Maandelijks archief: februari 2010
Uitschakeling van Hamas topkiller Mahmoud al-Mabhouh was geen vergissing
“De moord op Mahmoud al-Mabhouh was geen vergissing,” verklaarde Israëlisch minister voor Industrie, Handel en Arbeid Benjamin Ben-Eliezer (afbeelding rechts) vandaag zondag in een interview met het radiostation van het IDF. Minister Ben-Eliezer, die ook deel uitmaakt van het binnenlandse veiligheidskabinet, zei “Ik weet niet wie het gedaan heeft maar het enige wat echt telt is het eindresultaat.”
Hamas topkiller al-Mabhouh, werd op 19 januari 2010 in zijn hotelkamer in Dubai doodgeschoten. Al-Mabhouh is mede-oprichter van de Izz ad-Din al-Qassam Brigades, de militaire vleugel van Hamas.
De minister sprak ook over het effect van ontmoediging die het resultaat is van deze operatie: “De vraag is hoe groot de rol was van deze man binnen Hamas en – ervan uitgaande dat zijn rol belangrijk was – is het idee dat het mogelijk is om iedereen te bereiken, op elke plaats en op elk moment – wat mij betreft, afschrikking. [Hezbollah-leider Hassan] Nasrallah zegt dat wanneer hij naar Damascus reist, hij valse pruiken draagt om niet herkend te worden op straat.”
Ben-Eliezer bleef er allemaal vrij rustig onder: “Als je het mij vraagt, en in tegenstelling tot alle stemmen die we hebben gehoord en de kritiek die op deze operatie blijft voortduren – wat valt er hier nog te bekritiseren? Het enige waar ik in geïnteresseerd ben na deze media-tsunami is het antwoord op de simpele vraag: is hij dood of is hij levend. En het antwoord daarop is duidelijk.”
Gevraagd naar de identiteit van de moordenaars, antwoordde de minister: “Ik ga niet in op de argumentatie of het nu veiligheidsagenten waren of niet. Waarom zou ik daar op ingaan? Het belangrijkste is wat er thans in hun geheugen werd gegrift.”
In dat verband heeft de Britse ambassade in Israël afgelopen weekeinde aangekondigd dat een speciale onderzoeker van de Britse politie werd overgevlogen om er een ontmoeting te hebben met de Israëliërs met dubbele (Britse) nationaliteit wier Britse paspoorten werden gebruikt in de moord op Al-Mabhouh. Rafi Shamir, de woordvoerder van de ambassade, zei dat de officier spoedig een ontmoeting zal hebben met de slachtoffers van de identiteitsdiefstal.
Hamas is nog steeds woest omwille van het feit dat één van haar top-militanten Mahmoud al-Mabhouh op 20 januari 2010 in Dubai werd geliquideerd. Hamas beschuldigt de Israëlische Mossad voor deze moord alhoewel het daar geen bewijzen voor kan neerleggen. De ministers van Buitenlandse zaken van de EU veroordeelden maandag te Brussel de moord op Mahmoud al-Mabhouh, zonder nochtans Israël rechtstreeks te beschuldigen. Zowel de Israëlische Vice-minister voor Buitenlandse Zaken Danny Ayalon als Minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman, bevestigen dat er geen enkel bewijs bestaat dat Israël betrokken is met de moord.
Bronnen: The Jerusalem Post: Ben-Eliezer: Mabhouh hit not a failure van 28 februari 2010; op Brabosh.com: Wie vermoordde Hamasleider Mahmoud al-Mabhouh in Dubai? van 21 februari 2010; Hamas eist van EU om Israël op lijst terreurstaten te plaatsen van 23 februari 2010
Israël krijgt van Verenigde Naties nog 5 maanden om Goldstone Rapport te weerleggen
De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft gisteren vrijdag 26 februari 2010, het voorstel van de Arabische Liga aangenomen dat voorzitter Ban Ki-moon aanmaant om Israël nog maximaal vijf maanden uitstel te geven om te antwoorden op de vermeende beschuldigingen van oorlogsmisdaden tijdens Operation Cast Lead in Gaza een jaar geleden, zoals die conclusies werden neergeschreven in het Goldstone Rapport.
Toen Gabriela Shalev, de Israëlische ambassadeur bij de Verenigde Naties, aan de leden van de Algemene Vergadering vroeg “En wie zal de Palestijnse kant van de zaak onderzoeken?” barstte er een luid hoongelach uit onder het groot aantal [overwegend Arabische] leden op de banken van de Algemene Vergadering van de VN.
Intussen maakt Amerikaans staatssecretaris Hillary Clinton zich zorgen over het impact van een mogelijke negatieve uitkomst van het rapport op Israël voor de Verenigde Staten en andere landen in de wereld die te maken hebben (of nog zullen krijgen) met hetzelfde type oorlog tegen terrorisme in dicht bevolkte gebieden.
De resolutie werd met een overgrote meerderheid aangenomen, met 98 landen voor de resolutie bij 31 onthoudingen en zeven tegen. De resolutie vraagt aan Ban Ki-moon dat hij binnen de vijf maanden rapporteert over de vooruitgang die werd gemaakt omtrent het Goldstone Rapport.
