Dagelijks archief: 22 januari 2010

Vervolging van christenen neemt wereldwijd toe [deel 2]: de Palestijnse gebieden

Christenvervolging neemt wereldwijd toe

[deel 2]: de Palestijnse gebieden door Franklin ter Horst

Al jaren weigeren de Wereldleiders, de internationale media en de kerken te reageren op één van de meest verontrustende aspecten in de gebieden die onder controle staan van het PA/PLO terreurbewind in Ram’allah -de moslimintimidatie en geweld jegens hun christelijke medeburgers. Een schokkende gebeurtenis vond plaats in de nacht van 3-4 september 2005 toen honderden gewapende ‘Palestijnse’ moslims uit het nabijgelegen dorp Dair Jarir onder het schreeuwen van “Allahu Akbar, verbrand de ongelovigen, verbrand de kruisvaders” de plaats Taibe in de buurt van Ram’allah bestormden.

Wat was er aan de hand? Een moslimvrouw genaamd Hiyam Ajaj, was verliefd geworden op haar christelijke baas Mehdi Khouriyye, eigenaar van een winkel in Taibe, en was zwanger van hem geraakt. Haar familieleden ontdekten dit en gaven haar een beker gif te drinken waarop zij stierf. Dat was op 1 september. Alsof deze brutale moord nog niet genoeg was- de islamitische wet verbiedt relaties tussen moslims en christenen- bestormden de mannelijke familieleden van de vrouw, en een paar honderd anderen de huizen van de christenen in Taibe. Meubels, juwelen en elektrische apparatuur werden geroofd, de huizen met molotov cocktails bestookt, met benzine overgoten, en in brand gestoken. Tenminste 16 huizen, een aantal winkels, een boerderij en een benzinestation, werden daarbij verwoest en auto’s, en een standbeeld van de maagd Maria, vernield.

“Het leek wel oorlog, zij arriveerden in groepen en trokken al plunderend en brandstichtend door de straten” zei een bewoner van Taibe aan de Jeruzalem Post. Pas uren later verscheen de PA/PLO ‘politie’ en de brandweer. Een paar vandalen werden door de politie meegenomen, maar na een korte ondervraging weer vrijgelaten. Kouriyye werd door de politie gearresteerd en opgesloten en volgens zijn familieleden, gemarteld. Bijna iedere dag-Ik herhaal, bijna iedere dag- worden christelijke gemeenschappen/gezinnen lastig gevallen door islamitische extremisten” aldus een woordvoerder van de RK-kerk in het Heilige Land. Als het niet de leden van Hamas of de Islamitische Jihad zijn, dat zijn het wel leden van de ‘Palestijnse’Autoriteit.

Het vermoorden van islamitische vrouwen die een relatie met een christen zijn aangegaan, is wijd verbreidt in de Arabische wereld. Ook het PA/PLO bewind staat dit soort moorden toe, waarvan er jaarlijks zo’n 22 plaatsvinden. In Jordanië, is een wet van kracht die familieleden volledig vrijwaard voor gevangenisstraf wanneer ze dit soort moorden plegen. De gebeurtenis in Taibe zou grote koppen hebben opgeleverd in de internationale media, en hevige protesten van een groot aantal kerken wereldwijd, indien Israël bij deze gewelddadigheden betrokken zou zijn geweest.

De christenen in de PA/PLO-gebieden worden al jaren geconfronteerd met geweld van Mohammed’s aanhangers. Wat de wereld nauwelijks weet is dat alleen al in de regio Bethlehem, tussen 2000-2004, 93 pogroms hebben plaatsgevonden. Gedurende de afgelopen jaren zijn honderden christenen gearresteerd omdat zij zonder toestemming religieuze diensten hebben gehouden. Christenen worden verdreven, vermoord, verkracht, stelselmatig vervolgd, gemolesteerd en geïntimideerd. Dat is het leven van christenen in Bethlehem en andere van oudsher christelijke plaatsen in het oude Bijbelse land. De schuldigen blijven onbestraft.

Onderzoeksjournalist David Bedein van het Beit Agron Perscentrum in Jeruzalem vertelde enige tijd geleden in Front Page Magazine.com, het verhaal van een jongen van 12 die door zijn schoolmaatjes is doodgeslagen omdat hij vol respect sprak over het christen zijn van zijn oom. Bedein schreef ook uitgebreid over de christenvervolging, maar ontdekte dat deze problemen stelselmatig door de internationale media, de Wereldleiders en ook de kerken, worden genegeerd alsof er niets aan de hand is. In een rapport van het Barnabas Fund van een paar jaar geleden, staat dat islamitische extremisten een moslim die zich tot het christendom had bekeerd, op afschuwelijke wijze hebben vermoord. De man was van huis vertrokken met in zijn bagage christelijk materiaal waaronder video’s, cassettebandjes en een bijbel. Na 10 dagen werd zijn lichaam bij zijn vrouw en twee kinderen afgeleverd, in vier stukken gesneden. Het Barnabas Fund heeft verder geen nadere details over de gebeurtenis gegeven voor de veiligheid van de familie van het slachtoffer.

Onder de moslim sharia wet, verdiend een ieder die de islam vaarwel zegt, de dood. Volgens het Barnabas Fund vormen christenen in de PA/PLO-gebieden al enige tijd doelwit van militante islamieten. Zo ontvangt de terreurbeweging Hamas financiële ondersteuning van Iran voor dit doel. De etnische zuivering van christenen in deze gebieden is gigantisch. Bethlehem en Nazareth, van oudsher christelijke plaatsen, zijn nu praktisch geheel islamitisch. In 1948 was 80% van de inwoners van Bethlehem christen, in 1995 nog 62% en vandaag is dat minder dan 20%. 80% is moslim. In alle gebieden maken de christenen nog maar 2.4% uit van de bevolking. Twee miljoen christenen zijn de laatste 20 jaar het Midden Oosten ontvlucht vanwege vervolging, verkrachting en moord. Ongelooflijk maar waar: de internationale media geeft Israël de schuld van deze massa-immigratie. Maar dit is wel erg ver bezijden de waarheid. Het patroon is heel erg duidelijk; zodra plaatsen worden overgedragen aan het bewind in Ram’allah, krijgen de christenen met islamitische terreur te maken en ontvluchten ze deze plaatsen/gebieden. Bethlehem en andere plaatsen zijn daar een heel schrijnend voorbeeld van.

Het merendeel van de 3 miljoen Arabieren die onder bestuur staan van het PA/PLO-bewind zijn moslims. Er zijn nog ca 30.000 christenen in deze gebieden over waarvan een deel regelmatig met terreur wordt geconfronteerd. Zo zagen twee tot het christendom bekeerde Arabische broers zich enige tijd geleden genoodzaakt hun toevlucht in Israël te zoeken om te ontkomen aan een wisse dood. WorldNetDaily meldde dat één van de broers, Nassar Salam, een actief lid van de Fatah terreurbewging, op het moment van zijn bekering werd gevangen genomen en gemarteld. De andere was al ter dood veroordeeld, maar beiden wisten te ontsnappen naar Israël. Waar ze zijn gebleven is niet wereldkundig gemaakt om hun levens niet alsnog in gevaar te brengen. De Fatah terreurbeweging heeft beide broers ervan beschuldigd te collaboreren met Israël. Het is de bekende beschuldiging aan het adres van christenen of van hen die zich kritisch uitlaten over het bewind in Ram’allah. Van hun zuster die zich ook had bekeerd, is niets meer vernomen sinds de beide broers zijn gevlucht.

Op 16 augustus 2001 werd Mohammed Bak’r een christen Arabier door de PA/PLO ‘politie’ gearresteerd en gevangen gehouden in het dorp Salfet. Bak’r werd ervan beschuldigd een verrader van de islam te zijn vanwege zijn bekering tot het christendom en daarom de dood verdiende. Via een familielid werd bekend dat hij werd gemarteld. Ze hadden hem met zijn handen aan het plafond gehangen met zijn voeten van de vloer. In dezelfde gevangenis zat nog een andere ex-moslim die na herhaalde verzoeken eindelijk zijn familie op bezoek kreeg. De man was zo vreselijk gemarteld dat hij zijn eigen naam niet eens meer wist. Een andere christen-arabier Saaëd werd tijdens ondervraging zo meedogenloos geslagen dat hij van ellende een valse bekentenis aflegde. Ze sloten hem op in een stikdonkere ondergrondse cel totdat hij onder druk van het Rode Kruis uiteindelijk werd overgeplaatst naar een ‘normale’ gevangenis.

Marwan Barghouti

Ook de Fatah-Tanziem terreurbeweging zaaide tussen 2000-2002 doodsangst onder de christelijke bevolking van onder meer Bethlehem en Beit Jala, een dorp nabij Bethlehem. Het christelijke dorp Beit Jala werd als basis gebruikt voor het beschieten van Gilo, een buitenwijk van Jeruzalem. De Tanziem werd geleidt door terrorist Marwan Barghouti, de man die in Israël is veroordeeld tot vijf keer levenslang plus twee keer twintig jaar wegens moord op onschuldige Israëlische burgers, lidmaatschap van een terreurbeweging en samenzwering.

