Dagelijks archief: 10 december 2009
Rapport: Verbeterde economische situatie in de Palestijnse Autoriteit [deel 1]
Over de levensomstandigheden en het welvaartspeil op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook doen nogal wat cowboy-verhalen de ronde. De Hamaspropaganda wordt kritiekloos voor waar geslikt en brengt een totaal vertekend en leugenachtig beeld van de werkelijke situatie. Zo woonde ik op maandagnamiddag 7 december in de Universiteit van Antwerpen een conferentie bij over de situatie Israël-Palestina, waarbij zonder blikken of blozen werd gesteld dat de werkloosheid in de bezette gebieden “minstens 80 procent bedraagt” en “hoewel de mensen geen honger lijden, er de grootste nood heerst aan basisproducten”. Onder de reacties van de deelnemers aan deze conferentie die het duidelijk niet eens waren met deze visie, wierp onder meer genodigde Hans Knoop op “dat het intussen veel beter gaat in de bezette gebieden”, citaat dat op massaal hoongelach werd onthaald door panel en publiek.
Wanneer zelfs premier Salam Fayyad van de Palestijnse Autoriteit in een interview met de Washington Post en Newsweek in oktober 2009 verklaringen aflegt over de aanhoudende [economische] groei op de Westelijke Jordaanoever die hij beschreef als “zeer goed”, en opmerkte op dat in 2009 de economie met 8 procent was toegenomen “of misschien wel meer”, is het duidelijk dat er wat aan de hand is met de berichtgeving zoals ze ons dagelijks door boosaardige lieden wordt ingepeperd. Vandaar dat ik het wenselijk achtte om het recent verschenen rapport over de economische situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever voor u te vertalen en in twee delen te publiceren op deze blog.
Voor wie niet wil geloven dat het allemaal nog niet zo slecht is in Gaza en dat er geen minimale tekorten zijn in de Gazastrook, kan dat altijd met eigen ogen vaststellen in de vele afbeeldingen [31 grote foto's van 26 november 2009] op de Palestijns-Gazaanse [!] website van Palestina Vandaag (Palestine Today). Schrik niet van die plaatjes en roep niet uit “dat kan niet! nee, dat geloof ik niet!”. Het is waarschijnlijker dat iemand u al die tijd flink voor de gek heeft gehouden. Wie tot nog toe altijd de vergelijking volhield tussen Gaza en het Getto van Warschau van 1943 zal – naar ik hoop – snel ontnuchterd worden en eindelijk zijn/haar gezond verstand weer laten werken.
De economische situatie in de Palestijnse Autoriteit en de Israëlische steunmaatregelen: Periodieke update [deel 1] / deel 2 kan u hier lezen
Een groei met 2 cijfers zou kunnen worden bereikt op de Westelijke Jordaanoever in 2009.
• Premier Salam Fayyad van de Palestijnse Autoriteit heeft in een interview met de Washington Post en Newsweek in oktober 2009 gesproken over de aanhoudende groei op de Westelijke Jordaanoever. Hij beschreef de groei als “zeer goed”, en merkte op dat in 2009 de economie groeide met 8 procent “of misschien wel meer.” De speciale afgevaardigde van het Kwartet, Tony Blair, bevestigde dat een groei met twee cijfers wellicht haalbaar wordt in 2009.
• Er was een stijging van 5,6% van het Palestijnse nationaal product (BNP) tijdens het eerste kwartaal van 2009 vergeleken met het overeenkomstige kwartaal vorig jaar, en een stijging van 5,4% in het tweede kwartaal van 2009, vergeleken met het overeenkomstige kwartaal in 2008.
• Israël blijft op regelmatige basis belastinggeld verzamelen en over te dragen aan de Palestijnse Autoriteit. Na goedkeuring door de minister van Financiën, werd op 29 november 330 miljoen NIS overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit (in vergelijking met 293 miljoen NIS overgedragen in oktober). [100 NIS = 18 € of 26,5 Am. dollar xe.com]
• Elke maand draagt Israël 50 miljoen NIS over naar de Gazastrook voor uitbetaling van de salarissen van de werknemers van de Palestijnse Autoriteit en tot 13,5 miljoen dollar voor de salarissen van UNRWA werknemers (van wie de meeste Palestijnen zijn).
• Israël voert besprekingen met de Palestijnse Autoriteit, de VS, EU-vertegenwoordigers in het gebied en anderen, om een controlemechanisme af te spreken dat zal ontworpen worden om de internationale normen vast te stellen. Of en wanneer er ook maar een beslissing in die zin wordt genomen, zal dit mechanisme er voor waken dat het al het geld, de materialen en de apparatuur die worden overgebracht naar de Gazastrook bestemd voor vitale humanitaire projecten, daadwerkelijk hun bestemming bereiken. De dialoog met de Palestijnse Autoriteit over de controle op de gelden en de structuur van hun bancaire systeem, verloopt zeer langzaam.
• Ondanks de hierboven geciteerde verbeteringen, heeft de de Palestijnse Autoriteit een begrotingstekort van 200 miljoen dollar als gevolg van een tekort aan donaties in 2009 (zelfs na het ontvangen van een bijdrage van 200 miljoen dollar uit Saoedi-Arabië).
• De Israëlische regering heeft besloten om een ministeriële commissie aan te stellen onder leiding van de minister-president die de economische maatregelen, die zullen leiden tot verdere economische groei op de Westelijke Jordaanoever, moet onderzoeken en bevorderen. Een regionale minister voor samenwerking zal worden benoemd, wiens ministerie zal worden belast met de coördinatie en de bevordering van de hierboven genoemde zaken.
