Dagelijks archief: 14 februari 2010
De vergeten naqba van de Arabische Joden
. اليهودي العربي
كما الصراع العربي الاسرائيلي بدأ في 1940 تحول الحكومات العربية على السكان اليهود الخاصة بهم. سنة 3000 تم تدمير المجتمعات القديمة. 1 العربية ما يقرب من مليون من اليهود فقدوا منازلهم.
اسرائيل استوعبت البحار العربية من اللاجئين اليهود. اليوم نحو 50 ٪ من اليهود الاسرائيليين بعض الدماء العربية. إنها لا تعوض ، على عكس الفلسطينيين. سرقة مبلغ من المال هو الآن تزيد قيمتها عن 80 مليار دولار. الاراضي التي يملكها اليهود في البلدان العربية المفقودة : 38625 ميلا مربعا. اسرائيل مجموع مساحة الأراضي : 7992 ميل مربع.
اليمن — 55.000 في عام 1948 ، 200 اليوم. عدن في 82 اليهود الذين قتلوا والمنازل التي دمرت في عام 1947 الجزائر — 140000 في عام 1948 ، اقل من 100 في اليوم. مصر — 80.000 في عام 1948 ، اقل من 100 في اليوم. 25000 اليهود كانوا امروا بمغادره 1 مع حقيبة ، وأرغم على التوقيع على اعلانات التبرع لمصر الملكيه الى الحكومة. ايران — 100.000 فى عام 1948 ، 25.000 اليوم. ليبيا — اكثر من 30.000 في عام 1945 ، الان 0! اكثر من 140 قتلوا في طرابلس في عام 1945
-150.000 العراق في عام 1948 ، اقل من 40 في اليوم. 180 اليهود الذين قتلوا في بغداد في عام 1941. واليوم ، تقف فارغه المعابد القديمة في العالم العربي. لبنان — 30.000 في عام 1948 ، اقل من 30 في اليوم. المغرب — 500.000 فى عام 1948 ، 7000 الآن. سوريا — 30.000 في عام 1948 ، اقل من 100 في اليوم. 200 اليهود منازل ومتاجر ، وتدمير المعابد اليهودية في حلب في عام 1947. تونس — 105.000 فى عام 1948 ، 1500 الآن.
De Joodse uittocht uit de Arabische landen verwijst naar de 20ste eeuwse uitzetting of het massale vertrek van Joden, voornamelijk van Sefardische en Mizrahi achtergrond, uit de Arabische en islamitische landen. De migratie begon in de late 19de eeuw, maar versnelde na de 1948 Arabisch-Israëlische Oorlog. Volgens officiële Arabische statistieken, moesten 856.000 Joden hun huizen in de Arabische landen verlaten van 1948 tot het begin van de jaren 1970. Ongeveer 600.000 van hen hervestigden zich in Israël, hun have en goed achterlatend dat tegenwoordig geschat wordt op een waarde van meer dan 300 miljard dollar. Joodse eigenaars die hun onroerend goed moesten achterlaten in de Arabische landen wordt geraamd op 100.000 vierkante kilometer of zowat vier keer de grootte van het huidige grondgebied van de staat Israël (Gaza, Golan en de Westelijke Jordaanoever inbegrepen).
Terwijl het geweld tegen en discriminatie van de Joden in de Arabische landen al begon te stijgen voor 1948, escaleerde he aanzienlijk in het begin van 1948, ondanks het feit dat Joden inheems bewoners waren en voor het grootste deel het Arabische staatsburgerschap genoten. Soms werd het uitzettingsproces door de staat op gang gezet, op andere momenten was het het gevolg van anti-Joodse wrok door niet-Joden. Intimidatie, vervolging en de confiscatie van voorwerpen waren het gevolg. In de tweede plaats en als reactie op mishandeling van de Joden in deze landen, was er een zionistische aansporing die de Joodse immigratie uit Arabische landen naar Israël aanmoedigde. De overgrote meerderheid van de Joden in de Arabische landen emigreerde uiteindelijk naar de moderne staat Israël.
Het proces kwam in een stroomversnelling naarmate de Arabische naties, die onder Franse, Britse en Italiaanse koloniale overheersing of bescherming stonden, hun onafhankelijkheid verwierven. Verder werden de anti-Joodse sentimenten binnen de Arabische meerderheid landen verergerd door de Arabisch-Israëlische oorlogen. Binnen een paar jaar na de Zesdaagse Oorlog (1967) waren er nauwelijks nog overblijfselen te vinden van de Joodse gemeenschappen in de meeste Arabische landen. He aantal Joden in de Arabische landen werd teruggebracht van meer dan 800.000 in 1948 tot amper 16.000 in 1991.