Het Israëlisch ministerie van Buitenlandse Zaken bracht na de goedkeuring van de resolutie een verklaring uit waarin werd gezegd dat “het algemeen bekend is dat Israël twee uitgebreide rapporten heeft uitgebracht over de onderzoeken sinds Operation Cast Lead.” [..] “Als een democratische staat zal Israël op vraag van de VN onderzoeksprocedures blijven uitvoeren en onze bevindingen meedelen aan onze bondgenoten en aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Israël zal het recht om haar burgers te verdedigen met behoud van een strikte morele code, blijven preciseren,” luidde aldus de verklaring van het ministerie.

De resolutie is uiteraard vooral bedoeld om het Goldstone Rapport, dat Israël van oorlogsmisdaden beschuldigt, bovenaan op de agenda van de Verenigde Naties te houden. Drie van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad – de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk – zijn gekant dat het Goldstone Rapport zou worden voorgelegd aan de Raad. De eerste resolutie over de kwestie van de Veiligheidsraad waarin Ban Ki-moon werd gevraagd te rapporteren over het onderzoek dat wordt uitgevoerd door Israël en Palestijnen, werd afgewenteld op 5 november 2009. Zijn antwoord toen luidde dat het onderzoek door Israël nog niet was afgerond en dat de Palestijnse Autoriteit een eigen onderzoek had gelanceerd.
De Israëlische ambassadeur bij de VN, Gabriela Shalev (afbeelding rechts), zei dat Israël nooit zou afzien van haar verantwoordelijkheid om haar burgers te verdedigen, noch van het bestaan ervan, de democratie en de vrijheid. Ze zei dat de Israëlische staat elke terreurgroep zou bestrijden die Israël bedreigt, met inbegrip van Hamas en Hezbollah. Zij voegde eraan toe dat Israël altijd onafhankelijke en betrouwbare onderzoeken heeft uitgevoerd na afloop van een militaire operatie en dat de onderzoeken steeds waren opgesteld conform de internationale normen.
Shalev vroeg ook om te weten wie het onderzoek aan de Palestijnse kant zou dirigeren. Zij drukte terecht haar twijfels uit dat de Palestijnse Autoriteit ooit in staat zou zijn om een onderzoek op te starten in de Gazastrook nadat de PA van Mahmoud Abbas in de zomer van 2007 met bruut geweld door Hamas uit de Gazastrook werden verdreven en het onderzoek bijgevolg moet uitgevoerd worden door een organisatie die internationaal erkend wordt als een terreurorganisatie.
“Van Hamas kan niet worden verwacht dat zij een betrouwbaar onderzoek zal uitvoeren naar het gebruik van haar eigen bevolking als menselijke schilden, het bestoken van burgerlijke doelwitten en het gebruik van scholen, ziekenhuizen en moskeeën voor terreur doeleinden,” voegde Gabriela Shalev er nog aan toe. De ambassadeur besloot met de woorden dat Israël zich verbonden voelt met het internationaal recht als onderdeel van haar eigen waarden als een democratische staat, en dat zij wenst dat het vredesproces opnieuw wordt aangevat zonder voorwaarden vooraf.
Bronnen: Ynet News: UN passes Goldstone report resolution door Roni Sofer van 26 februari 2010; Clinton: Goldstone problematic for other countries door Yitzhak Benhorin en Where is Goldstone now? door Eitan Haber; Jerusalem Post: UN: 5 more months for Gaza probes van 26 februari 2010
Zenuwachtig worden over Damaskus
Dry Bones over de generatiekloof op 3 maart 2010: “De grote baas van Hezbollah had juist een ontmoeting met Assad en Iran’s Ahmadinejad in Syrië! Dat is zoals Tojo en Mussolini destijds een ontmoeting hadden met de Führer! Het lijkt erop dat ieder van ons die zich de ‘geschiedenis herinnert’, gedoemd wordt om ze te herhalen.“
Het argument dat in Washington klinkt, met name dat agressieve diplomatie jegens Syrië uitgeprobeerd werd en gefaald heeft en dat stimulansen aan de orde van de dag zijn, is vals. De recente beslissing van president Barack Obama’s om een nieuwe ambassadeur in Syrië aan te stellen, is op z’n minst ‘verwarrend’.

Minister Rafik Hariri
Robert Gibbs, de woordvoerder van het Witte Huis verklaarde tegenover de pers dat “ambassadeur Ford met de Syrische regering zal nagaan over hoe wij de relaties kunnen verbeteren en omgaan met onderwerpen die permanent gevoelig liggen.” Maar die ‘delicate’ onderwerpen van dispuut met het Assad-regime zitten diep en zullen niet worden verbeterd of opgelost door de terugkeer van een Amerikaanse ambassadeur.
Er waren veel dwingende redenen waarom de regering-Bush haar ambassadeur in Syrië in 2005 terugtrok. De spreekwoordelijke druppel die de emmer liet overlopen was de brutale moord op 14 februari 2005 in Beiroet op de pro-Westerse ex-premier minister Rafik Hariri van Libanon, in een operatie die alle kenmerken droeg van een politieke, goed gefinancierde, door Syrië gesponsorde moord. Maar de moord op Hariri was slechts het topje van de ijsberg.