• Het Israëlisch-Palestijnse Joint Economic Committee, onder leiding van vice-premier en minister Silvan Shalom van Regionale Ontwikkeling en de ontwikkeling van de Negev en Bassem Khoury, de Palestijnse minister van Economie, hebben elkaar ontmoet op 2 september 2009. De volgende vergadering die gepland werd voor 8 november werd uitgesteld op verzoek van de Palestijnen als gevolg van het aftreden van minister Khoury (die intussen werd vervangen door Hassan Abu Libdeh). Een nieuwe datum is nog niet vastgesteld.
Toename in tewerkstelling en daling van de werkloosheid
Tewerkstelling
• Het aantal arbeidsvergunningen die aan Palestijnen werden uitgereikt steeg in september 2009 tot 54.318 (voor het werken in Israël en aan Israëlische werknemers in de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever). 47.161 Palestijnen (ongeveer 86%) maakten daadwerkelijk gebruik van deze vergunningen.
• Het aantal Palestijnse werknemers tewerkgesteld in Israël nam toe met 8.4% vergeleken met 2008.
• Het aantal effectief gewerkte dagen door Palestijnse arbeiders in Israël groeide met 19 procent.
• Ongeveer 14 procent van het aantal Palestijnse werkkrachten is aan het werk in Israël of in de Israëlische handel op de Westelijke Jordaanoever.
• Ongeveer 5.000 vergunningen voor een nachtelijk verblijf in Israël werden goedgekeurd van wie er 4.373 effectief werden benut, t.t.z. 87,50 procent.
• In september 2009 heeft de Minister van Defensie toegestemd in een toename van 4.000 extra Palestijnse bouwvakkers. Deze werknemers dragen een groot deel bij aan de groei op de Westelijke Jordaanoever, net zoals de 1500 mensen uit het bedrijfsleven die toestemming hebben om alle grensovergangen tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever te passeren zonder voorafgaand overleg, nadat hen speciale kaarten (BMC – Business Card Man) werden uitgereikt. Opgemerkt moet worden dat de ontvangers van deze documenten op verzoek van de Palestijnse Autoriteit werden opgemaakt.
Werkloosheidscijfers
• De werkloosheid in de Westelijke Jordaanoever: De werkloosheid daalde van 19% in het eerste kwartaal van 2008 tot 17,7% in het eerste kwartaal van 2009. Ook de werkloosheid daalde van 18,2% in het tweede kwartaal van 2008 naar 16,4% in het tweede kwartaal van 2009.
• De werkloosheid in de Gazastrook: De werkloosheid daalde van 45,5% in het tweede kwartaal van 2008 tot 36% in het tweede kwartaal van 2009.
Toename van investeringen en nieuwe bouwprojecten
• Stock market: De beurs vertoonde een stijging met 12,5 procent sinds het begin van het jaar.
• Buitenlandse investeringen op de Westelijke Jordaanoever: Als gevolg van de economische conferenties die werden gehouden in Bethlehem en Nabloes, en de verbeterde veiligheid in het gebied, was er een zesvoudige toename van buitenlandse investeringen op de Westelijke Jordaanoever en dat in vergelijking met de overeenkomstige periode vorig jaar (dit cijfer werd verstrekt door de Palestijnen aan de vergadering van het Joint Economic Committee op 2 september l.l.).

Jonge Palestijnse vrouwen bezoeken het gloednieuwe bioscoopcomplex in Nabloes (Westelijke Jordaanoever)
• Het stadsproject in Rawabi is in een vergevorderd stadium van geavanceerde planning en een nieuw winkelcentrum en een bioscoopcomplex werden geopend in Nabloes. Tentoonstellingen en economische conferenties werden dit jaar gehouden op de Westelijke Jordaanoever (in Al Bireh, Hebron en Nabloes) en werden bijgewoond door duizenden mensen, en er is sprake van een merkwaardig gemarkeerd momentum in Ramallah dat in de afgelopen jaren is uitgegroeid tot een ongekend bruisende en bloeiende stad op de Westelijke Jordaanoever van café ‘s en restaurants.
• In de al-Jinan wijk werd op 13 oktober j.l. de eerste steen gelegd van de bouw van duizend nieuwe woningen die gepland zijn voor de nieuwe buurt. De projectontwikkelaar voorziet de voltooiing, van de eerste bouwfase die 132 wooneenheden omvat, in de loop van 2012.
• De industriële zone te Bethlehem: Met de werkzaamheden voor de bouw van een industriële zone te Bethlehem werd begonnen in juli onder de auspiciën van de Franse president. De plannen omvatten de bouw van een zone voor lichte industrie, ambachten en steen ambachten, gelegen 12 km. ten zuidoosten van Bethlehem. De eerste fase zal bestaan uit 230 dunams en later het 3500 dunams, allemaal gelegen binnen een gebied onder Palestijns controle [opm.: 1 dunam is 1.000 m² of 1 hectare] Deze maand werd begonnen met de bouw van het hoofdgebouw van het gebied. Alle projectplannen zijn goedgekeurd. Echter, de Palestijnen hebben nog steeds geen plannen voorgelegd aan Israël omtrent de aansluiting van de toegangsweg vanuit Hebron naar Tarqumiyah, noch de plannen voor het rioolstelsel en voor het verwijderen van afval. De premier vroeg de entiteiten die zich ontfermen over die kwestie om te participeren in de financiering van de planning van de toegangsweg naar de industriële zone. De kosten van de bouw en de infrastructuur die nodig zijn voor de industriële zone worden uitgevoerd door de Palestijnen en de Fransen.
