Dagelijks archief: 3 oktober 2009
26 oktober: Dag van de Erkentelijkheid jegens politie van Antwerpen: Gepast of ongepast?
Bijgewerkt
Gepast of ongepast?
Lees vooral de reacties van Prof. Dr. Herman Van Goethem en de Heer Michel Goldberg

Vrede enkel mogelijk nà erkenning van bestaansrecht van de Joodse staat
Dit artikel van de hand van Alan Dershowitz maakt andermaal duidelijk dat er slechts vrede kan komen in het Midden-Oosten op voorwaarde dat het bestaansrecht en soevereiniteit van Israël wordt erkend. Tot op heden hebben enkel Egypte en Jordanië die stap gezet. Al de overige Arabische landen alsmede Iran, de Hamasregering in de Gazastrook en de Palestijnse Autoriteit in Judea en Samaria (Westelijke Jordaanoever), weigeren tot op heden de Joodse staat te erkennen. Arabieren en Palestijnen leven sinds de zomer van 1947 op permanente oorlogsvoet met Israël.
De voorwaarden die ze stellen voor een mogelijke erkenning, zijn tot op heden onaanvaardbaar voor Israël omdat ze noch de veiligheid noch de duurzaamheid van een vredesakkoord willen garanderen. Sommigen eisen de terugkeer van een paar honderdduizend vluchtelingen en hun 3 à 4 miljoen nazaten. Weer andere landen prediken onomwonden de fysieke vernietiging van Israël en plannen een nieuwe genocide op het Joodse volk.
In dit artikel zet Dershowitz het verloop van de Yom Kippoer oorlog uiteen en meer in het bijzonder welke de gevolgen waren van de verpletterende overwinning van Israël op Egypte en Syrië, met onder meer het vredesakkoord met Egypte van 1976. Een aanvalsoorlog beginnen om na een flinke nederlaag die dan uitleggen als een overwinning op de Israëli’s, dat kunnen de Arabieren als geen ander. Hoe dan ook, dat de Joden uit de bazaars van vroeger toen ze nog als dhimmies leefden in het Midden-Oosten, helemaal niet dezelfde Joden zijn die in Israël wonen, hebben zij ondertussen eindelijk toch begrepen. Egypte zal uiteindelijk een vredesakkoord sluiten met Israël met als beloning de teruggave dan het verloren gebied (de Sinaï-woestijn). Het kan verkeren. Moest bijvoorbeeld Syrië het bestaansrecht van Israël hebben erkend zouden zij al lang de Golanhoogte hebben verkregen.
Idem dito voor de Palestijnen. Moesten zij in 1947 Resolutie 181 (de moeder van alle resoluties die nadien nog zullen volgen) van de Verenigde Naties hebben geaccepteerd – resolutie 181 die een 2-statenoplossing voorstelde, een Joodse naast een Arabische staat – hadden zij wellicht al lang een eigen staat, vrede en veiligheid gehad. Zelfs nu nog eisen zij een terugkeer naar de grenzen zoals ze waren voor 1967 (de Zesdaagse Oorlog) maar ‘vergeten’ er bewust bij te vermelden dat ze ook de grenzen van 1947 en 1949 nooit hebben geaccepteerd, integendeel.
De lessen van de Yom Kippoer Oorlog
Was the Yom Kippur War Israel’s Fault?
door Alan Dershowitz

Israëlische soldaat krijgsgevangen door Syrische soldaten
In oktober 1973, openden Egypte en Syrië een verrassingsaanval op Israël op Jom Kippoer, de heiligste dag van het Joodse jaar. De aanvallen vonden tegelijk plaats tijdens de Ramadan (de vastenperiode voor moslims), een periode waarvan moslimleiders dikwijls zeggen dat wanneer zij in die periode worden aangevallen, dit hun religieuze principes geweld aandoet en als een gebrek aan respect voor de islam wordt ervaren. Niemand die betwist dat de Egyptenaren en Syriërs vele slachtoffers maakten onder de Israëli’s, de Yom Kippoeroorlog begonnen waren. Hun doel was om het land te heroveren dat ze verloren hadden tijdens de Zesdaagse Oorlog, een oorlog die de Egyptenaren waren begonnen, ondanks het feit dat de Israëli’s het eerste schot hadden afgevuurd. Uiteindelijk hebben de Egyptenaren hun doel bereikt en kregen de gehele Sinaï terug nadat ze wel eerst een koude vrede hadden gesloten met Israël.