Sinds de val van het regime van Sadam Hoessein in 2003, heeft Syrië buitenlandse jihadisten gefinancierd, getraind, bewapend, aangemoedigd en vervoerd, die in Irak strijd voeren tegen tegen de geallieerde coalitie van Britse en Amerikaanse strijdkrachten en het weinig samenhangende leger van de nieuwe Iraakse regering. De regering van Assad heeft kernwapens binnen handbereik en blijft terroristische groepen steunen zoals Hamas en Hezbollah in Israël en Libanon en blijft tezelfdertijd tactisch en strategisch stevig verknocht aan Iran.
Terwijl het Witte Huis zegt dat de benoeming van een nieuwe ambassadeur in Syrië “de belofte van president Obama vertegenwoordigt dat hij zich wel degelijk wil inzetten voor de Amerikaanse belangen, door vooraf de communicatie met de Syrische regering en de bevolking trachten te verbeteren,” is er niets dat er op wijst dat deze vorm van betrokkenheid positieve resultaten zal opleveren. Ruim een jaar nadat de regering van Obama zich installeerde, wordt het steeds duidelijker dat Obama’s toverformule tijdens zijn presidentiële campagne van de tactiek van ‘direct engagement’ [directe betrokkenheid] met regimes als Syrië en Iran, in feite niets anders heeft opgeleverd dan een verhoging van de Syrische steun aan het terrorisme en het voortdurend en aanzwellend gezoem van [nucleaire opwerking-]centrifuges in Iran.

Damaskus, 25 februari 2010. Van L naar R: Hezbollahleider Hassan Nasrallah, presidenten Bashar Assad en Mahmoud Ahmadinejad
Dat komt omdat Obama’s strategie van betrokkenheid met Syrië gebaseerd is op een aantal verkeerde veronderstellingen. De eerste is dat het mogelijk is Damaskus doeltreffend los te wrikken uit haar alliantie met Teheran, waardoor de betrokkenheid met Iran en het oplossen van de nucleaire kwestie, gemakkelijker zal worden voor de Verenigde Staten. Maar de duurzame Syrisch-Iraanse alliantie is geen reactief schijnhuwelijk. Zij streven naar de omverwerping van de regionale machtsverhoudingen en ondermijnen vandaar Israël, Egypte en Saoedi-Arabië evenals de Verenigde Staten. Bovendien is het streven van Iran om kernwapens te produceren niet afhankelijk van wat Syrië doet of wil. Het probleem van Teheran met Israël is niet territoriaal, het is existentieel. Bovendien zullen de problemen van Amerika met Iran niet verbeteren door een verandering in het Syrische gedrag.
De tweede foutieve vooronderstelling is dat Syrië bereid zou zijn om een vredesakkoord met Israël te ondertekenen dat acceptabel zou zijn in Jeruzalem en in Washington. Maar het begrip van Assad omtrent vrede met Israël, werd vorig jaar onthuld in een interview met de krant Al-Khaleej van de Verenigde Arabische Emiraten: “Een vredesakkoord”, zei Assad, “is een stuk papier dat u tekent. Dat betekent nog geen handelsovereenkomst en normale betrekkingen, of grenzen, of iets anders.” Hoe zou een koude vrede met Syrië eruit zien, met de hoofdkantoren van Hamas en van de Islamitische Jihad in Damaskus nog steeds in gebruik en wapens verder vrij worden verhandeld naar Hezbollah in Libanon?
De bom die Rafik Hariri heeft gedood en Amerika ertoe bracht om haar ambassadeur terug te trekken uit Syrië, woog 1.000 kilogram en sloeg een krater van 10 meter breed in het centrum van Beiroet (afbeelding hierboven). Naast Rafik Hariri, werden door de bom nog eens 21 mensen gedood en meer dan 220 andere gewond, verschillende gebouwen werden verwoest en tientallen auto’s brandden uit. Dit is wat de Syrische president Bashar Assad begrijpt onder ‘direct engagement’ en daar kan men maar beter rekening mee blijven houden. Toen Syrië haar bijna 30-jarige militaire bezetting van Libanon beëindigde, was dat het gevolg van sterke en aanhoudende internationale druk in de nasleep van de moord op Rafik Hariri. Het was niet het resultaat van langdurig handjesschudden en eindeloze diplomatieke betrokkenheid, maar ontstaan uit echte schrik voor de gevolgen die de stabiliteit van de Assad-regime zouden kunnen bedreigen.
Het argument dat opgeld maakt in Washington dat agressieve diplomatie met Syrië werd geprobeerd en mislukt is en thans ‘direct engagement’ en stimulansen aan de orde van de dag moeten zijn, is vals. Het Amerikaanse beleid ten opzichte van Syrië gedraagt zich sinds 2005 aarzelend en onzeker, zonder dat de aanpak van wortel of stok ooit volledig werd onderzocht. Het malafide gedrag van Syrië is niet het resultaat van diplomatieke communicatie vaardigheden in Washington maar is het resultaat van strategische berekeningen en beslissingen in Damascus. Syrië moet worden geconfronteerd met moeilijke keuzes die ondubbelzinnig en onherroepelijk aantonen dat zij haar beeld op de wereld en haar gedrag heeft veranderd. Helaas, zal het terugzenden van een Amerikaanse ambassadeur naar Syrië het regime alleen maar doen volharden in boosaardigheid en een aanmoediging betekenen voor hen die zich verzetten tegen vrede in dat deel van het Midden-Oosten.

