Maandelijks archief: oktober 2009
Felle kritiek van oprichter en voormalig voorzitter van Human Rights Watch op eigen geesteskind

Robert L. Bernstein, de voormalige directeur van Random House, oprichter van Human Rights Watch en van 1978 tot 1998 voorzitter van zijn organisatie, haalt in The New York Times van 19 oktober 2009 zwaar uit naar zijn eigen geesteskind. Hij verwijt de HRW dat, alhoewel Israël in het Midden-Oosten omringd wordt door islamistische dictaturen die het woord ‘mensenrechten’ niet eens kunnen spellen, nagenoeg nergens in haar kritische rapporten worden geviseerd, maar Israël daarentegen ver buiten proporties systematisch de volle laag krijgt.
Bernstein op 24 oktober: “I have argued that open societies, while far from perfect, have ways to correct themselves and that is particularly true in the case of Israel. Millions of Arabs, on the other hand, live in societies where there is little respect for or protection of human rights.” ‘Zijn’ HRW is volgens Bernstein ver afgedwaald van haar oorspronkelijke doelstellingen en hij betoogt dat wil de HRW haar geloofwaardigheid nog kunnen redden zij “terug moet keren naar haar oorspronkelijke missie en de nederige geest die daarvan de drijfveer was.”
Ragna Pelle op Israël & Palestijnen Nieuwsblog van 30 oktober:
“Veel organisaties die nu eenzijdig gefocused zijn op Israël waren dat vroeger niet. De stichter van Human Rights Watch sprak onlangs in The New York Times zijn ongenoegen uit voor deze koersverandering bij HRW. Het is jammer dat niet meer mensen de moed hebben de vooringenomenheid van op zichzelf goede en gerenommeerde organisaties als Amnesty International, de VN, diverse ontwikkelingsorganisaties en linkse politieke partijen aan de kaak te stellen. Het verexcuseren van alles wat de Palestijnen doen en veroordelen van iedere Israëlische militaire actie (en welhaast iedere andere Israëlische activiteit) heeft weinig met de idealen van de derde wereldbeweging en progressieve politiek te maken. Hamas en Hezbollah zijn in feite extreem reactionaire en totalitaire bewegingen.”
Human Rights Watch ligt de laatste tijd enorm onder vuur. Zo kwam onlangs aan het licht dat één van haar topmedewerkers Marc Garlasco, in zijn vrije tijd een hevige verzamelaar is van nazimemorabilia. Op het internet is hij bekend onder de bijnaam Flak88 en actief als handelaar in foto’s, badges, onderscheidingstekens en medailles van het Duitse en het Amerikaanse leger. Als ‘militaire expert’ heeft hij voor Human Rights Watch verschillende kritische rapporten geschreven over de betrokkenheid van Israël in het Midden-Oostenconflict. Zijn passie voor nazi-parafernalia en zijn harde kritiek op de Israëlische staat zijn helaas geen zijn. Intussen heeft HRW haar topmedewerker aan de deur gezet [lees op deze blog: Human Rights Watch topmedewerker Marc Garlasco verzamelaar van nazi-memorabilia van 13 september 2009.]
Rights Watchdog, Lost in the Mideast
door Robert L. Bernstein
Als oprichter van Human Rights Watch (HRW), actief voorzitter gedurende 20 jaar en nu emeritus oprichtend-voorzitter moet ik iets doen dat ik nooit had voorzien: ik moet mij publiekelijk aansluiten bij de critici van deze organisatie. De oorspronkelijke missie van Human Rights Watch was om gesloten samenlevingen open te breken, fundamentele vrijheden te bepleiten en dissidenten te verdedigen. Maar de laatste tijd heeft de Watch rapporten uitgegeven over het Israëlisch-Arabisch conflict die degenen steunen die van Israël een paria-staat willen maken.

Topmedewerker van HRW Marc Garlasco blijkt in zijn vrije tijd verzamelaar van nazi-memorabilia te zijn. Zijn virulente haat jegens Israël en de Joden is geen toeval. Op deze foto draagt hij een T-shirt met het IJzeren Kruis, kruis dat officieel symbool staat voor het Duitse Keizerrijk dat bestond van 1879 to 1915
Bij HRW hebben we altijd erkend dat open, democratische samenlevingen fouten maken en overtredingen begaan. Maar wij zagen in dat zij de mogelijkheid hebben die fouten te corrigeren – door een levendig publiek debat, een kritische pers en andere mechanismen die aanzetten tot hervorming.
Daarom trokken wij een scherpe lijn tussen de democratische en de ondemocratische werelden, in een poging helderheid te scheppen omtrent mensenrechten. Wij wilden voorkomen dat de Sovjet Unie en haar satellieten een spel van morele gelijkwaardigheid zouden spelen met het Westen, en wij wilden liberalisaties aanmoedigen door aandacht te vragen voor dissidenten als Andrei Sakharov, Natan Sharansky en de gevangenen in de Sovjet goelag – en de miljoenen in de laogai of werkkampen van China.
Toen ik aftrad in 1998 was de HRW actief in 70 landen, de meeste gesloten samenlevingen. Nu schuift de organisatie steeds vaker dit belangrijke onderscheid tussen open en gesloten samenlevingen aan de kant.
Dit is nergens duidelijker dan in HRW’s werk het Midden-Oosten. de regio is bevolkt met autoritaire regimes die schrikwekkende reputaties hebben op het gebied van de mensenrechten. Maar de laatste jaren heeft HRW Israël vaker veroordeeld wegens overtredingen van het internationaal recht, dan elk ander land in de regio.
Israël, met een bevolking van 7,4 miljoen, heeft maar liefst 80 mensenrechtenorganisaties, een bruisende vrije pers, een democratisch gekozen regering, een rechterlijke macht die regelmatig tegen de regering in vonnist, een politiek actieve intelligentsia, veel politieke partijen en, te oordelen aan de hoeveelheid nieuwsartikelen, waarschijnlijk meer journalisten per hoofd van de bevolking dan elk ander land ter wereld – van wie er velen speciaal daar zijn om het Israëlisch-Palestijns conflict te verslaan.