De bende verschanste zich in huizen van christenen, die dikwijls met geweld uit hun huizen werden verdreven, hotels, kerken en op begraafplaatsen om van daaruit Gilo onder vuur te nemen, wetende dat de Israëli’s het vuur zouden beantwoorden. De bedoeling ervan was duidelijk! Men hoopte dat Israël slachtoffers zou maken onder de christelijke bevolking zodat er een golf van commentaar in de wereld zou losbarsten en men Israël zou beschuldigen van buitensporig geweld. De Tanziem bezat een dodenlijst met daarop de namen van christelijke mannen die zonder ook maar enig bewijs, van collaboratie werden beschuldigd. De huizen van deze vermeende collaborateurs werden regelmatig door gemaskerde Tanziem leden onder vuur genomen waarbij diverse doden zijn gevallen.

In 2002 bezetten meer dan 100 Fatah-Tanziemterroristen, op de vlucht voor de Israëlische troepen die een eind wilden maken aan de terreur van deze bende, de Geboortekerk in Bethlehem. De kerk werd als een fort gebruikt om Israëlische troepen onder vuur te nemen. De wereld sprak van buitensporig geweld van de kant van Israël. Een priester vertelde dat de Tanziem, de kerk met geweld was binnengedrongen en dat de ‘Palestijnen’ vernielingen hadden aangericht en zich schandalig hadden gedragen. De perfide PA/PLO nazi-propagandamachine meldde dat Israëlische militairen een priester in de kerk hadden doodgeschoten. De internationale media, het Vaticaan en de Italiaanse regering spraken van een barbaarse moord. Maar de priester stond de volgende dag springlevend een aantal journalisten te woord.

Wat de wereld te zien kreeg was uiteindelijk een totale ontwijding van de Geboorte kerk. Zij misbruikten niet alleen nonnen, priesters en monniken als gijzelaars, maar zij stalen en verwoesten ook bijna alle waardevolle voorwerpen uit wat men de geboorteplaats van Jezus noemt. Maar desondanks liet geen enkele kerkelijke instelling ook maar enige vorm van protest horen. De terroristen lieten bij het verlaten van de kerk 50 geweren achter en 40 explosieven die waren aangebracht door de hele kerk. Overal lagen voedselresten, ramen waren vernield en de hele kerk stonk naar urine terwijl er toiletten aanwezig waren. Op 18 april 2002 sprak de Israëlische president Katsav er zijn verbazing over uit dat de christelijke wereld zijn klachten richt tegen het Israëlische leger in plaats van tegen de ‘Palestijnse’ bezetters die zich in de kerk verschanst hadden. De knuffelgevoelens van de Europese leiders voor de ‘Palestijnse’terreurbendes werd nog weer eens duidelijk toen Brussel besloot de 13 terroristen (de bende van 13) die leiding hadden gegeven aan de bezetting van de kerk, op kosten van de Europese belastingbetaler in een aantal Europese landen onder te brengen, waar ze vandaag voor zover bekend, nog steeds verblijven.

Rami Ayyad

Op zondag 7 oktober 2007 werd het lichaam gevonden van Rami Ayyad. Rami werd op de zaterdag daarvoor door een onbekende groep ontvoerd en wreed vermoord. Zij lichaam werd gevonden in de buurt van de Bible Book Shop in het centrum van Gaza-Stad. Zijn schedel was ingeslagen en hij was diverse keren gestoken met en mes. Rami was al vaak met de dood bedreigd. Hij werkte voor de Palestinian Bible Society en gaf leiding aan het team dat de Bookshop runt.

De hoge prijs die de christenen in de PA/PLO-gebieden betalen krijgt nauwelijks enige aandacht in de media en de kerken komen alleen maar in actie als ze Israël kunnen schofferen. Een groot aantal kerkleiders reageert volledig bezeten als het om Israël gaat, maar als christenen sterven in hun eigen geboorteplaatsen door moslimbendes, doen ze er het zwijgen toe. Ook het Vaticaan doet geen enkele moeite de slinkende christelijke bevolking te beschermen, zij worden volledig aan hun lot overgelaten. Deze houding doet het goed bij de moslims want die kunnen immers maar beter te vriend worden gehouden!

In de overwegend christelijke plaats Jifna, een paar kilometer ten noorden van Ram’allah, zijn eind mei 2009 zo’n 70 christelijke graven geschonden. Graftstenen zijn kapotgeslagen, metalen en houten kruisen en een beeld van madonna beschadigd. Er zijn ook Palestijnen die toegeven dat er iets goed mis is met de manier waarop christenen moeten leven in de PA/PLO gebieden.

Volgens de mensenrechtenorganisatie OFWI (One Free World International) zijn in de Moslimwereld in 2009 ruim 165.000 Christenen vermoord, enkel vanwege hun geloof. Iedere drie minuten wordt er ergens in een Islamitisch land een Christen gemarteld vanwege zijn levensovertuiging. De Palestijnse Moslimterroristen op de Gazastrook maken het helemáál bont: zij graven zelfs de lijken van overleden Christenen op, omdat deze de grond zouden ‘verontreinigen’.Voorganger Majed El Shafie, het hoofd van One Free World International dat in Toronto haar hoofdkantoor heeft, staat aan het hoofd van een delegatie die bestaat uit mensenrechtenactivisten, leden van het Canadese parlement en diverse religieuze voormannen, die een mensenrechtenconferentie in Jeruzalem heeft georganiseerd. Volgens El Shafie worden er op dit moment over de hele wereld tussen de 200 en 300 miljoen Christenen vanwege hun geloof in Jezus Christus vervolgd. 80% van deze vervolging vindt plaats in Moslimlanden, de rest in hoofdzakelijk communistische landen (Noord Korea, China).

Terug naar Vervolging van christenen neemt wereldwijd toe [deel 1]: de moslimwereld

Bronnen: Christenvervolging neemt wereldwijd toe door Franklin ter Horst van 14 oktober 2005 laatst bijgewerkt op 14 december 2009; Women in Green Media releases van 18 september 2005; Israel Heute van 5 september 2005; Honest Reporting van 6 september 2005.

Vervolging van christenen neemt wereldwijd toe [deel 1]: de moslimwereld

Volgens de mensenrechtenorganisatie OFWI (One Free World International) zijn in de Moslimwereld in 2009 ruim 165.000 Christenen vermoord, enkel vanwege hun geloof. Iedere drie minuten wordt er ergens in een Islamitisch land een Christen gemarteld vanwege zijn levensovertuiging. De Palestijnse Moslimterroristen op de Gazastrook maken het helemáál bont: zij graven zelfs de lijken van overleden Christenen op, omdat deze de grond zouden ‘verontreinigen’.

Voorganger Majed El Shafie, het hoofd van One Free World International dat in Toronto haar hoofdkantoor heeft, staat aan het hoofd van een delegatie die bestaat uit mensenrechtenactivisten, leden van het Canadese parlement en diverse religieuze voormannen, die een mensenrechtenconferentie in Jeruzalem heeft georganiseerd. Volgens El Shafie worden er op dit moment over de hele wereld tussen de 200 en 300 miljoen Christenen vanwege hun geloof in Jezus Christus vervolgd. 80% van deze vervolging vindt plaats in Moslimlanden, de rest in hoofdzakelijk communistische landen (Noord Korea, China).

Christenvervolging neemt wereldwijd toe

door Franklin ter Horst

Er is een schrikbarende toename te constateren van moordpartijen op christenen wereldwijd.Waren het tot voor kort voornamelijk moslims die zich hier mee bezig hielden, de laatste tijd zijn het ook steeds vaker extremistische Hindoes. Open Doors, een organisatie die opkomt voor vervolgde christenen wereldwijd meldde dat er sinds augustus 2008, in de Indiase deelstaat Orissa, zeker 500 christenen zijn vermoord door de extremistische Hindoebeweging RSS. Daarnaast zijn 5000 huizen van christenen verwoest, alsmede 200 kerken andere christelijke instellingen en zelfs hanen, geiten en buffels werden gedood.

Ruim 50.000 mensen zijn in paniek gevlucht. Zo’n 30.000 verblijven er nog steeds in de vluchtelingenkampen van de overheid. Tienduizenden, waarvan velen ernstig gewond, leven in de bossen. Ze zijn bang om naar hun dorpen terug te keren, omdat ze vrezen gedwongen te worden om zich tot het Hindoeïsme te bekeren. De moord op een RSS-leider Swami Laxmanananda Sarawati, op 24 augustus 2008, was de directe aanleiding voor het geweld tegen de christenen. Zelfs nadat Maoistische aktivisten toegaven de moord te hebben gepleegd, is de vervolging van christenen gewoon doorgegaan. Sinds India zelfstandig is geworden, is er nog nooit zoveel geweld tegen christenen geweest, zegt Open Doors-directeur Tjalling Schotanus.’De politie doet weinig of niets om christenen te beschermen. Nadat een non was verkracht stonden de agenten later vriendelijk te praten met één van de mannen die haar hadden verkracht. Toen ze aangifte wilde doen, waarschuwde de politie haar voor de gevolgen.

