Maandelijks archief: januari 2010
Het groene mirakel van Israël: 100 jaar herbebossing van het land


Vandaag 20 januari 2011 is het Toe Bishvat, het Joodse Feest van de Bomen. Foto: jaarlijks herbebossing van Israël ter grootte van bijna 20.000 voetbalvelden
Toe Bishvat (bomenfeest) in Israël
De oorsprong van de Joodse eerbied voor fruit en bomen ligt in de traditie en religie van Tora en Talmoed. Bomen zijn dikwijls een metafoor voor mensen. Al van in de oudheid gaven verstandige legeraanvoerders tijdens het beleg van een stad, het bevel om alles te vernietigen behalve de [fruit]bomen. Zich inspirerend op bijbelse verzen luidt bv. deze uit Deuteronomium. 20:19-20 als volgt: “Wanneer u een stad belegert, verwoest dan niet de fruitbomen. Eet zoveel fruit u wilt, maar hak de bomen niet om. Zij zijn immers geen vijanden die moeten worden gedood! Alleen bomen die geen voedsel leveren, mag u omhakken. Gebruik deze voor ladders, torens en stormrammen voor de belegering.” Lees hier meer over Toe Bishvat in de Joodse traditie.

Netanjahoe plant een boom in Golan, 8 februari 2009
Echter in Israël, dat steeds meer de seculiere weg opgaat, wordt deze van oorsprong religieuze feestdag steeds meer gevierd [evenzo door de meeste Joden in de rest van de wereld] om drie redelijk politiek gemotiveerde redenen. Eerstens door het eten op deze dag van zoveel mogelijk verschillende soorten vruchten, meer in het bijzonder dan van fruit dat in Israël verbouwd wordt. Een manier om hun steun voor de Joodse staat te bevestigen en te consolideren, wars tegen elke boycot in van pro-Palestijnse NGO’s en van de sterke bijzonder goed gestructureerde en actieve anti-Israëllobby in de wereld.
Lees snel verder KLIKKEN op… Lees de rest van dit bericht
5de Internationale Holocaust Herdenkingsdag 27 januari 2010

KZ Auschwitz-Birkenau
Gisteren, 27 januari 2010 was het precies 65 jaar geleden dat KZ Auschwitz-Birkenau werd bevrijd door het Rode Leger. Op 1 november 2005 werd door de Verenigde Naties (VN Resolutie 60/7) deze datum van 27 januari uitgeroepen als International Holocaust Remembrance Day. Na zestig jaar stilzwijgen over de Holocaust binnen de door de Arabische landen gedomineerde Verenigde Naties, besloot de belangrijkste en meest gekende internationale organisatie van de wereld, eindelijk om haar stem te laten horen. Beter laat dan nooit [sic].
In Israël wordt de Holocaust – meer correct Shoah of Judeocide – al veel langer herdacht. Op 12 april 1951 nam de Knesset (het Israëlische parlement) de Yom Hashoah wet aan (voluit: Yom Hashoah U’Mered HaGetaot, ned.: Holocaust en Getto Revolte Herdenkingsdag) die sindsdien elk jaar wordt herdacht volgens de Joodse kalender op de 27ste van de maand Nissan. Die naam werd later gewijzigd in Yom Hashoah Ve Hagevurah (Dag van de Verwoesting en het Heroïsme) en later gemakkelijkheidshalve verkort naar Yom Hashoah.
De Joodse kalender verschilt wel elk jaar ten opzichte van de internationale [christelijk geïnspireerde] kalender. Zo valt de 27ste Nissan dit jaar op maandag 12 april 2010 en herdenken de Joden in de wereld en in Israël op die dag niet enkel de Shoah maar tezelfdertijd ook de Opstand in het Getto van Warschau van 19 april 1943.
Yom Hashoah verwijst aldus enerzijds naar de genocide op de Joden tijdens het Derde Rijk en daarnaast ook naar de ‘geboorte’ van Joods verzet en Joodse strijdbaarheid die uit die vernietiging oprees. De Joodse verzetstrijders die de slachting en vernietiging van het getto hadden overleefd, trokken later naar Palestina om daar te helpen aan de oprichting van de Joodse onafhankelijke staat Israël, onafhankelijkheid die op 29 november 1947 met VN-resolutie 181 werd aangekondigd en op 14 mei 1948 feit werd.
Israël zetelt voor het eerst in randorganisatie van VN-Mensenrechtenraad
Na decennia van systematische uitsluiting, werd Israël het lidmaatschap verleend van een nevenorganisatie van de Verenigde Naties in Genève, het Europese hoofdkwartier van de wereldorganisatie. De toelating van Israël aan JUSCANZ, een overleggroep in de rand van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UN Human Rights Council) werd afgelopen vrijdag bij consensus goedgekeurd en bevestigt alzo dat het de Joodse staat beschouwt als een ‘gelijkgezinde’ staat. JUSCANZ is de afkorting (uitgesproken als juicecans – blikken fruitsap) voor de niet-EU-democratieën Japan, de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland – De groep werd in het verleden af en toe uitgebreid met Noorwegen, Zwitserland en andere westerse landen.
Om dit te laten gebeuren in Genève, en vooral dan binnen de door de Arabieren gedomineerde Raad voor de Mensenrechten, is dit een historische prestatie voor Israël en voor het beginsel van de gelijkheid. Het is een belangrijke prestatie in een arena waar regressie de norm is en een die het Israël zal mogelijk maken voor de eerste keer deel te nemen aan een VN-adviesgroep over de mensenrechten. Dit is vooral belangrijk in een tijd waarin landen van plan zijn om de VN-Raad voor de Mensenrechten in 2011 te hervormen, een orgaan dat herhaaldelijk een oogje dichtkneep voor de slachtoffers van de wereld van schendingen van de mensenrechten.