Intussen regeren de regimes in Arabische landen en Iran over zo’n 350 miljoen mensen; de meeste van die regimes zijn nog steeds wreed, gesloten en autocratisch en dulden weinig of geen kritiek. Het lot van hun burgers, die meer dan wie ook baat zouden hebben van het soort aandacht dat een grote en goed gefinancierde internationale mensenrechtenorganisatie kan bieden, wordt genegeerd terwijl de Midden-Oosten-divisie van HRW rapport na rapport opstelt over Israël.
HRW heeft het broodnodige perspectief verloren op een conflict waarin Israël herhaaldelijk is aangevallen door Hamas en Hezbollah, organisaties die Israëlische burgers tot hun doelwit maken en hun eigen mensen gebruiken als menselijk schild. Deze groepen worden gesteund door de regering van Iran, die openlijk haar intentie heeft uitgesproken om niet alleen Israël te vernietigen, maar ook Joden overal ter wereld te vermoorden. Deze ophitsing tot genocide is een vergrijp tegen de Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide.

'Human Rights Watch' of is het 'Israël Search and Destroy B.V.'?
Leiders van HRW weten dat Hamas en Hezbollah ervoor kiezen oorlog te voeren vanuit dichtbevolkte gebieden en met opzet woonwijken tot slagvelden maken. Zij weten dat er meer en betere wapens naar zowel Gaza als Libanon stromen, klaar om opnieuw toe te slaan. En zij weten dat deze militanten voortgaan de Palestijnen elke kans te onthouden op het vredige en productieve leven dat zij verdienen. Maar Israël, dat herhaaldelijk slachtoffer is van agressie, wordt door HRW het meest bekritiseerd.
HRW houdt zich voornamelijk bezig met de manier waarop oorlogen worden gevoerd, en niet met de motieven. Zeker, zelfs slachtoffers van agressie moeten zich houden aan het oorlogsrecht en moeten hun uiterste best doen om burgerslachtoffers te vermijden. Niettemin is er een verschil tussen onrecht dat uit zelfverdediging wordt begaan, en onrecht dat met opzet wordt gepleegd.
Maar hoe weet HRW dat deze oorlogswetten zijn overtreden? In Gaza en elders waar er geen toegang is tot het slagveld of tot de legers en politieke leiders die strategische beslissingen nemen, is het buitengewoon moeilijk om definitieve oordelen te vellen over oorlogsmisdaden. De verslaggeving is veelal afhankelijk van getuigen wiens verhalen niet geverifieerd kunnen worden en die mogelijk getuigen uit politiek gewin of omdat zij vrezen voor wraakacties van hun leiders. Het is veelzeggend dat Col. Richard Kemp, voormalig commandant van de Britse strijdkrachten in Afghanistan en een expert op het gebied van oorlogsvoering, heeft gezegd dat de IDF in Gaza ‘meer heeft gedaan om de rechten veilig te stellen van burgers binnen de gevechtslinie dan elk ander leger in de geschiedenis van de oorlogsvoering’.
Alleen door terug te keren tot haar oorspronkelijke missie en de nederige geest die daarvan de drijfveer was, kan HRW zichzelf nieuw leven inblazen als morele kracht in het Midden-Oosten en overal ter wereld. Als HRW daar niet in slaagt, zal haar geloofwaardigheid ernstig worden ondergraven en haar belangrijke rol in de wereld significant afnemen.
Bronnen: The New York Times: Rights Watchdog, Lost in the Mideast door Robert L. Bernstein van 19 oktober 2009; Cidi.nl: Oprichter bekritiseert Human Rights Watch van 26 oktober 2009; Times Online: Robert Bernstein, founder of Human Rights Watch, accuses it of anti-Israel bias van 21 oktober 2009; Israel Matzav Blog: Robert Bernstein on Human Rights Watch on Robert Bernstein van 25 oktober 2009; Human Rights Watch, Need We Say More? door Grace Kwinjeh van 28 oktober 2009
Hebben wij Yitzhak Rabin’s visie uit het oog verloren?

Washington 26 oktober 1994: De Jordaanse koning Hoessein en de Israëlische premier Yitzhak Rabin tekenen de vrede onder het goedkeurend ook van president Bill Clinton. Jordanië is tot op heden het op één na (vredesakkoord met Egypte van 26 maart 1979 Sadat/Begin) enige land in de Arabische wereld dat een vredesverdrag met Israël sloot.
Precies vijftien jaren na het ondertekenen van het vredesverdrag tussen Israël en Jordanië en 14 jaar na zijn tragische dood, werd Yitzhak Rabin door president Barack Obama gelauwerd als een moedige man van de vrede, die “heeft aangetoond dat de verplichting tot communicatie, samenwerking en echte verzoening de loop van de geschiedenis kunnen helpen veranderen.” [Barack Obama: "The courage of King Hussein and Prime Minister Rabin demonstrated that a commitment to communication, cooperation, and genuine reconciliation can help change the course of history."]
Voor zijn rol in de totstandkoming van de Oslo-akkoorden kreeg Yitzhak Rabin de Nobelprijs voor de Vrede van 1994. Toen hij op 26 oktober 1994 het vredesakkoord met Jordanië ondertekende, sprak hij de volgende hoopvolle woorden uit: “Van nu af aan komen ons zorgeloze dagen tegemoet en nachten zonder angst. Ons leven gaat ingrijpend veranderen. In het verschiet liggen goed buurschap, het einde van het dodenleed dat onze huizen teistert en een einde maakt aan de oorlogen. Laat de zon weer opkomen!”