Sommigen beweren dat de Joodse uittocht uit de Arabische landen een historische parallel is aan de Palestijnse exodus in 1948 tijdens de Arabisch-Israëlische Oorlog, terwijl anderen deze vergelijking als simplistisch verwerpen. Een Palestijnse socioloog heeft opgemerkt dat het verlies van Joods bezit in de Arabische landen voldoet aan de voorwaarden van een sulha, of verzoening, omdat zowel Joden als Palestijnen een ramp hebben ervaren, en dat het publiceren van deze kennis de weg zou effenen voor een echt vredesproces.
Met dank aan Teapacks voor de tip: The Nakba of Arabic Jews… van 12 oktober 2009
Bronnen: International Christian Embassy Jerusalem (ICEJ): Arabische etnische zuiveringen van 27 juni 2003; Israel & Palestijnen Nieuws Blog: De ondergang en verdrijving van de Joden van Lybië door Ratna Pelle van 29 september 2009; Point of No Return: Decline and fall of Libyan Jews van 26 september 2009 en The Libyan Jewish experience in the Giado camp van 7 juni 2007; The Holocaust in Lybia door Goël Pinto van 5 april 2005; Israël – Palestina Informatie: Vluchtelingen: Palestijnse en Joodse vluchtelingen in het Midden-Oosten van 8 juli 2009; Cidi.nl / CIDI Israel Nieuwsbrief 2008: De Naqba en de waarheid van 6 juni 2008; op Brabosh.com: Arabische etnische zuiveringen van Joden in de jaren na 1948 van 22 december 2009; De ondergang en verdrijving van de Joden van Lybië van 1 oktober 2009; Dhimmitude: de status van niet-moslim minderheden onder Islamitisch bestuur van 23 april 2009; Islamitisch antisemitisme, de wortel van het Midden-Oosten conflict? van 1 februari 2009; Mahmoud Abbas over de Naqba: ‘Wij verlieten ons dorp in 1948 uit vrije wil’ van 9 juli 2009; Waarheid en mythe over de Naqba, de vlucht van de Arabieren uit Palestina van 9 juli 2009; Israël wil herdenken van Palestijnse ‘naqba’ bij wet verbieden van 25 mei 2009 en Joden van Jemen in het geheim naar Israël gesmokkeld van 22 februari 2009; De verzwegen exodus: de verdrijving van 850.000 Joden uit het M-O door de Arabieren van 24 maart 2009 en Joodse en Arabische vluchtelingen: het verschil tussen retoriek en realiteit van 28 februari 2009
Peiling bij Palestijnen: 51% pro Bin Laden (al-Qaeda) en 65% pro Nasrallah (Hezbollah)
Het onafhankelijk Onderzoekscentrum PEW voerde onlangs een onderzoek waarvan de resultaten een week geleden werden gepubliceerd. Dit onderzoek spitste zich toe op moslims in het Midden-Oosten om de verhoudingen en gevoeligheden vast te leggen ten aanzien van hun leiders. Wie denkt dat de moslim gemeenschap een homogeen geheel vormt en het over de belangrijkste onderwerpen nagenoeg overal eens is, zal snel ontnuchterd worden. Uiteraard vallen meteen de verschillen op tussen soennieten en sjiieten maar tegelijk ook de verdeeldheid ten aanzien van radicale en strijdlustige islamitische organisaties en hun leiders.
Weinig verrassend is de houding tegenover Joden in de Arabische landen die uiterst negatief blijft. Meer dan 90% van de Egyptenaren, Jordaniërs, Palestijnen en Libanezen koesteren uiterst ongunstige opvattingen ten aanzien van de Joden. Opmerkelijk wel: slechts 35% van de Israëlische Arabieren, staan negatief tegenover de [Israëlische] Joden. Het spreekwoord ‘onbekend maakt onbemind‘, lijkt hier meer dan ooit van toepassing. Er is dus nog hoop op Vrede met Israël.
