Palestijnen zijn agressors, geen slachtoffers [deel 2]
In november 2007, publiceerde David Meir-Levi zijn artikel Palestinians: Aggressors, Not Victims, waarin hij de mythe weerlegt van het Palestijnse volk als ‘hulpeloze en onschuldige slachtoffers’ van de Israëlische agressie. Het feit dat de Palestijnse Autoriteit sinds 1994 autonoom bestuurd wordt door twee terroristische organisaties, al-Fatah (op de Westelijke Jordaanoever) en Hamas (in de Gazastrook), is dan eveneens de schuld van Israël en de Verenigde Staten, eerder dan die van de Palestijnen die terroristen tot hun leiders hebben verkozen.
Op deze blog verschijnt dit artikel in drie delen, gezien de omvang van het artikel. Bij het artikel horen ook voetnota’s en tabellen die kunnen geraadpleegd worden op de Engelstalige site.
Palestijnen zijn agressors, geen slachtoffers [deel 1] (31.12.2009)
- - David en Goliath
- - Hoe de leugen is ontstaan
- - ‘Palestina uitvinden’
Palestijnen zijn agressors, geen slachtoffers [deel 2] (13.01.2010)
- - ‘Bijt niet in de hand die je voedt’
- - Hoe zit het met het ‘Palestijns’ nationalisme vandaag?
Palestijnen zijn agressors, geen slachtoffers [deel 3] (24.01.2010)
- – Palestijnen in de Jihad tegen het “globale ongeloof”
- – Al-Qaeda, Hamas en Hezbollah ingezet voor terreur in de VS
- - Palestijnse aanvalspogingen op Amerikaanse bodem
- - Conclusie

Luchtfoto van het gebied op 30 augustus 2003. De andere 'groene lijn'. Het mirakel van Israël, hoe woestijn weer vruchtbaar land werd
‘Bijt niet in de hand die je voedt’
Een nog groter ironie is het feit dat de Arabische bevolking van de regio bijna verviervoudigde, vanaf de aanvang van de Zionistische Onderneming (1855) tot aan het ontstaan van de staat Israël (1948), die voor het grootste deel het gevolg was van:
a) De inspanningen van de zionistische pioniers om verspilde braakliggende gronden terug te ontginnen en om te zetten in landbouwgronden, waardoor voor de Arabieren zowel landbouwgronden als weilanden werd gecreëerd; en
b) De substantiële verbeteringen van de economie in de regio die gegenereerd werden door zowel de Britten als door de Zionisten; en
c) De substantiële verbeteringen in de gezondheidszorg die gegenereerd werden door zowel de Britten als door de Zionisten.
Van een kleine 350.000 mensen in 1855, was de Arabische bevolking de regio toegenomen tot ongeveer 1,4 miljoen in 1947. Een deel van deze stijging in de regio kwam voort uit de immigratie uit de omliggende gebieden, Arabieren die werden aangetrokken door de ontluikende economie en de gezondheidszorg die hen werd aangeboden door de Britten en de zionisten en die ze in hun oorspronkelijke regio moesten ontberen. Een deel kwam voort uit de dramatische daling van de kindersterfte en de stijging van de levensverwachting waarvan de Arabieren van genoten, dankzij de opmerkelijke verbeteringen qua gezondheid en voeding die gegenereerd werden door de zionisten en de Britten.
Het is dus meer dan waarschijnlijk zeker dat de meerderheid van de Arabieren die tegenwoordig wonen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook hun bestaan te danken hebben aan het zionisme en het Britse buitenlandse beleid in het Midden-Oosten.