• Constructie van sub-electriciteitscentrales op de Westelijke Jordaanoever: De Europese Investeringsbank heeft op 17 november haar goedkeuring gehecht aan een lening van 250 miljoen euro aan de Israël Electric Corp. voor de financiering van investeringen in het regionale elektriciteitsnet project. Met de hulp van de Europese Bank werd een financieel akkoord bereikt tussen de Electric Corp Israël en de Palestijnse Electric Company voor de bouw van vier onderstations op de Westelijke Jordaanoever. Het project wordt gebouwd door de Israel Electric Corporation, en de Europese Investeringsbank verstrekt het pakket leningen voor de bouw van de krachtcentrales en de elektrische leidingen uit Israël.
• Zuiveringsinstallatie voor rioolwater in Beit Lahia: De Wereldbank heeft een aanbesteding uitgeschreven voor de tweede fase van het project voor de zuivering van rioolwater in de noordelijke Gazastrook (Beit Lahia). Voor de voltooiing van de eerste fase zijn de afgelopen maanden de nodige acties uitgevoerd, inclusief een bezoek van een deskundige namens de Bank in juli 2009. Israël stond boringen toe om gezuiverd afvalwater af te leiden naar een aquifer (ondergrondse bodemlaag die het water filtert) en de benodigde apparatuur werd geleverd om deze faciliteit te bouwen, met inbegrip van de benodigde hoeveelheden cement, ijzer en aluminium. Fase A van het plan (het aanleggen van collectoren en sedimentatie poelen) werd volledig afgerond. De Wereldbank reikte zelf de aanbesteding uit aan ondernemers en investeerders voor de bouw van de zuiveringsinstallatie.
• De Palestijnen annuleerden hun deelname aan de jaarlijkse vergadering van het Ministerie van Defensie betreffende infrastructuurprojecten (water, riolering en elektriciteit) op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, die gepland was voor 2 december a.s. in Tel Aviv. De leden van de internationale gemeenschap die betrokken zijn bij de projecten, Palestijnse vertegenwoordigers (hoofd van de Water Autoriteit en het hoofd van het ministerie van Energie), alsmede de Israëlische vertegenwoordigers (van het Ministerie van Defensie, de Eenheid voor de Coördinatie van Regeringsactiviteiten op het Grondgebied – COGAT, de IDF, het ministerie van Buitenlandse Zaken, de Water Autoriteit en de Israël Electric Corp), stonden allen klaar om deel te nemen van de geplande vergadering, die uitgesteld moest worden omwille van het verzaken van de vertegenwoordigers van de Palestijnse Autoriteit.
Verbeterde business, handel en toerisme
• De Palestijnse verkopen aan Israël: Van 2007 tot 2008 was er een stijging van 6,8% in de Palestijnse verkopen aan Israël, van 530 miljoen dollar naar 566 miljoen dollar. In het eerste kwartaal van 2009, was er een stijging van 8%, van 136 miljoen dollar naar 147 miljoen dollar (bron: Israëlisch Centraal Bureau voor de Statistiek).
• Palestijnse aankopen van Israël: Van 2007 tot 2008 was er een stijging van 25% in de Palestijnse aankopen van Israël, van 2,6 miljard dollar tot 3,25 miljard dollar. In het eerste kwartaal van 2009, was er een daling van 9,5% vergeleken met het overeenkomstige kwartaal in 2008, van 796 miljoen dollar naar 720 miljoen dollar (bron: Israëlisch Centraal Bureau voor de Statistiek).
• Algemene Palestijnse buitenlandse handel (ook met Israël): De import in 2008 bedroeg 3,7 miljard dollar, waarvan 72% werd ingevoerd uit Israël. Dit is een stijging van 20% in vergelijking met 2007. De invoer in 2008 verhoogde met 3% en bereikte 529 miljoen dollar. De totale handel van de Palestijnse Autoriteit in 2008 was 4,3 miljard dollar – een stijging met 17% vergeleken met 2007.

Vrachtwagenverkeer tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever: 2007-2008
• Vrachtwagen verkeer tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever: Er was een toename met 41% in de eerste helft van 2009 vergeleken met de overeenkomstige periode vorig jaar. Er was een toename met 22% in de hoeveelheid van de goederen die in de Gazastrook tussen september en oktober werden vervoerd en een extra stijging met 14% van oktober tot november (bron: COGAT).
• Invoer van cement: In de eerste helft van 2009 alleen al werd 18% meer cement ingevoerd in de Palestijnse Autoriteit dan in heel 2008 (bron: COGAT).
• Nieuw gsm-bedrijf: Het tweede mobiele telefoon bedrijf op de Westelijke Jordaanoever, Wataniya, is begonnen te opereren in het begin van november met 3,8 MHz en 40.000 abonnees. Volgens diverse publicaties zal het bedrijf naar verwachting een geschatte 700 miljoen dollar aan investeringen aantrekken naar de Westelijke Jordaanoever en een omzet van 354 miljoen dollar opbrengen voor de schatkist van de Palestijnse Autoriteit en tegelijk duizenden banen opleveren.
• Voertuig aankopen: Er was een toename met 44% in de aankoop van voertuigen.
• Verhoogd brandstofverbruik: Er was een toename met 29% in benzine verbruik en een stijging met 7,6% in het diesel verbruik in de eerste helft van 2009, vergeleken met de overeenkomstige periode van vorig jaar (bron: COGAT).
• Toerisme: In 2008 was er een toename met 93% van het aantal toeristen naar de regio Bethlehem (ongeveer een miljoen toeristen), en een verhoging van 31% in het gebied van Jericho (ongeveer een half miljoen toeristen). Het aantal overnachtingen in een hotel in het derde kwartaal van 2009 liep op tot 136.000 – een stijging van 42% vergeleken met het overeenkomstige kwartaal vorig jaar.