Extremistische Hindoe-groeperingen in India beloven geld, voedsel en alcohol aan iedereen die christenen vermoord en hun huizen verwoest. Faiz Rahman, de voorzitter van ‘Good News India’, zegt dat vooral christelijke leiders het doelwit zijn. “De beloning voor het vermoorden van een voorganger is $ 250.” Rahman, het hoofd van diverse weeshuizen, heeft al 25 voorgangers geholpen om uit vluchtelingenkampen te komen, maar zegt dat zo’n 250 christelijke leiders nog altijd ondergedoken zitten. ‘Alle voorgangers zijn gewilde doelwitten,’ aldus Rahman tegenover de Engelse organisatie Release International. ‘Daarom moeten we hen uit de kampen zien te krijgen.’Een official zei persoonlijk getuige geweest te zijn van de ‘crematie van meer dan 200 lichamen’ nadat christenen de schuld hadden gekregen van de dood van RSS-leider. Volgens de mensenrechtenorganisatie Barnabus Fund worden christenen in Orissa onder dreiging van verkrachting en moord op hun kinderen gedwongen zich te ‘bekeren’ tot het Hindoeïsme. Een christelijke familie werd gedwongen koeienuitwerpselen te eten om zichzelf te ‘reinigen’ van het christendom.In een brief aan de eerste minister van de staat verklaarden de katholieke bisschoppen van Orissa dat de aanvallen op christenen onderdeel vormen van een vooropgezet plan om het christendom in de regio uit te roeien, zodat er een aparte Hindoe-staat opgericht kan worden [bron].

Door moslims verwoeste huizen in Korian

Ook in het buurland Pakistan worden christenen door moslimbendes afgeslacht. In het Pakistaanse dorp Korian zijn op 29 juli 2009, onder het schreeuwen van ‘dood de ongelovigen’ enkele tientallen christelijke vrouwen en kinderen om het leven gekomen nadat moslims zo’n 60 huizen van hen in brand staken. Toen de politie in wilde grijpen blokkeerden de moslims de toegangsweg naar het dorp.Dit is niet de eerste aanval van moslims op christenen in de provincie Punjab. Eerder werden in het dorpje Bahamin Wala huizen van christenen in brand gestoken. Iedere keer wordt dezelfde reden opgegeven: christenen zouden de Koran ontheiligd hebben, iets wat door de christelijke minderheid ten stelligste ontkend wordt.

De aanval in Korian vond plaats tijdens een christelijk huwelijksfeest. Via de luidsprekers van de moskee werden de moslims opgehitst om de ‘ongelovigen ‘ een lesje te leren. Omdat het nacht was hadden velen van hen de deuren van hun woningen op slot gedaan, vanwege de voortdurende vijandige houding en dreiging met geweld door de moslims. Sinds de groeiende invloed van de islam in de jaren ’70 hebben christenen in Pakistan het steeds moeilijker gekregen. In de hoofdstad Islamabad zijn ze verplicht te wonen in een ghetto, omgeven door een muur die aan de bovenkant voorzien is van scherpe glasscherven. De zwaar gediscrimineerde christenen mogen geen werk verrichten dat door moslims kan worden gedaan, hun huizen krijgen geen stroom geleverd en hun vuilnis wordt niet opgehaald.

Eveneens in Pakistan werden in de plaats Gojra op 1 augustus 2009, 100 huizen geplunderd en 50 huizen in brand gestoken. Daarbij werden 9 christenen door moslims gedood omdat er een koran zou zijn ontwijd, maar daar bleek na onderzoek geen sprake van te zijn. De slachtoffers waren levend verbrand. Ook twee kerken gingen in vlammen op. Net als in Korian zou de menigte door moslimextremisten zijn misleid.

In New Jersey in de Verenigde Staten is op 16 januari 2005 een christelijk gezin op gruwelijke wijze door moslimextremisten vermoord. De moordenaars hadden Hossam Armanious, zijn vrouw Amal Garas en hun twee dochters eerst vastgebonden, toen gemarteld en daarna de keel doorgesneden. De familie waren Koptische christenen. Hossam ontving de laatste twee maanden met regelmaat doodsbedreigingen van moslims omdat hij zich kritisch over de islam zou hebben uitgelaten. In een van de bedreigingen aan zijn adres stond: “Je kunt maar beter stoppen met je kritiek, anders zullen wij jou slachten als een kip”. Sylvia, een van de meisjes uit het gezin, was voordat ze haar de keel doorsneden, eerst herhaaldelijk met een mes in haar borst gestoken omdat zij een tatoo van een Koptisch kruis op haar borst droeg. Ook was ze in haar polsen gestoken omdat ze hiermee haar gezicht probeerde te beschermen. Sympathisanten van “de religie van de vrede” hebben opgeroepen de zaak niet al teveel op te blazen omdat, zo zeggen ze, een toename van haat tegen de moslimgemeenschap vrezen.

In de belangrijkste hadith (islamitische overlevering), die van Boechari, staat duidelijk: “Islam is er om te heersen en niet om beheerst te worden.” Jihad, de heilige oorlog is de plicht van elke moslim. Wie de jihad afwijst is een afvallige, niet langer een moslim en daarmee zelf een doodskandidaat. Dat volgt niet alleen uit de Koran en de andere geschriften, maar ook uit de handelingen van Mohammed, wiens daden door alle moslims dienen te worden nagevolgd. Het is verbijsterend wat moslims hebben aangericht in Indonesië, op Ambon waar hele dorpen met christenen zijn uitgemoord, in Pakistan, India, Nigeria, en Soedan, terwijl het Westen de andere kant opkijkt. De oorlog tussen Eritrea en Ethiopië, was in werkelijkheid een oorlog tussen moslims en christenen.

In Nigeria worden regelmatig Christenen door moslims met machetes in de straten afgeslacht. Nigeria is het land met de grootste bevolking van Afrika (140 miljoen mensen). 12 van de 36 Nigeriaanse staten worden geregeerd door de sharia wet, de islamitische apartheidswet die niet moslims discrimineert en vrouwen als minderwaardige schepsels ziet. De rechten van vrouwen en niet-Moslims zijn ontbonden. Nigeria heeft zich volledig overgegeven aan de jihad en dat wordt aangemoedigd door buitenlandse Arabieren, “Palestijnen“, Syriërs, en Soedanezen, die allen adviseurs zijn voor de mulla’s in Nigeria en die de Moslim militia’s, die daar in de afgelopen jaren huishouden, financieren en trainen.

Er zijn de laatste jaren honderden kerken verwoest en duizenden Christenen vermoord. Soldaten die de orde moeten herstellen, doen daar dikwijls volop aan mee.Complete dorpen zijn uitgemoord. In de stad Kano werden Mohammed’s volgelingen door moslimleiders in de moskee opgejut. Deze gingen vervolgens de straat op en vermoorden elke christen die ze tegenkwamen. Huizen van christenen en maar liefst dertig kerken gingen in vlammen op. Dertigduizend christenen kwamen zonder huis te zitten. Tenminste 1750 christenen werden op beestachtige wijze vermoord, onder wie tien voorgangers. In de plaats Vaase werden 1200 burgers door militairen gedood.

Op 27 juli 2009 braken er opnieuw gevechten uit tussen radicale moslims en veiligheidstroepen in het noorden van Nigeria. Volgens een verslaggever van de BBC lagen in de plaats Maiduguri in de staat Borno meer dan honderd doden in de straten. Volgens ooggetuigen zijn mensen uit hun auto’s gesleurd en koelbloedig vermoord. Een deel van de strijders zou afkomstig zijn van de beweging Boko Haram van de moslimprediker Mohammed Yusuf. Die strijdt voor invoering van de islamitische wetgeving in heel het land en keert zich tegen westers onderwijs. Één van de slachtoffers vertelde het zeer schokkende verhaal dat drie predikanten in opdracht van Yusuf waren onthoofd omdat ze hadden geweigerd zich tot de islam te bekeren. Kort na deze slachtpartij is Yusuf door de Nigeriaanse politie doodgeschoten toen hij op de vlucht probeerde te slaan. Een agent vertelde dat de 39 jarige Mohammed Yusuf om genade en vergeving smeekte, voordat hij werd doodgeschoten. Dat berichtte de BBC op 31 juli 2009. De staatstelevisie toonde beelden van het met kogels doorzeefde lichaam van de moslimsekteleider.

Tienduizenden Christenen zijn door moslims vermoord in Indonesië. 8000 christenen zijn hier met geweld overgegaan tot de Islam onder druk van bewapende islamitische bendes. Zij die weigerden werden vermoord. De al jaren durende bloedige oorlog in Soedan- de moslims in het noorden, tegen de christenen in het zuiden- hebben aan honderdduizenden christenen het leven kost. Christenen werden levend uit vliegtuigen gesmeten. Er bestaan geen taboes meer voor deze hellehonden.

