Dagelijks archief: 27 oktober 2009

Amnesty International’s water rapport perfect getimed om boycotcampagne tegen Israël te versterken

Amnesty International heeft heden een 112 bladzijden tellend rapport gepubliceerd getiteld Troubled Waters – Palestinians Denied Fair Access to Water (‘Troebele waters – Palestijnen worden vrije toegang tot de waterbronnen geweigerd‘). Het rapport is perfect getimed om de boycotcampagne tegen Israël te versterken, die niet toevallig samenvalt met een Amerikaanse tournee waarin woordvoerders het waterprobleem koppelen aan de Israëlische zogenaamde politiek van ‘Apartheid’. Het verslag zelf is een zoveelste politiek geïnspireerd document dat een denkbeeldige en sterk vervormde versie bevordert van het internationaal recht. Bovendien verzuimt het rapport de cruciale context van het conflict te vermelden, om het Palestijnse verhaal te bevorderen en aldus de politieke oorlogsvoering van de NGO’s (niet-gouvermentele organisaties) tegen Israël verder te zetten.

Een Palestijnse jongen drinkt van een waterkraan terwijl anderen aanschuiven om hun jerrycan te vullen

· Dit rapport is de nieuwste episode in de campagne van Amnesty International tegen Israël. Het internationale hoofdkwartier van Amnesty heeft in de nasleep van de Gaza-conflict meer dan twintig verklaringen afgelegd met een overweldigde kritiek op Israël.

· Het rapport van Amnesty International legitimeert een spreekbeurt tournee die begint op 1 november 2009 aan de universiteiten in de Verenigde Staten en die georganiseerd wordt door de organisatie de ‘Palestijnse Academische Culturele Boycot van Israël’ (Palestinian Cultural Academic Boycott of Israel – PCAB) en die de titel meekreeg: ‘De Israëlische Controle van het Water als een instrument van de Apartheid en middel van etnische zuivering.’ De belangrijkste spreker tijdens deze op til staande tournee is Omar Barghouti, een leider van de BDS (Boycott Divestment and Sanctions), die één van de vele organisaties is die achter de boycotcampagne tegen Israël schuilen.

· Het rapport van Amnesty International negeert niet alleen de bewijzen dat Israël de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever van veel meer water voorziet dan gevraagd werd in het kader van de Oslo-akkoorden, maar tegelijk ook het feit dat Palestijnse waterdieven verantwoordelijk zijn voor het stelen van meer dan 50% van de voorziene leveringen in sommige gebieden.

· Amnesty beweert dat het niveau van het Palestijnse waterverbruik (60-70 liter per persoon per dag), ‘de laagste in de regio’ zijn. Wat Amnesty gemakkelijkheidshalve weglaat zijn de beschikbare bewijzen van een vergelijkbaar niveau, als het al niet beter gesteld is dan in grote regionale steden zoals bijvoorbeeld Amman, Tunis en Algiers.

· Het rapport van A.I. is gebaseerd op de bewering dat Israël de Palestijnse mensenrechten schendt, omdat in het kader van de Oslo-akkoorden, waarop toch de huidige regelingen gebaseerd zijn, ‘de ongelijkheid in de toegang tot de water middelen gecodeerd zitten’. Deze benadering gaat er patroniserend van uit dat de Palestijnse leiders niet in staat zijn om een overeenkomst te onderhandelen en creëert het schrikbeeld van toekomstige overeenkomsten die achteraf opnieuw zouden betwist en ingetrokken worden op gelijkaardige gronden.

· Het rapport bedenkt nieuwe normen van internationaal recht door ten onrechte te beweren (met inbegrip van openingstitel op de voorpagina van het rapport), dat Israël een ‘verplichting heeft te eerbiedigen, te beschermen en te voldoen aan het recht op water’, gebaseerd op basis van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (ICESCR). Amnesty impliceert ten onrechte dat het ICESCR het recht op water eist, daar waar niet eens een dergelijk recht wordt genoemd in het verdrag. In feite geeft de ontstaansgeschiedenis van het ICESCR duidelijk aan dat enkel staten het recht hebben om zich te bekommeren in kwesties zoals watervoorziening.

Vooruitlopend op het verslag van Amnesty International heeft prof. dr. Gerald Steinberg, de voorzitter van NGO Monitor, gezegd:

Prof. Dr. Gerald Steinberg

“Het rapport van Amnesty manipuleert de kwestie van het water en gaat voorbij aan de complexiteit van de geschiedenis en de handhaving van de wetten om Israël andermaal ten onrechte neer te zetten als een wreedaardig regime.

In plaats van te erkennen dat de watervoorziening een complexe regionale kwestie is, richt Amnesty zich enkel en alleen op de Palestijnse tekorten. In dit rapport wordt een pijnlijk simplistisch taal gebruikt die enkel de schuld legt bij Israël, in een poging om de Palestijnse leiders volledig te ontslaan van de verantwoordelijkheid in de mede door hen ondertekende overeenkomsten in het kader van de Oslo-akkoorden.

