Regina Halmich uit Duitsland (links) tegen de Israëlische Hagar Shmoulefeld Finer (rechts)
De Israëlische Hagar Shmoulefeld Finer is de nieuwste bokssensatie in het circuit van het vrouwenboksen. Hagar, geboren in Tel Aviv op 15 oktober 1984, mag dan wel in eigen land vrij onbekend zijn, maar in Duitsland is zij een echte ster en slaat zij de ene tegenstandster na de andere onverbiddelijk tegen het canvas.
Hagar is Israëls ‘million dollar baby’. Hagar is al sinds haar dertiende aangetrokken tot het boksen. Op haar achttiende werd ze professioneel bokser. Het probleem stelde zich toen bleek dat zij in Israël de enige professionele bokster was. Trainen kon zij daar alleen maar met… mannen. 10 uren trainen in Tel Aviv samen met haar trainer Rannan Tal, heeft haar thans tot de wereldtop gebracht.
Hagar werd wereldberoemd toen zij op 30 november 2007 in Karlsruhe (D) ei zo na haar kamp verloor tegen regerend wereldkampioene de Duitse Regina Halmich. Na haar recente overwinning op de Bulgaarse Svetla Taskova op 8 augustus van dit jaar en enkele weken geleden opnieuw op 10 oktober 2009 in Darmstadt op de Oekraïense Oksana Romanova, staat zij op dit ogenblik op de wereldlijst in de bantamgewichtsklasse op de 4de plaats en is tevens wereldkampioene in de vlieggewichtsklasse.
Bekijk hier de speciale videoclip in The Jerusalem Post van heden. Officiële website van Hagar Shmoulefeld Finer en bekijk hier haar palmares tot op heden.
Israëlisch Minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman en zijn echtgenote Ela
De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman zei afgelopen zaterdag aan staatssecretaris Hillary Clinton dat hij zijn regering niet aanspoort om de onderhandelingen met de Palestijnse Autoriteit te hervatten net zolang de Palestijnse Autoriteit haar internationale juridische klachten over vermeende Israëlische oorlogsmisdaden in Gaza weigert in te trekken [zie het Goldstone Rapport]. De echte vraag is waarom het Lieberman zoveel moeite kost om zijn collega’s in het kabinet te overtuigen van dit standpunt.
Deze klachten dienen met name slechts één doel: het vermogen van Israël om zich te verdedigen tegen de Palestijnse terreur aanzienlijk in te krimpen door de schrik erin te pompen dat in de toekomst elke defensieve militaire operatie haar politieke en militaire leiding in de beklaagdenbank zal doen belanden. Immers, het was toch kolonel Richard Kemp die vorige maand tegenover de VN-mensenrechtencommissie moedig getuigde dat het Israëlische leger “meer heeft gedaan om de rechten van burgers te beschermen in een gevechtszone dan enig ander leger in de geschiedenis van de oorlogvoering” tijdens de operatie in Gaza afgelopen januari. En Kemp, een voormalige commandant van de Britse troepen in Afghanistan, die ook gediend heeft in Noord-Ierland, Bosnië en Irak, is zeker in staat om dergelijke vergelijkingen te maken. Vandaar dat, indien de acties van Israël in de Gazastrook als zijnde oorlogsmisdaden worden geacht, dan is er geen enkele militaire actie meer die Israël zou kunnen ondernemen tegen Palestijnse terroristen die niet dreigen over dezelfde kam te zullen geschoren worden. Het compleet vermijden van burgerslachtoffers is niet mogelijk wanneer terroristen opereren, zoals de Palestijnen dat doen, vanuit het hart van de burgerbevolking.
Mahmoud Abbas: Vrede op voorwaarde dat het Palestijnse volk het recht behoudt om zich te blijven 'verzetten' (= een eufemisme voor anti-Israëlterreur)
Maar op hetzelfde ogenblik wanneer hij probeert het recht van Israël op zelfverdediging af te schaffen, geeft de president van de Palestijnse Autoriteit Mahmoud Abbas zijn goedkeuring om verder terroristische aanslagen tegen Israël te plegen: vorige maand accepteerde hij een voorstel tot verzoening met Hamas, dat het niet enkel niet nodig vond om Hamas te vragen om te stoppen met de terreur tegen Israël, maar het zelfs de Palestijnse veiligheidsdiensten uitdrukkelijk verplicht om “het recht op verzet van het Palestijnse volk te respecteren.” Sinds “verzet” het bekende Palestijnse codewoord is voor terreur tegen Israël, vertaalt dat zich als een verplichting van de strijdkrachten van de PA “om het recht van het Palestijnse volk te respecteren zich te bezondigen aan anti-Israël terreurdaden”- of anders gezegd: zich niet te bemoeien wanneer zij dit doen. (Hamas heeft overigens dit document nog niet ondertekend; het is nog in onderhandeling om nog meer toegevingen van de PA af te dwingen.)
Hoe moet Israël dan precies over vrede praten met iemand die streeft om het vermogen van Israël om zich te verdedigen kreupel te maken en terzelfdertijd anti-Israël terreur onderschrijft? Dat is geen daad van vrede, maar dat is een daad van oorlog. En terwijl Abbas wellicht weinig politieke keuze had dan om mee op de trein van het Goldstone Rapport te springen, kan hij onmogelijk aanvoeren dat het Goldstone was die zijn hand heeft gestuurd: de Palstijnse Autoriteit heeft eerder zelf een klacht ingediend voor vermeende oorlogsmisdaden tegen Israël bij het Internationaal Strafhof in januari j.l.- negen maanden vóór het Goldstone Rapport uitkwam. Hij ondertekende zelfs met het gerechtshof een speciale samenwerkingsovereenkomst omtrent aanklager Luis Moreno Ocampo’s eerste bezwaar, met name dat hij niet bevoegd was omdat Israël geen lid is van de rechtbank en de PA, als geen soevereine staat zijnde, dat niet kan worden.
Kortom, het ziet er opmerkelijk uit als een weloverwogen oorlogsstrategie tegen Israël. En Israël dient Abbas hierover op het matje te roepen eerder dan het ophouden van de schijn dat hij een geschikte ‘partner voor de vrede’ zou zijn met wie het enthousiast wil onderhandelen.