Vervolging van christenen in Irak

De Palestijnse commentator Abd Al-Nasser Al-Najjar schreef in een artikel in de Palestijnse krant Al-Ayyam in oktober 2008 waarin hij de vervolging van Arabische christenen scherp veroordeelde:

“Christenen worden niet alleen in Irak vervolgd, maar in de meeste Arabische landen. Ze zijn het slachtoffer van discriminatie en van verdrijving. Vanaf 2008 zijn 50 procent van de Iraakse christenen uit hun huis en hun land verdreven. In de Palestijnse gebieden is deze trend hetzelfde. Hier worden huizen van christenen zomaar in beslag genomen. De daders blijven onbestraft omdat ze steun ondervinden van het regiem en de vele zogenaamde ’veilgheidsdiensten’.”

Half oktober 2006 is in de Iraakse stad Baqouba een 14-jarige christelijke jongen door moslims onthoofd. Dat bericht de Assyrian International News Agency (AINA). De jongen, Ayad Tariq, probeerde een electrische generator te starten toen drie moslims op hem toeliepen. Ze vroegen hem om een identiteitsbewijs. Volgens een ooggetuige, die alles zag gebeuren, maar die zich verborg uit angst ook door de mannen onder handen te worden genomen, begonnen de moslims Ayad Tariq te schoppen en te slaan toen ze op zijn identiteitsbewijs het woordje ‘christen’ zagen staan. “Dus jij bent een christelijke zondaar”, riepen ze. “Ik ben wel een christen, maar ik ben geen zondaar”, gaf de jongen hen ten antwoord. Daarop werd hij door enkele mannen van achteren vastgepakt, waarna een van hen een mes pakte en de jongen het hoofd afsneed, onderwijl uitroepend ‘Allahu akbar! Allahu akbar!‘. Duizenden christelijke gezinnen zijn uit de Iraakse stad Mosul gevlucht vanwege moord en bedreiging door voornamelijk soennieten. Zij hebben noodgedwongen hun toevlucht gezocht in scholen en kerken op het platteland in de provincie Nineveh.

De Telegraaf meldde op 23 juli 2007 “Christenen worden Irak uitgetreiterd”. Bij de val van Saddam Hoessein in 2003 waren er nog 1.5 miljoen christenen, zo’n 8 procent van de Iraakse bevolking. Nu zijn het er minder dan 500.000 en ze blijven hun vaderland ontvluchten, weggetreiterd door soenitische, sji’itische en Koerdische groeperingen. Het gaat voornamelijk louter om Assyriërs, een volk dat al minstens 5000 jaar in Mesopotamië- het huidige Irak- leeft en 2000 jaar geleden tot het christendom overging. Zij spreken een moderne versie van de oorspronkelijke taal van de Bijbel, het Aramees.Het is hun religieuze overtuiging die hen tot doelwit maakt.

Het meest sprekende voorbeeld is het stadsdeel Dora in Bagdad. Dat was het Assyrische, dus christelijke stuk van de Iraakse metropool. Dora stroomt in ras tempo leeg en wordt overgenomen door soennitische groepen gelieerd aan Al-Qaeda. In Dora worden de christenen zonder pardon vermoord, kerken platgebrand en priesters doodgeschoten. In de wijk alleen al zijn zeker 500 winkels van Assyriërs in vlammen op gegaan. Ook in Mosoel, in het Koerdische noorden van het land, hebben de Assyriërs het zwaar te verduren.Terroristen in Dora vragen de christelijke families zich tot de islam te bekeren. Willen ze dat niet, dan moeten ze vertrekken of beschermbelasting betalen.

In Irak zijn de inwoners verplicht hun godsdienst op hun identiteitsbewijs te vermelden. Diverse mensenrechtenorganisaties hebben er al op aangedrongen om die verplichting te laten vallen [bron].

Lees verder in Vervolging van christenen neemt wereldwijd toe [deel 2]: de Palestijnse gebieden

Bronnen: Christenvervolging neemt wereldwijd toe door Franklin ter Horst van 14 oktober 2005 laatst bijgewerkt op 14 december 2009; Women in Green Media releases van 18 september 2005; Israel Heute van 5 september 2005; Honest Reporting van 6 september 2005.

Een straaltje licht van Zion schijnt over Haïti

“Heb je de Israëlische inspanningen in Haïti gezien op het nieuws?”

“Jawel.”

“En dat het aantoont dat het soms toegestaan wordt dat een straaltje licht van Zion màg doorschijnen?”

“In tegenstelling tot de reguliere anti-Israël bias van de media!!”

” [..] “

“Sorry, dat ik erover begon.”

In zijn cartoon van heden verheugt Dry Bones, alias van de Israëli Yaakov Kirschen, zich in de [meer dan gewone] aandacht die het Israëlische hulpteam in Haïti krijgt door de internationale media.

Dry Bones: “Hier in Israël zetten wij met trots onze reddingsoperatie in Haïti in het licht. Onze kranten zijn gevuld met foto’s en verslagen uit de eerste hand. En zo nu en dan worden we verrast  wanneer we een glimp opvangen van de erkenning van wat we doen door de doorsnee media. Enkele voorbeelden van die waardering kan je bijvoorbeeld lezen op de blog van Shiloh Musings: “Look! There’s Hebrew!!!”:

We’ve been watching the news, and of course it’s about what’s going on in Haiti since the earthquake.  Even when Israel isn’t mentioned, you can’t miss the Hebrew on the uniforms, vests etc. It’s strange to think that Israel managed to organize so well, while richer countries haven’t.  Israel always send aid to disaster areas, and it’s not chocolate and candy. When news stations like CNN list the countries helping, Israel is at the end, sort of swallowed like it’s hard for the newscaster to say something good.  But in the pictures, you can see the Israelis.

Over de aardbeving in Haïti en het Israëlisch hulpteam op Brabosh.com:

Videoclip hierboven van 20 januari 2010: Kapitein Barak Raz, hoofd van het Noord-Amerikaanse kantoor van de persafdeling voor het buitenland, beschrijft de levensreddende inspanningen die door het IDF in Haïti worden gedaan. Op woensdag 20 januari 2010 behandelde het IDF Veldhospitaal in Port-au-Prince 380 patiënten en voerde 140 chirurgische ingrepen uit. Ongeveer 50 patiënten werden opgenomen in het hospitaal, 7 bevallingen werden met succes uitgevoerd waaronder 2 prematuren. In het hospitaal vielen helaas ook 12 sterfgevallen te betreuren. Volg de dagelijkse berichtgeving over de acties van het IDF op: IDF desk op You Tube.

Hamas in Gaza: het terrorisme aan de macht [deel2]

Op 25 januari 2006 verkreeg de Islamitische Verzetsbeweging Hamas een meerderheid in het Palestijnse parlement. De beweging pleegde tal van terreurdaden en verheerlijkt de jihad en de martelaarsdood. Hamas is een vertakking van de internationaal opererende Moslim Broederschap. Deze streeft naar dominantie van de islam in de wereld. Hamas is geen nationalistische organisatie die uit is op de vestiging van een onafhankelijke Palestijnse staat naast Israël. Het Europese concept van staten is strijdig met de fundamentalistisch-islamitische opvattingen.

In de strijd tegen Israël bedient Hamas zich van theologische anti-Joodse argumenten die aan de Koran en de Hadith zijn ontleend en van Europese antisemitische denkbeelden. Zo werden samenzweringstheorieën uit ‘De Protocollen van de Wijzen van Zion‘ in het Hamas-handvest verwerkt.

Hamas – portret en achtergronden plaatst Hamas in een historische en regionale context. Het boek geeft een diepgaand inzicht in de ideologie van en de internationale reacties op een beweging die in hoge mate de toekomst van het Midden-Oosten zal bepalen. Uit dit boek verschijnt op Brabosh.com het hoofdstuk ‘Terrorisme aan de macht’ (blz. 185 t/m blz. 210) in twee delen.

Wim Kortenhoeven specialiseerde zich in politieke vraagstukken over Jodendom en het Midden-Oosten. Al meer dan vijftien jaar schrijft hij analyses over deze onderwerpen. Hij is als researcher en redacteur werkzaam voor het Centrum Informatie en Documentatie Israël. In 2005 verscheen van zijn hand bij Aspect De kern van de zaak. Feiten en achtergronden van het Arabisch-Israëlisch Conflict.

De CIDI-informatiereeks verdiept het inzicht in het Midden-Oosten. CIDI is een onafhankelijke stichting, opgericht in 1974 door de Joodse gemeenschap in Nederland, met het doel voorlichting te geven over Israël, het Midden-Oosten en het Joodse volk. Het CIDI: Centrum Informatie en Documentatie Israel brengt hier een dossier over Hamas.

