Archief

Archive for 11/10/2009

De politieke vete tussen het Internationaal Atoomagentschap en Israël

irannuke

The IAEA and Israel

door Ephraim Asculai

Israël was één van de stichtende leden van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), dat werd opgericht in 1957. Op dat moment waren de verwachtingen van deze organisatie hoog gespannen, die opgericht werd in navolging van de visie van president Eisenhower’s Atoms for Peace. Het zou een technische organisatie worden, met als doelstelling: “de bijdrage van kernenergie aan de vrede trachten te versnellen en de gezondheid en welvaart over de hele wereld te vergroten. Zij zorgt ervoor dat, voor zover zij daartoe in staat is, dat de steun aan of op haar verzoek of onder haar toezicht of controle niet wordt gebruikt op een zodanige wijze dat zij geen militaire objectieven zal dienen.” Deze doelstellingen zijn nog steeds geldig en staan ingeschreven in de statuten van het IAEA, maar haar interpretaties zijn helemaal afgedwaald van het oorspronkelijke doel. Van een zeer technische organisatie is de IAEA veranderd in een zeer politieke technische organisatie.

De Israëlische kerncentrale van Dimona in de Negevwoestijn

De Israëlische kerncentrale van Dimona in de Negevwoestijn

Vanwege de gepolitiseerde situatie, werd op de Algemene Conferentie (AC) van de IAEA op 18 september 2009 een resolutie goedgekeurd die “Israël oproept om het NPV te ondertekenen en al haar nucleaire faciliteiten plaatst onder de uitgebreide bewaking van de IAEA.” Die resolutie deed geen oproep aan India en Pakistan, toch ook leden van dezelfde IAEA regio en twee landen die ondergrondse kernproeven hebben uitgevoerd, om het NPV (Non Proliferatie Verdrag – verdrag tegen verspreiding van kernwapens) te ondertekenen, en er was ook geen resolutie om Iran te berispen vanwege haar voortdurende niet-naleving van de verzoeken van de IAEA om informatie te verstrekken over haar verdachte nucleaire programma. De vertegenwoordiger van Israël, David Danieli, noemde de resolutie ‘een rookgordijn’, bedoeld om te verhullen dat Iran en Syrië zelf kernwapens willen ontwikkelen. De Iraanse afgevaardigde Ali Asghar Soltanieh zei dat de resolutie moet worden gezien als een waarschuwing aan het adres van de VS en andere landen die Israël steunen. ‘De Amerikaanse regering is duidelijk gemaakt dat ze Israël niet tegen elke prijs moet blijven steunen’, zei hij.

Interessant gegeven is dat de stemming over de ‘Israëlische Resolutie’ bijna gelijk verdeeld en goedgekeurd werd door minder dan een meerderheid van de aanwezigen op de AC (49 stemmen voor, tegenover 45 tegen, inbegrepen de meeste westerse landen en 16 andere landen onthielden zich bij de stemming). Er is ook de jaarlijkse resolutie van de AC die de “toepassing van de veiligheidsregels van de IAEA in het Midden-Oosten” bespreekt. Het veel besproken Iraanse voorstel voor een resolutie die aanvallen op [haar] nucleaire installaties moet verbieden, was blijkbaar ingetrokken vooraleer het tot een stemming kwam.

Vanwege het “regionale systeem” dat wordt gebruikt in de meeste van de VN-familie van organisaties, heeft Israël nooit een zetel gekregen in de Raad van Bestuur (Board of Governors – BOG) van de IAEA. Volgens dit systeem worden de zetels in de BOG toegewezen aan geografische regio’s en voorgedragen door de regionale staten. Israël behoort geografisch tot het Midden-Oosten en Zuid-Azië, net zoals ook India en Pakistan. Israël, dat door de andere landen niet wordt geaccepteerd als lid van ‘hun’ regio, is aldus uitgesloten van de uitoefening van haar inherente recht. Dat is niks nieuws, in sommige van de organisaties kreeg Israël haar plaats als lid van de Europese regio, in sommige gevallen van een Westerse groep, en vreemd genoeg, ook op een bepaald moment omtrent sport, ingedeeld als lid van de regio van Oceanië. Dit berokkent ook schade aan het IAEA, bijvoorbeeld toen Israël, omwille van deze discriminatie, in opdracht van de IAEA erg sterk en met succes de taak vervulde van gastheer voor de bijeenkomst van de Comprehensive Test Ban Treaty Organization (CTBTO), organisatie die ijvert voor het verbieden van nucleaire testen. In de tekst van dit verdrag – dat Israël wèl heeft ondertekend – wordt de plaats van Israël gewaarborgd.