Premier Yitzhak Rabin werd een jaar later op 5 november 1995 in Tel Aviv vermoord door Yigal Amir, een ultra-rechtse radicale student aan de Bar-Ilan Universiteit, de ideologische voedingsbodem voor het Israëlische ultra-religieus-nationalistische front. De volgende fragmenten uit Rabin’s laatste openbare toespraak tot de Knesset – het Israëlische parlement – en nauwelijks een maand eerder voordat hij werd vermoord, onthullen Rabin’s ware realistische visie. In het licht van de visie van Rabin zoals die hieronder verwoord wordt, valt het te betwijfelen dat, indien Obama vandaag samen met Rabin aan de onderhandelingstafel zou zitten, hij ooit een akkoord zou kunnen bereiken, en vrede zou kunnen stichten in het Midden-Oosten. Obama heeft in elk geval zijn Nobelprijs voor de Vrede al op zak, nu maar afwachten wanneer hij zijn Nobelprijs en zijn toegedichte rol als ‘vredestichter’ gaat verdienen. Met goede intenties alleen, daar bakt een bakker geen brood mee…
De Knesset, 5 oktober 1995
“Hier, in het land van Israël, keerden wij weer en bouwden een natie op. Hier, in het land van Israël, hebben wij een staat gevestigd. Het land van de profeten, dat de wereld de waarden van de moraal, recht en rechtvaardigheid heeft nagelaten, werd na tweeduizend jaar teruggegeven aan haar wettige eigenaars – de leden van het Joodse volk. Op haar gronden bouwden wij een buitengewone nationale thuis en staat.
“We zien de permanente oplossing in het kader van de staat Israël waarin ook het grootste deel van het gebied is inbegrepen van het Land van Israël zoals het was onder de heerschappij van het Britse Mandaat en naast een Palestijnse entiteit die de thuis zal zijn waar het merendeel van de Palestijnse bewoners in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever wonen.
“Wij zullen niet terugkeren naar de grenzen van 4 juni 1967.
“Eerst en bovenal een verenigd Jeruzalem… als de hoofdstad van Israël, onder Israëlisch bestuur.
“De veiligheidsgrens van de staat Israël zal worden gevestigd in de Jordaanvallei … De oprichting van blokken van nederzettingen in Judea en Samaria, zoals die in Gush Katif.
“Wij moesten kiezen tussen het gehele land van Israël … of voor een staat met minder grondgebied, maar die wel een Joodse staat zou zijn. Wij verkozen een Joodse staat te zijn.
“Wij … hebben onszelf voor de Knesset ertoe verbonden, geen enkele nederzetting te ontruimen in het kader van de interim-overeenkomst, en de uitbreiding ervan voor de natuurlijke groei niet te belemmeren.
“We zijn ons bewust van het feit dat de Palestijnse Autoriteit tot op heden [en ook nooit daarna klik hier] zich niet heeft ingezet om het Palestijnse Handvest te veranderen en dat alle beloften omtrent deze kwestie niet werden nagekomen. Ik wil dit onder de aandacht brengen van de leden van het huis dat ik deze aanpassingen bekijk als de ultieme test voor de bereidheid en bekwaamheid van de Palestijnse Autoriteit om de vereiste aanpassingen [in het Handvest] aan te brengen als een ernstige toetssteen voor de verdere uitvoering van de overeenkomst in haar geheel.”
In de visie van Yitzhak Rabin werden de beginselen opgenomen van zowel Israël als een Joodse staat, en tegelijk ook als een staat die leeft in ‘vrede en binnen veilige en erkende grenzen’, zoals die vermeld werden in Resolutie 242 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.
Bron: The Middle East and Terrorism Blog: Have We Lost Sight of Rabin’s Vision? door Eli E. Hertz van 28 oktober 2009, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh op 29 oktober 2009; Jerusalem Post: Obama hails courage of Rabin, Hussein van 27 oktober 2009;
Antwoord op het rapport van Amnesty omtrent de Israelisch-Palestijnse water kwestie

De waterval Nahal David in de oase Ein Gedi, 400 meter beneden de zeespiegel gelegen in het Israëlische gedeelte van de Judeawoestijn aan de westkust van de Dode Zee
Naar aanleiding van de beschuldigingen door Amnesty International in een rapport waarin beweerd wordt dat Israël ‘water steelt van de Palestijnen’, heeft thans ook het Israëlisch Ministerie van Buitenlandse Zaken gereageerd. Blijkbaar weten nog steeds weinig mensen dat er inderdaad akkoorden werden gesloten tussen Israëli’s en Palestijnen (zie bronnen) waarbij de eerste partij meer dan ruimschoots aan haar verplichtingen heeft voldaan en de laatste partij schromelijk tekort is geschoten. Amnesty heeft verkozen om haar rapport te baseren op Palestijnse klachten en negeert alles wat van de Israëlische zijde wordt aangebracht.
Dat is uiteraard haar goed recht om slechts één kant van het verhaal van de kwestie van het water te belichten, maar dan kan dit nog moeilijk een objectief rapport worden genoemd. Nochtans wordt die bewust gekozen eenzijdige benadering, die al van bij de titel duidelijk wordt en verder in het rapport wordt uiteen gezet, in abnormale proportie overal in de internationale media (en ook in België en Nederland) klakkeloos overgenomen en uitvoerig geëtalleerd. Deze twijfelachtige aanpak, en dat dus niet enkel en alleen door Amnesty International maar door de hele wereldpers door de blinde aanname van dit rapport, doet gerede twijfels rijzen over de werkelijke bedoelingen van de auteurs van het rapport en van de organisatie zelf inclusief het grootste deel van de wereldopinie.
Lees ook op Brabosh: Amnesty International’s water rapport perfect getimed om boycotcampagne tegen Israël te versterken en op Palestine Facts: What about water issues? Is Israel using Palestinian water?: “Rijke Palestijnen in Bethlehem, Hebron en Ramallah bezitten privé zwembaden en eigen watervoorzieningen, feiten die altijd ontsnappen aan de aandacht van de pro-Palestijnse supporters.”
Persbericht van het Israëlisch Ministerie van Buitenlandse Zaken:
Het Israëlisch-Palestijns waterbeleid is gebaseerd op een interim akkoord tussen twee partijen (van 28 september 1995), meer in het bijzonder Artikel 40 van Annex III van het akkoord, dat betrekking heeft op de kwestie van het water en het afvalwater. Volgens die overeenkomst, zal 23,6 miljoen kubieke meter water per jaar worden toegewezen aan de Palestijnen. In werkelijkheid hebben zij toegang tot twee keer zo veel water.