Ga hier terug naar het eerste deel: Hamas in Gaza: het terrorisme aan de macht [deel 1]

Het terrorisme aan de macht [deel 2]

door Wim Kortenoeven

Steunbetuigingen en apologieen

De verkiezingsuitslag van 25 januari 2006 werd in Europa niet door iedereen negatief beoordeeld. Zo schreef AEL-voorman Dyab Abou Jahjah: “Dit is een glorierijke dag voor het Arabische Volk overal ter wereld. Een dag waarop de Palestijnen aan de hele wereld hebben getoond, dat zij eerlijke en vrije verkiezingen kunnen houden in de meest moeilijke omstandigheden, en zonder enige confrontaties of botsingen. Het is een glorierijke dag, omdat de keuze voor de weerstand en voor de totale bevrijding van Historisch Palestina, van de Zee tot aan de Jordaan, heeft overwonnen. Hamas won de verkiezingen. Hamas vertegenwoordigt voor her Palestijnse volk en voor de meeste Arabieren niet nog een van die Islamitische bewegingen tussen vele anderen, die streven naar een theocratische staat. Hamas is boven alles een Verzetsbeweging, die de bezetting bevecht en die het conflict niet als een kwestie van `grenzen’ benadert, maar als een kwestie van `bestaan’.”

En de Nederlandse publicist J.A.A. van Doorn onderschreef in Trouw de doelstellingen van de naar zijn mening ten onrechte als terroristisch gekwalificeerde Hamas-beweging: “Of Hamas meer succes zal hebben, valt sterk te betwijfelen. De organisatie staat te boek als `terroristisch’ omdat ze de Joodse staat weigert te erkennen en verantwoordelijk is voor vele van de bloedige zelfmoordaanslagen op Israëlische burgers. [...] Voor een goed begrip is het wel nodig te weten dat de kwalificatie `terroristisch’ een bedenksel is van de Israëlische premier Ariel Sharon die zijn kans waarnam toen Amerika, door Al Kaida getroffen, ineens overal `terroristen’ begon te ontwaren. Maar terwijl het terrorisme van organisaties als Al Kaida geen enkele legitimering kent, streeft Hamas een gerechtvaardigd doel na [...].”

Optimistische waarnemers betoogden dat de verkiezingsoverwinning Hamas zou dwingen zichzelf salonfähig te maken teneinde de internationale politieke en financiële steun voor de Palestijnse zaak niet in de waagschaal te stellen. Zo typeerde terrorisme-expert Walter Posch van het European Institute for Security Studies de Hamas-overwinning zelfs als `een teken van hoop’. Toetreding van Hamas tot de regering zou volgens Posch `automatisch veel van hun radicale gedrag op de proef stellen, zeker op de middellange termijn’.  Enige ophef ontstond over de positieve wijze waarop Hamas en Hezbollah waren neergezet in een op 29 maart 2006 verschenen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR):

“De discussies over de omgang van de EU met Hizbollah in Libanon en Hamas in de Palestijnse gebieden illustreren de dilemma’s van politieke toenadering. Beide organisaties hebben een politieke partij met een gewapende tak, en beide beschouwen aanslagen als gerechtvaardigd zolang Israël aanwezig is in de bezette gebieden. Hizbollah is zich na de terugtrekking van Israël uit Libanon steeds meer gaan toeleggen op de politiek en heeft een institutionaliseringstraject ondergaan. Ook Hamas is meer opgeschoven naar de politieke arena, overigens zonder de staat Israel te erkennen en geweld af te zweren. Drie jaar geleden nog besloot de EU mede onder Amerikaanse en Israëlische druk de beweging op haar lijst van terroristische organisaties te plaatsen. Maar het is voor het vredesproces en de toekomstige ontwikkeling van de regio onproductief Hamas uitsluitend als terroristische beweging te beschouwen, zijn democratisch gekozen politieke leiders ondanks de massale verkiezingsoverwinning van januari 2006 tot in lengte van dagen te isoleren en daarmee de verantwoordelijkheid te ontnemen voor een constructieve rol in het Israëlisch-Palestijns conflict. De beweging heeft grote legitimiteit en populariteit verworven onder de bevolking, voor een belangrijk deel dankzij sociale dienstverlening en het aan de kaak stellen van corruptie. Bovendien zullen de partijleiders van Hamas ook in de huidige situatie hun strategieën moeten afstemmen op de politieke realiteit, om zo voldoende invloed en steun te behouden. De EU heeft er begin 2006 dan ook terecht voor gekozen de economische hulp aan de Palestijnen voorlopig voort te zetten en een eventuele toekomstige regering van Hamas primair te beoordelen op haar concrete bijdragen aan de opbouw van de Palestijnse staat en het vredesproces in het Midden-Oosten.”

Het toenmalige VVD-kamerlid Ayaan Hirsi Ali reageerde op het rapport met de opmerking dat de `W’ van WRR blijkbaar staat voor ‘wereldvreemd’.

De langdurige onderschatting van het politieke potentieel van Hamas

Hoewel Hamas al sinds 1987 bestaat en de oorspronkelijk Egyptische moederorganisatie ervan, de Moslim Broederschap, al in 1928 werd opgericht, zijn er tot nu toe in het Nederlandse taalgebied geen voor een breed publiek toegankelijke publicaties over de `Islamitische Verzetsbeweging’ uitgegeven (de eerder genoemde CIDI-publicatie uit 1989 niet meegerekend). Dat manco kan voor een deel worden verklaard uit het feit dat er door de jaren heen naast Hamas een aantal andere – zowel islamistische als seculiere – terroristische organisaties in hetzelfde `werkgebied’ en met dezelfde methodes actief zijn geweest, waaronder de Palestijnse Islamitische jihad; de Al-Aksa Martelaren Brigades en de Tariziem (beide onderdeel van Al-Fatah, de belangrijkste fractie binnen de PLO); de Volks Verzets Comite’s (een afsplitsing van de Tanziem, met operationele contacten met Hamas); en het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (eveneens onderdeel van de PLO).

Tot 11 september 2001 werd terrorisme over het algemeen eerder geduid als een politiek (en dus gemotiveerd door op tijdelijke veranderingen gerichte doelstellingen) dan als een religieus (en dus gemotiveerd door op de eeuwigheid gerichte doelstellingen) verschijnsel. In het verlengde daarvan werd terrorisme algemeen gezien als een met ‘rationele’  middelen bestrijdbaar kwaad en als een factor die weliswaar politieke invloed kan hebben en die vanuit zogenaamde ‘schurkenstaten’ georkestreerd kan worden, maar die geen zelfstandige overheidsmacht zou kunnen verwerven en behouden zonder zichzelf eerst tot een aanvaardbare internationale gesprekspartner om te vormen – lees: zich te matigen.

Voorts werd, met betrekking tot het Palestijnse vraagstuk, door slechts weinigen getwijfeld aan blijvende politieke dominantie van de in 1964 opgerichte seculiere Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO), die met de zegen van de internationale gemeenschap een vrijwel absolute bestuurlijke en financiele controle over de `Palestijnse zaak’ had weten te verkrijgen. Het was de PLO die in 1974 door de VN en in 1993 door Israël, als `de vertegenwoordiger van het Palestijnse volk’ werd erkend, die vervolgens alle overeenkomsten met Israël heeft gesloten en die ook akkoord is gegaan met de in april 2003 door de internationale gemeenschap neergelegde `Routekaart voor de Vrede’. Dat de PLO na de dood van Arafat in terminale zin zou worden geconfronteerd met de risico’s van democratische processen, werd door vrijwel niemand voorzien. Ook het leiderschap van Hamas zelf had niet verwacht de parlementsverkiezingen van 25 januari 2006 overmacht te zullen winnen.

Al met al leek Hamas voordien in de Palestijnse nationale politieke arena in de ogen van veel waarnemers een secundaire – en bijgevolg minder relevante en interessante – speler te zijn, niet in de laatste plaats vanwege het feit dat de organisatie om principiële redenen niet had willen meedoen aan de parlementsverkiezingen van 1996 in de gebieden die door de Palestijnse Autoriteit werden bestuurd. Hamas zag de Palestijnse Autoriteit als een vorm van accommodatie met de Joodse staat en als zodanig als een ongewenst verschijnsel, waarin de organisatie niet wilde participeren. Dat beeld veranderde tijdens de Al-Aksa intifada (september 2000 – november 2004), die leidde tot het verbreken van de politieke contacten tussen de PA en Israël en tot het unilateraal door Israël plaatsen van de omstreden veiligheidsbarrière en de ontruiming van de Gazastrook plus een deel van Noord-Samaria. Daarnaast speelde in de externe beoordeling van Hamas als politieke factor het juridische aspect een rol.

In de Oslo-akkoorden had de PLO, in de hoedanigheid van officiële en internationaal erkende vertegenwoordiger van de Palestijnen, zich verplicht tot ontwapening en ontmanteling van Hamas en andere terroristische organisaties (zoals de Islamitische Jihad). Die verplichting werd bekrachtigd in de in 2003 door de internationale gemeenschap opgestelde `Routekaart voor vrede’. Uitvoering van de door de PLO ondertekende akkoorden werd gedelegeerd aan de Palestijnse Autoriteit. Deze was bovendien impliciet verplicht verkiezingsdeelname van Hamas en andere extremistische en/of terroristische actoren te verbieden.