Wordt vervolgd in “Rapport: economische situatie in de Palestijnse Autoriteit [deel 2]“
Bronnen: MFA en Doc’s Talk: The economic situation in the Palestinian Authority and Israeli relief measures: Periodic update van 6 december 2009, vertaald door Brabosh op 10 december 2009; Israel Facts: Grote vooruitgang Palestijnse Autoriteit van december 2009
Bronnen: Brabosh.com: Leven onder Israëlische bezetting een ware hel voor Palestijnse kinderen? van 5 april 2010; Beelden liegen niet: Honger en armoede in Gaza van 4 april 2010; Rapport: Verbeterde economische situatie in de Palestijnse Autoriteit [deel 1] van 10 december 2009 en [deel 2] van 11 december 2009; Prijs voor de ‘Oneerlijkste Reporter van 2008’: Lauren Booth en haar ‘Boats for Free Gaza’ van 18 februari 2009; Levering van medisch materiaal aan de Gazastrook van 2 maart 2010; De economische situatie in de Palestijnse Autoriteit en de Israëlische steunmaatregelen: Periodieke update [deel 1] en [deel 2]; Watertekort in de Gazastrook? [video] van 15 januari 2010; Het Palestijnse watertekort op de Westelijke Jordaanoever is een fabel van 2 november 2009; Amnesty International’s water rapport perfect getimed om boycotcampagne tegen Israël te versterken van 27 oktober 2009; Antwoord op het rapport van Amnesty omtrent de Israelisch-Palestijnse water kwestie van 28 oktober 2009; Inwoners van Gaza lijden en dat is niet de schuld van Israël van 26 december 2009; Israël stuurt didactisch materiaal naar de Gazastrook van 15 november 2009
Tienduizenden betogen tegen bevriezing bouw nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever
Tienduizenden mensen hebben woensdagavond 9 december deelgenomen aan een grote en geanimeerde demonstratie in Jeruzalem die georganiseerd werd door de Yesha Raad (de lokale overheidsraden van Judea en Samaria). Het hoofd van de Yesha Raad, Danny Dayan, vertelde de verzamelde menigte: “We zijn niet gekomen om te vragen voor een krom compromis. Wij zijn gekomen om een volledige dooi van de bouwstop in Judea en Samaria te eisen.”
“We zullen blijven doorgaan met het land te bewerken op onze grond,” zei Dayan. “De inspecteurs komen kijken om van dichtbij na te gaan als er nieuwe funderingen [voor gebouwen] werden gelegd. Maar heel Judea en Samaria hebben funderingen! Judea en Samaria zijn onze funderingen!” “Wij zullen deze strijd winnen omdat we meer vastbesloten zijn,” zei hij. “Het vuur en de warmte van de strijd zal de bevriezing doen smelten.”
Parlementslid Danny Danon, hoofd van Likoed, las het telefoonnummer voor van het Witte Huis en vertelde het publiek om te bellen naar het nummer en tegen Obama te vertellen: “Neem je handen af van het Land van Israël!”
Parlementslid Michael Ben-Ari (Nationale Unie) dreef de spot met het besluit om bevriezing van de bouw van nederzettingen op te leggen aan de bewoners van Judea en Samaria: “Bibi [Netanjahoe] gebruikt recepten uit de keuken, vandaag vriest hij in en morgen ontdooit hij weer. Maar Joden zijn geen schnitzels – u kunt ons niet invriezen!”
“We hebben een duidelijke boodschap van eenheid. Deze bevriezing maakt nu al een kokende realiteit door. Als er iemand is die moet worden uitgezet, dan is dat zeker niet het Joodse volk. We werden vaak verdreven maar we zullen niet opnieuw worden uitgezet,” bezwoer hij de talrijk opgekomen deelnemers die juichend zijn speech beantwoordden. Bron: Arutz Sheva: Tens of Thousands Protested Against Freeze van 9 december 2009
Déjà vue bij de vredesonderhandelingen: alles blijft hetzelfde [satire]

“Luister team, we overlopen nog even kort wat we gaan doen…”
“Ahmed, jij gooit de granaten naar de toeristen.”
“Komt in orde!”
“Mahmoud, jij vuurt de raketten af op de kibboetsim.”
“Doe ik!”
“Suleiman, jij zet de boobytraps klaar voor de kinderen.”
“Oki doki!”
“Ali, jij verstuurt de bombrieven.”
“Komt goed!”
“En Abdel, jij vertegenwoordigt ons op de ‘vredesonderhandelingen’”
“OK !”
“………”
In zijn cartoon van heden haalt Dry Bones, alias van de Israëli Yaakov Kirschen, een Gouden ouwe cartoon uit zijn kast uit de beginjaren van zijn tekenkunsten. Deze cartoon dateert van 18 december 1973, bijna dag op dag 36 jaar geleden, en nauwelijks twee maanden na het einde van de Jom Kippoeroorlog, toen Israël ei-zo-na een zoveelste aanvalsoorlog van de Arabische wereld kon afslaan. Dry Bones stelt vast dat de Palestijnse ‘vredesonderhandelaars’ van toen al even gewelddadige onbetrouwbare schurken waren als vandaag en besluit dat er sindsdien nagenoeg niks is veranderd.
De strijd om Jeruzalem: waar draait het conflict om de Tempelberg om?