Interessant is ook de houding van de Arabieren in de Palestijnse gebieden alsmede de Arabieren in Israël. De populariteit van Osama Bin Laden (al-Qaeda, dat in 2001 het World Trade Center in New York in de as legde, 15 van de 19 terroristen waren Saoedi’s) en Nasrallah, de leider van het door Iran gesponsorde en bewapende Hezbollah dat al verschillende oorlogen heeft uitgevochten tegen Israël en zich voluit voorbereid op een nieuw gewapend conflict, stemt terecht tot nadenken.
Ratna Pelle op Israël & Palestijnen Blog over de peiling: “Dit is natuurlijk geen verrassing, maar laat wel zien hoe onoplosbaar de problemen zijn. Als bijna 100% van de Arabieren anti-Joods is, is het lastig om een vredesakkoord te bereiken waarbij toch een minimum aan vertrouwen nodig is. Overigens zijn sommige andere uitkomsten wel (enigszins) verrassend, zoals de sterk toegenomen tegenstelling tussen Soennieten en Sjiieten in Libanon, het afgenomen vertrouwen in Abbas en koning Abdullah van Saoedi-Arabië, en (Westerse journalisten, opgelet!) de afgenomen populariteit van Hamas onder Palestijnen, zowel op de Westoever als in de Gazastrook.
Mixed Views of Hamas and Hezbollah in Largely Muslim Nations
door het Pew Enquête Centrum
Onder de overwegend islamitische landen, is er maar weinig enthousiasme voor de extremistische islamitische organisaties Hamas en Hezbollah, al bestaan er her en der harde kernen van steun voor beide groepen, vooral in het Midden-Oosten.
Vier jaar na haar overwinning in de Palestijnse parlementsverkiezingen, krijgt Hamas relatief positieve beoordelingen in Jordanië (56% gunstig) en Egypte (52%). Toch geven de Palestijnen de terreurgroep een eerder negatieve (52%) dan een positieve (44%) beoordeling. Voorbehoud over Hamas komt vooral voor in het gedeelte van de Palestijnse gebieden die door Hamas worden gecontroleerd: slechts 37% van de Palestijnen in de Gazastrook geven een gunstig advies, vergeleken met 47% op de Westelijke Jordaanoever.
Een onderzoek dat door het Pew Research Center’s Global Attitudes tussen 18 mei en 16 juni 2009 werd gehouden, constateert ook beperkte steun voor de Libanese sjiitische organisatie Hezbollah. Terwijl de meeste Palestijnen (61%) en ongeveer de helft van de Jordaniërs (51%) een gunstige mening hebben over Hezbollah, zijn de meningen elders minder positief, met inbegrip van Egypte (43%) en Libanon (35%). Zoals dat met veel zaken in Libanon het geval is, zijn de opvattingen over Hezbollah sterk verdeeld langsheen de religieuze lijnen: bijna alle sjiitische moslims in het land (97%) geven de organisatie een positief advies terwijl slechts 18% van de christenen en 2% van de soennitische moslims er zo over denken.
Een onderzoek dat door het Pew Research Center’s Global Attitudes tussen 18 mei en 16 juni 2009 werd gehouden, constateert ook beperkte steun voor de Libanese sjiitische organisatie Hezbollah. Terwijl de meeste Palestijnen (61%) en ongeveer de helft van de Jordaniërs (51%) een gunstige mening hebben over Hezbollah, zijn de meningen elders minder positief, met inbegrip van Egypte (43%) en Libanon (35%). Zoals dat met veel zaken in Libanon het geval is, zijn de opvattingen over Hezbollah sterk verdeeld langsheen de religieuze lijnen: bijna alle sjiitische moslims in het land (97%) geven de organisatie een positief advies terwijl slechts 18% van de christenen en 2% van de soennitische moslims er zo over denken.
Ondertussen, verwerpen de Turken massaal beide groepen – slechts 5% geeft Hamas een positieve beoordeling en slechts 3% doet dit over Hezbollah. Er is ook weinig steun onder de Arabische bevolking van Israël voor een van beide terreurgroepen: Hamas (21% gunstig) of Hezbollah (27%). Buiten het Midden-Oosten, zijn velen in Pakistan, Indonesië en Nigeria niet in staat om een mening over deze groepen te geven.
