De ondergang en verdrijving van de Joden van Lybië
Tripoli (Libië), 31 augustus 2009: Moeamar Khadafi, staande op zijn paard, viert zijn 40ste jubileum als staatshoofd, hier op de voormalige Amerikaanse legerbasis in Mantega (foto: Imed Lamloum / AFP / Getty)
Bijgewerkt. Met de installatie van de Libiër Ali Traki aan het hoofd van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, is Libië aan een nieuwe charme offensief begonnen om van haar imago van ‘terroristen staat’ af te komen. Israëlbashen krijgt met Ali Traki andermaal een legitieme status. De dubieuze Verenigde Naties kunnen een nieuwe ronde demonisatie van Israël aanvatten, aldus profiterend van het feit dat het geheugen van de mensen maar erg kort blijkt en hun gemiddelde kennis van de geschiedenis elk jaar schrikbarend achteruit tuimelt. Bovendien blijkt zij zich door hun chronisch historische kennis allerminst geremd voelt om over van alles en nog wat ‘een mening’ te hebben, ‘mening’ die ze elke dag wat harder uitbrullen tot het laatste gezond verstand overschreeuwd, doof en moedeloos, de tribune heeft verlaten.
Echter, wat mijns inziens nog veel erger en verontrustender is, is dat boosaardige geesten, zich bewust van het chronisch gebrek aan feitenkennis van de geschiedenis bij Jan Modaal, gebruik maken om eender wat over Joden en Israël in de wereld te gooien. “Wie de geschiedenis niet kent is gedoemd om te herhalen,” [Those who cannot remember the past are condemned to repeat it] heeft George Santanaya ooit gezegd en Voltaire in dezelfde trant: “Niet de geschiedenis herhaalt zich maar de mensen!” [Ce n'est pas l'histoire qui ce répète mais bien l'homme!] en alle tekenen wijzen erop dat een herhaling van dezelfde stommiteiten door een nieuwe generatie mensen zich aandient en nieuwe gruwelen en genocides weldra onvermijdelijk worden.
Moeamar Khadafi, de Gids van de Revolutie

Moeamar Khadafi mag op 25 september 2009 de Verenigde Naties 75 minuten lang toespreken, vele afgevaardigden en staatshoofden verlieten de zaal (foto: Time Magazine)
Locale sympathisanten van de Palestijnse zaak vertellen graag hoe vreedzaam Joden en Arabieren samenleefden in het Midden-Oosten voordat die vermaledijde zionisten kwamen en iedereen wilden overheersen. Ze blijven dat tot in den treure toe herhalen ‘totdat zelfs de grootste leugens een schijn van waarheid krijgen,’ (dixit Jozef Goebbels, Rijkspropagandaleider tijdens het Derde Rijk). Met Ali Traki in een toppositie in de Verenigde Naties voelt zijn vriend president Khadafi zich geroepen om aan iedereen die het wil weten ‘de waarheid’ te vertellen over wat er gebeurd is met de Joodse gemeenschap in zijn land. Want de Lybische leider Moeamar Khadafi ‘weet’ alles over de Joden.
In een interview met Time Magazine vertelt hij dat de Joden gekleed waren zoals Arabieren en met hen in perfecte harmonie samenleefden. ["As recent as '48 or '49 — I was a little boy at the time but I can still remember — the Jews were there in Libya. There was no animosity, no hatred between us. They were merchants, moving from one place to the other, traders ... and they were very much respected and very much sympathized with. I mean, they did their own prayers and we saw them. They spoke Arabic, wearing Libyan uniforms, Libyan clothes."] Volgens Khadafi liepen zij hun ondergang tegemoet omdat ze het waagden hun eigen Joodse staat op te richten in plaats van een staat te delen met de Palestijnen. Khadafi haalt hier opnieuw het oude dimmie-idee uit de kast namelijk dat de Joden ‘onze Joden’ zijn die de Arabieren dankbaar moeten zijn voor hun bescherming. Zolang de moslims in de meerderheid en dominant waren, en de Joden zich daaraan aanpasten, ging het in de ogen van de moslims prima. Echter, zo succesvol was die coëxistentie in Libië, dat onder het oog van Khadafi Libië compleet Judenrein werd!
Verdrijving en vervolging van de Arabische Joden
Video hierboven. Génève, 19 maart 2008. Voor het eerst mag de Lybisch-Joodse Regina Bublill Waldman, voorzitster van JIMENA (Jews Indigenous to the Middle East and North Africa) haar verhaal vertellen, over de bijna 1 miljoen Joden die uit de Arabische wereld werden verdreven, tegenover de Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties in Genève. Het heeft meer dan vijftig jaar geduurd vooraleer dit toegelaten werd.
Elie Wiesel heeft ooit gezegd: “De fanatici die moorden in Gods naam, maken van hun God een moordenaar!”. Heel de wereld kent het verhaal van de naqba (‘de ramp’) toen honderdduizenden Palestijnse Arabieren op de vlucht sloegen tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog van 1947-49 en nog een keer tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967. Niet of nauwelijks bekend is de geschiedenis van de vervolging en verdrijving van de Arabische Joden uit hun thuislanden in diezelfde periode. Het ‘vluchten’ verliep namelijk ook in omgekeerde richting. Op het internet bestaat een website ‘Point of no Return’ die als geen ander in honderden artikelen de opgang en ondergang van de Joodse gemeenschappen in de Arabische wereld beschrijft.
Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog en vooral de jaren die erop volgden, werden tussen 750.000 en 1 miljoen Arabische Joden, moe getergd en vervolgd, gedwongen hun Arabische vaderlanden te verlaten, met achterlating van hun huizen en al hun hebben en houden alsook het verlies van een hoeveelheid land die meerdere keren de huidige oppervlakte van Israël omvatte. Zij hebben hiervoor nooit compensatie gekregen. De meesten van hen vonden onderdak in de nieuwe Joodse staat, anderen trokken verder door naar Europa en de Verenigde Staten. Als de staat Israël omtrent 1900 voornamelijk door Oost-Europese Joden werd opgebouwd, leefden er omstreeks 1955 haast evenveel Arabische Joden als Oost-Europese Joden in Israël.
De Joden van Libië
Na eeuwen van dhimmibestaan in Libië, begint de aanzet tot de geschiedenis van de vervolging en uitdrijving van de Joden van Libië wanneer op 3 oktober 1911 de Italianen de Libische hoofdstad Tripoli innemen, zogezegd om het te bevrijden van de Ottomaanse overheersing. Diezelfde Ottomanen die tot 1917 ook Palestina bezet hielden totdat de Britten het bezetten en koloniseerden. Met het Verdrag van Lausanne van 1912 wordt Libië definitief een kolonie van de Italiaanse bezetter en zal dat blijven tot 1947, enkele jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Op 21 november 1949 keurde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de resolutie goed dat Libië onafhankelijk moet worden voor 1 januari 1952. Libië zal haar onafhankelijkheid iets eerder uitroepen namelijk op 24 december 1951.

