Dagelijks archief: 13 januari 2010
Palestijnen zijn agressors, geen slachtoffers [deel 2]
In november 2007, publiceerde David Meir-Levi zijn artikel Palestinians: Aggressors, Not Victims, waarin hij de mythe weerlegt van het Palestijnse volk als ‘hulpeloze en onschuldige slachtoffers’ van de Israëlische agressie. Het feit dat de Palestijnse Autoriteit sinds 1994 autonoom bestuurd wordt door twee terroristische organisaties, al-Fatah (op de Westelijke Jordaanoever) en Hamas (in de Gazastrook), is dan eveneens de schuld van Israël en de Verenigde Staten, eerder dan die van de Palestijnen die terroristen tot hun leiders hebben verkozen.
Op deze blog verschijnt dit artikel in drie delen, gezien de omvang van het artikel. Bij het artikel horen ook voetnota’s en tabellen die kunnen geraadpleegd worden op de Engelstalige site.
Palestijnen zijn agressors, geen slachtoffers [deel 1] (31.12.2009)
- - David en Goliath
- - Hoe de leugen is ontstaan
- - ‘Palestina uitvinden’
Palestijnen zijn agressors, geen slachtoffers [deel 2] (13.01.2010)
- - ‘Bijt niet in de hand die je voedt’
- - Hoe zit het met het ‘Palestijns’ nationalisme vandaag?
Palestijnen zijn agressors, geen slachtoffers [deel 3] (24.01.2010)
- – Palestijnen in de Jihad tegen het “globale ongeloof”
- – Al-Qaeda, Hamas en Hezbollah ingezet voor terreur in de VS
- - Palestijnse aanvalspogingen op Amerikaanse bodem
- - Conclusie

Luchtfoto van het gebied op 30 augustus 2003. De andere 'groene lijn'. Het mirakel van Israël, hoe woestijn weer vruchtbaar land werd
‘Bijt niet in de hand die je voedt’
Een nog groter ironie is het feit dat de Arabische bevolking van de regio bijna verviervoudigde, vanaf de aanvang van de Zionistische Onderneming (1855) tot aan het ontstaan van de staat Israël (1948), die voor het grootste deel het gevolg was van:
a) De inspanningen van de zionistische pioniers om verspilde braakliggende gronden terug te ontginnen en om te zetten in landbouwgronden, waardoor voor de Arabieren zowel landbouwgronden als weilanden werd gecreëerd; en
b) De substantiële verbeteringen van de economie in de regio die gegenereerd werden door zowel de Britten als door de Zionisten; en
c) De substantiële verbeteringen in de gezondheidszorg die gegenereerd werden door zowel de Britten als door de Zionisten.
Van een kleine 350.000 mensen in 1855, was de Arabische bevolking de regio toegenomen tot ongeveer 1,4 miljoen in 1947. Een deel van deze stijging in de regio kwam voort uit de immigratie uit de omliggende gebieden, Arabieren die werden aangetrokken door de ontluikende economie en de gezondheidszorg die hen werd aangeboden door de Britten en de zionisten en die ze in hun oorspronkelijke regio moesten ontberen. Een deel kwam voort uit de dramatische daling van de kindersterfte en de stijging van de levensverwachting waarvan de Arabieren van genoten, dankzij de opmerkelijke verbeteringen qua gezondheid en voeding die gegenereerd werden door de zionisten en de Britten.
Het is dus meer dan waarschijnlijk zeker dat de meerderheid van de Arabieren die tegenwoordig wonen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook hun bestaan te danken hebben aan het zionisme en het Britse buitenlandse beleid in het Midden-Oosten.
Gedurende de negentien jaar tussen de overwinning van Israël in 1948 en de overwinning van Israël tijdens de Zesdaagse oorlog, was alles wat overbleef van het grondgebied, dat in eerste instantie was bestemd voor de Arabieren van het Britse Mandaat Palestina onder de voorwaarden van het Verdeelplan van de Verenigde Naties [resolutie 181], de Westelijke Jordaanoever onder illegale Jordaanse soevereiniteit, en de Gazastrook onder illegale Egyptische heerschappij. Nooit is er tijdens deze negentien jaren een Arabische leider opgestaan die overal in de wereld pleitte voor het recht op nationale zelfbeschikking voor de Arabieren die in deze illegaal bezette gebieden woonden. Zelfs Yasser Arafat, vanaf zijn vroegste terroristische dagen tot 1967, gebruikte de term ‘Palestijnen’ alleen maar om te verwijzen naar de Arabieren die leefden onder of de Israëlische soevereiniteit waren ontvlucht en de aanduiding ‘Palestina’ verwees enkel naar Israël binnen de grenzen van voor 1967.
