De strijd om Jeruzalem: waar draait het conflict om de Tempelberg om?

“Wij kondigen de oorlog af tegen de zonen van apen en varkens [de Joden] die slechts zal eindigen wanneer de vlag van de Islam zal wapperen boven Jeruzalem.” (Hamas pamflet van 1 september 1993)

De islamitische Gouden Rotskoepel (geen moskee!) is het 3de belangrijkste moslimheiligdom in de wereld na Mekka en Medina, bedekt de top van de Moriahberg in Jeruzalem waar vroeger de 1ste en de 2de Joodse Tempel stonden. Die Tempel was – en is nog steeds wat er nog van overblijft – het belangrijkste heiligdom van de Joden waarvan alleen de Klaagmuur, een deel van de muren rondom de Tempel, enkel aan de westelijke zijde nog zichtbaar is. De Rotskoepel stortte in elkaar in 1016, maar werd later weer heropgebouwd. De huidige ‘Gouden’ koepel dateert van 1998 toen deze werd verguld dankzij een donatie van 8 miljoen dollars door koning Hoessein van Jordanië.

De Joodse Tempelberg of Haram voor de Arabieren, is uitgegroeid tot het middelpunt van het politieke conflict over Jeruzalem. Het is een heilige plaats waarvoor een heilige oorlog dreigt te worden gevoerd. Op de top van Camp David II, werden de besluiten met betrekking tot heilige plaatsen van Jeruzalem de sleutel bij het bepalen van de uitkomst van de onderhandelingen. Yasser Arafat verwierp elk compromis dat door de Israëli’s werd erkend, zelfs symbolisch, met betrekking tot de Joodse Tempelberg. Deze impasse heeft geleid tot het mislukken van Camp David II en leidde tot de tweede Palestijnse intifada, die zowel het onvermogen om een oplossing voor de status van Jeruzalem te vinden en de Israëlische schending van de islamitische heiligheid op de Haram en de schuld bij Israël legde voor het vernieuwen van het conflict. In het licht hiervan hebben islamitische geestelijken en woordvoerders van de Palestijnse Autoriteit herhaaldelijk gesteld dat de ambitie van de Israëlische regering altijd is geweest om de islamitische moskeeën te vernietigen en de tempel te herbouwen. Echter, sinds 1967 heeft de Israëlische regering daadwerkelijk de islamitische religieuze wetten op hun heilige plaatsen verdedigd, dewelke onder meer de Joodse toegang voor religieuze doeleinden (zoals voor het gebed) op de site verbiedt.

“Jeruzalem is geen Joodse stad, ondanks de bijbelse mythe die geïmplanteerd zit in sommige geesten… Er is geen tastbaar bewijs van Joods bestaan tijdens het zogenaamde Tempelberg Tijdperk… De locatie van de Tempelberg wordt betwist… die zou in Jericho of ergens anders kunnen liggen.” (Walid Awad van het Ministerie voor Informatie van de Palestijnse Autoriteit)

Handhaving van deze status quo is zulk een dwingende noodzaak voor de Israëli’s dat zij regelmatig de Tempelberg afsloot voor Joden en Joodse Tempelactivisten arresteerde en opsloot. Ondanks deze feiten is Adnan Hoesseni, de directeur van de islamitische Waqf die jurisdictie heeft over de islamitische heilige plaatsen op de Tempelberg, er vast van overtuigd dat de zogenaamde ‘Joodse extremistische groepen’ – zoals de Getrouwen van de Tempelberg – agenten zijn van de Israëlische regering: “Wij zien geen verschil tussen deze groepen… en de overheid. Wij beschouwen de overheid en deze… groepen als één lichaam. De overheid laat deze personen hun gang gaan… Wat de Joden willen is een zuiver Joods land. Als ze ons willen bekampen, zullen ze moeten vechten tegen de Islam… Zij [de Tempelberg Getrouwen] willen de Haram veranderen in een andere plaats. De steen [hoeksteen] symboliseert dat zij zijn begonnen met de bouw van de Derde Tempel.” Evenzo, heeft Nabil Abu Rudeina, de naaste medewerker van Yasser Arafat, gezegd dat de Israëlische regering de volle verantwoordelijkheid draagt voor de ‘provocaties van radicale Joden’. “Zij spelen met vuur en zullen ons enkel leiden naar een nieuwe religieuze oorlog. Het is pure provocatie en een regelrechte uitdaging voor de Arabieren, de islamitische wereld en de internationale gemeenschap.”