Israël heeft aan al haar verplichtingen voldaan betreffende de overeenkomst over het water en aangaande de levering van extra hoeveelheden water aan de Palestijnen, en heeft die verplichte hoeveelheid zelfs ruimschoots overtroffen. De Palestijnen daarentegen, hebben hun verplichtingen krachtens de overeenkomst aanzienlijk geschonden, in het bijzonder met betrekking tot belangrijke onderwerpen zoals de illegale boringen (zij hebben meer dan 250 waterputten geboord zonder toestemming van de Joint Water Commission) en de afhandeling van het afvalwater (De Palestijnen hebben geen zuiveringsinstallaties gebouwd, ondanks hun verplichting om dat te doen en de belangrijke buitenlandse financiering hebben opgestreken die voor doel bestemd was).
Israël heeft de Palestijnen aangeboden om hen te voorzien van ontzilt water, maar deze mogelijkheid wordt door hen systematisch verworpen vanuit politieke motieven.
Hoewel Israël haar verbruik van natuurlijk zoet water sinds 1967 aanzienlijk heeft verminderd, om aldus consequent de kloof heeft gedicht tussen het Israëlische en Palestijnse waterverbruik, blijft het onduidelijk hoe de beweringen van Amnesty van Israël’s zogenaamde ‘discriminerend beleid’ tegenover de Palestijnen de toets van de werkelijkheid kunnen doorstaan. De auteurs van het rapport verkozen de Israëlische gegevens te negeren, hun documenten en verslagen, hoewel ze controleerbare feiten bevatten die met een totale transparantie worden gepresenteerd. Deze twijfelachtige aanpak, die bestaat uit het systematisch negeren van Israëlisch materiaal en uitsluitend gebaseerd werd op basis van Palestijnse beschuldigingen, doet twijfels rijzen over de werkelijke bedoelingen van de auteurs van het rapport en van de organisatie zelf.
Bij de tabel hierboven: De totale hoeveelheid beschikbaar vers water per hoofd (voor agricultuur, industrieel en persoonlijk gebruik) gebaseerd op het jaarlijks gemiddelde en vergeleken met de landen die grenzen aan Israël. De cijfers spreken voor zich. Gegevens inzake het verbruik van vers natuurlijk water beantwoorden duidelijk aan de noden van de Palestijnen en een eerlijke behandeling door Israël. In 1967, was de consumptie van vers natuurlijk water in Israël 508 m3 per persoon en per jaar. In 2008, was dit dramatisch gedaald naar 149. De Palestijnse cijfers voor hetzelfde verbruik stegen van 86 (in 1967) tot 105 (in 2008).
Op deze blog: Moet er voor de Palestijnen nog meer water zijn op de Westelijke Jordaanoever? van 2 november 2009; Een grondig verslag over de waterkwestie tussen Israël en de Palestijnen (pdf.file) van maart 2009, kan worden geraadpleegd op de website van de Israel Water Authority. Zie ook op de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Israël: Response to Amnesty International’s report on Israeli-Palestinian water issues van 27 oktober 2009; The Israeli-Palestinian Interim Agreement van 28 september 1995
Bronnen: Brabosh.com: Leven onder Israëlische bezetting een ware hel voor Palestijnse kinderen? van 5 april 2010; Beelden liegen niet: Honger en armoede in Gaza van 4 april 2010; Rapport: Verbeterde economische situatie in de Palestijnse Autoriteit [deel 1] van 10 december 2009 en [deel 2] van 11 december 2009; Prijs voor de ‘Oneerlijkste Reporter van 2008’: Lauren Booth en haar ‘Boats for Free Gaza’ van 18 februari 2009; Levering van medisch materiaal aan de Gazastrook van 2 maart 2010; Watertekort in de Gazastrook? [video] van 15 januari 2010; Het Palestijnse watertekort op de Westelijke Jordaanoever is een fabel van 2 november 2009; Amnesty International’s water rapport perfect getimed om boycotcampagne tegen Israël te versterken van 27 oktober 2009; Antwoord op het rapport van Amnesty omtrent de Israelisch-Palestijnse water kwestie van 28 oktober 2009; Inwoners van Gaza lijden en dat is niet de schuld van Israël van 26 december 2009; Israël stuurt didactisch materiaal naar de Gazastrook van 15 november 2009
Amnesty International’s water rapport perfect getimed om boycotcampagne tegen Israël te versterken
Amnesty International heeft heden een 112 bladzijden tellend rapport gepubliceerd getiteld Troubled Waters – Palestinians Denied Fair Access to Water (‘Troebele waters – Palestijnen worden vrije toegang tot de waterbronnen geweigerd‘). Het rapport is perfect getimed om de boycotcampagne tegen Israël te versterken, die niet toevallig samenvalt met een Amerikaanse tournee waarin woordvoerders het waterprobleem koppelen aan de Israëlische zogenaamde politiek van ‘Apartheid’. Het verslag zelf is een zoveelste politiek geïnspireerd document dat een denkbeeldige en sterk vervormde versie bevordert van het internationaal recht. Bovendien verzuimt het rapport de cruciale context van het conflict te vermelden, om het Palestijnse verhaal te bevorderen en aldus de politieke oorlogsvoering van de NGO’s (niet-gouvermentele organisaties) tegen Israël verder te zetten.
· Dit rapport is de nieuwste episode in de campagne van Amnesty International tegen Israël. Het internationale hoofdkwartier van Amnesty heeft in de nasleep van de Gaza-conflict meer dan twintig verklaringen afgelegd met een overweldigde kritiek op Israël.
· Het rapport van Amnesty International legitimeert een spreekbeurt tournee die begint op 1 november 2009 aan de universiteiten in de Verenigde Staten en die georganiseerd wordt door de organisatie de ‘Palestijnse Academische Culturele Boycot van Israël’ (Palestinian Cultural Academic Boycott of Israel – PCAB) en die de titel meekreeg: ‘De Israëlische Controle van het Water als een instrument van de Apartheid en middel van etnische zuivering.’ De belangrijkste spreker tijdens deze op til staande tournee is Omar Barghouti, een leider van de BDS (Boycott Divestment and Sanctions), die één van de vele organisaties is die achter de boycotcampagne tegen Israël schuilen.
· Het rapport van Amnesty International negeert niet alleen de bewijzen dat Israël de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever van veel meer water voorziet dan gevraagd werd in het kader van de Oslo-akkoorden, maar tegelijk ook het feit dat Palestijnse waterdieven verantwoordelijk zijn voor het stelen van meer dan 50% van de voorziene leveringen in sommige gebieden.
