
Richard Goldstone
Op 15 september 2009 heeft de Raad voor de Mensenrechten (Human Rights Council) haar rapport aan pers en publiek voorgesteld dat werd opgesteld in opdracht van de Verenigde Naties en het onderzoek bevat naar schending van de mensenrechten en oorlogsmisdaden tijdens het Gazaconflict dat plaatsvond van 27 december 2008 tot 18 januari 2009. Aan het rapport werd meer dan vijf maanden gesleuteld. Dat eindverslag van de onderzoekscommissie kan u hier lezen (engelstalige pdf-file).
Op 3 april 2009 bevolen de Verenigde Naties om een onderzoekscommissie aan te stellen. Aan het hoofd van deze ‘Fact Finding Mission on the Gazaconflict’ werd rechter Richard Goldstone uit Zuid-Afrika geplaatst (vandaar veralgemeend als het ‘Goldstone Rapport’). De drie andere leden van de commissie waren professor Christine Chinkin (Groot-Brittannië), Mevr. Hina Jilani advocaat aan het Hooggerechtshof in Pakistan, en kolonel Desmond uit Ierland.
Israël, dat bij herhaling werd verzocht om deel te nemen aan de Goldstone Commissie, weigerde elke medewerking aan het onderzoek. Het waarom van die weigering kan worden afgeleid uit de briefwisseling die eveneens in het Goldstone Rapport werd opgenomen. Voornaamste oorzaak van de weigering van Israël is wellicht omdat gevreesd werd dat het rapport niet over mensenrechtenzaken zou gaan maar dat het een politiek geïnspireerd rapport zou worden. Die vrees bleek terecht en wie het rapport leest, een flinke boterham van maar liefst 575 bladzijden, merkt meteen dat er flink wat aan schort. Er is namelijk geen tegengeluid, nauwelijks kritiek op de terreurgroep Hamas en haar terroristische gevechtstaktieken, het woord terrorisme komt er zelfs nauwelijks in voor, tenzij het in de context van de militaire acties van het IDF (Israëlische leger) wordt gebruikt.

Afik Zahavi (4 jaar oud) was op 28 juni 2004 het eerste dodelijke slachtoffer van een raketaanval door Hamas
Aanleiding tot het Gazaconflict was de voortdurend beschieting met raketten en mortiergranaten door de terreurorganisatie Hamas en zusterorganisaties zoals Islamitic Jihad e.a. vanuit de Gazastrook. De eerste raket werd gelanceerd op 16 april 2001. De eerste raket die het grondgebied van Israël bereikte gebeurde op 10 februari 2002 toen een Qassam 2 raket neerstortte nabij de kibboets Sa’ad in de Negevwoestijn. De eerste keer wanneer een Israëlische stad werd getroffen was op 5 maart 2002 toen twee raketten neerkwamen op Sderot.
Tussen 16 april 2001 en 18 juni 2008 werden 3.455 raketten en 3.742 mortiergranaten (Katyoesja) afgevuurd op willekeurige burgerdoelwitten in Zuid-Israël. De eerste burgerslachtoffers vielen te betreuren in Sderot, toen op 28 juni 2004 een Qassamraket op de woning van het gezin Zahavi insloeg. Afik Zahavi (4 jaar oud) en Mordechai Yosepov (49 jaar oud) waren op slag dood. De moeder van Afik, Ruthie Zahavi (28 jaar oud) werd vreselijk verwond alsmede nog negen anderen gewonden. Hamas eiste voor deze aanslag openlijk de verantwoordelijkheid op. Eli Moyal, de burgemeester van Sderot, zei op de begrafenis van Afik Zahavi: “Wat kan ik tegen je zeggen, kind? Jij hebt nog niks gezien, je weet nog helemaal niks over oorlog en vrede. Jij bent nog echt en zuiver. Maar mijn kind, wij hebben buren die beesten en moordenaars zijn. Wij zullen dat nooit vergeten en nooit vergeven.”
Dat was 28 juni 2004, 4 1/2 jaar voor het Gazaconflict uitbrak. Op 27 december 2008, na een 8 jaar lang durend beleg, 12.000 raketten, mortieren en ander tuig dat werd afgevuurd op Israël en na alle andere middelen te hebben uitgeput in een poging om een einde te maken aan de beschietingen, lanceerde Israël een militaire aanval expliciet gericht tegen de terreurorganisatie Hamas in Gaza. Operatie Gegoten Lood (‘Operation Cast Lead‘) beperkte zich tot het bereiken van twee doelen:
1. Het stoppen van het bombarderen van Israëlische burgers, door de apparatuur en de infrastructuur voor het lanceren van raketten en mortieren te vernietigen.