In de oorspronkelijke oprichtingsakte of Handvest van de PLO uit 1964 bepaalt Artikel 24 dat: “Deze Organisatie (de PLO) oefent geen regionale soevereiniteit uit over de Westelijke Jordaanoever in het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, noch in de Gazastrook of het Himmah gebied.” [‘This Organization (the PLO) does not exercise any regional sovereignty over the West Bank in the Hashemite Kingdom of Jordan, in the Gaza Strip or the Himmah area.’] Wat Arafat betreft, behoorde de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook niet tot ‘Palestina’, die sinds 1948 het eigendom waren van andere Arabische staten. Het enige echte ‘thuisland’ voor de PLO in 1964 werd de staat Israël.
Echter, in reactie op de Zesdaagse Oorlog, en Arafat ’s beïnvloeding door de Russen en hun bondgenoten, herzag de PLO haar Handvest op 17 juli 1968 en verwijderde de taal van artikel 24, waardoor een nieuwe ‘Palestijnse’ claim werd gecreëerd van soevereiniteit over de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook.
Als onderdeel in de herkadering van het conflict, samen met de adoptie van de identiteit van een ‘onderdrukt volk’ en ‘slachtoffer van het kolonialisme’, ontstond de creatie – ex nihilo (uit het niets) – van een ‘historisch Palestina’ en een oud ‘Palestijns volk’ dat in haar ‘thuisland’ had geleefd sinds ‘onheuglijke tijden’, dat haar ‘erfgoed’ zou kunnen traceren helemaal terug tot in de tijd van de Kanaänieten maar door de zionisten uit haar ‘vaderland’ werd verdreven, en dat thans over het onvervreemdbare recht beschikte dat hen verleend werd door het internationaal recht en de universele rechtvaardigheid, om terreur te gebruiken en aldus hun nationale identiteit en politieke zelfbeschikking terug te nemen.

PLO topman Zahir Muhsein in 1977: 'Het Palestijnse volk bestaat niet'
Dat dit een politiek imaginaire constructie was, misschien onbedoeld, werd aan het Westen geopenbaard door Zahir Muhsein, een lid van het uitvoerend Comité van de PLO, tijdens een interview op 31 maart 1977 met het Amsterdamse dagblad Trouw:
“Het Palestijnse volk bestaat niet. De oprichting van een Palestijnse staat is slechts een middel om onze strijd voort te zetten tegen de staat Israël voor onze Arabische eenheid. In werkelijkheid is er vandaag geen verschil tussen Jordaniërs, Palestijnen, Syriërs en Libanezen. Alleen om politieke en tactische redenen spreken we heden over het bestaan van een Palestijns volk omdat de nationale Arabische belangen vereisen dat we het bestaan poneren van een afzonderlijk ‘Palestijns volk’ om zich te verzetten tegen het zionisme.”
Arafat zelf beweerde bij vele gelegenheden precies hetzelfde principe. In zijn geautoriseerde biografie (Alan Hart: ‘Arafat: Terrorist or Peace Maker?’) zegt hij letterlijk, “Het Palestijnse volk heeft geen nationale identiteit. Ik, Yasser Arafat, een man gekozen door het lot, zal ze die identiteit schenken door het conflict met Israël.” [The Palestinian people have no national identity. I, Yasir Arafat, man of destiny, will give them that identity through conflict with Israel.] En in 1970 zei Yasser Arafat: “Wij zijn niet geïnteresseerd in de kwestie van de grenzen… Vanuit Arabisch standpunt moeten we niet spreken over grenzen. Palestina is niets anders dan een druppel in de onmetelijke oceaan. Onze natie is de Arabische natie die zich uitstrekt van de Atlantische Oceaan tot aan de Rode Zee en verder…”
Maar zelfs deze bekentenissen – met name dat het concept van een ‘Palestijns volk’ en een ‘Palestijns vaderland’ werden uitgevonden voor politieke doeleinden om terrorisme en genocide te rechtvaardigen, konden het enthousiasme niet temperen van de westerse leiders. Binnen enkele jaren creëerde de Sovjet-Russische uitvinding van het fictieve verhaal van zogenaamde Palestijnse nationale aspiraties en een recht op zelfbeschikking, de gevel van de moraal en de schijn van legitimiteit die terroristen nodig hebben om in de gunst te komen van de Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Diezelfde façade vergemakkelijkte de uitvoering van de machtsovername van de Sovjets – samen met het Arabische blok – van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de vele VN-organen en leidende functies binnen en buiten de VN-Veiligheidsraad.
Hoe zit het met het ‘Palestijns’ nationalisme vandaag?
Maar hoe zit het vandaag? Na 60 jaar van niet aflatende terreur oorlog tegen Israël, 60 jaar van ontbering en opgesloten in vluchtelingenkampen verspreid over de Arabische wereld – een opsluiting opgedrongen door hun gastlanden in de Arabische wereld, niet door Israël – na 40 jaar van propagandistische pretentie dat de mensen vandaag de dag bekend zijn als “Palestijnen” en een samenhangende nationale groep zouden zijn met historische wortels in wat zij noemen “Palestina”, en na 16 jaar bestaan van een “Palestijnse Autoriteit” gecreëerd door de Oslo-akkoorden om de “Palestijnen” het kader en de infrastructuur van hun eigen staat aan te bieden… hoe zit het tegenwoordig met het “Palestijnse nationalisme”?