Terreurleiderstrio samen aan tafel in Damaskus, 25 februari 2010: Ahmadinejad, Assad en Nasrallah (rechts): 'Israël durft geen oorlog meer tegen ons te beginnen'
Bronnen: Middle East & Terrorism: Dithering on Damascus door Matthew RJ Brodsky van 26 februari 2010, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh op 27 februari 2010; Matthew RJ Brodsky is politiek directeur van het Jewish Policy Center in Washington DC en geopolitiek analist bij IntelliWhiz LLC; Ynet News: Nasrallah: Israel incapable of starting war door Dudi Cohen van 26 februari 2010
Mahmoud Abbas ontmoet premier Leterme in Brussel
De goede officiële betrekkingen tussen de Palestijnse Autoriteit en België zijn welbekend. Mahmoud Abbas weet dat hij in België al jaren een trouwe partner heeft en binnen de Belgische politieke scène altijd voldoende politiekers vind – bij voorkeur socialisten en Groenen – die bereid worden gevonden om deel te nemen aan een zoveelste rondje Israëlbashen. Uiteraard zoals steeds uitgebreid en instemmend becommentarieerd door onze nationale gepolitiseerde omroep de VRT met journalist Rudy Vranckx aan de kop van de publieke anti-Israëlische virtuele draak. Zo steunde België in december 2009 nog het Zweedse voorstel in het Europees Parlement om Oost-Jeruzalem te erkennen als de hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat. Zoals algemeen gekend wil Europa Jeruzalem terug splitsen en hoofdstad van 2 staten maken.
Het doel van het bezoek van Abbas afgelopen dinsdag 23 februari aan Brussel was dan ook om te trachten met de hulp van Brussel en de EU uit de impasse te raken waarin de vredesonderhandelingen door zijn toedoen zijn beland en diplomatieke druk op Israël uit te oefenen, in de ijdele hoop dat Israël het oostelijk deel van haar hoofdstad Jeruzalem op een presenteerblaadje aan Mahmoud Abbas zou geven, zonder dat Abbas daarvoor ook maar de minste toegeving zou moeten doen.
“De oprichting van een onafhankelijk Palestina is van vitaal belang voor Israël,” zei de Palestijnse president Mahmoud Abbas, terwijl hij tegelijk zijn weigering om gesprekken te voeren over vrede met Israël herhaalde “tenzij de bouw van Joodse nederzettingen, wordt beëindigd,” aldus de chef van de Palestijnse Autoriteit tijdens een ontmoeting met de Belgische senatoren en afgevaardigden te Brussel. Voor zover ik weet hebben de Palestijnen hebben al een staat: Jordanië en de hoofdstad van die staat heet Amman. Blijkbaar wordt dat door iedereen vergeten.
In een toespraak tot het parlement in Brussel maakte Mahmoud Abbas van de gelegenheid gebruik om uit te halen naar Israël dat het beschuldigd van het “stelen van het Palestijnse erfgoed als deel van een groter plan om de religieuze islamitische sites over te nemen.” Zondag 20 februari heeft de Israëlische regering namelijk enkele Joodse religieuze heiligdommen op de Westelijke Jordaanoever toegevoegd aan het Joodse erfgoed. Het gaat hier over de Grot van de Aartsvaders in Hebron en het Graf van Rachel in Bethlehem. Premier Netanjahoe heeft de beschuldigingen van Abbas uiteraard als de grootste onzin afgedaan.
“We hopen allemaal dat een rechtvaardige en duurzame vrede … in een staat die vreedzaam naast Israël bestaat, vrede en stabiliteit in de hele regio zal brengen,” zei Abbas, die ook een ontmoeting had met Herman Van Rompuy, de voorzitter van het Europees Parlement [die volgens Brits Europarlementslid Nigel Farage "het charisma heeft van een natte dweil en het uiterlijk van een lagere bankbediende" bron] en de Belgische minister-president Yves Leterme. “Hoewel wij geen alternatief zien voor onderhandelingen,” benadrukte Abbas “dat deze niet kunnen beginnen zolang Israël verder gaat met de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem te koloniseren en doorgaat met de opbouw van de Joodse nederzettingen.”
Abbas negeert het feit dat Israël in november 2009 een bouwstop voor tien maanden op de Westelijke Jordaanoever heeft afgekondigd èn handhaaft om alzo een opening naar de PA te maken die nieuwe onderhandelingen voor de vrede moeten mogelijk maken. Abbas weigert hier tot op vandaag op in te gaan. Feit is wel dat Israël verder doorgaat met woningen te bouwen in wat vroeger Oost-Jeruzalem werd genoemd. Zoals bekend houdt ook de Europese Unie nog steeds vast aan het idee van Jeruzalem als hoofdstad van twee staten. Abbas speelde hier duidelijk op in en verklaarde dat de oproep van december 2009 door de Europese Unie dat Jeruzalem de toekomstige hoofdstad van twee staten moet worden als onderdeel van het te onderhandelen nederzettingenbeleid “het begin markeerde van de politieke rol van de Europese Unie in de regio. [..] Ik zou wensen dat ook de Verenigde Staten dergelijke verklaring zouden aannemen,” voegde Abbas er nog aan toe.