Ali Treki uit de terroristenstaat Libië en huidig voorzitter van de VN, kreeg de Homofobieprijs 2009
De diplomatieke overwinning volgt na jaren van diplomatieke inspanningen, die werden ondersteund door UN-Watch als een noodzakelijke uitvoering van het gelijkheidsbeginsel van het Handvest van de Verenigde Naties te waarborgen voor alle naties, groot en klein. De Verenigde Staten is een van stuwende landen geweest dat dit uiteindelijk kon gebeuren.
Met de aanstelling van de Libische diplomaat Ali Abdussalam Treki (afb. links), vriend van Moeamar Khadafi de president van de terroristenstaat Libië, die als de nieuwe voorzitter van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, op 23 september 2009 de 64ste sessie opende van de Vergadering, ziet het er niet enkel voor Israël slecht uit (zie hier), maar ook voor de holebi beweging wordt het al niet veel rooskleuriger.
In een persconferentie die na het einde van de Algemene Vergadering volgde, vroegen enkele journalisten Ali Treki wat hij dacht over de “Declaration for the Universal Decriminalisation of Homosexuality,” die officieel werd afgekondigd op 19 december 2008. Ali Abdussalam Treki antwoordde misprijzend: “Het moratorium op de decriminalisering van de homoseksualiteit ‘is onaanvaardbaar’”, en vervolgde “Dit is een zeer netelige kwestie. Als moslim, ben ik het er niet mee eens. Ik denk dat het voor de meesten in de wereld niet aanvaardbaar is, en het is volstrekt onaanvaardbaar voor onze traditie en religie”. Het leverde hem de Homofobieprijs 2009 op, uitgereikt door Belgisch minister Pascal Smet.
De wijziging van de diplomatieke positie van Israël binnen de VN geldt niet voor het JUSCANZ overlegorgaan in New York en heeft verder ook geen invloed op de voortzetting van de uitsluiting van Israël uit de Aziatische regionale groep. UN-Watch heeft bij de Verenigde Naties beroep aangetekend om de nog resterende discriminerende barrières voor de volledige en gelijkwaardige deelname van Israël aan stemmingen in de Verenigde Naties en overlegblokken op te heffen.

Embleem van de door de Arabische landen gedomineerde Verenigde Naties
In het bijzonder dringt UN-Watch bij de Raad voor de Mensenrechten erop om haar permanente agendapunt gericht tegen Israël te verwijderen; de post van een vaste onderzoeker op te heffen over vermeende Israëlische mensenrechtenschendingen, waarbij de schuld vooraf bij het beleid van Israël wordt gelegd en waarbij drie kwart van alle resoluties van de Verenigde Naties zijn gewijd aan de eenzijdige afkeuring van Israël en Israël meer het voorwerp is van bijzondere bijeenkomsten vergeleken met het totaal aantal sessies voor de rest van de wereld samen [Israël is de facto altijd schuldig tot het tegendeel is bewezen, maar wie màg dat nog wel bewijzen en tegenover wie en wie ver-oordeelt dan?...]
Die post van vaste onderzoeker [UN Permant Investigator] is momenteel in het bezit van Richard Falk, sinds 2008 speciale VN-rapporteur over mensenrechten schendingen in de sinds 1967 ‘bezette’ Palestijnse gebieden en vooral berucht als theoreticus en verbreider achter zijn zogeheten 9/11 samenzwering. Als je dat allemaal objectief bekijkt is het wel een mooi zootje geworden daar bovenaan de top van de Verenigde Naties [..]
Voor een overzicht van alle speciale sessies, zie verder.

Achtergrond: Lijst van alle buitengewone bijeenkomsten van de VN-Mensenrechtenraad
Vanaf haar oprichting in juni 2006, heeft de VN-Mensenrechtenraad Raad 10 bijzondere bijeenkomsten (UN Special Session) gehouden, waarvan zes werden gesponsord door de Arabische staten en besteed aan de eenzijdige veroordeling van Israël en vier anderen aan de rest van de wereld samen.
Twee extra bijeenkomsten werden gehouden over de voedsel- en financiële crisissen, waarbij voor beide problemen met een beschuldigende vinger werd gewezen naar het Westen. Hierna volgt een summiere samenvatting.
- De volgende – 13de buitengewone bijeenkomst – zal plaats vinden in Genève van 1 tot 26 maart 2010
- 12de buitengewone bijeenkomst (oktober 2009): Israël werd veroordeeld wegens vermeende schendingen van mensenrechten (maar Hamas werd niet veroordeeld) en keurde het verslag van de VN-Mensenrechtenraad fact-finding missie over het Gazaconflict (het Goldstone Rapport) goed.
- 11de buitengewone bijeenkomst (mei 2009): Loofde de regering van Sri Lanka (en negeerde de moord op 20.000 burgers).
- 10de buitengewone bijeenkomst (februari 2009): De wereldwijde financiële crisis (waarbij de schuld eenzijdig bij het Westen werd gelegd).
- 9de buitengewone bijeenkomst (januari 2009): Veroordeelde Israël voor de oorlog in Gaza (en negeerde het terrorisme van Hamas).
- 8ste buitengewone bijeenkomst (november 2008): Over de crisis in Congo (en faalde de onderzoekscommissie opnieuw aan het werk te krijgen, die eerder op het jaar door dezelfde Raad was aangesteld).
- 7de buitengewone bijeenkomst (mei 2008): Wereldwijde voedselcrisis (waarbij de schuld eenzijdig bij het Westen werd gelegd).
- 6de buitengewone bijeenkomst (januari 2008): Veroordeling van Israël voor haar acties in de Gazastrook (en negeerde het terrorisme van Hamas).
