Dagelijks archief: 28 januari 2010
5de Internationale Holocaust Herdenkingsdag 27 januari 2010

KZ Auschwitz-Birkenau
Gisteren, 27 januari 2010 was het precies 65 jaar geleden dat KZ Auschwitz-Birkenau werd bevrijd door het Rode Leger. Op 1 november 2005 werd door de Verenigde Naties (VN Resolutie 60/7) deze datum van 27 januari uitgeroepen als International Holocaust Remembrance Day. Na zestig jaar stilzwijgen over de Holocaust binnen de door de Arabische landen gedomineerde Verenigde Naties, besloot de belangrijkste en meest gekende internationale organisatie van de wereld, eindelijk om haar stem te laten horen. Beter laat dan nooit [sic].
In Israël wordt de Holocaust – meer correct Shoah of Judeocide – al veel langer herdacht. Op 12 april 1951 nam de Knesset (het Israëlische parlement) de Yom Hashoah wet aan (voluit: Yom Hashoah U’Mered HaGetaot, ned.: Holocaust en Getto Revolte Herdenkingsdag) die sindsdien elk jaar wordt herdacht volgens de Joodse kalender op de 27ste van de maand Nissan. Die naam werd later gewijzigd in Yom Hashoah Ve Hagevurah (Dag van de Verwoesting en het Heroïsme) en later gemakkelijkheidshalve verkort naar Yom Hashoah.
De Joodse kalender verschilt wel elk jaar ten opzichte van de internationale [christelijk geïnspireerde] kalender. Zo valt de 27ste Nissan dit jaar op maandag 12 april 2010 en herdenken de Joden in de wereld en in Israël op die dag niet enkel de Shoah maar tezelfdertijd ook de Opstand in het Getto van Warschau van 19 april 1943.
Yom Hashoah verwijst aldus enerzijds naar de genocide op de Joden tijdens het Derde Rijk en daarnaast ook naar de ‘geboorte’ van Joods verzet en Joodse strijdbaarheid die uit die vernietiging oprees. De Joodse verzetstrijders die de slachting en vernietiging van het getto hadden overleefd, trokken later naar Palestina om daar te helpen aan de oprichting van de Joodse onafhankelijke staat Israël, onafhankelijkheid die op 29 november 1947 met VN-resolutie 181 werd aangekondigd en op 14 mei 1948 feit werd.
Israël zetelt voor het eerst in randorganisatie van VN-Mensenrechtenraad
Na decennia van systematische uitsluiting, werd Israël het lidmaatschap verleend van een nevenorganisatie van de Verenigde Naties in Genève, het Europese hoofdkwartier van de wereldorganisatie. De toelating van Israël aan JUSCANZ, een overleggroep in de rand van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UN Human Rights Council) werd afgelopen vrijdag bij consensus goedgekeurd en bevestigt alzo dat het de Joodse staat beschouwt als een ‘gelijkgezinde’ staat. JUSCANZ is de afkorting (uitgesproken als juicecans – blikken fruitsap) voor de niet-EU-democratieën Japan, de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland – De groep werd in het verleden af en toe uitgebreid met Noorwegen, Zwitserland en andere westerse landen.
Om dit te laten gebeuren in Genève, en vooral dan binnen de door de Arabieren gedomineerde Raad voor de Mensenrechten, is dit een historische prestatie voor Israël en voor het beginsel van de gelijkheid. Het is een belangrijke prestatie in een arena waar regressie de norm is en een die het Israël zal mogelijk maken voor de eerste keer deel te nemen aan een VN-adviesgroep over de mensenrechten. Dit is vooral belangrijk in een tijd waarin landen van plan zijn om de VN-Raad voor de Mensenrechten in 2011 te hervormen, een orgaan dat herhaaldelijk een oogje dichtkneep voor de slachtoffers van de wereld van schendingen van de mensenrechten.