De Palestijnse leider beklemtoonde eveneens de “zeer goede positie” die werd ingenomen door de Franse minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner, die het idee lanceerde van het verkrijgen van internationale erkenning van een Palestijnse staat nog vooraleer met Israël overeenstemming werd bereikt over de toekomstige grenzen van die staat. Kouchner: “It follows that one can envision the proclamation soon of a Palestinian state, and its immediate recognition by the international community, even before negotiating its borders.” Abbas merkte ietwat ontgoocheld op: “Maar ik kan niet zeggen dat dit het Franse standpunt weerspiegelt.” Want, met name de Franse president Nicolas Sarkozy die Abbas in Parijs op maandag ontmoette, heeft de opmerkingen van zijn minister van Buitenlandse Zaken niet herhaald en noemde het eerder “een idee voor de toekomst”. Vandaar de sombere reactie van Abbas.
Bovendien heeft het heden de geschiedenis ingehaald. Oost-Jeruzalem als hoofdstad van ‘Palestina’ is puur boerenbedrog en al meer dan 40 jaar niet mee relevant. Zoals bekend werd Jeruzalem na het einde van de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 herenigd en is Jeruzalem sindsdien de ééngemaakte herenigde hoofdstad van Israël. Premier Benjamin Netanjahoe verklaarde op 25 november 2009 hieromtrent het volgende: “Wat Jeruzalem betreft, onze soevereine hoofdstad, is onze positie bekend. Wij leggen geen enkele beperking op het bouwen in onze soevereine hoofdstad. Zoals altijd, zetten wij ons in om de vrijheid van godsdienst te beschermen voor alle religies en om de gelijke en eerlijke behandeling voor de bewoners van de stad – zowel Joden als Arabieren – te waarborgen.“
Bronnen: European Jewish Press: Mahmud Abbas in Brussels: Palestinian state a ‘vital interest’ for Israel van 23 februari 2010;
De ultieme droom van Iran en Syrië is springlevend: samen de Joden in zee drijven

Damaskus, 25 februari 2010: Assad en Ahmadinejad: Syrië en Iran staan aan de frontlijn van het verzet tegen het Zionistische regime
De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad is donderdagochtend 25 februari aangekomen in Damaskus, de hoofdstad van Syrië. Hij zal er naast de Syrische president Bashar Assad, ook de chef van Hezbollah, Hassan Nasrallah ontmoeten. Voordat hij Damaskus opnieuw verliet zei Ahmadinejad dat hij met president Assad de ‘mogelijke dreigingen’ vanuit Israël zou bespreken. Hij sprak “dat Syrië en Iran aan de frontlijn staan van het verzet tegen het Zionistische regime.”

Het enige doel van Irans nucleaire ambities: Israël fysiek van de kaart vegen
Zoals hieronder weer blijkt, werd er in Damaskus door beide Arabische dictators weer stoere oorlogstaal gesproken. Hoewel zij een mogelijke nieuwe oorlog tegen Israël reeds bij voorbaat hebben verloren, werd de overwinning van de strijd op de Zionistische entiteit gisteren weerom in Damaskus afgekondigd. Na meer dan zestig jaar oorlog voeren èn elke oorlog te hebben verloren, hebben sommige Arabieren en Perzen blijkbaar nog altijd geen lessen uit het recente verleden getrokken.
Jordanië en Egypte hebben al lang begrepen dat geen enkele oorlog militair kan gewonnen worden van Israël en sloten vrede met de Joodse staat. Het wordt tijd dat iemand deze twee dictators – voor wie de klok is blijven stilstaan in 1947 – gaat vertellen dat vredesonderhandelingen aanvatten, de enige optie is en een zekere kans op succes biedt. De andere optie is een zoveelste pandoering incasseren met wellicht weer duizenden zinloze offers voor gevolg. Misschien dat het lezen van het artikel Why Arabs Lose Wars [Waarom de Arabieren oorlogen verliezen] van Norvell B. De Atkine bij sommige hersenloze Arabische leiders nog bijtijds een lampje doet branden vooraleer de zoveelste catastrofe hun respectievelijke bevolkingen treft.
De Syrische president Bashar Assad reageerde op de recente Israëlische dreigementen, zeggende: “Wij geloven dat we geconfronteerd worden met een entiteit die op elk ogenblik agressief kan worden en we bereiden ons voor op gelijk welke Israëlische agressie, zij het op een kleine of grote schaal. [..] We moeten voorbereid zijn op eender welke Israëlische reactie zonder enig voorwendsel,” zei de Syrische leider. “Israël richt haar dreigementen tegen Syrië en de verzetsbeweging (terreur groepen). De bedreigingen [aan Syrië] worden ook bedoeld om het moreel van de Israëlische burgers te stimuleren na een reeks van nederlagen.”

Van links naar rechts: Hezbollahleider Hassan Nasrallah, Assad en Ahmadinejad
Tijdens de gezamenlijke persconferentie, bleven beide dictators elkaar verder opjutten. In aanwezigheid van Assad, zei Ahmadinejad dat de band tussen Damaskus en Teheran sterk is en dat “niemand die kan beschadigen.” “Deze banden zullen nog dieper worden en zich blijven ontwikkelen door de jaren heen. Wij zijn broeders. We hebben wederzijdse belangen, alsmede gemeenschappelijke doelen en vijanden,” zei de Iraanse president, en voegde er nog aan toe: “De wereld heeft behoefte aan een nieuwe orde.”