“Wij kondigen de oorlog af tegen de zonen van apen en varkens [de Joden] die slechts zal eindigen wanneer de vlag van de Islam zal wapperen boven Jeruzalem.” (Hamas pamflet van 1 september 1993)
De islamitische Gouden Rotskoepel (geen moskee!) is het 3de belangrijkste moslimheiligdom in de wereld na Mekka en Medina, bedekt de top van de Moriahberg in Jeruzalem waar vroeger de 1ste en de 2de Joodse Tempel stonden. Die Tempel was – en is nog steeds wat er nog van overblijft – het belangrijkste heiligdom van de Joden waarvan alleen de Klaagmuur, een deel van de muren rondom de Tempel, enkel aan de westelijke zijde nog zichtbaar is. De Rotskoepel stortte in elkaar in 1016, maar werd later weer heropgebouwd. De huidige ‘Gouden’ koepel dateert van 1998 toen deze werd verguld dankzij een donatie van 8 miljoen dollars door koning Hoessein van Jordanië.
De Joodse Tempelberg of Haram voor de Arabieren, is uitgegroeid tot het middelpunt van het politieke conflict over Jeruzalem. Het is een heilige plaats waarvoor een heilige oorlog dreigt te worden gevoerd. Op de top van Camp David II, werden de besluiten met betrekking tot heilige plaatsen van Jeruzalem de sleutel bij het bepalen van de uitkomst van de onderhandelingen. Yasser Arafat verwierp elk compromis dat door de Israëli’s werd erkend, zelfs symbolisch, met betrekking tot de Joodse Tempelberg. Deze impasse heeft geleid tot het mislukken van Camp David II en leidde tot de tweede Palestijnse intifada, die zowel het onvermogen om een oplossing voor de status van Jeruzalem te vinden en de Israëlische schending van de islamitische heiligheid op de Haram en de schuld bij Israël legde voor het vernieuwen van het conflict. In het licht hiervan hebben islamitische geestelijken en woordvoerders van de Palestijnse Autoriteit herhaaldelijk gesteld dat de ambitie van de Israëlische regering altijd is geweest om de islamitische moskeeën te vernietigen en de tempel te herbouwen. Echter, sinds 1967 heeft de Israëlische regering daadwerkelijk de islamitische religieuze wetten op hun heilige plaatsen verdedigd, dewelke onder meer de Joodse toegang voor religieuze doeleinden (zoals voor het gebed) op de site verbiedt.
“Jeruzalem is geen Joodse stad, ondanks de bijbelse mythe die geïmplanteerd zit in sommige geesten… Er is geen tastbaar bewijs van Joods bestaan tijdens het zogenaamde Tempelberg Tijdperk… De locatie van de Tempelberg wordt betwist… die zou in Jericho of ergens anders kunnen liggen.” (Walid Awad van het Ministerie voor Informatie van de Palestijnse Autoriteit)
Handhaving van deze status quo is zulk een dwingende noodzaak voor de Israëli’s dat zij regelmatig de Tempelberg afsloot voor Joden en Joodse Tempelactivisten arresteerde en opsloot. Ondanks deze feiten is Adnan Hoesseni, de directeur van de islamitische Waqf die jurisdictie heeft over de islamitische heilige plaatsen op de Tempelberg, er vast van overtuigd dat de zogenaamde ‘Joodse extremistische groepen’ – zoals de Getrouwen van de Tempelberg – agenten zijn van de Israëlische regering: “Wij zien geen verschil tussen deze groepen… en de overheid. Wij beschouwen de overheid en deze… groepen als één lichaam. De overheid laat deze personen hun gang gaan… Wat de Joden willen is een zuiver Joods land. Als ze ons willen bekampen, zullen ze moeten vechten tegen de Islam… Zij [de Tempelberg Getrouwen] willen de Haram veranderen in een andere plaats. De steen [hoeksteen] symboliseert dat zij zijn begonnen met de bouw van de Derde Tempel.” Evenzo, heeft Nabil Abu Rudeina, de naaste medewerker van Yasser Arafat, gezegd dat de Israëlische regering de volle verantwoordelijkheid draagt voor de ‘provocaties van radicale Joden’. “Zij spelen met vuur en zullen ons enkel leiden naar een nieuwe religieuze oorlog. Het is pure provocatie en een regelrechte uitdaging voor de Arabieren, de islamitische wereld en de internationale gemeenschap.”

De islamitische Wakf, die de islamitische heiligdommen op de Tempelberg beheert, verklaarde openlijk dat de 1ste en de 2de Joodse Tempel nooit bestaan hebben, terwijl het tegelijkertijd elk archeologisch bewijs uit de Eerste en de Tweede Tempelperiode verwijderde. Oude citernes op de Tempelberg worden uitgegraven en de inhoud ergens ver weg van Jeruzalem op stortplaatsen gedumpt.
Aan die opruierijen over deze kwestie door de Palestijnen moet nog een revisionistische geschiedenis worden toegevoegd over Jeruzalem en de Tempelberg, die geprepareerd werd door de Palestijnse moefti en het ministerie van Informatie. Deze revisionistische geschiedenis stelt dat er geen bewijs is van een Joodse geschiedenis in Jeruzalem en dat er nooit een Joodse Tempel heeft bestaan in de stad. Deze revisionistische geschiedenis vult de schoolboeken die worden gebruikt in de Palestijnse scholen en worden uitgezonden op de Palestijnse televisie en radio.
Grootmoefti van Jeruzalem Ikrima Sabri: “Nooit een Joods Jeruzalem! Geen enkele steen van de westelijke muur heeft verband met de Hebreeuwse geschiedenis… Er bestaat niet de minste aanwijzing voor het bestaan in het verleden van een Joodse tempel op deze plek. In de hele stad ligt er geen enkele steen die verband heeft met de Joodse geschiedenis… De Tempelberg heeft daar nooit gestaan… Er niet het minste bewijs dat dit kan aantonen. We erkennen nooit dat de Joden recht hebben op de muur noch op één centimeter van het heiligdom… De Joden staan te trappelen om onze moskee over te nemen… Als ze dat ooit willen proberen zal dat het einde van Israël betekenen!”