Gedurende de negentien jaar tussen de overwinning van Israël in 1948 en de overwinning van Israël tijdens de Zesdaagse oorlog, was alles wat overbleef van het grondgebied, dat in eerste instantie was bestemd voor de Arabieren van het Britse Mandaat Palestina onder de voorwaarden van het Verdeelplan van de Verenigde Naties [resolutie 181], de Westelijke Jordaanoever onder illegale Jordaanse soevereiniteit, en de Gazastrook onder illegale Egyptische heerschappij. Nooit is er tijdens deze negentien jaren een Arabische leider opgestaan die overal in de wereld pleitte voor het recht op nationale zelfbeschikking voor de Arabieren die in deze illegaal bezette gebieden woonden. Zelfs Yasser Arafat, vanaf zijn vroegste terroristische dagen tot 1967, gebruikte de term ‘Palestijnen’ alleen maar om te verwijzen naar de Arabieren die leefden onder of de Israëlische soevereiniteit waren ontvlucht en de aanduiding ‘Palestina’ verwees enkel naar Israël binnen de grenzen van voor 1967.
In de oorspronkelijke oprichtingsakte of Handvest van de PLO uit 1964 bepaalt Artikel 24 dat: “Deze Organisatie (de PLO) oefent geen regionale soevereiniteit uit over de Westelijke Jordaanoever in het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, noch in de Gazastrook of het Himmah gebied.” [‘This Organization (the PLO) does not exercise any regional sovereignty over the West Bank in the Hashemite Kingdom of Jordan, in the Gaza Strip or the Himmah area.’] Wat Arafat betreft, behoorde de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook niet tot ‘Palestina’, die sinds 1948 het eigendom waren van andere Arabische staten. Het enige echte ‘thuisland’ voor de PLO in 1964 werd de staat Israël.
Echter, in reactie op de Zesdaagse Oorlog, en Arafat ’s beïnvloeding door de Russen en hun bondgenoten, herzag de PLO haar Handvest op 17 juli 1968 en verwijderde de taal van artikel 24, waardoor een nieuwe ‘Palestijnse’ claim werd gecreëerd van soevereiniteit over de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook.
Als onderdeel in de herkadering van het conflict, samen met de adoptie van de identiteit van een ‘onderdrukt volk’ en ‘slachtoffer van het kolonialisme’, ontstond de creatie – ex nihilo (uit het niets) – van een ‘historisch Palestina’ en een oud ‘Palestijns volk’ dat in haar ‘thuisland’ had geleefd sinds ‘onheuglijke tijden’, dat haar ‘erfgoed’ zou kunnen traceren helemaal terug tot in de tijd van de Kanaänieten maar door de zionisten uit haar ‘vaderland’ werd verdreven, en dat thans over het onvervreemdbare recht beschikte dat hen verleend werd door het internationaal recht en de universele rechtvaardigheid, om terreur te gebruiken en aldus hun nationale identiteit en politieke zelfbeschikking terug te nemen.

PLO topman Zahir Muhsein in 1977: 'Het Palestijnse volk bestaat niet'
Dat dit een politiek imaginaire constructie was, misschien onbedoeld, werd aan het Westen geopenbaard door Zahir Muhsein, een lid van het uitvoerend Comité van de PLO, tijdens een interview op 31 maart 1977 met het Amsterdamse dagblad Trouw:
“Het Palestijnse volk bestaat niet. De oprichting van een Palestijnse staat is slechts een middel om onze strijd voort te zetten tegen de staat Israël voor onze Arabische eenheid. In werkelijkheid is er vandaag geen verschil tussen Jordaniërs, Palestijnen, Syriërs en Libanezen. Alleen om politieke en tactische redenen spreken we heden over het bestaan van een Palestijns volk omdat de nationale Arabische belangen vereisen dat we het bestaan poneren van een afzonderlijk ‘Palestijns volk’ om zich te verzetten tegen het zionisme.”