“De zionisten en hun beschermheren zijn in een doodlopende straat aanbeland. De zionistische entiteit zal uiteindelijk verdwijnen; haar existentiële filosofie is beëindigd. De zionistische veroveraars hebben een doodlopende straat bereikt; al hun bedreigingen jegens de Palestijnen vloeien voort uit hun zwakte. Als de zionisten hun fouten uit het verleden blijven herhalen, zullen alle naties uit de regio hen verdrijven,” aldus Ahmadinejad.
“Met de hulp van Allah, zal het nieuwe Midden-Oosten een Midden-Oosten worden zonder imperialisten en zionisten. Wij hopen dat ze de rechten van de volkeren van de regio erkennen, maar ze moeten beseffen dat als ze blijven doorgaan op dit slechte pad ze geen plaats hebben in onze regio. Vandaag zijn de banden tussen de naties van de regio’s – tussen Iran, Syrië en het verzet – zeer sterk. Wij zijn van mening dat de ontwikkelingen in de wereld Iran, Syrië en de vrije regeringen van de regio ten goede zullen komen,”zei hij.

Bronnen: Ynet News: Iran: New Middle East won’t include Zionists van 25 februari 2010; Ynet News: Nasrallah: Israel incapable of starting war door Dudi Cohen van 26 februari 2010
Door wie werden de Palestijnen in 1948 verdreven? [video]
Eerder bracht ik al een video op deze blog waarin Mahmoud Abbas, de president van de Palestijnse Autoriteit, beschreef hoe hij in 1948 de nakba meemaakte en getuigde: “Wij verlieten ons dorp in 1948 uit vrije wil”. Over de nakba (de vlucht van de Arabieren uit Israël) doen de wildste cowboyverhalen de ronde. Het klopt dat een aantal Arabieren manu militari door Joodse ondergrondse paramilitaire groepen werden verdreven, maar dat is slechts een klein deel van het verhaal. Lees op deze blog over De creatie van het vluchtelingenprobleem in acht stappen, hoe het er werkelijk aan toe is gegaan tussen 1947 en 1949. Ook op deze blog: Het ware verhaal van de NAKBA, de vlucht van de Arabieren uit Palestina 1947-1949: deel 1 en deel 2.
Hieronder drie korte getuigenissen in het Arabisch (Engels ondertiteld) van Arabische vluchtelingen uit die tijd.
Een vluchteling getuigt 1:
Arabische vluchtelingen vertrokken omdat de leiders tijdens de oorlog in 1948 beloofden: “Over een week of twee kunnen jullie terugkeren naar Palestina.”
Een vluchteling getuigt 2
“De Arabische staten vertelden aan de Arabieren dat ze moesten vertrekken en dat het een kwestie is van tien dagen, hooguit twee weken en we brengen jullie terug naar Ein-Kerem.”
Een vluchteling getuigt 3
Hoe Arabische leiders aan Arabieren in Ashkelon zeiden dat wie achterblijft in zijn dorp als een verrader zal beschouwd worden….
70-jarige toeriste verdronken in de Dode Zee

Woensdag 24 februari 2010 is een 70-jarige toeriste verdronken in de Dode Zee. Paramedici die nog ter plaatse kwamen hebben getracht de vrouw te reanimeren maar tevergeefs. Zij moesten haar ter plaatse dood verklaren. In juni 2009 verdronk een 4-jarig meisje uit Oost-Jeruzalem in de Dode Zee.
Dikwijls wordt beweerd dat je in de Dode Zee niet kan verdrinken omwille van het hoge zoutgehalte in het water, maar dat is natuurlijk een mythe. Het is niet omdat je blijft drijven in het water dat je niet kan verdrinken.
Een mens heeft maar weinig water nodig om te verdrinken. Als je in de Dode Zee op je buik gaat liggen met je gezicht in het water en je ademt in, dan verdrink je. Of het is ook goed mogelijk iemand met zijn hoofd onder water te houden en te doen verdrinken. Zoiets dergelijks gebeurde op 12 mei 2008 toen een Jordaanse Arabier een zogenaamde ere-moord beging door zijn 22-jarige zuster te verdrinken in de Dode Zee omdat zij zogezegd een buitenechtelijke relatie had [zie Honor killing in Jordan].
Overigens is de Dode Zee haast letterlijk ten dode opgeschreven. Het waterpeil van de zee die ongeveer 420 meter beneden de zeespiegel ligt, is de laatste decennia angstwekkend gedaald. Al sinds 2005 bestaan er concrete plannen om een verbinding aan te leggen tussen de Dode Zee en de Rode Zee.
Het akkoord over het Two Seas Canal project dat op 9 mei 2005 werd ondertekend door Jordanië, Israël en de Palestijnse Autoriteit, voorziet dat water uit de Rode Zee 230 meter omhoog over Jordanië wordt gepompt om dan naar beneden in de Dode Zee te storten (afbeelding rechts – klikken voor een vergroting).
Bronnen: The Jerusalem Post: 70-year-old tourist drowns at Dead Sea door Ben Hartman van 24 februari 2010; WysInfo Docuwebs: Hopes, Dreams and Plans for the Dead Sea; TED Case Studies: Dead Sea Canal
Dubbele standaarden: burgerslachtoffers tellen alleen wanneer Israël betrokken partij is
Q: “Wat is het verschil tussen enerzijds een doelbewust dodelijk bombardement in Afghanistan waarbij ‘onbedoeld’ ook burgerslachtoffers vallen en anderzijds de doelbewuste executie van een beruchte moordenaar van Hamas in Dubai?”