De vernietiging van de nucleaire installaties van Irak door het IDF in 1981

De vernietiging van de nucleaire installaties van Irak door het IDF in 1981

De eerste keer dat Israël uit de IAEA werd gestoten was in 1981, na de vernietiging van de Iraakse reactor die in aanbouw was op Tuwaitha [Operatie Opera]. Op dat ogenblik werd in de Verenigde Naties een resolutie aangenomen waarin aan Israël werd opgeroepen om zich te houden aan het NPV (non-proliferatie verdrag). Dit werd gevolgd door een soortgelijke resolutie van de AC – IAEA. Ter vergelijking, in 1998, volgend op de Indiase en Pakistaanse kernproeven, was er een sterke resolutie van de AC waarin de tests werden veroordeeld en alle staten werden opgeroepen om toe te treden tot het NPV. Vreemd genoeg werden India en Pakistan hierin nooit bij naam genoemd. De testen werden beschreven als hebbende plaatsgevonden in Zuid-Azië (het Midden-Oosten is niet opgenomen als definitie van die regio).

Politiek domineert duidelijk het probleem. Egypte, de traditionele leider van campagnes tegen Israël in de internationale instanties, geeft er de voorkeur aan dat Israël geen verklaring geeft of het land nu al dan niet over kernwapens beschikt. Integendeel, Egypte wil ervoor waken dat het zelf geen kernwapens zal hebben in de toekomst. Egypte weet goed dat de weg naar de ontwapening van massavernietigingswapens niet gaat via de formele naleving van verdragen. Het handhaven van verdragen is alleen mogelijk wanneer de betrokken partijen erkennen dat dit gaat om hun eigen fundamentele belang. Met Irak en Libië die op heterdaad werden betrapt, en met Iran dat haast maakt met de ontwikkeling van nucleaire wapens, ondanks het feit deze landen het NPV hebben ondertekend, is de situatie in het Midden-Oosten niet erg bevorderlijk voor regionale nucleaire ontwapening. Is het redelijk om te eisen dat Israël afziet van haar jarenlange beleid van ondoorzichtigheid? Zelfs Egypte weet dat de kans dat dit in de huidige stand van zaken ooit zal gebeuren erg klein is. Dus is de laatste IAEA-resolutie gewoon een onderdeel van de reeks hoogdravende toespraken tegenover Israël.

In een aanvullende afwijking van de geformuleerde doelstellingen van het IAEA, heeft de vertrekkende directeur-generaal van het IAEA – de Egyptenaar Mohammed el-Baradei – het op zich genomen om zijn benoeming (hij wordt in de statuten beschreven als de “hoogste ambtenaar van het Agentschap”) verder te politiseren door zijn mening keer op keer te uiten dat Israël het NPV moet ondertekenen.

In deze politieke context zal Israël waarschijnlijk al deze resoluties, verklaringen en andere politiek discriminerende maatregelen weinig serieus nemen. Volgens de preambule van het Verdrag van Wenen uit 1969 inzake de Wet op Verdragen [Law of Treaties] “worden de beginselen van vrije instemming en van goede trouw … universeel erkend.” De vrije toestemming van Israël zal er zeker niet komen door middel van resoluties. Israëlische acties zullen intern worden besloten, na rijp beraad en via een eerlijk proces.

Het belang van de IAEA ligt niet in haar politieke daden, maar in haar enorme technische mogelijkheden. Het helpt landen over de hele wereld in de toepassing van nucleaire technologie voor vreedzame doeleinden. Het speelt een belangrijke rol in de toepassing van de veiligheidscontrole, zij het in veel gevallen slechts in beperkte mate. Aan de andere kant heeft de IAEA ernstig te lijden onder de politieke ondertoon in haar Iran verslagen. De AC heeft de IAEA een slechte dienst bewezen in haar discriminerende resolutie over Israël. Als het serieus wil worden genomen, moet de IAEA haar aanpak veranderen. Het is aan de nieuwe directeur-generaal om dit te doen.