De Syriërs hebben in hun inspanningen om de Golan terug te winnen gefaald, omdat zij iedere vorm van vrede met Israël hebben geweigerd. Israël heeft een aantal belangrijke lessen getrokken uit de Yom Kippoer Oorlog. Eerst en vooral heeft het geleerd hoe kwetsbaar het is tijdens een verrassingsaanval, zelfs met uitgebreide grenzen. Ter voorbereiding van haar aanval, had Egypte grote hoeveelheden Scud-raketten verkregen die “de bevolking in de centra van Israël zouden kunnen bereiken.” Opnieuw bestond het Arabische doel erin om zoveel mogelijk burgers te doden, ondanks het feit dat het opzettelijk aanvallen van burgerdoelwitten een oorlogsmisdaad is en een schending van het internationaal recht. De eerste Egyptische aanval met het doel Tel Aviv te bombarderen, werd verijdeld door de Israëlische luchtmacht die de bommenwerpers kon onderscheppen.
De Syrische aanval was ook gericht tegen Israëlische civiele nederzettingen en Syrische tankeenheden waren er bijna in geslaagd door de dunne verdedigingslijn te breken die de bevolkingscentra in het noorden beschermen. De commandant van de eenheid, die belast was met de verdediging van de steden en dorpen in het noorden van Israël, getuigde later tegenover de Agranat Commissie, die werd opgericht om de bijna-ramp te onderzoeken, dat er “het gevoel heerste dat er een nieuwe holocaust zat an te komen”. Iedereen wist wat Syrische soldaten deden met gevangen burgers, nadat ze voordien al gevangen Israëli’s hadden vermoord en verminkt.

Israëlische soldaten steken het Suezkanaal over richting Caïro in Egypte
Ook aan het Egyptische front leefde er een echte angst voor een genocidale uitkomst. Moshe Dayan, de Israëlische minister van defensie, stuurde een bericht naar de commandant van de Israëlische luchtmacht dat “de Derde Tempel” – zijn code voor de staat Israël – “in gevaar is.” Dayan stelde voor om middelbare scholieren en mensen die te oud waren voor de reservedienst te mobiliseren.
Opnieuw werd het Israël duidelijk gemaakt dat haar Arabische tegenstanders het zich konden veroorloven om de ene oorlog na de andere oorlog te verliezen zonder dat ze bedreigd werden in hun bestaan en haar burgerbevolking niet in gevaar kwam. Maar als Israël zelfs maar één enkele oorlog zou verliezen, zou dit het einde kunnen betekenen van de Joodse staat, een massamoord op haar burgerbevolking en de deportatie van de overlevende vluchtelingen uit het land. Misschien is deze realiteit diegene die Israëlische soldaten motiveert om hun land zo fel mogelijk te verdedigen. Wat Benny Morris heeft gezegd over de motivatie en de prikkels van de Israëlische strijders tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van 1947-49 gold evenzeer voor de strijders tijdens de Yom Kippoer Oorlog: “Ze vochten ‘ter verdediging van [hun] dierbaren’ die afgeslacht zouden worden als ze [de oorlog] zouden verliezen.”