- 5de buitengewone bijeenkomst (oktober 2007): Over de schending van de mensenrechten in Myanmar (voorheen Birma) door de militaire junta en protesten tegen het huisarrest van Aung San Suu Kyi, mensenrechtenactiviste en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 1991 en de Sacharovprijs voor de Vrije Meningsuiting in 1990.
- 4de buitengewone bijeenkomst (december 2006) Over de oorlog in Darfoer (waarbij Soedan werd geprezen voor haar goede ‘samenwerking’).
- 3de buitengewone bijeenkomst (november 2006): Veroordeling van Israël voor de beschieting van Beit Hanoun, een Palestijnse stad in de Gazastrook (en negeerde het terrorisme van Hamas).
- 2de buitengewone bijeenkomst (augustus 2006): Veroordeling van Israël voor de oorlog in Libanon van 2006 (en negeerde het terrorisme door Hezbollah).
- 1ste buitengewone bijeenkomst (juli 2006): Veroordeling van Israël voor haar antwoord na de gevangenneming van Gilad Shalit (en negeerde het terrorisme van Hamas).
Bron: UN Watch: First Time: Israel Allowed into UN Human Rights Caucus van 27 januari 2010
Arabische hulp aan slachtoffers van Haïti
Ere wie ere toekomt, ook een aantal Arabische [moslim]landen zijn in Haïti actief met hulpteams ter plaatse, of hebben hulpgoederen naar Port-au-Prince gezonden of hebben aanzienlijke bedragen overgedragen [of toegezegd] aan het hulpfonds van de Verenigde Naties, om de wederopbouw van het zwaar getroffen land weer op gang te trekken en te financieren.
Medisch team uit Qatar
Naast reddingsploegen uit Egypte en Jordanië, levert er in het bijzonder Qatar goed werk. Voor het eerst sinds de Arabische golfstaat in 2004 werd gesticht, heeft de Internationale Veiligheidsmacht van Qatar een 30-koppig hulpteam naar het buitenland gezonden.

Dr. Mootaz Ali, lid van het hulpteam uit Qatar, behandelt in een klaslokaal een patiënt met een gebroken been (foto: Robert Stolarik)
Al in de vroege uren van 16 januari 2010 landde een C-17 vliegtuig uit Doha, de hoofdstad van Qatar, op de tarmac van de luchthaven van Haïti met aan boord 50 ton dringende hulpgoederen. “Het is een lange weg om hier te geraken en het is de eerste keer dat we onze regio verlaten,” zei de 29-jarige kapitein Moebarak al Kaabi, de chef van het team. “Maar hulp betekent iedereen helpen en niet alleen Arabische mensen.” Het hulpteam heeft een kleuterschool uitgekozen, genoemd Notre Dame du Mont Carmel, die de aardbeving relatief goed doorstaan heeft, om er haar tenten op te slaan.
De klaslokalen liggen er vol patiënten die wachten op de eerste zorgen, de meesten ervan zien voor het eerst sinds de aardbeving van 12 januari een dokter. “We zien vooral veel gebroken ledematen, andere breuken en wonden die ontstoken zijn omdat een week na de ramp deze mensen nog door niemand werden behandeld en nog geen enkele medicatie kregen toegediend,” zei Yasser Khourani, een 40-jarige chirurg. Zonder stromend water of elektriciteit moet een team van 10 dokters, verplegers en paramedici zich behelpen met de materialen die hen ter beschikking staan. “Het grootste probleem dat we hebben is het totaal gebrek aan hygiëne,” zei Mootaz Ali, een 37-jarige orthopedische chirurg. “Sommige patiënten kunnen niet eens de antibioticapillen innemen die we hen geven omdat ze niet aan water geraken.”
Sinds hun aankomst hebben de dokters uit Qatar bijna 500 slachtoffers behandeld. De groepsleden zijn goed geschoold in eerste hulpzorg en brengen hun ervaring mee die ze afgelopen winter opdeden tijdens de oorlog in Gaza, de Libanonoorlog in 2006 en de oorlog in Somalië, alsmede natuurrampen zoals de aardbeving in Pakistan in 2005 en de overstromingen in Mauritanië in 2007. De afgelopen jaren zijn Arabische landen meer actief geworden buiten de grenzen van hun gebied.
Jordaanse vredesmacht op Haïti

Hédi Annabi, de Tunesische diplomaat en chef van de VN-vredesmacht op Haïti, verloor het leven tijdens de aardbeving van 12 januari 2010
Jordanië heeft 900 soldaten en politieagenten gestationeerd op het eiland die deel uitmaken van de internationale Stabilisatie Missie van de Verenigde Naties in Haïti, bekend onder de Franse naam Minustah, een VN-vredeskorps dat met het mandaat van Resolutie 1542 van de VN-Veiligheidsraad van 30 april 2004 op zak, in Haïti tracht de vrede te handhaven sinds de voormalige president Jean-Bertrand Aristide op 29 februari 2004 het land werd uitgedreven [sindsdien in ballingschap in Zuid-Afrika] en gewapende bendes het eiland terroriseren. Op dit ogenblik is dit korps samengesteld uit 8.940 militaire personeel en 3.711 politieagenten.
De geblauwhelmde Jordaanse soldaten trachten thans samen met hun politiekorps de orde te bewaren. Samen met de blauwhelmen uit Indië houden ze onder meer de Banque Nationale de Crédit in Port-au-Prince afgegrendeld, die ze moeten behoeden voor plunderende gewapende bendes.
Drie Jordaanse leden van de VN-vredesmacht, majoor Atta Manasir, majoor Asharf Jaiusi en korporaal Raed Khawaldeh kwamen om tijdens de aardbeving toen ze op post waren in het hoofdkwartier van de VN-missie in Hotel Christopher in Port-au-Prince, 23 andere soldaten werden gewond.
Hierbij kwam ook de chef van de Minustah van de VN, de Tunesische diplomaat Hédi Annabi, om het leven.