Dit rapport werd door Amnesty International cynisch getimed om een nieuwe golf van boycotcampagnes tegen Israël te stimuleren. Het is een scherp voorbeeld van de permanente campagne van Amnesty International’s openlijke vijandigheid tegenover de Israëlische staat.”

Bron: Moet er voor de Palestijnen nog meer water zijn op de Westelijke Jordaanoever? van 2 november 2009; NGO Monitor: Amnesty’s Water Report Timed to Support Latest Israel Boycott Campaign van 26 oktober 2009, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh op 27 oktober 2009 – met dank aan Joods Actueel voor de tip; De Standaard: ’Israël pikt water van Palestijnen in’ en De Morgen: Israël ontneemt water van de Palestijnen en Nieuws.nl: ‘Israël pikt water van Palestijnen in’ van 27 oktober 2009


Anti-Israël betoging te Brussel van 11 januari 2009. Uitbuiting van de Holocaust door Belgische moslims van Marokkaanse origine. Niets oogt wansmakelijker dan dit breed glimlachende meisje dat dit bord op zondag 11 januari 2009 in volle Gaza-oorlog tijdens de anti-Israël manifestatie in Brussel boven haar hoofd uitsteekt met als kop: “1943: Ghetto de Varsovie – 2009 : Gaza“. Lees hier verder.
 

warschauBronnen: Brabosh.com: Leven onder Israëlische bezetting een ware hel voor Palestijnse kinderen? van 5 april 2010; Beelden liegen niet: Honger en armoede in Gaza van 4 april 2010; Rapport: Verbeterde economische situatie in de Palestijnse Autoriteit [deel 1] van 10 december 2009 en [deel 2] van 11 december 2009; Prijs voor de ‘Oneerlijkste Reporter van 2008’: Lauren Booth en haar ‘Boats for Free Gaza’ van 18 februari 2009; Levering van medisch materiaal aan de Gazastrook van 2 maart 2010; Watertekort in de Gazastrook? [video] van 15 januari 2010; Het Palestijnse watertekort op de Westelijke Jordaanoever is een fabel van 2 november 2009; Amnesty International’s water rapport perfect getimed om boycotcampagne tegen Israël te versterken van 27 oktober 2009; Antwoord op het rapport van Amnesty omtrent de Israelisch-Palestijnse water kwestie van 28 oktober 2009; Inwoners van Gaza lijden en dat is niet de schuld van Israël van 26 december 2009; Israël stuurt didactisch materiaal naar de Gazastrook van 15 november 2009

Het Goldstone Rapport: foute terminologie in dienst van de misleiding

The Goldstone Report – Using Terminology in Service of Deception

door Eli E. Hertz

Rechter Richard Goldstone en de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties doen hard hun best om de geschiedenis te herschrijven door Judea en Samaria (gekend als de Westelijke Jordaanoever) aan te duiden als de ‘bezette Palestijnse gebieden’ [paragraaf 11], Israëlische Arabieren als ‘Palestijnse inwoners van Israël’ [paragraaf 111], verwijst naar Israëlisch Arabische dorpjes als ‘Palestijns Israëlische gemeenschappen’ [paragraaf 110] en door de Arabische bewoners van Gaza het ‘Palestijnse volk in de Gazastrook’ [paragraaf 1859] te noemen. In wezen schenkt Goldstone die Arabieren in Judea, Samaria en Gaza het aura van een schijn-volk en -soevereiniteit evenals een valse geschiedenis, alsof een titel of eigendom zomaar vanuit de ijle lucht kunnen toegewezen worden.

Geen enkele bindende juridische autoriteit heeft Goldstone gemachtigd, noch enig ander orgaan van de Verenigde Naties met inbegrip van het Internationaal Gerechtshof (ICJ) en de VN-Raad voor de Mensenrechten, om te besluiten dat het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever – bekend als Judea en Samaria en Gaza – zomaar zouden kunnen gewijzigd worden in ‘bezette Palestijnse gebieden’ of ‘Palestina’. Goldstone’s gebruik van deze oneerlijke, beladen termen versterkt het terrorisme en de Palestijnen met het recht om alle maatregelen te gebruiken om Israël uit te sluiten.

Palestina is een geografisch gebied, geen nationaliteit

De Arabieren, de Verenigde Naties en haar organen, en de laatste tijd ook het Internationale Gerechtshof (ICJ) hebben herhaaldelijk beweerd dat de Palestijnen een inheems volk zijn – zo veel zelfs dat bijna iedereen het voor lief neemt. Het probleem is dat een staatloos Palestijns volk een verzinsel is. Het woord Palestina is niet eens Arabisch.

greater_syria_plan

De ambities van de Syrische president Assad: Groot-Syrië, met de Golanhoogte als springplank

Palestina is nooit een onafhankelijke staat geweest dat ooit aan een volk zou hebben behoord, noch heeft ooit een Palestijnse volk zich afgezonderd van andere Arabieren gedurende 1.300 jaar van de islamitische hegemonie in Palestina onder Arabische en Ottomaanse heerschappij. Tijdens dit bestuur werden de lokale Arabieren in feite beschouwd als onderdeel van, en onderworpen aan, de autoriteit van Groot-Syrië (Suriyya al-Kubra).