Ikrima Sabri was de Palestijnse Grootmoeftie van Jeruzalem, die in 1994 door Arafat tot de moefti van Jeruzalem werd benoemd. De extremistische Ikrima Sabri was een strijdlustige islamitische geestelijke die zich verzette tegen een Joodse staat op islamitische gronden. Zijn primaire retoriek en prediking gingen steevast het afzweren van elke Joodse aanspraak op Jeruzalem en de Tempelberg vooraf. Grootmoefti Ikrima Sabri was bijzonder omstreden doordat hij meerdere malen openlijk de Jihad verheerlijkte, opgeroepen heeft tot geweld tegen de Verenigde Staten en de vernietiging van de staat Israël en de verdrijving van alle Joden predikte. Sabri werd in 2006 in zijn functie ontslagen door president Mahmoud Abbas van de Palestijnse Autoriteit, omdat die vond dat Sabri zich teveel met de Palestijnse politiek bemoeide. Abbas verving hem in juli 2006 door Muhammad Ahmad Hussein, waarvan verwacht werd dat hij zich meer gematigder zou opstellen. Echter, kort na zijn benoeming legde de kersverse Grootmoefti verklaringen af waarin hij suggereerde dat zelfmoordaanslagen voor de Palestijnen een aanvaardbare tactiek zijn om tegen Israël te gebruiken.
De bult op de muur

Bezoek aan de Tempelberg door Ariel Sharon op 28 september 2000
Hoewel het bezoek van Ariel Sharon op 28 september 2000 aan de Tempelberg niet aan de basis ligt van het begin van de 2de Intifada – de zogeheten Al Aksa Intifada – die werd al veel eerder voorbereid door Yasser Arafat en Marwan Bargouti en was veel eerder het gevolg van de mislukking van de Camp David onderhandelingen waar Arafat de Amerikaanse en Israëlische verregaande vredesvoorstellen verwierp, was het wel de vonk die het vuur in de pan sloeg. Sharon verklaarde toen aan de reporters: “De Tempelberg is in onze handen en zal in onze handen blijven. Het is de heiligste plaats in het Judaïsme en het is het recht van elke Jood om de Tempelberg te bezoeken.” Marwan Bargouti, secretaris-generaal van Al-Fatah verklaarde aan de Jerusalem Times: “De intifada is niet begonnen omwille van het bezoek van Sharon, maar het geweld begon uit de wens om een einde aan de bezetting te maken en omdat de Palestijnen het vresdesproces in haar huidige vorm niet wilden goedkeuren.” Echter, Ikrima Sabri de Grootmoeftie van Jeruzalem interpreteerde dit als heiligschennis en intentie van Israël om de moslimheiligdommen in te palmen, hoewel Sharon niet in de Rotskoepel noch de Al Aksa moskee was binnen geweest. De volgende dag riep Sabri op tot een Jihad tegen Israël “om de Joden uit Palestina te drijven”. Het vervolg is bekend: eindeloze rellen met veel doden en gewonden en onherstelbare schade.
Na de rellen op de Tempelberg in verband met het begin van de Al-Aqsa Intifada, verbood de islamitische Waqf alle Joden (met inbegrip van de Israëlische politie die de islamitische rechten op de site beschermde) om de site nog te betreden. Dit resulteerde op zijn beurt in een volledige sluiting van de Tempelberg voor alle niet-moslims, omdat de Israëli’s niet langer de bescherming van de bezoekers kon waarborgen. Bovendien heeft de islamitische Waqf vanaf 1996 de Haram getransformeerd en alle oude Joodse structuren die konden gerelateerd worden aan de tempel vernietigd en nieuwe moskeeën en bijbehorende gebouwen op de site gebouwd. Dit wordt beschouwd als onderdeel van een masterplan van Yasser Arafat om elk spoor uit te roeien dat kan verwijzen naar de Joodse geschiedenis van de site en zet het geheel van de Haram om in een moskee complex dat kan wedijveren met die in Saoedi-Arabië. Sinds Ariel Sharons herverkiezing in januari 2003, waarin de veiligheid van Israël opnieuw de belangrijkste kwestie was, heeft Sharon beloofd Jeruzalem te verdedigen en opnieuw de Tempelberg te openen als een demonstratie van de Israëlische soevereiniteit. Volgens de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse moefti Ikrima Sabri, zal dit een provocatie zijn die zal leiden tot een oorlog met 1,3 miljard moslims wereldwijd.

Al Aksa Intifada: Zelfmoordaanslag door de PLO op een autobus in Jeruzalem op 18 mei 2003. Zeven mensen kwamen om het leven en twintig anderen werden zwaar gewond tijdens een zelfmoordaanslag op Lijnbus nr. 6 ter hoogte van French Hill in Jeruzalem. Hamas eiste de verantwoordelijkheid voor deze aanslag op
In 2002 verscheen op de zuidelijke muur van de Tempelberg een bult die het volgende jaar nog in omvang toenam. Israëlische archeologen stelden vast dat de bult op de muur werd veroorzaakt door bouwwerken in opdracht van de Wakf van een ondergrondse moskee die grenst aan de binnenkant van de muur en waarschuwden voor een dreigende instorting van de wand. Waqf ambtenaren deden een vergeefse poging om de schade te herstellen en weigerden alle hulp van Israëlische deskundigen. Indien de muur zou instorten, zou de Palestijnse Autoriteit hier ongetwijfeld munt trachten uit te slaan en de schuld van de ineenstorting bij Israël leggen en verkondigde in de Arabische wereld dat het te wijten was aan Joodse pogingen om de islamitische heilige plaatsen te vernietigen en de wederopbouw van de tempel. Zich realiserend dat een dergelijke ramp een oorlog in de hele regio kon doen uitbreken, hebben internationale journalisten de structuur de bijnaam gegeven van de ‘Armageddon Muur’. Na een deal tussen Israël en de Islamitische Wakf, werd de bult op de muur door een Jordaans team ‘hersteld‘. Echter in het voorjaar van 2004 verscheen een nieuwe bult op de muur aan de oostelijke zijde.