De islamitische Wakf, die de islamitische heiligdommen op de Tempelberg beheert, verklaarde openlijk dat de 1ste en de 2de Joodse Tempel nooit bestaan hebben, terwijl het tegelijkertijd elk archeologisch bewijs uit de Eerste en de Tweede Tempelperiode verwijderde. Oude citernes op de Tempelberg worden uitgegraven en de inhoud ergens ver weg van Jeruzalem op stortplaatsen gedumpt.

Aan die opruierijen over deze kwestie door de Palestijnen moet nog een revisionistische geschiedenis worden toegevoegd over Jeruzalem en de Tempelberg, die geprepareerd werd door de Palestijnse moefti en het ministerie van Informatie. Deze revisionistische geschiedenis stelt dat er geen bewijs is van een Joodse geschiedenis in Jeruzalem en dat er nooit een Joodse Tempel heeft bestaan in de stad. Deze revisionistische geschiedenis vult de schoolboeken die worden gebruikt in de Palestijnse scholen en worden uitgezonden op de Palestijnse televisie en radio.

Grootmoefti van Jeruzalem Ikrima Sabri: “Nooit een Joods Jeruzalem! Geen enkele steen van de westelijke muur heeft verband met de Hebreeuwse geschiedenis… Er bestaat niet de minste aanwijzing voor het bestaan in het verleden van een Joodse tempel op deze plek. In de hele stad ligt er geen enkele steen die verband heeft met de Joodse geschiedenis… De Tempelberg heeft daar nooit gestaan… Er niet het minste bewijs dat dit kan aantonen. We erkennen nooit dat de Joden recht hebben op de muur noch op één centimeter van het heiligdom… De Joden staan te trappelen om onze moskee over te nemen… Als ze dat ooit willen proberen zal dat het einde van Israël betekenen!”

Ikrima Sabri was de Palestijnse Grootmoeftie van Jeruzalem, die in 1994 door Arafat tot de moefti van Jeruzalem werd benoemd. De extremistische Ikrima Sabri was een strijdlustige islamitische geestelijke die zich verzette tegen een Joodse staat op islamitische gronden. Zijn primaire retoriek en prediking gingen steevast het afzweren van elke Joodse aanspraak op Jeruzalem en de Tempelberg vooraf. Grootmoefti Ikrima Sabri was bijzonder omstreden doordat hij meerdere malen openlijk de Jihad verheerlijkte, opgeroepen heeft tot geweld tegen de Verenigde Staten en de vernietiging van de staat Israël en de verdrijving van alle Joden predikte. Sabri werd in 2006 in zijn functie ontslagen door president Mahmoud Abbas van de Palestijnse Autoriteit, omdat die vond dat Sabri zich teveel met de Palestijnse politiek bemoeide. Abbas verving hem in juli 2006 door Muhammad Ahmad Hussein, waarvan verwacht werd dat hij zich meer gematigder zou opstellen. Echter, kort na zijn benoeming legde de kersverse Grootmoefti verklaringen af waarin hij suggereerde dat zelfmoordaanslagen voor de Palestijnen een aanvaardbare tactiek zijn om tegen Israël te gebruiken.