Bron: The Institute for National Security Studies: The IAEA and Israel, INSS Insight nr. 135 van 5 oktober 2009 door Ephraim Asculai, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh op 11 oktober 2009

Categories: Dossiers, Israël

Ariel Sharon over de prijs die de Joodse staat betaalt voor de democratie

Ariel SharonOp zondag 4 oktober 2009 woonde ik in Antwerpen een debat bij tussen Wim Van Rooy, auteur van ‘De malaise van de multiculturaliteit‘ en Lucas Catherine, auteur van onder meer ‘De zonen van Godfried van Bouillon. De zionistische lobby in België’ (1980) en ‘Gaza. Geschiedenis van de Palestijnse tragedie’ (2008). Het debat kreeg de titel mee: ‘61 jaar, 4 maanden en 20 dagen Israël’. Op een bepaald ogenblik in de discussie citeerde de gekende Israëlhater Lucas Catherine uit een tekst van Ariel Sharon van mei 1993 om aldus het zogenaamde ondemocratische karakter van de Joodse staat te ‘bewijzen’. Wie de tekst goed leest zal het met me eens zijn dat het enige wat Catherine bewijst, het feit is dat de Joodse staat althans toch volgens de normen van tegenwoordig, inderdaad geen democratische start heeft gekend. Maar dat was evengoed het geval met de niet-democratische staten Irak, Syrië, Libanon en Jordanië die  na het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk uit de brokstukken werden opgericht in diezelfde periode. Echter, de oprichting van de Joodse staat gebeurde toen [1947] wel mét de instemming van de Volkenbond [de directe voorloper van de Verenigde Naties] en iedere objectieve waarnemer zal moeten erkennen dat de Israëlische staat sindsdien geëvolueerd is naar een volwaardige democratische staat en de enige democratie in het Midden-Oosten die naam waardig, dit in flagrante tegenstelling tot die andere [Arabische] staten die in diezelfde periode en in hetzelfde gebied het licht zagen.

Wie de tekst bestudeert van Sharon, krijgt een controversiële maar zeer realistische visie van Sharon op het begrip democratie waarin hij zich afvraagt of en in hoeverre het westerse model van de democratie wel toepasbaar is op de Joodse staat. Zoals bekend wonen er in Israël bijna 1,5 miljoen Arabieren in het land. Sharon trekt hun loyaliteit aan de Joodse staat in twijfel. Soms terecht maar in vele gevallen ook onterecht. Er bestaan echt wel heel wat Israëlische Arabieren die de staat Israël bijzonder genegen zijn. De keuze tussen ver-Joodsing (of beter ver-Israëlisering?) van de staat enerzijds of doorgedreven multiculturaliteit anderzijds waarin na X-tijd de islamistische arabieren – inbegrepen hun culturele waarden en religie – het land op termijn toch weer in handen krijgen, weegt duidelijk op het geweten van de vele Joden [en Arabieren] die de democratie genegen zijn. Hoe hou je de fundamentalistische islamisten buiten de deur, vooraleer ze je onder de voet lopen, luidt de vraag. Een doordenker van formaat dus.

De hardnekkige gewoonte van extreemlinks en de algemene teneur in het westen om de tegenwoordige democratie in Israël af te meten aan de gemiddelde democratieën in Europa is om te beginnen al een foute voorstelling van zaken. Israël ligt niet in Europa maar in het Midden-Oosten omgeven door – zoals Wim Van Rooy het aanhaalde in het debat – in een zee van islamistische dictaturen. In feite zouden we dan, willen we het spel toch eerlijk spelen, het democratische Israël moeten vergelijken en spiegelen aan het gemiddelde staatsconcept van de landen van het werelddeel waar Israël is gelocaliseerd: Iran, Pakistan, Afghanistan, Syrië, Jemen, Saoedi-Arabië, Irak en ga zo maar door. Dan krijgen we natuurlijk een heel ander plaatje te zien.