Israël behaalde uiteindelijk de overhand in de oorlog, maar ten koste van enorm veel slachtoffers. Opmerkelijk is dat de Egyptenaren en de Syriërs, ondanks hun uiteindelijke nederlaag, de Ramadan Oorlog (zoals ze die noemen zoals de Israëli’s de Yom Kippoer Oorlog noemen) zagen als een overwinning. In een toespraak op 16 oktober 1973, vertelde de Egyptische president Anwar Sadat aan zijn volk: “De Egyptische strijdkrachten hebben een wonder bereikt vergeleken met eender welke militaire standaard …. Deze krachten namen het initiatief, verrasten de vijand en brachten hem uit balans.” Egypte is in “zijn eer hersteld.” Evenzo, zei de Syrische president Hafiz al-Assad tegen zijn volk dat Syrië “de agressie van Israël had getransformeerd sinds op 6 oktober de vijandelijke troepen de aftocht bliezen en de vijand aanzienlijke verliezen werden toegebracht die de Zionistische Entiteit die door elkaar schudde. Hij vertelde het Syrische volk over “hoe de hevige gevechten die werden geleverd door onze Arabische strijdkrachten het zelfvertrouwen van het Arabische individu hebben hersteld.” Tot op vandaag wordt de Ramadan Oorlog in Egypte en Syrië gevierd als een Arabische overwinning, ondanks dat hun legers in werkelijkheid werden gered door een staakt-het-vuren dat Israël kreeg opgelegd door de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.
Morris beschreef de motieven van Sadat en Assad voor de aanval op Israël als volgt:
Voor zowel Sadat en Assad, beloofde de oorlog grote winsten, te beginnen met het herstel van de Arabische trots. (Na de oorlog zullen Arabische kroniekschrijvers zelfs spreken van “de wedergeboorte van de Egyptische man.”) Louter en alleen ten oorlog durven trekken tegen het onoverwinnelijke IDF, zou gezien worden als een ultieme daad van moed en de schande van 1967 uitwissen evenals zelfs de schaamte van de Arabische geschiedenis sinds 1948, en zou beide regeringen belonen in termen van populariteit, legitimiteit en een lang leven, alsmede hen grote bijdragen opleveren van de olie koninkrijken.
Israël leerde een andere belangrijke les uit deze ongelijkheid bij de vaststelling van de overwinning in een oorlog: gelijk welke Arabische leider die Israël ernstige schade kan toebrengen, blijft gemotiveerd om dat te doen, zelfs als zijn land uiteindelijk de oorlog zal verliezen. Dat is de trieste realiteit om een aantal volgende redenen. Ten eerste, is de inzet voor de Arabische landen die oorlogen verliezen met Israël veel lager. Zij kunnen sommige delen van hun grondgebied verliezen (dat ze kunnen terug krijgen in ruil voor het aanbieden van de vrede) en een aantal soldaten verliezen, maar het bestaan van hun natie en het leven van hun burgers staan niet op het spel. Ten tweede, zal een Arabische leider die zelfs de geringste mogelijkheid ziet om Israël te verslaan, geprezen en beloond worden om het te proberen en hij zal veroordeeld, misschien zelfs omvergeworpen, om het niét te proberen. Dit is waarom het zo belangrijk is voor Israël om de vrede te bewaren door haar militair apparaat te onderhouden, dat kwalitatief zoveel sterker is dan alle gecombineerde Arabische legers samen die het omringen. Als die militaire superioriteit ooit zou worden verloren, is het vrijwel zeker dat Israël opnieuw zou worden aangevallen.

Archeologische site van Megiddo (Armageddon), de belangrijkste stad in Kanaän 5000-700 jaar v.Chr.
Daarom is het waarom Nelson Mandela het verkeerd voor had toen hij ten onrechte de analogie maakte tussen het defensieve nucleaire programma van Israël en anderzijds de inspanningen van Irak om massavernietigingswapens te ontwikkelen voor agressief gebruik. Dit is wat Mandela heeft gezegd: “Maar wat we weten is dat Israël massavernietigingswapens heeft. Niemand die daarover praat. Waarom zou er voor het ene land een bepaalde standaard bestaan omdat het zwart is, en een andere standaard voor een ander land, Israël, omdat het blank is?” ["But what we know is that Israel has weapons of mass destruction. Nobody talks about that. Why should there be one standard for one country, especially because it is black, and another one for another country, Israel, because it is white?"]