Andere Arabische landen helpen
Zo zonden de Verenigde Arabische Emiraten 145 ton medicijnen en levensmiddelen, Libanon heeft 28 ton levensmiddelen gezonden, Jordanië heeft 6 ton hulpgoederen gezonden en een mobiel veldhospitaal geleverd en de Koeweiti’s 1 miljoen dollar gestort en 100 ton levensmiddelen, tenten en dekens gestuurd, volgens het nieuws agentschap van de Verenigde Naties.

President René Preval: nog geen cent gezien
Ook Saoedi-Arabië heeft maandag 25 januari 50 miljoen dollar toegezegd aan het hulpfonds van de Verenigde Naties voor Haïti, heeft Osami Nugali, de woordvoerder van het Min. van Buitenlandse Zaken van de golfstaat bekend gemaakt. De voorbije week heeft Ekmeleddin Ihsanoglu, de secretaris-generaal van de 56 landen tellende Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC), al haar OIC-leden en islamitische organisaties opgeroepen om hulp te bieden aan Haïti.
Huidig president René Preval van het zoals bekend door-en-door corrupte regime van Haïti, klaagde er gisteren (27 januari) over dat hij nog geen cent had gezien en kreeg als antwoord dat het grootste deel van de hulpgelden en -middelen rechtstreeks wordt overgemaakt aan de Verenigde Naties en aan de plaatselijk aanwezige niet-gouvermentele organisaties (NGO’s).
Bronnen: The National: Arab nations bring relief to Haiti victims door James Reinl van 23 januari 2010; Arab News: Kingdom donates $50m for Haiti quake relief van 26 januari 2010
Israël-Haïti: Hommage door Bill Clinton van het Israëlische reddingsteam
Bill Clinton, speciaal coördinator voor de Verenigde Naties in Haïti, heeft gisteren gewezen op de efficiëntie en de toewijding van de medische eenheid van het Israëlische leger. “De Israëli’s,” zei de voormalige president van de Verenigde Staten, “hebben ruime ervaring opgebouwd in de oorlog en zetten deze in dienst van de menselijkheid. Hun veldhospitalen vervullen een uitstekende job. Ik dank hen daarvoor.”
Bill Clinton nam nota van de westerse media, alsmede van de Russische en de Chinese, in hun berichtgeving over de ramp die het eiland heeft getroffen, die zich aan de ene kant hebben geconcentreerd op de professionaliteit van de Israëlische medische eenheid en anderzijds hun “opmerkelijke volharding” om te blijven trachten mensenlevens te redden.
Ter herinnering:
De Israëlische hulp aan Haïti
Een Israëlische expeditie van 241 leden is momenteel actief in de puinhopen van Port-au-Prince. 40 artsen, 45 verpleegkundigen, reddingswerkers en technisch personeel zijn samen met teams uit de hele wereld aldaar aan de slag. Een derde van de medische staf bestaat uit reservisten van het Israëlische leger, die werden teruggeroepen om er de kleuren van hun land voor die gelegenheid te vertegenwoordigen.
Deze missie wordt gemeenschappelijk gedragen door de Tsahal (het Israëlische leger), de Maguen David Adom, de Israëlische politie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, die trachten de eerste hulp te verstrekken, meer bepaald op dat terrein waarin de Israëli’s tot de meest vooraanstaande experts in de wereld zijn geworden: dringende medische zorgverstrekking in moeilijke materiële omstandigheden, het zoeken naar overlevenden, enz…
In totaal werden 90 ton materialen verzonden vanuit Tel Aviv naar Port-au-Prince. Deze ochtend werd een veldhospitaal met 150 bedden, in bruikleen gegeven door de Civiele Veiligheid, gebouwd op de plaats van de ramp. Dit hospitaal werd ingericht met een afdeling intensieve zorgen, twee operatiekamers, een apotheek, een laboratorium, een dienst radiologie enz… Het is geschikt om 500 gewonden per dag te behandelen en zal worden uitgerust met alle menselijke en technologische middelen om aan de behoeften van de getroffen bevolking te voldoen.
In de Israëlische delegatie zijn ook vertegenwoordigers van de Civiele Veiligheid aanwezig. Zij worden geholpen door reddingshonden en zullen deelnemen aan de zoektocht naar overlevenden onder het puin van de verwoeste stad.
De ambassadeur van Israël in de Dominicaanse Republiek, Amos Radian, is momenteel in Port-au-Prince, waar hij de Israëlische hulp coördineert in overleg met de lokale overheden en humanitaire organisaties.
Bron: Feminin.col.il: ISRAËL-HAÏTI: L’Hommage de Bill Clinton aux sauveteurs Israëliens van 25 januari 2010 en Tsahal et Haïti van 20 januari 2010
Voor fanatici kan Israël nooit goed doen, dus ook niet in Haïti
Het kon niet lang uitblijven, een neonazi blokletterde op zijn blog met een artikel: ‘De Zionisering van Hulp bij Rampen’. Zondag kreeg ik een reactie op deze blog van een zekere ‘Irina’: “En die bejaarde vrouw van 84 jaar die is door haar vrienden en familie onder het puin vandaan getrokken na 10 dagen? Waarom we dat hier niet lezen? Omdat Haitianen natuurlijk mindere mensen zijn dan Israëlis.” Israëli’s die andere volkeren en naties in nood helpen worden verdacht: ‘daar moet wat mis mee zijn, daar zit iets anders achter…’
Israëlbashers beleven weer gouden tijden. Groen van haat en nijd, kijken ze gefrustreerd toe hoe Israëlische soldaten, dokters en verplegers kosten noch moeite sparen om 10.000 kilometers ver van huis, een verhakkelde natie vanonder het puin te halen. Een en ander past natuurlijk niet in het door hen getekende stereotiepe plaatje van een Israël als een kolonialistische staat, bestuurd door boeven en gangsters die Palestijnenbloed drinken op het einde van de sabbat.