Vlucht van de Arabieren uit Brits Mandaat Palestina in 1947
Voor het antwoord op die vraag moeten we kijken naar de huidige demografische verdeling van de “Palestijnen”, zowel in Israël en in wat zij noemen de “Palestijnse diaspora.”
Schattingen variëren, maar de meeste schatten de Palestijnse bevolking wereldwijd op ongeveer 9 miljoen mensen. Meer dan 3 miljoen van hen leven tegenwoordig op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, meer dan 4 miljoen wonen in de Arabische landen en de rest is naar elders geëmigreerd, meestal naar het westen. Deze cijfers omvatten niet de ongeveer 1,3 miljoen Arabische Israëlische burgers (die soms ten onrechte aangeduid als “de Palestijnen” of “Israëlische Palestijnen”) die leven in Israël binnen de grenzen van 1967. [In 1965 woonden er 1 miljoen Arabieren op de Westbank en in Gaza. Ondanks dat de Arabische propaganda iedereen wil doen geloven dat Israël een genocide uitvoert op de Palestijnen, is de bevolking op 40 jaar tijd verdrievoudigd en op dit ogenblik – anno 2010 - zelfs bijna verviervoudigd!]
Hoewel de Arabische staten verhalen over “Palestijnen” die Arabieren zijn die in 1948 uit Israël vluchtten, en in 1967 gevlucht zijn van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook en gedwongen werden om in de vluchtelingenkampen van hun Arabische gastlanden de leven, wonen minder een derde van alle “Palestijnen” in de Arabische wereld en Israël in vluchtelingenkampen. Meer dan 67 procent van al deze Palestijnen hebben sinds de opeen volgende oorlogen de kampen in de afgelopen decennia verlaten, en hebben huizen, banen en gezinnen voor zichzelf opgebouwd in de Arabische landen en in de wereld.
Bovendien, koesteren degenen die achterbleven in de vluchtelingenkampen, geen groot verlangen om terug te keren naar wat het propagandaverhaal beweert dat daar in Israël hun huizen en boerderijen zouden zijn. In een opiniepeiling uit 2003, uitgevoerd door Khalil Shikaki van het Palestijns Centrum voor Politiek Beleid en Onderzoek – PSR (Ramallah, Palestijnse Autoriteit), zeiden slechts tien procent van de ondervraagden dat ze zouden instemmen met de terugkeer naar een Palestijnse staat. Amper 10 procent van deze respondenten – dat wil zeggen, één procent van het gehele onderzoek – was het eens om terug te keren naar hun huizen in Israël als dat betekende dat zij staatsburgers zouden worden van Israël, ze zouden enkel willen terugkeren wanneer Israël niet meer bestaat en vervangen was door een Palestijnse staat.

Dr. Khalil Shikaki: Amper 10% van de Palestijnse vluchtelingen wil 'terug naar huis'
Het is duidelijk dat de resultaten van deze enquête een serieuze uitdaging presenteren aan het concept van ‘Palestijns’ nationalisme en aan de hype en overdrijving die de Arabische propaganda heeft gegeven aan het compleet verzonnen concept van “recht van terugkeer.” Zo ernstig was deze uitdaging en zo absoluut was de onmogelijkheid van de Arabische leiders om er een rationeel argument tegenover te stellen, dat ze hun toevlucht tot geweld namen om Shikaki het zwijgen op te leggen.
Kort nadat de enquête werd gepubliceerd, “bestormden bijna letterlijk ongeveer honderd mensen het kantoor. Ze wilden me aanvallen, het centrum aanvallen en het personeel aanvallen. Zij waren er rotsvast van overtuigd dat met het ‘recht op terugkeer’ werd geknoeid… Wat dit aantoont is dat nogal mild wordt omgesprongen met de praktische uitoefening van dat ‘recht’ van zodra het erop aan komt dat mensen hun plaats van verblijf moeten kiezen. Dat is een schokkende [sic] vaststelling, gezien het feit dat het de eerste keer was dat resultaten [van een dergelijk onderzoek onder Palestijnse vluchtelingen] openbaar worden gemaakt.”
Inderdaad schokkend. Uit andere rapporten blijkt dat bijna 200 gewapende mannen Shikaki’s kantoren bestormden, computers en boeken en registers vernietigden, het kantoorpersoneel bedreigden en intimideerden en Shikaki zelf dreigden te vermoorden als hij zijn werk zou voortzetten. Het is duidelijk dat dergelijke concrete bewijzen dat de Palestijnse vermeende liefde voor zijn land en het verlangen naar zijn ouderlijk huis, iets is dat dateert uit lang vervlogen tijden, als het inderdaad al ooit heeft bestaan, en de facto een existentiële bedreiging vormt voor de propagandisten die het “recht op terugkeer” eisen voor al die miljoenen “Palestijnen” die tegenwoordig de status van vluchteling claimen.