Arafat zelf beweerde bij vele gelegenheden precies hetzelfde principe. In zijn geautoriseerde biografie (Alan Hart: ‘Arafat: Terrorist or Peace Maker?’) zegt hij letterlijk, “Het Palestijnse volk heeft geen nationale identiteit. Ik, Yasser Arafat, een man gekozen door het lot, zal ze die identiteit schenken door het conflict met Israël.” [The Palestinian people have no national identity. I, Yasir Arafat, man of destiny, will give them that identity through conflict with Israel.] En in 1970 zei Yasser Arafat: “Wij zijn niet geïnteresseerd in de kwestie van de grenzen… Vanuit Arabisch standpunt moeten we niet spreken over grenzen. Palestina is niets anders dan een druppel in de onmetelijke oceaan. Onze natie is de Arabische natie die zich uitstrekt van de Atlantische Oceaan tot aan de Rode Zee en verder…”
Maar zelfs deze bekentenissen – met name dat het concept van een ‘Palestijns volk’ en een ‘Palestijns vaderland’ werden uitgevonden voor politieke doeleinden om terrorisme en genocide te rechtvaardigen, konden het enthousiasme niet temperen van de westerse leiders. Binnen enkele jaren creëerde de Sovjet-Russische uitvinding van het fictieve verhaal van zogenaamde Palestijnse nationale aspiraties en een recht op zelfbeschikking, de gevel van de moraal en de schijn van legitimiteit die terroristen nodig hebben om in de gunst te komen van de Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Diezelfde façade vergemakkelijkte de uitvoering van de machtsovername van de Sovjets – samen met het Arabische blok – van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de vele VN-organen en leidende functies binnen en buiten de VN-Veiligheidsraad.
Hoe zit het met het ‘Palestijns’ nationalisme vandaag?
Maar hoe zit het vandaag? Na 60 jaar van niet aflatende terreur oorlog tegen Israël, 60 jaar van ontbering en opgesloten in vluchtelingenkampen verspreid over de Arabische wereld – een opsluiting opgedrongen door hun gastlanden in de Arabische wereld, niet door Israël – na 40 jaar van propagandistische pretentie dat de mensen vandaag de dag bekend zijn als “Palestijnen” en een samenhangende nationale groep zouden zijn met historische wortels in wat zij noemen “Palestina”, en na 16 jaar bestaan van een “Palestijnse Autoriteit” gecreëerd door de Oslo-akkoorden om de “Palestijnen” het kader en de infrastructuur van hun eigen staat aan te bieden… hoe zit het tegenwoordig met het “Palestijnse nationalisme”?

Vlucht van de Arabieren uit Brits Mandaat Palestina in 1947
Voor het antwoord op die vraag moeten we kijken naar de huidige demografische verdeling van de “Palestijnen”, zowel in Israël en in wat zij noemen de “Palestijnse diaspora.”
Schattingen variëren, maar de meeste schatten de Palestijnse bevolking wereldwijd op ongeveer 9 miljoen mensen. Meer dan 3 miljoen van hen leven tegenwoordig op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, meer dan 4 miljoen wonen in de Arabische landen en de rest is naar elders geëmigreerd, meestal naar het westen. Deze cijfers omvatten niet de ongeveer 1,3 miljoen Arabische Israëlische burgers (die soms ten onrechte aangeduid als “de Palestijnen” of “Israëlische Palestijnen”) die leven in Israël binnen de grenzen van 1967. [In 1965 woonden er 1 miljoen Arabieren op de Westbank en in Gaza. Ondanks dat de Arabische propaganda iedereen wil doen geloven dat Israël een genocide uitvoert op de Palestijnen, is de bevolking op 40 jaar tijd verdrievoudigd en op dit ogenblik – anno 2010 - zelfs bijna verviervoudigd!]
Hoewel de Arabische staten verhalen over “Palestijnen” die Arabieren zijn die in 1948 uit Israël vluchtten, en in 1967 gevlucht zijn van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook en gedwongen werden om in de vluchtelingenkampen van hun Arabische gastlanden de leven, wonen minder een derde van alle “Palestijnen” in de Arabische wereld en Israël in vluchtelingenkampen. Meer dan 67 procent van al deze Palestijnen hebben sinds de opeen volgende oorlogen de kampen in de afgelopen decennia verlaten, en hebben huizen, banen en gezinnen voor zichzelf opgebouwd in de Arabische landen en in de wereld.