Wie de volledige tekst van Sharon aandachtig leest [en er niet lukraak uit citeert zoals Lucas Catherine deed], merkt snel dat Sharon die denkoefening heeft gemaakt, dan wel volledig gezien vanuit het perspectief van de staat Israël. De tekst is voor ons interessant omdat we ook in onze landen geconfronteerd worden met de aspecten en excessen van een weinig en moeilijk integreerbare islam in onze [Westerse] leefwereld, die op dit ogenblik nog controleerbaar is omdat ze – voor zolang het nog duurt – een minderheid uitmaakt. Wat thans in Israël gebeurt, lijkt voor velen onder ons een voorbode te zijn van wat ons ook kan overkomen indien islamitische kiezers ooit zo talrijk zouden zijn dat zij onze democratische waarden en begrippen bij eenvoudige meerderheid van stemmen, grondig kunnen beïnvloeden en veranderen. Alleen lijkt dit blijkbaar nog niet erg door te dringen. Misschien hebben we wel last van het kikker-syndroom (gooi een kikker in een pot kokend water en hij springt er weer uit, plaats een kikker in koud water op het vuur dan blijft ie zitten en laat zich langzaam aan de kook brengen tot hij sterft.)

Jitschak Rabin en Koning Hoessein sluiten vrede in 1994 onder bemiddeling van Bill Clinton

Jitschak Rabin en Koning Hoessein sluiten vrede in 1994 onder bemiddeling van Bill Clinton

De uitspraken van Sharon zijn aanvechtbaar maar moeten gezien worden in de context van de beginjaren van het zionistisch project en de oprichting van de Joodse staat. Ariel Sharon zat, toen hij in voor Yedi’ot Aharonot in mei 1993 deze tekst schreef, met zijn Likoedpartij nog op de oppositiebanken en kon vanuit die positie het zich goed permitteren keiharde kritiek te brengen op het Israëlische kabinet van wijlen Jitschak Rabin. Rabin had met zijn Labourpartij de parlementsverkiezingen van juni 1992 gewonnen. Die overwinning van Labour, werd volgens waarnemers mede mogelijk gemaakt door de Arabische electorale stemmen, en die zal leiden tot de vorming van de “pro-vrede” regering onder de leiding van Jitschak Rabin. Hoewel de vredesonderhandelingen in Oslo op dat ogenblik nog geheim waren, waren deze Israëlisch-Palestijnse onderhandelingen volop aan de gang in Washington onder de bemiddeling van Bill Clinton, de toenmalige president van de Verenigde Staten en lag de toekomst van de bezette gebieden op de onderhandelingstafel. Het is dan ook tegen deze achtergrond dat Sharon reflecties over de democratie en de Joodse staat, en over de gevaren van een democratie waarin de Arabische kiezers de macht hebben om te beslissen over “existentiële vragen die enkel de Joden aanbelangen”, moet worden gezien.

Tot slot. Wat Lucas Catherine niet vermeldde was dat diezelfde Sharon begin jaren negentig verklaarde dat hij nooit of te nimmer een millimeter Israëlische grond zou afstaan aan de Palestijnen en hij tegelijk beloofde om nooit Joodse nederzettingen te ontmantelen. Maar politiek is wat het waard is. Iedereen herinnert zich dat Sharon in 2005 toch de Joodse nederzettingen in Gaza ontmantelde en haar bewoners ontwortelden waar ze al meer dan dertig jaar woonden en manu militari werden uitgezet door het Israëlische leger. Land geven in ruil voor vrede heeft toen andermaal niks opgeleverd, integendeel, het heeft het geweld alleen maar gevoed, gevolgd door de onvermijdelijke crisis in Gaza in het begin van dit jaar.


