Dagelijks archief: 13 november 2009

Foto uit Dachau: Was dat mijn vader achter het prikkeldraad?

Dad+Dachau

De man in het midden lijkt op mijn vader...

Looking through some photographs I found inside a drawer
I was taken by a photograph of you
There were one or two I know that you would have liked a little more
But they didn’t show your spirit quite as true

(Jackson Browne)

Mijn vader heeft drie verjaardagen. Jawel, drie. Zijn biologische verjaardag is 10 mei 1924. Toen hij na de oorlog naar Canada trok, was hij al te oud om als een wees in aanmerking te komen voor emigratie, dus moest hij zijn leeftijd een beetje herschikken en zich jonger maken. 10/05/1924 werd dus 5/10/1927 en hij was nu officieel geboren op 5 oktober 1927. (Gelieve dit niet over ons aan de Canadese regering te vertellen. Ik zou niet graag zien dat hij in dit stadium van zijn leven zou worden uitgezet.) Vreemd genoeg viert onze familie sindsdien deze volledig fictieve verjaardag.

Maar het is zijn derde verjaardag waarover hij met de meeste emotie spreekt, degene die voor hem het meeste betekenis heeft. Hij bracht gedwongen vele jaren door in diverse arbeids- en vernietigingskampen nadat zijn stad Staszow in Polen in 1942 werd geliquideerd door de nazi’s. Hij werd uiteindelijk bevrijd op 29 april 1945 uit het concentratiekamp Dachau in Duitsland. Mijn vader is nooit iemand geweest die uitgebreid praatte over zijn ervaringen als een overlevende van de Holocaust, maar hij spreekt er wel over op die bijzondere dag. Zo hoorde ik hem onder andere het Amerikaanse leger loven over de snelheid waarmee de gevangenen werden ontluisd nadat zij uit het kamp werden bevrijd. Zijnde vrij van de nazi-hel en bevrijd van de luizen die zijn lichaam zo lang hadden geteisterd, werd hem een nieuwe kans gegeven op een nieuw leven.

De dag na Jom Kippoer ging ik naar mijn kantoor en deed wat ik elke dag na Jom Kippoer doe – niet veel dus. Niet alleen ben ik dan moe van het vasten en het lesgeven, maar eerlijk gezegd heb ik de volgende dag een beetje een down gevoel. Na zo intens over het leven na te denken, over God, de doelstellingen om een beter mens te worden en te proberen om 150 mensen te inspireren die bijna dagelijks bij ons in dienstencentrum Aish langs komen om allerhande redenen, ben ik het niet gewoon om zomaar terug in de sleur van het leven van alledag te stappen. Dus, na wat geprobeer om wat van de ernst en de betekenis van Jom Kippoer opnieuw op te halen, merkte ik dat ik opeens op de website van YouTube was terecht gekomen en typte in het zoekvak het woordje “Dachau” in. Bovenaan de lijst verscheen de naam van een film genaamd ‘Dachau Concentration Camp Liberation’.

Het was geen erg geavanceerd stuk, op geen enkele wijze zelfs. Het bestond uit foto’s die langzaam weg draaiden met op de achtergrond muziek uit de film Schindler’s List. Er waren foto’s van soldaten die het kamp naderden en nazi’s die zich overgaven en gearresteerd werden, een opname van het kamp in vogelvlucht en foto’s van de hoofdingang en de inkompoort met de beruchte slogan ‘Arbeit Macht Frei’.

Een foto verscheen van een Amerikaanse soldaat die loodrecht op de muur van een gebouw toeliep en ik vroeg me af, als mijn vader deze korte film zou zien, zou hij zich dan een aantal van de structuren en de gebouwen herinneren? Ik dacht er even over na om hem die film te tonen, maar ik bedacht dat ik dit maar beter kon laten vanwege zijn extreme gevoeligheid wanneer het onderwerp van de holocaust ter sprake komt. In al die jaren dat ik mijn vader ken, heb ik alleen hier en daar wat fragmenten gehoord.