· Amnesty beweert dat het niveau van het Palestijnse waterverbruik (60-70 liter per persoon per dag), ‘de laagste in de regio’ zijn. Wat Amnesty gemakkelijkheidshalve weglaat zijn de beschikbare bewijzen van een vergelijkbaar niveau, als het al niet beter gesteld is dan in grote regionale steden zoals bijvoorbeeld Amman, Tunis en Algiers.
· Het rapport van A.I. is gebaseerd op de bewering dat Israël de Palestijnse mensenrechten schendt, omdat in het kader van de Oslo-akkoorden, waarop toch de huidige regelingen gebaseerd zijn, ‘de ongelijkheid in de toegang tot de water middelen gecodeerd zitten’. Deze benadering gaat er patroniserend van uit dat de Palestijnse leiders niet in staat zijn om een overeenkomst te onderhandelen en creëert het schrikbeeld van toekomstige overeenkomsten die achteraf opnieuw zouden betwist en ingetrokken worden op gelijkaardige gronden.
· Het rapport bedenkt nieuwe normen van internationaal recht door ten onrechte te beweren (met inbegrip van openingstitel op de voorpagina van het rapport), dat Israël een ‘verplichting heeft te eerbiedigen, te beschermen en te voldoen aan het recht op water’, gebaseerd op basis van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (ICESCR). Amnesty impliceert ten onrechte dat het ICESCR het recht op water eist, daar waar niet eens een dergelijk recht wordt genoemd in het verdrag. In feite geeft de ontstaansgeschiedenis van het ICESCR duidelijk aan dat enkel staten het recht hebben om zich te bekommeren in kwesties zoals watervoorziening.
Vooruitlopend op het verslag van Amnesty International heeft prof. dr. Gerald Steinberg, de voorzitter van NGO Monitor, gezegd:
“Het rapport van Amnesty manipuleert de kwestie van het water en gaat voorbij aan de complexiteit van de geschiedenis en de handhaving van de wetten om Israël andermaal ten onrechte neer te zetten als een wreedaardig regime.
In plaats van te erkennen dat de watervoorziening een complexe regionale kwestie is, richt Amnesty zich enkel en alleen op de Palestijnse tekorten. In dit rapport wordt een pijnlijk simplistisch taal gebruikt die enkel de schuld legt bij Israël, in een poging om de Palestijnse leiders volledig te ontslaan van de verantwoordelijkheid in de mede door hen ondertekende overeenkomsten in het kader van de Oslo-akkoorden.
Dit rapport werd door Amnesty International cynisch getimed om een nieuwe golf van boycotcampagnes tegen Israël te stimuleren. Het is een scherp voorbeeld van de permanente campagne van Amnesty International’s openlijke vijandigheid tegenover de Israëlische staat.”
Bron: Moet er voor de Palestijnen nog meer water zijn op de Westelijke Jordaanoever? van 2 november 2009; NGO Monitor: Amnesty’s Water Report Timed to Support Latest Israel Boycott Campaign van 26 oktober 2009, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh op 27 oktober 2009 – met dank aan Joods Actueel voor de tip; De Standaard: ’Israël pikt water van Palestijnen in’ en De Morgen: Israël ontneemt water van de Palestijnen en Nieuws.nl: ‘Israël pikt water van Palestijnen in’ van 27 oktober 2009
Bronnen: Brabosh.com: Leven onder Israëlische bezetting een ware hel voor Palestijnse kinderen? van 5 april 2010; Beelden liegen niet: Honger en armoede in Gaza van 4 april 2010; Rapport: Verbeterde economische situatie in de Palestijnse Autoriteit [deel 1] van 10 december 2009 en [deel 2] van 11 december 2009; Prijs voor de ‘Oneerlijkste Reporter van 2008’: Lauren Booth en haar ‘Boats for Free Gaza’ van 18 februari 2009; Levering van medisch materiaal aan de Gazastrook van 2 maart 2010; Watertekort in de Gazastrook? [video] van 15 januari 2010; Het Palestijnse watertekort op de Westelijke Jordaanoever is een fabel van 2 november 2009; Amnesty International’s water rapport perfect getimed om boycotcampagne tegen Israël te versterken van 27 oktober 2009; Antwoord op het rapport van Amnesty omtrent de Israelisch-Palestijnse water kwestie van 28 oktober 2009; Inwoners van Gaza lijden en dat is niet de schuld van Israël van 26 december 2009; Israël stuurt didactisch materiaal naar de Gazastrook van 15 november 2009
Het Goldstone Rapport: foute terminologie in dienst van de misleiding
The Goldstone Report – Using Terminology in Service of Deception
door Eli E. Hertz
Rechter Richard Goldstone en de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties doen hard hun best om de geschiedenis te herschrijven door Judea en Samaria (gekend als de Westelijke Jordaanoever) aan te duiden als de ‘bezette Palestijnse gebieden’ [paragraaf 11], Israëlische Arabieren als ‘Palestijnse inwoners van Israël’ [paragraaf 111], verwijst naar Israëlisch Arabische dorpjes als ‘Palestijns Israëlische gemeenschappen’ [paragraaf 110] en door de Arabische bewoners van Gaza het ‘Palestijnse volk in de Gazastrook’ [paragraaf 1859] te noemen. In wezen schenkt Goldstone die Arabieren in Judea, Samaria en Gaza het aura van een schijn-volk en -soevereiniteit evenals een valse geschiedenis, alsof een titel of eigendom zomaar vanuit de ijle lucht kunnen toegewezen worden.
Geen enkele bindende juridische autoriteit heeft Goldstone gemachtigd, noch enig ander orgaan van de Verenigde Naties met inbegrip van het Internationaal Gerechtshof (ICJ) en de VN-Raad voor de Mensenrechten, om te besluiten dat het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever – bekend als Judea en Samaria en Gaza – zomaar zouden kunnen gewijzigd worden in ‘bezette Palestijnse gebieden’ of ‘Palestina’. Goldstone’s gebruik van deze oneerlijke, beladen termen versterkt het terrorisme en de Palestijnen met het recht om alle maatregelen te gebruiken om Israël uit te sluiten.