A: “Ik zou het echt niet weten, tenzij natuurlijk Israël erin betrokken is.”
Maandag 15 februari deelde de NATO mee dat twee verdwaalde raketten – afgevuurd door de Amerikaanse strijdkrachten de dag voordien – 12 Afghaanse burgers had gedood, waaronder zes kinderen, in een huis in een bolwerk van de Taliban in Marjeh. De Amerikaanse generaal Stanley McChrystal, de hoogste commandant van de Nato in Afghanistan, heeft zich voor deze ‘collateral damage‘ onder burgers, onmiddellijk verontschuldigd bij de Afghaanse president Hamid Karzai. De Afghaanse president Karzaï heeft zijn droefheid om het gebeuren uitgedrukt en om een onderzoek bevolen. De NATO maakt zich ernstig zorgen omtrent het impact van deze misser op het winnen van de sympathie bij de locale bevolking voor hun acties.
Tot zover dit laconieke oorlogsbericht van wat omgekomen burgers in de marge van de oorlog in Afghanistan.
Geen nieuws dus of… toch weer wel?
Burgers die per ongeluk werden gedood [collateral damage] tijdens een antiterrorisme operatie, krijgen alleen maar internationale aandacht wanneer ze gedood werden door Israël. Amerikanen en Britten hoeven zich helemaal geen zorgen te maken dat de Verenigde Naties ooit een Resolutie zouden stemmen of een commissie zouden samen stellen (o.l.v. Richard Goldstone of Desmond Tutu) om op zoek te gaan naar vermeende oorlogsmisdaden, in dit geval in Afghanistan (maar kan ook in een ander Arabisch land zijn, Irak of Pakistan bijvoorbeeld). De reden waarom is eenvoudig: zolang Israël nergens in het verhaal wordt genoemd, is het niet interessant voor de wereldopinie en mogen Arabische burgers, vrouwen en kinderen sneuvelen bij bosjes, honderden of duizenden, zèlfs als dat Palestijnen zijn [sic]. Geen haan die daar om kraait. Zo zit dat in elkaar.

Wie ligt nog wakker van burgerslachtoffers als het geen Palestijnen zijn en/of als Israël geen betrokken partij is? Niemand
Dus moet er ook niemand verbaasd zijn dat er geen ‘spontane’ uitbarstingen van protesten of veroordelingen komen, zeker niet van democratische regeringen of zelfs niet eens van de Verenigde Naties. Het ontbreken van internationale kritiek lijkt te bevestigen dat de internationale opinie nagenoeg unaniem van mening is dat de moorden op deze Afghaanse burgers toevallig gebeurden en dat zoiets nu eenmaal eigen is aan de aard van oorlog dat dergelijke incidenten zich voordoen. Pech voor die burgers, maar dat hoort nu eenmaal bij oorlogvoeren, niewaar.
Maar dat was wel even anders op 8 november 2006, toen drie verdwaalde Israëlische artilleriegranaten een woonwijk in de stad Beit Hanoun in Gaza troffen waarbij 19 burgers omkwamen. De granaten werden afgevuurd in een poging om een onmiddellijke raket aanval op de Israëlische stad Ashkelon te voorkomen zoals er voordien al meerdere hadden plaats gevonden. Israëlische troepen waren betrokken bij schermutselingen in de Gazastrook in een directe poging om Israëlische gemeenschappen te beschermen tegen de raketten [Operation Autumn Clouds] en het gebeurde allemaal een jaar en enkele maanden nadat Israël de Gazastrook volledig had ontruimd en een einde maakte aan wat de internationale opinie de ‘bezetting’ van Gaza noemde.
Echter, omgekomen Palestijnse vrouwen en kinderen worden internationaal anders gewogen dan dode Afghaanse vrouwen en kinderen, vooral wanneer Israël betrokken partij is. De internationale reactie liet dan ook niet lang op zich wachten. Benita Ferrero-Waldner, het toenmalige hoofd voor Buitenlandse Betrekkingen van de Europese Unie, zei: “Het doden van vanmorgen van zovele burgers in de Gazastrook, waaronder vele kinderen, is een gebeurtenis die ons diep heeft geschokt. Israël heeft het recht zichzelf te verdedigen, maar niet tegen de prijs van het leven van onschuldigen.”
De toenmalige Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Massimo D’Alema, drukte zich nog scherper uit: “Deze morgen werden 18 mensen, vrouwen en kinderen, afgeslacht … [tijdens] een escalatie van het geweld Ik vind dit onaanvaardbaar.” Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken deed er nog een schep bovenop met het volgende communiqué: “De Israëlische aanval is een klap voor de regionale inspanningen voor de vrede en zal leiden tot een cyclus van geweld.”
De toenmalige VN-secretaris-generaal Kofi Annan noemde het incident “schokkend” en president Mahmoud Abbas van de Palestijnse Autoriteit – tot op vandaag de gedoodverfde partner in de vrede met Israël – noemde het een “afschuwelijk bloedbad op onze kinderen, onze vrouwen en onze ouderlingen, gepleegd door de bezetter.” Op 15 november 2006 kwam de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties bijeen in Genève en besloot met VN-Resolutie S-3/1 om een speciale onderzoekscommissie [fact finding commission] voor Beit Hanoun aan te stellen bestaande uit de aartsbisschop Desmond Tutu en de Britse academicus Christine Chinkin te sturen.