Democratie en de Joodse staat

Democracy and the Jewish State

door Ariël Sharon, 28 mei 1993

De Menorah, symbool van de Joodse natie, opgesteld aan de Knesset, het Israëlische parlement

De Menorah, symbool van de Joodse natie, opgesteld aan de Knesset, het Israëlische parlement

Mijn uitspraken op het laatste Likoed congres over democratie en de Joodse staat hebben, zoals verwacht, een ware storm veroorzaakt… “Onze grootouders en onze ouders,” heb ik gezegd “zijn niet naar hier gekomen om een democratie te stichten. Het is goed dat het een echte democratie is geworden, maar de reden dat ze naar hier kwamen was om een Joodse staat op te richten.” In feite komt de echte bedreiging van het voortbestaan van Israël in de eerste plaats van degenen die zweren op de democratie en vrede, op gevaar af de fundamenten van de democratische Joodse staat te ondermijnen en de weg te openen naar de moorddadige dictatuur van een Palestijnse staat onder leiding van de PLO.

De Onafhankelijkheidsverklaring bepaalt uitdrukkelijk de aard van de staat Israël, in wiens naam en om welke reden zij werd opgericht in Eretz Israël. Op vier plaatsen legt de Verklaring de aard van de staat uit die ontstond op 5 Iyyar 5708 [14 mei 1948]… en op geen enkele van deze plaatsen is er sprake van hetzij een “democratische” staat of van een “zionistische staat” of van een “staat voor de Joden ‘, maar slechts van een “Joodse”, en uitsluitend “Joodse” staat, dat wil dus zeggen: een staat van de Joodse religie. Dat is de reden waarom de onafhankelijkheid werd uitgeroepen “met de zegen van de beschermer van Israël.” Bovendien, is het symbool van de staat de Menorah, een symbool dat de eenheid van de Joodse religie en de Joodse nationaliteit belichaamt en dat de superioriteit concretiseert van het religieuze en historische recht, als de enige basis van het herstel van de Joodse soevereiniteit in Eretz Israël.

Zich daarbij baserend op het Joodse dwingende imperatief zoals dat in de Bijbel werd beschreven (“op de grondslagen van vrijheid, gerechtigheid en vrede, zoals voorzien door de profeten van Israël”), is het regime van Israël noodzakelijkerwijze democratisch. Echter, de termen “democratie” of “democratisch” zijn totaal afwezig in de Onafhankelijkheidsverklaring. Dat is geen toeval. De bedoeling van het Zionisme was niet om democratie te brengen, onnodig zelfs om dat te zeggen. Het werd uitsluitend ingegeven door de oprichting in Eretz Israël van een Joodse staat die zou toebehoren aan het Joodse volk en aan het Joodse volk alleen. Daarom dat iedere Jood in ballingschap zich er een deel van mag toeëigenen. De schijnbare tegenstrijdigheid tussen de Terugkeer naar Zion en de principes van democratie zijn al langer bekend. In de ogen van de Arabieren en hun bondgenoten is het voor hen duidelijk dat het niet democratisch is om een land te schenken aan miljoenen mensen tegen de wil en zonder toestemming van de bewoners. Opgericht door buitenlanders die illegaal en met geweld het land zijn binnengekomen, voerde deze staat een oorlog tegen de bewoners van het land en veroverden hun steden. Hij moedigde de inboorlingen aan om te vertrekken, wanneer dat niet simpel kon deporteerden ze hen…

Is er een meer anti-democratische en discriminerende wet dan de Wet op de Terugkeer? Laten we niet vergeten dat, in concrete termen, deze wet het automatisch staatsburgerschap verleent aan elke Jood (tot in de vierde generatie) die in het buitenland werd geboren. Tegelijkertijd wordt het recht op terugkeer geweigerd aan degenen die hiervóór woorden (evenals hun nakomelingen) en die het gevolg is van een oorlog die vanuit hun oogpunt een defensieve oorlog was tegen een indringer die er op uit was om hen uit te zetten, te doen vluchten of gedwongen werden om hun huizen en hun land te ontvluchten.

* * *

whiteVanaf het begin had het zionisme geen andere keus dan op te treden tegengesteld aan de democratische beginselen. Aan het begin van het Britse Mandaat, hebben de Arabieren, die toen 90 procent van de bevolking van Eretz Israël / Palestina vertegenwoordigden, de vorming van een representatieve vergadering geëist die democratisch beslist, dat wil zeggen volgens de meerderheidsregel, over vragen die cruciaal waren voor de inheemse bevolking zoals de Joodse immigratie. De zionistische beweging heeft onmiddellijk al haar energie besteed om deze eis te bekampen. Het Britse Witboek van 1940 [sic], die het doodvonnis zou betekend hebben voor de zionistische onderneming en waarvan de uitvoering slechts vermeden werd door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de holocaust, was bij uitstek democratisch. De Britse regering beweerde dat zij de wil en de vitale belangen van de Arabische gemeenschap respecteerde, gezien het feit dat deze gemeenschap de absolute meerderheid van de bevolking vormde.