Ali Treki uit de terroristenstaat Libië en huidig voorzitter van de VN, kreeg de Homofobieprijs 2009
De diplomatieke overwinning volgt na jaren van diplomatieke inspanningen, die werden ondersteund door UN-Watch als een noodzakelijke uitvoering van het gelijkheidsbeginsel van het Handvest van de Verenigde Naties te waarborgen voor alle naties, groot en klein. De Verenigde Staten is een van stuwende landen geweest dat dit uiteindelijk kon gebeuren.
Met de aanstelling van de Libische diplomaat Ali Abdussalam Treki (afb. links), vriend van Moeamar Khadafi de president van de terroristenstaat Libië, die als de nieuwe voorzitter van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, op 23 september 2009 de 64ste sessie opende van de Vergadering, ziet het er niet enkel voor Israël slecht uit (zie hier), maar ook voor de holebi beweging wordt het al niet veel rooskleuriger.
In een persconferentie die na het einde van de Algemene Vergadering volgde, vroegen enkele journalisten Ali Treki wat hij dacht over de “Declaration for the Universal Decriminalisation of Homosexuality,” die officieel werd afgekondigd op 19 december 2008. Ali Abdussalam Treki antwoordde misprijzend: “Het moratorium op de decriminalisering van de homoseksualiteit ‘is onaanvaardbaar’”, en vervolgde “Dit is een zeer netelige kwestie. Als moslim, ben ik het er niet mee eens. Ik denk dat het voor de meesten in de wereld niet aanvaardbaar is, en het is volstrekt onaanvaardbaar voor onze traditie en religie”. Het leverde hem de Homofobieprijs 2009 op, uitgereikt door Belgisch minister Pascal Smet.
De wijziging van de diplomatieke positie van Israël binnen de VN geldt niet voor het JUSCANZ overlegorgaan in New York en heeft verder ook geen invloed op de voortzetting van de uitsluiting van Israël uit de Aziatische regionale groep. UN-Watch heeft bij de Verenigde Naties beroep aangetekend om de nog resterende discriminerende barrières voor de volledige en gelijkwaardige deelname van Israël aan stemmingen in de Verenigde Naties en overlegblokken op te heffen.

Embleem van de door de Arabische landen gedomineerde Verenigde Naties
In het bijzonder dringt UN-Watch bij de Raad voor de Mensenrechten erop om haar permanente agendapunt gericht tegen Israël te verwijderen; de post van een vaste onderzoeker op te heffen over vermeende Israëlische mensenrechtenschendingen, waarbij de schuld vooraf bij het beleid van Israël wordt gelegd en waarbij drie kwart van alle resoluties van de Verenigde Naties zijn gewijd aan de eenzijdige afkeuring van Israël en Israël meer het voorwerp is van bijzondere bijeenkomsten vergeleken met het totaal aantal sessies voor de rest van de wereld samen [Israël is de facto altijd schuldig tot het tegendeel is bewezen, maar wie màg dat nog wel bewijzen en tegenover wie en wie ver-oordeelt dan?...]
Die post van vaste onderzoeker [UN Permant Investigator] is momenteel in het bezit van Richard Falk, sinds 2008 speciale VN-rapporteur over mensenrechten schendingen in de sinds 1967 ‘bezette’ Palestijnse gebieden en vooral berucht als theoreticus en verbreider achter zijn zogeheten 9/11 samenzwering. Als je dat allemaal objectief bekijkt is het wel een mooi zootje geworden daar bovenaan de top van de Verenigde Naties [..]
Voor een overzicht van alle speciale sessies, zie verder.