Christine Chinkin (Goldstone commissie): Israël is per definitie altijd schuldig
Die VN-Resolutie werd aangenomen met 32 tegen 8 stemmen en 6 onthoudingen. Onder meer Nederland, Duitsland en Polen stemden tegen. Professor Christine Chinkin zal later één van de vier leden zijn van de Goldstone commissie [!] en mede het fel omstreden Goldstone Rapport opstellen. [De Britse professor Christine Chinkin liet in haar bevooroordeelde kaarten jegens Israël kijken, toen zij in een interview met de Sunday Times vooraf verklaarde dat Israël oorlogsmisdaden heeft gepleegd, nog vooraleer de Goldstone commissie haar onderzoek moest aanvatten.]
Enkele jaren geleden formuleerde Natan Sharansky, de voormalige Sovjet-dissident en Israëlisch politicus en schrijver, de zogeheten “3-D test” om het onderscheid te kunnen maken tussen enerzijds legitieme kritiek op Israël en anderzijds antisemitisme: demonisering, delegitimizering en het meten met dubbele standaarden. Ongeacht hun subjectieve motivaties, passen al de reacties op de toevallige dodingen in Beit Hanoun objectief genomen bij alle drie criteria. Zij demoniseren en delegitimizeren Israël als een land dat buitensporig geweld bedrijft als het al niet opzettelijk slachtingen uitvoert. En zij passen [op Israël] een norm toe die zij niet toepassen op andere democratieën in de strijd tegen terreur in het Midden-Oosten – vanaf de Slag van Fallujah in 2004 in Irak, waar Amerikaanse en Britse troepen moesten vechten in de bebouwde gebieden en vele burgerslachtoffers maakten tot aan het meeste recente incident in Marjeh, Afghanistan.
Twee jaar na het incident in Beit Hanoun, nadat duidelijk was geworden dat kleinschalige operaties, staakt-het-vurens en alle andere pogingen hadden gefaald om een einde te maken aan de aanhoudende regen van raketten uit de Gazastrook, lanceerde Israël haar grootscheepse aanval gekend als Operation Cast Lead. Gezien het reeds heersende anti-Israëlische klimaat, was het voor Israël helemaal geen verrassing dat de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties een antwoord formuleerde met het 574-bladzijden tellende Goldstone Rapport, waarin Israël beschuldigd wordt van oorlogsmisdaden, een document dat neergehaald werd als “een minderwaardig werkstuk, en helemaal niet waard om ernstig te worden genomen door mensen van goede wil,” en als een “afschuwelijke karikatuur van rechtvaardigheid”.
De terroristische vijanden van Israël zijn zich terdege bewust van de kwetsbaarheid van Israël in de wereldopinie en blijven dit uitbuiten als een fundamenteel strategisch wapen. Sinds de oorlog in Gaza heeft Hamas haar posities in de steden van Gaza verder kunnen versterken, gericht op hetzij als afschrikking voor toekomstige Israëlische invallen of om haar eigen burgers in de vuurlinie van Israël voor zich uit te duwen en aldus Israël onder druk van de internationale opinie te houden. En aan de noordelijke grens van Israël met Libanon, heeft Hezbollah zich met dezelfde doelstellingen flink ingenesteld in ongeveer 160 sjiitische dorpen.
Hieruit kan voorzichtig worden geconcludeerd dat, rekening houdend met het incident in Beit Hanoun, overhaaste anti-Israëlische reacties onder de democratieën uiteindelijk een grotere sympathie voor de Joodse staat hebben gegenereerd. Conservatieve leiders hebben hun stemmen ingetrokken toen ze terug keerden naar hun kantoren in Frankrijk, Duitsland, Italië en in de Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering toen er moest gestemd worden over het Goldstone Rapport, en een aantal democratieën – geleid door de Verenigde Staten – steunden Israël en anderen onthielden zich van de stemming (laf, maar een verbetering ten opzichte van het verleden).
NATO-landen zoals de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, beseffen inmiddels zeer goed wat het betekent om terreur te bestrijden in het Midden-Oosten. Of de democratieën blijven “3-D games” spelen of, in plaats van te spelen, geven ze Israël de noodzakelijke steun om haar te helpen bepalen of de vijanden van de beschaving zoals Hamas en Hezbollah, al dan niet zullen zegevieren op Israël als de voorpost van de beschaving, dat geen andere keuze heeft dan om die te bestrijden.
Bronnen: Middel East and Terrorism: Middle East Terror and Double Standards door P. David Hornik van 23 februari 2010, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh op 25 februari 2010; The Global and Mail: NATO strikes kill 12 Afghan civilians van 14 februari 2010; Brabosh.com: Afghanistan: Obama ge-’Goldstoned’ voor het doden van burgers [satire] van 15 februari 2010; Ynet News: Where is Goldstone now? Why is world silent in wake of killing of innocent civilians in Afghanistan? door Eitan Haber van 24 februari 2010






