De bult op de muur

Bezoek aan de Tempelberg door Ariel Sharon op 28 september 2000

Hoewel het bezoek van Ariel Sharon op 28 september 2000 aan de Tempelberg niet aan de basis ligt van het begin van de 2de Intifada – de zogeheten Al Aksa Intifada – die werd al veel eerder voorbereid door Yasser Arafat en Marwan Bargouti en was veel eerder het gevolg van de mislukking van de Camp David onderhandelingen waar Arafat de Amerikaanse en Israëlische verregaande vredesvoorstellen verwierp, was het wel de vonk die het vuur in de pan sloeg. Sharon verklaarde toen aan de reporters: “De Tempelberg is in onze handen en zal in onze handen blijven. Het is de heiligste plaats in het Judaïsme en het is het recht van elke Jood om de Tempelberg te bezoeken.” Marwan Bargouti, secretaris-generaal van Al-Fatah verklaarde aan de Jerusalem Times: “De intifada is niet begonnen omwille van het bezoek van Sharon, maar het geweld begon uit de wens om een einde aan de bezetting te maken en omdat de Palestijnen het vresdesproces in haar huidige vorm niet wilden goedkeuren.” Echter, Ikrima Sabri de Grootmoeftie van Jeruzalem interpreteerde dit als heiligschennis en intentie van Israël om de moslimheiligdommen in te palmen, hoewel Sharon niet in de Rotskoepel noch de Al Aksa moskee was binnen geweest. De volgende dag riep Sabri op tot een Jihad tegen Israël “om de Joden uit Palestina te drijven”. Het vervolg is bekend: eindeloze rellen met veel doden en gewonden en onherstelbare schade.

Na de rellen op de Tempelberg in verband met het begin van de Al-Aqsa Intifada, verbood de islamitische Waqf alle Joden (met inbegrip van de Israëlische politie die de islamitische rechten op de site beschermde) om de site nog te betreden. Dit resulteerde op zijn beurt in een volledige sluiting van de Tempelberg voor alle niet-moslims, omdat de Israëli’s niet langer de bescherming van de bezoekers kon waarborgen. Bovendien heeft de islamitische Waqf vanaf 1996 de Haram getransformeerd en alle oude Joodse structuren die konden gerelateerd worden aan de tempel vernietigd en nieuwe moskeeën en bijbehorende gebouwen op de site gebouwd. Dit wordt beschouwd als onderdeel van een masterplan van Yasser Arafat om elk spoor uit te roeien dat kan verwijzen naar de Joodse geschiedenis van de site en zet het geheel van de Haram om in een moskee complex dat kan wedijveren met die in Saoedi-Arabië. Sinds Ariel Sharons herverkiezing in januari 2003, waarin de veiligheid van Israël opnieuw de belangrijkste kwestie was, heeft Sharon beloofd Jeruzalem te verdedigen en opnieuw de Tempelberg te openen als een demonstratie van de Israëlische soevereiniteit. Volgens de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse moefti Ikrima Sabri, zal dit een provocatie zijn die zal leiden tot een oorlog met 1,3 miljard moslims wereldwijd.

Al Aksa Intifada: Zelfmoordaanslag door de PLO op een autobus in Jeruzalem op 18 mei 2003. Zeven mensen kwamen om het leven en twintig anderen werden zwaar gewond tijdens een zelfmoordaanslag op Lijnbus nr. 6 ter hoogte van French Hill in Jeruzalem. Hamas eiste de verantwoordelijkheid voor deze aanslag op

In 2002 verscheen op de zuidelijke muur van de Tempelberg een bult die het volgende jaar nog in omvang toenam. Israëlische archeologen stelden vast dat de bult op de muur werd veroorzaakt door bouwwerken in opdracht van de Wakf van een ondergrondse moskee die grenst aan de binnenkant van de muur en waarschuwden voor een dreigende instorting van de wand. Waqf ambtenaren deden een vergeefse poging om de schade te herstellen en weigerden alle hulp van Israëlische deskundigen. Indien de muur zou instorten, zou de Palestijnse Autoriteit hier ongetwijfeld munt trachten uit te slaan en de schuld van de ineenstorting bij Israël leggen en verkondigde in de Arabische wereld dat het te wijten was aan Joodse pogingen om de islamitische heilige plaatsen te vernietigen en de wederopbouw van de tempel. Zich realiserend dat een dergelijke ramp een oorlog in de hele regio kon doen uitbreken, hebben internationale journalisten de structuur de bijnaam gegeven van de ‘Armageddon Muur’. Na een deal tussen Israël en de Islamitische Wakf, werd de bult op de muur door een Jordaans team ‘hersteld‘. Echter in het voorjaar van 2004 verscheen een nieuwe bult op de muur aan de oostelijke zijde.