Op 1 minuut 50 in de film verscheen er een foto die me dwong om op de pauzeknop te drukken. Het was een relatief duidelijke foto, een willekeurige close-up van drie gevangenen achter prikkeldraad, allemaal glimlachend en zwaaiend – vermoedelijk naar hun redders. De kleine man aan de linkerkant draagt een overjas, kennelijk aan hem gegeven door een van de soldaten. De man rechts met de snor is groter en lijkt een ere-saluut te brengen. Ze dragen de bekende gestreepte concentratiekamp kledij.

En de man in het midden leek op mijn vader.

Ik begon intens naar de foto te staren en elk detail te analyseren van de fysieke kenmerken om te zien of ze overeenkwamen met die van mijn vader. De haarscheiding, de vorm van het gezicht, het iets grotere oor, de kloof tussen zijn voortanden – alles leek in overeenstemming te zijn met zijn verschijning. Zou het kunnen? Zou hij het echt kunnen zijn? Ik bleef het mezelf maar afvragen. Maar de eigenschap die me het meest aan hem deed denken was de vorm van zijn wuivende hand. Ik heb dat altijd opgemerkt aan mijn vader, hoe zijn wijsvinger steeds een beetje krult en iets langer lijkt dan zijn middelste vinger en hoe zijn duim ze bijna aanraakt. Vandaag, vanwege zijn artritis, is zijn hand bijna bevroren in die positie, en dit was de vorm van de hand van de man op deze foto.

Ik emailde onmiddellijk de link naar mijn drie broers in Toronto met als onderwerp: “Iets heel vreemds”, en vertelde hen om de film te pauzeren en me vertellen wat ze erover dachten. Al de volgende ochtend, waren zij het over eens geworden dat dit inderdaad onze vader op de foto zou kunnen zijn.

Dan werden de dingen een beetje ingewikkeld. We werden geconfronteerd met het dilemma van het tonen van deze foto aan mijn vader. Zal die foto teveel pijnlijke herinneringen terug brengen? Moeten we hem confronteren met een beeld van zichzelf van zo lang geleden van de meest verschrikkelijke tijd van zijn leven? Welk effect zou het mogelijk kunnen hebben op zijn psyche zichzelf terug te zien in het plunje van een nazi-gevangene?

Mijn oudste broer, Ruben, is altijd het dichtst bij mijn vader geweest sinds hij op zijn 15de ging werken voor hem in zijn vleesverpakkingsbedrijf. Mijn vader gaf hem de smerigste klusjes om hem ervan te weerhouden aan de slag te gan bij Grace Meats, maar pensen draaien heeft Reuben niet weggejaagd van het werk. Sindsdien zijn ze erg close met elkaar. Reuben was van mening dat we dit grondig moeten overdenken en het moesten laten ‘bezinken’ voor een tijdje. “Hij heeft die foto al die jaren niet gezien, op een dag of zo steekt het nu wel niet.”

Sid, de tweede oudste broer en de vredestichter in ons gezin stemde ermee in. Murray en ik wilden hem de foto laten zien, maar we lieten de kwestie even rusten tot onze oudere broers en zussen zich erover hadden uitgesproken. Maar de volgende dag kwam Murray met een Salomonsoordeel: Laten we de foto zien aan de enige overlevende broer van mijn vader, Henya, die met hem eerder in de oorlog in de kampen was en in staat zou zijn hem te herkennen als dit inderdaad hem was.

Murray belde me die ochtend op weg naar tante Henya. Ik vertelde hem om mij te bellen op mijn mobilofoon van zodra hij met haar gesproken had. Murray belde me om 12u30. “Ze was duidelijk – het is hem. En niet alleen dat, maar de man met de mantel die naast hem staat was zijn jeugdvriend, Herschel D.”

Met dat in zijn handen belde Murray vervolgens naar mijn vader en vroeg hem of hij bereid was om een foto van zichzelf te zien op de dag van zijn bevrijding in Dachau. Dat wilde hij wel. Murray ging naar zijn appartement en liet hem de foto zien. Met tranen in zijn ogen zei mijn vader: “Ja, dat ben ik.”