Lauwe steun ook voor extremistische groeperingen onder moslims, is consistent in vergelijking met andere Pew Global Attitudes bevindingen in de afgelopen jaren, waarbij de afnemende publieke steun voor extremisme en zelfmoordaanslagen bij de meeste islamitische bevolkingsgroepen wordt aangetoond. Dezelfde onderzoeken stellen ook het afnemende vertrouwen vast in Osama bin Laden. Daarnaast constateert de enquête van Pew Global Attitudes van 2009 in Pakistan – een land dat momenteel geteisterd door extremistisch geweld – een groeiende oppositie tegen zowel al-Qaeda als tegen de Taliban.
Weinig enthousiasme voor moslimleiders
Uit het onderzoek blijkt dat er maar weinig enthousiasme bestaat voor het grootste deel van de islamitische politieke figuren, met uitzondering van de Saoedische koning Abdullah, die met gemak tot de populairste dictator wordt genoemd. In Jordanië (92%) en Egypte (83%) bijvoorbeeld, zegt een grote meerderheid dat ze vertrouwen hebben dat koning Abdullah het juiste zal doen in de wereld. De koning ontvangt heel positieve beoordelingen buiten het Midden-Oosten en vooral in de grotendeels islamitische Aziatische landen Pakistan (64%) en Indonesië (61%). Echter, de Saoedische vorst krijgt niet overal een hoge score – slechts 8% van de Turken hebben vertrouwen in hem. En over het geheel genomen liggen zijn scores minder positief dan in 2007.
Hezbollah-leider Hassan Nasrallah ontvangt minder positieve recensies. Slechts 37% van de Libanezen hebben vertrouwen in Nasrallah, maar de sjiietische gemeenschap in het land toont bijna unaniem het vertrouwen in hem (97%). Hij ontvangt ook relatief hoge cijfers in de Palestijnse gebieden, en vooral op de Westelijke Jordaanoever, waar 71% zegt dat ze denken dat hij het juiste ding zal doen in internationale aangelegenheden.
Het vertrouwen in de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoud Abbas is afgenomen sinds 2007, vooral in de buurlanden van Egypte (67% vertrouwen in 2007, 33% in 2009) en Jordanië (53% in 2007, 33% in 2009). Zijn scores zijn licht gedaald in de Palestijnse gebieden (van 56% in 2007 tot 52% in 2009), maar ze zijn vooral sterk gedaald onder de inwoners van de Gazastrook, van 69% tot 51%.
Nog voordat de omstreden verkiezingen plaatshadden afgelopen jaar, waren zowel de Afghaanse president Hamid Karzai en de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad over het algemeen niet bijzonder populair bij de meeste ondervraagden van het moslims publiek. Ahmadinejad kreeg de hoogste score in de Palestijnse gebieden (45% vertrouwen) en Indonesië (43%), hoewel zelfs onder het publiek minder dan de helft een positief beeld hebben van zijn leiderschap. Er is geen enkel land dat zelfs maar 40% vertrouwen in Afghaanse president Karzai en in Pakistan (10%), Turkije (7%) en Libanon (7%) delen minder dan 10 procent dit standpunt.
Zoals eerder vermeld, zijn de scores voor al-Qaeda-leider Osama bin Laden in het algemeen gedaald in de afgelopen jaren en hij krijgt weinig steun va het publiek bij de meeste moslimlanden. Echter, ongeveer de helft (51%) van de Palestijnen drukken hun vertrouwen uit in hem en in Nigeria, zegt een meerderheid van 54 procent van de islamitische bevolking van het land dat ze vertrouwen hebben in het leiderschap van Bin Laden. In Pakistan, waar velen geloven dat Bin Laden nu ondergedoken is, hebben slechts 18% vertrouwen in hem, alhoewel 35% zeggen dat ze geen mening hebben. Zeer weinig Turken (3%) of Libanezen (2%) uiten hun uitdrukkelijke steun voor de terroristische leider.
In de meeste van de 25 landen die in het voorjaar van 2009 werden opgenomen in het onderzoek van Pew Global Attitudes, kreeg de Amerikaanse president Barack Obama positieve kritieken, hoewel dit minder het geval is in de overwegend islamitische landen. Toch liggen zijn scores hoger dan bij die van zijn voorganger, George W. Bush, en in sommige gevallen zelfs hoger dan voor de islamitische leiders die in de enquête worden genoemd. Zo bijvoorbeeld zeggen slechts 33% van de Turken vertrouwen te hebben in Obama, maar dit is nog altijd meer steun dan Abbas, Nasrallah, koning Abdullah, Ahmadinejad of Karzai ontvangen. En de Amerikaanse president is zeer populair bij grote delen van het islamitische publiek, met name in Indonesië waar Obama enkele jaren van zijn kindertijd heeft gewoond: 71% van de Indonesiërs schenken hun vertrouwen in hem. Obama is ook populair bij Nigeriaanse moslims (81%), Israëlische Arabieren (69%) en Libanese soennieten (65%).