Achtergrond: Lijst van alle buitengewone bijeenkomsten van de VN-Mensenrechtenraad
Vanaf haar oprichting in juni 2006, heeft de VN-Mensenrechtenraad Raad 10 bijzondere bijeenkomsten (UN Special Session) gehouden, waarvan zes werden gesponsord door de Arabische staten en besteed aan de eenzijdige veroordeling van Israël en vier anderen aan de rest van de wereld samen.
Twee extra bijeenkomsten werden gehouden over de voedsel- en financiële crisissen, waarbij voor beide problemen met een beschuldigende vinger werd gewezen naar het Westen. Hierna volgt een summiere samenvatting.
- De volgende – 13de buitengewone bijeenkomst – zal plaats vinden in Genève van 1 tot 26 maart 2010
- 12de buitengewone bijeenkomst (oktober 2009): Israël werd veroordeeld wegens vermeende schendingen van mensenrechten (maar Hamas werd niet veroordeeld) en keurde het verslag van de VN-Mensenrechtenraad fact-finding missie over het Gazaconflict (het Goldstone Rapport) goed.
- 11de buitengewone bijeenkomst (mei 2009): Loofde de regering van Sri Lanka (en negeerde de moord op 20.000 burgers).
- 10de buitengewone bijeenkomst (februari 2009): De wereldwijde financiële crisis (waarbij de schuld eenzijdig bij het Westen werd gelegd).
- 9de buitengewone bijeenkomst (januari 2009): Veroordeelde Israël voor de oorlog in Gaza (en negeerde het terrorisme van Hamas).
- 8ste buitengewone bijeenkomst (november 2008): Over de crisis in Congo (en faalde de onderzoekscommissie opnieuw aan het werk te krijgen, die eerder op het jaar door dezelfde Raad was aangesteld).
- 7de buitengewone bijeenkomst (mei 2008): Wereldwijde voedselcrisis (waarbij de schuld eenzijdig bij het Westen werd gelegd).
- 6de buitengewone bijeenkomst (januari 2008): Veroordeling van Israël voor haar acties in de Gazastrook (en negeerde het terrorisme van Hamas).
- 5de buitengewone bijeenkomst (oktober 2007): Over de schending van de mensenrechten in Myanmar (voorheen Birma) door de militaire junta en protesten tegen het huisarrest van Aung San Suu Kyi, mensenrechtenactiviste en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 1991 en de Sacharovprijs voor de Vrije Meningsuiting in 1990.
- 4de buitengewone bijeenkomst (december 2006) Over de oorlog in Darfoer (waarbij Soedan werd geprezen voor haar goede ‘samenwerking’).
- 3de buitengewone bijeenkomst (november 2006): Veroordeling van Israël voor de beschieting van Beit Hanoun, een Palestijnse stad in de Gazastrook (en negeerde het terrorisme van Hamas).
- 2de buitengewone bijeenkomst (augustus 2006): Veroordeling van Israël voor de oorlog in Libanon van 2006 (en negeerde het terrorisme door Hezbollah).
- 1ste buitengewone bijeenkomst (juli 2006): Veroordeling van Israël voor haar antwoord na de gevangenneming van Gilad Shalit (en negeerde het terrorisme van Hamas).
Bron: UN Watch: First Time: Israel Allowed into UN Human Rights Caucus van 27 januari 2010
Arabische hulp aan slachtoffers van Haïti
Ere wie ere toekomt, ook een aantal Arabische [moslim]landen zijn in Haïti actief met hulpteams ter plaatse, of hebben hulpgoederen naar Port-au-Prince gezonden of hebben aanzienlijke bedragen overgedragen [of toegezegd] aan het hulpfonds van de Verenigde Naties, om de wederopbouw van het zwaar getroffen land weer op gang te trekken en te financieren.
Medisch team uit Qatar
Naast reddingsploegen uit Egypte en Jordanië, levert er in het bijzonder Qatar goed werk. Voor het eerst sinds de Arabische golfstaat in 2004 werd gesticht, heeft de Internationale Veiligheidsmacht van Qatar een 30-koppig hulpteam naar het buitenland gezonden.

Dr. Mootaz Ali, lid van het hulpteam uit Qatar, behandelt in een klaslokaal een patiënt met een gebroken been (foto: Robert Stolarik)
Al in de vroege uren van 16 januari 2010 landde een C-17 vliegtuig uit Doha, de hoofdstad van Qatar, op de tarmac van de luchthaven van Haïti met aan boord 50 ton dringende hulpgoederen. “Het is een lange weg om hier te geraken en het is de eerste keer dat we onze regio verlaten,” zei de 29-jarige kapitein Moebarak al Kaabi, de chef van het team. “Maar hulp betekent iedereen helpen en niet alleen Arabische mensen.” Het hulpteam heeft een kleuterschool uitgekozen, genoemd Notre Dame du Mont Carmel, die de aardbeving relatief goed doorstaan heeft, om er haar tenten op te slaan.
De klaslokalen liggen er vol patiënten die wachten op de eerste zorgen, de meesten ervan zien voor het eerst sinds de aardbeving van 12 januari een dokter. “We zien vooral veel gebroken ledematen, andere breuken en wonden die ontstoken zijn omdat een week na de ramp deze mensen nog door niemand werden behandeld en nog geen enkele medicatie kregen toegediend,” zei Yasser Khourani, een 40-jarige chirurg. Zonder stromend water of elektriciteit moet een team van 10 dokters, verplegers en paramedici zich behelpen met de materialen die hen ter beschikking staan. “Het grootste probleem dat we hebben is het totaal gebrek aan hygiëne,” zei Mootaz Ali, een 37-jarige orthopedische chirurg. “Sommige patiënten kunnen niet eens de antibioticapillen innemen die we hen geven omdat ze niet aan water geraken.”
Sinds hun aankomst hebben de dokters uit Qatar bijna 500 slachtoffers behandeld. De groepsleden zijn goed geschoold in eerste hulpzorg en brengen hun ervaring mee die ze afgelopen winter opdeden tijdens de oorlog in Gaza, de Libanonoorlog in 2006 en de oorlog in Somalië, alsmede natuurrampen zoals de aardbeving in Pakistan in 2005 en de overstromingen in Mauritanië in 2007. De afgelopen jaren zijn Arabische landen meer actief geworden buiten de grenzen van hun gebied.
Jordaanse vredesmacht op Haïti