Al Aksa Intifada: Zelfmoordaanslag op een autobus door de PLO, Jeruzalem 22 februari 2004

Een gezamenlijke Israëlisch-Palestijnse verklaring werd op 25 juli 2001 voorgesteld en zegde: “De weg ligt open ligt in de internationale legitimiteit en de uitvoering van Resolutie 242 en 338 leidend tot een twee-staten-oplossing gebaseerd op de grenzen van 1967, Israël en Palestina naast elkaar zij-aan-zij, met hun respectievelijke hoofdsteden in Jeruzalem.” Maar noch resoluties 242 of 338 vernoemen Jeruzalem. Dit was geen onoplettendheid van de kant van de opstellers van de resolutie, vermits Jeruzalem het middelpunt van het geschil was. Zoals VS-ambassadeur Arthur Goldberg, die mede geholpen heeft aan het opstellen van Resolutie 242, verklaarde dat die “op geen enkele manier verwijst naar Jeruzalem, en deze omissie was met opzet… Jeruzalem was een discrete kwestie en werd niet gekoppeld aan de Westelijke Jordaanoever.”

“Jeruzalem is het eigendom van de islamitische natie… Niemand kan ooit beslissen over het lot van Jeruzalem. We zullen het terugnemen met de hulp van Allah uit de handen van degenen van wie de Koran zegt: ‘Er staat over hen geschreven dat zij vernederd en in ellende worden gestort’…. We maken ons klaar voor hen, O broeders!” (Voormalig Egyptische president Anwar Sadat)

Ondanks dit inzicht, heeft de weg naar de vrede geen vooruitgang gemaakt maar is integendeel sterk achteruit gegaan. Jeruzalem is het enige en grootste obstakel voor het Israëlisch-Palestijnse vredesproces, net zoals het in het verleden was met de plannen voor de Joods-Arabische verdeling. De moeilijkheid van het oplossen van de impasse kan worden gezien in de harde lijn posities die door beide partijen worden ingenomen. Yasser Arafat verklaarde: “Wie niet wil aanvaarden dat Jeruzalem de hoofdstad van een Palestijnse staat zal worden, en alléén van die staat, kan gaan drinken van de Dode Zee.” Ook Mohammed Hussein, sjeik van de Al-Aqsa moskee, waarschuwde in zijn uitzending op het officiële radiostation Voice of Palestina van de Palestijnse Autoriteit: “Wie ook een deel bezet van Palestina of Jeruzalem wordt geconfronteerd met de Jihad [heilige oorlog] tot aan de Dag des Oordeels!” Reagerend op dergelijke verklaringen, zwoer de Israëlische premier Benjamin Netanjahoe: “Ik zal nooit toestaan dat Jeruzalem opnieuw worden verdeeld. Nooit! Nooit! Wij houden Jeruzalem herenigd en …we zullen die wallen nooit opgeven.” Zolang deze tegenstrijdige en onverzoenlijke posities niet kunnen worden opgelost door middel van onderhandelingen, zal Jeruzalem steeds het grootste obstakel voor de vrede blijven, net zolang de vraag naar herverdeling van de stad blijft bestaan.

Foto van de binnenzijde van de Al Aksa moskee uit 1893. Op de afbeelding zijn de Byzantijnse kolommen te zien van de Kerk van de Maagd. Met de komst van de Islamitische verovering van 620 na Christus, werd de oorspronkelijke christelijke kerk door de moslims veroverd en nadien omgevormd tot de huidige Al Aksa moskee. Deze oorspronkelijke kolommen werden in 1927 en 1936 zwaar beschadigd door aardbevingen en vervangen. In 1938 gaf de Italiaanse fascistenleider Benito Mussolini een gift van Carrara marmer aan de Al Aksa moskee, waarmee het centraal plafond werd bekleed. De Byzantijnse bogen en de stenen vloer werden eveneens door Mussolini’s Carrara marmer vervangen.