Israël bezit kernwapens sinds de jaren 1960. Het heeft daar nog nooit gebruik van gemaakt, zelfs niet tijdens de Yom Kippoer Oorlog. Er wordt gezegd dat de nucleaire capaciteit van Israël waarschijnlijk nooit zal gebruikt worden, omdat het alleen te vroeg of te laat zou kunnen worden gebruikt: Als Israël kernwapens zou gebruiken om een ramp te voorkomen, zou het hiervoor algemeen worden veroordeeld. Als het zou wachten om ze te gebruiken tot het ogenblik dat de ramp is gebeurd, zou het te laat zijn. Israël’s nucleaire wapenarsenaal is het ultieme afschrikmiddel tegen een radicaal regime als ooit een Armageddon zou willen produceren (dat is letterlijk een klein dorp in Israël genoemd Meggido). Het gevaar bestaat dat er wellicht enkele radicale islamitische leiders zijn die meer gericht zijn op de volgende wereld dan op de huidige en die hierdoor helemaal niet worden afgeschrikt, zelfs niet door het vooruitzicht van wederzijdse nucleaire verwoesting.
Sadat heeft met zijn aanval op Israël op Jom Kippoer van 1973 zijn beide doelen bereikt. Naast het herstellen van de Egyptische eer, zal hij ook weer de hele Egyptische Sinaï controleren. Zodra Sadat moedig had aangegeven dat hij bereid was tot een vredesakkoord met Israël in ruil voor de Sinaï, heeft de Israëlische regering (toen onder de leiding door de haviken van de Likoedpartij met in het bijzonder haar leider Menachem Begin, bekend om zijn harde taal), de Joodse kolonisten in de Sinaï doen oprotten en gaf het woestijngebied, olievelden incluis, terug aan Egypte. Het besluit om vrede te sluiten, zelfs een koude vrede in ruil voor de strategisch en mineraal waardevolle Sinaï, mag dan wel het leven gekost hebben aan Sadat, net zoals de Jordaanse koning Abdoellah een kwart eeuw eerder er eveneens het leven bij inschoot omdat hij nog maar vrede met Israël had overwogen. Maar het pad werd geëffend voor de Jordaanse koning Hoessein, kleinzoon van koning Abdoellah, om vrede te sluiten met Israël.

Iran en Syrië. Vrienden voor het leven met een gemeenschappelijk doel: samen Israël vernietigen...
Sedert Jordanië heeft afgezien van alle aanspraken op de Westelijke Jordaanoever in het voordeel van de Palestijnse Autoriteit, was er geen land meer over dat Israël kan ruilen voor vrede. (In feite had Israël wel degelijk een smalle strook van ongeveer 300 vierkante kilometer in de Arava terug gegeven.) Had Jordanië een terugkeer naar het status-quo van voor de oorlog van 1967 gewild, zou Israël dit waarschijnlijk hebben toegejuicht, misschien mits kleine territoriale aanpassingen. Maar het laatste wat Jordanië in 1994 wilde, was de verantwoordelijkheid voor de miljoenen Palestijnen die toen op de Westelijke Jordaanoever woonden, vooral na de mislukte Palestijnse burgeroorlog die door de PLO werd geleid tegen de Jordaanse koning Hoessein in 1970.
Israël heeft herhaaldelijk geprobeerd om vrede te sluiten met Syrië in ruil voor grondgebied dat het had veroverd tijdens de Zesdaagse Oorlog, zoals Morris schrijft: “In augustus 1993 werd een grote doorbraak bereikt toen Rabin aan de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken Christopher zijn ‘hypothetisch’ akkoord gaf voor de Israëlische terugtrekking uit de hele Golan-hoogvlakte, indien Syrië voldoende veiligheidsgaranties zou geven en een normalisering van de betrekkingen zou beginnen. Echter, de Syriërs faalden opnieuw door niet te reageren op dergelijke vrijgevigheid.”
Bron: uit het boek The Case for Israel: Was the Yom Kippur War Israel’s Fault? door Alan Dershowitz uit 2003, vrij bewerkt en vertaald door Brabosh
Laatste leider van de Opstand in het Getto van Warschau overleden
De laatste van de nog levende commandanten van de Opstand in het Getto van Warschau tegen de nazi’s, Marek Edelman, is overleden. Na het besteden van het grootste deel van zijn leven aan het verdedigen van het menselijk leven, in waardigheid en vrijheid, heeft hij zijn laatste gevecht verloren in de leeftijd van 90 jaar in Polen, een land dat hij nooit wilde verlaten.