Historisch gezien en voordat de Arabieren het concept van het Palestijnse volk verzonnen als een uitsluitend Arabisch fenomeen, bestond er geen dergelijke groep. Dit wordt gestaafd in talloze officiële documenten uit de periode van het Britse bestuur (dat in 1917 het gebied op de Turken veroverde en later internationaal erkend werd als het Britse Mandaat van Palestina [1922-1948]), die spreken over de Joden en Arabieren van Palestina – en niet over Joden en Palestijnen.

In feite, en vooraleer de plaatselijke Joden in 1948 zichzelf Israëli’s begonnen te noemen (nadat de naam “Israël” gekozen werd voor de nieuwe opgerichte Joodse staat), werd de term ‘Palestina’ bijna uitsluitend toegepast op Joden en aan de instellingen die opgericht werden door nieuwe Joodse immigranten tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw, vóór dat de staat onafhankelijk werd.

Enkele gekende voorbeelden:

• The Jerusalem Post, gesticht in 1932, heette tot 1948 The Palestine Post.
• de gekende Israëlische bank Leumi L’Israel, opgericht in 1902, werd tot 1948 de ‘Anglo-Palestine Company‘ genoemd.
• The Jewish Agency – een tak van de Zionistische beweging die vanaf 1929 Joodse nederzettingen promootte, werd aanvankelijk de Jewish Agency for Palestine genoemd.
• het huidige Israëlische Filharmonisch Orkest, gesticht in 1936 door Duitse Joodse vluchtelingen die nazi-Duitsland waren ontvlucht, werd oorspronkelijk het ‘Palestijnse Symfonisch Orkest‘ genoemd en was samengesteld uit ongeveer 70 Palestijnse Joden.
• de organisatie United Jewish Appeal (UJA), opgericht in 1939, is ontstaan uit een fusie tussen de United Palestine Appeal en de locale tak van het Joint Distribution Committee (JDC) voor fondsen verwerving.

Er is nooit een onafhankelijke Arabische staat geweest in Palestina

De kunstmatigheid van een Palestijnse identiteit wordt weerspiegeld in de houding en acties van de naburige Arabieren die nooit een Palestijnse staat hebben opgericht en ook nooit de intentie daartoe hebben gehad. Dat zal pas veranderen nà de Zesdaagse Oorlog in 1967.

De staël is geboren. Krantenkop in The Palestine Post, thans Jerusalem Post, toen de Joden nog Palestijnen werden genoemd. Na 1948 zullen de Arabieren zich Palestijnenheten

De staat Israël is geboren. Krantenkop in The Palestine Post, thans Jerusalem Post, toen de Joden nog Palestijnen werden genoemd

Slechts twee keer in de geschiedenis van Jeruzalem heeft de stad gediend als een nationale hoofdstad. De eerste keer was als de hoofdstad van de twee Joodse Gemenebesten tijdens de periodes van de Eerste en de Tweede Tempel, zoals ze beschreven werden in de Bijbel, maar uitvoerig worden versterkt door archeologisch bewijzen en zoals blijkt uit tal van oude documenten. De tweede keer gebeurde in de moderne tijd als de hoofdstad van de staat Israël. Jeruzalem heeft nooit gediend als een Arabische hoofdstad om de eenvoudige reden dat er nooit een Palestijns-Arabische staat is geweest.

De retoriek van Arabische leiders namens de Palestijnen klinkt bijzonder hol. De Arabieren weigerden een Palestijnse staat op te richten, ondanks de aanbeveling van de Verenigde Naties uit 1947 [VN-resolutie 181 - het zgn. ‘Verdeelplan’] om Palestina te verdelen in een ‘een Arabische en een Joodse staat’ (dus geen ‘Palestijnse’ staat, toch een belangrijke nuance). Evenmin hebben de Arabieren een Palestijnse staat erkend of opgericht gedurende de twee decennia voorafgaand aan de Zesdaagse Oorlog, toen de Westelijke Jordaanoever onder Jordaanse controle stond en de Gazastrook onder Egyptische controle, noch hebben de Palestijnse Arabieren ooit opgeroepen voor autonomie of onafhankelijkheid tijdens die jaren dat ze leefden onder Jordaanse en Egyptische heerschappij.

Zo veel te zeggen over feiten en nauwkeurigheid…

Bron: Middle East and Terrorism Blog: The Goldstone Report – Using Terminology in Service of Deception door Eli E. Hertz van 26 oktober 2009, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh op 27 oktober 2009

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 225 other followers