De op 29 september 1995 tussen Israël en de PLO gesloten (en voor de Palestijnse Autoriteit bindende) `Interim-overeenkomst’ schrijft voor dat `de nominatie van alle kandidaten, partijen of coalities’ die zich aan racisme schuldig maken of dat propageren of die `de implementatie van hun doelstelling met onwettige of niet-democratische middelen nastreven’ moet worden geweigerd of ongedaan gemaakt. Dat sluit aan op de in democratieën gangbare mores dat organisaties als Hamas nooit tot het electorale proces zouden moeten worden toegelaten en dat zij uberhaupt als organisatie zouden moeten worden verboden en/of op last van de rechter ontbonden. Bijgevolg leek de politieke dominantie van de PLO en de belangrijkste fractie daarin, Al-Fatah, automatisch te zijn gegarandeerd.

In de praktijk heeft de door Al-Fatah gedomineerde Palestijnse Autoriteit vrijwel niets ondernomen om de activiteiten van Hamas en andere terreurorganisaties te bestrijden. Sinds het aantreden van de PA, op 1 juli 1994, heeft Hamas zich echter niet alleen (verder) gespecialiseerd in het plegen van grootschalige (bom)aanslagen met `zelfmoord’-terroristen, het uitbreiden van de eigen Izz al-Din al-Qassam militie, de verwerving van conventionele wapens en explosieven en de productie van bommen vorm van een alternatief sociaal-economisch en educatief vangnet voor de `gewone bevolking’. De belangen daarvan waren van meet af aan door Arafats Palestijnse Autoriteit verwaarloosd. Met het alternatieve systeem werd door Hamas ook een sterke politieke machtsbasis gebouwd, vooral in de Gazastrook. Dat werd door de jaren heen zichtbaar in verkiezingen waaraan Hamas wel deelnam, zoals die voor besturen van studentenorganisaties en kamers van koophandel en voor gemeenteraden,  niet alleen in de Gazastrook, maar ook op de West Bank. Ook de Israëlische terugtrekking uit de Gazastrook en de ontmanteling van de Joodse woonkernen in dat gebied, in de zomer van 2005, werden door Hamas geclaimd als een strategische overwinning op de Israëlische vijand, een overwinning die vooral dankzij de inspanningen van Hamas zou zijn geboekt. Die zelfgenoegzaamheid werd bekritiseerd door onder andere Jamal Shubaki, lid van de Palestijnse Wetgevende Raad voor de met Hamas om de volksgunst concurrerende Fatah-beweging.

De corruptie en het wanbestuur van de door PLO gedomineerde Palestijnse Autoriteit, en de alom gewaardeerde sociale en educatieve voorzieningen van Hamas, hebben ongetwijfeld een belangrijke rol gespeeld in de omwenteling van januari 2006, maar het fenomeen van de islamisering van de Palestijnse samenleving is eveneens een belangrijke factor. Het was ironisch genoeg juist de jaren lang door de Palestijnse Autoriteit uitgestelde maar onvermijdelijke democratisering die een einde maakte aan het seculiere PLO-regentschap. Amos Perlmutter schreef al in de zomer van 1994 in Foreign Affairs: “De enige samenhangende politieke kracht in Gaza is de anti-seculiere, radicale islamitische Hamas-beweging. [... ] Het is aannemelijk dat Gaza zich zal gaan scharen in het  gezelschap van andere seculier-pretoriaanse Arabische staten die voortdurend steun verliezen aan meer agressieve en traditionele radicale krachten. Echt democratische verkiezingen in Gaza zullen alleen de islamitische fundamentalisten aan de macht brengen.”

Iets minder dan tien jaar later, in januari 2004, schreef de Israëlische Midden-Oostenspecialist Jonathan D. Halevi over het ‘toenemende bewijs’ dat Fatah in het post-Arafat tijdperk haar politieke dominantie zou kunnen gaan verliezen: “Hamas maakt zich op om de Palestijnse Autoriteit te erven.” Halevi wees erop dat Hamas zich, in de inter-Palestijnse onderhandelingen van december 2003 in Caïro, openlijk en zelfbewust had gekeerd tegen het uitgangspunt dat de seculiere PLO de enige en exclusieve vertegenwoordiger van het Palestijnse volk was.

Palestijnse Autoriteit preekte Hamas-agenda

De omwenteling van januari 2006 heeft nog een ander ironisch aspect: ruim tien jaar systematische antisemitische, jihadistische en islamistische propaganda van de Palestijnse Autoriteit, via de media, het onderwijs en religieuze instellingen, heeft diepgaande ‘vormende’ gevolgen gehad, die naar moet worden gevreesd nog generaties lang zullen doorwerken. Bij veel Palestijnen werd de notie bevestigd dat de expliciet op de vernietiging van Israël gerichte Hamas-agenda te verkiezen is boven de gefaseerde (maar onsuccesvolle) onderhandelingsstrategie van de tussen 1994 en 2006 door Al-Fatah/PLO gedomineerde Palestijnse Autoriteit.

De Palestijnse Autoriteit predikte – met financiële steun van onder andere de Europese Unie – als het ware een actieprogramma dat Hamas aanbood ook daadwerkelijk, totaal en vooral zonder dralen en falen te zullen uitvoeren. In die zin hebben de PLO en de PA geoogst wat zij zelf hebben gezaaid en is de EU daarvoor indirect verantwoordelijk, zoals de Britse Europarlementarier Charles Tannock in een opinieartikel poneerde. In april 2004, nog tijdens Arafats bewind, werd uit een opiniepeiling duidelijk dat Hamas Al-Fatah met 32 tegen 27,1 procent van de stemmen in populariteit voorbij was gestreefd. Dezelfde peiling wees uit dat 76,5 procent van de Palestijnen het plegen van `zelfmoord’-bomaanslagen op Israëlische doelen steunde.

Seculiere versus religieuze argumenten

Na 25 januari 2006 werd in Israël en het Westen veel gespeculeerd over de politieke koers die Hamas zou gaan uitzetten en volgen als de organisatie eenmaal regeringsverantwoordelijkheid zou dragen. Daarbij werden soms analogieën geconstrueerd met de pragmatische politiek van de PLO, die net als Hamas over een handvest beschikte waarin de gewelddadige vernietiging van Israël als centraal doel werd omschreven. En had diezelfde PLO Israël uiteindelijk niet erkend en zijn handvest aan dat standpunt aangepast. De PLO kwam echter – in bestuurlijke zin – aan de macht in 1994, kort na de beëindiging van de Koude Oorlog, toen de wereld nog redelijk overzichtelijk was, toen alom nog werd geloofd in de onvermijdelijke vervulling van Fukuyama’s theorieën over de redelijkheid en rationaliteit van alle wereldburgers, ook die in islamitische staten.

Islamitisch fundamentalisme was in die periode wel manifest – zoals bijvoorbeeld in Iran, waar na de islamitische revolutie van 1979 een islamitische theocratie werd gevestigd – maar het werd door liberale rationalisten in het Westen niet als een potentieel wereldbedreigende ideologie beschouwd. Op basis van het internationaal erkende zelfbeschikkingsrecht van volken en in de traditie van nationalistische bevrijdingsbewegingen, propageerde de PLO de stichting van een Palestijnse natiestaat in het gebied tussen de Middellandse Zee en de Jordaan. Daarbij bediende de PLO zich van seculiere argumenten en jargon- die voor een belangrijk deel kunnen worden herleid naar de `anti-imperialistische’ ideologie van de voormalige Sovjet-Unie, waar een groot aantal PLO-functionarissen militair en/of ideologisch werd geschoold. Hamas daarentegen, heeft zich steeds gebaseerd op de orthodox-islamitische politieke visie. In het kader daarvan worden door Hamas alle seculiere PLO-argumenten van de hand gewezen en is de ‘volledige bevrijding van Palestina’, als waqf (onroerend goed met een speciale islamitische bestemming), niets meet dan een noodzakelijke fase op de weg naar de vestiging van een islamitische eenheidsstaat.

Overigens kan met recht worden getwijfeld aan de oprechtheid van de PLO waar het gaat om de erkenning van Israël in het kader van een twee-statenoplossing. Het erkennen van een staat is een ding, maar het erkennen op het recht van bestaan- van en op vrede en veiligheid voor (de inwoners van) die staat is uiteraard van een andere orde. Boekdelen daarbij spreekt de door de PLO/ PA in september 200o begonnen ‘intifada’ tegen Israël – het antwoord op eerder dat jaar in de VS gevoerde vredesbesprekingen tussen Israël en de PLO, waarvan de resultaten (in de vorm van het meest vergaande Israëlische territoriale aanbod ooit) door een maximalistisch handelende Arafat waren afgewezen. Tijdens, maar ook na de terreuroorlog van 2000-2005 werd een belangrijk deel van het geweld, waaronder ook ‘zelfmoord’-acties, gepleegd door de Al Aksa Martelaren Brigade, een militie van Al-Fatah (de belangrijkste fractie binnen de PLO). Deze werd om die reden op 27 maart  2002 op de Amerikaanse lijst van terroristische organisaties geplaatst.