Extreemlinkse pro-Palestijnen winden zich behoorlijk op: waarom Haïti wèl en Gaza niét? Op een eenvoudige vraag volgt een eenvoudig antwoord: Haïti is niet in oorlog met Israël; Gaza wel en dat tot op vandaag. Haïti heeft geen duizenden raketten en mortieren afgeschoten op Israël; Gaza wèl en gaat daar sinds het staakt het vuren van 18 januari 2009 nog steeds mee door. Haïti heeft de soevereiniteit van Israël gesteund door in 1947 het Verdeelplan [VN-resolutie 181] goed te keuren en legde aldus mede de fundamenten die korte tijd later tot het ontstaan van de Joodse staat zullen leiden; die 2-statenoplossing van toen werd door de moslimwereld in woorden en in daden verworpen en Gaza, een proxygebied dat kunstmatig in stand wordt gehouden door de Arabische wereld als voorpost voor de nakende islamistische werelddominantie en haar bevolking die geranseld en gegijzeld wordt door de dictatuur van de islamo-fascistische terreurgroep Hamas, belooft de vernietiging van de Joodse staat en de verdrijving en/of uitroeiing van de Joden uit de moslimwereld. En… nog zoveel meer van dattum.
Het spook van het Joodse Complot, de Zionistische Samenzwering, duikt weer op, correctie: het is nooit weg geweest (maar we blijven hopen dat het ooit zal verdwijnen). Maar dat het hier weer opdoemt, net op een ogenblik dat Haïti, één van de armste landen van de wereld, door een aardbeving in duizend stukken werd gebroken met wellicht een kwart miljoen doden en drie miljoen daklozen, en Israël uit zuiver humanitaire motieven een stevig goed gestructureerd en excellent team naar ginder stuurt om de hoogste nood te lenigen, laten de vijanden van Israël, antisemieten en anti-Zionisten (die in feite synoniemen van elkaar geworden zijn) zich weer van hun laagste en meest boosaardige kant zien.
Her en der op het internet las ik zelfs over een complot van Amerikanen en Israëli’s die experimenteren met het kunstmatig opwekken van aardbevingen als nieuwste wapen en bij wijze van ‘proef’ aldus de catastrofe in Haïti zouden hebben veroorzaakt [zie bv. Haiti’s Natural Disaster–Made in Israel?]. In de Middeleeuwen werden de Joden verdacht als zouden zij waterputten en waterbronnen vergiftigd hebben en alzo de zwarte pest veroorzaakten om alle christenen te vermoorden. Een zoveelste hoax als voorwendsel om andermaal Joden te vervolgen en te vermoorden. Jodenhaat triomfeert weer en kent vele gedaantes. Een ‘goed’ product verdwijnt echter nooit van de markt. Adolf Hitler was zich daar ook zeer goed van bewust: “Die breite Masse eines Volkes einer grossen Lüge leichter zum Opfer fällt als einer kleinen.” [De brede massa van een volk valt makkelijker aan een grote leugen ten offer dan aan een kleine.]
Alan Dershowitz nagelt in het onderstaande artikel de fanatici vast aan de hellepoort en houdt hen de spiegel van het geweten voor.

Hierboven een andere kijk op de zaak door Dry Bones: ‘Ere wie ere toekomt [...]‘
Double Standard Watch: For bigots, Israel can do no right
door Alan M. Dershowitz
Aangezien de meeste objectieve waarnemers over de hele wereld zich vergapen aan de efficiëntie van Israël en vrijgevigheid in het leiden van de medische hulpverlening in Haïti, dringen sommige kwatongen aan op het gebruik van deze inspanningen als een gelegenheid om hun aanval op de Joodse staat voort te zetten. Zowel de scherpe bocht naar rechts van neo-nazi’s en de scherpe bocht naar links van neo-stalinisten kunnen het niet laten om Israël te demoniseren, ongeacht wat Israël doet.
De neo-nazi website ReportersNotebook.com heeft een blog getiteld The Zionization of Disaster Relief (De Zionisering van Hulp bij Rampen). Daarin wordt Israël ervan beschuldigd “het lijden van arme, weerloze Haïtianen te exploiteren namens het Israëlische triomfalisme.” Het verwijt dat Israël medische hulp verleent aan Haïti enkel en alleen om de aandacht af te leiden van haar misdaden tegen de Palestijnen.
Extreemlinks, zelfs in Israël, klaagt erover dat Israël geen medische hulp zou mogen sturen naar zo’n afgelegen oord. In plaats daarvan zouden zij die moeten sturen naar de nabijgelegen Gazastrook.
Zelfs de New York Times, in een overigens doordachte analyse over de controversie over de hulpverlening onder sommige Israëli’s, faalt erin om het verschil te leggen tussen Israël dat beperkte middelen stuurt naar het verre Haïti en naar de nabijgelegen Gazastrook. Haïti is niet in oorlog met Israël. Haïti heeft zich nooit voorgenomen Israël te vernietigen. Haïti heeft geen 8000 raketten afgeschoten op Israëlische burgers. Gaza, aan de andere kant heeft een door het volk gekozen regering die dat wel heeft gedaan en nog steeds al het bovenstaande doét. Bovendien is er geen vergelijking mogelijk tussen de tienduizenden Haïtianen die gestorven zijn aan een natuurramp en anderzijds de mensen van Gaza die veel minder lijden aan, wat in wezen toch, een zelf toegebrachte wonde is.