De opiniepeiling van Shikaki is zelfs nog belangrijker als men denkt aan het tragische lot van de Palestijnen, vluchtelingen of anderszins, in hun Arabische gastlanden. Men zou kunnen denken dat, aan de hand van het permanente tamtamgeroffel in de Arabische staten omtrent de ‘Palestijnse kwestie’, dat hun Arabische broeders in de gastlanden de Palestijnse vluchtelingen goed zouden behandelen. Maar men kan zich al eens vergissen.
De Palestijnen hebben afschuwelijk geleden in de handen van hun Arabische gastheren. De leefomstandigheden verschillen van land tot land, maar Arabische gastregimes en samenlevingen onderhouden een bepaald niveau van vijandigheid jegens de Palestijnen dat zich uit in tal van wettelijke beperkingen inzake de rechten van bewegingsvrijheid, werkgelegenheid, aankoop van grond en huis, burgerschap, discriminatie en een algemene antipathie van de kant van het gastland en de ontvangende samenleving. Studies van de houdingen in de gastlanden wijzen op een angst en wantrouwen jegens de Palestijnen, en een vijandigheid grenzend aan geweld – dit ondanks de bijna unanieme instemming door de Arabische staten met het Casablanca Protocol van 11 september 1965, waarin wordt gewezen op de noodzaak voor de goede zorg en rehabilitatie van de vluchtelingen, maar zonder afbreuk te doen aan hun status als vluchteling.

Palestijnen die terug 'naar huis' willen, zwaaien met de sleutel van 'hun huis'
Deze vijandigheid ging in sommige gevallen over naar dodelijk geweld jegens de Palestijnen door hun broeders gastheren. Tijdens de eerste Golfoorlog, verdreef Koeweit 300.000 van de 440.000 Palestijnse bewoners, omdat zij de kant van Saddam Hussein hadden gekozen toen die Koeweit binnenviel, ondanks het feit dat de meeste van hen in Koeweit waren geboren en er hun hele leven hadden gewoond. Deze extreme Arabische tegen Arabische etnische zuiveringen kregen haast geen aandacht in de westerse nieuwsberichten. Meer dan een decennium later, is de vijandigheid van Koeweit jegens de Palestijnen en de Palestijnse Autoriteit nog steeds intens aanwezig.
Misschien zelfs nog veelzeggender is het feit dat, van zodra de Palestijnse Autoriteit opgericht als uitvloeisel van de Oslo-akkoorden (van september 1993) en de Palestijnen in de hele wereld uitkeken naar de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, er geen waarneembare toestroom was van Palestijnen uit de diaspora naar hun vroegere vaderland.
In het licht van het bovenstaande kan men zich redelijkerwijs afvragen: Waarom blijven de Arabische leiders zo eensgezind in het blijven aandringen op het Arabische “recht op terugkeer” en de vervulling van het vermeende “onvervreemdbare recht van nationale zelfbeschikking” voor het “Palestijnse volk”? De helft van het antwoord is ons reeds gegeven door Arafat zelf en Zahir Muhsein in het bewuste interview. Maar helaas, is de andere helft zo mogelijk nog gruwelijker dan de eerste. De fictie van het ontwortelde en onderdrukte “Palestijnse volk” is eigenlijk veel meer dan een rechtvaardiging voor terrorisme en de eindeloze oorlog tegen Israël: het is tegelijk ook de hoax waarmee het Arabische blok zich binnen de Verenigde Naties kunnen handhaven op het niveau van bijna hysterie, en een verrechtvaardiging van hun propaganda-oorlog en oorlogsterreur jegens de Verenigde Staten.
Wordt vervolgd in Palestijnen zijn agressors, geen slachtoffers [deel 3]: Palestijnen zijn agressors, geen slachtoffers [deel 3]: Palestijnen in de Jihad tegen het “globale ongeloof”
Bronnen: FrontPageMagazine.com: Palestinians: Aggressors, Not Victims door David Meir-Levi van 27 november 2007, deel 2 vrij bewerkt en vertaald door Brabosh op 9 januari 2010; zie ook op deze blog: De communistische wortels van de Palestijnse terreur – deel 1 en deel 2 door David Meir-Levi van 14 december 2007, vertaald door Brabosh op 12 en 14 november 2009
Barack Obama dreigt met financiële sancties jegens Israël

Hoezo, Amerika de grootste en trouwste bondgenoot van Israël? Niet [meer] als het van Obama afhangt. President Barack Obama en zijn regeringskabinet ontwikkelen zich stilaan tot een wandelende nachtmerrie voor Israël of dat begint er toch steeds meer op te lijken. Sinds Obama een jaar geleden president van Amerika werd, is hij nog geen millimeter opgeschoven naar een vredesakkoord tussen Palestijnen en Israël. Sommigen vragen zich af waarom hij zich zo blijft uitsloven, de [Nobel]prijs voor de Vrede heeft hij immers toch al op zak [..]