Palestina is een geografisch gebied, geen nationaliteit
De Arabieren, de Verenigde Naties en haar organen, en de laatste tijd ook het Internationale Gerechtshof (ICJ) hebben herhaaldelijk beweerd dat de Palestijnen een inheems volk zijn – zo veel zelfs dat bijna iedereen het voor lief neemt. Het probleem is dat een staatloos Palestijns volk een verzinsel is. Het woord Palestina is niet eens Arabisch.
Palestina is nooit een onafhankelijke staat geweest dat ooit aan een volk zou hebben behoord, noch heeft ooit een Palestijnse volk zich afgezonderd van andere Arabieren gedurende 1.300 jaar van de islamitische hegemonie in Palestina onder Arabische en Ottomaanse heerschappij. Tijdens dit bestuur werden de lokale Arabieren in feite beschouwd als onderdeel van, en onderworpen aan, de autoriteit van Groot-Syrië (Suriyya al-Kubra).
Historisch gezien en voordat de Arabieren het concept van het Palestijnse volk verzonnen als een uitsluitend Arabisch fenomeen, bestond er geen dergelijke groep. Dit wordt gestaafd in talloze officiële documenten uit de periode van het Britse bestuur (dat in 1917 het gebied op de Turken veroverde en later internationaal erkend werd als het Britse Mandaat van Palestina [1922-1948]), die spreken over de Joden en Arabieren van Palestina – en niet over Joden en Palestijnen.
In feite, en vooraleer de plaatselijke Joden in 1948 zichzelf Israëli’s begonnen te noemen (nadat de naam “Israël” gekozen werd voor de nieuwe opgerichte Joodse staat), werd de term ‘Palestina’ bijna uitsluitend toegepast op Joden en aan de instellingen die opgericht werden door nieuwe Joodse immigranten tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw, vóór dat de staat onafhankelijk werd.
Enkele gekende voorbeelden:
• The Jerusalem Post, gesticht in 1932, heette tot 1948 The Palestine Post.
• de gekende Israëlische bank Leumi L’Israel, opgericht in 1902, werd tot 1948 de ‘Anglo-Palestine Company‘ genoemd.
• The Jewish Agency – een tak van de Zionistische beweging die vanaf 1929 Joodse nederzettingen promootte, werd aanvankelijk de Jewish Agency for Palestine genoemd.
• het huidige Israëlische Filharmonisch Orkest, gesticht in 1936 door Duitse Joodse vluchtelingen die nazi-Duitsland waren ontvlucht, werd oorspronkelijk het ‘Palestijnse Symfonisch Orkest‘ genoemd en was samengesteld uit ongeveer 70 Palestijnse Joden.
• de organisatie United Jewish Appeal (UJA), opgericht in 1939, is ontstaan uit een fusie tussen de United Palestine Appeal en de locale tak van het Joint Distribution Committee (JDC) voor fondsen verwerving.
Er is nooit een onafhankelijke Arabische staat geweest in Palestina
De kunstmatigheid van een Palestijnse identiteit wordt weerspiegeld in de houding en acties van de naburige Arabieren die nooit een Palestijnse staat hebben opgericht en ook nooit de intentie daartoe hebben gehad. Dat zal pas veranderen nà de Zesdaagse Oorlog in 1967.

De staat Israël is geboren. Krantenkop in The Palestine Post, thans Jerusalem Post, toen de Joden nog Palestijnen werden genoemd
Slechts twee keer in de geschiedenis van Jeruzalem heeft de stad gediend als een nationale hoofdstad. De eerste keer was als de hoofdstad van de twee Joodse Gemenebesten tijdens de periodes van de Eerste en de Tweede Tempel, zoals ze beschreven werden in de Bijbel, maar uitvoerig worden versterkt door archeologisch bewijzen en zoals blijkt uit tal van oude documenten. De tweede keer gebeurde in de moderne tijd als de hoofdstad van de staat Israël. Jeruzalem heeft nooit gediend als een Arabische hoofdstad om de eenvoudige reden dat er nooit een Palestijns-Arabische staat is geweest.
De retoriek van Arabische leiders namens de Palestijnen klinkt bijzonder hol. De Arabieren weigerden een Palestijnse staat op te richten, ondanks de aanbeveling van de Verenigde Naties uit 1947 [VN-resolutie 181 - het zgn. ‘Verdeelplan’] om Palestina te verdelen in een ‘een Arabische en een Joodse staat’ (dus geen ‘Palestijnse’ staat, toch een belangrijke nuance). Evenmin hebben de Arabieren een Palestijnse staat erkend of opgericht gedurende de twee decennia voorafgaand aan de Zesdaagse Oorlog, toen de Westelijke Jordaanoever onder Jordaanse controle stond en de Gazastrook onder Egyptische controle, noch hebben de Palestijnse Arabieren ooit opgeroepen voor autonomie of onafhankelijkheid tijdens die jaren dat ze leefden onder Jordaanse en Egyptische heerschappij.
Zo veel te zeggen over feiten en nauwkeurigheid…
Bron: Middle East and Terrorism Blog: The Goldstone Report – Using Terminology in Service of Deception door Eli E. Hertz van 26 oktober 2009, vrij vertaald en bewerkt door Brabosh op 27 oktober 2009
Hamasleider Khalad Meshaal op de Tempelberg: ‘Heel Jeruzalem behoort de Islam’

Hamasleider Khaled Mashaal omhelst hartelijk de Iraanse president Ahmadinejad
Afgelopen zondag 25 oktober was de Tempelberg in Jeruzalem opnieuw het toneel van hevige rellen. De Israëlische politie arresteerde Khatem Abd al-Kader, een leider van Fatah, en Ali Abu Sheikha, een kopstuk van de Islamistische Jihad van de noordelijke branche, voor het aanstoken van de rellen. In totaal werden er 15 arabieren opgeleid op beschuldiging van ophitsing, rellen en aanvallen op het veiligheidspersoneel. Abd al-Kader, adviseur in Jeruzalem van de Palestijnse predident Mahmoud Abbas, werd eerder in oktober opgepakt nadat hij moslims had opgeroepen om met geweld de Al Aksa Moskee te ‘verdedigen’.