Noch maken de eeuwige vijanden van Israël de vergelijking tussen enerzijds het kleine en grondstoffen arme Israël, tegenover anderzijds enorme en grondstoffen rijke Arabische en islamitische landen. Terwijl Israël diep in haar schatkist graaft en mankracht verzamelt om medische bijstand te zenden naar een gebied waarvoor het een kwart van de wereldbol moet afreizen, komen de Arabische en islamitische landen in het algemeen zelden in actie en zenden gewoonlijk hun kat als het gaat om hulpverlening. Dit geldt niet alleen voor Haïti, als katholieke natie, maar dat is ook zo het geval wanneer tsunami en andere natuurrampen islamitische naties hebben verwoest.
Voor degenen die beweren dat Israël deze steun aan Haïti geeft omwille van eigen egoïstische redenen, zijn er twee antwoorden. Eerst het realpolitieke antwoord: Alle naties hebben belangen en allen handelen, althans toch ten dele, uit eigen belang. Wanneer de Amerikaanse regering door de Amerikanen wordt gevraagd haar miljarden dollars aan buitenlandse hulp te rechtvaardigen, reageert men over het algemeen door te stellen dat deze hulpfondsen de belangen dienen van de Verenigde Staten.
Als het echter gaat om Israël, wordt er altijd een dubbele standaard toegepast. Israël mag enkel uit altruïstische motieven handelen, terwijl alle andere landen het recht krijgen om hun altruïsme te beleven uit eigen belang. Het tweede antwoord is dat Israël veel meer doet in Haïti dan nodig zou zijn om aan haar eigen belangen te voldoen. Het zendt veel meer steun per hoofd van de bevolking dan enig ander land in de wereld. Het doet dat met buitengewone efficiëntie en met het nodige effect. Zou het dan niet mogelijk kunnen zijn dat de duizenden jaren oude Joodse traditie van tzedakah – dat wil zeggen, liefdadigheid gebaseerd op rechtvaardigheid – ten minste een deel van de verklaring geeft voor de vrijgevigheid van Israël?
Het feit dat zo veel Israëli’s pleiten voor medische en andere hulp aan Gaza, ondersteunt zeker deze laatste theorie. Heeft een ander land in de geschiedenis van de wereld ooit medische en andere hulp verstrekt aan een volk waarmee het in oorlog is – aan mensen die raketaanvallen en andere vormen van terrorisme ondersteunen tegen haar eigen burgers? Nogmaals, een dubbele standaard. De realiteit is dat Israël heel gul zou zijn om de bevolking van Gaza te helpen indien zij ermee zouden ophouden de aanvallen op Israëlische burgers te steunen, en stoppen met het maken van martelaren van hun zelfmoordenaars, en stoppen met hun kinderen aan te moedigen tot het dragen van zelfmoordvesten. Het contrast is opvallend tussen de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, dat vandaag de dag een aantrekkende economie heeft, veel betere reismogelijkheden heeft en over een gezondheidszorg beschikt die veruit de beste is in vergelijking met gelijk welk ander Arabisch of islamitisch land in het gebied. De opbrengsten die het Palestijnse volk zal oogsten na het maken van vrede met Israël zijn niet te onderschatten.
Dus blijven zij Israël bekritiseren als het zich niet houdt aan de algemeen geldende internationale normen, maar oogst het lof wanneer het die normen overstijgt door meer steun te geven, die al zoveel mensen heeft gered en levens zal blijven redden. Israël zal hulp blijven geven bij rampen zoals deze in Haïti, ongeacht hoe de wereld daarop reageert omdat de Israëli’s begrijpen hoe het voelt om bloot gesteld te worden aan rampen. Maar de billijkheid vereist dat Israël niet veroordeeld wordt voor haar humanitaire inspanningen, en dat het geven van hulp aan Haïti niet zal worden gebruikt als een zoveelste gelegenheid voor het toepassen van een dubbele standaard op haar daden.
Bron: The Jerusalem Post: Double Standard Watch: For bigots, Israel can do no right door Alan M. Dershowitz van 24 januari 2010
Stilte bij links rond Egyptische muur langs grens Gazastrook
De Nederlanders beginnen zich serieus zorgen te maken om de stilte die ter linkerzijde stilaan oorverdovend wordt omtrent de Egyptische muur langsheen de Gazastrook. Aan mijn vrienden in Nederland: Maak je geen zorgen, ook in Vlaams-België blijft het ter linker pro-Palestijnse zijde akelig stil. In het ‘beste’ geval hoor je wel zoiets als dat Amerikanen en Israëli’s de Egyptenaren zouden ‘betalen’ om die muur te verstevigen, maar dat verklaart uiteraard niet waarom de Egyptenaren in het verleden de tunnels onder die muur regelmatig met gas lieten vollopen om de Gazaanse smokkelaars te verdelgen.
Ratna Pelle heden op haar Israël & Palestijnen Nieuws Blog:
IsraNed begrijpt, net als de SGP (Staatkundig Gereformeerde Partij), de stilte van links niet rondom de bouw van de Egyptische muur langs de grens met Gaza. Men heeft gelijk dat als Israël dit zou doen het op allerlei scherpe veroordelingen zou kunnen rekenen, maar anderzijds vergeet men wel een niet onbelangrijk verschil: de afscheidingsbarrière (slechts 5% is een muur) staat voor een gedeelte niet op de grens maar in de Westoever, soms dwars door land van Palestijnse boeren.
Ik begrijp zelf wel waarom Israël hem niet op de groene lijn heeft gebouwd, want daarmee zou het het land aan de andere kant al min of meer opgeven, en bovendien wou het ook de grote nederzettingenblokken beschermen tegen aanslagen. Dat is ook de reden dat veel kolonisten tegen de afscheiding waren. Maar de route die Israël heeft gekozen hield wel weer erg weinig rekening met de Palestijnen, en daarom hebben zij verschillende rechtszaken tegen de barrière gewonnen en zijn er ook nog in behandeling. Een en ander heeft ertoe geleid dat bepaalde stukken nog steeds niet zijn gebouwd.