George Mitchell, Obama's gezant in het M-O
Vermits zijn diplomatie niet het minste effect heeft op Mahmoud Abbas en de Palestijnse Autoriteit (zie op deze blog Abbas over zijn ontmoeting met Obama: ‘Ik kan hier niks komen doen’), is Obama blijkbaar van mening dat de enige betrokken partij in het geschil die oren heeft naar zijn argumenten – met name Israël dus – maar het volle gewicht van de verantwoordelijkheid om tot een oplossing moet dragen én als dat akkoord dan (voorspelbaar) gedoemd is om te mislukken, ook de enige zal zijn die zal boeten voor het mislukken van de vredesonderhandelingen. Intussen wrijft Abbas zich al bij voorbaat in de handen om het resultaat en dreigt als enige grote overwinnaar uit Obama’s politiek diplomatiek débâcle weg te komen.
De enige zekere verliezers in dit wansmakelijk diplomatiek theater zijn zoals steeds Mohammed-met-de-pet van het Palestijnse volk én de burgerbevolking in Zuid-Israël die al sinds 2002 dagelijks of wekelijks naar de schuilkelders rent om te ontkomen aan de voortdurende raketbeschietingen vanuit Gaza door Hamas, de terreurgroep waar iedereen het erover eens is dat er niet mee te onderhandelen valt, inclusief ex-president Jimmy Carter die het onlangs zelf noodzakelijk vond om zich in het openbaar te verontschuldigen bij Israël voor het stigmatiseren van de Joodse staat, na het falen van zijn diplomatieke escapades in de Gazastrook. Aldus kunnen Hamas en Co ongenaakbaar hun intrinsieke islamistisch geïnspireerde geweldscultuur verder uitleven[..] zonder dat iemand in staat is om hen een strobreed in de weg te leggen en hebben zij hun terreuracties de laatste weken zelfs nog opgedreven.
Zo weet het alom gerespecteerde Israëlische dagblad Yisrael Hayom afgelopen weekeinde te melden dat George Mitchell, Barack Obama’s Midden-Oosten afgevaardigde, Israël gedreigd heeft met het blokkeren of gedeeltelijk blokkeren van bankgaranties voor leningen aan de Joodse staat als Israël niet spoedig vooruitgang boekt in het vredesproces met de Palestijnse staat. Mitchell ontkende achteraf dat hij een bedreiging of een “impliciete dreiging” had geuit, alhoewel een transcriptie van het interview verklaart: “Volgens het Amerikaanse recht kunnen de Verenigde Staten garanties op leningen bestemd voor Israël weigeren. President George Bush sr. deed dat eens een keer in een bepaalde situatie… Dat is één van de mogelijkheden [om uit de impasse te raken] die in het openbaar werd besproken.”
Israël verzocht daarop het Witte Huis om meer uitleg omtrent Mitchell’s dreigingen en voegde eraan toe dat het enkel de Palestijnse zijde is die weigert om aan de onderhandelingstafel te komen. Er zijn mensen die proberen Obama’s houding en acties jegens Israël te bagatelliseren, maar wat we hier zien is veel erger dat wat was onder George Bush sr. en James Baker. Dit weekend heeft Makor Rishon details vrijgegeven van de nieuwste incarnatie van het van plan van Obama om Jeruzalem en Israël te verdelen – de details van wat Mitchell eist van Israël.

Jerusalem, 10 januari 2010. VS-senator John Mccain (l.): 'Wij - de Republikeinen - laten Israël niet vallen'
Het algemene gevoel dat het weekend overheerste in kranten en weekendmagazines is dat Israël zich verder dreigt te isoleren als gevolg van de Amerikaanse dreigementen en druk. Onlangs, heeft Obama Israël gedwongen Israël om een reeks controleposten (checkpoints) te verwijderen, die onmiddellijk resulteerde in bloedige terroristische aanslagen. Obama heeft vervolgens Israël gedwongen tot het bevriezen van nederzettingen, die alleen maar schade veroorzaakt aan Israël en de Israëli’s – zowel politiek als financieel. Maar ondanks dat Israël telkens voldeed aan die expliciete eisen van Obama, was dit allemaal nog niet goed genoeg en vraagt hij meer, zeggend dat wat Israël heeft gedaan niet genoeg is.
Het is makkelijk zeggen dat Bibi [premier Netanjahoe] maar een zwakke ruggengraat heeft en dat die afbrokkelt onder de zware druk van de VS (ik veronderstel dan dat men inderdaad toegeeft dat er intense druk is vanuit de VS), maar de meerderheid van de Israëli’s geloven dat Bibi een gevaarlijk spel van crisisdiplomatie speelt in zijn poging om Israël te verdedigen tegen deze anti-Israëlische Amerikaanse regering, maar het is een spel dat we dreigen te verliezen omdat het zo ingewikkeld is. Er is een reden dat meer dan 96 procent van Israël gelooft dat Obama niet goed is voor Israël. De feiten spreken voor zich.