Zondagavond, na het einde van een hevige dag van onlusten in Jeruzalem, liet ook Hamasleider Khaled Meshaal weer van zich horen: “Het lot van Jeruzalem zal alleen met geweld beslist worden en niet door onderhandelingen,” zei hij in een redevoering volgens Kanaal 10. “De Israelis willen de al-Aqsa Moskee splitsen en niet alleen dat. Zij willen hun religieuze erediensten in de moskee houden… als voorbereiding om die te vernietigen en hun tempel daar te bouwen,” voegde hij eraan toe.
“Israël probeert de kwestie van Jeruzalem unilateraal op te lossen zodat de kwestie geen deel uit kan maken van de vredesonderhandelingen met de Palestijnen,’ beweerde Meshaal. “Jeruzalem is het hele Jeruzalem, en niet alleen Abu Dhis [=de wijken in Oost-Jeruzalem]. De arabieren en de moslims zijn de [stads-] bewoners en de Zionisten hebben geen enkel recht op de stad,” zei hij nog.

Intussen benadrukken leden van de ‘Tempelberg coalitie’ de band van het Joodse volk met de Tempelberg. Onder hen parlementsleden zoals Michael Ben Ari (Nationale Unie partij) en Otniel Schneller (Kadimapartij), alsmede voorzitter rabbijn Dov Lior van de Yesha Rabbinical Council en rabbijn Yuval Sherlo.
Een aankondiging die vooraf werd gepubliceerd door de Organisatie voor de Mensenrechten op de Tempelberg en het gezamenlijke hoofdkwartier voor de diverse Tempelberg organisaties, geeft de doelstellingen van de bijeenkomst weer: “We roepen het volk van Israël op om de Tempelberg te bestijgen in heiligheid en zuiverheid; wij zullen de Israëlische politie verzoeken om ook de rechten van de Joden op de Tempelberg te respecteren; wij zullen protesteren tegen de schade die de eer van de rabbijnen werd toegebracht tijdens de veiligheidscontroles die werden uitgevoerd voordat zij de Tempelberg konden betreden; wij roepen de islamitische leiders om het gebruik van gebedshuizen voor opruiing en geweld, te veroordelen.”
Het Goldstone Rapport is niets minder dan een beloning voor terrorisme
De vier leden van de Goldstone Fact-Finding Mission. 2de van links: Richard Goldstone (foto: VN Raad voor de Mensenrechten)
Het wordt alle dagen een beetje gekker met dat Goldstone Rapport. Deze keer is het de Zuid-Afrikaanse rechter Richard Goldstone zélf die te keer gaat om wat er met zijn rapport gebeurt en verder afstand probeert te nemen van zijn geesteskind. Goldstone is bijzonder ongelukkig met de resolutie die werd goedgekeurd door de Verenigde Naties en het feit dat zijn rapport wordt doorgeschoven naar de Veiligheidsraad om daar opnieuw behandeld te worden. Hij maakt zich bijzonder boos omwille van het feit dat Hamas en andere tegenstanders van de Joodse staat, thans lukraak citeren uit het rapport wat hen het beste uitkomt en wat ze goed kunnen gebruiken in hun oorlogsretoriek tegen Israël. Het rapport dreigt nu enkel een stok te worden om Israël – en enkel en alleen Israël – te slaan. Nochtans was dit iets wat zelfs het kleinste kind had kunnen weten wat er met dit rapport zou gebeuren.
“De ontwerpresolutie stemt me droevig omdat ze enkel beschuldigingen uit tegen Israël. Er staat geen enkele zin in die Hamas veroordeelt wat we nochtans in het rapport duidelijk wél hebben gedaan,” zei Goldstone. Hij onderstreepte dat het rapport niks meer was dan een handleiding (roadmap) bedoelt voor toekomstige onderzoekers en dat het geen enkel ‘hard’ bewijs bevat voor Israëlische misdaden. “Wanneer dit een rechtszaak zou zijn, zou er helemaal niks bewezen zijn,” voegde hij er nog aan toe. Alan Dershowitz noemde donderdag jongstleden 22.10 zijn late reactie schamper ‘de krokodillentranen van Goldstone‘. Hieronder volgt een reactie van Danny Ayalon op het Goldstone Rapport. Danny Ayalon (afb. hieronder rechts) is vice-minister van Buitenlandse Zaken voor Israël.
Goldstone report constitutes nothing less than a prize for terrorism
door Danny Ayalon
Acht jaar lang, terwijl Hamas zonder onderscheid Israëlische burgers bestookte met raketten die door haar opdrachtgevers in Iran werden geleverd, bleef het stil in de Verenigde Naties. Pas wanneer Israël, na jaren van terughoudendheid, besloot om een einde aan de terreur te maken, schoot de VN-Raad voor de Mensenrechten in actie en veroordeelde… Israël! Deze eenzijdige organisatie is erin geslaagd om een eenzijdige resolutie goed te keuren die oproept tot een eenzijdig onderzoek. Vorige maand werden de resultaten van dit ‘onderzoek’ overgemaakt door rechter Richard Goldstone aan de Mensenrechtenraad (HRC). Maar in plaats van verantwoord om te springen met het rapport, hebben de leden van de HRC zich opnieuw geëngageerd in een zoveelste anti-Israël travestie, die zelfs Goldstone erkend heeft als eenzijdig.
Er werden tientallen internationale onderzoeken uitgevoerd naar wat er zich afspeelde tijdens de militaire operatie in Gaza en Israël heeft met de meeste van die onderzoeken volledig meegewerkt, waaronder een dat door de VN-secretaris-generaal zelf werd ondernomen. Alleen in die gevallen waarin het zonneklaar was dat het onderzoek werd ingegeven door een politieke agenda – en niet uit bekommernis om de mensenrechten – besloot Israël om niet samen te werken. Helaas behoorde de onderzoekscommissie van de HRC tot een van deze.
Zelfs Goldstone probeert zich nu te distantiëren van de resultaten van zijn eigen handarbeid.