Het conflict tussen soennieten en sjiieten
Er leeft een wijdverspreide perceptie onder moslims dat het conflict tussen soennieten en sjiieten zich niet beperkt tot de grenzen van Irak. In negen landen, werden moslim respondenten gevraagd of de spanningen tussen soennieten en sjiieten zijn beperkt tot Irak of een groeiend probleem zijn in de islamitische wereld in het algemeen en in zeven van die landen zegt een meerderheid van de moslims dat het een breder probleem is.
Dit is een zeldzaam punt van overeenkomst tussen de moslims in Libanon, een land dat decennialang een sektarische strijd heeft meegemaakt. In totaal 95% van de Libanese moslims zeggen dat spanningen soennieten en sjiieten een breder probleem is in de islamitische wereld, waaronder 99% van de soennieten en 91% van de sjiieten.
De meeste Pakistaanse, Egyptische, Jordaanse en Nigeriaanse moslims zeggen ook dat het een algemeen probleem is dat zich niet enkel beperkt tot Irak. Een minderheid van de islamitische gemeenschap in Israël is ruwweg verdeeld over deze kwestie – 42% zegt dat het een meer algemeen probleem is, terwijl 38% het gevoel heeft dat het probleem zich beperkt tot Irak. Indonesië is de uitschieter op deze vraag – 25% van de Indonesische moslims zeggen dat de spanningen tussen soennieten en sjiieten een algemeen probleem zijn, terwijl bijna de helft (47%) denkt dat het vooral een probleem is voor Irak (28% hebben geen mening).
Verdeeldheid in Libanon neemt toe
Uit verschillende peilingen blijkt dat de toch al grote kloof tussen soennieten en sjiieten in Libanon nog steeds blijft toenemen. Zo bijvoorbeeld nog in 2007 spraken 94% van de soennieten en 57% van de sjiitische hun vertrouwen uit in de Saudische koning Abdullah; in 2009 was dat nog steeds 94% van de soennieten en maar slechts 8% van de sjiieten deelden nog dit standpunt.
Een soortgelijk voorbeeld is duidelijk zichtbaar in de houding ten opzichte van Hamas. Hoewel Hamas een overwegend soennitische organisatie is, is de populariteit Hamas van algemeen populair onder Libanese sjiieten in 2008 (64% gunstig) tot bijna universeel populair in 2009 (91%), terwijl de soennitische steun voor de groep van de lage score (9%) gedaald is tot bijna onbestaande (1%).
Met name hebben de meningen ten aanzien van de Verenigde Staten de al bestaande verschillen nog meer gepolariseerd, als gevolg van een verschuiving van mening tussen de Libanese soennieten. De positieve houding tussen soennieten onderling is in 2009 toegenomen van 62% in 2008 tot 90%. Echter, slechts 2% van sjiietische moslims geven momenteel een positief advies aan de VS, nauwelijks een verbetering in vergelijking met 0% het jaar voordien.
Andere vaststellingen:
- Vele moslims zijn ervan overtuigd dat er in hun land een strijd gaande is tussen groepen die enerzijds de natie willen moderniseren en anderzijds de islamitische fundamentalisten die terug de klok achteruit willen draaien. Meer overtuigd van het bestaan van een dergelijke strijd zijn meer dan elders te vinden in Libanon (55%), Turkije (54%) en de Palestijnse gebieden (53%).
- Het moslim publiek geeft haar overweldigende steun aan gelijk onderwijs voor meisjes en jongens. Meer dan acht op de tien in Libanon (96%), Israël (93%), Indonesië (93%), Turkije (89%), Pakistan (87%) en 85 procent in de Palestijnse gebieden zeggen dat even belangrijk is om zowel jongens als meisjes op te voeden.
- In de Arabische landen blijft de houding tegenover Joden uiterst negatief. Meer dan 90% van de Egyptenaren, Jordaniërs, Palestijnen en Libanezen koesteren uiterst ongunstige opvattingen ten aanzien van de Joden. Opmerkelijk wel: slechts 35% van de Israëlische Arabieren, staan negatief tegenover de Joden.