Yuval Steinitz: 'We hebben de centen al elders gevonden'
Er kwam toch één lichtpunt uit de VS. De Amerikaanse republikeinse senators John McCain uit Arizona en voormalig presidentskandidaat, John Barrasso uit Wyoming, John Thune uit Zuid-Dakota en Joe Lieberman uit Connecticut, hielden afgelopen zondag in Jerusalem een persconferentie waarbij zij Israël een hart onder de riem kwamen steken dat wat hen betreft het Amerikaanse Congres nooit haar goedkeuring zal hechten aan Obama’s voornemen om te snijden in de bankgaranties voor leningen aan Israël. Bekijk hier videoclip van de conferentie.
Yuval Steinitz, Israël’s minister van Financiën, zei afgelopen zondag dat Israël niet van plan is om de Amerikaanse garanties voor leningen in de nabije toekomst te gebruiken en erin geslaagd is om fondsen te werven zonder garanties. (Dat is een andere manier van Israël om Obama te vertellen dat hij kan oprotten met zijn dreigementen). Zaterdagavond, heeft premier Benjamin Netanjahoe een verklaring afgelegd naar aanleiding van opmerkingen van Mitchell, dat Israël effectief belangrijke stappen heeft ondernomen om het vredesproces vooruit te helpen, terwijl anderzijds de Palestijnse Autoriteit weigert om vredesbesprekingen te hervatten. “Het is de Palestijnse Autoriteit die dringend haar houding moet veranderen – zeker niet de Israëlische regering,” stond er in de verklaring van het kabinet van de premier te lezen.
De essentie ontbreekt nog steeds in het Israëldebat
Op 17 december 2009 vond in het Vredescentrum in Antwerpen de boekvoorstelling plaats van Israël-Palestina. Tweespraak over oorzaken en oplossingen (Uitgeverij Pelckmans, 2009). Het boek is een unieke neerslag van urenlange gesprekken tussen liberaal vrijdenker André Gantman (pro Israël) en marxistisch filosoof Ludo Abicht (pro Palestina), geleid en neergeschreven door gewezen journalist Roger Van Houtte.
Politiek commentator bij de VRT Ivan De Vadder modereerde het debat, dat zeer sereen verliep. In de – tussen haakjes prachtige – zaal zaten zowel joden als niet-joden, maar van moslims of Palestijnen was geen spoor te bekennen. Misschien zat het barre winterweer daar voor iets tussen, alhoewel.
Gantman en Abicht zijn, ondanks hun tegengestelde standpunt, vrienden. Dat is mooi, maar het moest blijkbaar koste wat kost ook zo blijven. In de inleidende woorden van Roger Van Houtte en Karl Drabbe (de uitgever), en ook in het begin van het debat, werd beklemtoond dat ondanks het tegengestelde standpunt van de twee antagonisten, er gelukkig ook punten van consensus zijn. De Vadder was als moderator bijna overbodig, want Gantman en Abicht lieten elkaar zeer beschaafd hun (vrij lange) redevoering houden. Dit leverde mijns inziens twee monologen op met een hoog ouwe jongens krentenbrood-gehalte, in plaats van een dialoog of debat. Het goeie ouwe gevoel van authentieke verontwaardiging is kennelijk zeldzaam geworden; als de ‘goede vrede’ tijdens het debat maar wordt bewaard en als men maar met een ‘positieve noot’ kan eindigen. Door deze postmoderne manier van ‘debatteren’ werd de ruimte gecreëerd om argumenten van de tegenpartij te negeren. Vooral Ludo Abicht bezondigde zich hieraan, en ik weet zeker dat het bij Gantman louter om strategische redenen is dat hij in dat verhaal meegaat.
Een van de weinige zaken waar beide heren het over eens zijn is de noodzaak van het Israëlische veiligheidshek, al vermeldt Abicht in vage bewoordingen dat hij de locatie ervan erg ongelukkig vindt. Zeer zwak als je weet dat de joden uiteindelijk een stukje woestijngrond hebben gekregen dat nog geen tien procent is van het land dat hun in de Mandaatopdracht van de Volkenbond was toegewezen.
Gantman maakt echter in het begin van het debat al een sterk punt, wanneer hij opmerkt dat er nooit een Palestijnse staat werd opgericht door Jordanië of door Egypte, wat bewijst dat ‘het Palestijnse volk’ door de Arabische wereld louter als speerpunt wordt gebruikt tegen de joden en tegen Israël.