Ga hier terug naar het eerste deel: Hamas in Gaza: het terrorisme aan de macht [deel 1]

Hamas in Gaza: het terrorisme aan de macht [deel1]

Op 25 januari 2006 verkreeg de Islamitische Verzetsbeweging Hamas een meerderheid in het Palestijnse parlement. De beweging pleegde tal van terreurdaden en verheerlijkt de jihad en de martelaarsdood. Hamas is een vertakking van de internationaal opererende Moslim Broederschap. Deze streeft naar dominantie van de islam in de wereld. Hamas is geen nationalistische organisatie die uit is op de vestiging van een onafhankelijke Palestijnse staat naast Israël. Het Europese concept van staten is strijdig met de fundamentalistisch-islamitische opvattingen.

In de strijd tegen Israël bedient Hamas zich van theologische anti-Joodse argumenten die aan de Koran en de Hadith zijn ontleend en van Europese antisemitische denkbeelden. Zo werden samenzweringstheorieën uit ‘De Protocollen van de Wijzen van Zion‘ in het Hamas-handvest verwerkt.

Hamas – portret en achtergronden plaatst Hamas in een historische en regionale context. Het boek geeft een diepgaand inzicht in de ideologie van en de internationale reacties op een beweging die in hoge mate de toekomst van het Midden-Oosten zal bepalen. Uit dit boek verschijnt op Brabosh.com het hoofdstuk ‘Terrorisme aan de macht’ (blz. 185 t/m blz. 210) in twee delen.

Wim Kortenhoeven specialiseerde zich in politieke vraagstukken over Jodendom en het Midden-Oosten. Al meer dan vijftien jaar schrijft hij analyses over deze onderwerpen. Hij is als researcher en redacteur werkzaam voor het Centrum Informatie en Documentatie Israël. In 2005 verscheen van zijn hand bij Aspect De kern van de zaak. Feiten en achtergronden van het Arabisch-Israëlisch Conflict.

De CIDI-informatiereeks verdiept het inzicht in het Midden-Oosten. CIDI is een onafhankelijke stichting, opgericht in 1974 door de Joodse gemeenschap in Nederland, met het doel voorlichting te geven over Israël, het Midden-Oosten en het Joodse volk. Het CIDI: Centrum Informatie en Documentatie Israel brengt hier een dossier over Hamas.

Afbeelding hierboven: Hamas militieleden brengen hun ‘bekende’ groet uit. De terroristische organisatie Hamas bestrijdt van bij haar ontstaan de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat. Voor hen bevind ‘hun’ staat zich op het huidige grondgebied van de staat Israël, waar voor Joden geen plaats is. Alle Joden moeten uit Israël worden verdreven of ‘tot de laatste Jood worden uitgeroeid’. “Er is geen oplossing voor het Palestijnse probleem dan de jihad [heilige oorlog]. Initiatieven, voorstellen en internationale conferenties zijn slechts tijdverspilling, nutteloze ondernemingen.” (art. 13 uit het Handvest van Hamas)

Het terrorisme aan de macht

door Wim Kortenoeven

De verkiezingen van 25 januari 2006

Bij de verkiezingen van 25 januari 2006 werden 74 van de 132 zetels in de Palestijnse Wetgevende Raad door Hamas in de wacht gesleept, terwijl vier andere zetels werden gewonnen door aan Hamas gelieerde `onafhankelijke’ kandidaten. De seculiere Fatahbeweging (de belangrijkste fractie binnen de Palestijnse Bevrijdingsbeweging PLO) haalde 45 zetels. De Hamas-overwinning was groot genoeg om zonder coalitiebeslommeringen aanspraak te kunnen maken op regeringsverantwoordelijkheid, maar onvoldoende om staatsrechtelijke veranderingen te kunnen doordrukken, zoals invoering van de islamitische wet (sharia). Daarvoor is een tweederde meerderheid (88 stemmen) in de Wetgevende Raad nodig.

In 2005 had Hamas al de (gefaseerde) gemeenteraadsverkiezingen in de PA-gebieden gewonnen, maar op 25 januari 2006 was het de eerste keer in de geschiedenis dat een door de Westerse democratieën als `terroristisch’ bestempelde organisatie langs democratische weg de hoogste macht in een politieke entiteit had weten te verwerven, zowel in wetgevend (parlementair) als in uitvoerend opzicht (het aanspraak kunnen maken op regeringsbevoegdheid). Daarnaast was de uitslag dusdanig dat er voor Hamas geen noodzaak bestond om een coalitieregering met Fatah te vormen.

Dilemma’s voor de democratieën

De verkiezingsuitslag stelde de internationale gemeenschap, in het bijzonder de democratieën, voor reusachtige ideologische, politieke, praktische en humanitaire dilemma’s. In de eerste plaats hadden zij zelf Hamas als terroristische organisatie bestempeld. In de tweede plaats was de Palestijnse Autoriteit sinds de instelling ervan, in 1994, volledig afhankelijk geworden van Amerikaanse en Europese hulpgelden en projectmatige steun.

De Italiaanse premier Silvio Berlusconi noemde de verkiezingsuitslag `een zeer, zeer, zeer slecht resultaat’ en het Oostenrijkse voorzitterschap van de EU verklaarde: “Er is in het politieke proces geen plaats voor groepen of individuen die geweld prediken. De Europese Unie verzoekt alle facties te ontwapenen, geweld af te zweren en Israëls bestaansrecht te erkennen”.

Het reusachtige dilemma voor de internationale en met name de Europese politiek werd treffend verwoord door de Spaanse Europarlementarier Ignasi Guardians: “Wij kunnen niet aandringen op democratie en vervolgens het resultaat van vrije en eerlijke verkiezingen ontkennen. [...] Het is zonneklaar dat de EU nimmer de financiering zal kunnen toestaan van een regime dat de gewapende strijd tegen Israël voortzet”.

Boycot van de Hamas-regering

Onmiddellijk na haar aantreden, op 29 maart 2006, werd de Hamas-regering van Ismael Haniyeh door Israël, de VS, de EU en andere westerse actoren geboycot. De maatregel was onvermijdelijk. Hamas was op de Europese en Amerikaanse terreurlijsten geplaatst en ook op basis van VN-resoluties diende de organisatie te worden geboycot en bestreden. Officiële politieke contacten met de Palestijnen verliepen vanaf dat moment uitsluitend via de machteloze voorzitter van de Palestijnse Autoriteit, Mahmoud Abbas. De geldstroom naar onder de regering ressorterende Palestijnse instituties (waaronder budgettaire steun) werd gestaakt.

De humanitaire en financiële hulp aan de Palestijnse Arabieren werd voortgezet via in de gebieden werkzame NGO’s, het kantoor van Abbas en individuele PA-functionarissen. In juni 2006 werd de omzeiling van de Palestijnse Autoriteit geformaliseerd in het Temporary International Mechanism (TIM). In zijn antwoord van 27 juni 2006 op kamervragen van de SGP schreef minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot hierover:

Minister Ben Bot

“Doel van dit mechanisme is de Palestijnse bevolking direct, dus zonder tussenkomst van de door Hamas geleide Palestijnse regering, te ondersteunen bij het voorzien in de basisbehoeften zodat een humanitaire crisis kan worden voorkomen. Tevens werd afgesproken dat de Europese Commissie het voortouw zou nemen bij bet vormgeven van een dergelijk mechanisme. Het voornemen is het mechanisme op de kortst mogelijke termijn operationeel te laten zijn en na drie maanden te evalueren. De Europese Commissie heeft voorgesteld dat het mechanisme bestaat uit drie loketten; een loket voor de financiering van de voorraden en lopende kosten van essentiële diensten in de Palestijnse gebieden, zoals gezondheidszorg, een voor de betaling van openbare nutsvoorzieningen (gas, water, elektriciteit en brandstof) en ten slotte een loket voor de betaling van uitkeringen aan individuele armlastige Palestijnen. Betalingen uit dit mechanisme zijn gebonden aan stringente internationale controle. Nederland is van oordeel dat het mechanisme op een zodanige wijze moet worden opgezet dat het bijdraagt aan het in stand houden van de elementaire diensten in de Palestijnse gebieden alsmede financiële steun biedt aan Palestijnen die deze cruciale diensten verzorgen. De Nederlandse regering denkt daarbij in eerste instantie aan de gezondheidszorg en het onderwijs en ondersteuning van de armsten in de samenleving. De beschikbare donorgelden moeten ter beschikking komen van die Palestijnse burgers die direct bij het verlenen van diensten in de gekozen sectoren betrokken zijn. Ministerieambtenaren moeten daarom worden uitgesloten van het mechanisme. Veiligheidsfunctionarissen kunnen niet in aanmerking komen voor betalingen”.

De Europese Commissie verwoordde de EU-maatregelen als volgt: “Na de formatie van de door Hamas geleide PA-regering, in maart 2006, heeft de [Europese] Commissie de politieke contacten verbroken en zijn rechtstreekse steun aan die regering voorlopig gestaakt; teneinde financiële belangen van de EU te beschermen. In de tussentijd is de hulpverlening versterkt die gericht is op de nood en de humanitaire behoeften van de Palestijnse bevolking. De Commissie staat klaar om de betrekkingen te herstellen met een regering die de voorwaarden van het Kwartet aanvaardt (geweldloosheid, erkenning van Israëls bestaansrecht, en aanvaarding van eerdere overeenkomsten en verplichtingen, inclusief de Routekaart)”.