Op 29 april 1945 werden een handvol foto’s van de bevrijding van Dachau genomen door Robert Spring, een röntgen technicus die diende bij de 59ste Evacuatie Hospitaaleenheid van het Medische Korps van het Amerikaanse leger. Er werden op die dag 32.000 gevangenen in het kamp aangetroffen en de meeste mannen op de foto’s, die door soldaten werden genomen, waren te sterk vermagerd om nog hun identiteit te kunnen onderscheiden, of te korrelig om gezichten te herkennen of groepsfoto’s op afstand getrokken en te ver om nog iemand te herkennen. Maar meneer Spring besloot om een foto te nemen van een willekeurige groep van naamloze overlevenden die hij nooit meer terug zou zien. Voor de nazi’s was de man op de foto gevangene nummer 147 963 en 64 jaar en vijf maanden lang was het een foto van een naamloze gevangene die voor de eerste keer in vele jaren de vrijheid weer mocht ervaren.

Op de dag na de Jom Kippoer in het jaar 5770, dinsdag 29 september 2009, werd ontdekt dat de lachende gevangene in nazi-gevangeniskledij niet alleen gevangene 147 963 was, en dat hij geen willekeurige naamloze overlevende was die door een heldhaftige soldaat toevallig op de foto kwam. Hij werd geboren als Icek Nachtigal, Yitzchak Dovid ben Reuvain, en hij gaat door het leven onder de naam van Irving Nightingale. Hij werd geboren op 10 mei 1924 maar hij zal je vertellen dat zijn echte verjaardag 29 april 1945 is.

En hij is mijn vader.

NightingaleFamily

Bron: Aish.com: Was that my father standing behind the barbed wire? door Rabbijn Tzvi Nightingale, vertaald door Brabosh op 13 november 2009

Koopt niet bij Joden anno 2009: Delhaize actie van 31 oktober in Brussel

boycotbxl

Boycotactie in Brussel op 31 oktober 2009: gesluierde moslima roept op om geen pompelmoezen en 'grote' dadels uit Israël te kopen, de Jodenhaat wordt aldus rechtstreeks ingevoerd vanuit de Arabische wereld

Op 31 oktober 2009 voerde de anti-Israëlische [lees: antisemitische] organisatie Boycot Israël een “oefensessie” uit in het boycotten van Israëlische producten in het Delhaize warenhuis van Brussel. Dat dergelijke eenzijdige boycotacties door het Europees Hof voor de Mensenrechten onlangs veroordeeld werden als discriminatie, zal hen worst wezen. Zij hebben voor zich beslist om de politieke agenda van Hamas, Hezbollah en Islamitische Jihad ook in ons land bekend te maken en te promoten [met name door de fysieke vernietiging van Israël de oprichting mogelijk te maken van de Islamitische Republiek Palestina, op de puinen van de Joodse staat en dat bij voorkeur zonder Joden] en geen rechtvaardig iemand met nog een minimum portie aan gezond verstand, zal de handlangers in België van de radicale islam in het Midden-Oosten van hun ‘nobele’ bedoelingen kunnen afhouden. Op zaterdag 28 november plannen de vrienden van de terreurorganisaties Hamas en Al-Fatah een zoveelste nationale actiedag aan de warenhuizen, die zowel in Brussel, Vlaanderen als Wallonië zal worden georganiseerd.

Opruiende haattaal gaat altijd het geweld vooraf

kauf02

Boycotactie door de nazi's in april 1933 van Joodse handelszaken: Kauft nicht bei Juden!

Persoonlijk heb ik de zin van dergelijke acties nooit begrepen. Het werkt zelfs contra-productief en benadeelt tegelijk ook de 1,5 miljoen Israëlische Arabieren die door dergelijke boycotacties rechtstreeks in hun geldbeugel worden gepakt en de eerste slachtoffers zullen zijn van dergelijke boycotacties – als ze al effect hebben… Bovendien hebben zij het in Israël 100 x beter dan de gemiddelde inwoner uit de Arabische buurlanden. En dan heb ik het nog niet eens over de toepassing van de mensenrechten in de landen van de Arabische Liga en Iran [sic].