Tweede sterk punt dat Gantman maakt, is wanneer hij aanhaalt dat het enige wat de Israëlische terugtrekking uit Gaza heeft opgeleverd, een exponentiële toename was van het aantal aanslagen op Israëlische doelwitten: op het moment dat Israël land weggeeft, wordt het gebruikt om van daaruit de joden aan te vallen. Als Abicht repliceert dat hier ‘religieuze oorzaken’ aan de basis liggen, denkt hij blijkbaar dat dit een tegenargument is. Het tegendeel is natuurlijk het geval, want hij haalt daarmee juist zélf de essentie aan die in het debat ontbrak, namelijk dat de islam het probleem is.
De islam, die in tegenstelling tot het christendom en het jodendom een totaal gebrek aan verlichtingspotentieel heeft en al 14 eeuwen lang uitpuilt van de jodenhaat, vrouwenhaat, jihadistische veroveringsdrang en bloedvergieten, zorgt er dagelijks voor dat de breinen van moslims in het hele Midden-Oosten, maar ook in Europa bijvoorbeeld via moskeeën, televisie en organisaties zoals de AEL, worden vergiftigd. Het enige wat u moet doen om dat te beseffen is een abonnement nemen op de website van het Middle East Media Research Institute (http://www.memri.org). Gantman weet dit, maar zoals zoveel joodse mensen in Antwerpen kan hij het zich niet veroorloven om dat op een boude manier te stellen. In een van zijn redevoeringen zegt hij wel terloops dat volgens de islam de ‘dar al-harb’ (huis van de oorlog) ‘dar al-islam’ (huis van de islam) moet worden. Noch De Vadder, noch Abicht gaan daar op in.
Weet Abicht dan niet dat dit geen oude, vergeten of interpreteerbare termen zijn uit de koran, maar wel springlevende begrippen in de islamitisch wereld? Beseft Abicht dan niet dat het onmogelijk is voor Israël om samen te leven of om te onderhandelen met een tegenstander met zo’n religieus-ideologische dogma? De Israëlische historicus Elie Barnavi zegt terecht: “Omdat de laatste eeuwen de ideeën van de Verlichting, rationalisme en secularisme domineren, kunnen Europeanen een irrationeel verschijnsel als religieus geweld niet begrijpen. Zij zoeken voor een godsdienstoorlog rationele oorzaken als armoede en uitsluiting. In de Arabisch-islamitische wereld is religie de onderbouw, de factor die het verloop van de geschiedenis bepaalt”
Inderdaad: de doctrine van de dar al-islam speelt absoluut niet slechts in de hoofden van enkele fundamentalistische groeperingen zoals Hamas. Net zoals het onderscheid tussen moslims en niet-moslims (‘infidels’ of ‘dhimmis’), worden de begrippen dar al-harb en de dar al-islam aanvaard, breed gedragen en in de praktijk omgezet in de islamitische wereld. Maar Abicht wil – zoals zovele linkse naïeve Gutmenschen in het Westen – deze inconvenient truth niet aanvaarden of niet geloven, en blijft zich tijdens het debat krampachtig vasthouden aan zijn stokpaardje: de joodse nederzettingen. Voorts neemt Abicht – godbetert! – het woord fundamentalisten enkel in de mond als hij het over joden heeft. Weet hij dan niet dat er bijvoorbeeld tijdens de afgelopen maand van de ramadan niet minder dan 200 jihadistische aanslagen wereldwijd werden gepleegd, gaande van een drive-by shooting in Thailand en het afslachten van enkele christenen, tot zware bomaanslagen in Pakistan? Is er daarentegen ooit een jood geweest die zichzelf heeft opgeblazen in een Duits restaurant?
Abicht beschouwt de joodse nederzettingen als dé oorzaak van het ontstaan van Hamas en als dé oorzaak van het mislukken van vredesonderhandelingen. Gantman haalt echter droog alle data aan waarop een uitgestoken hand van Israël werd geweigerd. Het enige wat Israël totnogtoe terugkreeg is haat, leugens en terreur. Abicht moet dringend beseffen dat ‘de joodse kolonisten’ een uitvlucht zijn van islamieten om de joden te haten en Israël niet te erkennen. Hij moet beseffen dat de islamitisch wereld en de Palestijnse lobbygroepen de achilleshiel van Europa – verdraagzaamheid en tolerantie – uitbuiten en daarvoor de ‘arme Palestijnen’ misbruiken, terwijl er meer Palestijnen omkomen door toedoen van Hamas dan door Israël en terwijl er meer moslims worden gedood door andere moslims.