De laatste Joden van Libië. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog leefden er nog 36.000 Joden in Libië. Vandaag - anno 2009 - geen enkele meer
In 1922 komt de fascistenleider Benito Mussolini in Italië aan de macht en in januari 1933 wordt Adolf Hitler Rijkskanselier van het Derde Rijk. Wanneer in september 1935 Hitler bij monde van Hermann Goering in de Rijksdag de rassenwetten van Neurenberg uitvaardigt, kan zijn grootste bewonderaar Mussolini niet lang achterwege blijven en past in 1938 gelijkaardige rassenwetten toe op de Joodse gemeenschap in haar kolonie Libië die op dat ogenblik ongeveer 30.000 Joden telt.
Tussen 1941 en 1942 zetten de Italiaanse fascisten een aantal werkkampen (concentratiekampen) op in Cyrenaica, dat later tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol zal spelen als slagveld voor het 8ste Britse Leger en het Afrika korps van Erwin Rommel. De Britten, met Montgomery aan het hoofd, konden daarbij rekenen op de steun van de Sanoussi, die geleid werden door Mohammed al-Idris, die later de enige Libische koning zou worden. Uit dank voor die hulp kreeg Idris alvast een autonome bestuursbevoegdheid over Cyrenaica. Op 1 juni 1949 riep hij de provincie overigens uit tot een zelfstandig emiraat.
In de concentratiekampen van Sollum en van el Agheila speelden zich verschrikkelijke toestanden af. In 1942, beval Mussolini dat al de Joden van Cyrenaica moesten getransporteerd worden naar de concentratiekampen in Tripolitania. Giado was het belangrijkste werkkamp waar ruim 600 Joden werden vermoord.

1945. Overlevenden van de Holocaust keren terug naar Libië vanuit het concentratiekamp van Bergen-Belsen (bemerk de opschriften op de wagon 'Going Home' en 'Back to Tripoli')
Sommige van het ergste anti-Joodse geweld speelde zich af in de jaren na de bevrijding van Noord-Afrika door de geallieerde troepen. Tussen 5 en 7 november 1945, werden meer dan 140 Joden vermoord en nog veel meer gewond bij een pogrom in Tripoli. De relschoppers plunderden bijna alle synagogen van de stad en vijf werden er totaal verwoest, samen met honderden woningen en bedrijven. In juni 1948 werden door anti-Joodse relschoppers nog eens 12 joden gedood en 280 Joodse huizen werden vernietigd. Deze keer echter, was de Libische Joodse gemeenschap bereid om zich te verdedigen. Joodse zelfverdedigingseenheden vochten terug tegen de relschoppers, en konden het vermoorden van tientallen andere Joden voorkomen.