Voor wanneer een boycot tegen Saoedi-Arabië bijvoorbeeld, waar de sharia [islamitische wet] dagelijks honderdduizenden mensen terroriseert? Zijn we al vergeten dat 15 van de 19 terroristen die op 11 september 2001 [9/11] de Twin Towers in New York in de as legden, afkomstig waren uit Saoedi-Arabië? Zullen we uit solidariteit met die verdrukten de petroleuminvoer uit dat land maar meteen aan banden leggen en onze auto noodgedwongen op stal laten staan? Heeft er al iemand ooit gehoord van een economische boycotactie tegen Iran? Zijn onze opvallend selectieve ‘actievoerders’ in het boycotten van landen die de mensenrechten [zouden] schenden dan werkelijk toch zo naïef of zijn ze alleen maar verschrikkelijk knullig en dom?

Bovendien lijkt het alsof Israël zo’n soort Derde Wereldland zou zijn waar de mensen nog in holen onder de grond wonen en leven van ‘grote’ dadels en citrusvruchten. Dat zouden dan hun enigste en rijkste bodemgrondstoffen zijn, die ze produceren en uitvoeren, dus moet dat geboycot worden. Ik lees net dit bericht op het net: “WIPO heeft tijdens haar jaarlijkse algemene vergadering, besloten om Israël te erkennen als internationaal onderzoekscentrum en heeft het land gemachtigd om octrooien toe te kennen. De WIPO zal Israël toevoegen aan de lijst van de 15 belangrijkste landen op dit gebied. Zij zullen voortaan octrooien voor uitvindingen mogen uitreiken met internationale erkenning. De technologische mogelijkheden van Israël en haar patenten worden thans wereldwijd erkend.” Zullen we dan maar wat octrooien gaan boycotten en intrekken die door Israël werden uitgereikt? Jawadde zeg.

Iedereen die een beetje op de hoogte is van welke producten en diensten Israël zoal levert aan de wereld, moet toch op de hoogte zijn dat hightech onderdelen voor de wetenschap, communicatietechnologie, medische toepassingen in de geneeskunde, computer- en mobilofoon onderdelen, dé specialisatie zijn van Israël. Toch vreemd dat deze ‘actiegroep’ niet oproept tot een boycot van deze producten. Want dan zouden we straks allemaal onze PC aan de deur moeten zetten en onze gsm’s uit het raam gooien, uit solidariteit met de Palestijnen en uit haat jegens Israël en de Joden. Ik denk niet dat iemand hen daarin nog zou volgen, indien ze zouden weten welke producten zij dagelijks gebruiken van Israëlische makelij en uitvinding.

Videoclip van de warenhuisactie in Delhaize supermarkt te Brussel

Bronnen: Cidi.nl: Europees Mensenrechtenhof: Israelboycot was discriminatie van 22 juli 2009; lees ook op Verzet Blogspot: Voor Palestijnen of tegen Israëli’s? Over de idiotie van een Israëlboycot van 16 juli 2009; Nederlandse boycotactie tegen Israël afgeblazen door reclamecommissie van 15 juli 2009; ‘Boycot Israëlische producten’ actie afgeblazen wegens succesvolle tegenzet van 12 april 2009; Belgische ngo INTAL roept moslims op tot Israëlboycot tijdens de Ramadan van 14 juli 2009; Verkiezingen: Hoe staan de Vlaamse partijen tegenover [een boycot van] Israël? van 3 juni 2009; Internationale vakbonden slaan de handen in elkaar om einde te maken aan anti-Israël boycotacties van 2 mei 2009; Paniek in Teheran: ‘Zionistische’ citrusvruchten overspoelen de markt van 27 april 2009; Hoe kan je het best Israël en de Joden boycotten? [satire] en en ook: Stop de boycot – Stop de Jodenhaat – Steun Israël – Koop Israëlisch alsook Het ware verhaal van de ‘hamburger’, een smakelijke uitvinding van Joodse vluchtelingen op weg naar Amerika