Arabische politiek en de heiligheid van Jeruzalem

De islamitische geleerde Aref el Aref heeft verklaard dat de enige teksten die nodig zijn voor een studie van de geschiedenis en de huidige structuren van de Tempelberg, zijn de [islamitische] gebouwen zelf en de Arabische inscripties die zowel versieren als verklaren. Echter, de Joodse historicus Shelomo Dov Goitein merkt op dat “de meeste van de tradities over Jeruzalem en het heiligdom locaal gebonden zijn en grotendeels van buitenlandse afkomst zijn en geen binding heeft met het oude mohammedaanse goed.” Inderdaad heeft professor M.J. Kister in 1969 aangetoond dat de traditie waarbij Jeruzalem werd vastgesteld als de derde heiligste stad van de islam, van een latere ontwikkeling is dan de oorspronkelijke traditie die sprak van Mekka als het enige heilige islamitische heiligdom. In feite twijfelden vier eeuwen lang de meeste islamitische geleerden aan de graad van heiligheid van Jeruzalem, zoals blijkt uit de bekende Arabische geograaf Yakkut, die in 1225 schreef dat Jeruzalem “heilig was voor Joden en christenen,” terwijl Mekka voor de moslims heilig is. Een verklaring voor de opgebouwde heiligheid van Jeruzalem voor moslims is de invloed van de Arabische politiek. Sommige geleerden beweren dat Abd al-Malik, de eerste kalief na de islamitische verovering in 638 na Christus, de heiligheid van Jeruzalem versterkt om te kunnen concurreren met Damascus (Syrië), de nieuwe en uitbreidende hoofdstad van het islamitische rijk, alsook met de rivaliserende kalief van Mekka, Ibn Zubayr. Volgens de 19de eeuwse historicus Ya Qubi, bouwde Abd al-Malik de Rotskoepel om te proberen de drukte van de moslims die heerst tijdens de Hajj (de islamitische bedevaart naar Mekka) naar Jeruzalem om te leiden.

De Kerk van het Heilig Graf moest een islamitisch equivalent krijgen en daarom werd de Rotskoepel gebouwd

Andere geleerden houden vol dat het ware motief de religieuze concurrentie was met de bestaande Joodse tradities en christelijke kerken die de stad versierden. Miriam Ayalon, hoogleraar Islamitische Kunst en Archeologie aan de Hebreeuwse Universiteit verklaarde dit aldus: “De eerste en belangrijkste van deze overwegingen is ongetwijfeld de religieuze vereniging van ideeën en gebeurtenissen die de stad beheersten, zowel onder Joden en christenen. Inderdaad, het feit dat Jeruzalem al in oude tijden belangrijk was voor de twee monotheïstische religies en het feit dat de islam zichzelf beschouwt als de laatste van de onthullingen… is het legitiem te stellen dat de islam voormalige overtuigingen absorbeerde en zich ermee identificeerde. Jeruzalem kon daarbij niet worden genegeerd …. Bovendien is het feit dat sommige van de reeds bestaande Byzantijnse gebouwen in Jeruzalem waren overgebleven en aldus bewondering of eventueel de jaloezie konden opwekken van de moslims en vandaar een islamitisch antwoord vereiste.” (zie hierboven de afbeelding van het oude interieur van de Al Aksa moskee die voordien een Byzantijnse kerk was.)

De tiende-eeuwse historicus van Jeruzalem, al-Muqaddasi, lijkt dit te bevestigen in zijn beoordeling: “Kalief Abd al-Malik, wijzend op de grootsheid van de koepel van het Heilig Graf en haar pracht, werd hierdoor zo bewogen en opdat zij niet de geesten van de moslims zouden verblinden heeft hij de Rotskoepel opgetrokken… Tijdens de bouw ervan hadden ze als rivaal en vergelijking de grote kerk van het Heilig Graf … en zij bouwden dit nog prachtiger dan de andere.” Deze daad van supercessionisme (of theologische vervanging) legt uit waarom de Rotskoepel werd opgericht 60 jaar na de islamitische verovering van Jeruzalem. De islam miste een gevestigde cultuur en monumentale architectuur die kon wedijveren met die van het eeuwenoude Byzantijnse christendom. Dit was vooral het geval in Jeruzalem waar in de tijd van Constantijn prachtige kerken, basilieken en kloosters werden opgericht ter meerdere glorie van Christus.

