126)
The British Governor of the Sinai from 1922-36 observed: “This illegal immigration was not only going on from the Sinai, but also from Transjordan and Syria, and it is very difficult to make a case out for the misery of the Arabs if at the same time their compatriots from adjoining states could not be kept from going in to share that misery.” bron: Palestine Royal Commission Report, p. 291.
De UNWRA geeft zelf aan dat de vluchtelingen verschillende nationaliteiten hebben, en heeft toegestaan dat iemand als Palestijnse vluchteling werd aangemerkt als deze tenminste 2 jaar in het gebied had gewoond. De VN passen hun regels over de vluchtelingenstatus speciaal voor de Palestijns-Arabische vluchtelingen aan.
Nee, Heer Schreve uw visie op de geschiedenis van de vluchtelingen lijkt me te hopeloos om te corrigeren