Bovendien, koesteren degenen die achterbleven in de vluchtelingenkampen, geen groot verlangen om terug te keren naar wat het propagandaverhaal beweert dat daar in Israël hun huizen en boerderijen zouden zijn. In een opiniepeiling uit 2003, uitgevoerd door Khalil Shikaki van het Palestijns Centrum voor Politiek Beleid en Onderzoek – PSR (Ramallah, Palestijnse Autoriteit), zeiden slechts tien procent van de ondervraagden dat ze zouden instemmen met de terugkeer naar een Palestijnse staat. Amper 10 procent van deze respondenten – dat wil zeggen, één procent van het gehele onderzoek – was het eens om terug te keren naar hun huizen in Israël als dat betekende dat zij staatsburgers zouden worden van Israël, ze zouden enkel willen terugkeren wanneer Israël niet meer bestaat en vervangen was door een Palestijnse staat.

Dr. Khalil Shikaki: Amper 10% van de Palestijnse vluchtelingen wil 'terug naar huis'
Het is duidelijk dat de resultaten van deze enquête een serieuze uitdaging presenteren aan het concept van ‘Palestijns’ nationalisme en aan de hype en overdrijving die de Arabische propaganda heeft gegeven aan het compleet verzonnen concept van “recht van terugkeer.” Zo ernstig was deze uitdaging en zo absoluut was de onmogelijkheid van de Arabische leiders om er een rationeel argument tegenover te stellen, dat ze hun toevlucht tot geweld namen om Shikaki het zwijgen op te leggen.
Kort nadat de enquête werd gepubliceerd, “bestormden bijna letterlijk ongeveer honderd mensen het kantoor. Ze wilden me aanvallen, het centrum aanvallen en het personeel aanvallen. Zij waren er rotsvast van overtuigd dat met het ‘recht op terugkeer’ werd geknoeid… Wat dit aantoont is dat nogal mild wordt omgesprongen met de praktische uitoefening van dat ‘recht’ van zodra het erop aan komt dat mensen hun plaats van verblijf moeten kiezen. Dat is een schokkende [sic] vaststelling, gezien het feit dat het de eerste keer was dat resultaten [van een dergelijk onderzoek onder Palestijnse vluchtelingen] openbaar worden gemaakt.”
Inderdaad schokkend. Uit andere rapporten blijkt dat bijna 200 gewapende mannen Shikaki’s kantoren bestormden, computers en boeken en registers vernietigden, het kantoorpersoneel bedreigden en intimideerden en Shikaki zelf dreigden te vermoorden als hij zijn werk zou voortzetten. Het is duidelijk dat dergelijke concrete bewijzen dat de Palestijnse vermeende liefde voor zijn land en het verlangen naar zijn ouderlijk huis, iets is dat dateert uit lang vervlogen tijden, als het inderdaad al ooit heeft bestaan, en de facto een existentiële bedreiging vormt voor de propagandisten die het “recht op terugkeer” eisen voor al die miljoenen “Palestijnen” die tegenwoordig de status van vluchteling claimen.
De opiniepeiling van Shikaki is zelfs nog belangrijker als men denkt aan het tragische lot van de Palestijnen, vluchtelingen of anderszins, in hun Arabische gastlanden. Men zou kunnen denken dat, aan de hand van het permanente tamtamgeroffel in de Arabische staten omtrent de ‘Palestijnse kwestie’, dat hun Arabische broeders in de gastlanden de Palestijnse vluchtelingen goed zouden behandelen. Maar men kan zich al eens vergissen.