In april 2008 werd hij voor zijn heldenmoed verheven tot commandant van het Legioen van Eer. Dit eerbewijs werd hem uitgereikt door Bernard Kouchner, de Franse Minister van Buitenlandse Zaken.
Die Opstand in het Getto van Warschau, waaraan 220 Joden deelnamen, brak uit in 1943 toen de nazi’s met de liquidatie van het getto begonnen. De rebellie werd neergeslagen, vrijwel niemand overleefde. Een jaar later nam Edelman ook deel aan de Opstand van Warschau, toen het Poolse verzetsleger AK (Armia Krajowa) de Duitsers tevergeefs uit de Poolse hoofdstad probeerde te verdrijven.
Elk jaar legde Edelman bloemen bij het monument voor de Joodse Opstand in Warschau. „Het zijn 220 namen”, zei hij. „Dat is niet moeilijk te onthouden.” Vrijwel tot aan het einde van zijn leven werkte hij als cardioloog in het stadsziekenhuis van Lódz, zijn woonplaats. Edelman was een uitgesproken atheïst. „God bestond helemaal niet in het getto”, zei hij in een van zijn laatste interviews. „Hoe kan een hongerig mens in een concentratiekamp geloven dat God het zo wil. Nee, de mens wil het zo.”
Edelman zou altijd blijven vechten voor tolerantie en vrijheid. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij een prominente dissident in de strijd tegen het communisme. Zijn vrouw verliet Polen in 1968, toen het communistische regime, na studentenprotesten, een antisemitische haatcampagne begon. Maar Edelman bleef, naar eigen zeggen om de herinnering aan de Joodse Opstand levend te houden. In de jaren zeventig was hij actief in de vrije vakbond Solidariteit van Lech Walesa.
Edelman werd in 1919 geboren in Homel, een Pools plaatsje dat door grensverschuivingen na 1945 in het huidige Wit-Rusland terecht kwam. Op jonge leeftijd sloot hij zich aan bij de Bund, de Joodse en socialistische vakbond in het toenmalige Polen. Die bond zou later een belangrijke rol spelen in het verzet tegen de nazi’s. In het getto van Warschau, dat functioneerde tussen 1940 en 1943, zaten aanvankelijk een half miljoen Joden op elkaar gepakt. Toen de Duitsers in 1943 aanstalten maakten om de resterende 60.000 overlevenden ook naar vernietigingskampen te sturen, werd besloten tot een opstand. De slecht bewapende, ongetrainde rebellen hielden een maand stand.
„De opstand was uitzichtloos, maar we wilden laten zien dat je tegen nazi’s kon vechten”, zou Edelman later zeggen. De leiders van de opstand pleegden zelfmoord, Edelman wist via riolen met een klein groepje te ontsnappen naar de Poolse kant van Warschau. Na de twee opstanden in 1943 en 1944 werd de Poolse hoofdstad voor bijna 90 procent met de grond gelijk gemaakt door de Duitsers.
Bronnen: NRC Dagblad: Laatste leider Joodse opstand overleden van 3 oktober 2009; zie ook op deze blog: Gedenk de Joodse Opstand in het Getto van Warschau van 19 april 1943!
Videobeelden van Gilad Shalit in ruil voor 20 Palestijnse terroristen
“Hallo, ik ben Gilad, zoon van Noam en Aviva Shalit, broer van Hadas en Yoël die in Mitzpe Hila wonen. Mijn ID nummer is 300097029.