2. De mogelijkheden van Hamas en andere terroristische organisaties in Gaza verminderen zodat toekomstige aanvallen op de burgerbevolking van Israël kunnen worden voorkomen. Lees meer op Gaza Facts – The Israeli Perspective
Echter, Hamas is nooit gestopt met het afvuren van raketten en granaten, noch voor, tijdens of na het Gazaconflict. Bekijk hier een lijst van de beschietingen door Hamas over 2009 die voorlopig werd afgesloten op 3 september 2009 toen enkele mortiergranaten (katyoesja) op Zuid-Israël werden afgevuurd.
Hieronder volgt een eerste nuchtere reactie op het Goldstone Rapport met een verklaring van Shimon Peres, de president van de soevereine staat Israël, uitgegeven op 16 september 2009 door het Israëlisch Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Repliek van president Peres op het Goldstone Commissie rapport
door Shimon Peres

President Shimon Peres (foto: Emil Salman/Jeni)
Het rapport van de Goldstone Commissie is een aanfluiting van de geschiedenis. Het faalt erin om een onderscheid te maken tussen de agressor en een staat die zich beroept op het recht op zelfverdediging. Oorlog op zich is een misdaad. De agressor is een crimineel. De kant die zich op zelfverdediging beroept heeft geen enkel ander alternatief. De terroristische organisatie Hamas is de oorlog begonnen en heeft andere verschrikkelijke misdaden begaan. Jarenlang heeft Hamas de kinderen van Israël aangevallen, door het zenden van met bommen beladen zelfmoordenaars naar de centra van de steden, waarbij velen doden en gewonden vielen. Zij vuurden meer dan 12.000 raketten en mortiergranaten af op steden en dorpen met één enkel doel – het vermoorden van onschuldige burgers.
Het verslag legitimeert terroristische activiteiten, gevolgd door moord en doodslag. Het rapport negeert de plicht en het recht op zelfverdediging dat in het bezit is van elke soevereine staat zoals dat werd vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties. Israël trok al zijn troepen en kolonisten terug uit de Gazastrook, opende de grensovergangen en ondersteunde actief de wederopbouw [in Gaza]. De Israëlische aanwezigheid in de Gazastrook werd beëindigd.
Maar nadat de Israël haar terugtrekking uit de Gazastrook had afgerond, kwam een moorddadige en onwettige terreurgroep hevig in opstand tegen het legitieme leiderschap van Fatah dat het met geweld omver wierp. Commandos van Hamas vermoordden leiders van Fatah en gooiden ze soms op klaarlichte dag van de daken. Hoewel Hamas nooit ophield met beschietingen, bleef Israël keer op keer de diplomatieke kanalen bewerken, waaronder vele oproepen aan de Verenigde Naties – in een poging om een einde te maken aan het afschieten van raketten [op Israël].
Israël trok zich terug uit Gaza en beëindigde haar aanwezigheid in Gaza. Hamas reageerde met onafgebroken raketgeschut met het doel om zoveel mogelijk kinderen, vrouwen en onschuldige burgers te doden. In plaats van zich bezig te houden met de wederopbouw van Gaza en te zorgen voor het welzijn van haar burgers, heeft Hamas tunnels gebouwd om Israël aan te vallen, waarbij het op wreedaardige wijze kinderen en onschuldige Palestijnen misbruikte om terroristen en munitie te verbergen.
Hamas terroristen bouwden lanceerplatforms en opslagfaciliteiten in de buurt van scholen, in moskeeën en kleuterscholen. Ze plaatsten booby-traps in stedelijke buurten en gebruikten Palestijnse kinderen als menselijk schild om terroristen en oorlogsmateriaal te verbergen. De staat Israël werd gedwongen om zich te verdedigen. Zij handelde uit de verplichting om haar burgers te beschermen net zoals elke andere zusterstaat in de familie van de naties dat ook zou doen.
Israël werd bekritiseerd voor haar acties tegen aanvallen van Hezbollah vanuit Libanon en aanvallen door Hamas vanuit de Gazastrook, alsmede voor het optrekken van een veiligheidsbarrière op de Westelijke Jordaanoever, om te voorkomen dat zelfmoordaanslagers het land binnenkomen. Deze kritiek heeft niet kunnen verhinderen dat raketten neerkwamen op het Zuiden en het Noorden [van Israël], noch heeft zij de terroristen kunnen tegenhouden zich op te blazen in onze centraal gelegen steden. IDF operaties hebben de economische welvaart in de Westelijke Jordaanoever opgevoerd, tot grote opluchting van de burgers in het zuiden van Libanon die aldus bevrijd werden van de terreur van Hezbollah en konden de inwoners van Gaza opnieuw een normaal leven leiden.
Diegenen die streven naar vrede hebben het recht aan hun kant. Degenen die hunkeren naar oorlog zullen altijd criminelen zijn. Leden van de commissie zou nooit een dergelijk rapport hebben opgesteld indien hun kinderen woonden in Sderot en lijden onder het terrorisme van dagelijkse raketbeschietingen.