De Palestijnen hebben afschuwelijk geleden in de handen van hun Arabische gastheren. De leefomstandigheden verschillen van land tot land, maar Arabische gastregimes en samenlevingen onderhouden een bepaald niveau van vijandigheid jegens de Palestijnen dat zich uit in tal van wettelijke beperkingen inzake de rechten van bewegingsvrijheid, werkgelegenheid, aankoop van grond en huis, burgerschap, discriminatie en een algemene antipathie van de kant van het gastland en de ontvangende samenleving. Studies van de houdingen in de gastlanden wijzen op een angst en wantrouwen jegens de Palestijnen, en een vijandigheid grenzend aan geweld – dit ondanks de bijna unanieme instemming door de Arabische staten met het Casablanca Protocol van 11 september 1965, waarin wordt gewezen op de noodzaak voor de goede zorg en rehabilitatie van de vluchtelingen, maar zonder afbreuk te doen aan hun status als vluchteling.

Palestijnen die terug 'naar huis' willen, zwaaien met de sleutel van 'hun huis'
Deze vijandigheid ging in sommige gevallen over naar dodelijk geweld jegens de Palestijnen door hun broeders gastheren. Tijdens de eerste Golfoorlog, verdreef Koeweit 300.000 van de 440.000 Palestijnse bewoners, omdat zij de kant van Saddam Hussein hadden gekozen toen die Koeweit binnenviel, ondanks het feit dat de meeste van hen in Koeweit waren geboren en er hun hele leven hadden gewoond. Deze extreme Arabische tegen Arabische etnische zuiveringen kregen haast geen aandacht in de westerse nieuwsberichten. Meer dan een decennium later, is de vijandigheid van Koeweit jegens de Palestijnen en de Palestijnse Autoriteit nog steeds intens aanwezig.
Misschien zelfs nog veelzeggender is het feit dat, van zodra de Palestijnse Autoriteit opgericht als uitvloeisel van de Oslo-akkoorden (van september 1993) en de Palestijnen in de hele wereld uitkeken naar de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, er geen waarneembare toestroom was van Palestijnen uit de diaspora naar hun vroegere vaderland.
In het licht van het bovenstaande kan men zich redelijkerwijs afvragen: Waarom blijven de Arabische leiders zo eensgezind in het blijven aandringen op het Arabische “recht op terugkeer” en de vervulling van het vermeende “onvervreemdbare recht van nationale zelfbeschikking” voor het “Palestijnse volk”? De helft van het antwoord is ons reeds gegeven door Arafat zelf en Zahir Muhsein in het bewuste interview. Maar helaas, is de andere helft zo mogelijk nog gruwelijker dan de eerste. De fictie van het ontwortelde en onderdrukte “Palestijnse volk” is eigenlijk veel meer dan een rechtvaardiging voor terrorisme en de eindeloze oorlog tegen Israël: het is tegelijk ook de hoax waarmee het Arabische blok zich binnen de Verenigde Naties kunnen handhaven op het niveau van bijna hysterie, en een verrechtvaardiging van hun propaganda-oorlog en oorlogsterreur jegens de Verenigde Staten.
Wordt vervolgd in Palestijnen zijn agressors, geen slachtoffers [deel 3]: Palestijnen zijn agressors, geen slachtoffers [deel 3]: Palestijnen in de Jihad tegen het “globale ongeloof”
Bronnen: FrontPageMagazine.com: Palestinians: Aggressors, Not Victims door David Meir-Levi van 27 november 2007, deel 2 vrij bewerkt en vertaald door Brabosh op 9 januari 2010; zie ook op deze blog: De communistische wortels van de Palestijnse terreur – deel 1 en deel 2 door David Meir-Levi van 14 december 2007, vertaald door Brabosh op 12 en 14 november 2009
Posted on 13 januari 2010, in Arabisch - Israëlisch conflict, Dossiers. Bookmark the permalink. Reageren uitgeschakeld.



