Bronnen: Pew Research Center : Mixed Views of Hamas and Hezbollah in Largely Muslim Nations – Little Enthusiasm for Many Muslim Leaders van 4 februari 2010; Israël & Palestijnen Blogspot: Opiniepeiling 2009 Islam en Midden-Oosten (Pew Global Attitudes survey) van 10 februari 2010
40 Nobelprijswinnaars willen Iraans president voor Internationaal Strafhof in Den Haag brengen
Meer dan 40 winnaars van de Nobelprijs afkomstig uit verschillende landen hebben hun handtekening geplaatst onder een open brief jegens het regime in Iran omtrent de schending van de mensenrechten. De open brief is gericht aan president Barack Obama, de Franse president Sarkozy, de Russische president Medvedev, Britse eerste-minister Brown en de Duitse kanselier Andrea Merkel: “Hoe lang kunnen wij onverschillig blijven en toekijken op het schandaal dat zich in Iran openbaart?” [How long can we stand idly by and watch the scandal in Iran unfold?]

Elie Wiesel
Het initiatief is tot stand gekomen onder de impuls van Nobelprijswinnaar van 1986, Elie Wiesel en zijn stichting The Elie Wiesel Foundation. De open brief over Iran werd gepubliceerd in The New York Times van 7 februari 2010 en in The International Herald Tribune van 9 februari 2010. In de open brief wordt het regime van president Ahmadinejad veroordeeld voor ernstige schendingen van de mensenrechten en waarschuwt dat het nucleaire programma van Iran een gevaar vormt voor de mensheid.
Iedereen herinnert zich nog de antiracisme conferentie Durban II in Genève in april 2009, voluit de The World Conference Against Racism (WCAR) genoemd, en het schandaal dat ontstond toen tot ieders ongeloof en complete verbijstering èn ondanks de vele voorafgaande protesten hiertegen, op de openingsdag van de conferentie op 20 april 2009 president Ahmadinejad de openingstoespraak mocht houden. Tientallen diplomaten en afgevaardigden verlieten de zaal toen Ahmadinejad aan zijn haatrede begon.
Ook Elie Wiesel was eveneens present en ons is vooral het moment bijgebleven waarop Elie Wiesel door de entourage van Ahmadinejad uitgejouwd werd voor zionazi (bekijk hier video), beelden die uiteraard niet vertoond werden in de reguliere media.
De open brief maakt deel uit van Wiesel’s wereldwijde campagne om de mensen meer bewust te maken van de bedreiging die Ahmadinejad vormt voor de wereldvrede. Elie Wiesel vertelde afgelopen woensdag 10 februari aan de Israëlische krant Haaretz dat hij zijn goede banden met wereldleiders en staatshoofden gebruikt om op internationale conferenties te waarschuwen voor de slechte bedoelingen van Ahmadinejad. “De regeringen moeten Ahmadinejad stoppen en hem voor het Internationale Strafhof in Den Haag brengen op beschuldiging van het openlijk aanzetten tot genocide,” zei hij.
In hetzelfde interview met Haaretz haalde Elie Wiesel uit naar rechter Richard Goldstone en noemde zijn verslag [het Goldstone Rapport] over het Israëlische offensief in Gaza van een jaar geleden “een misdaad tegen het Joodse volk“.
Elie Wiesel en de Hongaarse Joden
Wie aan Elie Wiesel denkt, denkt onmiddellijk aan de Shoah, de genocide op het Joodse volk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Elie Wiesel (°1928) is een Holocaustoverlevende en werd in 1943 vanuit zijn geboortedorp Sighet in Transylvania gedeporteerd naar het concentratiekamp van Auschwitz-Birkenau. Sighet (Sighetu Marmaţiei) is een Roemeense stad maar was oorspronkelijk Hongaars en heette toen Máramarossziget. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd Sighet ingelijfd bij Roemenië, maar was voor de duur van de Tweede Wereldoorlog [en tijdens de genocide op de Hongaarse Joden] opnieuw deel van Hongarije.