Zoals bekend, heeft dit feit niet kunnen beletten dat de Joodse gemeenschap en de zionistische beweging de oorlog verklaarden aan het Witboek, dat wil zeggen het met geweld verwerpen van de rechtsstaat. Wat de internationale gemeenschap betreft, heeft zij het standpunt geaccepteerd dat het lot van Eretz Israël en haar Joodse toekomst moest worden vastgesteld zonder verwijzing naar de democratische principes. Zo werd de Balfour verklaring en het Britse Mandaat opgesteld door de Volkenbond [de directe voorloper van de Verenigde Naties] en werd aldus goedgekeurd door de Verenigde Staten, verwijzend naar het doel van de oprichting van een Joodse politieke entiteit als een ‘nationaal tehuis’ in Palestina. Dit werd gedaan zonder rekening te houden met de wil van 90 procent van de bevolking. Volgens de normen van toen, moesten deze ambities worden nageleefd. Aan degenen die mij vertellen dat in de jaren 1920 de “inboorlingen” werden veracht, laat ik hen eraan herinneren dat de VN-resolutie van 1947 die West-Eretz Israël opdeelde [dwz, het Palestina tussen de Jordaan en de Middellandse Zee, de splitsing van Transjordanië], genomen werd in flagrante tegenspraak met de wil van de Palestijnse Arabieren die op dat ogenblik nog de overgrote meerderheid van de bevolking vertegenwoordigde. Aan de Joden, die slechts een derde van de bevolking vormden, werd volgens de VN-resolutie 55 procent van het grondgebied toegewezen.

Het spreekt voor zich dat het zionisme en de internationale gemeenschap heeft gehandeld in strijd met de regels van de democratie, maar zij heeft gehandeld in de geest van ware democratie, omdat de regels van de democratie niet het einde zijn, maar slechts het middel. Voor iedereen die begaan is met het lot van de Joden in Eretz Israël, bestaat echte democratie enkel maar wanneer zij het beginsel van het historische recht van het Joodse volk op het land van de aartsvaders erkennen en verdedigen. En dat betekent het toestaan van de immigratie van miljoenen Joden naar Israël, het hele land te mogen bewonen en ontwikkelen en het verstrekken van de middelen om het te verdedigen.

* * *

Vanaf het begin, hebben de Arabieren in Eretz Israël / Palestina geloofd dat zij legitieme rechten hebben op dit land. De gematigden onder hen zijn wellicht bereid om de rechten van de Joden te erkennen, maar dan alleen wanneer deze rechten ondergeschikt worden gemaakt aan de Arabische rechten… Wat de zionistische Aliyah en de oprichting van een Joodse soevereine staat betreft, hebben zij die altijd gezien als een buitenlandse invasie die hun bezittingen wilden roven. In hun ogen is het de zionistische ideaal een “moorddadige agressie” die, terwijl ze niet in staat waren om het te dwarsbomen, weer moet worden teruggeschroefd, uitgeroeid en totaal veranderd en uiteindelijk vernietigd moet worden om aldus de soevereiniteit over het land terug te geven aan haar “rechtmatige eigenaren”, die slechts een minimale Joodse aanwezigheid zal tolereren als die al aanwezig is… Het Palestijnse Handvest is een document dat niet enkel de vernietiging van de Joodse staat eist, maar ook tegelijk de vernietiging van het Joodse volk. Dat is niet alleen de mening van de PLO-leiding, maar van de meerderheid van de Palestijnse Arabieren, waaronder veel Arabische burgers van Israël. De Joodse instantie werd hiermee geconfronteerd door de loop van de gebeurtenissen, nadat zij de uitroeiingsoorlog verloren hadden die ze gevoerd hadden tegen de Joodse gemeenschap tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog. Laten we eerlijk blijven, ten minste met onszelf. Wanneer we toen – God verhoede het – verdwenen waren, zie ik niet wie onder de Arabische burgers van Israël er een traan om zou hebben gelaten.