Het was deze foto van 31 december 2005 waarnaar Gilad (rechts) verwees waarop hij samen met zijn broer Yoël (links) en zijn vader Noam (midden) te zien is
“Zoals u kan zien houd ik het nieuwsblad de Palestine van 14 september 2009 in mijn handen, die wordt uitgegeven in Gaza. Ik lees deze krant met het doel om informatie te krijgen over mezelf, in de hoop informatie te vinden waaruit ik kan opmaken wanneer ik wordt vrijgelaten en terug naar huis zal keren. Ik wacht al heel lang op de dag van mijn vrijlating. Ik hoop dat de huidige regering van Benjamin Netanjahoe geen enkele kans zal laten voorbijgaan om de ruil af te ronden en dat eindelijk mijn droom zal uitkomen en ik wordt vrijgelaten.
“Ik wil mijn groeten doen aan mijn familie en hen zeggen dat ik van ze houd en hen mis en naar de dag verlang dat ik hen zal weerzien.
“Vader, Yoël en Hadas, herinneren jullie nog de dag dat jullie mij kwamen bezoeken op de Golanhoogte op 31 december 2005, in een plaats die – als ik me niet vergis – Revaya B. heette. We wandelden rond in de basis en jullie namen foto’s van me op een Merkava tank en nog een andere op een van de oudere tanks aan de ingang van de basis. We gingen daarna naar een restaurant in een van de Druzen dorpjes waar we op de weg naartoe langs de weg foto’s namen van de met sneeuw bedekte top van de Hermonberg op de achtergrond.
“Ik wens jullie te zeggen dat ik me goed voel, gezondheidshalve, en dat de Moedjahedien van de Izzadien al-Qassam Brigades mij goed behandelen. Bedankt en tot ziens.”
De Israëlische televisiezender Channel 2 heeft vrijdag 2 oktober 2009 de video van Gilad Shalit uitgezonden, de soldaat die op 25 juni 2006 werd ontvoerd werd en al meer dan drie jaar gegijzeld wordt door Hamas. Het is voor het eerst sinds 2006 dat er beelden van hem naar buiten komen. Zijn familie ontving eerder brieven en een audiotape van hem. Op de video, die 2.42 minuten duurt, leest een vermagerde Shalit een boodschap voor en houdt hij een exemplaar van de krant Filistin van 14 september 2009 vast.

Een bleke zichtbaar vermoeide Gilad ergens in Gaza...
“Ik groet mijn familie en hou van ze en mis ze en verlang naar de dag dat ik mag terugkeren”, luidt het. “Ik voel me gezond en wordt goed behandeld door de moedjaheddinn van de al-Qassam-Brigades”, aldus Shalit. Daarnaast legt Shalit druk op de Israëlische premier Benjamin Netanyahoe, door hem te vragen geen gelegenheid voorbij te laten gaan om een deal te sluiten met Hamas over zijn vrijlating. Hamas eist de vrijlating van maar liefst 1000 terroristen in ruil voor korporaal Shalit.
In ruil voor de video liet Israël vrijdagochtend negentien gedetineerde Palestijnse vrouwen vrij. Achttien werd overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever en de negentiende, een militante van de Islamitische Jihad, werd overgedragen aan Hamas in de Gazastrook. Een twintigste vrouwelijke Palestijn wordt zondag overgedragen, ter vervanging van een andere waarvan bleek dat ze binnen enkele dagen haar straf zou hebben uitgezeten en daarom niet in aanmerking kwam voor de deal.
Ondanks dat slechts één vrijgelaten Palestijnse naar de Gazastrook terugging, toonde de leider van Hamas, Khaled Mashaal, zich bijzonder uitgelaten over de deal en ‘beloofde’ “nog vele Shalits te gijzelen in ruil voor de vrijlating van alle Palestijnse terroristen.” [sic] De vrouw, die terugkeerde in Gaza met een 18-maanden oude baby in haar armen, die in de gevangenis werd geboren, werd met een ceremoniële ontvangst binnen gehaald door de Eerste-minister van Hamas Ismail Haniyeh. Haniyeh riep het kind uit als ‘de jongste Palestijnse gevangene’.
Bronnen: De Standaard: Israëlische televisie toont Shalit-video van 2 oktober 2009; Jerusalem Post: Mashaal: We will kidnap more soldiers en PM: Schalit video is ‘encouraging sign’ van 2 oktober 2009


