Genocide is véél erger dan oorlog, zegt Daniel Goldhagen

ergerdanDe Amerikaanse politoloog Daniel Goldhagen is niet vies van enige provocatie. Met Hitlers gewillige beulen haalde hij zich de woede van zowat elke Duitser op de hals, en zijn nieuwe boek Erger dan oorlog, over het fenomeen van genocide, begint zowaar met de stelling dat de Amerikaanse president Harry Truman niet meer of minder dan een massamoordenaar was. “De geschiedenis wordt altijd door de winnaars geschreven, maar Truman, die bewust besliste om atoombommen te gooien en zo 300.000 Japanners doodde, pleegde toch gewoon genocide?” Daniel Goldhagen pleit in zijn jongste boek voor een totaal andere manier om tegen het fenomeen van genocide aan te kijken.

Waarom is genocide erger dan oorlog?

Daniel Goldhagen: In de twintigste eeuw zijn meer mensen gestorven door genocides dan door oorlogen. Dat weet haast niemand, maar het verandert je wereldbeeld. Want je moet je toch afvragen waarom de internationale gemeenschap dit niet als hét belangrijkste probleem van onze tijd beschouwt. Er bestaan nog veel foute ideeën over genocide, die ik met dit boek de wereld uit wil helpen.

Welke misvattingen bestaan er zoal?

Daniel Goldhagen: Het is jammer genoeg een zeer lange lijst. Zo denkt men dat de daders een soort abstracte wezens zijn, zoals robots. Dat is echt fout, want de meesten weten zeer goed waar ze mee bezig zijn. Iemand doden is een zeer ingrijpende actie: als je beslist om iemand neer te houwen met een machete, weet je wat je aan het doen bent. Vergeet dus ook die onzin over groepsdruk maar.

Wat moet de internationale gemeenschap dan doen?

Daniel Goldhagen: Er zijn drie dingen nodig: preventie, interventie en justitie. Dat laatste hebben we weliswaar, met het Internationaal Strafhof in Den Haag. Maar dat zit nog in een embryonale fase. Het is te traag, te laat en het heeft te weinig middelen. En uiteraard moeten alle landen, de Verenigde Staten op kop, het erkennen. Het Strafhof heeft veel te weinig macht, kijk maar naar de zaak rond Omar al-Bashir (president van Soedan, die een arrestatiebevel van het Strafhof tegen hem heeft lopen, sv). Het heeft vijf jaar geduurd voor het arrestatiebevel er was en nu gebeurt er niks meer. Barack Obama heeft wel beloofd dat de VS niet meer rechtstreeks met hem zullen praten. (sarcastisch) Proficiat! We hebben het hier wel over een van de ergste massamoordenaars van de eeuw. Onder zijn beleid zijn meer mensen geëlimineerd dan dat er Joden zijn vermoord onder Hitler. Genocide is een misdaad tegen de mensheid, en al-Bashir moet behandeld worden als een vijand van de mensheid.

Wat houdt dat concreet in?

Daniel Goldhagen: Alle middelen zijn goed om dergelijke vijanden tegen te houden. Er moet dus een prijs op zijn hoofd gezet worden, hij mag gedood worden als hij zich niet overgeeft. Dat klinkt radicaal, maar als zo’n maatregel ingevoerd wordt, kunnen honderdduizenden levens gered worden. Hier in Europa staan mensen nogal afkerig tegenover het gebruik van geweld, maar uiteindelijk zijn het toch de bombardementen van de Navo die ervoor gezorgd hebben dat Milosevic wilde onderhandelen. Hadden we dat een paar jaar eerder gedaan, dan hadden we de doden van Srebrenica kunnen voorkomen.

Die actie van de Navo werd later door experts in internationaal recht wel als illegaal bevonden.

Daniel Goldhagen: Daarom moet het internationaal recht dringend veranderen. Wat we nodig hebben, is een orgaan dat volgens duidelijke criteria werkt en als waakhond fungeert. Dat is hoegenaamd niet ingewikkeld, dankzij moderne technologieën zoals satellietbeelden. Het feit alleen al dat zo’n orgaan bestaat, zal al afschrikkend werken. Onze hele samenleving is daar toch op gebaseerd? Een hele hoop mensen piekert er zelfs nog maar niet over om een misdaad te plegen, omdat ze weten dat ze gestraft kunnen worden en de cel in zullen vliegen. Wie een genocide pleegt, weet daarentegen dat hij zo goed als straffeloos is. We moeten er dus voor zorgen dat ze weten dat het hen duur te staan kan komen.