Al Aksa Intifada: Zelfmoordaanslag op een autobus door de PLO, Jeruzalem 22 februari 2004
Een gezamenlijke Israëlisch-Palestijnse verklaring werd op 25 juli 2001 voorgesteld en zegde: “De weg ligt open ligt in de internationale legitimiteit en de uitvoering van Resolutie 242 en 338 leidend tot een twee-staten-oplossing gebaseerd op de grenzen van 1967, Israël en Palestina naast elkaar zij-aan-zij, met hun respectievelijke hoofdsteden in Jeruzalem.” Maar noch resoluties 242 of 338 vernoemen Jeruzalem. Dit was geen onoplettendheid van de kant van de opstellers van de resolutie, vermits Jeruzalem het middelpunt van het geschil was. Zoals VS-ambassadeur Arthur Goldberg, die mede geholpen heeft aan het opstellen van Resolutie 242, verklaarde dat die “op geen enkele manier verwijst naar Jeruzalem, en deze omissie was met opzet… Jeruzalem was een discrete kwestie en werd niet gekoppeld aan de Westelijke Jordaanoever.”
“Jeruzalem is het eigendom van de islamitische natie… Niemand kan ooit beslissen over het lot van Jeruzalem. We zullen het terugnemen met de hulp van Allah uit de handen van degenen van wie de Koran zegt: ‘Er staat over hen geschreven dat zij vernederd en in ellende worden gestort’…. We maken ons klaar voor hen, O broeders!” (Voormalig Egyptische president Anwar Sadat)
Ondanks dit inzicht, heeft de weg naar de vrede geen vooruitgang gemaakt maar is integendeel sterk achteruit gegaan. Jeruzalem is het enige en grootste obstakel voor het Israëlisch-Palestijnse vredesproces, net zoals het in het verleden was met de plannen voor de Joods-Arabische verdeling. De moeilijkheid van het oplossen van de impasse kan worden gezien in de harde lijn posities die door beide partijen worden ingenomen. Yasser Arafat verklaarde: “Wie niet wil aanvaarden dat Jeruzalem de hoofdstad van een Palestijnse staat zal worden, en alléén van die staat, kan gaan drinken van de Dode Zee.” Ook Mohammed Hussein, sjeik van de Al-Aqsa moskee, waarschuwde in zijn uitzending op het officiële radiostation Voice of Palestina van de Palestijnse Autoriteit: “Wie ook een deel bezet van Palestina of Jeruzalem wordt geconfronteerd met de Jihad [heilige oorlog] tot aan de Dag des Oordeels!” Reagerend op dergelijke verklaringen, zwoer de Israëlische premier Benjamin Netanjahoe: “Ik zal nooit toestaan dat Jeruzalem opnieuw worden verdeeld. Nooit! Nooit! Wij houden Jeruzalem herenigd en …we zullen die wallen nooit opgeven.” Zolang deze tegenstrijdige en onverzoenlijke posities niet kunnen worden opgelost door middel van onderhandelingen, zal Jeruzalem steeds het grootste obstakel voor de vrede blijven, net zolang de vraag naar herverdeling van de stad blijft bestaan.

Foto van de binnenzijde van de Al Aksa moskee uit 1893. Op de afbeelding zijn de Byzantijnse kolommen te zien van de Kerk van de Maagd. Met de komst van de Islamitische verovering van 620 na Christus, werd de oorspronkelijke christelijke kerk door de moslims veroverd en nadien omgevormd tot de huidige Al Aksa moskee. Deze oorspronkelijke kolommen werden in 1927 en 1936 zwaar beschadigd door aardbevingen en vervangen. In 1938 gaf de Italiaanse fascistenleider Benito Mussolini een gift van Carrara marmer aan de Al Aksa moskee, waarmee het centraal plafond werd bekleed. De Byzantijnse bogen en de stenen vloer werden eveneens door Mussolini’s Carrara marmer vervangen.
Arabische politiek en de heiligheid van Jeruzalem
De islamitische geleerde Aref el Aref heeft verklaard dat de enige teksten die nodig zijn voor een studie van de geschiedenis en de huidige structuren van de Tempelberg, zijn de [islamitische] gebouwen zelf en de Arabische inscripties die zowel versieren als verklaren. Echter, de Joodse historicus Shelomo Dov Goitein merkt op dat “de meeste van de tradities over Jeruzalem en het heiligdom locaal gebonden zijn en grotendeels van buitenlandse afkomst zijn en geen binding heeft met het oude mohammedaanse goed.” Inderdaad heeft professor M.J. Kister in 1969 aangetoond dat de traditie waarbij Jeruzalem werd vastgesteld als de derde heiligste stad van de islam, van een latere ontwikkeling is dan de oorspronkelijke traditie die sprak van Mekka als het enige heilige islamitische heiligdom. In feite twijfelden vier eeuwen lang de meeste islamitische geleerden aan de graad van heiligheid van Jeruzalem, zoals blijkt uit de bekende Arabische geograaf Yakkut, die in 1225 schreef dat Jeruzalem “heilig was voor Joden en christenen,” terwijl Mekka voor de moslims heilig is. Een verklaring voor de opgebouwde heiligheid van Jeruzalem voor moslims is de invloed van de Arabische politiek. Sommige geleerden beweren dat Abd al-Malik, de eerste kalief na de islamitische verovering in 638 na Christus, de heiligheid van Jeruzalem versterkt om te kunnen concurreren met Damascus (Syrië), de nieuwe en uitbreidende hoofdstad van het islamitische rijk, alsook met de rivaliserende kalief van Mekka, Ibn Zubayr. Volgens de 19de eeuwse historicus Ya Qubi, bouwde Abd al-Malik de Rotskoepel om te proberen de drukte van de moslims die heerst tijdens de Hajj (de islamitische bedevaart naar Mekka) naar Jeruzalem om te leiden.