Hédi Annabi, de Tunesische diplomaat en chef van de VN-vredesmacht op Haïti, verloor het leven tijdens de aardbeving van 12 januari 2010
Jordanië heeft 900 soldaten en politieagenten gestationeerd op het eiland die deel uitmaken van de internationale Stabilisatie Missie van de Verenigde Naties in Haïti, bekend onder de Franse naam Minustah, een VN-vredeskorps dat met het mandaat van Resolutie 1542 van de VN-Veiligheidsraad van 30 april 2004 op zak, in Haïti tracht de vrede te handhaven sinds de voormalige president Jean-Bertrand Aristide op 29 februari 2004 het land werd uitgedreven [sindsdien in ballingschap in Zuid-Afrika] en gewapende bendes het eiland terroriseren. Op dit ogenblik is dit korps samengesteld uit 8.940 militaire personeel en 3.711 politieagenten.
De geblauwhelmde Jordaanse soldaten trachten thans samen met hun politiekorps de orde te bewaren. Samen met de blauwhelmen uit Indië houden ze onder meer de Banque Nationale de Crédit in Port-au-Prince afgegrendeld, die ze moeten behoeden voor plunderende gewapende bendes.
Drie Jordaanse leden van de VN-vredesmacht, majoor Atta Manasir, majoor Asharf Jaiusi en korporaal Raed Khawaldeh kwamen om tijdens de aardbeving toen ze op post waren in het hoofdkwartier van de VN-missie in Hotel Christopher in Port-au-Prince, 23 andere soldaten werden gewond.
Hierbij kwam ook de chef van de Minustah van de VN, de Tunesische diplomaat Hédi Annabi, om het leven.
Andere Arabische landen helpen
Zo zonden de Verenigde Arabische Emiraten 145 ton medicijnen en levensmiddelen, Libanon heeft 28 ton levensmiddelen gezonden, Jordanië heeft 6 ton hulpgoederen gezonden en een mobiel veldhospitaal geleverd en de Koeweiti’s 1 miljoen dollar gestort en 100 ton levensmiddelen, tenten en dekens gestuurd, volgens het nieuws agentschap van de Verenigde Naties.

President René Preval: nog geen cent gezien
Ook Saoedi-Arabië heeft maandag 25 januari 50 miljoen dollar toegezegd aan het hulpfonds van de Verenigde Naties voor Haïti, heeft Osami Nugali, de woordvoerder van het Min. van Buitenlandse Zaken van de golfstaat bekend gemaakt. De voorbije week heeft Ekmeleddin Ihsanoglu, de secretaris-generaal van de 56 landen tellende Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC), al haar OIC-leden en islamitische organisaties opgeroepen om hulp te bieden aan Haïti.
Huidig president René Preval van het zoals bekend door-en-door corrupte regime van Haïti, klaagde er gisteren (27 januari) over dat hij nog geen cent had gezien en kreeg als antwoord dat het grootste deel van de hulpgelden en -middelen rechtstreeks wordt overgemaakt aan de Verenigde Naties en aan de plaatselijk aanwezige niet-gouvermentele organisaties (NGO’s).
Bronnen: The National: Arab nations bring relief to Haiti victims door James Reinl van 23 januari 2010; Arab News: Kingdom donates $50m for Haiti quake relief van 26 januari 2010



