De Israëlisch-Joodse Yoav Ben Naftali begroet de Israëlisch-Arabische Ahmed Hussein, die op 11 november 2002 zijn medeleven kwam betuigen in de nasleep van de schietpartij waarbij Palestijnse terroristen vijf kibboets bewoners doden, waaronder een moeder en haar twee jonge kinderen

De Israëlisch-Joodse Yoav Ben Naftali begroet de Israëlisch-Arabische Ahmed Hussein, die op 11 november 2002 zijn medeleven kwam betuigen in de nasleep van de schietpartij waarbij Palestijnse terroristen vijf kibboets bewoners doden, waaronder een moeder en haar twee jonge kinderen

De ware en primaire loyaliteit van de meerderheid van de Arabieren van Israël, van de politici en hun vertegenwoordigers in het parlement, gaat natuurlijk niet naar Israël, maar naar het Palestijns-Arabische belang. Dat is niet alleen het gevolg van hun haat voor Israël of door een abnormale vastbeslotenheid om het te vernietigen (natuurlijk is dat er ook), maar ingegeven door een bona fide nationale plicht… Is de Menorah van de Tempel (vandaag begraven onder het plein van de Haram al-Sharif/Tempelberg) een symbool voor de Palestijnen? Zijn ze bereid te vechten onder de Ster van David voor het voortbestaan van Israël als de ‘Joodse staat in Eretz Israël?’ Heeft de Shoah door Hitler gepleegd voor hen dezelfde betekenis, of is voor hen nog erger het Arabische onvermogen om Israël te vernietigen in 1948 en erna? Was Groot-Moefti al-Hoesseini een onwaardige nazi-oorlogsmisdadiger, toch in onze overtuiging, of was hij eerder een nationale held, volgens hun overtuiging?…

Dit is waarom het toestaan aan de Israëlische Arabieren of hun vertegenwoordigers om recht te spreken over het lot – ten goede of ten kwade – van de Joodse staat en het Joodse volk, [de Joden] een zware prijs betalen, en niet in het minst om het voortbestaan van de regering Rabin en de plaats van Jitschak Rabin in de geschiedenis te waarborgen. Zeker, het is een groot gevaar dat ons allemaal bedreigt.. Het is een delicaat en ingewikkeld probleem dat een oplossing vergt. Er zijn er verschillende: in het parlement een supermeerderheid creëren [meer dan 80 procent] of anders de deelname van de Arabieren verhinderen met betrekking tot kwesties die over ons bestaan beslissen. We mogen nooit het feit uit het oog verliezen dat vragen zoals het houden of het opgeven van de Golanhoogte en het verlenen van “autonomie” [aan de Palestijnen] in Judea-Samaria (anders gezegd de stichting van een tweede Palestijns-Arabische staat naast Jordanië, in Eretz Israël) existentiële vragen zijn die ons alleen aangaan. Het zijn geen existentiële vragen voor de Arabieren van Israël. Wat voor ons een nationale tragedie zou betekenen, zou in hun ogen een gewenste ontwikkeling betekenen en de correctie van een onrecht.

* * *

Om al deze redenen, wordt een automatische en letterlijke toepassing van de democratische beginselen met betrekking tot het beslissen over fundamentele kwesties, een beloning die het Palestijnse nationalisme verder ondersteund. Dat is een stommiteit die in strijd is met zionistische geschiedenis en het Joodse bestaan. Het is nationale zelfmoord en een mes geven in de handen van diegenen die, indien zij enkel de belangen van hun volk dienen, alleen nog onze toekomstige beulen kunnen worden. Niet enkel Zeev Jabotinsky maar ook Berl Katznelson, Ben-Goerion, Golda Meir en Yigal Allon. zouden dit nooit toegestaan hebben.

Bronnen: Journal of Palestine Studies: D. Ariel Sharon, “Democracy and the Jewish State,” 28 May 1993 (EXCERPTS), van blz 100 t/m 103, vertaling en introductie door Brabosh

Categories: Dossiers, Israël