President Bush verklaarde op een persconferentie op 29 maart: “Wij steunen het verkiezingsproces, wij steunen democratie, maar dat betekent niet dat wij verplicht zijn om regeringen te steunen die als gevolg van de democratie gekozen worden”.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot betoogde in het mondelinge vragenuur van de Tweede Kamer op 4 april 2006:

“De Europese Unie en Nederland hebben keer op keer duidelijk aangegeven dat het feit dat Hamas verkozen is op democratische wijze, niet betekent dat dit bewind ook noodzakelijkerwijs op democratische wijze zijn normale autoriteit wil uitoefenen. Wij hebben steeds gezegd dat er drie eisen zijn [...]. Op de eerste plaats is dat de erkenning van Israël, op de tweede plaats het afzweren van geweld en op de derde plaats het nakomen van verplichtingen en afspraken uit het verleden. Ondanks het feit dat deze wensen keer op keer duidelijk op tafel zijn gelegd, is Hamas niet bereid om op deze drie eisen in te gaan. Dat is ook de reden waarom de Europese Unie en Nederland hebben gezegd dat zij geen betrekkingen willen aangaan met Hamas totdat dit het geval is. Dat betekent concreet dat er wel contact blijft bestaan met president Abbas, die een andere lijn volgt, en ook met de PLO. Het betekent dat deze regering niet financieel zal worden gesteund door Nederland en wat mij betreft ook niet door de Europese Unie. [...] Als je vrede wilt bevorderen, zullen de twee partijen toch minstens bereid moeten zijn om met elkaar te spreken. De Hamasregering stelt uitdrukkelijk dat zij de Israëlische regering niet erkent en dat zij daar dus ook niet mee wil spreken. Daardoor wordt het buitengewoon moeilijk om het vredesproces met deze Hamasregering voortgang te doen vinden. Om die reden hebben wij de drie eisen gesteld. Het is heel belangrijk dat wij die blijven herhalen. [...]

Wij zullen geen contacten onderhouden met Hamas en dus ook niet met Hamasministers van de nieuwe regering. In de verklaring van de Europese Unie, die later ook door het Kwartet is bevestigd, heeft de Europese Unie duidelijk gemaakt wat haar lijn is, en ik denk niet dat wij op die lijn vooruit lopen. Ik heb alleen datgene bevestigd wat zowel in de Raad als door her Kwartet duidelijk naar voren is gebracht, namelijk dat er geen betrekkingen zullen worden onderhouden met de Hamasregering en de ministers zolang niet duidelijk is dat aan de drie eisen voldaan is. [...] Maar als de Hamasregering zich bereid zou verklaren om over bepaalde zaken in onderhandeling te treden met Israël en Israël dit zou aanvaarden, dan zou dat een duidelijk teken zijn dat er van een erkenning sprake is. Je gaat immers alleen op dit niveau onderhandelen als je elkaar in zekere zin erkent. Je kunt de facto erkennen en de jure erkennen. Het kan goed zijn dat dit de facto tot uitdrukking wordt gebracht, net als het ook de facto duidelijk gemaakt kan worden op welke wijze aan de andere twee eisen voldaan wordt. Maar nogmaals: het is heel moeilijk om hierover in abstracto een verhandeling te geven; dit zal in de praktijk moeten blijken.”

In de internationale politiek is het echter vrijwel onmogelijk om de betrekkingen met `schurkenregimes’ duurzaam en volledig te verbreken of uit de weg te gaan. Dat werd in het kamerdebat van op 18 april 2006  ongewild geïllustreerd door het CDA-kamerlid Henk Jan Ormel, een van de felste tegenstanders van het onderhouden van enigerlei contacten met Hamas.  Ormel: “De CDA-fractie vindt dat de aanslag in Tel Aviv afgrijselijk is geweest en dat de reactie van Hamas beschamend was. Wij begrijpen de antwoorden van de minister, maar vragen hem aan de heer Solana, de vertegenwoordiger van de EU, en aan de vertegenwoordigers van het Kwartet te vragen, een zeer krachtig signaal aan Hamas te geven. Wij kunnen dit niet maar zo door laten gaan”.

Ontkenning van de doelstellingen van Hamas

Gezien de onwerkbare situatie was het niet verbazingwekkend dat door de Europese Unie en individuele lidstaten daarvan geprobeerd een ‘constructieve oplossing’ te vinden om de relaties met de Palestijnse Autoriteit op het oude niveau terug te brengen. Voorbeelden daarvan zijn het door Zweden verstrekken van (Schengen)visa aan Hamas-kopstukken en uitspraken die tot doel hadden de doelstellingen van Hamas weg te nuanceren of gewoon te ontkennen. Zo betoogde Javier Solana, Hoge Vertegenwoordiger van het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid van de EU, op 26 oktober 2006 in een interview met de Jerusalem Post dat Hamas niet op de vernietiging van Israël uit zou zijn. Daar werd door Hamas dankbaar op ingehaakt. Minder dan een week later schreef Hamas-functionaris Ahmed Yousef, een adviseur van premier Ismael Haniyeh, in de New York Times dat Hamas bereid zou zijn tot het met Israël sluiten van een hoedna (langdurig bestand) en tot het voeren van onderhandelingen ter oplossing van alle nog onopgeloste kwesties in het Palestijns Israëlisch conflict.

De centrale vraag is echter in hoeverre Hamas daarin geloofwaardig kan zijn. In andere woorden: of de organisatie bereid en in staat is haar zelfverklaarde raison d’ être – de vernietiging van de Joodse staat – openlijk te verloochenen. In her Westen lijkt op dat punt de wens de vader van de gedachte te zijn. Zo stond bijvoorbeeld in bet jaarverslag 2005 van de Nederlandse Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst te lezen: “Voor terroristische organisaties als Hamas en Hezbollah is het afgelopen jaar veel veranderd. Hezbollah trad in Libanon toe tot de regering en nam voor her eerst regeringsverantwoordelijkheid op zich. Door de politieke realiteit gedwongen en gedreven door pragmatisme is ook Hamas gaan deelnemen aan politieke processen. Toch willen beide organisaties hun legitimatie als jihadorganisatie behouden.  De deelname van Hezbollah en Hamas aan politieke processen heeft echter niets met pragmatisme te maken, maar met opportuniteit. Politieke dominantie is voor hen een faciliterende doelstelling, geen door de omstandigheden opgelegd alternatief. En hun politieke activiteiten beperken als zodanig niet ‘hun legitimatie als jihadorganisatie’.

De bestaansgrond van Hamas

De raison d’ être van Hamas, de vernietiging van Israel op basis van religieuze voorschriften, maakt het onmogelijk dat de beweging zich daadwerkelijk duurzaam zou kunnen matigen, laat staan dat zij in onderhandelingen tot een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict zou willen komen. Er bestaat geen gematigde vorm van massamoord en het vernietigen van een staat. En op het moment dat religieuze dogma’s in politieke termen worden vertaald worden die politieke termen eveneens dogma’s. Bijgevolg horen uitspraken als die van Ahmed Yousef thuis in de categorie misleiding. Misleiden ten behoeve van ‘de islamitische zaak’, het principe van al-taqiyeh, wordt door de sjaria overigens goedgekeurd en zelfs aangemoedigd. En in de Koran wordt Allah zelf als de beste der misleiders getypeerd.

Hamas wordt gedreven door fundamentalistische beweegredenen, die zijn gebaseerd op islamistische dogma’s, welke op hun beurt zijn vastgelegd in het handvest van de organisatie. Intrekking of zelfs maar gedeeltelijke wijziging van dat handvest zou betekenen dat de beweging een aantal religieuze opvattingen overboord zet en zichzelf de facto opheft. Compromissen zijn door de stichters van Hamas onmogelijk gemaakt. “Het verlaten van de conflictcirkel met Israël is een daad van hoogverraad; allen die zich daaraan schuldig maken zullen worden vervloekt”.

De Joodse staat wordt door Hamas-functionarissen bovendien stelselmatig gedemoniseerd, hetgeen de morele noodzaak van de confrontatie versterkt. Zo wordt Israël bijvoorbeeld afgeschilderd als een koste wat kost te bestrijden dodelijke ziekte in de islamitische wereld: “Ondanks alle druk zijn de Palestijnen vastberadener geworden in hun strijd; en Hamas zal nooit haar fundamentele strategie opgeven, en dat is het verzet. Wij zullen geen genoegen nemen met iets minder dan de zionistische terugtrekking uit alle bezette gebieden. En, zoals wijlen de imam Khomeini heeft gezegd, ‘Israël is een dodelijke tumor, die wij nimmer als staat zullen accepteren’.” [Met het woord 'alle' wordt gedoeld op het volledige grondgebied van de staat Israël, niet alleen op de in 1967 door Israël veroverde gebieden. In de visie van Hamas was de stichting van de Joodse staat, in 1948, onrechtmatig en behoort het volledige gebied tussen de Jordaan en de Middellandse Zee onder islamitisch bewind te komen.]

Wordt vervolgd in Hamas in Gaza: het terrorisme aan de macht [deel 2]