Wat doet Abicht met de talloze uitspraken van islamitische gezagsdragers dat ‘de joden in zee moeten worden gedreven’ en dat ‘een tweede Holocaust wenselijk is’? En wat doet hij met wat er dagelijks aan jodenhaat wordt verspreid in de islamitische wereld, met het feit dat in heel wat islamitische landen aan jonge moslims wordt geleerd om de joden te haten, en met het feit dat Mein Kampf er als zoete broodjes wordt verkocht? Gantman zegt terecht dat “kinderen in Israël niet met wapens worden grootgebracht”. Dit uiteraard in tegenstelling tot de Gazastrook. Hiermee haalt hij de crux van de zaak aan: de islamitische cultuur is er een van haat, onderdrukking, uitsluiting, verovering en geweld. De joodse cultuur niet, wel integendeel. En laat dat nu net de reden zijn waarom ook in Vlaanderen en Antwerpen er heel wat ongezonde jaloezie bestaat jegens ‘de arrogante joden’. Dit vormt de basis van een nieuw soort antisemitisme, en het is de reden waarom tijdens de zogenaamde ‘vredesbetogingen’ in Antwerpen, waar de leuze ‘Hamas, Hamas, joden aan het gas’ luid weerklonk uit de monden van moslims, een groot deel van progressief links zich in stilzwijgen hulde en sommigen zich zelfs aan de zijde van deze barbaren schaarden.
Het voortbestaan van Israël, het enige lichtpunt van beschaving in het Midden-Oosten, Europa’s ‘kanarie in de steenkoolmijn’ en eerste verdedigingslinie tegen de islamiseringsdrang van de Arabisch-islamitische wereld met de OIC als speerpunt, hangt aan een zijden draadje. Zoals Winston Churchill wist vlak voor de tweede wereldoorlog na het Verdrag van München, heeft Europa ook nu de keuze tussen oorlog en oneer. Als Europa blijft kiezen voor appeasement en dus voor oneer, zal het oorlog krijgen.
Europa moet (cfr. Eurabia, Bat Ye’Or, 2005) dringend stoppen met zijn appeasementpolitiek ten opzichte van de Arabisch-islamitische wereld, en moet de verlichtingsideeën, maar op dit moment vooral Israël en de joodse cultuur, naar waarde schatten.
Sam van Rooy
Sam van Rooy vertaalde eerder War and Peace — and Deceit — in Islam van Raymond Ibrahim en ook op deze blog werd gepubliceerd (in 2 delen) onder de titel ‘Oorlog en vrede – en misleiding – in de Islam’ [deel 1] en [deel 2]. Sam is de zoon van Wim van Rooy die bekendheid verwierf met zijn boek De malaise van de multiculturaliteit, dat onlangs werd gepubliceerd.
Boeksynopsis door uitgeverij Pelckmans:
Israël-Palestina roept vele associaties op: Exodus, Sabra en Chatilla, intifada, de Muur, zelfmoordterrorisme, 1967, tweestatenoplossing, Joodse kolonisten en Palestijnse vluchtelingen, davidster en hakenkruis, zionisme en antisemitisme. Vele diplomaten en Amerikaanse presidenten hebben hun tanden stukgebeten op wat allicht het diepst gewortelde conflict is van de 20ste én 21ste eeuw. Ook in Vlaanderen beroert dit conflict de gemoederen.
Ludo Abicht en André Gantman hebben heel wat gemeen. Een familiale en persoonlijke Joodse ‘connectie’, vrijzinnig, Antwerpenaar, Vlaamsgezind. En toch staan ze ook lijnrecht tegenover elkaar. Marxistisch filosoof versus liberaal vrijdenker. Pro Palestina versus pro Israël. En toch willen ze allebei een verstandige en vredelievende oplossing voor het conflict in het land dat hen beiden zo na aan het hart ligt.
Abicht en Gantman overlopen chronologisch de geschiedenis van het conflict. Van de bijbelse tijden tot de opbouw van de staat Israël. Tot 1967 vinden beide polemisten elkaar in de geschiedenis van Israël, de Joodse diaspora en de Holocaust. Maar vanaf de Zesdaagse Oorlog in 1967 wijken hun standpunten steeds verder uiteen. Abicht eist het recht op een Palestijnse staat. Gantman eist het recht op de erkenning van de staat Israël. Toch doen ze samen een voorstel om een oplossing uit te tekenen, haalbaar voor zowel Israël als Palestina.
Over de auteurs:
LUDO ABICHT (1936) was hoogleraar Literatuur en Filosofie aan verschillende universiteiten. Hij publiceerde talloze boeken en artikels over filosofie, ethiek, interculturaliteit, vrijzinnigheid, Joodse cultuur en het Midden-Oosten, waaronder Eén maat en één gewicht.
ANDRE GANTMAN (1950) is jurist. Hij was advocaat en vld-schepen van Antwerpen. In 1980 werd hij voorzitter van B’nai Brith. Zijn vader was tijdens WO II geïnterneerd in een kamp van Russische krijgsgevangenen, zijn moeder wist nipt aan de dood te ontsnappen. Zijn grootvader aan moederzijde overleefde de hel van Auschwitz niet. Gantman publiceerde eerder Jood zijn is een avontuur (2008).
Bestellen kan bij Uitgeverij Pelckmans



