Helaas, en wat vanaf het begin reeds duidelijk was voor Israël, wordt nu pas duidelijk voor Goldstone. Hij probeert zich thans te distantiëren van de resultaten van zijn eigen handwerk. Afgelopen vrijdag uitte hij zijn teleurstelling over het optreden van de HRC. “Deze ontwerp-resolutie bedroeft mij omdat het alleen beschuldigingen tegen Israël omvat, en geen enkele zin bevat die Hamas veroordeelt,” vertelde hij aan de Zwitserse krant Le Temps.
We moeten nu omgaan met de gevolgen. De goedkeuring van het Goldstone Rapport door de Algemene Vergadering van de VN, is niets minder dan een beloning voor terrorisme en wel op meer dan één manier. In de eerste plaats verdraait de resolutie, zoals die op vrijdag 17 oktober werd aangenomen, de werkelijkheid van de criminele Hamas, door de schuld te leggen bij het slachtoffer, eerder dan bij de werkelijke dader van de oorlogsmisdaden in Gaza. Voor de HRC was het volstrekt irrelevant dat Hamas ernstige oorlogsmisdaden had begaan door openlijk op te roepen tot de vernietiging van Israël, met dat doel duizenden raketten afvuurde op Israëlische burgers, de burgers in Gaza in gevaar bracht door te vuren vanuit de dicht bevolkte gebieden en met de ontvoering van Gilad Shalit.
Het was ook niet relevant voor de HRC dat Israël de verantwoordelijkheid droeg om haar burgers te beschermen, er alles heeft aan gedaan om confrontaties te vermijden en alles deed wat het kon om het aantal burgerslachtoffers te beperken. De enige relevante overweging voor de HRC was het feit dat een goede gelegenheid zichzelf aandiende om Israël te demoniseren in de internationale arena.
In de tweede plaats, ondermijnt deze resolutie de gematigde Palestijnen die geïnteresseerd zijn in vrede te sluiten met Israël. Er is een machtsstrijd gaande binnen de Palestijnse samenleving. Het is een nul-nul operatie, waarbij elke winst voor het extremisme gaat ten koste van de steun voor gematigdheid. Wanneer het de Hamas ‘staart’ toegestaan wordt om met de Midden-Oosten ‘hond’ te schudden, dan houdt de Palestijnse straat het hart vast en luistert de hele regio in volle aandacht mee. In onze buurt houdt iedereen van een winnaar. Dus, als een internationale instelling het afschuwelijke gedrag van Hamas verdedigt en exploiteert om er eens te meer Israël mee te bashen, leidt dit andermaal tot gezichtsverlies voor Mahmoud Abbas van de Palestijnse Autoriteit, zakt de grond in voor de gematigde Arabische staten en wint de Hezbollah-Syrië-Iran as aan kracht.
Deze resolutie verleent immuniteit aan de terroristen en belet gezagsgetrouwe staten hun burgers te verdedigen.
Ten derde, creëert de resolutie een nieuw obstakel in de wereldwijde strijd tegen het terrorisme. Een nieuwe vorm van oorlogsvoering is ontstaan, waarin terreurgroepen aanvallen lanceren tegen ‘vijandelijke’ burgers vanachter het schild van ‘bevriende’ burgers. Deze resolutie verleent immuniteit aan de terroristen en belet gezagsgetrouwe staten hun burgers te verdedigen. Met de zegen van de HRC zal deze tactiek worden herhaald door terroristen over de hele wereld, ten koste van alle andere democratieën die strijden tegen het terrorisme, waardoor miljoenen onschuldige burgers in gevaar worden gebracht.
Ten slotte, en wellicht het meest tragische van al, heeft deze hele episode de Israëli’s ertoe gebracht de onderliggende beschuldigingen te betwijfelen die hen tot nog toe – in hun interne discussie over de beste manier om de vrede te bereiken – hebben begeleid. De meeste Israëli’s steunden tot nog toe de bereidheid van hun leiders om berekende risico’s te nemen om het vredesproces te bevorderen, met dien verstande dat ‘de wereld’ dergelijke inspanningen zou steunen en belonen. De Israëli’s gingen ervan uit dat, indien er compromissen zouden gesloten worden maar het daarna toch niet goed kwam, zij op zijn minst het recht zouden behouden om zich te verdedigen en de wereld hen zou steunen in hun strijd.
Maar nu is de nachtmerrie uitgekomen. Na het nemen van het tastbare risico om het omstreden grondgebied [in Gaza] te verlaten om de vrede te bevorderen, werd de Gazastrook veranderd in een wetteloze enclave onder het bestuur van de Hamas – het door Iran gesteunde terrorisme. Helaas, toen Israël gedwongen werd om zich te verdedigen, reageerde de wereld niet met steun en begrip, maar met de beschuldiging van ‘misdaden tegen de menselijkheid’. Vervloekt wanneer ze het doen en vervloekt wanneer ze het niet doen, vragen de Israëli’s zich thans af: “Was het offer dat allemaal wel waard?”
Terwijl de Israëli’s hun opties nog onderzoeken, heeft het Goldstone Rapport een sneeuwbaleffect veroorzaakt en snelt naar haar uur van de waarheid. Vanuit Genève werd de kwestie inmiddels voor verdere actie doorgegeven aan de Algemene Vergadering in New York. Maar het is nog niet te laat. Een internationale afwijzing van de behandeling van het Goldstone Rapport, door de HRC, zou een signaal kunnen geven aan het Israëlische publiek dat de wereld inderdaad haar compromisvolle bereidheid in de richting van vrede steunt.
Bron: Middle East and Terrorism Blog: The Goldstone report constitutes nothing less than a prize for terrorism door Danny Ayalon; vrij vertaald en bewerkt door Brabosh op 26 oktober 2009; Danny Ayalon is Onderminister voor Buitenlandse Zaken van Israël; zie ook op deze blog video en toespraak van Danny Ayalon op Israël wacht al 3 maanden tevergeefs op de komst van de Palestijnen aan de onderhandelingstafel van 11 juli 2009
“We zien de permanente oplossing in het kader van de staat Israël waarin ook het grootste deel van het gebied is inbegrepen van het Land van Israël zoals het was onder de heerschappij van het Britse Mandaat en naast een Palestijnse entiteit die de thuis zal zijn waar het merendeel van de Palestijnse bewoners in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever wonen.
