Het Joodse kwartier in Tripoli
De onzekerheid die ontstond uit deze anti-Joodse aanslagen in de context van de oprichting van de staat Israël, leidde ertoe dat vele Joden besloten te emigreren. Tussen 1948 en 1951, en vooral nadat de immigratie in 1949 bij wet werd toegestaan, vertrokken 30.972 Joden naar Israël. In 1951 wordt de Libische grondwet afgekondigd en verklaart de toenmalige eerste-minister Mahmoud Muntassar “dat de Joden in Libië geen toekomst hebben.”
In 1952 wordt Libië opgenomen in de Arabische Liga. Het jaar daarop tekent Libië het Arabische samenwerkingsverband van de Israël boycot. Joodse huizen worden tijdens nachtelijke razzia’s doorzocht op zoek naar ‘zionistisch’ materiaal. In 1954 worden de Joodse sportclubs van Maccabi gesloten. Op 31 december 1958 werd de Raad van de Joodse Gemeenschap bij wet opgeheven. In 1960 wordt een moslim aangeduid als voorzitter van de Joodse gemeenschap.
In 1961 wordt in een andere wet een speciale vergunning vereist om het echte Libische staatsburgerschap te bekomen, die werd echter geweigerd aan – op zes na – àlle resterende Joodse inwoners van het land. Dat jaar worden alle Joodse tegoeden en bankrekeningen geconfisceerd van Joden die naar Israël zijn gevlucht. Het eigendomsrecht voor Joden in Libië wordt afgeschaft en hun gronden aangeslagen. Tezelfdertijd wordt de Joden het Algemeen Stemrecht ontnomen. Aanhangers van Nasser bedingen de sluiting van de Amerikaanse en Britse militaire basissen in het land. In 1963 wordt de Libisch Joodse leider Halfalla Nahum (84 jaar) vermoord.
Tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 doneren Joden geld aan de Palestijnse zaak. 60 procent van de Joodse tegoeden worden in Tripoli vernietigd. Italiaanse en Joodse winkels en handelszaken worden in brand gestoken en een tiental Joden vermoord. Ruim 300 Joden uit Benghaza worden in gevangenissen opgesloten zogenaamd voor hun eigen veiligheid. Twee families die uit 14 gezinsleden bestaan worden vermoord. Bijna alle van de 5.000 Joden van Libië worden overgebracht naar Israël. Twee jaar later komt Moeamar Khadafi, de ‘Gids van de Revolutie’, met een militaire staatsgreep aan de macht. In Libië wordt het ene opleidingscentrum na het andere opgetrokken voor terroristen van de PLO en haar vele zusterorganisaties. Libië wordt de kweekschool van het internationale terrorisme met als voorlopig hoogtepunt, de bomaanslag op een Amerikaans vliegtuig van Panam, dat op 21 december 1988 neerstortte op het Schotse plaatsje Lockerbie en aan 270 mensen het leven kostte.
Vandaag wonen er geen Joden meer in Libië
In 2002 is de laatste Jood van Libië overleden, met name een vrouw Esmeralda Meghnagi. Vandaag wonen er geen Joden meer in Libië. Dit doet me onwillekeurig terugdenken aan SS-Standartenführer Karl Jäger die op 1 december 1941, nauwelijks een half jaar van de invasie van Rusland door het Duitse leger, in zijn rapport aan het SS Hoofdkwartier in Berlijn trots kon melden: “Ik kan heden bevestigen dat het doel, nl. het Jodenprobleem van Litouwen oplossen, door Einsatz Kommado 3 werd bereikt. In Litouwen zijn geen Joden meer.” Ook het Jodenprobleem in Libië werd ‘opgelost’. Het doel van fascisten en nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog, met name het werk van het verwijderen van de Joden uit hun samenleving, werd door de Arabieren na de oorlog eigenhandig in hun respectievelijke staten afgemaakt.

De verwoeste hoofdsynagoog van Tripoli in Libië, de laatste Jood heeft zijn vaderland verlaten. Aan 2300 jaar Joodse aanwezigheid in Libië kwam in 1967 definitief een einde
Bronnen: Israel & Palestijnen Nieuws Blog: De ondergang en verdrijving van de Joden van Lybië door Ratna Pelle van 29 september 2009; Point of No Return: Decline and fall of Libyan Jews van 26 september 2009 en The Libyan Jewish experience in the Giado camp van 7 juni 2007; The Holocaust in Lybia door Goël Pinto van 5 april 2005; Israël – Palestina Informatie: Vluchtelingen: Palestijnse en Joodse vluchtelingen in het Midden-Oosten van 8 juli 2009; Cidi.nl / CIDI Israel Nieuwsbrief 2008: De Naqba en de waarheid van 6 juni 2008; lees ook op deze blog: Dhimmitude: de status van niet-moslim minderheden onder Islamitisch bestuur van 23 april 2009; Islamitisch antisemitisme, de wortel van het Midden-Oosten conflict? van 1 februari 2009; Mahmoud Abbas over de Naqba: ‘Wij verlieten ons dorp in 1948 uit vrije wil’ van 9 juli 2009; Waarheid en mythe over de Naqba, de vlucht van de Arabieren uit Palestina van 9 juli 2009; Israël wil herdenken van Palestijnse ‘naqba’ bij wet verbieden van 25 mei 2009 en Joden van Jemen in het geheim naar Israël gesmokkeld van 22 februari 2009; De verzwegen exodus: de verdrijving van 850.000 Joden uit het M-O door de Arabieren van 24 maart 2009 en Joodse en Arabische vluchtelingen: het verschil tussen retoriek en realiteit van 28 februari 2009





Recente reacties