Rondom zijn stichting The Elie Wiesel Foundation hebben zich een groep van Holocaustoverlevenden en hun nazaten gevormd die van de Hongaarse regering eisen dat zij hun archieven tijdens het nazi-tijdperk moeten open stellen voor historici en onderzoekers. Net zoals ook in België onlangs uitgebreid aan het licht kwam hoe een belangrijk deel van de Belgische locale overheidsdiensten en politie ‘gehoorzaam’ hand- en spandiensten leverden aan de nazi’s om de Joden van België op te pakken en hen via de Dossinkazerne in Mechelen op transport naar Auschwitz te zetten, zegt Elie Wiesel dat uit de Hongaarse archieven onomstotelijk de actieve rol zal blijken van de Hongaarse politie en leger bij de vervolging van de Hongaarse Joden.
De groep Hongaarse Holocaustoverlevenden en hun nazaten vorderen thans van de Hongaarse staatsspoorwegen een schadevergoeding van 1,24 miljard dollar. Volgens de vordering die op 9 februari 2010 werd neergelegd bij het Amerikaanse Federale Gerechtshof in Chicago, eist de groep 240 miljoen dollar schadevergoeding en nog eens 1 miljard dollar compensatie van de Hongaarse Magyar Allamvasutak Zrt. (MAV), de Spoorwegmaatschappij van de Hongaarse staat, zo wist Bloomberg News op haar website te melden. De vordering is gebaseerd op de beschuldiging dat de Hongaarse Spoorwegmaatschappij 437.000 Hongaarse Joden met haar treinen heeft getransporteerd naar het concentratiekamp van Auschwitz-Birkenau en dat de uitbaters van de treinmaatschappij op de hoogte waren van de eindbestemming van die treinen.
Tegen 8 juli 1944 waren 437.402 Hongaarse Joden in 151 treinkonvooien gedeporteerd, volgens de officiële Duitse rapporten van SS-Brigadeführer Edmund Veesenmayer. 131 van deze treinen werden rechtstreeks naar Auschwitz gezonden waarna 90 procent van de mensen onmiddellijk na hun aankomst in het kamp werden vergast en hun lijken in ovens verbrand. SS ‘r Veesenmayer had voordien met Deutsche gründlichkeit de Jodenvervolging in Kroatië en Servië georganiseerd totdat hij in maart 1944 naar Boedapest werd gezonden om Adolf Eichmann bij te staan om de moord op de Hongaarse Joden te organiseren.
Na de oorlog werd Veesenmayer veroordeeld tot 20 jaar opsluiting maar kwam reeds vrij op 16 december 1951 [..] Na zijn vrijlating was hij tussen 1952 en 1955 werkzaam in… Iran, als vertegenwoordiger van een bedrijf in de verkoop en herstel van landbouwmachines. Later keerde hij terug naar Duitsland. Hij overleed in Darmstadt in 1977 aan een hartinfarct op 73-jarige leeftijd. Zijn chef Adolf Eichmann, de organisator van de Endlösung en de man die de treinen liet bollen, was minder fortuinlijk. Eichmann kon aanvankelijk onder de valse naam Ricardo Klement ontkomen naar Argentinië maar werd opgespoord door de Mossad en Shin Bet [Israëlische veiligheidsdiensten] en op 11 mei 1960 naar Israël gevlogen. Eichmann werd gevonnist door een Israëlische rechtbank en op 1 juni 1962 opgehangen in de gevangenis van Ramla, de enige keer ooit dat een doodvonnis in Israël werd uitgesproken en uitgevoerd.

Auschwitz-Birkenau 1944: Hongaarse Joden op weg naar de gaskamers
Bronnen: Haaretz: Nobel Prize laureates back Elie Wiesel anti-Ahmadinejad ad door Shlomo Shamir van 5 februari 2010; The Jerusalem Post: Holocaust victims suing Hungarian railway van 13 februari 2010; Bloomberg News: Holocaust Victims Sue Hungary Railway, Seek Damages van 11 februari 2010
Weinig verrassend is de houding tegenover Joden in de Arabische landen die uiterst negatief blijft. Meer dan 90% van de Egyptenaren, Jordaniërs, Palestijnen en Libanezen koesteren uiterst ongunstige opvattingen ten aanzien van de Joden. Opmerkelijk wel: slechts 35% van de Israëlische Arabieren, staan negatief tegenover de [Israëlische] Joden. Het spreekwoord ‘onbekend maakt onbemind‘, lijkt hier meer dan ooit van toepassing. Er is dus nog hoop op Vrede met Israël.

