De Kerk van het Heilig Graf moest een islamitisch equivalent krijgen en daarom werd de Rotskoepel gebouwd
Andere geleerden houden vol dat het ware motief de religieuze concurrentie was met de bestaande Joodse tradities en christelijke kerken die de stad versierden. Miriam Ayalon, hoogleraar Islamitische Kunst en Archeologie aan de Hebreeuwse Universiteit verklaarde dit aldus: “De eerste en belangrijkste van deze overwegingen is ongetwijfeld de religieuze vereniging van ideeën en gebeurtenissen die de stad beheersten, zowel onder Joden en christenen. Inderdaad, het feit dat Jeruzalem al in oude tijden belangrijk was voor de twee monotheïstische religies en het feit dat de islam zichzelf beschouwt als de laatste van de onthullingen… is het legitiem te stellen dat de islam voormalige overtuigingen absorbeerde en zich ermee identificeerde. Jeruzalem kon daarbij niet worden genegeerd …. Bovendien is het feit dat sommige van de reeds bestaande Byzantijnse gebouwen in Jeruzalem waren overgebleven en aldus bewondering of eventueel de jaloezie konden opwekken van de moslims en vandaar een islamitisch antwoord vereiste.” (zie hierboven de afbeelding van het oude interieur van de Al Aksa moskee die voordien een Byzantijnse kerk was.)
De tiende-eeuwse historicus van Jeruzalem, al-Muqaddasi, lijkt dit te bevestigen in zijn beoordeling: “Kalief Abd al-Malik, wijzend op de grootsheid van de koepel van het Heilig Graf en haar pracht, werd hierdoor zo bewogen en opdat zij niet de geesten van de moslims zouden verblinden heeft hij de Rotskoepel opgetrokken… Tijdens de bouw ervan hadden ze als rivaal en vergelijking de grote kerk van het Heilig Graf … en zij bouwden dit nog prachtiger dan de andere.” Deze daad van supercessionisme (of theologische vervanging) legt uit waarom de Rotskoepel werd opgericht 60 jaar na de islamitische verovering van Jeruzalem. De islam miste een gevestigde cultuur en monumentale architectuur die kon wedijveren met die van het eeuwenoude Byzantijnse christendom. Dit was vooral het geval in Jeruzalem waar in de tijd van Constantijn prachtige kerken, basilieken en kloosters werden opgericht ter meerdere glorie van Christus.
In de jaren 1920, gebruikte Grootmoefti van Jeruzalem Haj Amin el-Hoesseini Jeruzalem en de heilige plaatsen als toneel om rellen te bevorderen en het Arabisch nationalisme te introduceren. Na 1948, en vooral na 1967, werd het supercessionisme opnieuw een belangrijk politiek instrument. Van 1948 tot 1967 controleerde Jordanië het oostelijke deel van de stad. De Jordaniërs vernielden de Joodse wijk volledig en oefenden exclusieve controle over de Joodse heilige plaatsen, zoals de Klaagmuur. Sinds 1967, heeft de gevoerde politiek van de Arabieren steeds en systematisch alle historische Joodse aanspraken op de stad ontkend en ontkende zij tevens het bestaan van een Joodse Tempel in het verleden.

Reconstructie van de 2de Joodse Tempel zoals hij er vermoedelijk heeft uitgezien en precies op de plaats stond waar thans de islamitische Rotskoepel staat. Gebouwd in 516 v. Chr. werd hij door de Romeinen in 70 na Chr. vernietigd. De 1ste Tempel, ook gekend als de Tempel van koning Solomon en gebouwd in 960 v. Chr., werd vernietigd in 586 v. Chr. en werden de Joden toen voor 70 jaar lang in ballingschap verdreven naar Babylonië (Irak).
Bronnen: Fast Facts on the Middle East Conflict door Randall Price; 2003; Harvest House Publishers; The Case for Israel uit 2003 en The Case for Peace uit 2005 door Alan Dershowitz uitgebracht door uitgevrij John Wiley & Sons, Inc.; Bible Walks.com: The Broad Wall of the First Temple; Peace with Realism: Sharon and the Intifada april 2005; Bible Places.com: Temple Mount Collapse?

Grootmoefti van Jeruzalem Ikrima Sabri: “Nooit een Joods Jeruzalem! Geen enkele steen van de westelijke muur heeft verband met de Hebreeuwse geschiedenis… Er bestaat niet de minste aanwijzing voor het bestaan in het verleden van een Joodse tempel op deze plek. In de hele stad ligt er geen enkele steen die verband heeft met de Joodse geschiedenis… De Tempelberg heeft daar nooit gestaan… Er niet het minste bewijs dat dit kan aantonen. We erkennen nooit dat de Joden recht hebben op de muur noch op één centimeter van het heiligdom… De Joden staan te trappelen om onze moskee over te nemen… Als ze dat ooit willen proberen zal dat het einde van Israël betekenen!”


