Onder meer via interventies van internationale troepen?

Daniel Goldhagen: Jazeker. In Rwanda zijn 800.000 mensen, onder wie heel wat kinderen, op de meest vreselijke wijze afgeslacht. Wie van ons kan dan zeggen dat een interventie daar niet gerechtvaardigd zou zijn?

Als er dan al interventies zijn, primeert vaak nog het nationaal belang. Toen in Rwanda tien Belgische militairen omkwamen, werden de troepen snel naar huis gehaald. Is dat geen logische reactie?

Daniel Goldhagen: Absoluut niet! Vraag maar eens aan jullie premier hoeveel Tutsi-levens gelijk zijn aan dat van één Belg. Ik zou het antwoord graag horen. Waarom is het leven van een Westerse soldaat meer waard dan dat van een Afrikaans jongetje? Moeten er minstens honderd mensen gered worden vooraleer we het leven van onze eigen soldaten in gevaar brengen? Of duizend? Er is meer empathie nodig voor de slachtoffers van genocide. Ik heb gepraat met mensen die hun kinderen letterlijk in stukken gehakt zagen worden. Ik daag elke Westerse politieke leider uit om hetzelfde te doen.

In België hadden we een tijdje een genocidewet. Die moest echter fors ingeperkt worden, door de internationale druk. Is het wel mogelijk om iets te doen?

Daniel Goldhagen: Jullie daagden natuurlijk ook de president van de VS, George Bush, meteen voor de rechter. Niet echt verstandig (lacht). Nee, het moet van de EU of de VS komen. Barack Obama zou het kunnen. Dan zou hij tenminste zijn Nobelprijs voor de Vrede verdienen.

In uw boek schrijft u dat ook verkrachting een vorm van genocide is.

Daniel Goldhagen: Eigenlijk is genocide een vorm van ‘eliminationisme’: een politiek programma om bevolkingsgroepen te elimineren. Dat hoeft niet altijd door ze te doden. Je kan ze onderdrukken, je kan ze met geweld verdrijven. Of je kan de vrouwen verkrachten. Nu wordt daar vaak nogal vergoelijkend over gedaan: boys will be boys, mannen doen zoiets nu eenmaal in oorlogen. Massale verkrachtingen worden op het hoogste niveau beslist, hoor. Zo verzwak je immers een hele bevolkingsgroep: de vrouwen worden uitgestoten, of ze baren het kind van een andere bevolkingsgroep. Massale verkrachtingen zouden berecht moeten worden als genocide.

U bent ook bijzonder hard voor de radicale, politieke islam. Is die in staat tot genocide?

Daniel Goldhagen: Ze willen hun vijanden toch elimineren, ze praten de taal van genocide. Zo begint het vaak. Als de Iraanse president Ahmadinejad zegt dat hij Israël van de kaart wil vegen, moet je dat zeer ernstig nemen. Taal is de voedingsbodem van geweld, zo zaai je haat. Ik zeg niet dat je dat land moet aanvallen, maar je mag je toch afvragen of ze het recht hebben kernwapens te maken. Ik ken geen enkele beweging die zo onverholen de taal van genocide spreekt als de politieke islam, zelfs nazi-Duitsland niet. Ze verheerlijken het doden van mensen, ze verheerlijken het martelaarschap. Zelfmoordenaars moeten gezien worden als genocidairen. De politieke islam is een machtige, religieus geïnspireerde ideologie van de dood. In Soedan was de politieke islam aan de macht tijdens de genocide. Andere groepen, zoals Hamas en Hezbollah hopen hetzelfde te realiseren. Laten we er alles aan doen om dat te voorkomen.

Interview door Sophie Vergucht

Deze tekst verscheen in Metro en op Liberales.be op 13 november 2009

Daniel Goldhagen, Erger dan oorlog, Manteau/De Bezige Bij, 719 p., € 39,95