Het klopt echter zonder meer dat als Israël zo’n muur zou bouwen als waar Egypte nu mee bezig is, waarmee het in feite de Gazastrook afgrendelt van Egypte, de veroordelingen niet van de lucht zouden zijn, inclusief fraaie vergelijkingen met Joodse getto’s tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zou dat er misschien iets mee te maken hebben? Wij hebben tegenover Egypte niet zo’n gevoelig verleden, geen schuld in te lossen. Het is gewoon een van de vele dictatoriale Arabische staten.

Hierboven: De Egyptische muur tussen Gaza en Egypte voldoet al lang niet meer en wordt door Caïro thans vernieuwd met metalen platen tot 30 meter diep onder de grond. Deze verbeteringen moeten de smokkel van wapens en raketten beletten doorheen de honderden Palestijnse tunnels
IsraNed: De SGP begrijpt het stiltegebied ook niet
Zoals u op De Dagelijkse Standaard meerdere malen hebt kunnen lezen is de linkse politieke stilte aangaande de Egyptische muur tot op de dag van vandaag oorverdovend. Links met aan haar halsband de mainstream media weet de Egyptische muur tussen Gaza en Egypte angstvallig uit het nieuws te houden. Ook Ban Ki-moon van de OIC VN beschuldigt liever Israël dan zijn handen te branden aan Egypte: “UN chief issues statement calling for end to ‘unacceptable’ Israeli blockade, says residents of coastal enclave denied basic human rights.”
Natuurlijk geen woord over de oorzaak en het feit dat Hamas de Joden de zee wil indrijven, wie maakt zich nou druk over dat soort basale feiten. Toch wordt het nu een stukje lastiger voor links en haar handlangers de muur dood te zwijgen. Niemand anders dan de terreurorganisatie Hezbollah doet een stevige duit in het zakje: “Nasrallah on Sunday called on Egypt to stop building a steel wall along the Gaza border that could obstruct tunnels… Egypt should be condemned if it does not halt the wall building.”

'Vrienden voor het leven': Gretta Duisenberg en Yasser Arafat
Oeps, hoe gaan Robert Soeterik, Anja Meulenbelt, Dries van Agt, Gretta Duisenberg, Harry van Bommel, Jaap Hamburger en andere linkse opiniemakers dit verhaal spinnen? Waarschijnlijk met hun vingers in de oren en zingend “Het is zo stil in mij”. Het blijft zelfs zo stil dat de SGP maar eens kamervragen is gaan stellen over die linkse hypocrisie die hun dubbele Midden Oosten agenda bepaalt:
“Raar! De EU hoor je niet. De VN evenmin. Links dient helemaal geen boze moties in.” Dat zei SGP-kamerlid Van der Staaij n.a.v. de opvallende stilte naar over het feit dat Egypte een muur rond Gaza bouwt en ook nog eens stalen platen 30 meter de grond in boort.” Als Israël dat zou doen, zou de wereld te klein zijn. Nu hoor je niemand. Het bewijst weer eens hoe er in het Midden-Oosten met twee maten wordt gemeten.
Kees van der Staaij stelt dan ook de volgende volkomen terechte kamervragen:
“Ik heb de agenda enige keren bekeken, maar het stond er niet op. Er komt natuurlijk een aparte brief, dacht ik toen. Er dreigt immers een humanitaire tragedie in de Gazastrook. De Gaza-blokkade wordt compleet gemaakt. Onder bescherming van zwaar bewapende militairen worden stalen platen dertig meter de grond ingeboord langs Gaza. Hamas is furieus. Wat doet de internationale gemeenschap, en de EU? En de VN? Is het internationaal gerechtshof al bijeen geroepen? Waar zijn de moties van collega Van Dam?”
Ik refereer uiteraard aan de enorme muur die Egypte bouwt langs zijn grens met Gaza. Doelstelling is om de laatste verbindingen van Gaza met de buitenwereld af te sluiten. Laten we één seconde bedenken wat er zou zijn gebeurd als niet Egypte, maar Israël zich aan de bouw hiervan had gezet. De wereld zou te klein zijn geweest. Hoezo meten met twee maten? Wordt hierbij in het internationale overleg ook de vinger gelegd?”
Nu maar weer wachten op de gebruikelijke spin die van Dam en zijn handlangers eraan zullen geven.
Vrijlating van Gilad Shalit ja maar… niet tegen elke prijs

De Israëlische regering van Benjamin Netanyahu is niet bereid elke prijs te betalen voor de vrijlating van Gilad Shalit. Netanjahoe wil geen Palestijnen met bloed aan de handen vrijlaten. “Wij gaan geen compromis sluiten over onze veiligheidsbelangen”, aldus de premier in de krant Yisrael Hayom.
Een terreurcel van de Volksverzet Comités viel op 25 juni 2006 op Israëlisch grondgebied soldaten aan, die de wacht hielden bij de grensovergang Kerem Shalom aan de zuidzijde van de Gazastrook. De Palestijnse militanten doodden twee militairen en sleurden de toen 19-jarige Gilad Shalit mee. Hij zit nu al meer dan drieënhalf jaar gevangen, vandaag welgeteld 1.311 dagen dus. De radicale islamitische Hamasbeweging, die de dienst uitmaakt in de kuststrook, geeft het Rode Kruis of anderen geen toestemming hem te bezoeken.
In de afgelopen weken werden de onderhandelingen over zijn vrijlating met de hulp van een Duitse bemiddelaar opgevoerd. Het veiligheidskabinet – de premier en enkele ministers die over militaire zaken gaan – staat voor een moeilijk dilemma. Aan de ene kant wil de regering proberen elke soldaat naar huis te brengen, aan de andere kant wil ze de risico’s verkleinen die aan een gevangenenruil verbonden zijn.