In de jaren 1920, gebruikte Grootmoefti van Jeruzalem Haj Amin el-Hoesseini Jeruzalem en de heilige plaatsen als toneel om rellen te bevorderen en het Arabisch nationalisme te introduceren. Na 1948, en vooral na 1967, werd het supercessionisme opnieuw een belangrijk politiek instrument. Van 1948 tot 1967 controleerde Jordanië het oostelijke deel van de stad. De Jordaniërs vernielden de Joodse wijk volledig en oefenden exclusieve controle over de Joodse heilige plaatsen, zoals de Klaagmuur. Sinds 1967, heeft de gevoerde politiek van de Arabieren steeds en systematisch alle historische Joodse aanspraken op de stad ontkend en ontkende zij tevens het bestaan van een Joodse Tempel in het verleden.

Reconstructie van de 2de Joodse Tempel zoals hij er vermoedelijk heeft uitgezien en precies op de plaats stond waar thans de islamitische Rotskoepel staat. Gebouwd in 516 v. Chr. werd hij door de Romeinen in 70 na Chr. vernietigd. De 1ste Tempel, ook gekend als de Tempel van koning Solomon en gebouwd in 960 v. Chr., werd vernietigd in 586 v. Chr. en werden de Joden toen voor 70 jaar lang in ballingschap verdreven naar Babylonië (Irak).

Bronnen: Fast Facts on the Middle East Conflict door Randall Price; 2003; Harvest House Publishers; The Case for Israel uit 2003 en The Case for Peace uit 2005 door Alan Dershowitz uitgebracht door uitgevrij John Wiley & Sons, Inc.; Bible Walks.com: The Broad Wall of the First Temple; Peace with Realism: Sharon and the Intifada april 2005; Bible Places.com: Temple Mount Collapse?

Posted on 10 december 2009, in Dossiers, Jeruzalem, Vredesproces. Bookmark the permalink. 8 reacties.

  1. Zacharia12:2 Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen, allen die hem heffen zullen zich deerlijk verwonden.
    Zacharia 14:2-3-4 En de Heere zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds. En Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg die voor Jeruzalem ligt.
    Het is duidelijk dat de God van Abraham, de God van Isak en de God van Jacob het laatste WOORD heeft.

  2. Hamas is een islamitisch-nationalistische beweging die tot doel heeft de vestiging van een Palestijnse staat gebaseerd op de sharia.Het Handvest van Hamas zweert expliciet onderhandelde schikkingen tot vreedzame coëxistentie af: ‘Er is geen andere oplossing voor het Palestijnse probleem dan de Jihad.Alle initiatieven en internationale vergaderingen zijn tijdverspilling en een nutteloos spel.’

  3. Vrede met Israel is verraad aan de Koran.

  4. Een niet onbelangrijke detail:
    Sharon had de toestemming van degene die de Tempelberg beheerden, om deze te bezoeken. Palestijns crapuul, te lui om naar school of naar het werk te gaan, begon met stenen te gooien naar de bezoekers met alle gevolgen van dien.
    Deze nota werd of wordt nooit vermeld door pro-Palestijnse aanhangers of in de media.
    David

  5. DE TEMPEL ZAL WORDEN HERBOUWD. EN JEZUS ZAL REGEREN VANUIT JERUSALEM OF WE HET NU WILLEN OF NIET!!!! AMEN

    • Precies, of we het nu willen of niet Gods woord is onherroepelijk. Jezus zal regeren vanuit Jeruzalem en de profetieën van de eindtijd komen dus dichter en dichterbij….

  6. Ik denk dat de locatie niet belangrijk is, en de heropbouw van de tempel evenmin. Jezus is waar de mens is, en dat is dus wereldwijd. Jezus zal geen symbolische functie hebben zoals de paus. Jezus zal daadwerkelijk de wereld verlossen van al het kwaad, want die is overal.

  7. God haat arrogantie,ook van die Groot Maftie van Jerusalem!