De Israëlische televisiezender Channel 2 zond op vrijdag 2 oktober 2009 videobeelden uit van Gilad Shalit. Dat was voor het eerst sinds 2006 dat er beelden van hem naar buiten kwamen. Zijn familie ontving eerder brieven en een audiotape van hem. Op de video, die 2.42 minuten duurt, las een vermagerde Shalit een boodschap voor en hield hij een exemplaar van de krant Filistin van 14 september 2009 in zijn handen. Deze videobeelden van Gilad Shalit werden toen geruild met Hamas voor 20 Palestijnse vrouwelijke terroristen, waarvan 2 naar de Gazastrook werden gebracht en 18 anderen werden overgedragen aan de PA op de Westelijke Jordaanoever.
Hamas eist de vrijlating van een aantal gevangenen die Israël niet vrij wil laten. Bovendien eist de beweging dat meer dan honderd Palestijnen die betrokken waren bij terreurdaden, terugkeren naar de Westelijke Jordaanoever. Israël houdt er op grond van eerdere ervaringen rekening mee, dat zij zich weer gaan bezighouden met bomaanslagen of het neerschieten van burgers. Bij een vrijlating naar de Westoever lopen Israëliërs het risico het leven te verliezen. Daarom wil de regering dat zij zich in de Gazastrook of elders vestigen.
Maar de regering staat onder druk van het volk de ruil te overwegen. De naam Gilad Shalit is in elk Israëlisch gezin bekend en ook in het buitenland hebben velen over de gekidnapte militair gehoord. Met grote regelmaat houden Israëlische actievoerders demonstraties voor zijn vrijlating. Israëliërs zijn bereid een hoge prijs te betalen.

Shimshon Liebman (foto: Avishag Sha'ar Yishuv)
De druk is te danken aan de campagne die na de kidnap werd opgestart om de soldaat naar huis te krijgen. Campagneleider Shimshon Leibman vertelde deze week de pers dat hij het huis van zijn buren Noam en Aviva Shalit binnenstapte nadat hij het tragische nieuws over zijn buurjongen vernam. “Nu moet je voor je kind vechten”, vertelde hij de ouders. “Vergeet de natie.”
Leibman meent dat het riskant is als Shalit niet vrijkomt, omdat het de saamhorigheid onder de soldaten zal aantasten. “De belangrijkste waarde in het leger is vriendschap. Iedereen is bereid zichzelf op te offeren voor de ander. Dat is de geheime kracht van het leger. Het is heel riskant als we hem niet naar huis brengen.”
Maar oppositie tegen de gevangenenruil is er ook. Deze komt vooral uit de hoek van de Israëliërs in de nederzettingen. Geen wonder, want zij lopen bij een gevangenenruil het meeste risico de dupe te worden. Tegenstanders hebben gezegd dat Gilad Shalit ter wille van iedereen gevangen moet blijven. Sommige soldaten hebben laten weten dat als zij in de handen van de vijand vallen, de regering geen hoge prijs hoeft te overwegen. Ook zou de ‘Shalitdeal’ het moreel ondermijnen: soldaten riskeren hun leven om terroristen op te pakken, maar spoedig daarna lopen ze weer vrij rond.
Senior-Ha’aretz correspondent Amir Oren is ook tegen een vrijlating voor een onevenredige prijs. Tenslotte hebben in het verleden sommige Israëlische krijgsgevangenen twaalf jaar gevangen gezeten. Na de ontvoering van Shalit had de toenmalige regering van Ehud Olmert volgens hem moeten zorgen dat er een regeling met de Hamas werd getroffen, die een einde zou maken aan de raketbeschietingen, de smokkel via de tunnels en de wapeninvoer. Na het staakt-het-vuren had de vrijlating van Shalit plaats kunnen hebben, aldus Oren.
Oren en Leibman zijn het erover eens dat de regering elke manier moet gebruiken om Hamas en de bevolking in Gaza onder druk te zetten. Leibman drong er na Shalits vrijheidsberoving op aan alle toevoer van geld stop te zetten en de Palestijnse families te verhinderen de Israëlische gevangenissen te bezoeken of desnoods de elektriciteit naar de Gazastrook af te sluiten. Oren: “Door Gilad te grijpen, heeft Hamas Gaza in gijzeling genomen.”
Bronnen: Reformatorisch Dagblad: Niet elke prijs voor Shalit van 8 januari 2010; Jerusalem Post: Schalits meet Barak, Hagai Hadas for briefing on swap talks van 25 januari 2010; weblog Free Gilad Shalit; Haaretz: Return Gilad Shalit, but not at any price door Gideon Levy van 30 augustus 2009; Ynet News: Shalit campaign: Activists want struggle, family reels in door Ahiya Raved van 10 januari 2010; Ynet News SPECIAL on Gilad Shalit
Bill Clinton, speciaal coördinator voor de Verenigde Naties in Haïti, heeft gisteren gewezen op de efficiëntie en de toewijding van de medische eenheid van het Israëlische leger. “De Israëli’s,” zei de voormalige president van de Verenigde Staten, “hebben ruime ervaring opgebouwd in de oorlog en zetten deze in dienst van de menselijkheid. Hun veldhospitalen vervullen een uitstekende job. Ik dank hen daarvoor.”
Israëlbashers beleven weer gouden tijden. Groen van haat en nijd, kijken ze gefrustreerd toe hoe Israëlische soldaten, dokters en verplegers kosten noch moeite sparen om 10.000 kilometers ver van huis, een verhakkelde natie vanonder het puin te halen. Een en ander past natuurlijk niet in het door hen getekende stereotiepe plaatje van een Israël als een kolonialistische staat, bestuurd door boeven en gangsters die Palestijnenbloed drinken op het einde van de sabbat.


















